Fiscaal beleidsstatement van de Rabobank Inleiding De Rabobank geeft hierna een toelichting op het fiscale beleid en het country-by-country-overzicht in de jaarrekening 2015 (Toelichting 5: Bedrijfssegmenten). De volgende onderdelen komen aan de orde: (A) Fiscaal beleid 1. Hoe komt het fiscale beleid van de Rabobank tot stand? 2. Relatie met de belastingautoriteiten 3. Beleid ten aanzien van fiscale planning 4. Beleid ten aanzien van ontwikkelingslanden 5. Beleid ten aanzien van klanten 6. Wat vindt de Rabobank van de internationale discussie over het belastingbeleid van multinationals? (B) Toelichting op de fiscale informatie in de jaarrekening 2015 7. Belastingdruk (winstbelastingen) 8. Country-by-country overzicht 9. Toelichting vennootschapsbelasting 10. Toelichting andere heffingen De fiscale afdeling ziet erop toe dat het beleid wordt nageleefd. Zij beoordeelt alle belangrijke producten en transacties en heeft het laatste woord in belastingzaken: wat niet binnen het fiscale beleid past, krijgt geen goedkeuring. 2. Relatie met de belastingautoriteiten De Rabobank is transparant tegenover de belastingautoriteiten. Dat betekent dat we alle feiten duidelijk en volledig op tafel leggen, maar bovendien de fiscale uitkomst die we voor ogen hebben en de mogelijke discussiepunten. Dat doen we omdat we transparantie een onderdeel vinden van maatschappelijk verantwoord ondernemen. In het kader van het horizontale toezicht heeft de Rabobank in Nederland een samenwerkingsovereenkomst met de belastingdienst gesloten. (A) Fiscaal beleid 1. Hoe komt het fiscale beleid van de Rabobank tot stand? Het fiscale beleid van de Rabobank wordt ontwikkeld en in de praktijk gebracht door een gespecialiseerde afdeling Fiscale Zaken. Deze afdeling draagt de verantwoordelijkheid voor alle belastingzaken binnen de hele groep. Daaronder valt bijvoorbeeld de fiscale informatievoorziening aan de klanten van de Rabobank, het zeker stellen dat de fiscale wetgeving juist is toegepast op onze producten en het waarborgen dat de Rabobank zelf aan al haar fiscale verplichtingen voldoet. Horizontaal toezicht betekent een gelijkwaardige samenwerking tussen de Nederlandse belastingdienst en belastingplichtige ondernemingen, gebaseerd op wederzijds vertrouwen en een zeer transparante communicatie. Deze uitgangspunten worden vastgelegd in een overeenkomst. De belastingdienst gaat een dergelijke overeenkomst alleen aan als de onderneming een goed functionerend tax control framework heeft, dat wil zeggen dat de onderneming haar fiscale positie en fiscale risico s goed in de greep heeft. De Rabobank vindt dat fiscale verplichtingen niet alleen bestaan omdat de wet ze nu eenmaal oplegt, maar omdat ze een onderdeel vormen van haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij past dat de Rabobank niet betrokken wil zijn bij agressieve tax planning. Al het fiscale beleid, zoals toegelicht in de volgende paragrafen, is op dat uitgangspunt gebaseerd. In Groot-Brittannië en Australië heeft de Rabobank vergelijkbare overeenkomsten getekend. Andere landen kennen dergelijk beleid nog niet. 1 Fiscaal beleidsstatement van de Rabobank
