Een Cursus in Wonderen Een Cursus in Wonderen speelt sinds 2000 een belangrijke rol in mijn leven. De gnostieke inhoud in combinatie met de dieptepsychologische leringen sprak onmiddellijk aan. Wat even wennen was, voor mij en andere Cursus-studenten, is de christelijke taal. Het doel ervan is de lezer de oorspronkelijke betekenis van traditionele, religieuze concepten te laten ervaren. En hen vooral te laten ervaren hoezeer de gangbare uitleg van het christendom vertekend is ten opzichte van haar oorspronkelijke visie. Deze visie kan heel eenvoudig samengevat worden, zoals de Cursus zelf doet in drie openingszinnen: Niets dat werkelijk is kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God. De vrede van God is erin gelegen dat de wereld het universum van tijd en ruimte een illusie is, tot stand gebracht door het ego of het geloof in een afgescheiden zelf of ik. Eens, aan het begin van de tijd, kwam het Zoonschap (een van de traditioneel christelijke termen waarmee de Cursus de oorspronkelijke mens aanduidt) op het kleine, nietszeggende idee dat het los van God kan bestaan. Dit idee wordt in de bijbel de zondeval genoemd, ofwel: de val in de (illusie van) af-zonde-ring. Deze laatste woordspeling is een van de vele waarmee de Cursus traditionele concepten een nieuwe zoals oorspronkelijk bedoeld betekenis geeft. Zonde heeft in de Cursus niets met schuld- en boetedoening te maken, alsof God die onvoorwaardelijke liefde is over goed en kwaad kan oordelen! Het idee van zonde wordt in de Cursus beschreven als het geloof dat de afscheiding werkelijk heeft plaats gehad, waardoor het ego belast is geraakt met de erfzonde van schuld- en boetedoening. Ofwel het geloof dat het ego, nu het zich los heeft gemaakt van God en zo de eenheid in de hemel vernietigd heeft, door God gestraft zal worden. Om zich te beschermen voor de wraak van God zou het ego volgens de Cursus vervolgens een rookgordijn van tijd- en ruimte opgetrokken hebben, waarin het zich verschuilt, zich zo ontrekkend aan de voorgestelde straf van God. Deze, op zichzelf opmerkelijke, verklaring voor het tot stand komen van het universum ligt ten grondslag aan de op zonde en schuld gebaseerde geloofstelsels van de drie monotheïstische godsdiensten: christendom, jodendom en islam. De stem van het ego en de Heilige Geest Het ego met zijn nachtmerries over een afgescheiden, gevallen wereld ten spijt, volgens de Cursus is een illusie letterlijk niets. Zij is zo nietszeggend dat ze inderdaad niet eens opgemerkt is door God. Volgens de Cursus heeft de afscheiding nooit plaats gehad en zijn tijd en ruimte als een film: een projectie van een fictieve wereld die nooit bestaan heeft, maar waarvan de makers van de film alle ego s de film voortdurend afspelen, waardoor tijd en ruimte en alle ontwikkelingen hierbinnen, werkelijk lijken te zijn. Niets is echter minder waar. Niet alleen hebben de zondeval en het universum nooit plaats 1
gehad, maar ook heeft de mens, op het moment dat hij begon te dromen van een bestaan als afgescheiden ik, een helper in zijn droom meegekregen die als taak heeft om de mens te wekken uit zijn droom. Deze helper of gids duidt de Cursus met de Heilige Geest aan. Opnieuw een traditioneel christelijke term (waar ik erg aan heb moeten wennen), maar met een geheel nieuwe betekenis. De Heilige Geest is niet een verlosser van zonden gezonden door God de zondeval heeft geen werkelijkheid en al wat niet werkelijk is kan niet door God (de ene werkelijkheid) gekend worden. De Heilige Geest is zelf strikt genomen onderdeel van de illusie dat we een geest gescheiden van die van God hebben. Dit is de denkgeest, bestaande uit twee delen of zelven: een lager en een hoger zelf, het ego en de Heilige Geest. Beide hebben een stem en spreken gedurende ons schijnbestaan in de tijd de hele tijd in ieders denkgeest. Het ego spreekt vanuit angst, bang als het is om door God vernietigd te worden. De Heilige Geest spreekt vanuit liefde, wetende dat het geloof in afscheiding een illusie is en dat we in werkelijkheid nog steeds één met God zijn. Deze laatste toestand van een-zijn duidt de Cursus aan als de hemel. De hel is de toestand van illusie, waarin we geloven dat we gescheiden van God, en dus van waarheid en liefde, bestaan. Volgens de Cursus bestaan wij allemaal in de hemel dit is onze ontastbare werkelijkheid