RAADSINFORMATIEBRIEF ^ 13R.00099 ^ gemeente WOERDEN Van college van burgemeester en wethouders Datum 16 april 2013 Portefeuillehouders) : J.I.M. Duindam Portefeuille(s) : Duurzaamheid en milieu Contactpersoon C. de Heer Tel.nr. 06-22664707 E-mailadres heer.c@woerden.nl Onderwerp: Artikel 40-vragen Wet dieren Kennisnemen van: Antwoord van college van burgemeester en wethouders Inleiding: Op 18 maart 2013 heeft uw lid de heer Ane van Ekeren van de fractie Inwonersbelangen ons college vragen ex artikel 40 van de Gemeentewet gesteld. De heer Van Ekeren is benieuwd hoe ons college denkt vorm te geven aan de gevolgen van de Wet dieren 31.389 (verder Wet dieren.) De Wet dieren is per 1 januari 2013 van kracht geworden. Kernboodschap: De heer Van Ekeren heeft ons college zeven vragen gesteld: 1. Bent u bekend met deze nieuwe Wet dieren? 2. Geeft deze wet aanleiding tot het aanpassen van de APV? 3. Is er extra handhaving van gemeentewege noodzakelijk om deze wet goed uit te voeren? 4. Geeft deze wet aanleiding om regels die binnen gemeentelijke afdelingen gebruikt worden aan te passen? 5. Verwacht u dat extra inzet van personeel nodig is om deze nieuwe wet uit te voeren? 6. Wordt de gemeente op de hoogte gehouden van handhaving van het ministerie EZ? 7. Ziet het college het als haar taak om inwoners in te lichten over deze nieuwe wet? Dit zijn onze antwoorden op de vragen: 1. Bent u bekend met deze nieuwe Wet dieren? Ja. Op 1 januari 2013 is de Wet dieren in werking getreden. De wet is een raamwet. Dat betekent dat hij zelf een beperkt aantal regels stelt en daarnaast de mogelijkheid biedt om allerlei zaken over en voor dieren te regelen in Algemene Maatregelen van Bestuur en ministeriële regelingen.
De volgende bestaande wetten gaan op in de Wet dieren, en komen fasegewijs te vervallen: - Gezondheids- en welzijnswet voor dieren - Diergeneesmiddelenwet - Wet op de dierenbescherming - Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 Vanaf 1 januari 2013 zijn al een paar van de nieuwe maatregelen ingegaan. De eerste besluiten onder deze nieuwe wet zijn het Besluit diergeneesmiddelen en de Regeling diergeneesmiddelen. Deze stellen met name regels voor fabrikanten en handelaren en ook (tijdelijk) voor het gebruik van diergeneesmiddelen door de dierenarts en de houder van het dier. Dit in afwachting van het Besluit diergeneeskundigen en de Regeling diergeneeskundigen. Andere maatregelen die al op 1 januari van kracht zijn, zijn: Invoering van een aantal toegezegde maatregelen in het kader van het antibioticumbeleid. Vanaf 1 januari 2013 hoeven niet alle diervoeders te worden aangemeld die worden geïmporteerd uit landen buiten de Europese Unie. De aanmelding wordt beperkt tot specifieke risicoproducten. De markt voor destructie van dode dieren wordt geliberaliseerd. Zie Bijlagen C. en D. bij deze raadsinformatiebrief. 2. Geeft deze wet aanleiding tot het aanpassen van de APV? Nee. De Wet dieren vervangt bestaande wetten. Deze wetten blijven geldig tot opname in de Wet dieren. Taken en bevoegdheden van de gemeente zijn niet gewijzigd. Wij hebben ook niet de verwachting dat de nieuwe wet zal leidt tot wijzigingen in de rol van de gemeente. In bijlage B. leest u de artikelen uit onze Algemene Plaatselijke Verordening 2011 die over dierenwelzijn gaan. 3. Is er extra handhaving van gemeentewege noodzakelijk om deze wet goed uit te voeren? 4. Geeft deze wet aanleiding om regels die binnen gemeentelijke afdelingen gebruikt worden aan te passen? 5. Verwacht u dat extra inzet van personeel nodig is om deze nieuwe wet uit te voeren? Nee, op alle drie de vragen. De gemeente heeft verantwoordelijkheden op het gebied van dierenwelzijn. De rol van de gemeente is echter beperkt en ligt vooral in de voorwaardenscheppende sfeer. Gemeenten zijn uitsluitend bevoegd aanvullende regelgeving vast te stellen om hinder en overlast voor de burger te voorkomen en te bestrijden, de volksgezondheid te bewaken en de openbare orde te handhaven. Dit gebeurt al, en hierin verwachten wij door de Wet dieren geen verandering. We onderzoeken nog of onze destructieverordening moet worden aangepast. Wij denken van niet. Bij andere gemeenten hebben wij geen nieuwe verordeningen gezien. Uw raad wordt hierover nog door ons geïnformeerd. In de bijlage A. leest u de huidige taken en bevoegdheden van gemeenten die binnen de nieuwe wet vallen of gaan vallen. 6. Wordt de gemeente op de hoogte gehouden van handhaving van het ministerie EZ? Wij weten dit niet. De meest recente brief van het ministerie van Economische Zaken over dieren is een brief van 11 mei 2011 over het registreren van doodgevonden gezelschapsdieren (nr. 11.006983.) 7. Ziet het college het als haar taak om inwoners in te lichten over deze nieuwe wet? Ja, tenminste als dit betrekking heeft op de gemeentelijke taken en bevoegdheden. Wij gaan om te beginnen op de website van de gemeente Woerden een aparte pagina inrichten over dierenwelzijn. De informatie over dierenwelzijn wordt nu aangeboden op meerdere pagina's. Inwoners van Woerden worden als ze vragen hebben over dierenwelzijn aan de balie, per telefoon, per e-mail en/of via de website voorzien van de gevraagde informatie. Vervolg: 1. Aanpassen website gemeente Woerden: inrichten pagina/gedeelte dierenwelzijn. 2. Onderzoek naar aanpassing destructieverordening.