De Rabobank is verplicht om voor onder andere spaar- en effectenproducten bepaalde gegevens door te geven aan de Nederlandse belastingautoriteiten. Enerzijds zijn de belastingautoriteiten daarmee in staat om belastingontduiking (bijvoorbeeld in de vorm van zwartsparen) tegen te gaan. Anderzijds wordt de aangifte inkomstenbelasting van Nederlandse belastingplichtigen eenvoudiger, omdat deze is vooringevuld met de gegevens die de bank aan de belastingdienst heeft verstrekt. Niet alleen binnen Nederland, maar ook internationaal bestaan er verplichtingen voor banken om gegevens over hun klanten aan te leveren. FATCA FATCA staat voor Foreign account tax compliance act. Dit zijn Amerikaanse regels die bedoeld zijn om belastingontduiking door Amerikaans belasting plichtigen (US persons) tegen te gaan. Sinds 1 januari 2015 levert de Rabobank (verplicht) financiële informatie over US persons aan de belastingdienst. Op basis van een overeenkomst met de VS geeft de belasting dienst deze informatie door aan de Amerikaanse belastingautoriteiten. In ruil daarvoor ontvangt de belastingdienst gegevens van inwoners van Nederland die bankrekeningen aanhouden in de VS. De Rabobank is het eens met het internationale uitgangspunt dat de belastingverplichtingen van een onderneming haar daadwerkelijke activiteiten volgen. Een consistent uitgevoerd beleid op het gebied van transfer pricing (de prijsstelling van transacties binnen de eigen groep van ondernemingen) is in onze visie een middel om aan dat uitgangspunt te voldoen en juist niet, zoals in de internationale fiscale discussie soms verondersteld wordt, om inkomsten willekeurig te verschuiven. Transfer pricing ziet op de prijsstelling van transacties binnen een (internationaal) concern. Bedrijven moeten zakelijke prijzen en voorwaarden hanteren voor de verkoop van producten, het verlenen van diensten en het uitlenen van geld binnen een concern. Transfer-pricing-regels zorgen ervoor dat de gehanteerde prijzen recht doen aan de werkzaamheden, functies en risico s van de verschillende onderdelen in een concern. Fiscaal gezien is dat van belang omdat op die manier de winst en de belastingverplichting van een concern de daadwerkelijke activiteiten volgen. Concerns zijn wettelijk gebonden aan deze transfer-pricing-regels. Zij mogen niet naar eigen inzicht verrekenprijzen aanpassen om hun belastingverplichtingen te verschuiven, bijvoorbeeld naar een laagbelast land. CRS CRS staat voor Common Reporting Standard. Dit zijn internationale regels om belastingontduiking tegen te gaan. Op basis van de CRS is de Rabobank vanaf 1 januari 2016 verplicht na te gaan of klanten fiscaal inwoner zijn van een ander land dan Nederland. Deze informatie wordt tezamen met de rekeninggegevens gedeeld met de belastingautoriteiten van de deelnemende landen. Omgekeerd ontvangt de belastingdienst van de deelnemende landen informatie over inwoners van Nederland die in die landen bankrekeningen aanhouden. 3. Beleid ten aanzien van fiscale planning In elk land geeft de belastingwet aan welke opbrengsten belast zijn en welke kosten aftrekbaar. Daar bestaat geen keuze in. De Rabobank past deze belastingregels in redelijkheid toe en houdt rekening met de bedoeling van de wetgever. Bij een redelijke wetstoepassing past niet dat er gestuurd wordt op een kunstmatige verlaging van de belastingdruk. Dat doet de Rabobank dan ook niet. Termen als fair share en een redelijke wetstoepassing blijven altijd vatbaar voor discussie. Wat de één voldoende zakelijk motief voor fiscale planning vindt, is volgens de ander niet genoeg. De Rabobank legt daarom - in Nederland, en zo mogelijk ook in het buitenland - de gemaakte keuzes en mogelijke twijfelpunten transparant voor aan de belastingautoriteiten. De Rabobank stelt hen tijdig in de gelegenheid om hun visie kenbaar te maken en zij betrekt deze visie in de te maken fiscale keuze. Banken zijn regelmatig betrokken bij complexe financiële transacties. Zulke transacties zijn soms lastig te doorgronden en kunnen grote fiscale gevolgen hebben voor de betrokken partijen. De Rabobank hanteert voor deze transacties al geruime tijd doelgericht beleid om te zorgen dat zij in lijn blijft met het doel en de strekking van de fiscale wetgeving. Als een transactie een door de wet bedoeld fiscaal voordeel meebrengt, vinden we dat prima. De Rabobank wil niet meewerken aan transacties waarvan belastingbesparing het hoofddoel is. Wij verwachten van de belastingautoriteiten op hun beurt een opstelling die recht doet aan een redelijke wetstoepassing en aan de rechten van de Rabobank en haar klanten als belastingplichtigen. 2 Fiscaal beleidsstatement van de Rabobank
