Hoofdstuk 17 Redoxreacties

Vergelijkbare documenten
Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 15 Elektrochemie bladzijde 1

Redoxreacties; een aanvulling op hoofdstuk 13

Hierbij is sprake van elektronenoverdracht; elk Na atoom draagt een elektron over aan Cl-atoom onder vorming van een ionrooster.

Elektronenoverdracht (1)

Reacties en stroom 1

Oefenopgaven REDOXREACTIES vwo Reactievergelijkingen en halfreacties

Hoofdstuk 8. Redoxreacties. Chemie 6 (2u)

Oefenopgaven REDOX vwo

1. Geef bij de volgende reactievergelijkingen steeds aan:

Curie Hoofdstuk 11 HAVO 5

Oxidator = het deeltje dat elektronen onttrekt aan een ander deeltje Reductor = het deeltje dat elektronen afstaat aan een ander deeltje

Inleiding in de RedOx chemie

ZUIVERE STOF één stof, gekenmerkt door welbepaalde fysische constanten zoals kooktemperatuur, massadichtheid,.

Reacties en stroom; een aanvulling op hoofdstuk 9

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 14 Zouten bladzijde 1

Opgave 1. n = m / M. e 500 mg soda (Na 2CO 3) = 0,00472 mol. Opgave 2. m = n x M

Redoxreacties. Gegeven zijn de volgende reactievergelijkingen: Reactie 1: Pd Cl - 2- PdCl 4 Reactie 2: 2 Cu I - -

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

Module 5 Reductoren en Oxidatoren Antwoorden

5 Formules en reactievergelijkingen

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 4 Oxidimetrie bladzijde 1

Samenvatting Scheikunde Boek 2

4. Van twee stoffen is hieronder de structuurformule weergegeven.

Uitwerkingen van de opgaven uit: BASISCHEMIE voor het MLO ISBN , 3 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 18 Oxidimetrie bladzijde 1

PbSO 4(s) d NH 4Cl + KOH KCl + H 2O + NH 3(g) NH 4. + OH - NH 3(g) + H 2O e 2 NaOH + CuCl 2 Cu(OH) 2(s) + 2 NaCl

Hans Vanhoe Katrien Strubbe Universiteit Gent SLO Chemie

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

3. Welke van onderstaande formules geeft een zout aan? A. Al 2O 3 B. P 2O 3 C. C 2H 6 D. NH 3

Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 2

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Uitwerkingen van de opgaven uit: CHEMISCHE ANALYSE ISBN , 1 e druk, Uitgeverij Syntax Media Hoofdstuk 5 Argentometrie bladzijde 1

6 VWO EXTRA OPGAVEN + OEFENTENTAMENOPGAVEN SCHEIKUNDE 1 H4, H5, H7, H13 en H14

Rekenen aan reacties (de mol)

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 8 OPGAVEN

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

EXAMEN MIDDELBAAR ALGEMEEN VOORTGEZET ONDERWIJS IN Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 5 OPGAVEN

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

Chemie: oefeningen zuren, hydroxiden en zouten

OEFENOPGAVEN MOLBEREKENINGEN

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

IM4--14 ONDERWIJS IN 1 MAV04. Maandag 17 mei, uur. NATUUR- EN SCHEIKUNDE H (Scheikunde) OPEN VRAGEN

1. Elementaire chemie en chemisch rekenen

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Heavy metal. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

4. In een bakje met natriumjodide-oplossing worden 2 loden elektroden gehangen. Deze twee elektroden worden aangesloten op een batterij.

Niet-metalen + metalen. Uit welk soort atomen is een ionbinding opgebouwd? Geef de chemische formule van gedemineraliseerd water.

Stabilisator voor PVC

Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch.

Kaliumaluminiumsulfaat is een dubbelzout met drie ionsoorten, twee positieve monoatomische en één negatief polyatomisch.

