Stagehandleiding voor begeleiders Studiejaar 2010-2011 1
Inhoudsopgave 2 1. Inleiding 3 2. Achtergrondinformatie 3 2.1 De omvang en plaats van de stage in het curriculum 3 2.2 Regels en richtlijnen voor studenten 4 3. Onderzoeksstage 5 3.1 Doelen van de onderzoeksstage 5 3.2 Criteria voor de onderzoeksstage; opdracht(en) en werkzaamheden 5 3.3 Criteria voor de stageplaats 6 4. De praktijkstage 6 4.1 Doelen van de praktijkstage 6 4.2 Criteria voor de praktijkstage; opdracht(en) en werkzaamheden 7 4.3 Criteria voor de stageplaats 7 5. Procedures 8 5.1 Voorbereiding van de stage 8 5.2 Tijdens de stage 10 5.3 Afronding van de stage 11 6. De begeleiding 12 6.1 Wat wordt verwacht van de interne begeleider (UT) 12 6.2 Wat wordt verwacht van de externe begeleider (stagebiedende organisatie) 13 7. Het stagerapport en de afronding van de stage 13 7.1 Vertrouwelijkheid 13 7.2 Omvang van het verslag 13 7.3 Onderdelen van het verslag 14 7.4 Beoordeling 15 Bijlagen Beoordelingsformulier Onderzoeksstage 17 Beoordelingsformulier Praktijkstage 19 2
1. Inleiding Deze handleiding is bedoeld voor begeleiders van derdejaars psychologiestudenten die op stage gaan. Binnen deze stages hebben studenten een interne begeleider en externe begeleider. Met de interne begeleider wordt de betrokken UT docent bedoeld, de externe begeleider is de begeleider vanuit de stagebiedende organisatie. Het doel van deze handleiding is om duidelijkheid te creëren ten aanzien van wat er wordt verwacht van zowel de interne als externe begeleiders. Hopelijk draagt deze handleiding bij aan een voorspoedig verloop van de stage. Mochten zich desondanks onduidelijkheden, vragen of moeilijkheden voordoen, dan kunt u contact opnemen met stagecoördinator Karlien Zomer. K.A.L. Zomer, MSc Studieadviseur en Stagecoördinator Psychologie Universiteit Twente Faculteit Gedragswetenschappen Onderwijs Service Centrum Postbus 217 7500 AE ENSCHEDE E-mail: K.A.L.Zomer@utwente.nl Tel: 053-4895624 Kamer: Cubicus, C114 2. Achtergrondinformatie 2.1 De omvang en plaats van de stage in het curriculum Een stage heeft betrekking op een periode waarbij de stagiair verworven kennis en vaardigheden onder leiding van diens interne en externe begeleider bij de stagebiedende organisatie in praktijk brengt. De student kan zich op deze wijze oriënteren op de arbeidsmarkt, werkervaring opdoen en het netwerk vergroten. De opleiding psychologie aan de Universiteit Twente kent geen verplichte stage binnen het curriculum. Psychologiestudenten hebben echter een zogenaamde 'vrije keuzeruimte' in het derde studiejaar van maximaal een half jaar (30EC) die ze kunnen opvullen met bijvoorbeeld vakken, een stage, of een combinatie van beide. De stage kan zodoende in deze keuzeruimte van het derde jaar van de bacheloropleiding opgenomen worden. Studenten hebben de mogelijkheid om een praktijk of onderzoekstage te doen (Hoofdstuk 3 en 4). Deze stages kunnen variëren in omvang 5, 10, 15 of 20EC. Bij zeer hoge uitzondering kan voor de onderzoeksstage een variant worden toegekend van 25 of 30 EC. 1 EC staat voor 28 uur, bij een voltijd stage is 10 EC dan 7 weken, 15 EC is 10,5 weken en 20 EC is 14 weken. Het is ook mogelijk om de EC belasting over meerdere weken te verdelen, mits aangetoond kan worden dat het totale aantal EC s aan de stage wordt besteed. 3
2.2 Regels en richtlijnen voor studenten Relevante hoofdtaak Een belangrijke voorwaarde die wordt gesteld aan de stageopdracht is dat de student in staat moet zijn om minimaal 50-80% (afhankelijk van het type stage) van de stageperiode in te vullen met een relevante psychologische hoofdtaak. Voor het uitoefenen van deze taak en het verantwoorden van beslissingen dient de student gebruik te maken van wetenschappelijke en relevante vakliteratuur. Deze hoofdtaak zal worden afgestemd tussen de student, de externe begeleider (stagebiedende organisatie), de interne begeleider (UT) evenals met de stagecoördinator. Overeenkomsten Bij aanvang van de stageperiode worden twee overeenkomsten (stageformulier 1 en stageformulier 2) getekend waarin verantwoordelijkheden, rechten en plichten zijn vastgelegd. Deze overeenkomsten worden getekend door vier partijen betrokken: de stagiair, de interne en