Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Bertha van der Woude
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 14 januari 2015 De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Inspectie SZW (ISZW) hebben een signaal opgesteld over de relatie tussen toezicht en certificatie. Zij hebben dit signaal aangeboden aan de meest betrokken ministers. Op verzoek van de genoemde toezichthouders stuur ik dit signaal naar uw Kamer 1. Mede namens de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), beide bewindspersonen van Infrastructuur en Milieu (IenM) en de Staatssecretaris van Economische Zaken (EZ) geef ik tevens in algemene zin een kabinetsreactie op dit signaal. Voor zover het signaal ingaat op de rol van certificaten (bij het toezicht) op specifieke terreinen van wet- en regelgeving wordt uw Kamer, indien daar aanleiding toe is, door de betrokken bewindspersonen via de gebruikelijke weg nader geïnformeerd. Het kabinet hecht aan de reflectieve functie van het toezicht, waarbij periodiek wordt stilgestaan bij ontwikkelingen, kansen, risico s en bedreigingen die van invloed (kunnen) zijn op het functioneren van toezichthouders en de actieve terugkoppeling van hierbij opgedane inzichten aan het beleid. Het kabinet heeft recent in zijn reactie op de rapporten «Toezien op publieke belangen» en «Van Tweeluik naar Driehoeken» van de WRR (Kamerstuk , nr. 3) het belang hiervan onderstreept. Daarnaast is het signaal een product van samenwerking tussen rijksinspectiediensten. Het kabinet juicht toe dat inspectiediensten door samen te werken en ervaringen uit te wisselen streven naar verdere verdieping van de reflectie en verbetering van het toezicht. 1 Raadpleegbaar via kst ISSN s-gravenhage 2015 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 1
2 Samenvatting van het signaal De drie rijksinspecties hebben bij het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving in hun domeinen te maken met het werk van certificerende instellingen (CI s). Dit kan enerzijds het geval zijn omdat wet- en regelgeving soms de verplichting bevat dat bedrijven dienen te beschikken over bepaalde certificaten (de zogenoemde toelatingsvariant van certificatie). Anderzijds kunnen inspectiediensten, wanneer wet- en regelgeving geen verplichting bevat te beschikken over certificaten, bij de vormgeving van het risicogebaseerd toezicht op de naleving van wet- en regelgeving er gebruik van maken dat bedrijven beschikken over certificaten (de toezichtondersteuningsvariant van certificatie). Wanneer de beschikking over certificaten voldoende gerechtvaardigd vertrouwen biedt dat de overeenkomstige wet- en regelgeving volledig wordt nageleefd kunnen inspectiediensten beslissen hier rekening mee te houden in hun toezicht. Op deze wijze kan de beschikbare capaciteit van inspectiediensten zo effectief mogelijk worden ingezet. Dit veronderstelt goed werkende certificatiestelsels, zoals kwaliteitssystemen, binnen de private sector. Essentieel is dat de overheid moet kunnen vertrouwen op de goede werking van het systeem van certificering. De inspectiediensten geven in hun signaal aan dat certificatie inderdaad een waardevolle bijdrage kan leveren aan de naleving van wet- en regelgeving. Ze constateren echter dat in de praktijk het bezit van certificaten of keurmerken niet in alle gevallen voldoende zekerheid biedt dat de desbetreffende bedrijven de wet- en regelgeving volledig naleven. Zij concluderen daarom dat ze zich steeds kritisch moeten afvragen of certificatie voldoende zekerheid biedt over de naleving van wet- en regelgeving en of ze terug kunnen treden in hun toezicht wanneer bedrijven beschikken over bepaalde certificaten. In een aantal gevallen waarin toezichthouders meenden dat een certificaat onvoldoende zekerheid hiervoor bood, heeft overleg tussen toezichthouders en CI s geleid tot verbeteringen; in een enkel geval is gekozen om een certificaat geen rol meer te laten spelen bij het toezicht. De inspectiediensten noemen in het signaal een aantal risico s bij certificatie die de mogelijkheden van het benutten van certificaten bij het toezichtsregiem beperken. Het kan voorkomen dat controles door de CI s niet (altijd) van voldoende kwaliteit zijn of niet voldoende inzichtelijk zijn voor de toezichthouders. Ook kunnen CI s soms terughoudend zijn in het nemen van maatregelen of sancties wanneer bedrijven de certificatieeisen niet of onvoldoende naleven. Als mogelijke achtergrond hierbij wijzen de inspectiediensten erop dat CI s commerciële partijen zijn: een CI wordt door een certificaathouder betaald voor het verkrijgen van het certificaat. Daarnaast