Tweede Kamer der Staten-Generaal



Vergelijkbare documenten
Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zitting

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn. Een lening (schuld) met een looptijd van langer dan een jaar. We bespreken 3 verschillende leningen:

Rijksbegroting voor het dienstjaar VII Al 1 2

Rabobank (leden)certificaten

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2013

BEGROTING Paragraaf Financiering

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010


Tweede Kamer der Staten-Generaal

Onderstaande tabel geeft het verloop weer van onze huidige langlopende geldleningen.

Investeringskasstroom: Investeringen maatschappelijk nut -25,5 Investeringen economisch nut -83,4 Investeringen grondexploitaties (netto) -0,6

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Tweede Kamer der Staten-Generaal

5,6. Praktische-opdracht door een scholier 2583 woorden 20 december keer beoordeeld

Heerenstede Vastgoed B.V., Herengracht 562, 1017 CH Amsterdam, T , I

Kanttekeningen bij de Begroting Paragraaf 4 Financiering

2013 in het kort SAMENVATTING VAN HET JAARVERSLAG

4.4 Financiering De financiering van de gemeente Spijkenisse

BEGRIPPENLIJST. Basispunt Een honderdste deel van een procent (0,01%).

Hoofdstuk 12. Vreemd vermogen op lange termijn.

Avalex Verkorte jaarrekening 2011 Balans, Resultatenoverzicht en beknopte toelichting

Lijst van vragen en antwoorden bij Kamerstukken II 2008/09, IXA, Nr.

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office

Leningen en kasstromen

2.4 Paragraaf 4 Financiering en beleggingen

Advies: Kennis te nemen van de treasuryrapportage 2014 inclusief de geactualiseerde liquiditeitsprognose

Jaarrekening Stichting Vrienden van Dôme

VBI WINKELFONDS NV ANNEXUM. Directie Annexum Beheer B.V. WTC, G-Toren Strawinskylaan XX Amsterdam HALFJAARBERICHT 2012

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hypotheekrecht en - vormen

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Financieel Jaarverslag 2015 en Begroting Tennisclub Ootmarsum

Tradealot Obligatie II van Tradealot B.V.

Samenvatting M&O hoofdstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Schuld op consumptief krediet in 2005 gedaald, roodstand toegenomen

Het herziene Rijksgarantiekader zal tevens in het Handboek financiële informatie en administratie Rijksoverheid (Hafir) worden opgenomen.

Obligaties een financieringsinstrument en een beleggingscategorie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Plan van aanpak beleidsdoorlichting artikel 11 Financiering staatsschuld

Groep Wegingsfactor Prijsverandering Partieel prijsindexcijfer Woning 40% +10% 110 Voeding 30% -10% 90 Kleding 20% +20% 120 Diversen 10% +15% 115

2. Voorstel tot statutenwijziging in verband met splitsing van aandelen in de verhouding 1:2

Herstructurering geldleningenportefeuille Vechtstromen Agendapunt 6 Kenmerk. Nee

Materiële vaste activa Gebouwen Muziekinstrumenten Vervoermiddelen

Marktwaardedekkingsgraad per 31 maart 2014: 128,6%, een toename van 3,3%-punt ten opzichte van 31 december 2013.

Bijlage I: Woningmarktcijfers 4 e kwartaal 2007

Transcriptie:

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20200 Vaststelling begroting van uitgaven Hoofdstuk IX A Nationale Schuld Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING 1. De uitgaven in 1988 1.1. Algemeen Een vergelijking van de ramingen voor het jaar 1988 met die voor het jaar 1987, afgerond op miljoenen guldens, vertoont het volgende beeld: Totale raming voor 1988 f 37 890 Totale raming voor 1987 f 34 863 Meer voor 1988 f 3 027 De toeneming van f3 027 miljoen vloeit voort uit een hogere raming [ +) c.q. lagere ( ) raming voor: rente en kosten vaste schuld aflossingen vaste schuld rente en kosten vlottende schuld diversen + f 342 + f 2 971 - f 317 + f 31 f 3 027 Bij de berekening van rente en aflossing van de vaste schuld is rekening gehouden met de tot en met 31 juli 1987 gecontracteerde leningen. 1.2. Afdeling I. Vaste schuld Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van het bepaalde in artikel 25a, vierde lid jo derde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State. In 1988 zal naar raming op de vaste schuld f342 miljoen meer aan rente en kosten verschuldigd zijn dan in 1987. Deze verhoging heeft voornamelijk betrekking op de rentelasten, voortvloeiend uit de dekking van de behoefte aan financieringsmiddelen in 1987. Volledigheidshalve zij vermeld dat de raming van de automatiseringskosten die betrekking hebben op het beheer van de staatsschuld met ingang van 1988 is opgenomen in begrotingshoofdstuk IX B. De toeneming van de aflossingen ad f2971 miljoen is het gevolg van het in het verleden toegenomen kapitaalmarktberoep. Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 5