externe begeleider en de stagecoördinator. In hoeverre een aanvullende arbeidsovereenkomst wordt afgesloten is afhankelijk van de organisatie. In sommige gevallen kunnen studenten een geheimhoudingsverklaring ondertekenen waarin wordt verklaard dat zij geen informatie over de organisatie naar buiten zult brengen. Die geheimhoudingsverklaring kan echter niet zo ver gaan dat een stageverslag niet ter beschikking komt van de opleiding. Wel kunnen er restricties gelden wat betreft de mate waarin het verslag toegankelijk is voor anderen. Stagevergoeding Met betrekking tot de stagevergoeding komen de eventuele extra kosten die voortvloeien uit de stage niet ten laste van de opleiding. Daarnaast is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat eventuele extra kosten ten laste van de stagiair komen. Extra kosten zijn die kosten die gemaakt worden boven de normale studiekosten die gelden voor de studie en verblijf aan de UT. Bij een aantal organisaties, vooral die in de gezondheidszorg en in sommige derde wereldlanden, zijn inentingen verplicht. De kosten daarvoor worden niet door de UT gedragen. Studenten dienen zelf in het contact met de stagebiedende organisatie afspraken te maken over vergoedingen. Ziekte en verzuim In geval van ziekte van de student tijdens de stageperiode wordt dit door de student onmiddellijk aan de externe begeleider en, bij langdurige ziekte, aan zijn/haar interne begeleider en de stagecoördinator gemeld. Bij langdurige ziekte of langdurig verzuim kan de externe begeleider met de student en de interne begeleider overleggen wat de consequenties zijn. Gedacht kan worden aan verlenging van de stageperiode of het niet of beperkt laten meetellen (in EC s) van de stage. Overige regels en richtlijnen die van toepassing zijn voor studenten zijn opgenomen in de stagehandleiding voor studenten. 4
3. Onderzoeksstage De onderzoeksstage is bedoeld voor studenten die kennis willen maken met het uitvoeren van onderzoek en alle praktische zaken die daarbij horen. Het is tijdens deze stage de bedoeling dat studenten meedraaien in een lopend onderzoek. Dit houdt in dat niet de gehele empirische cyclus hoeft te worden doorlopen maar dat studenten zich ook kunnen richten op een deel daarvan. Opmerking voor UT docenten: Het is niet de bedoeling dat de onderzoekstage een afgeleide of voorloper is van de bacheloropdracht. 3.1 Doelen van de onderzoeksstage Als doelstellingen voor de student gelden: Ervaring opdoen met een deel van de empirische cyclus, tenminste een van de volgende drie onderdelen van de empirische cyclus moet intensief doorlopen zijn: - dataverzameling - data-analyse - rapportage; Ervaring opdoen met de praktische kanten van het uitvoeren van een onderzoek; Ervaring opdoen in het toepassen van verworven (vak)kennis en inzichten; Cognitieve vaardigheden (leren) gebruiken voor het verwerven van nieuwe kennis en inzichten en het toepassen van de verworven kennis en inzichten; Sociale vaardigheden toepassen en verder ontwikkelen; (Leren) reflecteren op eigen functioneren, ontdekken van leemtes in het gebruik van sociale en cognitieve vaardigheden en mogelijkheden vinden om tijdens en na de stage deze leemtes aan te vullen; Oriëntatie op (de keuze van) de afstudeeropdracht en/of oriëntatie op het toekomstig beroepsveld voor psychologie studenten. 3.2 Criteria voor de onderzoeksstage; opdracht(en) en werkzaamheden De stageopdracht bestaat uit een hoofdtaak (minimaal 80% van de tijd) en neventaken of werkzaamheden. De volgende criteria gelden: Er is sprake van een duidelijke hoofdtaak die onderzoek gerelateerd is (minimaal 80% van de tijd), zodat verdieping mogelijk is (in deze handleiding verwijst het woord stageopdracht naar deze hoofdtaak- of opdracht); Voor het uitoefenen van deze hoofdtaak en het verantwoorden van beslissingen wordt wetenschappelijke en relevante vakliteratuur gebruikt De stageopdracht moet voor aanvang van de stage helder en concreet zijn; De hoofdtaak dient qua niveau in overeenstemming te zijn met de te verwachten kennis en vaardigheden waarover de student in de betreffende fase van de opleiding beschikt. De werkzaamheden die de student uitvoert moeten dus op WO-niveau zijn; Bij de hoofdtaak gaat het om een passende taak voor een psychologie student. Bij aanvullende werkzaamheden kan het gaan om allerhande klussen voor de organisatie, waarbij ervoor gewaakt wordt dat er voldoende tijd overblijft voor het vervullen van de hoofdtaak en het schrijven van het verslag; De stagewerkzaamheden die worden verricht dienen functioneel te zijn voor de organisatie De student moet zelfstandig eigen taken kunnen uitvoeren; Het logboek moet zorgvuldig worden bijhouden. 5