en dit te weten brengt vrede in de denkgeest die normaal gesproken onder de tirannie van angst en schuld, veroorzaakt door het ego, gebukt gaat. Door ons bestaan in ruimte en tijd aan te wenden als een leerschool, waarbij we leren om steeds meer op de stem van de Heilige Geest te vertrouwen, ontwaken we uit de illusie. Vergeving van schuld Centraal in Een Cursus in Wonderen staat het heel praktische concept van vergeving. Vergeving is een onderwijsmiddel van de Heilige Geest. Het ego, zo onderwijst de Cursus, is door de zondeval zo bang geworden voor God, dat het zich steeds verder probeert af te splitsen teneinde de afstand tussen hem en God steeds groter te maken. Dit verklaart waarom we in een zeer gefragmenteerde wereld leven, waarin alles letterlijk uit ontelbare componenten van neutron en atoom tot cel en lichaam is samengesteld. Het ego is erbij gebaat om de illusie van afscheiding in stand te houden en te versterken, want alleen zo redeneert het ego kan het God buiten de deur houden. Het ego creëert maximale afstand door voortdurend zijn angst en schuld op anderen te projecteren. De initiële angst voor God die ontstaan is door de zondeval is zo groot, dat deze ondraagbaar is voor het ego. Door de angst naar buiten te projecteren op andere mensen, objecten, instituties, gebeurtenissen en de toekomst probeert het ego zijn angst ongedaan te maken. Wanneer we onze angst, die in werkelijkheid een angst is voor de wraak van God, op iets of iemand buiten ons hebben geprojecteerd, dan neemt zij in de buitenwereld de vorm aan van boosdoener. Vervolgens vergeet het ego dat het zijn eigen angst is die het naar buiten heeft geprojecteerd en geeft het anderen de schuld van zijn lijden. Want, zo leert de Cursus, ideeën kunnen hun bron niet verlaten. Dat wil zeggen, de angst en het daarmee gepaard gaande lijden kunnen we niet naar buiten toe verplaatsen om de eenvoudige reden dat er letterlijk geen buiten- of binnenwereld bestaat. De wereld met haar ogenschijnlijk gescheiden subjecten en objecten is immers een illusie. Maar, nu het ego zijn angst naar buiten toe heeft geprojecteerd en het zich desondanks nog steeds ongelukkig voelt, heeft het wel een zondebok die het de schuld kan geven van zijn lijden. Door vervolgens deze zondebok de schuld van alles te geven, bekrachtigen we de illusie dat er een ik is dat gescheiden bestaat van een (boze) buitenwereld. Aldus is de cirkel rond, want het in stand houden van de illusie van 2
afgescheidenheid is de enige agenda van het ego, die zich op deze wijze eeuwig van God wil afzonderen om zo aan zijn veronderstelde wraak te ontkomen. Wat is nu de rol van vergeving in dit alles? De Cursus leert ons dat we behalve de stem van het ego, die altijd over de onheilige drie-eenheid van schuld, angst en boetedoening preekt, ook nog een andere stem hebben waarnaar we kunnen luisteren. Op elk moment hebben we een keuze om op een gepercipieerde aanval van buitenaf (welke altijd alleen manifestaties zijn van onze eigen projectie) te reageren met angst en haat het antwoord van het ego of met vergeving het antwoord van de Heilige Geest. Vergeving is eenduidig en is daardoor binnen een wereld die ogenschijnlijk uit ontelbare verschillende vormen bestaat vaak moeilijk toe te passen. Letterlijk genomen is vergeving niet oordelen. Oordelen behoort het ego toe dat, door te oordelen over goed en kwaad, de illusie van een Ik-identiteit creëert. Alsof er werkelijk een Ik bestaat dat goed en kwaad van elkaar kan onderscheiden. De slang in het paradijs, die de mens verleidde om van de boom van de kennis van goed en kwaad te eten, is het ego dat door te oordelen de illusie van afscheiding in stand houdt. Je kunt immers alleen over iets dat buiten jou bestaat oordelen. Ook wanneer we onszelf be- of veroordelen, beschouwen we onszelf vanuit een buitenstaandersperspectief waarbij we op een afstand naar onszelf kijken en onszelf vervolgens als goed of kwaad, mooi of lelijk, intelligent of dom beoordelen. Elke vorm van oordelen de zogenaamd positieve en negatieve oordelen draagt bij aan het in stand houden van de illusie van het ego. Vergeving heft deze illusie op door in elke situatie te vergeven. Dat wil zeggen, ons te onthouden van enig oordeel. En hoewel vergeving, strikt genomen, een vorm van projectie en dus een illusie is, heeft zij wel een heel