Dit examen bestaat voor iedere kandidaat uit 20 vragen

namen formules ionogene stoffen van Als je de negatieve ionen (behalve OH - ) koppelt aan H + - ionen ontstaan verbindingen die men zuren noemt.

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016

Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat?

Wat is de verhouding tussen de aantallen atomen van de elementen Mg, P en O in magnesiumfosfaat?

Stoffen, structuur en bindingen

Wednesday, 28September, :13:59 PM Netherlands Time. Chemie Overal. Sk Havo deel 1

Eindexamen scheikunde havo 2007-II

Hieronder zie je een schema van een eenvoudige chemische cel met koper/zink elektroden. Bestudeer dit schema met aandacht:

Elektrochemie (versie ) Inhoud

Hoofdstuk 3-5. Reacties. Klas

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 18 april 2017

Atoommodel van Rutherford

Een neutraal atoom van een element bezit 2 elektronen in de K-schil, 8 elektronen in de L-schil en 8 elektronen in de M-schil.

Een neutraal atoom van een element bezit 2 elektronen in de K-schil, 8 elektronen in de L-schil en 8 elektronen in de M-schil.

29ste VLAAMSE CHEMIE OLYMPIADE EERSTE RONDE

Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden

Eindexamen scheikunde havo 2006-II

leerlingenpracticum: met eenvoudige materiaal een eenvoudige redoxreactie uitvoeren;

Stoffen en Reacties 2

PARATE KENNIS CHEMIE 6 de JAAR

CCVS-tentamen 16 mei Uitwerking

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

ZUREN EN BASEN. Samenvatting voor het HAVO. versie mei 2013

SCHEIKUNDE KLAS 3 REACTIES SKILL TREE

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2017

Aluminium reageert met zuurstof tot aluminiumoxide. Geeft het reactieschema van deze reactie.

a Hoeveel valentie-elektronen heeft elk atoom? Dat wil zeggen: hoeveel elektronen in de buitenste schil? Volgens: K 2 L 8 M 18

Groene chemie versie

Sk-13 redoxreacties. Jan Lutgerink; Dick Naafs. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 16 mei 2014 Frank Povel

Sk-13 Redoxreacties. Jan Lutgerink ; Dick Naafs. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

7. Chemische reacties

Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?

Wat is de formule van het metaalchloride waarin M het symbool van het metaal voorstelt?

Eindexamen havo scheikunde II

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018

!"#$%&#'()')##'*#'"#)#"'

1) Stoffen, moleculen en atomen

Scheikunde Samenvatting H4+H5

Oefenvraagstukken 5 VWO Hoofdstuk 11. Opgave 1 [HCO ] [H O ] x x. = 4,5 10 [CO ] 1,00 x 10

Eindexamen scheikunde havo I

SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2018

Samenvatting Scheikunde H3 Reacties

Oefenopgaven TITRATIES

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

Hoofdstuk 12 Zuren en basen

Uitwerkingen Uitwerkingen 3.7.4

OEFENTOETS Zuren en basen 5 VWO

Transcriptie:

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 1 Opgave 1 Bepaal de oxidatiegetallen van alle atomen in: Waterstof H: altijd +1 Zuurstof O: altijd 2 Som ladingen steeds 0 a H 2O H: +1 O: 2 2 x +1 + 2 = 0 b SO 2 O: 2 S: +4 +4 + 2 x 2 = 0 c N 2O 5 O: 2 N: +5 enz d Cl 2O 3 O: 2 Cl: +3 e H 2S H: +1 S: 2 f HNO 3 H: +1 O: 2 N: +5 g HBrO H: +1 O: 2 Br: +1 h H 2SO 3 H: +1 O: 2 S: +4 Opgave 2 Bepaal de oxidatiegetallen van alle atomen in: Som ladingen a CO 3 O: 2 C: +4 +4 + 3 x 2 = b Cr 2O 7 O: 2 Cr: +6 2 x +6 + 7 x 2 = c ClO 4 O: 2 Cl: +7 +7 + 4 x 2 = 1 + d NH 4 H: +1 N: 3 3 + 4 x 1 = + Voorbeeld b Waterstof H: altijd +1 Zuurstof O: altijd 2 Cr2O7 2 x? + 7 x 2 =? +6 Opgave 3 Het oxidatiegetal van chloor in: a Cl 2 zuiver covalente binding: 0 b ClO Cl + 2 = 1 Cl = +1 c ClO 2 Cl + 2 x 2 = 1 Cl = +3 d ClO 3 Cl + 3 x 2 = 1 Cl = +5 e ClO 4 Cl + 4 x 2 = 1 Cl = +7 f HCl Cl + +1 = 0 Cl = 1

