Leerdoelen formuleren INLEIDING Visie is de fundamentele kracht die al het overige aanstuurt. Bij het samenstellen van een programma voor het gekozen cultuurprofiel en het uitzetten van een doorlopende leerlijn gaat men uit van leerdoelen. Deze leerdoelen formuleren wat leerlingen moeten kennen en kunnen, in dit geval binnen het domein van cultuureducatie. Voor scholen die hun leerdoelen scherper willen formuleren, bieden we hier een stappenplan voor het formuleren van leerdoelen. INSTRUMENT AFBAKENING LEERDOELEN Een school moet leerdoelen formuleren om aan te geven over welke zaken een leerling gedurende de jaren dat hij op school zit vooruitgang moet boeken. Leerdoelen zijn nodig voor vakkennis en vaardigheden, maar ook ten aanzien van aanpak, proces, samenwerking, enzovoort. Een leerdoel kan algemeen gesteld worden en daarmee het doel aan het einde van het schooltraject formuleren of in detail geformuleerd worden, bijvoorbeeld voor een leerjaar of een opdracht. Om leerdoelen te kunnen evalueren moeten ze zo concreet mogelijk geformuleerd zijn. Bij vage leerdoelen is het immers moeilijk vast te stellen of de leerlingen de doelen behaald hebben. VANUIT LEERINHOUDEN OF DOELEN In het algemeen wordt bij het samenstellen van het programma uitgegaan van de bekende leerinhouden, de hoofdstukken van de methode of de toponderwerpen van het vak. Per lessencyclus wordt een set leerdoelen geformuleerd. Een andere aanpak is ook mogelijk, namelijk uitgaan van wat u met uw leerlingen wilt bereiken. Bij het formuleren van leerdoelen moet in ieder geval rekening worden gehouden met de door de overheid geformuleerde kerndoelen en eindtermen en de door de schoolgeformuleerde cultuurprofieldoelen. Uit die doelen zijn de concretere doelen grotendeels af te leiden, om vervolgens de eindtoetsen en toetsvragen of (examen)opdrachten en criteria vast te stellen. Het formuleren van leerdoelen moet dus met een zekere nauwkeurigheid gebeuren. COMPONENTEN Leerdoelen bestaan uit een gedrags- en een inhoudscomponent. De gedragscomponent wordt verbeeld door een handelingswerkwoord met waarneembaar en beoordeelbaar leerlinggedrag. De inhoudscomponent beschrijft met welke stof de leerling de handeling moet kunnen uitvoeren. a. Gedragscomponent Handelingswerkwoord (waarneembaar en beoordeelbaar leerlinggedrag) b. Inhoudscomponent Met welke stof moet de leerling de handeling moet kunnen uitvoeren
STAPPENPLAN LEERDOELEN FORMULEREN Vooraf a Wanneer u blanco kan, mag of wilt beginnen. Ga systematisch te werk: werk van algemeen naar concreet. Formuleer bij elke eindterm/kerndoel/cultuurprofieldoel per leerjaar een of enkele leerdoelen. Denk hierbij aan de ontwikkeling van de leerling en een doorlopende opbouw. Formuleer bij elk jaarleerdoel de subdoelen die ongeveer binnen een leerperiode, project of activiteit behaald kunnen worden. Cluster leerdoelen die samengaan. Verdeel deze clusters over de lesperioden of projecten. Koppel elk cluster van leerdoelen aan een hoofdstuk, opdracht, excursies, buitenschoolse activiteiten of projecten. b Wanneer u de leerdoelen van een bestaand programma wilt formuleren. Ga systematisch te werk: werk van concreet naar algemeen. Inventariseer de lesinhouden van het lesprogramma en de activiteiten en projecten binnen uw vakgebied. Schrijf bij elke periode, opdracht, project of activiteit welke leerdoelen behaald kunnen worden. (Let op, maak een selectie van zaken waarop u zich als docent met uw didactiek op moet concentreren. Want niet alle mogelijke doelen kunnen worden nagestreefd). Leg de geformuleerde leerdoelen naast de doelen van de (school)visie en kijk of u met deze doelen hieraan tegemoet