INTREKKING VERGUNNING



Vergelijkbare documenten
BESCHIKKING INTREKKING VERGUNNING WET MILIEUBEHEER. verleend aan. FoxFire B.V.

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN

BESCHIKKING. EX ARTIKEL 8.1 lid 1 WET MILIEUBEHEER (wijzigingsvergunning) Kenmerk: MA

WIJZIGINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER

BESCHIKKING INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. Smurfit Kappa Solid Board BV

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR H. SMIT V.O.F. SCHROOT- EN METAALHANDEL TE BORGER

INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. A. Hak Products B.V.

Definitieve beschikking

(ONTWERP)BESCHIKKING AMBTSHALVE INTREKKING VOORSCHRIFTEN VAN DE OMGEVINGSVERGUNNING. Schipper Recycling B.V.

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Beschikking Wet milieubeheer

BESLUIT INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING. Transportbedrijf P. Pikkert V.O.F.

WET MILIEUBEHEER BESCHIKKING

I. SAMENVATTING BESLUIT

WIJZIGINGS VERGUNNING INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER MET BETREKKING TOT DE AAN. Akzo Nobel te Delfzijl. ten behoeve van

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren

(ONTWERP) BESCHIKKING VERANDERINGSVERGUNNING WET MILIEUBEHEER

Beschikking maatwerkvoorschriften

BESCHIKKING WIJZIGING OMGEVINGSVERGUNNING. Afvalverwerking Stainkoeln B.V.

OMGEVINGSVERGUNNING. : het wijzigen van de grens van een inrichting bedoeld voor de zuivering van rioolwater

(ONTWERP) AMBTSHALVE WIJZIGING VERGUNNING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

Wet milieubeheer. Beschikking maatwerkvoorschriften

Ontbrandingstoestemming. Onderwerp Aanvraag van Katan Vuurwerk om een ontbrandingstoestemming ingevolge het Vuurwerkbesluit.

ONTWERPBESLUIT WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT

Beschikking OMGEVINGSVERGUNNING. verleend aan. Suiker Unie Vierverlaten. ten behoeve van de activiteit bouwen en mliieuneutraal veranderen

Ontbrandingstoestemming. Onderwerp Aanvraag van Pyrofoor de Amsterdam B.V. om een ontbrandingstoestemming ingevolge het Vuurwerkbesluit.

Beschikking maatwerkvoorschriften

De intrekking heeft betrekking op 203 schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg (B1).

OMGEVINGSVERGUNNING. Schipper Recycling B.V.

OMGEVINGSVERGUNNING. Lubrizol Advanced Materials Resin BV

OMGEVINGSVERGUNNING WABO. Bos Recycling B.V. ten behoeve van het overslaan van bouw- en sloopafval en onverwerkte slakken voor metaal verwijdering.

OMGEVINGSVERGUNNING. BioMCN

OMGEVINGSVERGUNNING (Ontwerp)

OMGEVINGSVERGUNNING. Akzo Nobel Industrial Chemicals B.V.

Besluit. (gedeeltelijke) INTREKKING OMGEVINGSVERGUNNING

OMGEVINGSVERGUNNING WABO. Autosloopbedrijf Familie Maris B.V

Ontbrandingstoestemming. Onderwerp Aanvraag van XENA VUURWERK B.V. om een ontbrandingstoestemming ingevolge het Vuurwerkbesluit.

OMGEVINGSVERGUNNING. BioMCN

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. voor de activiteit milieuneutraal veranderen. Rockwool B.V.

Beschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

BESCHIKKING OMGEVINGSVERGUNNING

Gelet op hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn wij bevoegd om op deze aanvraag te beslissen.

Reinigingsbedrijf Midden Nederland. Soest

BESCHIKKING VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN REIMERSWAAL

Wet milieubeheer. Beschikking maatwerkvoorschnften

Maatwerkvoorschriften Activiteitenbesluit milieubeheer

I. BESLISSING. I.A. Algemeen

Ontbrandingstoestemming Vuurwerkbesluit Beschikking

OMGEVINGSVERGUNNING Datum: 11 november 2014

OIVIGEVINGSVERGUNNING. Gasunie Transport Services (GTS)

OMGEVINGSVERGUNNING. Ensartech NL-1

Omgevingsvergunning. 2. aan deze vergunning voorschriften te verbinden.