1.3. Afdeling II. Vlottende schuld Voornamelijk doordat er in 1986 minder schatkistpapier is geplaatst dan bij de begroting 1987 was aangenomen, zal naar verwachting in 1988 aan rente en kosten op de vlottende schuld f317 miljoen minder nodig zijn dan in 1987. 1.4. Afdeling III. Diversen Ondanks een lagere rekenrente stijgt de geraamde rentevergoeding voor de reserves van het Staatsbedrijf der PTT met f31 miljoen. Deze stijging is het gevolg van de toegenomen reserves. 2. De financiering van het Rijk Evenals in 1986 is in 1987 de financiering van het begrotingstekort van het Rijk vergemakkelijkt door omvangrijke vervroegde aflossingen op woningwetleningen door woningbouwcorporaties. Het financieringstekort, inclusief bovenbedoelde vervroegde aflossingen, bedroeg in 1986 slechts f7,4 miljard. In 1987 neemt dit tekort weer toe (zie tabel 1). De aflossingen op de gevestigde staatsschuld zijn dit jaar ruim f3 miljard hoger dan in 1986. Ook de komende jaren zullen deze aflossingslasten sterk oplopen. De vervroegde aflossingen van het Rijk in 1987 zijn tot dusverre van een gelijke orde van grootte geweest als in de voorgaande jaren, namelijk circa f 1,5 miljard. In dit bedrag is niet begrepen het bedrag aan vervroegd afgeloste onderhandse leningen ten laste van de voorinschrijfrekening (zogeheten VIR-leningen) bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, aangezien deze leningen meteen weer worden omgezet in nieuwe leningen. Het ging hierbij om een bedrag van f 0,8 miljard in de eerste zeven maanden van 1987 tegen f3,3 miljard in 1986 en f4,2 miljard in 1985. De financieringsbehoefte, welke gelijk is aan de som van het financieringstekort en de aflossingen, komt dit jaar vermoedelijk uit op f27,7 miljard en ligt daarmee ruim f9 miljard hoger dan in 1986. In 1987 is ultimo juli voor f20,9 miljard in de financieringsbehoefte voorzien, zodat circa 75% van de behoefte reeds is gedekt. Het financieringsbeleid is er, evenals in voorgaande jaren, op gericht de financieringsbehoefte volledig op de kapitaalmarkt te dekken. In 1985 en vooral in 1986 overtrof het gerealiseerde kapitaalmarktberoep de financieringsbehoefte. Met name in 1986 werd dit veroorzaakt door de aanzienlijk hoger dan verwachte vervroegde aflossingen op woningwetleningen en voorts - zij het in mindere mate - doordat het financieringstekort exclusief de vervroegde aflossingen ten opzichte van de ramingen bleek mee te vallen. Deze ontwikkeling had tot gevolg dat de Staat in de tweede helft van 1986 geen beroep op de openbare kapitaalmarkt meer hoefde te doen. Het liquiditeitsoverschot in 1986 werd deels gecompenseerd door een deel van het vervallende schatkistpapier niet te herplaatsen. Per saldo nam het schatkistsaldo in 1986 met f2,4 miljard toe. Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 6

