PROTOCOL SIGNALERING ONTWIKKELINGSPROBLEMEN



Vergelijkbare documenten
Protocol Meldcode Huiselijkgeweld en Kindermishandeling

Wat Wie Actie Tijdspad. - registreert. - deelt signalen in kindbespreking; - registreert.

Handreiking signaleringsprotocol zorgkinderen 0-4 jaar

Protocol opvallend gedrag

MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDER MISHANDELING BEELDENBOX BEELDEND JEUGDHULP VERLENEN

Protocol signaleren KDV en BSO

Stappenplan Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld o.b.s. Lokhorstschool Deil

Protocol Observeren en registreren peutergegevens en overleg/overdracht gegevens naar ouders en basisschool

Protocol signaleren KDV en BSO

Kindercoach Jack. Intakeformulier

Meldcode bij vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld (KDV/BSO)

Meldcode bij vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld (KDV/BSO/gastouder)

Protocol Meldcode bij vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld (KDV/BSO)

Kinderdagverblijf Ziza Zebra

Kinderdagverblijf Buitenpret. Peuterspeelleergroep De Krullevaar Peuterspeelleergroep Pim&Pom PROTOCOL VVE

Wenbeleid Voor de kinderopvang van KieKeBoe

2 Uitvoering dienstverlening richtlijnen/ werkinstructies b chronisch ziek kind en kind met handicap

Protocol meldcode. Huiselijk geweld en kindermishandeling. OBS Prins Claus

Wenbeleid peuteropvang

Wenbeleid peuteropvang

Zorgboekje. Kindgegevens

Vragenlijst voor ouders/verzorgers

Intakevragenlijst ouders

Stichting Kinderopvang Alkmaar. Pedagogisch Beleid. Peuterspeelzalen

Aan het eind kan je invullen wat je hulpvraag is: welke knelpunten zijn er?

Opname op de Kinderafdeling in verband met overmatig huilen

Inleiding psycho-educatie ASS bij volwassenen

Intakevragenlijst ouders

Visie (Pedagogisch werkplan)

Plan van aanpak. Opgesteld door: Richard Bosch (InfoRing) Datum: Aanmelding via: SMW'er CBS de Akker Werkbegeleider: Marleen Groeneweg

NB: Uit deze omschrijving kan worden afgeleid dat onder kindermishandeling ook ernstige verwaarlozing valt.

Vroegtijdig signaleren 2

bij het Overdrachtdocument peuter - kleuter

Een onrustige baby (huilbaby)

Vragenlijst voor ouders

HEIJENOORDSCHOOL openbaar Jenaplan basisonderwijs De Basis Stichting voor Openbaar Primair Onderwijs

Video Interactie Begeleiding in het ziekenhuis

MEE Utrecht, Gooi & Vecht. Ondersteuning bij leven met een beperking. Omgaan met mensen met een licht verstandelijke beperking.

VEERKRACHT. Gegevens betreffende het kind: Roepnaam:... Voornamen:... Achternaam:... Geboortedatum:... jongen / meisje

Handreiking prenataal huisbezoek jeugdgezondheidszorg Amsterdam

Geboortedatum: BSN-nummer: Roepnaam en achternaam vader:.

stelt de volgende Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, uitgewerkt in een stappenplan en geldend voor alle agogische medewerkers, vast:

Intakeformulier kindercoachpraktijk Jezelf

Bijlage 1. Een goed begin is het halve werk

O Gehuwd O Geregistreerd partnerschap O Gescheiden O Ongehuwd O Weduw(e)(naar)

MELDCODE HUISHOUDELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING

Geboortedatum: BSN-nummer: Roepnaam en achternaam vader:.

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Gemeente Weert

Pedagogisch werkplan gastouder

Woonadres :. .

Kleine Mensen Grote Wensen. Voor de betere kinderopvang

Aanmeldformulier vrij toegankelijke jeugdzorg

Intakevragenlijst voor ouders/verzorgers

leeskliniek schoolbreed

PROTOCOL KIND EN ECHTSCHEIDING

dat MENS De Bilt in deze code ook vastlegt op welke wijze zij de beroepskrachten en vrijwilligers bij deze stappen ondersteunt;

Colofon. Uitgeverij: Edu Actief b.v Auteur: Marijke Willems. Inhoudelijke redactie: Jo-Anne Schaaf

Kindermishandeling & Huiselijk Geweld. Ilona Statius Muller

KINDERGENEESKUNDE. Pedagogische begeleiding van uw kind in het ziekenhuis

Praktijk voor kindertherapie en ouderbegeleiding. B(urger)S(ervice)N(ummer):.. Woonadres :. . Voor- en achternaam moeder:...