komt: zijn er lacunes? Overzie het geheel aan doelen: is het evenwichtig verdeeld en logisch over de leerjaren verdeeld? Overzie het geheel aan doelen: zit er een opbouw die tegemoet komt aan de ontwikkeling van de leerling? Leerdoelen formuleren / aanscherpen 1 Laat bij de keuze van eindtermen/kerndoelen/cultuurprofieldoelen drie overwegingen een rol spelen. Is de inhoud relevant (met oog op vervolgopleiding en toekomstig functioneren in maatschappij en beroep)? Kan de inhoud worden geleerd (gelet op het type leerlingen)? Is het beheersingsniveau haalbaar (gelet op het type leerlingen)? 2 Kies werkwoorden die waarneembaar en beoordeelbaar leerlinggedrag weergeven (zie onderstaande lijst met aanbevolen handelingswerkwoorden). 3 Typeer de gewenste leeropbrengst zo scherp mogelijk (vermijd termen als: enige, juiste, geschikte). Kies een specificatieniveau dat het onderwijs en toetsing/examinering wel duidelijk stuurt, maar niet zo specifiek is dat de flexibiliteit van het onderwijs wordt aangetast. 4 Breng differentiaties tussen eindtermen/kerndoelen/cultuurprofieldoelen voor de verschillende niveaus vmbo/havo/vwo tot uitdrukking in: onderwerpkeuze; inhoud; beheersingsniveau; context; mate van zelfstandigheid; tempo. 5 Formuleer concreet en vermijd toelichtingen. 2 LEERDOELEN FORMULEREN
VOORBEELDEN VAN GOED GEFORMULEERDE LEERDOELEN De leerling kan de beeldelementen compositie en kleur herkennen en de kenmerken van de verschillende verschijningsvormen van deze beeldelementen benoemen. Om duidelijk te maken hoe belangrijk het goed formuleren van een leerdoel is, nog een prima voorbeeld dat toch een ander einddoel beoogt dan de voorgaande. De leerling kan de beeldelementen compositie en kleur in een (kunst)werk herkennen en de consequenties van de toepassing ervan benoemen. Moeilijker wordt het wanneer het bijvoorbeeld sociaal gedrag betreft. De leerling kent de waarde van samenwerken doordat hij bij een dilemma overlegt met de groep, zowel leiding geeft als leiding accepteert en de lof gezamenlijk oogst. Context van het formuleren van leerdoelen Leerdoelen formuleert u niet alleen. Wilt u dat u gezamenlijk binnen de sectie van uw vak dezelfde leerdoelen nastreeft en dat iedereen enigszins op gelijke golflengte opereert? Formuleer dan uw leerdoelen gezamenlijk! Stem de leerdoelen bij voorkeur ook af op de andere kunstvakken. Het formuleren van de leerdoelen sluit goed aan bij het samenstellen van een samenhangend programma met doorlopende leerlijnen voor cultuureducatie. Zie hiervoor ook andere documenten genoemd bij Bronnen en verwijzingen in dit document. 3 LEERDOELEN FORMULEREN
HANDELINGWERKWOORDEN OP ALFABET (ZIE STAP 2) CATEGORIEËN IN DE TAXONOMIE VAN BLOOM IN OPLOPEND NIVEAU: (TUSSEN HAAKJES BENOEMD) 1 K = kennis 2 B = begrip Aanbevolen handelingswerkwoorden 3 T = toepassing 4 A = analyse 5 S = synthese 6 E = evaluatie Vaardigheden A aantonen (T) aanvullen (B) afleiden (A) B beargumenteren (E) beheersen (T) benoemen (K) beproeven (A) berekenen (T) beschrijven (K) C conclusies trekken (A) construeren (S) D demonstreren (T) F formuleren (B) G gebruiken (T) H herkennen (B) I imiteren (K?) inventariseren (K) K kiezen (T) M maken (S) mening geven (E) meten (B) N nadoen (K?) namaken (B?) noemen (K) O omzetten (B) onderscheiden (B) onderzoeken (A) ontwerpen (S) opstellen (T) opzoeken (B) ordenen (B) P presenteren (T) R relatie/verband leggen (A) S samenstellen (S) samenvatten (B) schema's maken, schematiseren (B) selecteren (B) structureren (A) T tekenen (K/B) toelichten (B) toepassen (T) U uitdrukken (B) uitleggen (T) uitvoeren (T) V vaardig gebruiken (T) vaststellen (B) verband/relatie leggen (A) verklaren (A) verslag doen (T) verslag maken (T) vervangen (B) verwerken (T) verwoorden/onder woorden brengen (B) verzamelen (B) voorbereiden (B) voorspelling doen/hypothese formuleren (A) W weergeven (K) NB. Niet vermeld zijn handelingswerkwoorden die specifiek zijn voor één vak, zoals herschrijven (Nederlands), filtreren (scheikunde) of vermenigvuldigen (wiskunde). A analyseren (A) B beschrijven (B) C categoriseren (B/A) construeren (S) D demonstreren (T) discussiëren (E) E evalueren (E) exploreren (B) H herkennen (B) hypothesen formuleren (A) I illustreren (voorbeeld geven) (B) interpreteren (A) N noemen (K) O observeren (B) omschrijven (schetsen) (K/B) onderscheid maken (onderscheiden) (B) onderzoeken/research (A) P participeren (?) T tegenover elkaar stellen /contrasteren (T) toepassen (T) V verdedigen (E) vergelijken (T) verkennen (B) verklaren (A) voorspellen (A) 4 LEERDOELEN FORMULEREN
HANDELINGSWERKWOORDEN OP CATEGORIE (ZIE STAP 2) CATEGORIEËN IN DE TAXONOMIE VAN BLOOM IN OPLOPEND NIVEAU: (TUSSEN HAAKJES BENOEMD) 1 K = kennis 2 B = begrip 1 K = kennis benoemen (K) beschrijven (K) imiteren (K?) inventariseren (K) nadoen (K?) noemen (K) tekenen (K/B) weergeven (K) noemen (K) omschrijven (schetsen) (K/B) 2 B = begrip aanvullen (B) formuleren (B) herkennen (B) meten (B) namaken (B?) omzetten (B) onderscheiden (B) opzoeken (B) ordenen (B) samenvatten (B) schema's maken, schematiseren(b) selecteren (B) tekenen (K/B) toelichten (B) uitdrukken (B) vaststellen (B) vervangen (B) verwoorden/onder woorden brengen (B) verzamelen (B) voorbereiden (B) beschrijven (B) categoriseren (B/A) exploreren (B) herkennen (B) illustreren (voorbeeld geven) (B) observeren (B) omschrijven (schetsen) (K/B) onderscheid maken (onderscheiden) (B) verkennen (B) [vaardigheid 3 T = toepassing 4 A = analyse 3 T = toepassing aantonen (T) beheersen (T) berekenen (T) demonstreren (T) gebruiken (T) kiezen (T) opstellen (T) presenteren (T) toepassen (T) uitleggen (T) uitvoeren (T) vaardig gebruiken (T) verslag doen (T) verslag maken (T) verwerken (T) demonstreren (T) tegenover elkaar stellen /contrasteren (T) toepassen (T) vergelijken (T) 4 A = analyse afleiden (A) beproeven (A) conclusies trekken (A) onderzoeken (A) relatie/verband leggen (A) structureren (A) verband/relatie leggen (A) verklaren (A) voorspelling doen/hypothese formuleren (A) analyseren (A) categoriseren (B/A) hypothesen formuleren (A) interpreteren (A) onderzoeken/research (A) verklaren (A) voorspellen (A) 5 S = synthese 6 E = evaluatie 5 S = synthese construeren (S) maken (S) ontwerpen (S) samenstellen S) construeren (S) 6 E = evaluatie beargumenteren (E) mening geven (E) discussiëren (E) evalueren (E) verdedigen (E)? participeren (?) samenwerken (?) overleggen (?) NB. Niet vermeld zijn handelingswerkwoorden die specifiek zijn voor één vak, zoals herschrijven (Nederlands), filtreren (scheikunde) of vermenigvuldigen (wiskunde). 5 LEERDOELEN FORMULEREN
BRONNEN EN VERWIJZINGEN LITERATUUR Bergsma, S. (2005). Slash 21: een output based curriculum? Enschede: SLO. Brookhart, Susan M. (2010). How to assess higher-order thinking skills in your classroom. Virginia USA. Looy, F. (1996). Ontwerpwijzer revisietraject examen vbo/mavo. Enschede: SLO. DEZE WEBSITE samenhanginhetprogrammacreëren.pdf samenhanginhetprogrammaeenformat.pdf cultuurprofieldoelen.pdf vaardighedenkaart.pdf WEBSITES http://www.ieku.nl/ieku-leerkrachten/blooms-taxonomy-toelichting/ Korte beschrijving van de taxonomie van Bloom door het bureau LeKu advies. SCHOOLVOORBEELD WERKPLAATS KINDERGEMEENSCHAP (VO), BILTHOVEN Kees Boekelaan 12 3723BA Bilthoven Contactpersoon: Paulina Schulp E p.schulp@wpkeesboeke.nl