Tabel 1. Financieringsbeeld van het Rijk (in mld. gld., op kasbasis) 1985 1986 1987 3 Financieringstekort (exclusief vervroegde aflossingen woningwetleningen en exclusief debudgetteringen) -25,6-22,9-28.1 Vervroegde aflossingen woningwetleningen 2,5 15,5 14,9 Financieringstekort (inclusief vervroegde aflossingen woningwetleningen en exclusief debudgetteringen) -23.1-7,4 Aflossingen: aflossingen gevestigde schuld -7,5-9,7-13,0 vervroegde aflossingen gevestigde schuld' -1.5-1,7-1,5 vervallen reguliere aflossingen in verband met vervroegde aflossingen 0,3 0,3 0,0-13,2 Totaal -8,7 11,0 14,6 Financieringsbehoefte -31,8-18.4 Gerealiseerd bruto kapitaalmarktberoep op de openbare markt gecontracteerd op de onderhandse markt 20,5 14,3 14,4 4 gecontracteerd 10,2 4,4 3,7" voorinschrijfrekening 3.4 3,1 2 2,8-27,7 Totaal 34,1 21,8 20,9 Liquiditeitssaldo 2,3 Bruto plaatsing schatkistpapier 5,2 4,3 2,7" Aflossingen schatkistpapier -5,5-5,7-7,0 3,4 Netto plaatsing schatkistpapier -0,3-1.4 Diversen -0,4 0,4 Mutatie schatkistsaldo 1,6 2,4 1 Exclusief de vervroegde aflossing van onderhandse leningen ten laste van de voorinschrijfrekening, die bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds zijn herfinancierd. 2 Dit bedrag is gelijk aan het saldo van de consolidaties ten laste van de voorinschrijfrekening ad f 3312 min. en de mutatie van de voorinschrijfrekening ad f 230 min. 3 Ramingen voor het gehele jaar, tenzij anders aangegeven. 4 Gecontracteerd tot en met 31 juli 1987. 3. Het kapitaalmarktberoep Ter beperking van de toekomstige jaarlijkse herfinanciering van vervallende staatsschuld, is het beleid de laatste jaren gericht op looptijdverlenging. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de looptijdontwikkeling van nieuw afgesloten openbare, VIR- en onderhandse leningen. Tabel 2. Gewogen gemiddelde looptijd van openbare, VIR- en onderhandse leningen (in jaren) 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987' Openbaar VIR Onderhands 1 Tot en met 31 juli 1987. 9,5 7,5 7,0 10,8 8,2 7,6 14,0 12,5 8,6 6,2 6,7 8,4 8,8 8,4 6,5 7,8 8,5 9,8 8,5 7,7 10,6 11,4 11,4 11,4 Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20200 hoofdstuk IX A, nr. 2 7