3.3 Criteria voor de stageplaats De opleiding heeft een aantal criteria geformuleerd waaraan minimaal voldaan zal moeten zijn, wil er van een geschikte stageplaats sprake zijn. Deze criteria zijn: De stageplaats moet binnen de faculteit GW van de UT of een externe onderzoeksinstantie ondergebracht zijn Er moet sprake zijn van een periode van in ieder geval 7 weken op dezelfde werkplek (afhankelijk van de omvang van de stage) De stagiair moet in de gelegenheid worden gesteld om de opdracht(en) binnen de stageperiode uit te voeren en het stageverslag binnen de stageperiode te schrijven Er dienen duidelijke schriftelijke afspraken te worden gemaakt tussen begeleider en stagiair over wederzijdse rechten en plichten (stageovereenkomst) Er dienen afspraken gemaakt te worden tussen organisatie en de stagiair over aspecten als: tijdelijke werkplek, werktijden, faciliteiten en voorzieningen die de organisatie biedt, regels en procedures waaraan de stagiair zich dient te houden, overlegmomenten en vormen e.a. (formulier 1) De stageplaats moet de stagiair in de gelegenheid stellen om zich ook buiten de directe werkeenheid een beeld te vormen van de organisatie, in het kader van oriëntatie op het latere beroepenveld 4. De praktijkstage De praktijkstage is bedoeld voor studenten die zich willen oriënteren op de arbeidsmarkt, werkervaring willen opdoen en kennis willen maken met het werkveld. Tijdens een praktijkstage wordt de student in staat gesteld om ervaring op te doen met de werkzaamheden van de psycholoog in een bedrijf of instelling. Naast het opdoen van praktijkervaring is het van belang dat de student zich in de praktijkomgeving op een wetenschappelijke wijze op kan stellen. Dit houdt in dat de student niet enkel participeert in de werkzaamheden van een organisatie, maar ook een deel van zijn of haar tijd benut om verdieping te zoeken middels het gebruik van wetenschappelijke en relevante vakliteratuur. Belangrijke opmerking: Een stage gericht op de het diagnosticeren, begeleiden en behandelen van cliënten is niet toegestaan. In de B3 fase hebben studenten onvoldoende kennis en vaardigheden om dergelijke werkzaamheden uit te voeren. Studenten in de masterspecialisatie Geestelijke Gezondheidsbevordering mogen wel werkzaamheden als klinisch/behandelend psycholoog uitvoeren binnen de stage in het mastercurriculum. 4.1 Doelen van de praktijkstage Als doelstellingen voor de student gelden: Ervaring opdoen in het uitvoeren van werkzaamheden van een psycholoog in het werkveld, waarbij verdieping plaats vindt door middel van toepassing van wetenschappelijke literatuur; Ervaring opdoen met het functioneren van een organisatie met alle bijbehorende processen; Ervaring opdoen in het toepassen van verworven (vak)kennis en inzichten; Cognitieve vaardigheden (leren) gebruiken voor het verwerven van nieuwe kennis en inzichten en het toepassen van de verworven kennis en inzichten; Sociale vaardigheden toepassen en verder ontwikkelen; (Leren) reflecteren op eigen functioneren, ontdekken van leemtes in het gebruik van sociale en cognitieve vaardigheden en mogelijkheden vinden om tijdens en na de stage deze leemtes aan te vullen; Oriëntatie op (de keuze van) de afstudeeropdracht en/of oriëntatie op het toekomstig beroepsveld voor psychologie studenten. 6