T 030-2282841 I www.wpkeesboeke.nl Schoolportret: http://www.cultuurprofielscholen.nl/schoolportretten/ werkplaats-kindergemeenschap-vo Een paar jaar geleden besloot Werkplaats Kindergemeenschap (vo) haar leerlingen de gelegenheid te bieden twee kunstvakken als eindexamenvak te kiezen (kunst muziek en kunst beeldend). Tegelijk ging het team op zoek naar een schooleigen invulling voor het dubbele kunstvak algemeen. Na een brainstormsessie werd bedacht om de extra curriculaire kunstactiviteiten die kenmerkend zijn voor de Werkplaats (de podiumkunsten en de filmpjes die ieder jaar voor het Nederlands Filmfestival werden gemaakt) de school binnen te halen. Film wordt op de Werkplaats nog niet als regulier vak aangeboden en podiumkunst/drama is geen eindexamenvak. Al pratend ontstond het vak Kunstplus met de modules: grime en kostuum, theatertechniek en film. Vanuit het schoolplan, de visie op leren, de gewenste uitkomsten van het onderwijs en het cultuurplan werd een nieuw vak gecreëerd. De basis voor dit vak voortbouwend op het schoolplan vormden de vaardigheden als leren en creëren, ontplooien en verdiepen van talenten en kwaliteiten met als uitkomst zelfstandig denkende jong volwassenen die zich kenmerken door eigenheid, creativiteit en solidariteit. Kunst als ontmoetingsplaats waar vooral in de praktijk wordt gewerkt en geleerd. Er is een programma geschreven, er zijn doelen geformuleerd, de wijze van toetsing is vastgelegd. Vervolgens is het plan goedgekeurd. Peter Schreuder, muziekdocent, heeft tijd en ruimte gekregen om het plan te schrijven en de modules in overleg met anderen (medewerkers drama en beeldende vakken, theatertechnicus) te maken. De 6 LEERDOELEN FORMULEREN
modules zijn niet dichtgetimmerd, een docent kan naar aanleiding van eigen expertise aanpassingen maken om het programma of de inhoud te verbeteren. Het kunstplus vakplan wordt dit jaar herzien. Het kunstplan in een oogopslag Het duur Activiteit Wat bereiken de leerlingen? 1 8 weken Grime/kostuum. Leerlingen worden bewust van Leerlingen kunnen bij een beschreven personage grime, kleding en kostuum grime technieken en functie van ontwerpen en uitvoeren. kleding bij film. 2 8 weken Theatertechniek. Leerlingen kunnen voor een scene uit een script een passend lichtplan ontwerpen en uitvoeren. 3 8 weken Film deel 1. Introductiecursus waarin de Leerlingen kunnen een thema omzetten in een kort verhaal en dit weergeven in een leerlingen kennis maken met het storyboard. gehele productieproces van een film. Zij kunnen tevens de basisprincipes van het filmen toepassen in enkele korte films. 4 8 weken Film deel 2. Het maken van een korte Leerlingen kunnen een verhaallijn opzetten en omzetten in beelden. Zij filmproductie waarin de aspecten hebben het gehele productieproces van terugkomen uit de voorafgaande het maken van een film doorlopen. modules aangevuld met de vakinhoud bij beeldend en muziek. Voorbeeld module Grime en kostuum Een periode van 8 weken, 80 minuten per week. Leerlingen ontdekken hoe kostuum en grime een beeldverhaal ondersteunen. Zij maken daarbij kennis met aspecten als vormgeving, stijlen, decor, kostuum. Zij leren het verschil tussen film en theater door middel van verschillende filmfragmenten. Leerlingen kleden een personage aan en grimeren deze in die stijl. Leerlingen vervullen diverse functies, als grimeur, stylist. Na deze opdrachten doorlopen te hebben, kunnen leerlingen: verschillende personages neerzetten in aankleding die kloppen met de stijl van een gevraagd beeld; collagemateriaal zoeken voor/over het personage; sfeer maken op de fotoset die past bij het gekozen personage. 7 LEERDOELEN FORMULEREN