Afschrijving, waardering en overdracht In het bestuursvoorstel 40969 en de Overeenstemming op Hoofdlijnen Doordecentralisatie Onderwijshuisvesting PO/SO, zijn passages (zie de cursieve teksten) opgenomen, die betrekking hebben op afschrijving en waardering van onroerend goed. Onder de cursieve teksten wordt een verdere verdieping gegeven in de vorm van een standpunt of aandachtspunt. Deze kunnen bij de nog te maken contractafspraken, ingebracht worden. Algemeen: De Coöperatie houdt zich aan de overeengekomen regels t.a.v. boekhouding, afschrijving, planning, begroting en verantwoording over de bestede middelen. Vooraf geeft de Coöperatie de mogelijkheid om over het MJP (met begrotingen voor investeringen, onderhoudsplannen en desinvesteringen) haar zienswijze te geven. Door een jaarlijkse verantwoording legt de Coöperatie rekening en verantwoording af voor de gerealiseerde plannen. De overeenkomst die tussen de Gemeente en de Schoolbesturen en de nog op te richten rechtspersoon over de doordecentralisatie va de verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting wordt gesloten, wordt dusdanig opgesteld voor onbepaalde tijd. Het is tevens zo dat de Gemeente niet treedt in de huisvestingsbesluiten die de rechtspersoon neemt. De rechtspersoon mag de overeengekomen regels t.a.v. boekhouding, afschrijving, planning, begroting en verantwoording over de bestede middelen - op een later tijdstip (na het ondertekenen van het contract) NIET eenzijdig aanpassen. Overdracht van de Gemeente naar de Coöperatie: De boekwaarde van het gebouwenbestand is eveneens een vast kader. Deze wordt begroot op ca 68 miljoen euro. De schoolbesturen doen via een schouw van het gehele gebouwen bestand een check of de boekwaarde, gezien de leeftijd van het gebouw, overeenkomt volgens het gehanteerde reken / instandhoudingsmodel dat nu ontwikkelt is. 1
Voor de samenstelling van de boekwaardes, ca 68 miljoen, zie bijgevoegd bestand. Het betreft de stand per 31/12/2012, exclusief de Brede Scholen. In 2013 zullen hierop nog investeringen en afschrijvingen plaatsvinden. Een boekwaarde van 4 miljoen euro (of wat daar nog van over is, wordt door Rob Hoogzaad nagegaan), heeft geen betrekking op onderwijsvoorzieningen, maar betreffen rendabele investeringen (zie verder). Een boekwaarde van 2,4 miljoen euro heeft betrekking op olp, meubilair en eerste inrichting. Deze activa neemt de gemeente bij buitengebruikstelling niet meer terug over. De boekwaarde m.b.t. tijdelijke huisvesting / noodlokalen bedraagt 4,5 miljoen euro, zie verder. De totale boekwaarde van ca. 68 miljoen euro (over te dragen) wordt niet verhoogd of verlaagd door herwaardering. Er kan eventueel wel geschoven worden met de boekwaardes tussen de panden onderling. Op basis van objectieve criteria, wordt per overdrachtsdatum, (01-01-2014) gekeken, hoe de herverdeling van de boekwaardes het beste plaats kan vinden. Eventuele herwaardering vindt plaats met instemming van de gemeente. Daarbij wordt o.a. rekening gehouden met zaken als: o Het is niet gewenst om gebouwen die 40 jaar zijn nu in eens een boekwaarde te geven die mogelijk te hoog is. Tenzij dit weer in de restant gebruiksperiode afgeschreven gaat worden. o Een andere verdeling van de boekwaarde kan alleen maar betrekking hebben op jonge panden met relatief weinig boekwaarde gekoppeld aan een aanzienlijke restant gebruiksduur. o Het is niet gewenst de boekwaarde van een pand te verhogen wat op het punt staat om te worden afgestoten. o De rendabele investeringen blijven op de panden waar ze betrekking op hebben en worden derhalve niet verschoven. Tijdelijke units: Tot slot de tijdelijke units. Die zullen per situatie bekeken worden. Afhankelijk van de duur waarvoor ze nog nodig zijn, zal alsnog juridische overdracht plaats vinden. Ook economische overdracht dan wel een huurvergoeding volgt uit de beslissing of sprake wordt van wel of geen juridisch eigendom. Tijdelijke huisvesting die na 01/01/2014 nog in gebruik is, wordt aan de schoolbesturen overgedragen. Het eigendom komt daarna niet meer bij de gemeente terug. De eventuele ondergrond wordt - voor zover deze van de gemeente gehuurd werd -, teruggegeven. 2
Dat betekent dat de besturen zelf verantwoordelijk zijn voor het instandhouden en verwijderen (slopen) van de units bij buitengebruikstelling. In geval van voortijdige buitengebruikstelling van de tijdelijke units, d.w.z. korter dan de restantlooptijd waarin de boekwaarde normaal gesproken afgeschreven zou worden, dient afwaardering van de (restant) boekwaarde door de besturen binnen de doorgedecentraliseerde middelen plaats te vinden. Overdracht van de Coöperatie naar de Gemeente: De Coöperatie wil geen projectontwikkelaar zijn en mag daarom niet gaan speculeren met gebouwen en grond. Herontwikkelingswaarde maakt geen deel uit van het voor de Coöperatie beschikbare budget. Bij het afstoten van gebouwen worden deze tegen actuele boekwaarde terug overgedragen naar de Gemeente. Er worden geen losse lokalen afgestoten, maar