Inspectie Verkeer en Waterstaat



Vergelijkbare documenten
Aerodynamica Draagkracht. Eenparige rechtlijnige beweging Krachten zijn in evenwicht Lift = Gewicht Weerstand = Trekkracht

Voorbeeldvragen PPL, CPL-FB, RT

Inspectie Verkeer en Waterstaat

AIRCRAFT GENERAL KNOWLEDGE (A) Versie

Aerodynamica Overtrek en tolvlucht. Luchtdruk neemt af, Vervolgens neemt de luchtdruk weer toe.

Bewegingswetten van Newton:

Vliegtuigtechniek HtHJ/VSH/Vliegtuigtech._v01 dec2010 1

lucht afzetten. Lucht heeft niet een vaste plaats zoals we weten. Hiervoor heeft men een systeem ontwikkeld waarop we hierna in zullen gaan.

3.0 INLEIDING Wat te verwachten in dit hoofdstuk Krachten en momenten bij het vliegen De wetten van Newton

AERODYNAMICA. 1. Begrippen en definities

AIRCRAFT GENERAL KNOWLEDGE (H) versie

Theorie Veiligheids Vliegbrevet A. Richard van Wijk Delta Oss

Taak van de hoofdrotor

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Taak van de hoofdrotor

Elementaire begrippen over Aërodynamica voor modelluchtvaart

DONAC 2016 Beginners tips

Profielwerkstuk Natuurkunde Vliegtuigvleugels en cockpitinstrumenten

TR25 INSTRUKTIEHANDLEIDING OWNER S MANUAL BEDIENUNGSANLEITUNG

Hé, waar is dat knopje voor?...

TRANSPORT 3.5 Krachten

Laten we eens kijken naar de volgende grafiek:

Gemaakt door Nico van Dam, t.b.v december 2006.

Hand- out Boeing 737 vliegen. hand- out- PU.01

1.2 De tweeslagmotor. De werking en het principe van een tweeslagmotor

Space Experience Curaçao

Infobrochure. R. Liekens Model Aero Club Herentals 1

VAK: natuurkunde KLAS: Havo 4 DATUM: 20 juni TIJD: uur TOETS: T1 STOF: Hfd 1 t/m 4. Opmerkingen voor surveillant XXXXXXXXXXXXXXXXXXX

5. BEGINSELEN VAN HET ZWEEFVLIEGEN (versie )

Langsstabiliteit van een boot op hydrofoils

1 Hydraulische systemen Hydraulische overbrengingen Kracht, snelheid en vermogen Afsluiting 18

Welke van de gegeven klepbedieningen maakt gebruik van een onderliggende nokkenas? (aanvinken)

aluminium 2,7 0, ,024 ijzer 7,9 0, ,012

Vraag 1 Vraag 2 Vraag 3 Vraag 4 Vraag 5

Informatie bij DONAC 2010 Beginners sequence

Aerodynamica wet van continuïteit van de stroming (wet van behoud van volume) wet van Bernoulli (wet van behoud van energie) 5

Aerodynamica Practicum

Het wonder van het vliegen kun je hieronder zelf ontdekken. We doen dat in zeven stappen: 1 Luchtdruk

X C D X C D. voertuigentechniek CSPE KB minitoets bij opdracht 1

Motor start niet. Startmotor defect Batterij leeg Elektrische aansluiting(en) defect. Startinrichting werkt niet

+31 (0) E:

Repetitie Draaiende voorwerpen voor VWO (versie A)

200 bar, 15 l/min., l, tandemasser met honda benzine motor (11,7 Hp 8.6 kw) Instructies voor gebruik, onderhoud en transport.

De kinematische viscositeit gebruikt de dynamische viscositeit om het reynoldsgetal te bepalen van een object. De formule hiervoor is:

Begripstest: Kracht en beweging (FCI)

Pompen AOC OOST Almelo Groot Obbink

Vliegen met een Cessna 172

ALGEMEEN 1. De luchtdruk op aarde is ongeveer gelijk aan. A 1mbar. B 1 N/m 2. C 13,6 cm kwikdruk. D 100 kpa.