Er is, nationaal en internationaal, geregeld discussie over houdster-, financierings- en doorstroomvennootschappen. Het gaat dan vooral over de eisen die aan de substance (kritische massa) van dit soort entiteiten moeten worden gesteld. In die discussie worden trusts vaak genoemd. Onder trustactiviteiten verstaan wij het beheer en de administratie van vennootschappen voor derden. Nederland geniet populariteit als vestigingsland voor (tussen)houdster- en financieringsvennootschappen. Dit is mede het gevolg van een aantal kenmerken van het Nederlandse belastingstelsel die voor zulke vennootschappen van belang zijn, zoals de deelnemingsvrijstelling en de afwezigheid van bronbelastingen op rente en royalty s. Om in aanmerking te komen voor toepassing van de Nederlandse belastingregels moeten vennootschappen die zich in Nederland vestigen wel voldoen aan substance -eisen. Dit beleid sluit aan bij een van de thema s op de agenda van De Nederlandsche Bank (DNB) voor de komende jaren, te weten: fiscale klantintegriteit. DNB verwacht van alle banken in Nederland dat zij een beeld vormen van de houding van hun klanten op belastinggebied. De Rabobank vindt het daarbij wel van groot belang dat er steeds recht wordt gedaan aan de belangen en de privacy van de klant. 6. Wat vindt de Rabobank van de internationale discussie over het belastingbeleid van multinationals? Er is in toenemende mate publieke aandacht voor het belastingbeleid van multinationals. Dit uit zich in parlementaire discussies, staatssteunonderzoeken van de Europese Commissie, onderzoeken van instanties op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen en kritische publicaties in de media. Daarnaast zijn er op nationaal en internationaal niveau diverse wetgevingsinitiatieven gestart. De Rabobank verricht zelf geen trustactiviteiten. Dat wil niet zeggen dat we er bezwaar tegen hebben als klanten bij trustactiviteiten betrokken zijn, maar in het licht van de bovengenoemde discussie kijken we er wel kritisch naar. 4. Beleid ten aanzien van ontwikkelingslanden Door bancaire investeringen in en betrokkenheid bij lokaal gevestigde financiële instellingen wil de Rabobank een positieve bijdrage aan de economie van ontwikkelingslanden leveren. Hetzelfde geldt voor de charitatieve activiteiten van Rabobank Foundation. De Rabobank wil niet in of via ontwikkelingslanden betrokken zijn bij fiscale structuren die leiden tot een lagere belastingafdracht. 5. Beleid ten aanzien van klanten De Rabobank geeft waar nodig gedegen fiscale informatie aan klanten, maar verstrekt nooit fiscale adviezen. Zij vindt dat haar klanten zelf verantwoordelijk zijn voor hun fiscale beslissingen. De Rabobank verwacht daarbij dat klanten zich integer gedragen. Dat wil niet zozeer zeggen dat klanten dezelfde fiscale normen en waarden hoeven te hanteren als de Rabobank zelf, wel dat elke klant zich houdt aan algemeen aanvaarde maatschappelijke normen. Gedrag dat algemeen wordt bestempeld als fraude (belastingontduiking) is voor de Rabobank niet acceptabel. Ook verwacht de Rabobank van klanten dat zij transparant zijn tegenover de bank en de belastingautoriteiten. De Rabobank stapt bijvoorbeeld niet in een transactie als er twijfels