Professionele Bachelor Lager Onderwijs Campus Noord 2 Oudesteenweg 81 2060 Antwerpen 03 613 14 05 http://praktijkweb.kdg.be LESVOORBEREIDING nr: 19 naam: Tinneke Princen doestage: 2 opleidingsgroep: F1 school: Libos leerjaar: 5 de -6 de datum: 19/04/2016 (uur) van: 13.20u tot: 14.35u mentor: Jutta De Wachter aantal lln: 9 lln in het 5 de leerjaar 16 lln in het 6 de leerjaar leergebied: Wereldoriëntatie leerdomein: lesonderwerp: nagekeken door: WO thema elektriciteit: Introductie. Elektriciteitsbronnen magnetisme Invloed van elektriciteit op ons dagelijks leven. (75 ) (definitieve versie na feedback LTB en mentor.) op: Beginsituatie De leerlingen starten met een nieuw WO thema, thema elektriciteit. De komende twee weken zullen we rond dit thema werken. Kerndoelen De leerlingen kunnen in eigen woorden uitleggen wat de invloed is van elektriciteit op ons dagelijks leven. De leerlingen kunnen zelf inventieve oplossingen bedenken voor een probleem dat te maken heeft met elektriciteit. De leerlingen kunnen in eigen woorden uitleggen wat magnetisme is. De leerlingen kunnen in eigen woorden uitleggen wat de overeenkomst is tussen elektriciteitsbronnen en magnetisme. Situering: leerplan WO, VVKBaO, 2010: WO TE 6.2: Kinderen kennen verschillende energiebronnen. WO TE 6.3: Kinderen zien in dat energie noodzakelijk is voor het functioneren van niet-levende systemen. WO DO 0.1: Kinderen willen meer te weten komen over de wereld in al zijn dimensies, hier en elders, vroeger en nu. Aantal bijlagen 3
WO DO: 0.1.1: Dat houdt in dat ze plezier beleven aan activiteiten waardoor ze de wereld verkennen. WO DO: 0.1.2: Dat houdt in dat ze bij de verkenning van de wereld in al zijn dimensies (natuur, techniek, tijd, ruimte...) hun attitude om waar te nemen, te exploreren, te experimenteren steeds verder verfijnen. WO DO 0.5: Kinderen werken samen. WO DO 0.5.1: Dat houdt in dat ze niemand uitsluiten. WO DO 0.5.2: Dat houdt in dat ze anderen helpen. WO DO 0.5.3: Dat houdt in dat ze afspraken binnen de groep naleven. WO DO 0.7: Kinderen kunnen en durven problemen aanpakken. WO DO 0.7.1: Dat houdt in dat ze een probleem herkennen. WO DO 0.7.2: Dat houdt in dat ze zich een voorstelling vormen van het probleem. WO DO 0.7.3: Dat houdt in dat ze een probleem analyseren. WO DO 0.7.4: Dat houdt in dat ze een strategie bedenken en daarbij verstandige zoekprocedures hanteren zoals een probleem opsplitsen in deelproblemen, een probleem herleiden tot een soortgelijk probleem, een probleem voor zichzelf representeren, een veronderstelling maken en uitproberen... WO DO 0.7.5: Dat houdt in dat ze hun plan uitvoeren. WO DO 0.7.6: Dat houdt in dat ze de gevonden oplossing evalueren. WO DO: 0.12: Kinderen kunnen uit een aantal vaststellingen zelf conclusies trekken. WO DO: 0.12.1: Dat houdt in dat ze waarnemingen met elkaar kunnen confronteren en zo tot vaststellingen komen. WO DO: 0.12.2: Dat houdt in dat ze vaststellingen kunnen combineren tot een besluit. WO DO: 0.13: Kinderen kunnen informatiebronnen op een doeltreffende manier hanteren. WO DO: 0.13.1: Dat houdt in dat ze bij het zoeken naar informatie doeltreffend gebruik kunnen maken van: WO DO 0.13.1.1: de eigen voorkennis WO DO 0.13.1.2: de kennis van andere kinderen, volwassenen WO DO 0.13.1.3: het te onderzoeken object of fenomeen zelf WO DO 0.13.1.4.: kranten, tijdschriften, boeken, naslagwerken, kaarten, grafieken, audiovisuele