Principes van het vliegen

Vliegoefeningen Ikarus C-42

Opleiding korporaal Keuzemodule pompen Hoofdstuk 10 MOTOREN

Zwemmen Martijn Carol TCT 2008

Uitwerkingen van 3 klas NOVA natuurkunde hoofdstuk 6 arbeid en zo

- Verschillen tussen 2-slag - en 4-slag dieselmotoren

a) de nokkenas met aandrijfmechanisme

De werking van motoren

Uit dictaat Vliegeigenschappen I Deel B, Prof. Dr. Ir. O.H. Gerlach, feb. 1968

Vragen. De vierslagmotor. De inlaatslag Figuur laat zien hoe de inlaatslag werkt.

Hand- out Boeing 737. hand- out- PU.01

Tentamen Warmte-overdracht

Toets Wetenschap en Techniek groep 8 SAM

Het berekenen van de componenten: Gebruik maken van sinus, cosinus, tangens en/of de stelling van Pythagoras. Zie: Rekenen met vectoren.

Tentamen Inleiding Atmosfeer 11 mei 2017 TENTAMEN INLEIDING ATMOSFEER. 11 mei 2017, 13:30-16:30 uur

Wet van Bernoulli. 1 Druk in stilstaande vloeistoffen en gassen 2 Druk in stromende vloeistoffen en gassen 3 Wet van Bernoulli

Instrumenten. 4 Instrumenten

T3000 INSTRUKTIEHANDLEIDING

Kracht en beweging (Mechanics Baseline Test)

HANDLEIDING GEBRUIK DUO DISCUS TURBO (zonder motor)

Lees dit voorblad goed! Trek op alle blaadjes kantlijnen

Weerstand bestaat globaal uit 3 typen:

Begripsvragen: Cirkelbeweging

Werkwijze voor het vervangen van de O-ringetjes der inlaatkleppen zonder Cilinderkop te demonteren. (6 pagina s)

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEIT TECHNISCHE NATUURKUNDE GROEP TRANSPORTFYSICA

Voortgangstoets NAT 5 VWO 45 min. Week 49 SUCCES!!!

Lockheed L- 049A Constellation

Olie kanalen in een Fiat 500 motorblok uit 69

X C D X C D. voertuigentechniek CSPE KB minitoets bij opdracht 1

GASMOTOREN i Het Basisboek. inkijkexemplaar GASMOTOREN. Het Basisboek. Onder redactie van: Ing. A.J. de Koster.

jaar: 1989 nummer: 17

Repetitie magnetisme voor 3HAVO (opgavenblad met waar/niet waar vragen)

MECHANICAII FLUIDO 55

Hoofdstuk 1 Aerodynamica pagina 1 / 45

Motorvermogen,verliezen en rendementen

Ga er eens goed voor zitten

Materiaal: Kunnen Beschrijven over Scherm Stuwdruk; werking scherm Schermoppervlak Spanwijdte Aspect Ratio Behoud tips Controle tips Opbergtips

De massadichtheid, dichtheid of soortelijke massa van een stof is de massa die aanwezig is in een bepaald

De werking van het YS brandstof systeem

HANDLEIDING MOTORGEBRUIK DUO DISCUS TURBO

Theorie windmodellen 15.1

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.

Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1

GIDS VOOR DE GEBRUIKER

Presentatie Twan van der Linden

Leden vertellen. Instellen vliegmodes Climaxx zwever bij Spektrum DX6 zender, firmwareversie 1.06

1.1. Romp Vleugels De remkleppen. Werkstuk door een scholier 3280 woorden 3 oktober keer beoordeeld.

TOELATINGSEXAMEN NATIN 2009

Het hele jaar door klimaatbeheersing

Fysica. Indien dezelfde kracht werkt op een voorwerp met massa m 1 + m 2, is de versnelling van dat voorwerp gelijk aan: <A> 18,0 m/s 2.