Uit de tabel blijkt dat aan het steeds korter worden van de gemiddelde looptijd in 1984 een einde is gekomen. Sindsdien is het beleid, gericht op looptijdverlenging, duidelijk succesvol geweest, al is de gemiddelde looptijd, zowel openbaar als onderhands, nog altijd korter dan in 1980. In 1987 is tot dusverre een lichte terugval in de gemiddelde looptijd van openbare en VIR-leningen opgetreden. 3.1. Het openbare beroep Het Rijk gaf zes openbare leningen met storting in 1986 uit. De totale opbrengst hiervan was f 14,3 miljard, wat een gemiddelde opbrengst van f2,4 miljard per lening inhoudt, tegen f2,6 miljard in 1985. Twee van de zes leningen waren 10-jaars fixe leningen (met aflossing in één termijn), die samen f5,8 miljard opleverden (zie tabel 3). De overige vier leningen hadden een looptijd van 5 + 5 jaar. Het gewogen gemiddelde effectieve rendement van openbare staatsleningen daalde van 7,6% in 1985 naar 6,6% in 1986. In de eerste 7 maanden van 1987 heeft de storting op zes openbare leningen plaatsgevonden. De totale opbrengst bedroeg f 14,4 miljard, dat wil zeggen gemiddeld f2,4 miljard per lening. Van deze leningen was er slechts één die géén fixe looptijd had: de 10 +5-jarige lening waarvan de inschrijving openstond op 17 februari 1987. Het resultaat van deze lening was teleurstellend. Dit hield verband met de looptijd, die door beleggers op dat moment als te lang werd beoordeeld en de ongunstige marktomstandigheden ten tijde van de inschrijving op de lening. Van de vijf fixe leningen hadden er drie een looptijd van 8 jaar, één een looptijd van 10 jaar en één een looptijd van 7 jaar. Van deze laatste lening werd maar liefst 72% aan buitenlandse beleggers toegewezen. Het stabiele niveau van de rente vond zijn weerslag in de couponrente van de leningen uitgegeven in 1987. Vijf van de zes leningen droegen een couponrente van 61/4%. Op 26 april 1987 gaf het Rijk voor het eerst sinds lange tijd weer een lening uit met een couponrente van 6%. Het effectieve rendement was 5,98%. De laatste keer dat het Rijk tegen een rente van minder dan 6% kon lenen was in 1965. Het gewogen gemiddelde effectieve rendement van de openbare staatsleningen met storting in 1987 is verder gedaald tot 6,1 %. Tabel 3. Uitgifte van openbare staatsleningen met storting in 1986 en de eerste helft van 1987 Fonds Inschrijvingsdatum Stortingsdatum Looptijd Bedrag' Koers Rendement 2 Aandeel buitenland 7% Nederl. 1985 03-12-1985 15-01-1986 5 + 5 3750 100,4 6,93 18% 6 3 /4% Nederl. 1986-1 21-01-1986 17-02-1986 5 + 5 2000 100,0 6,75 26% 6%% Nederl. 1986-11 18-02-1986 17-03-1986 5 + 5 1200 100,0 6,75 26% 654 % Nederl. 1986 18-03-1986 15-04-1986 10 4000 101,8 6,25 51% 6%% Nederl. 1986 13-05-1986 16-06-1986 5 + 5 1500 99,0 6,42 23% 6%% Nederl. 1986 24-06-1986 01-08-1986 10 1800 100,0 6,25 47% 6%% Nederl. 1986 02-12-1986 15-01-1987 8 3500 100,3 6,20 33% 6'/A Nederl. 1987 20-01-1987 16-02-1987 10 3500 101,0 6,11 29% 6'/«% Nederl. 1987 17-02-1987 16-03-1987 10 + 5 300 99,7 6,28 13% 6)4% Nederl. 1987-1 31-03-1987 01-05-1987 8 3250 100,8 6,12 43% 6%% Nederl. 1987-11 28-04-1987 01-06-1987 8 1500 100,4 6,19 55% 6% Nederl. 1987 26-05-1987 01-07-1987 7 2250 100,1 5,98 72% 1 In mil joenen guldens. 2 In procenten. Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 8