zijn over de fiscale bedoelingen van de tegenpartij. Een voorbeeld van internationale samenwerking is het initiatief van de OESO inzake Base Erosion and Profit Shifting (BEPS) en de daaruit voortvloeiende aanpassingen in lokale belastingwetgeving. De Rabobank onderschrijft de waarde van dit initiatief, dat erop is gericht om via internationale coördinatie tot een evenwichtige wijze van belastingheffing te komen. Dat evenwicht ziet er enerzijds op dat zich geen dubbele belastingheffing voordoet en wil anderzijds voorkomen dat er helemaal geen belasting wordt geheven. De EU heeft met het Anti Tax Avoidance-programma (ATA) een soortgelijke agenda opgesteld en zet daarnaast in op de invoering van een gemeenschappelijke winstbelastinggrondslag, de Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB). De Rabobank onderkent het belang van een open en constructieve maatschappelijke discussie, in het bijzonder over belastingethiek. We vinden het daarbij wel belangrijk dat de huidige regelgeving en algemeen geldende principes van internationaal belastingrecht nadrukkelijker als uitgangspunt dienen. De Europese Commissie meent dat een aantal overheden, waaronder de Nederlandse, ongeoorloofde staatssteun heeft gegeven aan multinationals in de vorm van voordelige belastingafspraken. Nederland heeft aangegeven zich hier niet bij neer te leggen. In het bancaire speelveld spitst de discussie zich toe op de fiscale behandeling van de vergoeding op aanvullende tier 1-kapitaalinstrumenten, vaak aangeduid als coco s. Rabobank geeft regelmatig verschillende soorten schuldpapier uit om in haar kapitaalsbehoefte te voorzien. Daarbij laat de bank zich niet primair leiden door een renteaftrekmogelijkheid, maar door de financieringsbehoefte op dat moment. 3 Fiscaal beleidsstatement van de Rabobank
De Rabobank is van mening dat een zinvolle discussie over maatschappelijk verantwoord belastingbeleid het beste gevoerd kan worden aan de hand van uitgangspunten als transparante communicatie, oog voor de bedoeling van de wetgever en een consequente toepassing van het eigen fiscale beleid. Met dat laatste bedoelen we dat een ondernemer bijvoorbeeld niet alleen een gedegen transfer-pricing-beleid op papier moet zetten, maar dit vervolgens ook daadwerkelijk moet naleven. (B) Toelichting op de fiscale informatie in de jaarrekening 2015 7. Belastingdruk (winstbelastingen) De belastingdruk die staat vermeld in de jaarrekening heeft alleen betrekking op winstbelastingen, waaronder de Nederlandse vennootschapsbelasting. Wereldwijd was de belastingdruk in 2015 23% van het bedrijfsresultaat. 8. Country-by-country overzicht In de jaarrekening 2015 staat een overzicht van de winstbelasting per land (de zogenoemde country-by-countryrapportage, zie Toelichting 5, Bedrijfssegmenten). Dit is een (wettelijk verplichte) opsomming van de landen waarin de Rabobank actief is. Per land zijn enkele kerngegevens vermeld, waaronder de winstbelastinglast over het afgelopen jaar. Dit overzicht heeft tot doel om te laten zien dat de belastingverplichtingen van de ondernemer de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten volgen. Zoals in onderdeel 3 staat, sluit de Rabobank zich aan bij dit uitgangspunt. Hierna volgt een korte toelichting op enkele landen uit het country-by-country overzicht. Het gebruik van Delaware-vennootschappen ligt in Amerika voor de hand, aangezien het vennootschapsrecht van Delaware sterk ontwikkeld en flexibel is. Een fiscale achtergrond is er voor de Rabobank niet: deze vennootschappen zijn op normale wijze onderworpen aan Amerikaanse belastingregels. Kaaimaneilanden De beide Kaaiman-vestigingen van de Rabobank, die