leiden ook economische omstandigheden ertoe dat er druk is op de CI s om zo goedkoop mogelijk te werken, waardoor de kwaliteit van controles onder druk kan komen te staan. Voorts wijzen de inspectiediensten er op dat de informatie-uitwisseling tussen rijkstoezichthouders en CI s niet altijd voldoende is. Ook stellen zij dat certificatie niet geschikt is om fraude en andere malafide praktijken aan te pakken. Certificatie kan dus niet in de plaats van nalevingstoezicht en handhaving komen. De inspectiediensten hebben gezamenlijk een aantal criteria geformuleerd die ze gebruiken als uitgangspunten en leidraad voor het maken van afspraken met private partijen over aangepast toezicht op basis van certificatie. Deze leidraad stelt hen in staat om te toetsen of een certificeringsstelsel voldoende waarborg biedt om bij hun toezicht er op te kunnen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 2
3 vertrouwen en biedt aangrijpingspunten voor het ondernemen van verbeteringsacties. Beleidsreactie Certificatie is het geheel aan activiteiten op grond waarvan een onafhankelijke, deskundige en betrouwbare instelling (CI) vaststelt en schriftelijk kenbaar maakt dat er een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een duidelijk omschreven object (een product, proces, systeem of de vakbekwaamheid van een persoon) voldoet aan vooraf gestelde eisen. Daarbij kan certificatie al dan niet onder accreditatie plaatsvinden. Indien er sprake is van geaccrediteerde certificatie is de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en de deskundigheid van CI s geborgd door accreditatie van de Raad voor Accreditatie (RvA) of een andere erkende accreditatieinstantie. Bij certificatie gaat het om een private samenwerking tussen twee partijen: de CI en het betreffende bedrijf. Het gaat hierbij nadrukkelijk niet om de keurmerken zoals aangegeven in de brief van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 14 november 2014 (Kamerstuk , nr. 196). Over de uitkomsten van het onderzoek van IenM en de Autoriteit Consument & Markt over keurmerken wordt uw Kamer separaat geïnformeerd. Zoals hierboven beschreven kan de overheid op verschillende manieren gebruik maken van certificatie. Ten algemene concluderen de inspectiediensten dat certificatie bij het toezicht toegevoegde waarde kan hebben. Certificatie kan het toezicht evenwel niet vervangen. Ik onderschrijf deze conclusies volledig: toezicht en certificatie zijn twee verschillende zaken. Zoals bedrijven verantwoordelijk zijn voor de naleving van wet- en regelgeving, zo zijn inspectiediensten verantwoordelijk voor het toezicht hierop. Wanneer bedrijven certificaten bezitten, houdt de verantwoordelijkheid van toezichthouders niet op. Wel kan dit een rol spelen bij het effectiever en efficiënter inrichten van het (risicogebaseerde) overheidstoezicht. Per stelsel moet worden bekeken hoe het publieke toezicht en de certificatie het beste op elkaar kunnen aansluiten. De uitdaging hierbij is dat er geen onnodige (dubbele) lasten ontstaan en er tegelijkertijd wel voldoende toezicht is om de naleving van wet- en regelgeving effectief te borgen. De inspecties geven voor de door hen in dit signaal betrokken stelsels aan dat de ervaringen met certificatie wisselend zijn. Het signaal is gebaseerd op een risicogestuurde selectie van bedrijven en is daarmee dus niet representatief voor hele sectoren. Er kan dus geen conclusie getrokken worden over de mate waarin geconstateerde risico s zich voordoen in gehele sectoren en of dat in alle sectoren het geval zal zijn. Dit neemt niet weg dat, als in een bepaald geval certificatie onvoldoende functioneert, zal moeten worden bekeken hoe dit kan worden verbeterd. Hierbij is het allereerst nodig om te onderzoeken of er een relatie is tussen gesignaleerde tekortkomingen en het certificaat. Een certificaat heeft namelijk een eigen reikwijdte. Indien de tekortkomingen in naleving van de wet- en regelgeving die de inspectie constateert niet door het certificaat worden afgedekt kunnen die tekortkomingen natuurlijk niet worden toegerekend aan het betreffende certificaat. Van geval tot geval, onder andere afhankelijk van de variant van certificatie, kunnen de noodzakelijke verbeteringen verschillen. Als in de toelatingsvariant de eis te beschikken over een certificaat naar de mening van inspectiediensten onvoldoende zekerheid biedt dat de hiermee beoogde doelen van de wetgever worden gediend, is uiteraard wenselijk dat inspectiediensten hieromtrent hun ervaringen delen met degenen die verantwoordelijk zijn voor de wet- en regelgeving. Bij de toezichtonder- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 3