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 2 a 0 b +1 c +3 d +5 e +7 f 1 Opgave 4 In de volgende halfreacties zijn de elektronen weggelaten. Zet zelf de elektronen erbij en vermeld of het deeltje geoxideerd of gereduceerd wordt. Links en rechts moet de even groot zijn. 1 elektron is 1. a Sn 2+ Sn 4+ links 2+ rechts 4+ rechts bijplaatsen, dus 2 elektronen Sn 2+ Sn 4+ + 2 e Sn 2+ wordt geoxideerd b Br 2 2 Br links: 0 rechts: links bijplaatsen, dus 2 elektronen Br 2 + 2 e 2 Br Br 2 wordt gereduceerd c Fe 3+ Fe 2+ links: 3+ rechts: 2+ links 1 bijplaatsen, dus 1 elektron Fe 3+ + e Fe 2+ Fe 3+ wordt gereduceerd d Pb 4+ Pb 2+ links: 4+ rechts: 2+ links bijplaatsen, dus 2 elektronen Pb 4+ + 2 e Pb 2+ Pb 4+ wordt gereduceerd e H 2O 2 2 OH links: 0 rechts: links bijplaatsen, dus 2 elektronen H 2O 2 + 2 e 2 OH H 2O 2 wordt gereduceerd f SO 3 + 3 H 2O SO 4 + 2 H 3O + links: rechts: 0 rechts bijplaatsen, dus 2 elektronen SO 3 + 3 H 2O SO 4 + 2 H 3O + + 2 e SO 3 wordt geoxideerd g NO 2 + 2 H 3O + NO + 3 H 2O links: 1+ rechts: 0 links 1 bijplaatsen, dus 1 elektron NO 2 + 2 H 3O + + e NO + 3 H 2O NO 2 wordt gereduceerd h S 2O 6 + 4 OH 2 SO 4 + 2 H 2O links: 6 rechts: 4 rechts bijplaatsen, dus 2 elektronen S 2O 6 + 4 OH 2 SO 4 + 2 H 2O + 2 e S 2O 6 wordt geoxideerd Opgave 5 I Geef van de volgende redoxreacties de bijbehorende halfreacties.

