Meerdimensionale schaaltechnieken



Vergelijkbare documenten
Kans op milieukorting verschilt sterk per automerk

Onderzoek Rolling Wheel Nederland

CAR PROGRAM FM GROUP BENELUX

Voorbeeldexamen Wiskunde B Havo

Werkblad 2 Kracht is een vector -Thema 14 (NIVEAU BETA)

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

Figuur 7.21: Het Voronoi diagram van zes supermarkten, genummerd 1 t/m 6.

WAT WIL de BIJLAGENRAPPORT. en WAT WIL de Werkgever? nationaal zakenauto onderzoek. nationaal zakenauto onderzoek 2013

1 Binaire plaatjes en Japanse puzzels

deel B Vergroten en oppervlakte

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Practicum algemeen. 1 Diagrammen maken 2 Lineair verband en evenredig verband 3 Het schrijven van een verslag

9.1 Oppervlakte-eenheden [1]

Examen VWO. wiskunde B1,2

D-dag 2014 Vrijeschool Zutphen VO. D -DAG 13 februari 2014: 1+ 1 = 2. (en hoe nu verder?) 1 = 2en hoe nu verder?

WISKUNDE D VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

Sum of Us 2014: Topologische oppervlakken

Onderzoek Rolling Wheel

Kwaliteitsmeting leadopvolging Hoe volgen de verschillende merken aanvragen op van zakelijke rijders?

Basis Figuren. De basis figuren zijn een aantal wiskundige figuren die je al in de wiskunde lessen hebt gekregen.

Onderzoek Autoverzekeringen 2017

WISKUNDE 3 PERIODEN EUROPEES BACCALAUREAAT DATUM : 8 juni 2006 ( s morgens) DUUR VAN HET EXAMEN : 3 uur (180 minuten) TOEGESTANE HULPMIDDELEN :

Combinatoriek en rekenregels

Hoofdstuk 1 Spiegelen in lijn en in cirkel. Eigenschappen.

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 1 donderdag 24 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VWO. wiskunde C (pilot) tijdvak 1 woensdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Leerplandoelstelling Delta Nova 4 hoofdstukken en paragrafen. I Meetkunde. M1 B Bewijzen dat door drie niet-collineaire punten juist één cirkel gaat.

Trillingen en geluid wiskundig

ICT. Meetkunde met GeoGebra. 2.7 deel 1 blz 78

Praktische opdracht Wiskunde A Formules

Ontdek het geheim achter startvermogen op maat. NIEUW VANAF ZOMER. VARTA. The power behind. And beyond.

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

GS1 label test. Voorbeelden van labels en veel voorkomende fouten herstellen

Aanvulling hoofdstuk 1 uitwerkingen

Combinatoriek en rekenregels

De eerste stappen met de TI-Nspire 2.1 voor de derde graad

Examen VMBO-BB. wiskunde CSE BB. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.


FORD FOCUS Focus_346_2012_V7_cover.indd 1 17/10/ :55

Examen VWO. wiskunde A1

AUTOMOTIVE ONDERZOEK

b) Om de positie van het station aan te geven gebruiken we de afstand van P tot S. Meet ook de afstand van P tot S.

snelheid in m/s Fig. 2

LES: Groepjes maken 2

Projectietekenen is een hulpmiddel om een beter en sneller inzicht te krijgen in een product.

WISKUNDE C VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

Ratio Werkschrift De getallenlijn

0.25x. Het buitengebied - vanuit elk punt kun je twee raaklijnen tekenen - bevat twee oplossingen. De parabool zelf staat voor één oplossing.

Eindexamen wiskunde vmbo gl/tl I OVERZICHT FORMULES: omtrek cirkel = π diameter. oppervlakte cirkel = π straal 2

extra sommen Statistiek en Kans

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.

WISKUNDE A HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 14 mei uur

3.1 Procenten [1] In 1994 zijn er 3070 groentewinkels in Nederland. In 2004 zijn dit er nog 1625.

Titel: De titel moet kort zijn en toch aangeven waar het onderzoek over gaat. Een subtitel kan uitkomst bieden. Een bijpassend plaatje is leuk.