4.2 Criteria voor de praktijkstage; opdracht(en) en werkzaamheden De stageopdracht bestaat uit een hoofdtaak (minimaal 50% van de tijd) en neventaken of werkzaamheden. De volgende criteria gelden: Er is sprake van een duidelijke hoofdtaak (minimaal 50% van de tijd), waarbij verdieping door middel van toepassing van wetenschappelijke literatuur mogelijk is (in deze handleiding verwijst het woord stageopdracht naar deze hoofdtaak- of opdracht). Een hoofdtaak wil zeggen werkzaamheden die door een psycholoog in het werkveld uitgevoerd worden; De stageopdracht moet voor aanvang van de stage helder en concreet zijn; De hoofdtaak dient qua niveau in overeenstemming te zijn met de te verwachten kennis en vaardigheden waarover de student in de betreffende fase van de opleiding beschikt. De werkzaamheden die de student uitvoert moeten dus op WO-niveau zijn; Bij de hoofdtaak gaat het om een passende taak voor een psychologie student. Bij aanvullende werkzaamheden kan het gaan om allerhande klussen voor de organisatie, waarbij ervoor gewaakt wordt dat er voldoende tijd overblijft voor het vervullen van de hoofdtaak en het schrijven van het verslag; De stagewerkzaamheden die worden verricht dienen functioneel te zijn voor de organisatie; De student moet zelfstandig eigen taken kunnen uitvoeren; Het logboek moet zorgvuldig worden bijhouden. 4.3 Criteria voor de stageplaats De opleiding heeft een aantal criteria geformuleerd waaraan minimaal voldaan zal moeten zijn, wil er van een geschikte stageplaats sprake zijn. Deze criteria zijn: Het moet een organisatie zijn waar activiteiten plaatsvinden die passen binnen de aandachtsgebieden van de opleiding zoals neergelegd in de eindtermen; Er moet sprake zijn van een periode van in ieder geval 7 weken op dezelfde werkplek (afhankelijk van de omvang van de stage); De stagiair moet de mogelijkheid geboden worden om tijdens de stage voor overleg met de interne begeleider terug te keren naar de UT; De stagiair moet in de gelegenheid worden gesteld om de opdracht(en) binnen de stageperiode uit te voeren en het stageverslag binnen de stageperiode te schrijven; Er dienen duidelijke schriftelijke afspraken te worden gemaakt tussen organisatie en stagiair over wederzijdse rechten en plichten (stageovereenkomst); Er dienen afspraken gemaakt te worden tussen organisatie en de stagiair over aspecten als: tijdelijke werkplek, werktijden, faciliteiten en voorzieningen die de organisatie biedt, regels en procedures waaraan de stagiair zich dient te houden, overlegmomenten en vormen e.a.; De organisatie moet bereid zijn tijd te steken in de begeleiding van de stagiair en er moet aldaar een externe begeleider voorhanden zijn die tevens als aanspreekpunt voor de interne begeleider fungeert; De stageplaats moet de stagiair in de gelegenheid stellen om zich ook buiten de directe werkeenheid een beeld te vormen van de organisatie, in het kader van oriëntatie op het latere beroepenveld. 7
5. Procedures Het doel van deze handleiding is om duidelijkheid te creëren ten aanzien van wat er wordt verwacht van zowel de interne als externe stagebegeleiders. In dit hoofdstuk zijn de stageprocedures opgenomen met betrekking tot de voorbereiding van de stage, de activiteiten tijdens de stageperiode en de afronding van de stage. 5.1 Voorbereiding van de stage In het onderstaande is een weergave gegeven van alle te ondernemen stappen in de voorbereidingsfase van de stage. Het is de verantwoordelijkheid van de student om deze stappen te initiëren zodat ze goed kunnen worden doorlopen. Om een volledig beeld te schetsen van het stageproces zijn deze stappen evenals het stroomschema in het onderstaande opgenomen. 8
Stappen: Voorbereiding Stagecoördinator geeft voorlichting over stagemogelijkheden. De student bespreekt de mogelijkheden voor een stage met de stagecoördinator. De stagecoördinator controleert of de student op stage mag. Als de student op stage mag dan gaat hij op zoek naar een opdracht. Zo niet, dan moet de student eerst voldoen aan de ontbrekende eisen. Als de student een opdracht gevonden heeft dan maakt hij een afspraak met de stagecoördinator om afspraken met betrekking tot de opdracht te maken. De stagecoördinator neemt contact op met de themacoördinator waarna wordt bekeken welke docent de stage kan begeleiden. De stagecoördinator stelt de student op de hoogte van wie de stage zal begeleiden. De student zal vervolgens een afspraak maken met de interne begeleider om het e.e.a. af te spreken m.b.t. de stageopdracht. De student vult deze afspraken in op het formulier 1: voorbereiding. De student legt het ingevulde formulier 1 voor aan de stagecoördinator, de interne en externe begeleider. Als de betrokken het formulier goedkeuren wordt het ondertekend. Indien dit nog niet het geval is moet de student het formulier aanpassen en opnieuw bespreken. De student levert het ondertekende formulier 1 in bij de stagecoördinator in. De student legt de definitieve afspraken vast in formulier 2: stageovereenkomst. De student, stagecoördinator en de externe begeleider ondertekenen formulier 2. De stagecoördinator stuurt BOZ het stage aanmeldingsformulier, Formulier 1: Voorbereiding en formulier 2: Stageovereenkomst. BOZ zet de documenten in Decos. De stagecoördinator archiveert de documenten in mappen. 9