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 3 II Wijs de oxidator en de reductor aan. a H 2S + I 2 2 HI + S I 2 neemt elektronen op, wordt I, S wordt S geeft e weg. I 2 + 2 e 2 I I 2: oxidator H 2S S(s) + 2 e + 2 H + H 2S: reductor b 2 HCl + Zn ZnCl 2 + H 2 H + neemt elektron op, wordt H 2, Zn wordt Zn 2+. 2 H + + 2 e H 2(g) H + : oxidator Zn(s) Zn 2+ + 2 e Zn: reductor c CuCl 2 + Fe FeCl 2 + Cu Cu 2+ neemt elektronen op, wordt Cu, Fe wordt Fe 2+. Cu 2+ + 2 e Cu(s) Cu 2+ : oxidator Fe(s) Fe 2+ + 2 e Fe: reductor d 2 FeCl 2 + Cl 2 2 FeCl 3 Cl 2 neemt elektronen op, wordt Cl, Fe 2+ wordt Fe 3+. Cl 2(g) + 2 e 2 Cl Cl 2: oxidator 2 Fe 2+ 2 Fe 3+ + 2 e Fe 2+ : reductor e SnSO 4 + PbSO 4 Pb + Sn(SO 4) 2 Pb 2+ neemt elektronen op, wordt Pb, Sn 2+ wordt Sn 4+. Pb 2+ + 2 e Pb(s) Pb 2+ : oxidator Sn 2+ Sn 4+ + 2 e Sn 2+ : reductor f 2 CuI 2 2 CuI + I 2 Cu 2+ neemt elektron op, wordt Cu +, I wordt I 2 Cu 2+ + e Cu + Cu 2+ : oxidator 2 I I 2 + 2 e I : reductor Opgave 6 Onderstaande stoffen geven steeds een redoxreactie. Zoek, de juiste halfreacties uit de eerder genoemde lijstjes en geef dan voor elk paar stoffen de volledige reactie. (Maak opgenomen en afgestane aantallen elektronen gelijk en streep ze links en rechts weg). a tin(ii)ion en ozon (O 3) O 3 + 2 H 3O + + 2 e 3 H 2O + O 2 Sn 2+ Sn 4+ + 2 e + Sn 2+ + O 3(g) + 2 H 3O + 3 H 2O + O 2(g) + Sn 4+

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 4 b waterstof en chloorgas Cl 2 + 2 e 2 Cl H 2 2 H + + 2 e + H 2(g) + Cl 2(g) 2 HCl c waterstofperoxide en ijzer(ii)ionen H 2O 2 + 2 H 3O + + 2 e 4 H 2O Fe 2+ Fe 3+ + e x 2 + H 2O 2 + 2 H 3O + + 2 Fe 2+ 2 Fe 3+ + 4 H 2O d warm geconc. salpeterzuur en diwaterstofsulfide NO 3 + 2 H 3O + + e NO 2 + 3 H 2O x 2 H 2 S S + 2 e + 2 H + + 2 NO 3 + 2 H 3O + + H 2S 2 NO 2(g) + S(s) + 4 H 2O e verdund salpeterzuur en het sulfietion NO 3 + 4 H 3O + + 3 e NO + 6 H 2O x 2 SO 3 + 3 H 2O SO 4 + 2 H 3O + + 2 e x 3 + 2 NO 3 + 2 H 3O + + 3 SO 3 2 NO(g) + 3 SO 4 + 3 H 2O Opgave 7 Waar in het periodiek systeem staan de sterkste reductoren? En waar de sterkste oxidatoren.? Sterke reductoren: atomen die gemakkelijk elektronen afstaan en daarmee edelgasconfiguratie bereiken. Dat zijn de alkali en aardalkalimetalen links in het P.S. (groepen 1 en 2). Sterke oxidatoren: atomen die gemakkelijk elektronen opnemen en daarmee edelgasconfiguratie bereiken. Dat zijn de elektronegatieve elementen rechts in het P.S. (groepen 16 en 17). Opgave 8 Welk element in de volgende reactie wordt geoxideerd en welk gereduceerd? a 2 H 2O + H 2S + I 2 2 I + 2 H 3O + + S