overigens beperkt van omvang waren, hebben in 2015 hun activiteiten beëindigd. De inkomsten van deze vestigingen werden overigens volgens de normale regels van die landen belast in de Verenigde Staten, respectievelijk Brazilië. Ierland De Rabobank oefent via diverse entiteiten in brede zin het bankbedrijf uit in Ierland: retail, wholesale, leasing en internetbankieren zitten allemaal in het activiteitenpakket. ACC, een Ierse retailbank die de Rabobank in 2002 heeft overgenomen, is de grootste van die entiteiten. Vanwege de structurele verliezen is de omvang van ACC echter substantieel afgenomen. 9. Toelichting vennootschapsbelasting Er zijn erg veel verschillen tussen boekhoud- en belastingregels. Daardoor wijkt het boekhoudkundige resultaat (het resultaat in de jaarrekening van de Rabobank) af van het fiscale resultaat. De omvang van deze verschillen staat niet van tevoren vast, maar kan bij een bedrijf als de Rabobank zeer groot zijn. Curaçao De vennootschap in Curaçao is in 1978 opgericht als eerste buitenlandse kantoor van de Rabobank om transacties met Zuid-Amerikaanse klanten te doen. De vennootschap is van rechtswege onderwerpen aan het lokale lage belastingtarief. Als gevolg van reorganisatie van de regio Zuid-Amerika zullen de activiteiten van kantoor Curaçao afnemen. Verenigde Staten De Rabobank heeft enkele tientallen dochtervennootschappen in de Verenigde Staten die zijn opgericht naar het recht van de staat Delaware. Dit zijn vennootschappen die gebruikt worden in uitwinningsituaties bij klanten in financiële moeilijkheden (bijzonder beheer), voor het ophalen van financiering door middel van emissies, voor securitisatietransacties, voor transacties die plaatsvinden in een samenwerkingsverband met andere partijen en voor enkele andere activiteiten waarvoor geen bankvergunning nodig is. Bijvoorbeeld: de winst die wordt gemaakt bij verkoop van de aandelen in een dochtervennoot- schap zit wel in de commerciële winst, maar dit bedrag hoort volgens de belastingwet niet tot de fiscale winst. Dat is dus een wettelijk voorschrift, de belastingplichtige kan er niet voor kiezen om van deze vrijstelling af te zien. Dergelijke verschillen kunnen ook andersom uitpakken: de hierboven beschreven vrijstelling bij verkoop van aandelen geldt niet alleen als bij die verkoop winst wordt behaald, maar ook als de transactie een verlies oplevert. Dan is de fiscale winst dus juist hoger dan de commerciële winst. Nog een voorbeeld van een verschil: de Nederlandse bankenbelasting is boekhoudkundig wel een kostenpost, maar volgens de belastingwet niet en mag dus niet van de fiscale winst worden afgetrokken. 4 Fiscaal beleidsstatement van de Rabobank
Het is bovendien zo dat de winst in de jaarrekening betrekking heeft op alle activiteiten van de hele Rabobank Groep. Dit resultaat is in veel verschillende landen behaald en in al die landen moet de Rabobank daarom aangifte doen. Dat gebeurt volgens de lokale fiscale regels en die zijn overal anders. De fiscale beleidsuitgangspunten van de Rabobank zijn overigens in alle landen gelijk (zie onderdeel 1 van deze toelichting). Kortom: het groepsresultaat van 2,2 miljard euro over 2015 houdt geen rechtstreeks verband met de vennootschapsbelasting die de Rabobank in Nederland moet betalen. Het fiscale resultaat over 2015 is positief, maar dat leidt in Nederland niet tot een daadwerkelijke betaling van vennootschapsbelasting omdat er nog fiscale verliezen te verrekenen zijn. Dat geldt ook voor enkele andere landen waar Rabobank actief is, zoals de Verenigde Staten. 