slechts hele gebouwen. Er vindt géén herwaardering plaats (de 68 miljoen euro wordt dus niet hoger of lager). De Coöperatie neemt de afschrijvingsverordening (en waarderingssystematiek) van de gemeente over. De bijgevoegde afschrijvingsverordening van de Gemeente is de huidige, thans wordt gewerkt aan een actualisatie ervan. Op grond hoeft niet afgeschreven te worden. Ingeval van toekomstige uitbreidingen van bestaande gebouwen, wordt voor wat betreft de afschrijvingstermijn, aansluiting gezocht bij de restantgebruiksduur van het totale gebouw (na uitbreiding). Te denken valt dan aan 25 jaar. In feite bestaat ca. 4 miljoen euro van de boekwaarde van ca. 68 miljoen euro uit activa, die niets met de huisvestingsplicht van de gemeente te maken heeft. Op verzoek van de scholen, zijn destijds namelijk rendabele kredieten verstrekt (in feite leningen/voorfinanciering), welke de scholen ten allen tijden zouden aflossen. Het betreft de Dirk van Veen, De Weilust, De Eerste Rith en Sinte Maerte. Zie het voorbeeld hoe dit thans contractueel geregeld is. De bestaande contracten (tussen de gemeente en de scholen) m.b.t. de Dirk van Veen, De Weilust, etc. blijven intact. De investeringen voor bso/kdv met een rendabel krediet zijn voorzien van een garantieverklaring van het schoolbestuur. Deze verklaring ligt als extra zekerheid op de investering en volgt het eigendom. Dus de garantie ligt nu bij de gemeente en wordt overgedragen naar de coöperatie. Komt het eigendom en pand terug, dan komt ook de garantie terug voor zover er nog boekwaarde op het pand zit. 3
Het rendabele gedeelte kan eventueel - indien mogelijk - versneld door de Coöperatie afgeschreven worden. Voor eventuele toekomstige rendabele projecten, wordt tijdig in overleg met de Gemeente getreden. Hierop zullen in geval van realisatie, dezelfde contractuele voorwaarden van toepassing zijn, als opgenomen, in de oude contracten. De Coöperatie heeft het recht om tot afstoting van gebouwen, vaak om bedrijfseconomische redenen (te weinig leerlingen) te komen. Er vindt geen verrekening plaats op basis van andere herwaardering. Gebouwen waarop een potentie mogelijk is door specifiek ontwikkelingen of samenwerking met externe partijen, zullen per geval met de Gemeente worden besproken. De Gemeente bekijkt dan ook of zij kan meewerken om de eventueel extra opbrengsten te herinvesteren in onderwijshuisvesting. Het gaat hier om bijvoorbeeld ontwikkelingen die in combinatie voor alle partijen een meerwaarde opleveren. Het is wel van belang elkaar hierover tijdig te informeren, zodat kan worden ingespeeld op ontwikkelingen (ook bij leegstand en het afstoten van een gebouw). Overig: De Schoolbesturen zullen de middelen voor groot onderhoud, die zij van het ministerie ontvangen toevoegen aan de investeringsmiddelen, zodat ruimte en integrale mogelijkheden ontstaan om huisvestingsbeleid te ontwikken en uit te voeren. Onderhoudsuitgaven mogen niet geactiveerd worden. Investeringen moeten wel geactiveerd (en afgeschreven) worden. Indien de doordecentralisatie-overeenkomst, als gevolg van faillissement of opzegging door een van de partijen, wordt beëindigd, zal de zorgplicht weer terug gaan naar de gemeente. De oorspronkelijk situatie treed dan weer in werking. De schoolbesturen worden weer juridisch eigenaar van hun schoolgebouwen en de gemeente verwerft het economisch claimrecht. In geval van beëindiging dient ook financieel een sluitende afwikkeling te worden gerealiseerd. Het geheel van terug gaan naar de oorspronkelijke situatie wordt beschreven in een zogenaamde expiratieregeling. Partijen vinden van belang dat na expiratie voor de schoolbesturen geen financiële gevolgen zijn voor de beëindiging van de rechtspersoon. Een sluitend systeem van risico beheersing moet er mede voor zorgen dat de financiële afwikkeling zodanig is dat de rechtspersoon na expiratie leeg is en schuldenvrij is. De schoolbesturen zijn lid van de rechtspersoon met uitgesloten aansprakelijkheid. De reden daarvoor houdt verband met de aansprakelijkheid vanuit hun wettelijke bevoegdheden van de schoolbesturen waar zij op aangesproken kunne worden (financiële vergoeding voor de 4
onderwijsinstellingen kunnen niet worden ingezet als verhaal voor financiële huisvestingsverplichtingen. Als de huisvestingsplicht na expiratie weer naar de Gemeente terugkomt, moet de Gemeente met het beschikbare budget ook weer dezelfde taak kunnen uitvoeren. Dit kan alleen maar, indien de Coöperatie een zelfde soort van afschrijvingsmethodiek als de Gemeente volgt. 5
Overdracht en staat van onderhoud Met betrekking tot de staat van onderhoud waarin het gebouw terug dient te komen naar de Gemeente het volgende: 2 jaar voor feitelijke afstoting van het gebouw, worden over de overdracht afspraken gemaakt. Een gebouw wat (bij einde gebruiksduur) sloopwaardig is, moet tenminste water-, winddicht en veilig zijn. Een gebouw wat verkocht of verhuurd kan worden, moet overgedragen worden tenminste in de onderhoudstoestand 3 op 6 (conform NEN 2767). 6