Paramotor & Uitrusting

Vergelijkbare documenten
Meteorologie. In de meteorologie wordt de luchtdruk uitgedrukt in:

Materiaal: Kunnen Beschrijven over Scherm Stuwdruk; werking scherm Schermoppervlak Spanwijdte Aspect Ratio Behoud tips Controle tips Opbergtips

Vraag 3: Een scherm weegt 5 kg, de piloot met uitrusting weegt 75 kg. Hoe groot is de kracht bij 6 G? a 480 kg b 300 kg c 200 kg d 800 kg

Meteorologie. Cirrus, cirrocumulus en cirrostratus zijn; A lage bewolking B middenbewolking C hoge bewolking. 1) Altocumulus en altostratus zijn ;

Theorie Examen Snorvliegen. Snorvliegtuig & Uitrustring. Naam: Adres: Postcode Woonplaats: Geboortedatum:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Manieren om een weersverwachting te maken Een weersverwachting kun je op verschillende manieren maken. Hieronder staan drie voorbeelden.

HFDST 6. HET WEER IN ONZE STREKEN

Examenstof Luchtvaartvoorschriften + Zeilvliegreglementen:

Werkblad:weersverwachtingen

Egbert s samenvatting Voorschriften en reglementen

Instructieboekje. Modelvliegclub Cumulus Kampen.

Aerodynamica Draagkracht. Eenparige rechtlijnige beweging Krachten zijn in evenwicht Lift = Gewicht Weerstand = Trekkracht

LUCHTRUIMINDELING, ICAO KAART

Bewegingswetten van Newton:

VRAGEN keuzeantwoorden ANTWOORD

Hollandair Vliegcentrum Zwiep Jos Vermeulen Zwiepseweg PT Zwiep (Gld)

Dutch Air Rally 2014 (middagvlucht)

Meteo het weer in FSX

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Theorie Veiligheids Vliegbrevet A. Richard van Wijk Delta Oss

Hand- out Boeing 737. hand- out- PU.01

Hand- out Boeing 737 vliegen. hand- out- PU.01

Inzet Schiphol- Oostbaan

Luchtruim. (H) Special VFR Helikopters. Tot 3500 ft AMSL is er vrije hoogtekeuze (ICAO 3000 ft AGL) daarboven moet volgens het kruishoogtesysteem

METEOROLOGISCHE EN OROGRAFISCHE ASPECTEN

Pedagogische ACTIVITEITEN

Sleepactiviteiten op EHST dienen minimaal 5 werkdagen - van tevoren officieel (zie NOTAM) gemeld te worden.

AÉRODROME. St.FLORENTIN- CHEU LFGP

Basis Veiligheidsreglement Modelvliegsport versie 2.01 juni 2013 Pagina 1 van 6

Vliegoefeningen Ikarus C-42

Aerodynamica Overtrek en tolvlucht. Luchtdruk neemt af, Vervolgens neemt de luchtdruk weer toe.

DEEL 1 - VRAGEN 1-20

12. Depressies, fronten en andere neerslagproducerende weersystemen

Reglement voor het behalen van brevetten met modelvliegtuigen

6. Luchtvochtigheid. rol bij het A g g r e g a t i e t o e s t a n d e n v a n w a t e r. 6.1 inleiding. 6.2 Aggregatietoestanden

Gemaakt door Nico van Dam, t.b.v december 2006.

De 6 primaire VFR instrumenten op het panel (The Basic 6) Jan Dekker

natuurkunde vwo 2017-I

Deelen-CTR, -ATZ en de Terlet-sectoren

DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van het Defensie Helikopter Commando van 14 december 2012;

Deel 3 uit de Voorschriften (Versie februari 2015.)

Space Experience Curaçao

BREVETREGLEMENT Federatie Limburgse RC Vliegers.

De weerwijzer, een compacte weervoorspeller

Vliegen van, op en naar Terlet

Wat is Meteorologie?

Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart. K N V v L

H4 weer totaal.notebook. December 13, dec 4 20:10. dec 12 10:50. dec 12 11:03. dec 15 15:01. Luchtdruk. Het Weer (hoofdstuk 4)

Vliegen van, op en naar Terlet

DE MINISTER VAN DEFENSIE, het verzoek van de commandant van de vliegbasis Leeuwarden van 18 oktober 2012;

Thema 5 Weer en klimaat

PRAKTISCHE ASPECTEN VAN DE SYNOPTISCHE WEERANALYSE

DE MINISTER VAN DEFENSIE, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu;

FVVF. Franse vrije vluchtfederatie. Vragenlijst ter voorbereiding voor. het theoretisch examen. Parapente of Delta piloot

Natuurwetten »NIEUWE NATUURKUNDE VWO6 »UITWERKINGEN. a. = b. = = c. = = = d. = = Boorplatform naar links, Dan afstand = = Kabel is dan dus uitgerekt!

Afdeling Modelvliegsport

Soorten brevetten Er is een onderverdeling gemaakt in het veiligheidsbrevet A en de prestatiebrevetten B en C.

Examenregeling examen C brevet

BREVETREGLEMENT. Federatie Limburgse RC Vliegers. Brevetreglement FLRCV 2018 Pagina 1

REGLEMENT SNORVLIEGEN 2006

Leren voor de biologietoets. Groep 8 Hoofdstuk 5

Praktische kant van het thermiekvliegen!!

> Schatting van de verplaatsingssnelheid

1 of :21

Voorschriften. Zweefvliegen

Voorstellen. Jos Werkhoven Weerstation de Arend Kortenhoef. 7 februari klimaat - weer in ruimte en tijd

Laten we eens kijken naar de volgende grafiek:

Beschikking van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, houdende aanwijzing van een bijzonder luchtverkeersgebied TT Assen

Samenvatting aardrijkskunde H9:

1. De atmosfeer Weerkaart voor zaterdag 9 januari 2010

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur

Eindexamen havo wiskunde B pilot II

het Nederlandse luchtruim indeling regels en voorschriften

HANDLEIDING GEBRUIK DUO DISCUS TURBO (zonder motor)

RPAS en Vliegvelden. Workshop 1 - Space53 November 2017

Mocht U nog omissies /onduidelijkheden aan treffen dan verneemt de CIV dat graag.

Klimaat is een beschrijving van het weer zoals het zich meestal ergens voordoet, maar ben je bijvoorbeeld in Spanje kan het ook best regenen.

Eindexamen natuurkunde 1-2 vwo 2007-I

Samenvatting natuurkunde Recht evenredig verband =als de ene grootheid 2x zo groot wordt, is dat met de andere grootheid ook zo.

Examen Inleiding Atmosfeer 8 mei 2014 EXAMEN INLEIDING ATMOSFEER. 8 mei 2014, 13:30-16:30 uur

Reglement Praktijkeisen Schermvliegen

SPACE 53 Workshop RPAS Luchtvaartregelgeving

Transcriptie:

Paramotor & Uitrusting 1. Wat is het voordeel van diagonaalribben? A. Geeft meer lift B. Maakt het scherm sterker C. Zijn er minder lijnen nodig D. Geeft het scherm een modernere uitstraling 2. Wat is de aspect ratio (slankheid) van een vleugel? A. De verhouding tussen de spanwijdte en het oppervlakte B. De verhouding tussen de koorde en het oppervlakte C. De verhouding tussen de spanwijdte en de lengte v/d lijnen D. De verhouding tussen het oppervlakte en de lengte van de lijnen 3. Hoe kun je zien of je een 2 takt of 4 takt motor hebt? A. Een 4 takt heeft geen bougie B. Een 2 takt heeft geen bougie C. Een 4 takt heeft een olie carter D. Een 2 takt heeft een olie carter met peilstok 4. Wat is de functie van een bridle bij een reserve A. Om het aantal lijnen te verminderen B. Is de verbinding tussen reserve en het harnas C. Gewichtsbesparing D. Alle antwoorden zijn goed