5.2 Tijdens de stage In het onderstaande is een weergave gegeven van alle te ondernemen stappen gedurende de stage. Om een volledig beeld te schetsen van het stageproces zijn deze stappen evenals het stroomschema in het onderstaande opgenomen. Stappen: Tijdens de stage De student start met de stage. De student spreekt na aanvang van de stage af met de interne begeleider. De student maakt een afspraak voor een voortgangsgesprek met de interne begeleider. De student neemt contact op met de interne begeleider als er tijdens de stage problemen optreden. De student treedt in overleg met interne en externe begeleider en de stagecoördinator. De student brengt vervolgens de betrokkenen op de hoogte en legt de nieuw gemaakte afspraken schriftelijk vast. De student stuurt een kopie van de afspraken naar de externe en interne begeleider en de stagecoördinator. BOZ neemt het document op in Decos. 10
5.3 Afronding van de stage In het onderstaande is een weergave gegeven van alle te ondernemen stappen ter afronding van de stage. Om een volledig beeld te schetsen van het stageproces zijn deze stappen evenals het stroomschema in het onderstaande opgenomen. Stappen: Afronding van de stage De student rondt het (concept) stageverslag af. De interne begeleider bekijkt het (concept) stageverslag. Als het verslag beoordeelbaar is levert de student het verslag in bij de interne begeleider (en evt. externe begeleider). Indien het verslag nog niet (voldoende) beoordeelbaar is geeft de interne begeleider de student feedback. De student verwerkt dit en levert het verslag opnieuw in. De interne begeleider maakt met student afspraak voor eindgesprek. De externe begeleider vult het evaluatieformulier (formulier 3) stagebedrijf in en stuurt dit naar de interne begeleider. De interne begeleider vult het evaluatieformulier (formulier 4) in. De student beschrijft de stage en schrijft reflectie met behulp van formulier 5 en formulier 6. De interne begeleider bespreekt de stage met de student en geeft het cijfer. 11
De student levert het stagerapport en formulier 3 t/m 6 in bij de interne begeleider en stagecoördinator. De interne begeleider stuurt het cijferbriefje naar BOZ. BOZ verwerkt het cijfer in Osiris en Decos. N.B.: Zie de bijlagen voor het beoordelingsformulier van de praktijk- en onderzoeksstage. 6. De begeleiding 6.1 Wat er wordt verwacht van de interne begeleider (UT) De voornaamste taak van de interne begeleider (UT docent) is het toezien op de wetenschappelijke kwaliteit van het stagerapport evenals het waarborgen van de stageomvang. De taken van de interne begeleider zijn: Het vooraf bespreken en afstemmen van de stageopdracht. Het is hierbij van belang dat voldoende sprake is van diepgang, dat wordt toegezien op het WO niveau van de stage, en dat wordt toegezien op de omvang (aantal EC s) van de stage. Het vastleggen van afspraken door middel van formulier 1 en 2. Het houden van een tussentijds voortgangsgesprek. De student moet voorafgaand aan dit gesprek een conceptversie van het stagerapport inleveren zodat het van commentaar kan worden voorzien. In dit korte gesprek wordt besproken wat de student tot nu toe heeft gedaan op de stage, wat hij/zij nog gaat doen, en wat nog in het verslag zal worden opgenomen. Op deze wijze kan tussentijds worden bijgestuurd mocht dat nodig zijn. Fungeren als aanspreekpunt als er tijdens de stage problemen optreden (ook stagecoördinator). Fungeren als aanspreekpunt als zich tijdens de stage inhoudelijke vragen voordoen. Het geven van feedback op het stagerapport. Het geven van een beoordeling voor de stage. Dit gebeurt op