BMW CITROËN + PEUGEOT

Examen VMBO-KB. wiskunde CSE KB. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Hoofdstuk 1 boek 1 Formules en grafieken havo b klas 4

wiskunde CSE GL en TL

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2002-I

15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of 2 bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE HAVO 21.

waarde 0,01 0,02 0,05 0,10 0,20 0,50 1,00 2,00

De Tweedehands Automarkt en Variabilisatie. achterliggend rapport bij deelrapport 1: een marktverkenning - tabellenboek

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2002-I

Examenopgaven VMBO-GL en TL 2003

Eindexamen wiskunde A1 vwo 2003-II

Schatting voor het aantal tanks: is statistiek beter dan de geheime dienst?

Eigen routes maken. voor Fiets, Voetganger en Auto

Figuren door Formules

Exponentiële Functie: Toepassingen

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Syllabus Leren Modelleren

Examenprogramma wiskunde D vwo

vwo: Het maken van een natuurkunde-verslag vs

SCHOOL op SEEF Schoolbrengweek 2019

Functies van vectoren

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

wiskunde CSE GL en TL

wiskunde CSE GL en TL

TEKENEN MET EEN DRIELUIK

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

James Boswell Examen Wiskunde A HAVO

Je kunt in de grafiek aflezen wat de gewichtstoename is van schapen die zwanger zijn van één, twee of drie lammetjes.

Examen VWO. Wiskunde B Profi

Exact periode 3 Rechte lijn kunde

Examen VMBO-GL en TL. wiskunde CSE GL en TL. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 22 juni uur

Examen VWO. Wiskunde A1 (nieuwe stijl)

Transcriptie:

STATISTIEK IN WOORDEN Meerdimensionale schaaltechnieken Stel, je krijgt een afstandentabel waarin de onderlinge afstanden van 30 steden in een voor jou onbekend land staan aangegeven. Op grond van deze informatie wordt je gevraagd de landkaart van dat land te tekenen. In essentie is dit, wat beoogd wordt met meerdimensionale schaaltechnieken (vaak afgekort tot MDS): op grond van gegevens over afstanden, een ruimtelijke afbeelding maken die de werkelijkheid zo goed mogelijk weergeeft. Overigens wordt meestal gewerkt met gelijkenissen in plaats van afstanden, maar dat zijn twee kanten van dezelfde medaille: als twee objecten op elkaar lijken, is de (psychologische) afstand ertussen klein; als de afstand groot is, is de gelijkenis kleiner. Meerdimensionale schaalanalyse verloopt in drie stappen. Als eerste worden gelijkenisgegevens verzameld over alle mogelijke paren onderzoeksobjecten. Deze gelijkenissen worden vervolgens gebruikt om de objecten in een plaatje af te beelden. Ieder object correspondeert met een punt in die afbeelding, waarbij objecten die veel op elkaar lijken, dicht bij elkaar moeten komen te liggen. Ten slotte moet het resultaat geïnterpreteerd worden. Hoe komt men aan gelijkenisgegevens? De meest directe manier is om dit aan respondenten zelf te vragen. Bij een marktonderzoek krijgen de respondenten bijvoorbeeld 14 automerken steeds paarsgewijs ter beoordeling voorgelegd. Bij elk paar moeten zij op een zevenpuntsschaal aangeven in hoeverre de automerken op elkaar lijken. Er wordt niet gezegd hoe ze dat moeten beoordelen; iedere respondent zal dus zijn eigen beoordelingscriteria gebruiken. Een van de doelstellingen van het marktonderzoek is nu juist om uit te vinden welke criteria of dimensies voor de respondenten kennelijk belangrijk zijn bij de beoordeling van automerken. Het hoeft echter niet altijd om subjectieve oordelen te gaan. Kruispunten kunnen meer of minder op elkaar lijken in termen van het aantal ongelukken dat er gebeurt, het aantal bekeuringen dat er gegeven wordt, het aantal fietsers dat door rood licht rijdt of het aantal auto s dat het kruispunt per uur passeert. Ook de correlatiecoëfficiënt kan als gelijkenismaat gebruikt worden. Stel dat men van een groot aantal steden gegevens verzameld heeft over de geografische ligging (noorderlengte en zuiderbreedte), aantal inwoners, aantal werklozen, aantal allochtonen, criminaliteitscijfers en dergelijke. Bij iedere stad hoort dus een rij cijfers. Men kan nu de cijfers van stad A vergelijken met die van stad B, door de correlatiecoëfficiënt te berekenen tussen A en B. Als (de cijfers van) A en B veel op elkaar lijken, zal de correlatiecoëfficiënt hoog zijn. Daarna moeten de gelijkenisgegevens afgebeeld worden. 166