5. Stelling I: Het voordeel van tweetakt is licht en relatief veel vermogen Stelling II: Het voordeel van een 4 takt is licht en zuinig A. Stelling I en II zijn juist B. Stelling I en II zijn onjuist C. Stelling I is juist en II is onjuist D. Stelling I is onjuist en II is juist Aërodynamica 6. Wat gebeurt er wanneer je het speedsysteem intrapt A. De instelhoek verandert, het scherm vliegt langzamer B. De instelhoek verandert, het scherm vliegt sneller C. De c en d risers worden korter, het scherm vliegt sneller D. De a en b risers worden langer, het scherm vliegt sneller 8. Schadelijke weerstand. De volgende zaken zijn bepalend voor de hoeveelheid turbulentie en daarmee de grootte van de weerstand: A. Vorm, frontaal oppervlak, dichtheid en snelheid v/d lucht B. Vorm, frontaal oppervlak, dichtheid en temperatuur C. Vorm, frontaal oppervlak, dichtheid en jaargetijde D. Vorm, frontaal oppervlak, dichtheid en vochtigheid

9. Je vliegt op 150 meter hoogte boven een vlak terrein met de motor uit. Je scherm heeft een glijgetal van 5. Hoe ver kun je bij windstil weer maximaal vliegen? A. 0,5 km B. 0,75 km C. 1,00 km D. 1,25 km 10. Een stall (overtrekken) ontstaat door? A. Te grote invalshoek B. Te kleine invalshoek C. Te langzaam vliegen D. A en C zijn goed 11. Wat gebeurt er met de lift wanneer de snelheid verdubbelt? A. De lift blijft gelijk B. De lift verdubbelt C. De lift neemt evenredig toe D. De lift neemt kwadratisch (4x) toe 12. Als ik de beide trimmers open zet dan: A. Kan ik langzamer vliegen maar daal ik sneller B. Kan ik sneller vliegen maar daal ik sneller C. Kan ik sneller vliegen en daal ik minder snel D. Kan ik langzamer vliegen en daal ik minder snel

13. Stelling I: Een hogere wingloading start makkelijker bij geen wind Stelling II: Een hogere wingloading vliegt dynamischer A. Stelling I en II zijn juist B. Stelling I en II zijn onjuist C. Stelling I is juist en II is onjuist D. Stelling I is onjuist en II is juist 14. De hoek tussen de aanstromende lucht en de (gemiddelde) koorde heet: A. Instelhoek. B. Glijhoek C. Invalshoek. D. Daalhoek. 15. De liftkracht van een scherm zijn het gevolg van? A. 1/3 onderdruk aan de onderzijde en 2/3 overdruk aan de bovenzijde van de vleugel B. 1/3 overdruk aan de onderzijde en 2/3 onderdruk aan de bovenzijde van de vleugel C. 1/3 overdruk aan de bovenzijde en 2/3 onderdruk aan de onderzijde van de vleugel D. 1/3 onderdruk aan de bovenzijde en 2/3 overdruk aan de onderzijde van de vleugel Meteorologie 16. Altostratus, Altocumulus en Nimbostratus zijn; A. Lage bewolking B. Middenbewolking C. Hoge bewolking D. Verticale bewolking