10. Toelichting andere heffingen De eerdergenoemde country-by-country-gegevens en de informatie over de effectieve belastingdruk in de jaarrekening hebben alleen betrekking op winstbelasting. Winstbelasting is echter maar een van de heffingen waarmee de Rabobank te maken heeft. In 2015 nam de Rabobank in Nederland onder meer de volgende bijdragen voor haar rekening: niet-verrekenbare btw 286 miljoen euro; loonheffing 1,15 miljard euro; bankenbelasting 168 miljoen euro; bijdragen garantiestelsels 172 miljoen euro. Andere belastingen die de Rabobank afdraagt, maar die niet in dit overzicht zijn opgenomen, zijn bijvoorbeeld gemeentelijke heffingen, overdrachtsbelasting en assurantiebelasting. zijn van btw. Daarom mag de Rabobank bij de Nederlandse belastingdienst maar een beperkt deel terugvragen van de btw die leveranciers in rekening brengen. De rest van deze btw is een kostenpost. Toelichting loonheffing Dit betreft de loonbelasting en premieheffing ter zake van de betaalde salarissen. Het gaat om een inhouding op het brutosalaris van de werknemer. De loonheffing vormt een kostenpost voor de Rabobank. Toelichting bankenbelasting De bankenbelasting is een heffing die in 2012 is ingevoerd naar aanleiding van de economische crisis, met name omdat de Nederlandse overheid aan diverse financiële instellingen financiële steun heeft verleend (overigens niet aan de Rabobank). Deze belasting is te zien als een soort verzekeringspremie die de financiële instellingen betalen omdat de overheid in feite garant staat voor hun verplichtingen. De belasting wordt per financiële instelling berekend op basis van de uitstaande schulden exclusief de schulden die onder het depositogarantiestelsel vallen. Toelichting bijdragen garantiestelsels De Nederlandse banken financieren het depositogarantiestelsel (DGS) tot nu toe achteraf via een omslagstelsel. Met ingang van 2016 is er een DGS-fonds, dat vooraf wordt gevuld met bijdragen van de Nederlandse banken. Het DGSfonds zal uiteindelijk een omvang hebben van 0,8% van het totaal van de gedekte deposito s. De bijdrage van een individuele bank wordt berekend over de omvang van haar gedekte deposito s. Die bijdrage wordt verhoogd met een opslag die afhankelijk is van het risicoprofiel van de bank. Toelichting niet-verrekenbare btw Ondernemers mogen de btw die andere partijen aan hun in rekening brengen, terugvragen bij de Nederlandse belastingdienst. Voor een ondernemer is de btw in de meeste gevallen dus geen kostenpost. Een belangrijke voorwaarde om de btw terug te mogen vragen, is dat de ondernemer zelf ook btw berekent op de door hem verrichte prestaties. Het grootste deel van de dienstverlening door banken is echter vrijgesteld van btw. Zo zijn het verstrekken van kredieten, diensten met betrekking tot effecten en bemiddeling in financiële transacties allemaal vrijgesteld van btw. Dat merkt de klant bijvoorbeeld aan het feit dat de bank hem of haar geen btw in rekening brengt over de verschuldigde hypotheekrente. Ook de Rabobank levert voornamelijk diensten die vrijgesteld Daarnaast worden op nationaal en Europees niveau zogenoemde resolutiefondsen opgericht. Deze fondsen zijn bedoeld om de afwikkeling van banken in problemen mogelijk te maken, zonder een beroep op de belastingbetaler te moeten doen. De Rabobank heeft in 2015 aan het nationale resolutiefonds bijgedragen en zal met ingang van 2016 aan het Europese fonds bijdragen. Het Europese fonds zal uiteindelijk een omvang hebben van 1% van de, op Europees niveau, gedekte deposito s. De bijdrage van een individuele bank wordt (eenvoudig gezegd) berekend over het balanstotaal verminderd met het eigen vermogen en de gedekte deposito s. Daarbij wordt ook rekening gehouden met het risicoprofiel van de bank. 5 Fiscaal beleidsstatement van de Rabobank