Toekomst Nederlandse vlag 1. Dames en heren, ik heet U allen van harte welkom op de Nieuwjaarsbijeenkomst van de KVNR. Ik ben blij, dat U in zo n grote getalen aanwezig bent. Een speciaal welkom voor de spreker van vandaag, mevrouw Lidewijde Ongering, de directeur generaal bereikbaarheid. En dat dames en heren is een ongelooflijk volle portefeuille. De DG bereikbaarheid is bijna in haar eentje verantwoordelijk voor wat vroeger het oude departement van Verkeer en Waterstaat was. Behoudens dan Rijkswaterstaat. Wij zijn daarom zeer vereerd dat U tijd heeft vrij kunnen maken in uw drukke agenda. 2. Het thema van vandaag is de vraag of er een toekomst is voor de Nederlandse vlag en toekomst voor Nederland als vestigingsland voor reders. En hoe zou die toekomst er dan uit moeten zien. Het ministerie en de KVNR zijn bezig om een brochure te maken over de kwaliteit van het Nederlandse register en het belang van de Nederlandse vlag en de Nederlandse reders voor de economie van Nederland en in het bijzonder voor de maritieme cluster. Helaas is deze brochure net niet klaar, zodat we hem niet kunnen uitreiken, maar deze zal binnenkort verschijnen. De Nederlandse vlag en reders zijn van belang voor de hele maritieme cluster, omdat alles met alles samenhangt. De cluster heeft een toegevoegde waarde van 15 miljard Euro en genereert werkgelegenheid aan 185.300 banen. We hebben het dus wel ergens over. De KVNR vindt het van het allergrootste belang, dat de Nederlandse vlag concurrerend is en aantrekkelijk voor reders om te voeren. Wij zijn zeg ik dan nog maar eens een keer, er geen voorstander van om een Europese vlag te
introduceren. Ik ben een groot voorstander van een sterk Europa, maar wat het register en de vlag betreft is het voor de gehele maritieme cluster van belang, dat Nederland de Nederlandse vlag blijft voeren. Soms hoor ik andere geluiden uit het departement van IenM en ik vind die opmerkingen niet in het belang van de BV Nederland. 3. De aantrekkelijkheid van een vlag laat zich in het kort beschrijven door: 24 uurs bereikbaarheid van de administratie; een optimaal fiscaal klimaat dat de toets van het level playingfield kan doorstaan; een inspectie die bedrijven met een goede track record honoreert en stimuleert; een stevige maritieme community; goede opleidingen en daardoor goed gekwalificeerd personeel; voldoende massa om nationaal en internationaal gezag te kunnen laten gelden; milieuregelgeving implementeren, waarbij de IMO besluitvorming leidend is; bij de piraterijbestrijding niet uit de internationale pas lopen, etc. 4. Weest u niet bang, ik ga niet al deze thema s uitputtend de revue laten passeren. Ik wil echter hier benadrukken, dat het fiscale klimaat in Nederland, voor een zo internationale bedrijfstak als de koopvaardij, van levensbelang is. De fiscale richtsnoeren worden op dit moment herzien in Europa. Het zal duidelijk zijn, dat deze moeten worden gecontinueerd. We concurreren immers met bv Singapore of de Bahama s. Daarnaast moet Nederland de fiscale mogelijkheden die Brussel biedt maximaal benutten. Dat doet Nederland nu niet. De zgn. afdrachtsvermindering is op papier 40%, maar in de praktijk 30%. Dat maakt dat Nederlandse reders onvoldoende concurrerend kunnen zijn met tal van buurlanden. Wij pleiten al jaren voor een ophoging naar