grond van het stagerapport, de opgedane ervaringen met de stagiair en op grond van formulier 3 (met daarin de mening van de stagebiedende organisatie over de stagiair) en formulier 4 (met daarin de mening van de interne begeleider over de stagiair). Het houden van een eindgesprek. Opmerking: Het is de verantwoordelijkheid van de student dat de stageformulieren (1 t/m 6) worden ingevuld en ondertekend. De student dient deze formulieren ook aan te leveren, ze zijn echter te vinden op: http://www.utwente.nl/psy/formulieren/stageformulieren/ Opmerking voor UT docenten: Voor een stage van 5EC wordt uitgegaan van 5 uur begeleiding door de interne begeleider. Voor stages van 10 t/m 20EC is dit 15 uur, en voor stages van 25 en 30EC is dit 20 uur. Dit betekent dat naar mate de stage in omvang toeneemt, ook de begeleiding intensiever zal zijn. 12
6.2 Wat er wordt verwacht van de externe begeleider (stagebiedende organisatie) De voornaamste taak van de externe begeleider is het bekend maken van de student binnen/met de organisatie evenals de dagelijkse begeleiding van de student. De externe stagebegeleider is nauw betrokken bij het leerproces van de student. De taken van de externe begeleider zijn: Het vooraf bespreken en afstemmen van de stageopdracht. Het is hierbij van belang dat de student in staat wordt gesteld om minimaal 50-80% (afhankelijk van het type stage) van de stageperiode in te vullen met een relevante hoofdtaak waarbij verdieping middels wetenschappelijke en relevante vakliteratuur mogelijk is. Het vastleggen van afspraken door middel van formulier 1 en 2. Het bekend maken van de student binnen de organisatie. Het bekend maken van de student met de organisatie. Het faciliteren van middelen en verantwoordelijkheden aan de stagiair om de doelstellingen te bereiken. Het toezien op het dagelijks functioneren van de student. Het geven van feedback aan de student. Minimaal 1x per maand dient het functioneren van de stagiair te worden besproken. Fungeren als aanspreekpunt als zich tijdens de stage praktische vragen voordoen. Contact opnemen met de interne begeleider of stagecoördinator (K.A.L. Zomer) als zich problemen voordoen. Het lezen van het stagerapport en het geven van een beoordeling voor de stage middels het beoordelingsformulier (formulier 3). Het beoordelingsformulier wordt ingeleverd bij de interne begeleider. Opmerking: Het is de verantwoordelijkheid van de student dat de stageformulieren (1 t/m 6) worden ingevuld en ondertekend. De student dient deze formulieren ook aan te leveren, ze zijn echter te vinden op: http://www.utwente.nl/psy/formulieren/stageformulieren/ 7. Het stagerapport en de afronding van de stage 7.1 Vertrouwelijkheid Indien de stagebiedende organisatie opmerkingen heeft die betrekking hebben op de vertrouwelijkheid van het totale stagerapport, dan dient de student deze in een kader op de omslag van het rapport te vermelden. Indien er opmerkingen zijn met betrekking op bepaalde onderdelen van het verslag, dan dient de student naar bevind van zaken te handelen. Vertrouwelijkheid houdt in dat het stagerapport alleen in te zien is door de interne begeleider, de stagecoördinator en eventueel leden van de visitatiecommissie. De visitatiecommissie onderzoekt kwaliteit van opleidingen. De visitatiecommissie heeft het recht tentamenvragen, bachelorwerkstukken, stageverslagen, masterscripties, etc. op te vragen. Op grond van gemaakte afspraken is de UT verplicht inzage te geven in de betreffende gegevens. 7.2 Omvang van het verslag Voor de omvang van het activiteitendeel wordt uitgegaan van maximaal 30 pagina s. Voor het reflectiedeel wordt uitgegaan van minimaal 5 en maximaal 10 pagina's eigen tekst. 13