Fysica: mechanica, golven en thermodynamica PROEFEXAMEN VAN 12 NOVEMBER 2008

Transcriptie:

Inspectie Verkeer en Waterstaat Theorie examen JAR-FCL PPL voorbeeldexamen AGK/POF PPL(A) 1 Hoeveel bedraagt het gewicht van 1 m 3 lucht nabij het aardoppervlak? A) 12.25 kg. B) 12.25 gr. C) 1.225 gr. D) 1.225 kg. 2 Hoe wordt de totale weerstand genoemd die wordt ondervonden door een voorwerp dat door de lucht beweegt? A) Schadelijke weerstand. B) Interferentieweerstand. C) Vormweerstand. D) Wrijvingsweerstand. 3 Hoe wordt de stroming genoemd waarbij de stroomlijnen het vleugelprofiel volgen? A) Stationaire stroming. B) Ongestoorde luchtstroom. C) Geïnduceerde stroming. D) Laminaire stroming. 4 Waarvan is de grootte van de liftcoëfficiënt een functie? A) Van de B) Van de luchtdichtheid. C) Van de luchtweerstand. D) Van de luchtsnelheid. 5 Wat wordt verstaan onder het grondeffect? A) De toename van de geïnduceerde weerstand indien het vliegtuig zich een spanwijdte boven de grond bevindt B) De toename van de geïnduceerde weerstand indien het vliegtuig zich een halve spanwijdte boven de grond bevindt. C) De afname van de geïnduceerde weerstand indien het vliegtuig zich een halve spanwijdte boven de grond bevindt. D) De afname van de geïnduceerde weerstand indien het vliegtuig zich een spanwijdte boven de grond bevindt.

Inspectie Verkeer en Waterstaat Page 2 / 6 6 Wat wordt verstaan onder wrijvingsweerstand? A) De weerstand die ontstaat door de onderlinge beïnvloeding van de diverse vliegtuigdelen. B) De weerstand die ontstaat bij het vergroten van de C) De weerstand die ontstaat bij de productie van draagkracht. D) De weerstand die ontstaat door de oppervlakteafwerking van de diverse vliegtuigdelen. 7 Welke drie assen onderscheiden we bij een vliegtuig? A) Langs-as, dwars-as en hoogte-as. B) Top-as, koorde-as en dwars-as. C) Dwars-as, top-as en langs-as. D) Schroef-as, langs-as en top-as. 8 Wat is het neveneffect van gieren? A) Stampen. B) Draaien. C) Schuiven. D) Rollen. 9 Tijdens kruisvlucht met kruistoerental moet constant rechts voeten worden gegeven om het balletje van de slipmeter centraal te houden. Wat is hierbij kennelijk de stand van het richtingroertrimvlak? A) Teveel omhoog. B) Centraal. C) Teveel naar links. D) Teveel naar rechts. 10 Een vliegtuig is tijdens de vlucht volledig uitgetrimd in pitch. Hoe dient het pitchtrimwiel te worden versteld nadat de snelheid is opgevoerd? A) De achterzijde van het trimwiel dient naar boven te worden versteld waardoor het trimvlak omlaag wordt bewogen. B) De achterzijde van het trimwiel dient naar onder te worden versteld waardoor het trimvlak omlaag wordt bewogen. C) De achterzijde van het trimwiel dient naar boven te worden versteld waardoor het trimvlak omhoog wordt bewogen. D) De achterzijde van het trimwiel dient naar onder te worden versteld waardoor het trimvlak omhoog wordt bewogen. 11 Wat zijn de effecten van het gebruik van neusvleugels (slats)? A) Verhoging van de overtreksnelheid en verkleining van de kritieke B) Verlaging van de overtreksnelheid en verkleining van de kritieke C) Verlaging van de overtreksnelheid en vergroting van de kritieke D) Verhoging van de overtreksnelheid en vergroting van de kritieke

