Rapport Concept Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen Datum behandeling OVW i : 1 juni 2005 Kenmerk: OVW-2005-484 Aanleiding Het ministerie heeft het Overlegorgaan Goederenvervoer (OGV) advies gevraagd over het concept van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen (NVGS). Door het ministerie is reeds in een eerder stadium in klankbordgroepen met de sector gesproken over het concept van de NVGS. Voor het ministerie (DGTL) is het van belang ook de formele visie op deze materie te horen van het OGV, waarin een bredere groep maatschappelijke organisaties vertegenwoordigd is. Het OGV heeft daarom op 1 juni 2005 een themabijeenkomst gewijd aan de NVGS, waarvan de resultaten in dit rapport neergelegd zijn. Advies op hoofdlijnen 1. Algemeen - Het OGV ondersteunt het initiatief voor de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen, die een geïntegreerde visie op het vervoer van gevaarlijke stoffen geeft en past in het kader van de Nota Ruimte en Nota Mobiliteit. Het OGV onderschrijft de uitgangspunten en hoofdlijnen van de NVGS; - De voorgestelde combinatie van een risico/effect-benadering wordt door het OGV gedeeld; meer helderheid is gewenst over de gevolgen van deze benadering voor de praktijk; - Het OGV steunt het voorgestelde tweesporenbeleid als nader in te vullen toekomstbeeld. 2. Spoor 1: het managen van de spanning tussen vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen - Het basisnet dient knelpuntvrij te zijn. Indien zich op dat punt toch problemen voordoen, mogen deze niet op het bedrijfsleven afgewenteld worden; - Daarnaast moet het basisnet bestuurlijk goed beheerd worden: de organisatie van de veiligheid (crisisbeheersing) moet goed geborgd zijn, lokaal verbrokkeld beleid moet voorkomen worden en decentrale overheden zullen op het juiste moment de goede afwegingen moeten maken. 3. Spoor 2: permanente verbetering van de veiligheid - De gedachte om daar waar mogelijk voor doelregelgeving te kiezen, in plaats van middelregelgeving, verdient sympathie. Gezien het
internationale karakter van veel vervoer van gevaarlijke stoffen, is een goede (blijvende) aansluiting op internationale regelgeving van groot belang. Bedacht moet wel worden dat de relevante internationale regelgeving voornamelijk middelregelgeving is; wijziging van de methodiek vraagt derhalve ook om internationale afstemming, voorkomen moet worden dat doelregelgeving er als het ware nationaal extra vereisten bovenop legt (bijvoorbeeld door het stimuleren van zorgsystemen); - Doelregelgeving is soms duurder voor bedrijven, zeker als het bedrijfsleven alle kosten voor certificering zelf moet dragen. - Sommige deelnemers zijn van mening dat de waarde van nationale convenanten niet overschat moet worden. Mogelijk kunnen op kleine schaal wel successen geboekt worden. 4. Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda bij de NVGS zullen nog veel zaken uitgewerkt en gaandeweg opgelost moeten worden. De consequenties van de invulling van details kunnen in de praktijk groot zijn. De betrokkenheid van deelnemers bij de nadere uitwerking is cruciaal. Toelichting 1. Uitgangspunten en hoofdlijnen Twee sporenbeleid De maatschappelijke organisaties vinden de tweesporenbenadering in het beleid met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen een goede aanpak. De daadwerkelijke effectiviteit van dit tweesporenbeleid zal in hoge mate afhangen van de invulling ervan. Het vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland bevindt zich overigens naar hun oordeel reeds op een zeer hoog veiligheidsniveau, waarbij de betrokken bedrijven hun verantwoordelijkheden nemen. Betrokkenheid andere ministeries Hoewel de ministeries van VROM en V&W dezelfde visie lijken te krijgen op het vervoer van gevaarlijke stoffen, zijn er nog belangrijke knelpunten die een rechtstreekse betrokkenheid van VROM in het gesprek met de maatschappelijke organisaties wenselijk maakt. Er dient sprake te zijn van een eenduidig, op elkaar afgestemd beleid. Probleemanalyse Over de probleemanalyse (zie hoofdstuk 4 NVGS) merkt het OGV het volgende op:
- de toon van de probleemstelling is in zijn algemeenheid nogal zwaar aangezet; duidelijker dient aangegeven te worden dat het gaat over vervoer van bulkladingen van gevaarlijke stoffen, niet over gevaarlijke stoffen in het algemeen; - (inter)nationale regelgeving is in de meeste gevallen niet onduidelijk, maar de naleving ervan is het probleem; - de onderbouwing van het beeld dat geschetst wordt in hoofdstuk 2 ( Het vervoer van gevaarlijke stoffen nu en in de toekomst ) en dat gebruikt wordt feitenmateriaal voor de verdere analyse, zou sterker kunnen door bijvoorbeeld gebruik te maken van nader marktonderzoek. 2. Spoor 1: het managen van de spanning tussen vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen Inrichting basisnet De inrichting van het basisnet moet voor langere tijd gekozen worden, met het oog op de bedrijfsvoering van de betrokken bedrijven. De aansluitingen bij begin- en eindpunt op het basisnet zijn van bijzonder groot belang: dit zijn vaak de zwakke schakels, waarbij bovendien veel partijen betrokken zijn en de betreffende overheden de specifieke kennis soms missen. Ook de overslag als onderdeel van de gehele keten in het vervoer van gevaarlijke stoffen behoort tot het basisnet en moet in het basisnet meegenomen worden. Verder moet tussen de verschillende vervoerswijzen die in het basisnet opgenomen zijn een goede samenhang bestaan. In de oplossing van knelpunten moet deze samenhang behouden blijven. Oplossing knelpunten Het oplossen van knelpunten in het basisnet is met name een taak van de rijksoverheid: de betrokken ministeries moeten de knelpunten gezamenlijk oplossen. Daarnaast moet gezorgd worden voor een landelijke sturing, zodat geen lokaal verbrokkeld beleid ontstaat voor de (cruciale) aansluitingen op locale infrastructuur. Capaciteit basisnet Naast de oplossing van knelpunten speelt de vraag over de beschikbare capaciteit op het basisnet. Een realistische planning van het transport van gevaarlijke stoffen moet zorgen voor voldoende capaciteit. Bij de deelnemers bestaan met name nog vragen over de wijze waarop de capaciteit precies bepaald wordt en hoe aanpassingen plaatsvinden. Bij een mogelijk toekomstige herijking mag geen sprake zijn van een inkrimping van de beschikbare capaciteit.