7.3 Onderdelen van het verslag Het stagerapport bestaat uit een verslag aangevuld met de formulieren en producten waar de student aan meegewerkt heeft. In totaliteit: 1) Samenvatting 2) Activiteitendeel 3) Reflectiedeel 4) Bijlage producten 5) Bijlage formulieren Ad 1) Samenvatting Een samenvatting van de stage (korte beschrijving van de stageopdracht en/of werkzaamheden en de resultaten daarvan). Deze samenvatting kan ook worden gebruikt voor het invullen van formulier 6: Beschrijving van de stage. Vanuit de opleiding willen we de samenvattingen of een selectie daaruit op het web plaatsen, ter voorbeeld voor medestudenten en ter informatie voor geïnteresseerden. De samenvatting mag voor plaatsing op het web niet meer dan een half A4 beslaan. Ad 2) Activiteitendeel Omdat zowel voldaan moet worden aan de wensen van de stagebiedende organisatie, de student, de opleiding en bovendien rekening gehouden moet worden met het instapmoment (voorkennis), kan een stageopdracht vele vormen aannemen. Belangrijk voor de opleiding is dat duidelijk wordt welke werkzaamheden de student verricht heeft en hoe hierbij zijn/haar kennis en vaardigheden zijn gebruikt. Een verplicht onderdeel van de stage vormt het gebruik van wetenschappelijke literatuur. De student dient aan te geven welke wetenschappelijke literatuur en vakliteratuur is gebruikt om gemaakte keuzes/ handelingen en beslissingen op een goede manier te onderbouwen. In het activiteitendeel dient onderscheid te zijn gemaakt naar hoofdactiviteit op basis van de hoofdtaak (geldend voor minimaal 80%(onderzoeksstage) of 50% (praktijkstage) van de stagetijd) en nevenactiviteiten. De nevenactiviteiten kunnen ook worden benoemd als klussen doen en oriënterende activiteiten. Waar dit relevant is, dient te worden gerefereerd aan gebruikte literatuur en methoden. Ad 3) Reflectiedeel De bezinning op het stageverloop kan worden vormgeven met behulp van de hieronder genoemde indeling, aansluitend bij de stagedoelstellingen. Dit onderdeel van het stageverslag dient inzicht te bieden of de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de student aan ervaringen heeft opgedaan. Beschrijving van de organisatie; Weergeven van opgedane ervaringen in het gebruik en de toepassing van kennis en inzichten; Weergeven van opgedane ervaringen in de toepassing van sociale vaardigheden; Reflectie; Oriëntatie ten behoeve van de afronding van de bachelor en/of de start van de master en het toekomstig beroepenveld; Onderbouwd eindoordeel over de stageperiode. Ad 4) Producten Aan het verslag dienen de gemaakte producten in de vorm van bijvoorbeeld ontworpen middelen, plannen en/of onderzoeksrapporten, toegevoegd te worden. Multi-media producten kunnen op diskette of via de portfolio van de student zichtbaar gemaakt worden. Geef steeds duidelijk aan wat de betekenis en functie van de producten is, zodat de interne begeleider de producten kan beoordelen en in relatie kan brengen met de stage. 14
Ad 5) Formulieren De beoordelingsformulieren van de student, de interne en externe begeleider dienen bij het verslag te worden gevoegd. 7.4 Beoordeling De stage wordt beoordeeld met een cijfer. De beoordeling is gebaseerd op: Het inhoudelijk verslag van de activiteiten, waarbij het belangrijkste aspect het gebruik van wetenschappelijke literatuur/ vakliteratuur en de verantwoording van de gebruikte methoden en technieken is; Het functioneren tijdens de stage op grond van het oordeel van de externe begeleider, weergegeven in het beoordelingsformulier, en gebaseerd op de indruk die de interne begeleider van het functioneren van de student heeft gekregen; De opleidingsgerelateerde aspecten van de verslaggeving; Het verslag met betrekking tot de reflectie; De producten zoals toegevoegd in de bijlage; Het cijfer wordt toegekend door de interne begeleider. Bij een onvoldoende zijn er de volgende mogelijkheden: De student neemt de stage niet op als vak in zijn/haar curriculum (stage telt niet mee, EC s vervallen); De student overlegt met de interne begeleider of een aanvulling tot de mogelijkheden behoort. In dat geval kan maximaal een 6 als totaalbeoordeling worden verkregen. N.B.: Zie de bijlagen voor het beoordelingsformulier van de onderzoek- en praktijkstage. Hartelijk dank voor het begeleiden van de stage. Als zich gedurende de stageperiode onduidelijkheden, vragen of moeilijkheden voordoen, dan kunt u contact opnemen met stagecoördinator Karlien Zomer, MSc (k.a.l.zomer@utwente.nl). 15
Bijlagen 1. Beoordelingsformulier Onderzoeksstage 17 2. Beoordelingsformulier Praktijkstage 19 16
