HALLO WERELD WERKSTUK Opdracht Maak een werkstuk over China, het onderwerp van het boek De Parel en De Draak. Beschrijf verschillende aspecten van het land en maak je werkstuk zo afwisselend mogelijk. De bedoeling van een werkstuk is te laten zien hoe je zelf informatie (die je hebt gelezen en gezien) ordent en schriftelijk verwerkt. De 5 stappen Je maakt je werkstuk in 5 stappen. Elke stap is even belangrijk en wordt beoordeeld. De werkbladen die je bij de verschillende stappen moet gebruiken, vind je op je website. Bij elke stap staat beschreven wanneer je de werkbladen in moet leveren. Stap 1: Beslissen wat je precies gaat onderzoeken. Lees verder bladzijde 2. Stap 2: Verzamelen van bronnen. Lees verder bladzijde 4. Stap 3: Lezen, leren, schrijven, observeren en opnemen. Lees verder bladzijde 6. Stap 4: Schrijven van je werkstuk. Lees verder bladzijde 7. Stap 5: Reflecteren. Lees verder bladzijde 9. 1
Stap 1: Beslissen wat je precies gaat onderzoeken Hoe lang kun je hierover doen? 2 weken Je gaat niet zo maar beginnen aan je werkstuk. Je gaat eerst voor jezelf bedenken wat je precies wilt onderzoeken. Dus, welke aspecten van China wil je in je werkstuk uitgebreid beschrijven? Dit is de brainstorm-fase. Je doet dit op dezelfde manier als je bij de Zoekopdrachten in Edusuite hebt gedaan; met een mindmap en sleutelwoorden. Opdracht A: Brainstormen Maak een mindmap van de aspecten van China die je zou willen en/of kunnen onderzoeken. Beschrijf hier dingen die je al weet van China, maar ook dingen waar je meer over te weten zou willen komen. Denk zo breed mogelijk. Dat betekent dat je zoveel mogelijk verschillende dingen moet opschrijven. Maak je mindmap zo uitgebreid mogelijk. Denk bij elk aspect ook weer verder; wat zou je van dat bepaalde aspect verder te weten willen komen? Gebruik werkblad 1 om de mindmap te maken Inleverdatum: 15 oktober 2012 Voorbeelden van goede mindmappen: 2
Opdracht B: Sleutelwoorden Kies uit je mindmap minimaal 6 sleutelwoorden die je gaat gebruiken bij je verdere onderzoek naar China. Gebruik werkblad 2 om de sleutelwoorden te inventariseren. Inleverdatum: 15 oktober 2012 Opdracht C: Vragen Bedenk nu (minimaal) twee vragen die je gaat beantwoorden in je werkstuk. Dit zijn dus de kernpunten van je werkstuk. Gebruik werkblad 2 om je vragen op te schrijven Inleverdatum: 15 oktober 2012 3
Hoe lang kun je hierover doen? 2 weken Stap 2: Verzamelen van bronnen Je gaat nu bronnen verzamelen. Je gaat op zoek naar boeken, websites, artikelen, verhalen, etc die je kunt gebruiken bij het maken van het werkstuk over China. Probeer weer zo breed mogelijk te kijken. Kijk op internet, zoek in de bibliotheek op school, gebruik De Parel en de Draak. Maar misschien ken je wel iemand uit China, die je zou kunnen interviewen. De piramide van bronnen Persoonlijke ervaringen/ experimenten Experts/ interviews Tours/ bezoekjes Websites/ internetbronnen Tijdschriften Boeken Encyclopedieën 4
Er zijn heel veel verschillende bronnen te vinden. Je kunt bronnen voorstellen als een piramidevorm (kijk op de vorige bladzijde). Hoe hoger in de piramide, hoe specifieker de informatie (en wellicht hoe beter de antwoorden op de vragen die je in je werkstuk wilt beantwoorden). In een encyclopedie kun bijvoorbeeld vooral algemene informatie vinden, terwijl eigen ervaringen heel specifieke informatie bevatten. Probeer zoveel mogelijk soorten bronnen te vinden en te gebruiken. Opdracht D: Maak een lijst van mogelijke bronnen Maak een lijst van bronnen die je zou kunnen gaan gebruiken voor het maken van je werkstuk. Verzamel boeken in de bibliotheek van school, surf op internet en zoek goede websites, print of kopieer artikelen uit tijdschriften, bekijk informatieve televisieprogramma s, verzamel de namen en informatie van experts (bijvoorbeeld een persoon uit China, iemand die veel verstand heeft van China, etc), plan bezoekjes aan musea (bijvoorbeeld het Museum van Volkenkunde in Hamburg, http://www.voelkerkundemuseum.com/), etc... Let erop dat je voldoende verschillende bronnen hebt. Maak hele gedetailleerde aantekeningen van alle mogelijke bronnen. Als je ze in je werkstuk gaat gebruiken, moet je dat aan het eind van je werkstuk vermelden. Het is dus handig om dat direct van het begin af aan goed op te schrijven, dat scheelt je straks veel tijd. Pas op met Wikipedia! Je weet nooit hoe betrouwbaar die informatie is. En vergeet niet: illustratiemateriaal is ook erg belangrijk. Hoe beslis je of je een bron kan gebruiken? Deze vragen kunnen je hierbij helpen... Kun je het lezen en begrijp je wat je leest? Geeft je bron voldoende informatie om de vragen uit je werkstuk te beantwoorden? Bevatten je bronnen illustraties en diagrammen? Heb je genoeg verschillende bronnen om te vergelijken? Heb je genoeg bronnen of moet je nog verder kijken? Gebruik werkblad 3 om alle gevonden bronnen op te schrijven. Inleverdatum: 29 oktober 2012 5