3.2. Het onderhandse beroep Op de onderhandse markt leende het Rijk in 1986 op kasbasis f4,4 miljard. Dat is aanzienlijk minder dan de f 10,2 miljard die in 1985 onderhands uit de markt werd genomen, hetgeen voor een belangrijk deel te verklaren is uit de veel lagere financieringsbehoefte in 1986. In 1987 is op kasbasis tot dusverre voor een bedrag van f3,7 miljard gecontracteerd. De terughoudende opstelling van het Rijk op de onderhandse markt hangt samen met de ook dit jaar meevallende financieringsbehoefte ten gevolge van het grote volume van de vervroegde aflossingen op woningwetleningen door woningbouwcorporaties. Deze vervroegde aflossingen worden op de onderhandse markt herfinancierd en veroorzaken een opwaartse druk op het renteniveau op deze markt. Het rente-écart tussen onderhandse en openbare leningen, welke in de afgelopen jaren ongeveer 0,25% bedroeg, is in de eerste helft van 1987 opgelopen tot meer dan 0,5%. 3.3. De voorinschrijfrekening De reservering van gelden op de voorinschrijfrekening van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds bedroeg in 1986 f3,1 miljard tegen f3,4 miljard in 1985. Voor 1987 wordt naar verwachting f2,8 miljard gereserveerd. De geleidelijke daling van de gereserveerde bedragen, welke zich sinds 1980 voordoet, is het gevolg van met name de verlaging van het pensioenbijdrage-percentage. De gereserveerde gelden worden regelmatig omgezet («geconsolideerd») in onderhandse leningen aan de Staat. De modaliteiten van de leningen ten laste van de voorinschrijfrekening zijn in beginsel de zelfde als die van openbare staatsleningen. 4. Verlenging van staatsleningen In 1986 bestond bij vier in het verleden uitgegeven staatsleningen de mogelijkheid de looptijd te verlengen tegen voor het overige gelijke voorwaarden. Deze leningen zijn voornamelijk in de beginjaren '80 uitgegeven. De beleggers hebben op zeer grote schaal van deze mogelijkheid gebruik gemaakt (zie tabel 4). In 1987 kwamen ook twee leningen voor verlenging in aanmerking. Ook deze leningen zijn nagenoeg geheel omgezet in leningen met een langere looptijd. In totaal zijn er nu 7 van de 8 leningen, waaraan de mogelijkheid tot verlenging gekoppeld was, daadwerkelijk verlengd. De eerste verlenging vond in 1985 plaats, terwijl in 1989 de laatste verlengbare lening kan worden omgezet in een lening met een langere looptijd. Tabel 4. Verlengbare leningen Oude lening Nieuwe lening Oorspronke- Omzettingslijk lening- percentage bedrag (in min. gld.) 10% -1982-11 per 86/89 10% -1985 per 89/92 3500 99,4 T/2% 1983-11 per 87/90 7V4% -1986 per 90/93 1750 95,1 10 1 /4% -1980 per 86/90 10%% -1986 per 92/96 900 98,2 9Vi% -1983 per 87/90 9 1 /*% -1986 per 90/93 8500 99,2 12%% -1981 per 87/91 12%% -1986 per 92/96 2500 99,8 8'/ 2% -1984 per 88/91 8V4% -1987 per 92/95 7500 99,7 10'/«% - 1982 per 88/92 10%% -1987 per 93/97 1300 98,8 814% 1984-11 per 90/94 8%% -1989 per 95/99 6500 Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 9

5. Vervroegde aflossing van staatsleningen Sinds 1985 heeft het Rijk gebruik gemaakt van het recht om een aantal leningen vervroegd af te lossen. In totaal ging het in 1985 om een bedrag van ruim f 1,5 miljard aan openbare leningen en ruim f4,2 miljard aan VIR-leningen (zie tabel 5). Het hierbij behaalde netto budgettaire voordeel' kan worden becijferd op f420 miljoen. In 1986 kwamen voor het eerst gewone onderhandse leningen in aanmerking voor vervroegde aflossing. Achtergrond hiervan was dat deze leningen voor het eerst in 1976 zijn uitgegeven en op zijn vroegst na 10 jaar vervroegd mogen worden afgelost. In totaal werd voor bijna f250 miljoen aan gewone onderhandse leningen vervroegd afgelost. Bovendien loste het Rijk dat jaar voor bijna f 1,5 miljard aan openbare leningen en voor ruim f3,3 miljard aan VIR-leningen vervroegd af. Het netto budgettaire voordeel van alle in 1986 vervroegd afgeloste staatsleningen bedroeg ruim f315 miljoen. Ook in 1987 heeft de Staat gebruik gemaakt van de mogelijkheid vervroegd af te lossen. In januari en in juni zijn in totaal vier openbare leningen voor een bedrag van bijna f 0,8 miljard vervroegd afgelost en twee VIR-leningen voor een bedrag van in totaal eveneens bijna f 0,8 miljard. Daarnaast is tot dusverre in 1987 voor een bedrag van bijna f 0,7 miljard aan onderhandse leningen vervroegd afgelost. De vervroegde aflossingen in 1987 leverden in totaal een netto budgettair voordeel op van f 178 miljoen. Tabel 5. Vervroegd aflosbaar gestelde leningen en het netto budgettaire voordeel (in min. gld.) Vervroegd afgelost Netto budgettair voordeel 1985 1986 1987 1 1985 1986 1987' Openbaar VIR Onderhands 1525 4202 1469 3341 250 774 799 676 98 322 90 191 34 52 36 90 Totaal 5727 5060 2249 420 315 178 1 Toten met 31 juli 1987. 6. Houderschap gevestigde schuld Zoals reeds in paragraaf 3.1 is vermeld is de buitenlandse belangstelling bij de emissie van openbare staatsleningen sterk toegenomen. De belangstelling van de verschillende categorieën beleggers wordt in tabel 6 weergegeven. Tabel 6. Toewijzing bij uitgifte van openbare staatsleningen (in mld. gld. en in procenten van het totaal, op kasbasis) 1984 1985 1986 1987* bedrag % bedrag % bedrag % bedrag % ' Onder netto budgettair voordeel wordt verstaan het rentevoordeel over de resterende looptijd van de vervroegd afgeloste lening, verminderd met de eventueel te betalen boete en de verschuldigde provisie bij herfinanciering. Institutionele beleggers Buitenlandse beleggers Particuliere beleggers (Spaar-)banken 12,3 3,8 4,0 5,0 49 15 16 20 11,6 4,9 2,6 1,4 Totaal** 25,1 100 20,5 100 14,3 100 14,3 100 * Tot en met 31 juli 1987. ** Door afronding kan de som van de componenten afwijken van het totaal. 57 24 12 7 6,3 4,8 1,8 1,4 44 33 13 10 5,0 6,0 2,1 1,1 35 42 15 8 Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 10