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 5 S geeft elektronen weg: H 2S (S ) wordt geoxideerd, I 2 neemt elektronen op en wordt gereduceerd b AgNO 3(aq) + Zn(s) Zn(NO 3) 2(aq) + 2 Ag(s) Zn geeft elektronen weg en wordt geoxideerd, Ag + neemt een elektron op en wordt gereduceerd. c 2 KBr(aq) + Cl 2(g) KCl(aq) + Br 2(l) Br geeft een elektron weg en wordt geoxideerd, Cl 2 neemt ze op en wordt dus gereduceerd. d 2 FeCl 2(aq) + Cl 2(g) 2 FeCl 3(aq) Fe 2+ geeft een elektron weg en wordt geoxideerd, Cl 2 neemt ze op en wordt dus gereduceerd. Opgave 9 Geef zelf de reactie (in waterige oplossing) tussen: a magnesium en zilvernitraat Mg (onedel) verdringt Ag + (edeler): Mg(s) + 2 Ag + Mg 2+ + 2 Ag(s) b aluminium en lood(ii)chloride Al (minder edel dan Pb) verdringt Pb 2+ : 2 Al(s) + 3 Pb 2+ 3 Pb(s) + 2 Al 3+ c ijzer en koper(ii)nitraat Fe (minder edel) verdringt Cu 2+ : Fe(s) + Cu 2+ Fe 2+ + Cu(s) d tin en aluminiumchloride Sn edeler dan Al + geen reactie e zink en tin(ii)chloride Zn (minder edel) verdringt Sn 2+ : Zn(s) + Sn 2+ Zn 2+ + Sn(s) f magnesium en nikkelsulfaat Mg (minder edel) verdringt Ni 2+ : Mg(s) + Ni 2+ Mg 2+ + Ni(s) Opgave 10 We meten het potentiaalverschil tussen een loodplaatje (dat zich in water bevindt) en een zinkplaatje in hetzelfde water.

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 6 a Welk plaatje wordt de + pool? Beide metalen zullen ionen de oplossing in sturen. Het metalen plaatje wordt hierdoor negatief door de achterblijvende elektronen. Pb Pb 2+ + 2 e Zn Zn 2+ + 2 e Zink doet dit sterker dan lood. Het zinkplaatje wordt sterker negatief dan het loodplaatje. Pb is de minder negatieve pool, Zn de meer negatieve. Ten opzichte van Zn is Pb dus positief.. b Wordt het spanningsverschil groter of kleiner dan 1,1 V? Uit de tekst in het boek leren we dat 1,1 V de spanning is tussen een koperplaatje en een zinkplaatje. In de spanningsreeks staan lood en zink dichter bij elkaar dan koper en zink. De spanning tussen Pb en Zn zal dus kleiner zijn dan 1,1 V. Opgave 11 We meten het potentiaalverschil tussen een staafje aluminium en een zilveren draad in dezelfde oplossing. a Welk metaal wordt de + pool? Zilver is meer edel, wordt minder negatief, t. o. v. aluminium dus: +. b Wordt het spanningsverschil groter of kleiner dan 1,1 V? Ag en Al staan in de spanningsreeks verder uit elkaar dan Cu en Zn, het spanningsverschil wordt dus groter dan 1,1 V. Als je de proef zou willen doen moet je er voor zorgen dat je schuurt met schuurpapier zodat er geen oxidelaagje op zit. Opgave 12 Beoordeel of in de volgende gevallen (vlot) een reactie optreedt. Als dat het geval is geef dan deze reactie in ionen: zinkpoeder toevoegen aan een koper(ii)chlorideoplossing Zn minder edel: verdringt Cu 2+ Zn(s) + Cu 2+ Zn 2+ + Cu(s) zilverkorrels toevoegen aan zoutzuur H (waterstofatoom) staat links van Ag. Ag zal H+ niet verdringen. geen reactie. een zilvernitraatoplossing toevoegen aan ijzerpoeder Fe minder edel: verdringt Ag + Fe(s) + 2 Ag + Fe 2+ + 2 Ag(s) (koud) water toevoegen aan aluminiumpoeder geen reactie