Inspectie Verkeer en Waterstaat Page 3 / 6 12 Wat is de invloed van afname van het vliegtuiggewicht op de overtreksnelheid? A) De overtreksnelheid zal toenemen. B) De overtreksnelheid zal niet veranderen. C) De overtreksnelheid zal afnemen. 13 Een vliegtuig nadert de overtrek. Welke van de onderstaande vleugelvormen is dan de meest gunstige? A) Een vorm waarbij de vleugeltippen meer weerstand leveren dan de vleugelwortels. B) Een vorm waarbij de vleugel overal gelijkmatig en gelijktijdig overtrekt. C) Een vorm waarbij de vleugelwortels langer draagkracht leveren dan de vleugeltippen. D) Een vorm waarbij de vleugeltippen langer draagkracht leveren dan de vleugelwortels. 14 Bij laagdekkers zijn de vleugels gewoonlijk in een V-vorm aan de romp bevestigd. Waarom is dit gedaan? A) Omdat dit een gunstig effect heeft op de richtingstabiliteit. B) Omdat dit een gunstig effect heeft op de langsstabiliteit. C) Omdat dit een gunstig effect heeft op de rolstabiliteit. D) Omdat dit een gunstig effect heeft op de rolstabiliteit en de richtingstabiliteit. 15 Het neveneffect van rollen is gieren. Hoe ontstaat dit effect? A) Door een centrifugale kracht en een grotere weerstand van de binnenvleugel. B) Door een centripetale kracht en het weerhaaneffect. C) Door een centrifugale kracht en het weerhaaneffect. D) Door een centripetale kracht en een grotere weerstand van de binnenvleugel. 16 Wat is de gebruikelijke bovengrens van de belastingfactor (flight loadfactor limit) voor lichte vliegtuigen in de normal category? A) 2.0 B) 6.0 C) 3.8 D) 1.4 17 Wat gebeurt er met Frise-rolroeren bij een roeruitslag? A) Het roer dat omlaaggaat krijgt een grotere uitslag dan het roer dat omhooggaat. B) Het roer dat omhooggaat krijgt een grotere uitslag dan het roer dat omlaaggaat. C) Het roer dat omhooggaat steekt iets onder de vleugel uit. D) Het roer dat omlaaggaat steekt iets boven de vleugel uit.

Inspectie Verkeer en Waterstaat Page 4 / 6 18 Wat wordt verstaan onder de belastingfactor van een vliegtuig? A) De verhouding tussen trekkracht en weerstand. B) De verhouding tussen gewicht en weerstand. C) De verhouding tussen draagkracht en gewicht. D) De verhouding tussen trekkracht en draagkracht. 19 Welke onderdelen worden gewoonlijk aangedreven door de vliegtuigmotor? A) Turbocharger, magneten, inspuitpomp en oliepomp. B) Magneten, toerenteller, oliedrukmeter en oliepomp. C) Generator, startmotor, vacuümpomp en benzinepomp. D) Brandstofpomp, vacuümpomp, alternator en afslagmagneet. 20 Tijdens de klim met een constante stand van het gashendel vermindert het vermogen van een zuigermotor. Waardoor wordt dit veroorzaakt? A) Door de afname van de luchttemperatuur. B) Door de toename van relatieve vochtigheid. C) Door de afname van de luchtdichtheid. D) Door de toename van de motortemperatuur. 21 De krukaslagers van een vliegtuigmotor moeten worden gesmeerd. Middels welke methode gebeurt dit? A) Nevelsmering. B) Druksmering. C) Spuitsmering. D) Spatsmering. 22 Waarvan is de viscositeit van motorolie voornamelijk afhankelijk? A) Van de olietemperatuur. B) Van de oliedruk. C) Van de luchtdruk. D) Van de hoeveelheid olie. 23 Een mengsel benzine/lucht heeft een verhouding van 1 : 14.7. Wat heeft dit voor invloed op de verbranding van dit mengsel? A) Er kan geen verbranding van de benzine plaatsvinden. B) Er is te weinig zuurstof in de lucht aanwezig om alle benzine te verbranden. C) Er is te veel zuurstof in de lucht aanwezig om alle benzine te verbranden. D) Er is precies voldoende zuurstof in de lucht aanwezig om alle benzine te verbranden. 24 Hoeveel bedraagt de dichtheid van vliegtuigbenzine? A) Ongeveer 0.072 B) Ongeveer 0.72 C) Ongeveer 72 D) Ongeveer 7.2