17. Wat wordt verstaan onder wingradiënt? A. Het afnemen van de wind bij afname v/d hoogte door wrijving met de grond B. Het ruimen van de wind door het coriolis effect C. Het veranderen van de wind met de hoogte D. Het krimpen van de wind door het coriolis effect 18. Langdurige neerslag valt gewoonlijk uit de wolkensoort: A. Ns B. Lenswolken C. Cb D. St 19. In de standaardatmosfeer is de temperatuur afname gemiddeld: A. 0,5º C per 100 meter B. 0,65º C per 100 meter C. 1º C per 100 meter D. 2º C per 100 meter 20. Een windsnelheid van 15 knopen (Nautical mile) is gelijk aan? A. 7,5 km/h B. 7,5 m/s C. 28 km/h D. 28 m/s 21. Het verschil in temperatuur tussen dag en nacht is het grootst boven: A. Zee B. Moerassig gebied C. Woestijn gebied D. De bebouwde kom van een stad

22. Bij een frontpassage trekken de volgende wolken voorbij: Cirrus, Cirrostratus, altostratus en Nimbostratus. Wat voor een soort front trekt er voorbij? A. Een koufront B. Een warmtefront C. Kan zowel koufront of warmte front zijn D. Een onweersfront 23. Wolken ontstaan door: A. Condensatie B. Door stijging van een luchtstroom C. Verdampen D. Antwoorden A en B zijn goed 24. Bij een Lage druk gebied (op noordelijk halfrond) draait de wind: A. Linksom B. Rechtsom C. Afhankelijk van de windsterkte D. Afhankelijk van de windrichting 25. Wat is minimaal een veilige afstand om met harde wind achter een obstakel te landen? A. 5 x de hoogte van het obstakel B. 10 x de hoogte van het obstakel C. 20 x de hoogte van het obstakel D. Maakt niet uit als je met flairen maar rekening houdt met de windgradiënt

26. Wind ontstaat door: a. Wrijving tussen wolken b. Luchtmassa s van gebieden met hogere luchtdruk naar gebieden met lagere luchtdruk c. Luchtmassa s van gebieden met lagere temperatuur naar gebieden met hogere luchtdruk d. De weerstand met de aarde 27. Sterke turbulentie/termiek kan men verwachten bij: A. Sc B. Ac C. Cu D. Cc 28. De samenstelling van lucht is: A. 78% stikstof, 21 %zuurstof en 1% koolstofdioxide en overige gassen B. 78% zuurstof, 21% stikstof en 1% koolstofdioxide en overige gassen C. 78% stikstof, 21% koolstofdioxide en overige gassen en 1% zuurstof D. 78% koolstofdioxide en overige gassen, 21 %zuurstof en 1% stikstof 29. Op teletekst staat bij het luchtvaart weerbericht 225/20 dit staat voor: A. Wind komt uit het zuidwesten en is 20 knopen B. Wind komt uit het zuidwesten en is 20 km/h C. Wind komt uit het zuidoosten en is 20 knopen D. Wind komt uit het zuidoosten en is 20 km/h

30. Op welk tijdstip bij een mooie zomerdag zal de max. temperatuur bereikt worden? A. 12.00 uur B. 14.00 uur C. 16.00 uur D. 18.00 uur Vliegtechniek (vragen en antwoorden zijn gebaseerd op standaard vleugelprofiel, dus niet op reflex vleugels) 31. U heeft een overlandvlucht gemaakt en wilt graag op een vreemd Artikel 14 veld landen. Welke landingscircuit moet er gevlogen worden? A. Straight in B. Rechterhand circuit C. Linkerhand circuit D. Altijd downwind 32. Met welk landingspad legt u de minste afstand af? A. Landen met oren en stationaire motor B. A landing met stationaire motor C. A landing met motor uit D. A landing met oren

33. Wat is de stand van de instelhoek wanneer men het speedsysteem intrapt? A. Erg groot B. Neutraal C. Erg klein D. variabel 34. Als u snel wilt dalen door oren te trekken dan doet u dit door A. Beide stuurlijnen langzaam naar beneden te trekken. B. De achterste lijnen langzaam naar beneden te trekken. C. De buitenste A lijnen langzaam naar beneden te trekken. D. De trimmers beiden helemaal aan te trekken. 35. U vliegt op een hoogte van 400 meter en merkt dat u door de torque steeds naar rechts gedreven wordt. Uw beide trimmers zijn dicht (aangetrokken) Om rechtuit te kunnen vliegen moet u: A. De rechter trimmer losser (open) doen. B. De linker trimmer losser (open) doen. C. Lager gaan vliegen. D. Hoger gaan vliegen. 36. U start met volgas met een motor met torque naar links (propeller draait rechtsom, vanaf achter gezien), welke bocht is het veiligst? A. Linksom B. Rechtsom C. Maakt niet uit D. Dit ligt aan de windrichting