programma's, (geautomatiseerde) gegevensbestanden WO DO 0.14: Kinderen kunnen informatie ordenen, rubriceren, classificeren. WO DO: 0.14.4: Dat houdt in dat ze kunnen groeperen volgens gemeenschappelijke kenmerken of eigenschappen. Bronnen Kersbergen C. en Haarhuis A. (2015). Natuuronderwijs inzichtelijk. Bussum: Uitgeverij Coutinho. Zonneland, 10, bijlage voor de leerkracht, uitgeverij Averbode. het internet voor informatie. Werkpunt De interesse van de leerlingen opwekken over het onderwerp. Aantal bijlagen 3
15 1. Introductie van het nieuwe thema Elektriciteit (K) (15 ) De leerlingen kunnen de werking van een kompas in eigen woorden uitleggen. De leerlingen kunnen zelf een kompas maken. LEERINHOUD: Wat is een kompas: een navigatie-instrument om de richting tpv het noorden te bepalen. wat is de werking van een kompas: Ons kompas is een magneet met een noordpool en een zuidpool. En onze aarde is ook een hele grote magneet, ook met een noordpool en een zuidpool. Omdat tegengestelde polen elkaar aantrekken wordt de zuidpool van de magnetische naald van het kompas aangetrokken tot de noordpool van de aarde. Zo kunnen we het noorden vinden met behulp van ons kompas. ORGANISATIE: LK laat een kompas zien en vraagt: Wie kan mij vertellen wat dit is? een kompas. LK zegt: Ik heb van juf Jutta gehoord dat jullie dit nog niet zo lang geleden hebben gezien, dus nu ga ik eens testen wie hier het meeste van onthouden heeft! LK vraagt: Wat doet een kompas? het noorden aanwijzen. LK vraagt: Hoe werkt dit precies? kompas LK legt de werking van een kompas uit. LK vertelt: Ons kompas is een magneet met een noordpool en een zuidpool. En onze aarde is eigenlijk ook een hele grote magneet, ook met een Noordpool en een Zuidpool. Gelijke polen stoten elkaar af (noord met noord, zuid met zuid), tegengestelde polen trekken elkaar aan (noord en zuid). LB besluit: Dus de noordpool van de aarde (= magneet 1) gaat de zuidpool van de magnetische naald van het kompas (magneet 2) aantrekken. Daardoor wijst de magnetische naald van ons kompas altijd het Noorden aan. LK vraagt: Zullen we samen eens een kompas maken om te kijken waar het noorden is? LK maakt samen met de leerlingen een kompas. LK verdeelt de klas in 2 groepen. één groep werkt samen met juf Tinneke, één groep werkt samen met juf Jutta. werkwijze: Vul een diep bord met water en leg er een schijfje kurk in. Neem een naald. Wrijf met de staafmagneet 30 keer over de naald (in de richting van het oog naar de punt toe). Hierdoor wordt de naald magnetisch. Leg de naald nu op het schijfje kurk (plak eventueel vast). De naald zal naar het Noorden wijzen. LK geeft nogmaals de uitleg: De magnetische noordpool van de aarde trekt de magnetische zuidpool van de naald aan. Daardoor richt de naald zich van noord naar zuid. diep bord, water, naald, staafmagneet, vlak stukje kurk, plakband, kompas ter controle
20 2. Magnetisme en elektriciteit. Elektriciteitsbronnen. (K)(20 ) De leerlingen kunnen in eigen woorden de begrippen magnetisme en magnetisch veld uitleggen. De leerlingen kunnen het verband tussen magnetisme en elektriciteit uitleggen. De leerlingen kunnen elektriciteitsbronnen benoemen met hun voor- en nadelen. LEERINHOUD: Wat is magnetisme? magnetisme is een kracht. Elk metalen voorwerp bestaat uit heel veel kleine mini-magneetjes die kriskras door elkaar zitten. Als je met een sterke magneet dit metalen voorwerp