Pedagogisch beleid Kinderdagverblijf de Harlekijn

Evaluatieverslag mindfulnesstraining

Beleid Pedagogisch Coach

Deel 1: Informatie over het aangemelde kind en het gezin

Pedagogisch beleid Gastouderopvang

Protocol Meldcode. hoe te handelen bij vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld. Orthopedagogisch Gastouderbureau Groningen

Zou u hier een pasfoto kunnen plakken? Naam :

KLEINE MENSEN GROTE WENSEN

KOPP-kinderen reageren door allerlei rollen op zich te nemen. Welke rol nemen ze niet op zich: a. Pestkop b. Clown c. Rebel d.

Pedagogisch Beleid Gastouderopvang

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

3. Handleiding bij de peuter-estafette

Vragenlijst Dyslexieonderzoek leerkracht groep 6, 7 of 8

Formulier voor schriftelijke melding van (vermoedens) van huiselijk geweld en kindermishandeling

Ouderformulier. Wilt u hieronder de naam, geboortedatum en school of beroep van uw overige kinderen vermelden.

Transcriptie:

PROTOCOL SIGNALERING ONTWIKKELINGSPROBLEMEN Versie Augustus 2015, versie 05 Verantwoordelijke Beleidsmedewerker Kwaliteit Aantal pagina s 12 Geldig tot 31 december 2017

In dit protocol worden richtlijnen vastgelegd die aangeven op welke wijze gehandeld kan/moet worden bij eventuele signalering ontwikkelingsproblemen van kinderen. INHOUD 1. Achtergrondinformatie 2. Stappenplan Bijlage 1: Verhelderingsformulier Bijlage 2: toelichting bij het invulformulier Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 2 van 12

1. ACHTERGRONDINFORMATIE Iedere pedagogisch medewerker* kan te maken krijgen met gevoelens van bezorgdheid over een kind. Het is voor pedagogisch medewerkers prettig te weten hoe zij dan moeten handelen. Ook voor ouders is het belangrijk om te weten hoe met deze signalen wordt omgegaan. De leidinggevende kan aan de hand van deze richtlijnen nagaan of binnen de organisatie zorgvuldig is gehandeld. * Het protocol staat op het intranet van stichting Kwest, waar ook afspraken en informatie opgenomen zijn over: - het omgaan met vermoedens van kindermishandeling > meldcode kindermishandeling - het omgaan met privacy > privacyprotocol * Nieuw personeel wordt op de hoogte gebracht van de richtlijnen rond signalering en de hulpmiddelen die de organisatie daarbij hanteert. * De richtlijnen en hulpmiddelen worden elke twee jaar geëvalueerd en zo nodig aangepast. Doel: het protocol biedt richtlijnen voor het verhelderen van vragen, twijfels en zorgen rond de ontwikkeling/het gedrag van kinderen * lees bij pedagogisch medewerker tevens gastouder. Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 3 van 12