Uit tabel 6 blijkt dat het aandeel van de particuliere beleggers en de (spaar-)banken in 1986 en tot dusverre in 1987 in geringe mate is veranderd. Opvallend is het zeer grote aandeel van de buitenlandse beleggers in de eerste helft van 1987, dat het aandeel van de institutionele beleggers overtrof. De grote buitenlandse belangstelling is grotendeels toe te schrijven aan het feit dat vijf van de zes openbare leningen met storting in 1987 fixe leningen waren en aan de sterke positie van de Nederlandse gulden. Alhoewel de inschrijving van buitenlandse beleggers bij de emissie van openbare staatsleningen in de afgelopen jaren sterk is toegenomen, is het aandeel van de buitenlandse beleggers in de totale uitstaande staatsschuld nagenoeg gelijk gebleven op een niveau van circa 10% (zie tabel 7). Hieruit blijkt dat buitenlandse beleggers in 1986 op de secundaire markt per saldo openbare staatsleningen hebben verkocht. Het aandeel van de institutionele beleggers bedraagt al jaren ongeveer 50%. De particuliere beleggers en (spaar-)banken nemen ieder ongeveer 20% van de staatsschuld voor hun rekening. Daarbij is het aandeel van de particulieren in de afgelopen jaren licht afgenomen en het aandeel van de (spaar-)banken licht toegenomen. Tabel 7. Verdeling van het houderschap van de gevestigde staatsschuld (in mld. gld. en in procenten van het totaal per jaarultimo) 1983 1984 1985 1986 bedrag % bedrag % bedrag % bedrag % Institutionele beleggers Buitenlandse beleggers Particuliere beleggers (Spaar-)banken 76,2 16,6 35,7 26,9 49 11 23 17 90,2 18,4 38,8 37,6 49 10 21 20 103,2 21,1 41,4 44,6 49 10 20 21 110,6 21,2 40,4 49,6 50 10 18 22 Totaal 155,4 100 185,0 100 210,3 100 221,8 100 N.B.: In verband met een definitiewijziging wijken de cijfers iets af van de cijfers vermeld in de memorie van toelichting van Hoofdstuk IX A voor het jaar 1987. 7. Schatkistpapier De uitstaande hoeveelheid schatkistpapier is afgenomen van f 1 7,1 miljard ultimo 1985 tot f 15,7 miljard ultimo 1986. De onvolledige herplaatsing van schatkistpapier in 1986 hield verband met de meevallende financieringsbehoefte in 1986. In 1986 werd circa de helft van het schatkistpapier onderhands geplaatst. Daarnaast vonden in 1986 twee openbare inschrijvingen plaats, éénmaal via een tenderinschrijving op 19 juni en éénmaal via een zogeheten inschrijving over de toonbank in oktober, waarbij gedurende meerdere dagen inschrijvingen tegen wisselende tarieven en wisselende looptijden werden geaccepteerd. Het resultaat van beide inschrijvingen bedroeg respectievelijk circa f 0,5 en f 1,6 miljard. In de eerste zeven maanden van 1987 is onderhands circa f2,7 miljard schatkistpapier geplaatst. Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1 988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 11