werkelijke werking. Vergeving beïnvloedt namelijk direct de metafysica achter deze wereld. Door niets meer buiten onszelf te zien en alle personen en omstandigheden als aspecten van een-en-hetzelfde Zoonschap te beschouwen, herstellen we het bewustzijn van ons eigen een-zijn met God, waardoor onze levensomstandigheden zich steeds meer vanuit eenheid, dat wil zeggen: liefde, ontvouwen. Helen Schucman Tot slot nog enkele woorden over het medium dat gedurende vele jaren, van 1965 tot 1973, Een Cursus in Wonderen heeft doorgekregen. Haar naam is Helen Schucman, klinisch psycholoog van beroep en werkzaam aan Columbia University in New York, een van de meest prestigieuze universiteiten van de wereld. Het gangbare beeld is dat een heilig boek van grote mystieke kwaliteiten ontstaan moet zijn op een afgezonderde plek, ver weg van deze wereld, zoals in een tempel of grot. De schrijvers van dergelijke boeken, zo denken we, zijn heiligen en profeten en staan op de drempel om verlichting te bereiken of zijn reeds verlicht. Niets van dit alles is het geval bij Een Cursus in Wonderen opnieuw een van de vele omdraaiingen van wat gangbaar is. Helen Schucman, zo vernemen we uit verschillende bronnen, was een angstig mens die in eerste instantie met veel scepsis de teksten van de Cursus optekende. Ze was competitief ingesteld, tot op het agressieve af, en had een zeer moeizame relatie met haar naaste collega, William of Bill Thetford. Deze laatste heeft eveneens een zeer belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van de Cursus. Het was in de eerste plaats Bill die, met een plotseling inzicht dat er een andere manier moest zijn om in deze wereld te verkeren, de aanzet gaf tot een paradigmaverandering. Met het uitspreken van zijn intentie werd in Helen een innerlijk proces op gang gebracht, waarbij ze eerst 3
allerlei mystieke ervaringen beleefde die later uitmondden in een dictaat dat gedurende zeven jaar de bijna duizend pagina s van Een Cursus in Wonderen zou voortbrengen. Zelf heb ik altijd een enorme fascinatie en voorliefde voor de persoon van Helen Schucman gehad, die het best verklaard kan worden aan de hand van woorden van Helen zelf. Zij had op z n best een ambivalente houding ten opzichte van de Cursus, welke zij enerzijds beschouwde als haar levenswerk, maar waarvan ze de vergevingslessen maar nauwelijks in de praktijk kon brengen. Zij heeft hierover opgemerkt: Ik weet dat de Cursus [ Een Cursus in Wonderen ] waar is. Maar ik geloof het niet. Dit heeft jarenlang mijn ervaring van de Cursus beschreven. Toen ik de Cursus ergens in 1999 in handen kreeg wist ik onmiddellijk dat ik voor de rest van mijn leven mijn spirituele bestemming gevonden had. Maar het zal illustrerend zijn te beseffen dat ik tot op heden nog nooit de hele Cursus gedaan heb! Noch heb ik ooit het hele Tekstboek (theoretisch gedeelte) doorgenomen, noch alle 365 oefeningen in vergeving een voor elke dag van het jaar uit het Werkboek (praktisch gedeelte) gedaan. Wel heb ik het Handboek voor Leraren, een korte bijlage op de Cursus waarin de wonderen of effecten van vergeving beschreven worden, ettelijke malen bestudeerd, me ervan overtuigend dat ook ik vrede (het wonder van vergeving) wil. En toch wanneer ik het boek in handen heb en ik neem het dagelijks in handen dan schreeuwt de stem van mijn ego (nog steeds) moord en brand. Als gevolg verzin ik al meer dan een decennium talloze excuses om niet alles te hoeven vergeven. Blijkbaar ben ik nog bang voor verlichting. In een onderbewuste, duistere krocht van mijn denkgeest geloof ik nog steeds dat de afscheiding werkelijk heeft plaats gehad (ik ben hier nu toch?) en dat God mij voor straf vernietigen zal wanneer ik hem in mijn bewustzijn benaderen zal. En telkens wanneer deze waanzinnige gedachten, gepaard met veel angst, door mijn denkgeest stormen, lees ik de drie ene zinnen die Een Cursus in Wonderen samenvatten, wetend dat zij me op een dag bevrijden zullen. Niet dat werkelijk is kan bedreigd worden. Niets onwerkelijks bestaat. Hierin ligt de vrede van God. 4
Over de auteur Sander Videler (1976) is Jungiaans analytisch therapeut, auteur en spreker op het gebied van spiritualiteit, gnosis en dieptepsychologie. Van zijn hand verschenen o.a. de boeken De weg naar je Zelf en Het wezen van de mens. Meer informatie: of www.sandervideler.nl 5