37. In welke volgorde controleer je direct voor de start (5 punten check)? A. De vijf aansluitingen van de lijnen met de risers. B. Piloot, lijnen, scherm, wind en radioverbinding. C. Piloot, lijnen, scherm, radio en startrichting. D. Piloot, lijnen, scherm, wind en luchtruim 38. Je vliegt in turbulent gebied met een normaal scherm (geen reflex scherm) wat doe je? A. Handen hoog, snelheid is veiligheid B. Je remt 5-10% contact vliegen C. Je remt 50% D. Je zet de trimmers open zodat je nog meer snelheid krijgt 39. Je krijgt een grote inklapper links, wat doe je? A. Handen hoog, het scherm herstelt zelf B. Rechts pompen C. links pompen D. koers houden door tegenleunen/tegensturen, indien nodig links pompen 40. Uw paramotor vliegt op mengsmering 1:50 Natuurlijk mengt u zelf de olie. Hoeveel olie moet er in 5 liter benzine? A. 100 cc B. 125 cc C. 150 cc D. 175 cc

Regels en voorschriften 41. Om in aanmerking voor het brevet Snorvliegen te komen dien je tenminste? A. 10 uur onder toezicht van een instructeur te hebben gevlogen B. 15 uur onder toezicht van een instructeur te hebben gevlogen C. 20 uur onder toezicht van een instructeur te hebben gevlogen D. 25 uur onder toezicht van een instructeur te hebben gevlogen 42. Hoelang is het theorie en praktijk examen geldig? A. Theorie 12 maanden, praktijk 12 maanden B. Theorie 24 maanden, praktijk 24 maanden C. Theorie 6 maanden, praktijk 24 maanden D. Theorie 24 maanden, praktijk 6 maanden 43. Waar of wanneer mag geen VFR worden gevlogen? A. Klasse B B. Klasse C C. Buiten de uniforme daglicht periode D. Klasse D 44. Wat voor klasse is de NW MILLIGEN TMA C (bij Hoogeveen) in het weekend? A. Klasse C B. Klasse B C. Klasse E D. Klasse B of E

45. Vanaf welke hoogte is de transponder verplicht. A. wij mogen geen transponder D. 1200 meter C. 1200 voet D. 1500 voet 46. Wat is de minimale vlieghoogte in Nederland boven aaneengesloten bebouwing, industrie en mensenmassa s. A. 300 voet boven hoogste punt in een cirkel van 600 meter B. 300 meter boven hoogste punt in een straal van 600 meter C. 150 meter D. 365 meter /1200 feet 47. U wilt op een luchtvaartterrein landen, in het seinenvierkant ziet u een pijl naar rechts. Dit betekent? A. Landen op de meest rechtse baan B. Zweefvliegers vliegen een rechterhand circuit C. Rechterhand circuit verplicht D. Zweefvliegers aanwezig op veld 48. U wilt bij vliegveld Drachten starten, en naar het noorden vliegen. Het zicht is 2000 meter en de wolkenbasis zit op 200 meter, mag je starten? A. Nee je hebt niet voldoende verticale afstand van de wolken B. Ja, je voldoet aan zichtlimieten C. Nee, je het vliegzicht dient minimaal 8 km te zijn D. Nee, de bewolking zit te laag 49. Welke gebied/gebieden zijn verboden om doorheen te vliegen? A. ATZ B. EHP C. SRZ D. Alle antwoorden zijn goed