Stap 3: Lezen, leren, schrijven, observeren en opnemen Hoe lang kun je hierover doen? 3 weken In deze stap ga je alle informatie die je hebt verzameld bestuderen. Je brengt eventuele bezoekjes, interviewt mensen, etc. Je maakt heel veel aantekeningen van de informatie die je leest, programma s die je bekijkt, websites die je bezoekt. Je schrijft alles op waarvan je denkt dat je dat kunt gebruiken in je werkstuk. Deze fase is heel belangrijk; in de volgende fase (als je je werkstuk gaat schrijven) hoef je dan de informatie alleen nog te ordenen en netjes op te schrijven. In deze fase beslis welke informatie je daadwerkelijk gaat gebruiken. Blijf terugkijken naar de sleutelwoorden en vragen van fase 1; dat is de kern van je werkstuk. Opdracht E: Bestudeer de bronnen en maak een bibliografie Je leest alle bronnen en maakt een keuze welke informatie je gaat gebruiken. Daarvan maak je aantekeningen. Maak vervolgens een bibliografie van de bronnen die je daadwerkelijk gaat gebruiken in je werkstuk. Een bibliografie is een overzicht van de bronnen die je gebruikt hebt voor je werkstuk. Gebruik werkblad 4 om een bibliografie. Inleverdatum: 19 november 2012 6
Hoe lang kun je hierover doen? 3 weken Stap 4: Schrijven van je werkstuk Nu ga je je werkstuk schrijven. Hiervoor gebruik je de aantekeningen die je gemaakt hebt bij stap 3. Zoals ik al eerder gezegd heb, blijf denken aan de sleutelwoorden en de vragen uit stap 1. In je werkstuk ga je antwoord geven op je vragen. Een aantal dingen waar je goed op moet letten: Illustraties; gebruik illustraties om je tekst te verduidelijken. Zorg ervoor dat de plaatjes niet te dicht bij de tekst staan. Geef bij elk plaatje uitleg wat er te zien is (oftewel; geef bij elke illustratie een bijschrift). Spelling, zinsbouw en interpunctie; schrijf eerst de tekst in het klad. Controleer daarna de tekst op spelling, zinsbouw en interpunctie. Een woordenboek gebruiken is hierbij erg handig. Denk aan de hoofdletters, punten en komma s! Laat je teksten door iemand meelezen en verwerkt zijn/ haar tips. Vertrouw niet blindelings op de spellingcontrole van je computer. Taalgebruik; schrijf niet zo maar letterlijk uit een boek over. Kopieer ook nooit hele stukken van een website in je werkstuk. Dit is plagiaat! Gebruik zoveel mogelijk je eigen taal. Maak er jouw eigen werk(stuk) van. Informatie; probeer te vermijden dat je alleen maar beschrijvend bezig bent. Dat is voor een lezer heel saai. Vertel bijzonderheden, leg dingen uit of verklaar iets. Hoe lang?; De gemiddelde lengte van een werkstuk is 10 pagina s. Vooral bij je hoofdstukken (dus de beschrijving van de aspecten/ onderwerpen over China) mogen je bladzijden niet half vol zijn. Beschrijf minimaal 1 pagina per aspect. Let ook op een goede verhouding tekst-illustraties. De tekst is belangrijker. De illustraties dienen ter ondersteuning van je tekst. Je mag nooit meer illustraties dan tekst hebben. Opdracht F: Maak je werkstuk in Word Waaruit bestaat je werkstuk? 1. Titelblad:!! Hiervoor gebruik je de voorkant van je werkstuk. Er moet!!! duidelijk staan wat de titel van je werkstuk is. Je kunt deze pagina!!! mooi maken met illustraties, foto s ed. 3. Inhoudsopgave:! Hierin staat de verdeling van de hele tekst van je onderwerp in!!! hoofdstukken met de titels van de hoofdstukken. Vermeld de!!! paginanummers erbij. 4. Inleiding:!! Op deze pagina vertel je waarom je dit onderwerp hebt gekozen!!! en waarover je het vooral gaat hebben, zodat de lezer weet wat hij 7
!!! kan verwachten. Hierbij beschrijf je de sleutelwoorden en vragen uit!!! stap 1. 5. Hoofdstukken:! Nu begin je aan het belangrijkste: alles wat je de lezer wilt vertellen!!! over je onderwerp. Je begint natuurlijk met de titel van het hoofdstuk!!! (dezelfde als bij de inhoudsopgave). 6. Afsluiting:!! Maak op een leuke manier een einde aan je werkstuk. Geef je mening!!! over je onderwerp. Beantwoord de vragen uit stap 1 (en de inleiding!!! van je werkstuk). 7. Bronnen:!! Helemaal aan het eind van je werkstuk vermeld je welke bronnen je!!! hebt gebruikt. Gebruik de bibliografie uit stap 3. Inleverdatum: 10 december 2012 8
Stap 5: Reflecteren De allerlaatste stap van je werkstuk is een zelfreflectie. Opdracht G: Schrijf een zelfreflectie in Word Schrijf een zelfreflectie van minstens 300 woorden. Beschrijf uitgebreid de volgende dingen: Wat heb je ervan geleerd? Wat waren nieuwe dingen waar je achter bent gekomen? Hoe vond je het maken van het werkstuk? Waar ben je trots op? Wat had beter gekund? Hoe zou je het de volgende keer aanpakken? Wat zou je anders doen? Heb je nog leuke tips? Vraag een meelezer (je vader, je moeder of iemand anders) naar hun mening. Kijk of je het hiermee eens bent. Stuur je zelfreflectie samen met je werkstuk uit stap 4 naar mij op. Inleverdatum: 10 december 2012 9