Wapens Wapens uit de islamitische wereld stonden in hoog aanzien. De technische kwaliteit was superieur. Een term als damasceren (sabels vlammend etsen, letterlijk: op de manier van Damascus ) herinnert hieraan. Maar ook aan de versiering werd veel aandacht besteed. Vaak waren het echte kunstwerken. Ook in Europa werden deze wapens al vroeg gewaardeerd en verzameld. Ze belandden in het Westen als souvenirs, diplomatieke geschenken of oorlogsbuit. In de 17de en 18de eeuw werden de Nederlandse handelsschepen in de Middellandse Zee bedreigd door Noord-Afrikaanse kapers. Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp werden eropuit gestuurd om deze Barbarijse kapers te bevechten, maar ook om onderhandelingen met hen te voeren. Tijdens deze expedities hebben zij de hier getoonde wapens verworven. In de 19de eeuw bleven traditionele wapens uit de islamitische landen gewilde souvenirs en verzamelobjecten. Oosterse handwerkslieden speelden hierop in door speciaal voor de toeristenmarkt wapens te maken in traditionele stijlen.
Oosterse tapijten Oosterse tapijten behoren tot de bekendste kunstuitingen uit de islamitische wereld. Ze werden in enorme hoeveelheden geproduceerd en verhandeld, in verschillende technieken en patronen en in prachtige kleurencombinaties. Deze tapijten waren niet alleen populair in de islamitische wereld zelf. Vanaf de 14de eeuw importeerden Italiaanse handelaren tapijten naar het Westen. Voor de Europese eigenaren waren het echte statusobjecten, veel te kostbaar om zomaar op de grond te leggen. Hier werden ze over tafels gedrapeerd zodat ze minder snel sleten. Nog steeds stammen daarom de best bewaarde tapijten uit oude Europese collecties. Vanaf de 17de eeuw mengden ook de Nederlanders zich in de lucratieve tapijtenhandel. Vanuit de havensteden in de Levant en de VOC-kantoren in Perzië werden de tapijten naar Nederland verscheept. We zien ze terug op de schilderijen van Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw. Nadat de oosterse tapijten in de 18de eeuw uit de gratie waren geraakt, beleefden ze rond 1900 een spectaculaire comeback. Nu golden ze als een voorbeeld voor eigentijdse, westerse kunstenaars. In deze periode zijn ook de mooiste tapijten in de Rijksmuseumcollectie gekomen.
Artistieke wisselwerking De handel tussen de christelijke en de islamitische wereld rondom de Middellandse Zee kwam vanaf de 11de eeuw weer langzaam op gang. De politieke situatie in het Westen werd stabieler en de economie herstelde zich. Daardoor groeide de vraag naar luxeartikelen. Die luxegoederen werden gemaakt in de islamitische wereld, waar de kunstnijverheid op een veel hoger peil stond dan in het Westen. Steden als Barcelona, Pisa, Genua en Venetië rustten vloten uit om handel te drijven in Tunis, Alexandrië, Damascus en Aleppo. Deze handelscontacten leidden tot artistieke uitwisseling. Italiaanse en Spaanse ambachtslieden namen technieken, vormen en decoraties uit de islamitische kunst over. Aanvankelijk nog vrij slaafs, later veel vrijer. Die artistieke beïnvloeding was het sterkst in grensgebieden als Sicilië en Spanje. Sicilië behoorde van begin 9de tot eind 11de eeuw tot de islamitische rijken en de laatste Moorse stad in Spanje, Granada, viel pas in 1492. Ook in Venetië, dat zeer intensieve handelscontacten had met de islamitische wereld, was die artistieke uitwisseling zeer vruchtbaar.
Keramiek & glas Al vanaf de 9de eeuw produceerden islamitische pottenbakkers prachtig luxeaardewerk. Ze borduurden deels voort op klassieke, Byzantijnse en Sassanidische tradities. Maar ze stonden ook open voor invloeden van buiten, zoals Chinees steengoed en porselein. De islamitische keramiek was vooral vernieuwend in de decoratie en de glazuurtechnieken. Het vaatwerk en de tegels werden meestal vlakvullend versierd met kalligrafie, florale en figuratieve afbeeldingen en meer abstracte patronen. Beroemd zijn de prachtige lusterglazuren met de kenmerkende metaalglans en het egaal witte tinglazuur. De handwerkslieden uit de islamitische wereld konden ook voortbouwen op een lange traditie van glaskunst. Het produceren van glas en later het glasblazen werden uitgevonden in het Nabije Oosten. In de vroegislamitische periode werden decoratiemethoden uit de Romeinse tijd verder ontwikkeld: het versieren met glasdraad, het graveren en slijpen van het glasopper vlak en het werken met mallen. Vanaf de 12de eeuw werd in Egypte en Syrië een heel nieuwe techniek geïntroduceerd: het emailschilderen op kleurloos glas. Dit soort glaswerk was zeer gewild in Europa. In de 14de en 15de eeuw werd deze techniek overgenomen door de Venetianen.
Oosterse tapijten In de 17de eeuw vestigden Nederlandse kooplieden zich in Iran en de Levant. De VOC opende in 1623 handelshuizen in Bander Abbas aan de Perzische Golf en in Isfahan, de toenmalige hoofdstad van Iran. De Nederlanders waren vooral geïnteresseerd in ruwe en bewerkte zijde, maar kochten ook regelmatig tapijten. De Nederlandse handel met de Levant concentreerde zich in Istanbul en Izmir (Smyrna). In Izmir waren verschillende Europese handelshuizen gevestigd. Deze stad herbergde ook een Nederlandse handelskolonie met een eigen consul. De Nederlanders importeerden angorawol en katoen, maar net als in Iran handelden ze ook in oosterse tapijten. In 1738 vestigde David George van Lennep zich in Izmir. Hij trouwde met Anna Maria Leidstar, een telg uit een bekende Nederlandse handelsfamilie in de Levant. De familie Van Lennep liet zich rond 1770 portretteren door de Franse schilder Antoine de Favray. De familieleden zijn deels westers, deels Osmaans gekleed. Op de grond ligt een oosters tapijt. Links staat schoonvader Justinus Leidstar die een kantoor in Ankara had waar hij handelde in angorawol. Wellicht was hij de opdrachtgever van het Gezicht op Ankara dat in deze tentoonstelling is te zien. In de 19de eeuw bekleedden verschillende leden van de familie Van Lennep het Nederlandse consulaat in Izmir. Zij handelden ook in oudheden. Speciaal voor het Rijksmuseum van Oudheden kochten zij waardevolle antieke sieraden, terracotta s en sculpturen. Deze werden met stoomschepen naar Nederland geëxporteerd. Antoine de Favray; David George van Lennep, opperkoopman van de Hollandse factorij te Smyrna, met zijn vrouw en kinderen; olieverf op doek; ca. 1770, (collectie Rijksmuseum Amsterdam).