2. STAPPENPLAN STAP 1: SIGNALEREN Er valt je iets op aan het gedrag van een kind in de groep. Je vraagt je af of het iets is om je zorgen over te maken. In de fase van het signaleren zijn de omschrijvingen vaak vaag, bijvoorbeeld 'Hij doet vreemd' of 'Ze is zo wild'. Het signaal geeft aan dat je iets moet gaan ondernemen. STAP 2: VERHELDEREN Je probeert voor jezelf duidelijkheid te krijgen over wat je opvalt. Je gaat het 'opvallende' gedrag nader omschrijven. Hiervoor maak je gebruik van het verhelderingsformulier. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met de privacy van kind en ouders. Als hulp bij het beantwoorden van de vragen op het formulier moet je: het kind gericht waarnemen (maak duidelijk onderscheid tussen je waarneming en je interpretatie) praten met de ouders (tijdens halen/brengen) praten met je collega's/leidinggevende (tussendoor en/of kindbespreking). De volgorde is afhankelijk van de situatie en je ervaring. Bij voorkeur maak je ouders zo vroeg mogelijk deelgenoot van je zorgen/twijfels rond de ontwikkeling/het gedrag van hun kind. In moeilijke situaties kun je in overleg met je leidinggevende besluiten om een deskundige anoniem te raadplegen, voordat je je zorgen met de ouders deelt. VIB bij specifiek gedrag Het is mogelijk dat de interactie tussen een kind en pedagogisch medewerker, om welke reden dan ook, niet naar wens verloopt. In overleg met de ouders, medewerker zelf, de leidinggevende en de VIB er kan er VIB worden ingezet. Zie hiervoor het VIB werkplan. STAP 3: MET OUDER(S) PRATEN In overleg met de leidinggevende wordt contact opgenomen met de ouders om, a.d.h.v. het verhelderingformulier, te bespreken wat je is opgevallen en welke stappen je gezamenlijk kunt ondernemen. Van te voren wordt afgesproken wie het gesprek voert. Het kan behulpzaam zijn om voorafgaande aan het gesprek de tips m.b.t. oudergesprekken door te lezen en/of met de directie het gesprek voor te bereiden. STAP 4: HANDELEN In het gesprek met de ouders is afgesproken wat de volgende stap zal zijn. Mogelijkheden kunnen zijn: a b c d afwachten Er kan worden afgesproken niets te doen. Meestal is het in zulke gevallen goed om wel een vervolgafspraak te maken. observeren Je kunt met ouders besluiten tot gerichte observatie. Vooraf formuleer je samen een heldere en duidelijke vraag, zodat je precies weet waar je op gaat letten en welke methode je daarbij gebruikt. Je maakt daarvan een observatieverslag. aanpak wijzigen Als de aanpak thuis en de werkwijze in het kindercentrum erg van elkaar verschillen, kun je met de ouders afspreken hoe de aanpak wordt gewijzigd. hulp van derden Kom je met ouders tot de conclusie dat jullie er zelf niet uitkomen, kun je je vraag voorleggen aan derden en gezamenlijk de verdere aanpak bespreken. Ook kun je ouders naar een andere instelling verwijzen en vooraf samen een hulpvraag formuleren. Soms staan ouders niet open voor je zorgen. Je kunt dan wel vragen of je voor je eigen handelen advies mag inwinnen bij een deskundige. STAP 5: OPNIEUW MET OUDER(S) PRATEN Bij het eerste gesprek met de ouders heb je een vervolgafspraak gemaakt. Als destijds besloten is om niets te doen/af te wachten kun je met de ouders evalueren of die keus juist is geweest. Na een observatie breng je aan de ouders verslag uit. Dat geldt ook bij wijziging van de aanpak. Wanneer je ouders verwezen hebt, kun je hen vragen hoe de verwijzing verloopt. STAP 6: AFSLUITEN OF TERUG NAAR STAP 4 In overleg met ouders zal je soms opnieuw alle keuzemogelijkheden van stap 4 overwegen. Na een observatieperiode kies je bijv. voor een andere aanpak. Je doorloopt weer alle stappen die daarbij horen. Na verwijzing is het belangrijk dat afstemming plaatsvindt tussen de hulpverlening, thuis en het kindercentrum. Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 4 van 12

Bijlage 1: VERHELDERINGSFORMULIER Invulformulier voor het verhelderen van vragen, twijfels, zorgen rond de ontwikkeling of het gedrag van kinderen Ingevuld op/in de periode: Ingevuld door: Naam kindercentrum: A ALGEMENE GEGEVENS OVER HET KIND Naam: Leeftijd: jongen/meisje jaar en maanden Aantal dagdelen/dagen op het kindercentrum: Op het kindercentrum sinds: Een-ouder-/twee-oudergezin: Aantal broertjes/zusjes: leeftijd: Informatie bij aanmelding: Gegevens over de ontwikkeling: * motorische ontwikkeling: * verstandelijke ontwikkeling: * sociaal/emotionele ontwikkeling: B ALGEMENE GEGEVENS OVER HET KINDERCENTRUM Grootte van de groep waarin het kind verblijft: Verdeling naar leeftijd: Hoeveel personen begeleiden deze groep en wie zijn dit: Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 5 van 12

C ALGEMENE GEGEVENS M.B.T. HET GEDRAG OP HET KINDERCENTRUM 1 Hoe verliep de gewenningsperiode? 2 Contact met pedagogisch medewerker(s): 3 Contact met andere kinderen: 4 Welke positie neemt het kind in de groep in? 5 Hoe verloopt het halen/brengen? 6 Denk je/weet je dat het kind het naar zijn/haar zin heeft? 7 Waarmee speelt het kind graag/wat doet het kind graag? Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 6 van 12