Inspectie Verkeer en Waterstaat Page 5 / 6 25 Wanneer is de invalshoek van een propellerblad van een vaste propeller bij een draaiende motor het grootst? A) Tijdens de take-off. B) Tijdens maximale vliegsnelheid. C) Tijdens stilstand op de grond. D) Tijdens de kruisvlucht. 26 Wanneer is een inlaatdrukmeter benodigd bij een vliegtuig? A) Als het vliegtuig is uitgerust met een propeller met vaste spoed. B) Als het vliegtuig is uitgerust met een valstroomcarburateur. C) Als het vliegtuig is uitgerust met een propeller met verstelbare spoed. D) Als het vliegtuig is uitgerust met directe brandstofinspuiting. 27 De masterswitch bedient vrijwel het hele elektrische systeem van het vliegtuig. Welk onderdeel wordt niet door deze switch bediend? A) De brandstofmeters. B) De alternator. C) De ampèremeter. D) De magneten. 28 De onderdrukmeter van het vacuümsysteem geeft een nulindicatie terwijl de onderdrukinstrumenten normaal functioneren. Wat betekent dit? A) De vacuümpomp is kapot. B) De drukregelaar is kapot. C) Het luchtfilter is verstopt. D) De onderdrukmeter is kapot. 29 Welke van de onderstaande beweringen met betrekking tot de snelheidsmeter is juist? A) De statisch druk wordt in het instrument opgeteld bij de dynamische druk. B) De dynamische druk is uitsluitend een functie van snelheid. C) De dynamische druk is altijd groter dan de statische druk. D) Als de snelheid nul is, zijn de totale druk en de statische druk gelijk. 30 Wanneer wijst de drukhoogtemeter de ware hoogte boven gemiddeld zeeniveau aan? A) Indien de atmosferische omstandigheden gelijk zijn aan die in de standaard atmosfeer en de subscale is ingesteld op 1013.2 hpa. B) Indien de subscale is ingesteld op QNH. C) Indien de subscale is ingesteld op 1013.2 hpa. D) Indien de atmosferische omstandigheden gelijk zijn aan die in de standaard atmosfeer en de subscale is ingesteld op QNH.

Inspectie Verkeer en Waterstaat Page 6 / 6 31 (Gebruik voor deze vraag figuur ACG03) Op een draaiende gyrotol met een draairichting van u af wordt een kracht (K) uitgeoefend zoals in de figuur is weergegeven. Hoe zal de tol vervolgens van stand veranderen? A) Zoals aangegeven in figuur 4. B) Zoals aangegeven in figuur 2. C) Zoals aangegeven in figuur 3. D) Zoals aangegeven in figuur 1. ACG03 32 Wanneer vindt ontsteking plaats in de cilinder van een viertaktmotor? A) Vóór het BDP bij elke omwenteling van de krukas. B) Vóór het BDP bij de tweede omwenteling van de krukas. C) Na het BDP bij de vierde omwenteling van de krukas. D) Vóór het BDP bij de vierde omwenteling van de krukas.