gaat aantrekken zullen de minimagneetjes in het metaal zich stilaan in dezelfde richting gaan draaien waardoor ons metaal nu zelf een beetje een magneet wordt. De magneet zal het metaal aantrekken. Deze kracht noemen we magnetisme. Wat is een magnetisch veld? Rond elke magneet bevindt zich een magnetisch veld. Dit is een onzichtbaar veld en wanneer een andere magneet zich hierin bevindt zal die worden aangetrokken door onze magneet. Wat is het verband tussen magnetisme en elektriciteit? o met magneten kunnen we elektriciteit opwekken o met elektriciteit kunnen we een magnetisch veld vormen Wat is een elektriciteitsbron? bron waar onze elektriciteit vandaan komt. powerpoint Welke elektriciteitsbronnen zijn er: batterij: voordeel: draagbaar in verschillende formaten, nadeel: korte levensduur, vervuilend, bevatten gevaarlijke stoffen. zonnepaneel: voordeel: milieuvriendelijk. nadeel: geen zon, geen elektriciteit dynamo: voordeel: er is altijd elektriciteit zolang we zelf blijven trappen. Dit is meteen ook het nadeel: je moet er zelf een inspanning voor doen. kerncentrale: voordeel: kan heel veel energie leveren. Nadeel: veroorzaken ook kernafval (heel gevaarlijk voor gezondheid en milieu). steenkoolcentrales: voordeel: kunnen veel energie leveren. Nadeel: nog vervuilender dan kerncentrales omdat ze heel veel schadelijke gassen (CO2) uitstoten (koolstofdioxides). windmolens: voordeel: zeer milieuvriendelijk en ze kunnen veel energie leveren. Nadeel: wind nodig om energie te produceren. generator: voordeel: draagbare elektriciteitsbron. Levert veel energie. Nadeel: vervuilend en lawaaierig en duur (werkt op benzine).
ORGANISATIE: LK zegt: door de werking van ons kompas uit te leggen hebben we eigenlijk meteen ook uitgelegd wat magnetisme is. LK zegt: Ik ga zo dadelijk nog twee filmpjes tonen. Kijk goed. Straks wil ik graag van jullie horen waarom elektriciteit en magnetisme nauw met elkaar verbonden zijn. LK toont de filmpjes Geen elektriciteit zonder stroombron en maak zelf een elektromagneet (5 ). LK vraagt: waarom zijn elektriciteit en magnetisme nauw met elkaar verbonden?: 1) met magneten kunnen we elektriciteit opwekken (zoals bv bij een fietsdynamo die elektriciteit opwekt waardoor de fietslamp gaat branden). (Filmpje Geen elektriciteit zonder stroombron ) 2) met elektriciteit kunnen we een magnetisch veld vormen (Filmpje maak zelf een elektromagneet ). filmpje magnetisme (Filmpje Geen elektriciteit zonder stroombron ) (Filmpje maak zelf een elektromagneet ). LK zegt: Het woord elektriciteit is al een paar keer gevallen. Het is ons WO thema waar we twee weken mee zullen werken. LK zegt: Elektriciteit moet ergens vandaan komen. Welke elektriciteitsbronnen kennen jullie? Kennen jullie ook de voor- en nadelen? LK toont de powerpoint over de verschillende elektriciteitsbronnen (15 ) en komt samen met de leerlingen tot de voor en nadelen van elke elektriciteitsbron. (batterij, zonnepaneel, dynamo, kerncentrale, steenkoolcentrales, windmolens, generator). LK besluit: Jullie zien dat er dus verschillende bronnen zijn die ons elektriciteit leveren, op kleine en op grote schaal, elk met zijn voor en nadelen. powerpoint elektriciteitsbronnen 10 3. Hoe stroomt elektriciteit? (K) (10 ) De leerlingen kunnen uitleggen hoe elektriciteit stroomt. De leerlingen kunnen het verschil tussen geleidende en niet geleidende materialen uitleggen. LEERINHOUD: Hoe stroomt elektriciteit? Elektriciteit stroomt via een geleidend materiaal van de min-zijde van een batterij naar de plus-zijde van een batterij. Wat is het verschil tussen geleidende materialen en niet-geleidende