D SPECIFIEKE GEGEVENS M.B.T. HET OPVALLENDE GEDRAG OP HET KINDERCENTRUM 1 Welk opvallend gedrag neem je waar? Beschrijving van dit gedrag: 2 Hoe lang doet dit gedrag zich al voor? 3 Weet je een concrete aanleiding die eraan vooraf ging? Op het kindercentrum: In de thuissituatie: 4 Hoe vaak komt het gedrag voor? 0 elke keer dat het kind aanwezig is 0 meerdere keren op een ochtend/middag, nl. ca....keer 0 af en toe 0 anders, namelijk... (aankruisen/invullen wat van toepassing is) 5 Op welke momenten en/of in welke situaties komt het gedrag voor? 6 Hoe heb je tot nu toe gereageerd op het opvallende gedrag? Wat was het effect? Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 7 van 12

E GEGEVENS OVER DE WOON/THUISSITUATIE 1 Herkennen de ouders het hiervoor beschreven gedrag van hun kind? 2 Vertoont het kind dit gedrag thuis ook? Zo ja, hoe vaak? 3 Vertoont het kind dit gedrag ook in andere situaties? Zo ja, welke? 4 Hoe gaan de ouders thuis om met dit gedrag? 5 Wat is het effect van de manier waarop ouders met het gedrag omgaan? 6 Hoe is de relatie van het kind met: vader? moeder? broertje(s)? zusje(s)? 7 Hoe is het contact tussen pedagogisch medewerker(s) - ouders? Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 8 van 12

F FACTOREN KIND, OUDERS, KINDERCENTRUM Zet de factoren op een rijtje, die van invloed kunnen zijn op het gedrag vanuit * het kind: * het gezin/de omgeving: * het kindercentrum: G VERVOLG Welke stappen zou je op basis van bovengenoemde factoren kunnen nemen? Eventuele extra aanvullingen: Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 9 van 12

BIJLAGE 2:TOELICHTING BIJ HET INVULFORMULIER A ALGEMENE GEGEVENS OVER HET KIND Informatie bij aanmelding, bijv.: - gezondheid - bijzonderheden woon/thuissituatie - achtergrond en verwijzende instantie in geval van soc./med. indicatie gegevens over de ontwikkeling: - zie ontwikkelingsschema van het jonge kind C ALGEMENE GEGEVENS M.B.T. HET GEDRAG OP HET KINDERCENTRUM 2 Contact met de pedagogisch medewerker(s) - neemt het kind zelf initiatief tot contact? - gaat het in op aangeboden contact? - klikt het met de ene pedagogisch medewerker beter dan met de andere; is het duidelijk waarom wel/niet? - aard van het contact: lichamelijk contact, verbaal contact, oog-contact - veel/weinig contact. 3 Contact met andere kinderen - speelt het kind alleen/met anderen/naast anderen? - weerbaarheid - rekening houden met anderen - manier van contact leggen (lichamelijk, verbaal, oogcontact, via materiaal) - verloop van het contact (reactie ander kind). 4 Positie - leiderstype, volger - mate van acceptatie door anderen, populariteit. D SPECIFIEKE GEGEVENS M.B.T. HET 'OPVALLENDE' GEDRAG OP HET KINDERCENTRUM 3 Weet je een concrete aanleiding die eraan vooraf ging? - kindercentrum: bijv. nieuwe pedagogisch medewerker, ziekte vaste pedagogisch medewerker, nieuw kind, veranderingen in de samenstelling van de groep, nieuwe ruimte, verandering van sfeer in de groep? - thuis: ziekte van één van de ouders, nieuw broertje/zusje, verhuizing, scheiding, problemen rond: werk, geld, huisvesting? 5 Op welke momenten treedt het gedrag op? (momenten van de ochtend/middag) - bij wegbrengen door vader/moeder - bij het vrije spel - bij de kring - bij de gerichte activiteiten - bij het ophalen door vader/moeder In welke situaties komt het gedrag voor? (situaties in de groep) - bij het buiten spelen - bij het binnen spelen - bij het spelen met één kind - bij het spelen met meerdere kinderen - bij het spelen met een bepaald kind/bepaalde kinderen - bij het spelen met bepaald spelmateriaal - bij onrust in de groep - bij agressie in de groep - bij wisseling van leiding. 6 Hoe reageer je als pedagogisch medewerker op het opvallende gedrag? - Afremmend, stimulerend, bestraffend, etc. - Zijn er verschillen tussen de verschillende pedagogisch medewerkers? Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 10 van 12