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 7 verdund zwavelzuur toevoegen aan koperpoeder geen reactie magnesiumpoeder toevoegen aan verdund zwavelzuur Mg(s) + 2 H 3O + Mg 2+ + 2 H 2O + H 2(g) Opgave 13 Zwavelzuur geeft (warm, geconcentreerd) de volgende halfreactie: SO 4 + 4 H 3O + + 2 e 6 H 2O + SO 2 Geef de volledige reactie van zwavelzuur met koper. Koper wordt dan geoxideerd: Cu Cu 2+ + 2 e SO 4 + 4 H 3O + + 2 e 6 H 2O + SO 2 Cu Cu 2+ + 2 e + SO 4 + 4 H 3O + + Cu(s) Cu 2+ + 6 H 2O + SO 2(g) Opgave 14 Verandert de massa van een accu bij het opladen? Waarom wel of niet? Bij het opladen worden alleen elektronen verplaatst. Van reductor naar oxidator. De hoeveelheid stof verandert niet. De totale massa van de accu verandert niet. Opgave 15 Bij elektrolyse van een CuSO 4oplossing, verloopt aan de negatieve pool de volgende reactie: Cu 2+ + 2 e Cu Na enige tijd blijkt er 500 mg koper te zijn neergeslagen. Hoeveel mmol elektronen was hiervoor nodig? n Cu = m / M n Cu = 500 mg / 63,55 mg/mmol = 7,87 mmol Cu voor 7,87 mmol Cu is 2 x 7,87 mmol = 15,7 mmol elektronen nodig.

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 8 Opgave 16 Bij de elektrolyse van water verlopen de volgende reacties: + pool: 6 H 2O 4 H 3O + + O 2 + 4 e pool: 2 H 3O + + 2 e 2 H 2O + H 2 Op een zeker moment is 1 mol elektronen gepasseerd. a Hoeveel mol O 2 is dan ontstaan? Als 1 mol elektronen vrijkomt dan ontstaat 1 / 4 x 1 mol = 0,25 mol O 2. b Dus hoeveel g zuurstof? Dat is 0,25 mol x 32,0 g/mol = 8,00 g O 2. c Hoeveel g H 2 is dan ontstaan? Met 1 mol elektronen ontstaat 1 / 2 x 1 mol = 0,50 mol H 2, dat is: 0,50 mol x 2,00 g/mol = 1,00 g H 2 Opgave 17 In een batterij verloopt aan de pluspool de volgende reactie: MnO 2 + 4 NH 4 + + 2 e Mn 2+ + 4 NH 3 + 2 H 2O Als de batterij 25 g MnO 2 bevat, hoeveel mol elektronen kan de batterij dan leveren? 25 g MnO 2 is 25 g / 86,9 g/mol = 0,288 mol MnO 2 Voor de omzetting van 1 mol MnO 2 is 2 mol elektronen nodig, Voor de omzetting van 0,288 mol MnO 2 is 2 / 1 x 0,288 mol = 0,58 mol e nodig. Opgave 18 Maak de volgende hafreacties kloppend, plaats in zuur milieu H 3O + bij, plaats in basisch milieu OH bij. Als het niet direct lukt volg je nauwkeurig de gegeven voorbeelden. a lood(iv)oxide wordt gereduceerd tot het lood(ii)ion in zuur milieu oxidatiegetal van Pb gaat van +4 naar +2 dus PbO 2 moet 2 elektronen opnemen: PbO 2 + 2 e Pb 2+ lading klopt niet, links 4 H 3O + bijplaatsen:

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 9 PbO 2 + 2 e + 4 H 3O + Pb 2+ O en H kloppend maken met H 2O: PbO 2 + 2 e + 4 H 3O + Pb 2+ + 6 H 2O b lood(iv)oxide wordt gereduceerd tot lood(ii)oxide in basisch milieu oxidatiegetal van Pb gaat van +4 naar +2 dus PbO 2 moet 2 elektronen opnemen: PbO 2 + 2 e PbO lading klopt niet, rechts 2 OH bijplaatsen: PbO 2 + 2 e PbO + 2 OH O en H kloppend maken met H 2O: PbO 2 + 2 e + H 2O PbO + 2 OH c waterstofnitriet wordt gereduceerd tot stikstofmonooxide in zuur milieu Oxidatiegetal van N gaat van +3 naar +2 dus 1 elektron opnemen: HNO 2 + e NO lading klopt niet, links H 3O + bijplaatsen: HNO 2 + e + H 3O + NO O en H kloppend maken met H 2O: HNO 2 + e + H 3O + NO + 2 H 2O d zilver wordt geoxideerd tot zilveroxide in basisch milieu Oxidatiegetal van Ag gaat van 0 naar +1 dus 1 elektron weggeven, 2 Ag nodig voor Ag 2O, dus ook 2 e: 2 Ag Ag 2O + 2 e lading klopt niet, links 2 OH bijplaatsen: 2 Ag + 2 OH Ag 2O + 2 e O en H kloppend maken met H 2O: 2 Ag + 2 OH Ag 2O + 2 e + H 2O e diwaterstofsulfiet wordt geoxideerd tot het dithionaation (S 2O 6 ) in zuur milieu Pff moeilijke vraag! Oxidatiegetal van S gaat van +4 naar +5. In het S 2O 6 ion zitten 2 zwavelatomen. Elke S verliest één elektron. Er zijn dan 2 elektronen in de vergelijking nodig: 2 H 2SO 3 S 2O 6 + 2 e de lading klopt nog niet, rechts 4 H 3O + bijplaatsen: 2 H 2SO 3 S 2O 6 + 2 e + 4 H 3O + vergelijking is nu elektrisch neutraal, O en H maken we kloppend met H 2O: 2 H 2SO 3 + 4 H 2O S 2O 6 + 2 e + 4 H 3O + f antimoon(iii)oxide (Sb 2O 3) wordt gereduceerd tot antimoon in zuur milieu Oxidatiegetal van Sb gaat van +3 naar 0 dus elk Sbatoom neemt 3 elektronen op, 2 Sb nodig voor Sb 2O 3, dus Sb 2O 3 neemt 6 e op:

Hoofdstuk 17 Redoxreacties bladzijde 10 Sb 2O 3 + 6 e 2 Sb lading klopt niet, links 6 H 3O + bijplaatsen: Sb 2O 3 + 6 e + 6 H 3O + 2 Sb O en H kloppend maken met H 2O: Sb 2O 3 + 6 e + 6 H 3O + 2 Sb + 9 H 2O g het chloraation wordt gereduceerd tot waterstofchloriet in zuur milieu Oxidatiegetal van Cl gaat van +5 naar +3. ClO 3 moet dan 2 elektronen opnemen: ClO 3 + 2 e HClO 2 lading klopt niet, links 3 H 3O + bijplaatsen: ClO 3 + 2 e + 3 H 3O + HClO 2 O en H kloppend maken met H 2O: ClO 3 + 2 e + 3 H 3O + HClO 2 + 4 H 2O h kobalt(ii)hydroxide wordt geoxideerd tot kobalt(iii)hydroxide in basisch milieu Het oxidatiegetal van Co gaat van +2 naar +3. Co(OH) 2 geeft dan 1 e weg: Co(OH) 2 Co(OH) 3 + e Co(OH) 2 + OH Co(OH) 3 + e lading klopt niet, links 1 OH bijplaatsen: hij klopt! i kwik wordt in basisch milieu geoxideerd tot kwik(ii)oxide Hg gaat van 0 naar +2 en geeft dus 2 elektronen weg: Hg HgO + 2 e lading klopt niet, links 2 OH bijplaatsen: Hg + 2 OH HgO + 2 e O en H kloppend maken met H 2O: Hg + 2 OH HgO + 2 e + H 2O j methaanzuur (HCOOH) wordt in zuur milieu gereduceerd tot methanal (CH 2O) Oxidatiegetal van C gaat van +2 naar 0. HCOOH neemt dus 2 elektronen op: HCOOH + 2 e CH 2O lading klopt niet, links 2 H 3O + bijplaatsen: HCOOH + 2 e + 2 H 3O + CH 2O O en H kloppend maken met H 2O: HCOOH + 2 e + 2 H 3O + CH 2O + 3 H 2O