Omgevingsvergunning 1 e fase

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV

1.2 Kennisgeving activiteit 1 Milieu

Aanmeldnotitie Besluit Mer

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC Routing

Beschikking maatwerkvoorschriften

(ONTWERP)OMGEVINGSVERGUNNING

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Gemeente Bergen Datum besluit Datum verzending: Nummer

31 mei 2012 B. Bartelds (0595) juli 2011 Project-

OMGEVINGSVERGUNNING. verleend aan. Nedmag industries. tb.v. het plaatsen van een koeltoren. locatie: Billitonweg 1 te Veendam

OMGEVINGSVERGUNNING WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT (MILIEU) verleend aan. ESD-SIC bv. Ten behoeve van de productie van Siliciumcarbide

Transcriptie:

INTREKKING VERGUNNING verleend door College van B&W van de gemeente Groningen op 15 augustus 1984 INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR het uitbreiden en wijzigen van de inrichting aan de Oude Roodehaansterweg 18 te Groningen Groningen, 18 november 2003 Nr. 2003-20.604/47, MV

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN Groningen, 18 november 2003 Nr. 2003-20.604/47, MV Verzonden: 25 november 2003 Procedurenr. 5697 1. INTREKKING VERGUNNING 1.1 Geldende vergunning Bij besluit van 15 augustus 1984 (nr. 2884 H) heeft het College van Burgemeester en Wethouders van Groningen aan de firma Handelsonderneming J. Mikx B.V. een wijzigingsvergunning in het kader van de Hinderwet (thans Wet milieubeheer) verleend voor het uitbreiden en wijzigen van de inrichting op het perceel Oude Roodehaansterweg 18 te Groningen, kadastraal bekend gemeente Noorddijk, sectie G, nr. 2524. De wijziging betrof de opslag van ten hoogste 5.000 kg groot vuurwerk (UN-classificatie 1.3G en 1.4G) in een tweetal bewaarplaatsen. 1.2 Wijziging bevoegd gezag In verband met het in werking treden van het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit, Staatsblad 2002, nr. 33) is ons College per 1 maart 2002 bevoegd gezag met betrekking tot inrichtingen voor opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk. In het onderhavige geval is ondermeer vergunning verleend voor de opslag van maximaal 240.000 kg consumentenvuurwerk. 1.3 Reden intrekking vergunning Het Vuurwerkbesluit (Vb) heeft een rechtstreekse werking voor inrichtingen voor de opslag van professioneel en consumentenvuurwerk. Onderhavige inrichting is beoordeeld aan de hand van de voorschriften van het Vb. Artikel 2.1.2, lid 1 van het Vb bepaalt dat consumentenvuurwerk uitsluitend kan worden aangemerkt als vuurwerk behorende tot klasse 1.4G of 1.4S. Vuurwerk behorende tot de klasse 1.3G dient daarom, conform de in artikel 1.1.1 van het Vb opgenomen definitie, als professioneel vuurwerk te worden beoordeeld. Op 15 augustus 1984 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van Groningen een milieuvergunning verleend voor de opslag van 2 x 2.500 kg groot vuurwerk (UN-classificatie 1.3G en/of 1.4G) in bewaarplaatsen 11 en 13. In het kader van het Vb dient dit vuurwerk als professioneel vuurwerk te worden beschouwd. Geconstateerd is dat ten aanzien van de opslag van professioneel vuurwerk in de bewaarplaatsen 11 en 13 niet kan worden voldaan aan de hiervoor geldende minimale afstandseis van het Vb van 800 m (voorschrift B1.1 van bijlage 3 van het Vb).

De inrichting veroorzaakt daarmee ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu die niet door het aanbrengen van wijzigingen in de bedrijfsvoering of door het treffen van voorzieningen kunnen worden opgelost. Tevens is geconstateerd dat vergunninghoudster gedurende een periode van meer dan 3 jaar geen handelingen heeft verricht met gebruikmaking van onderhavige vergunning voor opslag van professioneel vuurwerk. Feitelijk heeft nimmer opslag van dergelijk vuurwerk plaatsgevonden. Wij zullen voornoemde vergunning daarom, conform artikel 8.25, lid 1 onder a respectievelijk c, ambtshalve intrekken. 2. GEVOLGDE PROCEDURE Wij hebben met betrekking tot de ambtshalve intrekking van onderhavige vergunning de procedure gevolgd zoals die is aangegeven in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in hoofdstuk 13 van de Wet milieubeheer. Bij brief van 26 september 2003 (kenmerk 2003-16.512, MV) is het voornemen tot intrekking van de vergunning aan de vergunninghoudster kenbaar gemaakt. Bij brief van 3 oktober 2003 (kenmerk 2003-17.302, MV) is het voornemen tot intrekking van de vergunning aan VROM-Inspectie regio Noord en de gemeente Groningen kenbaar gemaakt. Daarbij zijn zowel vergunninghoudster als de hiervoor genoemde adviseurs, conform artikel 8.25, lid 8 van de Wm en artikel 3.30, lid 2 Awb, in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van voornoemde brieven hun zienswijze kenbaar te maken. Op dit voornemen tot intrekking van de voornoemde vergunning hebben wij op 22 oktober 2003 een schriftelijke reactie ontvangen van VROM-Inspectie regio Noord, waarin zij aangeeft te kunnen instemmen met ons voornemen. Het ontwerp van deze beschikking is, overeenkomstig artikel 3.5.6 Awb, ter inzage gelegd van 30 oktober 2003 tot en met 12 november 2003 waarbij een ieder in de gelegenheid is gesteld tot het inbrengen van schriftelijke bedenkingen. Binnen de gestelde termijn hebben wij geen bedenkingen ontvangen. 3. GRONDEN VAN DE BESLISSING 3.1 Toetsingspunten De intrekking van onderhavige vergunning is getoetst aan aspecten genoemd in de artikelen 8.8 en 8.9 van de Wm waarbij onderscheid wordt gemaakt in aspecten die de beslissingsvrijheid in meer of mindere mate beperken en aspecten die in ieder geval bij de beslissing moeten worden betrokken. Op grond van artikel 8.8, lid 1, van de Wet milieubeheer moeten de volgende aspecten betrokken worden bij de beslissing: a. de bestaande toestand van het milieu, voor zover de inrichting daarvoor gevolgen kan veroorzaken; b. de gevolgen voor het milieu, die de inrichting kan veroorzaken; c. de redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, zowel met betrekking tot de inrichting als met betrekking tot het gebied waarin de inrichting is gelegen; d. de ingebrachte adviezen en bedenkingen; e. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu die de inrichting kan veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen. Op grond van artikel 8.8, lid 2, van de Wm moet rekening gehouden worden met de volgende aspecten:

a. het provinciaal milieubeleidsplan; b. richtwaarden die op basis van hoofdstuk 5 van de Wm gelden. Artikel 8.8, lid 3, van de Wm geeft aan welke aspecten bij de beoordeling in acht moeten worden genomen. De aspecten die hier worden bedoeld zijn: a. grenswaarden die op basis van hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer gelden of die voortvloeien uit hoofdstuk 5 van de Wet geluidhinder (milieukwaliteitseisen); b. zogenaamde instructieregels op basis van artikel 8.45 van de Wet milieubeheer en op grond van de provinciale milieuverordening; c. bindende ministeriële aanwijzing met betrekking tot de aanvraag op grond van artikel 8.27 van de Wm. Artikel 8.9 van de Wm stelt dat bij de beslissing geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij of krachtens de Wm, dan wel bij of krachtens de in artikel 13.1, tweede lid, genoemde wetten. Een beoordeling conform genoemde artikelen is geschied en dit gaf ons geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. 3.2 Beleidskaders en regelgeving 3.2.1 Vuurwerkbesluit Op 1 maart 2002 is het Vb van kracht geworden. Het Vb strekt tot integrale herziening van het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen waarbij zowel de regelgeving voor consumentenvuurwerk als die voor professioneel vuurwerk in een nieuwe algemene maatregel van bestuur worden geïntegreerd. Dit besluit beoogt de gehele keten van het invoeren dan wel vervaardiging of assembleren, verhandelen, uitvoeren, opslaan, bewerken en afsteken van vuurwerk te reguleren, met inbegrip van bepaalde vervoershandelingen met vuurwerk. Het Vb ziet onder meer toe op inrichtingen waarin vuurwerk wordt opgeslagen of bewerkt (daaronder begrepen het verwerken, (her)verpakken, (voor)monteren en assembleren van vuurwerk, voor zover het professioneel vuurwerk betreft). Daarnaast zijn in dit besluit veiligheidsafstanden opgenomen die in het kader van de vaststelling van besluiten in de sfeer van de ruimtelijke ordening en bij de beslissing op een aanvraag om een milieuvergunning in acht genomen moeten worden. Om deze redenen is het besluit onder andere gebaseerd op de Wet milieugevaarlijke stoffen en de Wet milieubeheer. Het doel van dit rechtstreeks werkende besluit is betere waarborgen te scheppen voor de bescherming van mens en milieu tegen de mogelijke effecten die het opslaan, bewerken en afsteken van vuurwerk kunnen veroorzaken. Het gaat in dit verband om de bescherming van de bevolking in de omgeving van een inrichting waar vuurwerk aanwezig is. 3.3 Inhoudelijke beoordeling Op basis van artikel 8.25, lid 4 van de Wm zijn wij met betrekking tot de beslissing tot intrekking van de vergunning gehouden aan de artikelen 8.7 tot en met 8.9 van de Wm. BESLISSING: Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Wet milieubeheer besluiten wij: I de bij besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Groningen van 15 augustus 1984 verleende vergunning (nr. 2884 H) ambtshalve in te trekken.

II te bepalen dat een exemplaar van de beschikking zal worden gezonden aan: 1. Handelsonderneming J. Mikx B.V. te Groningen 2. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Groningen, p/a Milieudienst, Postbus 742, 9700 AS GRONINGEN; 3. VROM-Inspectie regio Noord, Postbus 30020, 9700 RM GRONINGEN; 4. Het Landelijke Meld en Informatiepunt Vuurwerk, Antwoordnummer 10697, 2501 WB DEN HAAG; 5. Senter, Postbus 10073, 8000 GB Zwolle. Groningen. Gedeputeerde staten voornoemd:, voorzitter., secretaris.