E GEGEVENS OVER DE THUISSITUATIE 1-6 Antwoorden op de vragen over de thuissituatie kunnen doorgaans verkregen worden: - tijdens de contacten met ouders bij het wegbrengen/ophalen - via een schriftje/ 10 minutengesprek. 7 Contact pedagogisch medewerkers - ouders aard van het contact in het algemeen en met betrekking tot de vragen/zorgen rond het kind: persoonlijk/ formeel, gelijkwaardig/ongelijkwaardig, vertrouwd/afstandelijk, open/met reserve. Als het gezien de omstandigheden of de verhouding pedagogisch medewerkers - ouders (nog) niet mogelijk is om tussendoor ouders over de thuissituatie vragen te stellen, kan er voor gekozen worden om in een later stadium dit onderdeel van het invulformulier in te vullen, bijvoorbeeld tijdens een apart gesprek met ouders (de volgende stap in het stappenschema). F FACTOREN KIND, OUDERS, KINDERCENTRUM Transactioneel model ouder(s)/pedagogisch medewerker(s) kind ---------------------------> omgeving aard wisselwerking gezin, buurt, kindercentrum Het kind heeft invloed op de omgeving. De omgeving heeft invloed op het kind. (zie schema.) G VERVOLG Aan de hand van de gegevens en factoren, die hierboven beschreven zijn, en het overleg met collega's/ouders is het belangrijk te bepalen wat op korte en eventueel langere termijn gedaan wordt en met welk doel. De mogelijkheden voor handelen staan in het stappenschema. Punt G. kan voorafgaande aan een gesprek met ouders worden ingevuld. Ook kan ervoor gekozen worden om dit onderdeel samen met ouders in te vullen. Voorbeelden: Als verdere observatie zinvol is, kan bij 'VERVOLG' beschreven worden wat geobserveerd gaat worden, met welk doel, wie het doet en op welke manier. Ligt het knelpunt voornamelijk in het kindercentrum, bijvoorbeeld in de regels van de groep, dan kan bij 'VER- VOLG' beschreven worden welke regels (tijdelijk) worden aangepast. KIND: -achtergrondkenmerken (leeftijd, geslacht, eigen-/pleeg/adoptie, plaats in gezin) -temperament (regelmaat biologische ritmen, stemming, wijze van reageren op nieuwe ervaringen en prikkels, vermogen zich aan te passen, mate van aandacht en afleidbaarheid) -erfelijke aanleg -biologische factoren (invloeden voor, tijdens en na de geboorte zoals medicijngebruik tijdens zwangerschap, vroeggeboorte, ziektes, handicaps) -intelligentie -ontwikkelingsfase OUDERS: - gezondheid, welbevinden - karakter/temperament - eigen (opvoedings)geschiedenis - kennis over de ontwikkeling van het kind - opvattingen over ouderschap (samenhangend met cultuur, milieu, opleidingsniveau) - opvoedingsgedrag (verzorging, emotionele ondersteuning, grenzen en regels stellen, uitleg geven) -verwachtingen t.a.v. het kind -beleving ouderschap (mate van tevredenheid met de situatie, gevoel of je een goede ouder kunt zijn) Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 11 van 12

GEZIN/ OMGEVING -gezinsomvang en -samenstelling -gezinsklimaat/structuur (open/gesloten) -kwaliteit partnerrelatie -SES (sociaal economische status) -woonruimte -woonomgeving -speelmogelijkheden -sociaal netwerk kind en ouders -ingrijpende gebeurtenissen (verhuizing, sterfgeval, nieuw broertje/zusje, zieke ouder) KINDERCENTRUM -ruimte (qua oppervlak, indeling, veilige hoekjes, akoestiek, temperatuur, hygiëne) -materiaal (hoeveelheid, variatie, wijze van aanbieden, bereikbaarheid, degelijkheid, veiligheid) -pedagogisch medewerkers: *aantal in verhouding tot groepsgrootte/groepssamenstelling *deskundigheid (opleiding, ervaring) *samenwerking/taakverdeling *eigen (opvoedings)geschiedenis *opvattingen over (groeps-) opvoeding *opvoedingsgedrag (verzorging, emotionele ondersteuning, grenzen en regels stellen, uitleg geven) - samenstelling van de groep (groepsgrootte, veel opvallende kinderen, sfeer in de groep, kenmerken individuele kinderen, wisselingen) - beleid naar ouders (mate van openheid naar ouders, respect voor ouders, afstemming met ouders wat betreft aanpak kind) -bestuur - financiële middelen Protocol signalering ontwikkelingsproblemen stichting Kwest Pagina 12 van 12