BIJLAGEN Bijlage A: Taken en bevoegdheden gemeente voor dierenwelzijn In deze bijlage leest u de huidige taken en bevoegdheden van gemeenten die binnen de Wet dieren vallen of gaan vallen. 1. Preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten. Als de minister besluit tot bestrijding van een besmettelijke dierziekte wordt dit aan de burgemeester van de betrokken gemeente medegedeeld. De gemeente helpt het ministerie bij het plaatsen en verwijderen van waarschuwingsborden en kentekenen. 2. Agressieve dieren De minister kan een agressieve diersoort verbieden - die een gevaar oplevert voor de veiligheid van mens of dier - voorhanden te hebben, te fokken, in Nederland te brengen, te koop aan te bieden of te verkopen. De burgemeester van de gemeente die een verboden dier aantreft kan besluiten dat het naar een aangewezen plaats wordt vervoerd en aldaar gedood. 3. Algemene zorgplicht De algemene zorgplicht houdt in dat iedereen verplicht is om aan gewonde dieren of dieren in nood hulp te bieden als dat redelijkerwijs mogelijk en zinvol is. Dit geldt ook voor de gemeente en haar medewerkers. 4. Dode gezelschapsdieren Er is een gemeentelijke verordening zijn waarin regels gesteld zijn ten aanzien van het afgeven, bewaren, ophalen en het overdragen van dode gezelschapsdieren aan de destructieondernemer binnen wiens werkgebied de dode dieren zich bevinden. In de gemeente Woerden worden dode huisdieren opgehaald door Stichting Dierenhulpverlening Woerden en omgeving (dierenasiel Reijerscop en dierenambulance.) Dode wilde dieren worden opgehaald door de gemeente (artikel 3.5 Wet dieren.) De tekst van de website van de gemeente Woerden wordt aangepast in die zin dat de gemeente alle kadavers langs de openbare weg ophaalt, behalve die van dode huisdieren. Voor dode huisdieren bellen inwoners Stichting Dierenhulpverlening Woerden en omgeving.. 5. Handel in dieren Voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten zoals het kopen, ten verkoop voorradig hebben, verkopen, in bewaring nemen, africhten of doden van honden of katten, heeft men een vergunning nodig van de gemeente. Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Een aantal wetten waarin een taak en/of rol van de gemeente als het gaat om dieren, is vastgelegd of kan worden geconcludeerd, wordt niet opgenomen in de Wet Dieren. Deze taken/rollen zijn: 6. Zorgplicht voor dieren en planten De zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen mag hebben voor dieren. Naast de zorgplicht bevat de wet ook een aantal verbodsbepalingen die zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Het is niet toegestaan planten te plukken en dieren te doden, te vangen ofte verstoren die onder de Flora- en faunawet vallen. De gemeente en haar medewerkers krijgen hier mee te maken als zij aan het werk gaan in de openbare ruimte. 7. Gevonden dieren Gevonden dieren vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente (artikel 5, boek 8, Burgerlijk Wetboek.) De gemeente is verplicht een gevonden dier minimaal twee weken op te vangen en te verzorgen. Deze twee weken geven de eigenaar de kans het dier te komen halen. Als de eigenaar zich niet binnen twee weken meldt, is de gemeente bevoegd om het dier aan een ander te verkopen of te geven. De gemeente heeft hierover afspraken gemaakt met de Stichting Dierenhulpverlening Woerden en omgeving (dierenasiel Reijerscop en dierenambulance.) Loslopende huisdieren worden door haar opgehaald. 8. Schadelijke dieren. Via de bouwverordening stelt de gemeente voorschriften vast over reinheid en het bestrijden van schadelijk of hinderlijk gedierte.
Bijlage B: artikelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011. In de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Woerden 2011 is een aantal artikelen opgenomen over dieren. Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid onder a niet geldt. 3. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond. Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: a. op een gedeelte van de weg dat bestemd is of mede bestemd voor het verkeer van voetgangers; b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide; c. op een andere door het college aangewezen plaats. 2. Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd in het eerste lid, onder a niet geldt. 3. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander: a. anders dan kort aangelijnd nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt; b. anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en een aanlijn en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand. 3. In het eerste lid wordt verstaan onder kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter. Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het college kan buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer plaatsen aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, of b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen gestelde regels, of c. aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven. 2. Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben in een groter aantal dan door het college is aangegeven. 3. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod. Artikel 2:61 Wilde dieren
Artikel 2:62 Loslopend vee Artikel 2:63 Duiven Artikel 2:64 Bijen Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder z, Reglement Verkeersregels en verkeerstekens 1990, een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard. 2. Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a. op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor zover het betreft: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving oplevert. 3. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. 5. Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Bijlagen C en D: Wet dieren en invoeringsbesluit Wet dieren (Staatsblad 2012, nr. 659.) tans De burgemeeste V. er