materialen? Geleidende materialen laten de elektronen van de min zijde naar de plus zijde door, niet geleidende materialen laten ze niet door. ORGANISATIE/INSTRUCTIE: LK zegt: We hebben gezien welke elektriciteitsbronnen er bestaan maar hoe komt die elektriciteit nu tot aan onze i-pad, een wasmachine,? LK TOONT EEN BATTERIJ + SPEELGOEDJE OP BATTERIJEN en toont: aan een batterij is een plus zijde en een min zijde. ( LK toont: zo moet een batterij er in anders werkt het niet. ) elektriciteit stroomt van de kant van de batterij naar de + kant. MAAR: heeft hiervoor altijd een geleider nodig. een geleider = een materiaal dat de elektronen vlot doorlaat van naar +. filmpje Hoe stroomt elektriciteit + filmpje geleiders en isolatoren Je hebt dus geleidende materialen en niet geleidende materialen. goede geleiders: ijzer, water, de mens deze materialen stromen. slechte geleiders: plastic, hout, lucht FILMPJES TONEN Hoe stroomt elektriciteit en Geleiders en isolatoren. LK VRAAGT: Wie kan mij deze filmpjes nu nog eens kort herhalen? LK zegt: Elektriciteit stroomt via een geleidend materiaal van de min-zijde van een batterij naar de plus-zijde van een batterij. LK zegt: de elektronen willen van de min zijde van de batterij naar de plus zijde van de batterij stromen omdat er daar meer plaats is maar ze hebben een geleidend materiaal nodig (een geleider ) om dit te kunnen doen (zoals bv een draad, een ijzeren of metalen plaatje, ) LK zegt: Je hebt dus geleidende materialen en niet geleidende materialen. Materialen zoals een draad en ijzer en water zijn heel goede geleiders. Er kunnen veel elektronen tegelijk door deze materialen kunnen stromen. Materialen zoals plastic, hout, lucht en glas zijn daarentegen heel slechte geleiders. Deze materialen zijn niet geleidend. LK zegt: Laat ons even kijken naar een filmpje hierover. LK toont de filmpjes Hoe stroomt elektriciteit en Geleiders en isolatoren.
5 4. Invloed van elektriciteit op ons dagelijks leven (K) (5 ) De leerlingen kunnen in eigen woorden uitleggen wat de invloed is van elektriciteit op ons dagelijks leven. LEERINHOUD: Elektriciteit heeft ons leven gemakkelijker gemaakt. Voor bijna alles gebruiken we elektriciteit. Het is bijna vanzelfsprekend geworden. ORGANISATIE: LK zegt: elektriciteit is overal aanwezig in ons dagelijks leven, op elk moment van de dag. Maar vaak staan we er zelfs niet meer bij stil, zo normaal vinden we het. LK vraagt: wie wil voor mij eens zijn ochtend beschrijven? Deze ochtend, van het moment dat jullie jullie ogen hebben open gedaan vanaf dat jullie deze morgen jullie ogen openden tot nu hier nu op school? LK wil hen laten inzien dat ze bij alles wat ze vandaag al hebben gedaan elektriciteit nodig hebben gehad. ogen open in bed: LICHT AANSTEKEN. Naar de badkamer: tanden poetsen met ELEKTRISCHE TANDENBORSTEL. Na de douche: haar drogen met HAARDROGER. Propere kleren die ze dragen komen uit de WASMACHINE en daarna uit de DROOGKAST. Naar beneden gaan ontbijten: LICHT AANSTEKEN. Koffie drinken bij het ontbijt: KOFFIEZET/WATERKOKER. Brood eten dat gebakken is in een OVEN. Borden en bestek waarmee ze eten zijn proper gemaakt in de VAATWASSER. De kaas tussen je boterham blijft