4 steuningsvariant kan de inspectiedienst in overleg met betrokken private partijen bezien hoe de ondersteuning van het certificaat aan het toezicht verbeterd kan worden. Zo zou er bijvoorbeeld aanleiding kunnen zijn voor de schemabeheerder 2 om een certificatie schema 3 aan te passen wanneer de reikwijdte van het certificaat niet overeenkomt met de betreffende weten regelgeving, of voor de normeigenaar om de norm aan te passen als die onvoldoende aansluit bij wat volgens de inspectiediensten wenselijk is. Ook kunnen inspectiediensten, indien er sprake is van geaccrediteerde certificatie, over hun bevindingen met de RvA overleggen, zodat de RvA bij controles van CI s extra aandacht aan bepaalde zaken kan besteden om zo de kwaliteit van de certificatie te bevorderen. Of, indien er nog geen sprake is van geaccrediteerde certificatie, er kan gekeken worden of het stelsel onder accreditatie gebracht kan worden. De door de inspectiediensten opgestelde leidraad met criteria kan een goed hulpmiddel zijn bij het onderzoek hoe in een specifiek stelsel overheidstoezicht en certificatie het best op elkaar kunnen aansluiten. Gezien de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor naleving van wet- en regelgeving verwacht ik van het bedrijfsleven een constructieve houding in een dergelijk overleg. De inspectiediensten wijzen ook op het belang van goede informatieuitwisseling tussen CI s en inspectiediensten voor een effectieve en efficiënte samenwerking. Volgens de inspectiediensten zijn er juridische belemmeringen voor de uitwisseling van informatie. Zij pleiten daarom voor aanpassing van wetgeving. Ook binnen de bestaande juridische kaders zijn er echter mogelijkheden voor verbetering van de informatie-vergaring door inspectiediensten. Indien een CI bepaalde informatie niet kan delen, kan een inspectiedienst bijvoorbeeld zelf informatie opvragen bij de certificaathouders. Ik roep de inspectiediensten daarom op om eerst in overleg met betrokken private partijen de mogelijkheden voor verbetering van de informatie-vergaring goed te verkennen. Hierbij doe ik ook een beroep op het bedrijfsleven om zich in te spannen om verbeteringen in de informatie-uitwisseling mogelijk te maken. Meer in het algemeen merk ik nog op, dat bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor een zo goed mogelijke aansluiting tussen toezicht en certificatie een juist begrip moet bestaan van de eigen rol en verantwoordelijkheid van CI s. CI s kunnen en mogen niet worden beschouwd als een uitvoerende dienst van de toezichthouders. Anders dan bij het overheidstoezicht hebben de CI en de certificaathouder een horizontale verhouding. Certificatie is meer gericht op een proces van continue verbetering, terwijl overheidstoezicht gericht is op formele handhaving van wettelijke eisen. Tot slot In 2003 heeft het kabinet een standpunt over het gebruik van certificatie en accreditatie in het kader van overheidsbeleid vastgesteld (Kamerstuk , nr. 1). Inmiddels is verordening (EG) Nr. 765/2008 van het Europees parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 van kracht geworden. Deze verordening reguleert de accreditatieinfrastructuur op Europees niveau. Door het van kracht worden ervan is 2 De schemabeheerder is de partij die, samen met de belanghebbenden en deskundigen, een certificatieschema opstelt en onderhoudt. 3 Een certificatieschema bevat de eisen aan het te certificeren object en beschrijft tevens op welke manier de CI s bepaalde controles moeten uitvoeren. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 4
5 het kabinetsstandpunt uit 2003 niet meer geheel actueel. Ik streef er daarom naar uw Kamer begin 2015 een nieuwe versie van dat kabinetsstandpunt te sturen. Het signaal van de inspectiediensten zal ik bij die actualisatie betrekken. De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 5
Accreditatie: zelfregulering en toezicht
Accreditatie: zelfregulering en toezicht (Hoe) Kan accreditatie het publiek belang dienen? Conferentie RvA, 9 juni 2016 Professor Philip Eijlander (hoogleraar staats- en bestuursrecht Tilburg Law School
Conformiteitsbeoordeling en accreditatie
Conformiteitsbeoordeling en accreditatie Beschrijving instrument Met conformiteitsbeoordeling wordt beoordeeld of een product, dienst, persoon, ontwerp of een systeem voldoet aan bepaalde vooraf gestelde
Factsheet Accreditatie en certificatie. Beschrijving instrument
Factsheet Accreditatie en certificatie Beschrijving instrument Terminologie Certificatie (ook wel certificering genoemd) omvat het geheel van activiteiten op grond waarvan een onafhankelijke, deskundige