MEERDIMENSIONALE SCHAALTECHNIEKEN Voorbeeld Neem als simpel voorbeeld onderstaande afstanden tussen drie steden A, B en C: A B C A B : 20 km A 20 10 A C : 10 km of in matrixvorm: B 20 15 B C : 15 km C 10 15 We willen dit zo afbeelden dat 10 mm op papier staat voor 10 km. Stad A wordt als een punt weergegeven op een willekeurige plaats in de ruimte. Daarna kunnen we stad B als een punt afbeelden op 20 km = 20 mm afstand van punt A, zoals in onderstaande linker figuur. B kan natuurlijk in iedere richting vanaf A liggen. Het gaat echter om de relatieve positie van de punten ten opzichte van elkaar, en daarvoor maakt het niet uit in welke richting we B tekenen. Nu stad C. C moet op 10 mm van A af liggen; dit betekent ergens op de cirkel met straal 10 rond A. Ook moet C op 15 mm van B af liggen, dat wil zeggen ergens op de cirkel rond B. In onderstaande rechterfiguur is een punt C getekend dat aan beide eisen voldoet. C 10 15 A B M 20 A B Voor drie steden is dit proces eenvoudig: de afstanden in de tekening corresponderen exact met de afstanden in kilometers tussen de steden. Maar als er meer steden zijn, wordt het moeilijk ze allemaal zó af te beelden dat er recht gedaan wordt aan alle onderlinge afstanden. We kunnen stad D misschien nog wel op 40 mm van A en tegelijk 35 mm van B neerzetten, maar hoe zorgen we ervoor dat D ook tegelijk 20 mm van C afligt? Dat gaat wringen. Een computer moet dan zoeken naar de beste oplossing in díe zin, dat er zo veel mogelijk recht wordt gedaan aan alle onderlinge afstanden. Dat lukt nooit helemaal, zeker niet bij veel af te beelden objecten. De maat die aangeeft hoe goed of eigenlijk hoe slecht de bereikte oplossing de oorspronkelijke gegevens weergeeft, wordt stress genoemd. Die kan op een aantal verschillende manieren berekend worden. Een veel gebruikte stressmaat is die van Kruskal die loopt van 0 tot 1. 0 geeft daarbij een perfecte oplossing aan zoals in het voorbeeld van de drie steden: de afstanden in de afbeelding corresponderen precies met de afstanden (of gelijkenissen) in de oorspronkelijke gegevens. Een stress van 1 betekent dat de afbeelding absoluut niet lijkt op de oorspronkelijke gelijkenisdata. Hoe groter de stress, des te slechter is dus de oplossing. 167