45% en vinden ook dat reders, groot en klein, daar in gelijke mate van moeten kunnen profiteren. De tonnagebelasting is voor veel rederijen het argument om zich in Nederland te vestigen. Dit is dus een onmisbaar fiscaal vestigingsinstrument. Er zijn een aantal knelpunten, zoals de rente-inkomsten tonnagebelasting die snel moeten worden opgelost. 5. Goed opgeleide mensen en goede opleidingen zijn van wezenlijk belang voor de toekomst van de gehele maritieme cluster in Nederland. Plannen van het kabinet om de Mbo-opleidingen met een jaar te verkorten baren ons grote zorgen. De opleidingseisen voor de koopvaardij zijn internationaal vastgesteld en Nederland kan niet op eigen houtje zomaar beleid gaan voeren in onze sector. De uitrusting van het maritieme onderwijs moet up to date zijn, met moderne simulatoren. Het is met een groot genoegen U te melden, dat in 2011 jaar de instroom van studenten op de zeevaartscholen bijna met 4% is gestegen ten opzicht van het jaar daarvoor. Ook het aantal basisscholen dat is bezocht in het kader van de campagne Zeebenen gezocht is overweldigend. Vorig jaar vroegen 400 scholen een gastles aan, en voor dit schooljaar zelf 500 basisscholen. Dit is een groot succes, met dank aan alle zeevarenden en ex-zeevarenden die de scholen bezoeken en de leerlingen enthousiasmeren. In 2011 zijn ook 118 jongeren meegevaren op een koopvaardijschip en 181 jongeren op de Eendracht. Kortom, de campagnes slaan zeer aan en dan is het fijn om te constateren dat het aantal studenten ook toeneemt. 6. En dan de piraterij. Vorig jaar sprak hier Joris Voorhoeve. En in de tussentijd is er heel veel gebeurd en veranderd. De Marine stelt militaire teams, VPD s, ter
beschikking in sommige gevallen. Ondanks het feit, dat we waarderen dat de Marine zijn best doet om de koopvaardij te beschermen zit Nederland op een doodlopende weg. Wij zijn het enige Europese land met een vloot van enige importantie, dat de reders niet toestaat om met gecertificeerde particuliere beveiligers te werken. Het is ook nog steeds defensie die bepaalt of een schip bescherming nodig heeft. Van de 37 aanvragen in de afgelopen drie maanden zijn er maar dertien gehonoreerd. Zeven reders trokken zich terug. We weten dat reders vaak niet de vereiste 200.000 Euro kunnen betalen, hetgeen een reden is om uiteindelijk geen gebruik te maken van de VPD s. We weten ook, dat een aantal Japanse bedrijven, die het voornemen hadden om onder Nederlandse vlag te gaan varen, dit nu niet doen, vanwege het piraterijstandpunt van de regering. Dit is echt een gemiste kans. De minister van defensie praat publiek vaak over avonturiers e.d. wanneer het gaat over privates. Maar hij weet ook, dat wij spreken over keurige certificering naar Deens of Duits model. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat wij worden gebruikt in de strijd om het voortbestaan van de marine. Laat het duidelijk zijn: wij hechten zeer aan een sterke marine! 7. Tot slot. 2012 is een jaar, waarin alle economische en financiële seinen op rood staan. Het is voor heel veel reders zwaar weer. We pleiten er daarom voor om een verantwoord tijdpad te hanteren met bv. de introductie van de 0,1% zwavel in de brandstof en zeker geen Nederlandse particularistische lastenverzwaringen voor onze sector te introduceren. Alles is nu gericht op het overleven totdat betere tijden aanbreken. Het is daarnaast een goede zaak, dat het maritieme bedrijfsleven de handdoek heeft opgepakt om Nederland Maritiem Land
een nieuwe doorstart te geven, voor een steeds groter deel op eigen kosten van de betrokken branches en bedrijven. Het gebouw de Willemswerf in Rotterdam bundelt dit jaar de kantoororganisaties van de KVNR, Scheepsbouw Nederland, HME en NML. Onder de vlag van het Maritieme House. Ik spreek de verwachting uit, dat t.b.v. een stevige ontwikkeling in de maritieme cluster nog meer partijen hierbij aansluiten. Dames en heren, Ik wens U allen nogmaals een goed 2012 toe.