Tabel 8. Afgifte van schatkistpapier (in min. gld. en in procenten van het totaal) Uitgifte techniek Bedrag 1986 1987" Tender (19 juni ) 491 11 Toonbank (20, 23 en 24 oktober) 1565 37 Onderhands 2230 52 Totaal 4286 100 Tender _ Toonbank - Onderhands 2725 100 Totaal 2725 100 * Toten met 31 juli 1987. 8. Het financieringsarrangement Evenals in voorafgaande jaren heeft het Rijk ook dit jaar een financieringsarrangement met de Nederlandsche Bank afgesloten. Het arrangement voorziet in de tijdelijke - seizoenmatige of incidentele - kasbehoeften van de Staat als het schatkistsaldo niet toereikend is. Het nu geldende financieringsarrangement loopt van 1 maart 1987 tot 1 maart 1988 en heeft een maximale omvang van f4995 miljoen. De rente die de Bank in rekening brengt is gelijk aan het geldende wisseldisconto (thans 4'/2%). Tot op heden is het niet nodig gebleken gebruik te maken van het arrangement. Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 12

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 rente 1988 vaste schuld Artikel 3 aflossing 1988 vaste schuld Op basis van de per 31 juli 1987 bekende gegevens worden aan rente en aflossing op vaste staatsschuld de volgende bedragen geraamd Geraamde bedragen aan rente en aflossing voor de na de opstelling van de begroting in 1987 nog aan te gane vaste schuld Voor de inkoop van vaste schuld ingevolge de wet van 9 november 1950, Stb. K 494 is een stelpost uitgetrokken van Hierdoor verminderen de rentelasten met Voorts zal aan provisie verschuldigd zijn over in 1988 af te sluiten openbare en onderhandse leningen 126 000 000 Overige kosten op staatsschuld 2 000 000 Totaal kosten 19 129 000 000 472 000 000 af: 2 000 000 128 000 000 15 959 000 000 Memorie 50 000 000 Artikel 1. Rente en kosten 19 727 000 000 Artikel 3. Aflossing 16 009 000 000 Artikel 4. Vervroegde aflossing. Aangezien niet valt te voorzien wanneer en tot welk beloop vaste schuld vervroegd zal worden afgelost, wordt dit artikel pro memorie opgenomen. Artikel 5. Rente en kosten van schatkistpapier, kasgeldleningen en gelden in rekening-courant met 's-rijks schatkist. Daar het niet mogelijk is reeds ten tijde van de indiening van de begroting voor het dienstjaar 1988 rekening te houden met alle factoren, die van invloed zullen zijn op het beloop van de vlottende schuld in dat begrotingsjaar, kan slechts een globale raming worden ontworpen van de in 1988 verschuldigde rente. 1. Op schatkistpapier en kasgeldleningen zal naar raming aan rente verschuldigd zijn een bedrag van f 1 107 miljoen. 2. De rente verschuldigd over de gelden van rijksfondsen gestort in 's Rijks kas zal naar raming bedragen f 103 miljoen. 3. De rente verschuldigd over in 's Rijks schatkist aanwezige gelden van staatsbedrijven zal naar raming f50 miljoen bedragen. 4. De rente verschuldigd over door derden in rekening-courant bij 's Rijks schatkist aangehouden gelden zal naar raming f3 miljoen bedragen. Artikel 6. Rente over reserves van staatsbedrijven. Het gemiddelde aan reserves van staatsbedrijven, waarover in 1988 door 's Rijks schatkist rente wordt vergoed, wordt geraamd op f 14,3 miljard. Artikel 7. Overige rentelasten. In verband met het intrekken van de Wet van 23 mei 1917 (Stb. 436; Wet waarborgen buitenlandse verzekeraars) wordt met ingang van het begrotingsjaar 1988 geen rente van door buitenlandse verzekeraars in geld gestelde zekerheid uitgetrokken. De Ministervan Financiën, H. 0. C. R. Ruding Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 20 200 hoofdstuk IX A, nr. 2 13