Bestuurlijke organisatie Bij de inrichting van de bestuurlijke organisatie ten aanzien van spoor 1 spelen met name de volgende onderwerpen: - De voorgestelde oplossing van veiligheidsregio s wordt onderschreven, waarbij professionalisering nodig is van de crisisorganisatie. Bestuurders zullen verantwoordelijkheden waar moeten maken; - In crisissituaties moet gewerkt worden met vliegende brigades. Het kennisniveau en het lerend vermogen van van de uitvoerders (zoals hulpdiensten) zal vergroot moeten worden; - Decentrale overheden hebben uit ander beleid niet altijd belang bij (of zijn zich niet altijd bewust van) een goede afwikkeling van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Gewaarborgd moet worden dat de facto geen afwenteling op het bedrijfsleven plaatsvindt. Perceptie burgers en decentrale overheden In de communicatie naar burgers en de decentrale overheden moet goed aandacht besteed worden aan een juiste beeldvorming over het vervoer van gevaarlijke stoffen. Dit management van verwachtingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van rijksoverheid en bedrijfsleven. 3. Spoor 2: permanente verbetering van de veiligheid Gezamenlijke doelstellingen bedrijfsleven en overheid Het OGV constateert dat de doelstellingen van bedrijfsleven en overheid voor een belangrijk deel parallel lopen. Het bedrijfsleven wil tegen de laagst mogelijke kosten en met maximale flexibiliteit vervoeren, en streeft er samen met de overheid naar dit zonder ongevallen te laten plaatsvinden. Een belangrijke gezamenlijke doelstelling daarbij is de burger het vertrouwen te geven dat alle mogelijke voorzorgsmaatregelen getroffen zijn om ongevallen te voorkomen. Het is goed dat het initiatief tot verbeteringen in het vervoer door de NVGS bij het bedrijfsleven gelegd wordt. De gekozen richting is goed, ook al worden voor de korte termijn de nodige haken en ogen gezien (zie opmerkingen bij spoor 1). Doel- versus middelregelgeving Hoewel het OGV het streven naar doelregelgeving onderschrijft vanwege de grotere speelruimte die dit op middelniveau voor het bedrijfsleven kan opleveren, ziet het OGV wel een aantal belemmeringen voor de invoering ervan. Afgezien van het gevaar van stapeling van voorschriften, is het met name voor kleinere bedrijven vaak moeilijk doelregelgeving op een effectieve manier uit te voeren. Ook kan doelregelgeving in de praktijk tot hogere kosten
van het bedrijfsleven leiden, bijvoorbeeld indien de kosten voor certificering volledig op het bedrijfsleven drukken. Dialoog over permanente verbetering Van essentieel belang is dat zowel vanuit bedrijfsleven als overheid geïnvesteerd wordt in een constructieve dialoog, over de mogelijkheden tot permanente verbetering om de hierboven genoemde doelstellingen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen te bereiken. Deze permanente dialoog is eens te meer van belang, aangezien de veiligheid alleen effectief is als deze in de hele keten gewaarborgd wordt door alle betrokken partijen. Een aantal grote bedrijven uit de sector neemt inmiddels al initiatieven om de veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen te verbeteren. Kleinere bedrijven hebben voor verbetering van veiligheidssystemen en dergelijke vaak de middelen niet. Er moet nagedacht worden, hoe deze bedrijven kunnen worden geholpen hun noodzakelijke rol te spelen. Convenanten Van convenanten als instrument ter uitwerking van doelregelgeving mag mede gezien het internationale karakter van het vervoer van gevaarlijke stoffen niet al te hoge verwachtingen gekoesterd worden. Het is bijvoorbeeld niet altijd mogelijk om alle bedrijven te bereiken, aangezien zij vaak niet allemaal aangesloten zijn bij brancheverenigingen die convenanten aan kunnen gaan. Daarnaast is het ingewikkeld ook onderaannemers altijd onder de reikwijdte van convenanten te laten vallen. Ook dit punt kan onderdeel zijn van de hiervoor vermelde dialoog tussen overheid en bedrijfsleven. 4. Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda zullen veel zaken nader uitgewerkt worden. De uitwerking kan in de praktijk grote consequenties voor het bedrijfsleven hebben, bijvoorbeeld in de oplossing van knelpunten in het basisnet. Het OGV acht het van groot belang dat betrokken te blijven bij de nadere uitwerking van de NVGS. Tot slot Het OGV verzoekt de minister dit advies te betrekken bij de beleidsvorming voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het OGV zal graag een constructieve bijdrage blijven leveren in de verdere uitwerking van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen. HET OVERLEGORGAAN GOEDERENVERVOER,
mr. J.A.M. Hendrikx Voorzitter OGV i De volgende organisaties waren aanwezig bij het overleg: CBOB, CBRB, CTGG, Deltalinqs, EVO, Havenbedrijf Rotterdam, KNV, Railion, TLN, VNC, VNCI, VNPI.