MEERDIMENSIONALE SCHAALTECHNIEKEN Bij MDS gaat het er om een afbeelding zó te maken dat de stress minimaal is, ofwel: het plaatje moet zo veel mogelijk lijken op de oorspronkelijke gelijkenisdata. Maar hoe definieer je zo veel mogelijk lijken op? Hiervoor bestaan verschillende methoden, die leiden tot verschillende typen MDS. In bovenstaand stedenvoorbeeld is er stilzwijgend vanuit gegaan dat stad B, die twee keer zo ver van A afligt als C, ook in de afbeelding twee keer zo ver van A moet afliggen. In feite ga je dan uit van een ratioschaal: een twee keer zo groot getal betekent ook twee keer zoveel van iets. Dit type MDS wordt metrische meerdimensionale schaalanalyse genoemd. Je kunt de eis zo veel mogelijk lijken op ook wat soepeler formuleren: stad B ligt verder van A dan stad C, dus moet ook in het plaatje verder van A afliggen dan C. Hier moet alleen de rangorde van de afstanden of gelijkenissen bewaard blijven in de afbeelding: minder gelijkenis betekent verder weg, zonder aan te geven hoeveel verder weg. Dit geeft de computer meer vrijheid. We spreken dan van niet-metrische meerdimensionale schaaltechnieken. Bij het tekenen van een landkaart ligt het aantal dimensies vast: landkaarten teken je nu eenmaal in het platte vlak, dus in twee dimensies. Bij MDS is het aantal dimensies echter geen vast gegeven; vaak zullen er meer dimensies nodig zijn om de gegevens goed te kunnen weergeven. Om bij het stedenvoorbeeld te blijven: misschien biedt een globe (dus drie dimensies) een betere oplossing. Hoewel visueel moeilijk voor te stellen, is wiskundig gezien het aantal dimensies onbeperkt, vandaar de naam: meerdimensionale schaaltechnieken. Computerprogramma s voor MDS geven altijd een aantal verschillende oplossingen, met meer of minder dimensies en de bijbehorende stress-maten. De keuze voor het juiste aantal dimensies is aan de onderzoeker. K punten zijn altijd perfect in K-1 dimensies af te beelden. Er is dus altijd een oplossing te berekenen met een stress van 0. Maar dat verheldert weinig: we willen juist een overzichtelijke afbeelding, waarin echter niet te veel van de oorspronkelijke gegevens verloren mag gaan. Het aantal af te beelden objecten (meer objecten vereisen over het algemeen meer dimensies) en de interpreteerbaarheid van de oplossing spelen een rol bij de keuze van het aantal dimensies. Vaak is de bepaling van het aantal benodigde dimensies een belangrijk doel van de analyse. Beoordelen mensen auto s bijvoorbeeld in wezen slechts op twee dimensies zoals de prijs en de veiligheid, of moet er een derde dimensie bij, zoals het uiterlijk? Met de hierboven gestelde vragen zijn we aangeland bij de interpretatie, de derde analysestap. MDS geeft de dimensies geen namen. Het geeft alleen een plaatje, zoals onderstaande figuur, waarin 14 automerken zijn weergegeven. 168

MEERDIMENSIONALE SCHAALTECHNIEKEN Voorbeeld Tweedimensionele afbeelding van automerken Dimensie 2 Bentley Jaguar Mercedes Honda BMW Toyota Ford Opel Dimensie 1 Mazda Fiat Hyundai Lada Renault Citroën M Het benoemen van de assen (de dimensies van de oplossing) is een taak van de onderzoeker. Hoewel er ook statistische hulpmiddelen voor zijn, gebeurt dat veelal op het oog: welke merken liggen dicht bij elkaar en wat is het gemeenschappelijke ervan? Welke liggen juist ver uit elkaar, en hoe kunnen we dat benoemen? In bovenstaande figuur kunnen we dimensie 1 zien als een landen-dimensie: de Europese auto s liggen vooral rechts in de figuur, waarbij auto s die uit hetzelfde land komen zoals Renault en Citroën, relatief dicht bij elkaar liggen. Alle niet-europese auto s liggen links, waarbij een exotisch land als Korea (Hyundai) het verste weg ligt. Kennelijk beoordelen mensen auto s in sterke mate op het land van herkomst. De tweede dimensie heeft iets met prijs of status te maken: de dure auto s bovenaan, de goedkopere meer aan de onderkant van de figuur. In het stedenvoorbeeld ging het om de analyse van één tabel met gelijkenisgegevens. Soms heeft men echter per respondent een tabel met gelijkenisoordelen, zoals in het voorbeeld van de automerken; daar was immers aan iedere respondent gevraagd de auto s steeds paarsgewijs te vergelijken. Meerdimensionale schaaltechnieken voor individuele verschillen geven naast de afbeelding van de objecten, ook een afbeelding van de respondenten. Personen wier oordeel op elkaar lijkt 169

MEERDIMENSIONALE SCHAALTECHNIEKEN komen daarin dichter bij elkaar te liggen dan personen met een verschillend oordeel. Deze technieken leveren altijd twee afbeeldingen: een voor de objecten en een voor de personen. Bij een correspondentieanalyse kunnen personen en objecten in één figuur worden afgebeeld. 170