50. Een geel gebied afgebakend met een blauwe stippellijn (onderbroken) lijn markeert een? A. CTA B. CTR C. TMA D. HPZ 51. U wilt inhalen, aan welke kant haalt u in? A. Rechts B. Links C. Welke kant het veiligst is D. Dit is niet geregeld 52. Hoe hoog is het obstakel bij het dorp Lopik (links onder Utrecht) A. 735 voet B. 735 meter C. 1234 voet D. 1234 meter 53. U staat startklaar en een andere piloot zit op final en wil gaan landen wat doet U? A. Dit is niet geregeld, samen oplossen B. U heeft voorrang, de andere piloot moet uitwijken C. Wachten tot de andere piloot is geland D. U start nog even snel zodat de andere piloot direct daarna kan landen

54. Oost van de CTR Soesterberg ligt een Low flying Area, mag u daar doorheen vliegen? A. Nee B. Ja, maar beter is om er overheen te vliegen C. Nee, je moet er langs of overheen vliegen D. Ja, maar beter is er onder door te vliegen 55. Wat is het belang van een notam (Notice to Airman)? A. Is alleen van belang voor de grote luchtvaart B. Hier in worden algemene zaken gemeld aan piloten C. Hier in worden tijdelijke maatregelen of zaken gemeld die niet op de kaart staan D. Geldt alleen buiten klasse G Navigatie 56. Voor de start hebt u in het weerbericht gelezen dat er een oostenwind staat van 15 km/u. U gaat vliegen op een koers van 100 Bij windstil weer haalt uw paramotor een grondsnelheid van 40 km/u. Wat is nu uw grondsnelheid? A. ca. 40 km/u B. ca. 55 km/u C. Ik kom niet vooruit D. ca. 25 km/u 57. Hoe hoog ligt de TMA bij De Meern (Soesterberg TMA) A. 1500 meter B. 1500 voet C. ligt eraan of het doordeweeks of het weekend is D. 1000 voet note: is met kaart 2008 en ouder!!!!

58. Wat zijn de Coordinaten van EHDR (vliegveld Drachten) A. 53 07 05 N 006 07 45 E B. 53 07 05 Z 006 07 45 W C. 52 53 05 N 006 07 45 E D. 53 07 05 N 005 53 45 E 59. U vliegt in rechte lijn van vliegveld Teuge (Apeldoorn) naar Vliegveld Lelystad. Wat is de koers en afstand die u moet vliegen? A. 304 graden en 43 km B. 304 graden en 23 km C. 124 graden en 43 km D. 124 graden en 23 km 60. U vliegt op een zomeravond om 20.00, en heeft de zon rechts achter. U koers is ongeveer? A. 135 graden B. 045 graden C. 225 graden D. 315 graden 61. Uw motor verbruikt 4 liter per uur. U gaat starten met een volle tank van 12 liter. Bij windstil weer vliegt uw combinatie ongeveer 40 km/u. U vliegt naar het zuiden. Op teletext stond voor de wind: 180/10. Hoever kunt u vliegen? A. Ongeveer 65 km, want ik heb wind tegen. B. Ongeveer 90 km, want ik heb wind tegen. C. Ongeveer 150 km, want ik heb wind mee. D. Ongeveer 175 km, want ik heb wind mee.

62. De wind is 270/02. U gaat starten (en landen): A. Tegenwinds en dus naar het noorden B. Tegenwinds en dus naar het westen C. Tegenwinds en dus naar het oosten. D. Tegenwinds en dus naar het zuiden. Op de kaart staat een gebeid met EHR 9. Waar kun je vinden wat de restrictie is: A op de kaart B in de notam C in de VFR-gids D alle antwoorden zijn juist Welke gebieden zijn verboden om door heen te vliegen: A laagvlieggebied B EHP C laagvliegroute D alle antwoorden zijn juist