fris dankzij de KOELKAST. Naar school vetrekken in de AUTO met ELKTRISCHE BESTUURSSYSTEMEN (LICHTEN, RUITENWISSERS, RUITEN, ). In de auto klinkt muziek door de RADIO. Onderweg naar school is het nog donker maar de STRAATVERLICHTING verlicht de weg. Op school aankomen in de klas wordt het DIGIBORD en de COMPUTER opgezet. De juf deelt werkblaadjes uit die zijn gekopieerd met het KOPIEERMACHINE. Enzoverder enzovoort!!! LK besluit: Voor zoveel dingen hebben we elektriciteit nodig. Allemaal dingen die voor ons normaal lijken maar die allemaal zouden wegvallen moest er geen elektriciteit zijn. LK verwijst naar vroeger, LK zegt: Veel vroeger toen er nog geen elektriciteit was moesten de mensen hun kleren en zichzelf wassen in rivieren, moesten ze zich verplaatsten met paard en kar, moesten ze kaarsen aansteken om licht te krijgen, moesten ze een met mankracht gebouwen bouwen, bv vroeger de piramides in Egypte. LK besluit: Niemand zou nog terug willen naar die tijd, elektriciteit heeft ons leven heel wat gemakkelijker gemaakt. We kunnen niet meer zonder.
20 5. Hoe zou jij het oplossen zonder elektriciteit? (P) (20 ) De leerlingen kunnen zelf inventieve oplossingen bedenken voor een probleem dat te maken heeft met elektriciteit. De leerlingen kunnen goed samenwerken met hun partner. werkblaadje LK zegt: ik heb voor jullie nog een werkblaadje met een aantal situaties waarin jullie een probleem moeten oplossen zonder daarbij elektriciteit te gebruiken. Werk samen met je buurman en kies twee situaties uit waarvoor jullie dan samen een oplossing gaan bedenken. Overleg eerst goed en schrijf daarna jullie oplossing op. De lln vullen het werkblad in (10 ). LK en LLN bespreken de oplossingen samen (10 ). 5 5. Flashcards (5 ) De leerlingen kunnen de begrippen die deze les werden aangebracht op een speelse manier herhalen. LEERINHOUD: magnetisme: ik ben een kracht die er voor zorgt dat wanneer je met een sterke magneet een metalen voorwerp aantrekt, dit metalen voorwerp nu zelf een beetje een magneet wordt. De magneet zal het metaal aantrekken. windmolen: ik ben een zeer milieuvriendelijke elektriciteitsbron die veel energie kan leveren. Het enige nadeel is dat wanneer er geen wind is ik werkloos achterblijf. geleidend materiaal: ik ben een soort materiaal waarin elektronen snel van de min-zijde naar de plus-zijde kunnen doorstromen. isolator: ik ben een soort materiaal dat elektriciteit tegenhoudt. De elektronen kunnen niet door mij stromen, pech gehad! elektrische kring: elektriciteit stroomt van de min-zijde van de batterij door de lamp naar de min- zijde van de batterij en vormt zo een gesloten elektrische kring. flash cards onthoudblaadje ORGANISATIE: LK deelt aan de leerlingen 5 kaartjes uit, elk kaartje heeft een verschillende kleur en elke leerling krijgt alle vijf de kaartjes. Op elk kaartje staat een begrip dat deze les aan bod is gekomen. LK leest de omschrijving van het begrip voor en leerlingen moeten het juiste kaartje omhoog steken. LK DEELT AAN HET EINDE VAN DE LES EEN ONTHOUDBLAADJE UIT WAAROP DE BELANGRIJKSTE LEERSTOF VAN DEZE LES WORDT SAMENGEVAT. OP BASIS HIERVAN MOETEN DE LEERLINGEN LEREN VOOR DE TOETS.
Bordschema doorheen de les wordt videomateriaal en een powerpoint getoond. Aanvullingen Bijlage 1: powerpoint elektriciteitsbronnen Bijlage 2: werkblaadje Bijlage 3: onthoudblaadje Bijlage 4: Flashcards (+ extra filmpjes doorheen de les)