4. De toetsing vindt of individueel (per systeem of schema) plaats of breder (per sector, groep, formule).
Criteria voor toezichtondersteuning door private kwaliteitssystemen Introductie Omdat de overheid moet zorgen voor een passende infrastructuur voor nalevingstoezicht, opsporing en vervolging in het kader
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg
Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit de Inspectie voor de Gezondheidszorg Afspraken tussen de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport over de wijze
Bijlage Signalering certificering en toezicht
Bijlage Signalering certificering en toezicht De Inspectie SZW, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) kunnen, bij de uitoefening van hun wettelijke
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 26 991 Voedselveiligheid Nr. 424 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Waarborg of schone schijn. Hoe effectief is certificering?
Waarborg of schone schijn Hoe effectief is certificering? Presentatie effectiviteit certificering: Meike Bokhorst (projectmedewerker toezicht WRR) Paneldiscussie: Jeroen Buckens (teamleider certificering
Bijlage II: Criteria voor acceptatie van kwaliteitssystemen door de NVWA
Bijlage II: Criteria voor acceptatie van kwaliteitssystemen door de NVWA NVWA, vastgesteld 4 juni 2014 Introductie Omdat de overheid moet zorgen voor een passende infrastructuur voor nalevingstoezicht,
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning
Dit samenwerkingsconvenant vervangt het Samenwerkingsprotocol tussen de AFM en de NZa van 10 september 2007;
Samenwerkingsconvenant tussen de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) inzake de samenwerking en de uitwisseling van informatie met betrekking tot toezicht
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 538 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 9099 14 februari 2017 Regeling van de Minister van Economische Zaken van 10 februari 2017, nr. WJZ / 16108877, tot wijziging
Private kwaliteitsborging bezien vanuit een andere sector Metatoezicht op voedselveiligheid
Private kwaliteitsborging bezien vanuit een andere sector Metatoezicht op voedselveiligheid Tetty Havinga ([email protected]) Platform BWT Grote Gemeenten + 4 juni 2015 Verschillende hoofdvormen toezicht
^chnft van het antwoord! Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Infrastmctmir en Milieu
^ste auteur, denkt u a a n h e t ^chnft van het antwoord! Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Infrastmctmir en Milieu > Retouradres Postbus 16191 2500 BD Den Haag De Gemeenteraad van de
Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit
Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.1.2146 Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit bronnen Brief staatssecretaris van Financiën aan Tweede Kamer d.d. 5.11.2010 nr. 22, behorende bij kamerstuk 32130
TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015
TRIPARTIETE OVEREENKOMST 2015 Partijen, De Minister voor Wonen en Rijksdienst en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan en vertegenwoordiger van
Het nieuwe stelsel van wettelijke arbo-certificaten
Het nieuwe stelsel van wettelijke arbo-certificaten Certificatie bij arbeidsomstandigheden valt of staat bij heldere eisen en controle Liften, drukvaten, houtbewerkingmachines en drukvaten zijn gevaarlijke
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag De President van de Algemene Rekenkamer Postbus 20015 2500 EA Den Haag Betreft Bestuurlijke reactie
Certificering: Waar komen we vandaan, waar staan we nu?
Certificering: Waar komen we vandaan, waar staan we nu? Joost Kuggeleijn (OCW, E&K) Marjolein Verschuur (OCW, RCE) SIKB velddag, 14 juni 2016 Inhoud presentatie Certificering in de Erfgoedwet Overgangsrecht
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF
Toezicht op Asbest. Betrokken Partijen
Toezicht op Asbest Betrokken Partijen IenM SZW Ascert RvA Omgeving Examenin stellingen Aedes VIA RWS VOAM - VKBA Omgevings diensten Gemeenten Politie / OM Fenelab VVTB VAVB VERAS VOC / CKI s VOA RGD Vastgoed
De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.
Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking
Vragen en antwoorden toezichtondersteunende private kwaliteitssystemen Versiedatum: 13 september 2016
Vragen en antwoorden toezichtondersteunende private kwaliteitssystemen Versiedatum: 13 september 2016 Korte inleiding In 2014 heeft de Taskforce Voedselvertrouwen een set criteria opgesteld waaraan private
Doelstellingen van het Nationaal Plan en algemene strategie van de toezichthouders.
Nationaal Plan Markttoezicht Producten 2013 en 2014. Algemeen Deel. Inleiding. Het nationale plan markttoezicht Producten wordt opgesteld om invulling te geven aan de verplichting uit Verordening (EC)
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Ministerie van Plesmanweg 1-6 2597 JG Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den
Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG
Post Bits of Freedom Bank 55 47 06 512 M +31 613380036 Postbus 10746 KvK 34 12 12 86 E [email protected] 1001 ES Amsterdam W https://www.bof.nl Ivo Opstelten Minister van Veiligheid en Justitie Postbus
Stelselwijzing arbo-certificaten en de gevolgen voor asbest
Stelselwijzing arbo-certificaten en de gevolgen voor asbest Alleen gecertificeerde bedrijven en personen mogen met asbest werken. De certificatieeisen zijn verbeterd, waardoor de controle op de naleving
Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces?
Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Versie 1.0 Datum 2 april 2014 Status Definitief Colofon ILT Ministerie van Infrastructuur en Milieu Koningskade 4 Den Haag Auteur ir. R. van Dorp
Toezicht kermisattracties
Toezicht kermisattracties Inspectieresultaten van 2016 De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt toezicht op de naleving van de veiligheidsregels door kermisexploitanten. Deze controles zijn
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 21 501-21 Jeugdraad Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Schema s en schemabeheerders
Raad voor Accreditatie Schema s en schemabeheerders Wijzigingen per 1.1.2017 Ed Wieles, RvA Agenda Toelichting op het waarom van de wijzigingen; Wijzigingen in T033; Validatie; Introductie van BR012 en
Stichting Normering Arbeid
2014 Stichting Normering Arbeid Dé norm voor betrouwbaarheid! Een stevig keurmerk Het jaar 2014 heeft vooral in het teken gestaan van het pakket van verbetermaatregelen dat door SNA met sociale partners
Toekomst voor verzekeraars
Position paper Toekomst voor verzekeraars Position paper ten behoeve van het rondetafelgesprek op 11 juni 2015 van de vaste commissie voor Financiën van de Tweede Kamer naar aanleiding van het rapport
Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Implementatie kwaliteitswet zorginstellingen (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 961, nrs.
Algemene Rekenkamer BEZORGEN Lange Voorhout 8 Voorzitter van de commissie voor Postbus 20015 de Rijksuitgaven 2500 EA Den Haag T 070 3424344 Binnenhof 4 070 3424130 DEN HAAG e [email protected]
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 23 maart 2015 Betreft Inzet huishoudelijke hulp toelage
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk
Regeling houdende nadere regels ten aanzien van explosieveilig materieel
(Tekst geldend op: 11-03-2015) Regeling houdende nadere regels ten aanzien van explosieveilig materieel De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Gelet op de artikelen 4, vijfde en zesde
NVBR Certificatie van Brandbeveiligingssystemen
NVBR Certificatie van Brandbeveiligingssystemen Voorwoord De brandweer heeft een belangrijke taak als het gaat om het borgen van veiligheid. Dat geldt zeker ook in situaties waarbij de kwaliteit van brandbeveiligingssystemen
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2551 XP Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340 78
OHSAS certificaat voor het waarborgen van veiligheid
OHSAS 18001-certificaat voor het waarborgen van veiligheid > continue verbetering > voordelen > internationaal erkende norm > eigen verantwoordelijkheid > compleet arbo- en veiligheidsmanagementsysteem
2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE
> Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4
Kies voor. CERCAT gecertificeerde. catering
Kies voor CERCAT gecertificeerde catering Uitgave en redactie: Stichting Certificatie Contractcatering, Gorinchem Vormgeving: BURO18 communicatie bv, Gorinchem Fotografie: Henk de Graaf Fotografie, Leiderdorp