BEOORDELINGSFORMULIER ONDERZOEKSSTAGE 1. ONDERZOEK Aandachtspunten indien van toepassing: Wordt duidelijk aangegeven waar het onderzoek om gaat? Wordt duidelijk aangegeven voor welk deel van het onderzoek de student verantwoordelijk is? Probleemstelling (zijn de probleemstelling en onderzoeksvragen duidelijk weergegeven?) Operationalisatie van begrippen Literatuurstudie van voldoende omvang en niveau Theoretisch kader voldoende uitgewerkt Onderzoeksontwerp adequaat Gegevensverzameling Gegevensanalyse Conclusies Discussie Het onderzoek is van WO-niveau Maximaal te behalen punten 40 Behaalde punten 2. VERSLAG Aandachtspunten indien van toepassing: Algemeen: Opbouw Is de indeling in hoofdstukken, paragrafen, bijlagen, voetnoten, opbouw tekst logisch? Leesbaarheid en toegankelijkheid Inhoudsopgave, inleiding(en), leeswijzer, samenvatting(en), functionaliteit lay-out, illustraties. Afstemming stijl op doel Moeilijkheid, exactheid, informatiedichtheid, levendigheid, afstandelijkheid. Argumentatie Spelling Literatuurverwijzingen Specifieke onderdelen: Samenvatting Activiteitendeel Is duidelijk welke werkzaamheden de student heeft verricht en hoe hierbij zijn/haar kennis en vaardigheden zijn gebruikt? Is gebruik gemaakt van wetenschappelijke literatuur en vakliteratuur om gemaakte keuzes/ handelingen en beslissingen te onderbouwen? Is onderscheid gemaakt naar hoofd- en nevenactiviteiten? Reflectiedeel Wordt er inzicht geboden in of de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de student aan ervaringen heeft opgedaan? Producten Een product kan bijvoorbeeld een onderzoeksrapport betreffen. Maximaal te behalen punten 30 Behaalde punten 17
3. FUNCTIONEREN TIJDENS DE STAGE Aandachtspunten indien Het oordeel van de externe begeleider weergegeven in het beoordelingsformulier van toepassing: Functioneel gebruik ondersteuning begeleiders (en andere 'hulpbronnen') Zelfstandigheid Zelfbeoordeling en bijstelling Verwerken van kritiek 30 4. EINDOORDEEL/ CIJFER Behaalde punten Maximaal te behalen punten 100 Totaal behaalde punten/ eindcijfer N.B. De onderdelen hebben geen gelijk gewicht, zie de maximaal te behalen punten. 18
BEOORDELINGSFORMULIER PRAKTIJKSTAGE 1. STAGEOPDRACHT Aandachtspunten indien van toepassing: Algemeen: Opdrachtomschrijving (is de opdracht en het doel van de opdracht duidelijk omschreven?) De leerdoelen zijn duidelijk omschreven Operationalisatie van begrippen Literatuurgebruik Theoretisch kader (manier waarop kennis is toegepast) Gebruik van theorie in de praktijk Conclusies WO-niveau Indien van toepassing: Methode Gegevensverzameling Gegevensanalyse Discussie Maximaal te behalen punten 40 Behaalde punten 2. VERSLAG Aandachtspunten indien van toepassing: Algemeen: Opbouw Is de indeling in hoofdstukken, paragrafen, bijlagen, voetnoten, opbouw tekst logisch? Leesbaarheid en toegankelijkheid Inhoudsopgave, inleiding(en), leeswijzer, samenvatting(en), functionaliteit lay-out, illustraties. Afstemming stijl op doel Moeilijkheid, exactheid, informatiedichtheid, levendigheid, afstandelijkheid. Argumentatie Spelling Literatuurverwijzingen Specifieke onderdelen: Samenvatting Activiteitendeel Is duidelijk welke werkzaamheden de student heeft verricht en hoe hierbij zijn/haar kennis en vaardigheden zijn gebruikt? Is gebruik gemaakt van wetenschappelijke literatuur en vakliteratuur om gemaakte keuzes/ handelingen en beslissingen te onderbouwen? Is onderscheid gemaakt naar hoofd- en nevenactiviteiten? Is duidelijk hoe de activiteiten hebben bijgedragen tot het realiseren van de leerdoelen? Reflectiedeel Wordt er inzicht geboden in of de doelstellingen zijn gerealiseerd en wat de student aan ervaringen heeft opgedaan? Producten Een product betreft het resultaat n.a.v. de stageopdracht; bijvoorbeeld een onderzoeksrapport, een opgestelde handleiding, vragenlijst of test. Maximaal te behalen punten 30 Behaalde punten 19
3. FUNCTIONEREN TIJDENS DE STAGE Aandachtspunten indien Het oordeel van de externe begeleider weergegeven in het beoordelingsformulier van toepassing: Functioneel gebruik ondersteuning begeleiders (en andere 'hulpbronnen') Zelfstandigheid Zelfbeoordeling en bijstelling Verwerken van kritiek Maximaal te behalen punten 30 4. EINDOORDEEL/ CIJFER Behaalde punten Maximaal te behalen punten 100 Totaal behaalde punten/ eindcijfer N.B. De onderdelen hebben geen gelijk gewicht, zie de maximaal te behalen punten. 20