Jean-Paul van der Plaats



Vergelijkbare documenten
Werkinstructie Geheimhouding en besloten vergaderen

De heer A. J. van Heusden Kruisstraat LX Oosterhout. Middelburg, 21 juni Geachte heer Van Heusden,

Notitie geheimhouding

Ministerie van Veiligheid en Justide

Hoofdstuk I. Definities

In de Gemeentewet zijn mogelijkheden opgenomen om besloten bijeenkomsten te houden en om geheimhouding op te leggen ten behoeve van stukken.

Protocol geheimhouding ex artikel 25 van de Provinciewet 1

Plaatsing op internet Het besluit wordt op geplaatst.

tegen het besluit van 13 maart 2017 in het kader van de subsidie SNL, kenmerk

Beslissing op bezwaar

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. B. Relevante bepalingen. C. Overwegingen. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Handleiding behandeling WOB-verzoeken

PROCEDURE, STROOMSCHEMA EN CHECKLISTEN Openbaarheid van bestuur (Wob)

In dit besluit wordt verwezen naar de corresponderende nummers uit de inventarislijst, zodat per document duidelijk is wat is besloten.

Handreiking geheimhouding

PROTOCOL BESLOTEN VERGADERINGEN, GEHEIMHOUDING EN VERTROUWELIJKHEID

Notitie Werkwijze t.a.v. openbaarheid, beslotenheid en geheimhouding van informatie en vergaderingen van de gemeenteraad Zeewolde

PROTOCOL BESLOTEN VERGADERINGEN, GEHEIMHOUDING EN VERTROUWELIJKHEID

Weigerachtige behandeling Wob-verzoek Gemeente Weesp

Nota van B&W. Onderwerp Openbaarheid en geheimhouding van stukken en vergaderingen

Handleiding besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding

Sociaal Juridisch Medewerker-Arbeidsvoorziening en Personeelswerk (Crebo 10026) over de periode bij ROC Landstede;

Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur

Wettelijk kader Uw verzoek valt onder de reikwijdte van de Wob. Voor de relevante artikelen verwijs ik u naar bijlage 1.

ONAFHANKELIJKE COMMISSIE VOOR DE BEZWAAR- EN BEROEPSCHRIFTEN GEMEENTE SLIEDRECHT

Aangetekend verstuurd Molenaar Abeln advocaten Carel H.J.M. Abeln J.J. Viottastraat JT AMSTERDAM

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Ministerie van Veiligheid en Justftie

GEHEIMHOUDING EN DE GEMEENTERAAD DE REGELS

APR 214. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Datum: Betreft: Beslissing op uw Wob-verzoek. Geachte

BESLISSING OP BEZWAAR

Toelichting Zienswijzeprocedure

Besloten vergaderingen Geheimhouding/vertrouwelijkheid. Regels en procedures. t.b.v. Raads- en commissieleden De Bilt

NOTITIE, BEHORENDE BIJ HET PROTOCOL GEHEIMHOUDING GEMEENTERAAD MIDDELBURG 2016

Besluit. A. Verloop van de procedure. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

RAADSVOORSTEL. Raad 23 februari februari Wob-verzoek informatie DEVO Burger en Bestuur

Uitleg Verdrag van Aarhus

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Uw Wob-verzoek betreffende Stichting Infofilter Bel-me-niet Register

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Zienswijze. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Informatie en handleiding over besloten vergaderingen en het opleggen van geheimhouding

Transcriptie:

Jean-Paul van der Plaats Van: Bestuurssecretariaat (Heerde) Verzonden: maandag 9 februari 2015 09:39 Aan: Gemeente Heerde CC: Bianca Espeldoorn Onderwerp: FW: WOB-verzoek Bijlagen: doc 5 WOB-verzoek aan raden 7-2-2014.docx Bea Bessels Medewerker Bestuurssecretariaat Gemeente Heerde Van: Roel Steenbergen [mailto:rasteenbergen1943@kpnmail.nl] Verzonden: zaterdag 7 februari 2015 17:50 Aan: Bestuurssecretariaat (Hattem); Bestuurssecretariaat (Heerde); Bestuurssecretariaat (Oldebroek) CC: Inez Pijnenburg; Jan Willem Wiggers; Adriaan Hoogendoorn Onderwerp: WOB-verzoek Geachte mevrouw, Wilt u zo vriendelijk zijn om te bewerkstelligen dat de als bijlage opgenomen brief aan de gemeenteraad beschikbaar wordt gesteld? Omdat de gemeenteraden volgens de wet maar vier weken de tijd hebben mij hun beslissing mee te delen, zend ik de brief ook rechtstreeks aan de fractievoorzitters. Steenbergen 1

R.A. Steenbergen Van Nahuysplein 9 8011 NB ZWOLLE Aan de Gemeenteraad van de gemeente Oldebroek Aan de Gemeenteraad van de gemeente Hattem Aan de Gemeenteraad van de gemeente Oldebroek betreft: verzoek om informatie op basis van de Wet openbaar van bestuur, artikelen 3 en 10 en de Gemeentewet artikel 25. 7 februari 2015 Geachte leden van de gemeenteraad, Op 9 januari 2015 schreef ik een brief aan uw drie burgemeesters met onder meer deze inhoud: Op 10 december 2014 vond een gezamenlijk overleg plaats van u met de drie auditcommissies van uw gemeenteraden. Onderwerp van gesprek was de gang van zaken rond de Ontwikkelingsmaatschappij Hattemerbroek B.V. Ongetwijfeld hebt u de leden van de commissies ook geïnformeerd over de gebeurtenissen rond het vertrek van de bestuurder en van mij. Ik vermoed dat u het van deze bijeenkomst gemaakte verslag een vertrouwelijke status heeft gegeven. Ik kan het althans tot op heden niet vinden op uw websites. Gelet op het feit dat ik belanghebbende ben bij de informatie die u hebt verstrekt, verzoek ik u mij binnen een week na ontvangst van deze brief een exemplaar van het verslag ter beschikking te stellen. Ik doe daarbij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Per brief van 6 februari 2015 ontving ik een antwoord van de burgemeester van de gemeente Heerde, mede namens de burgemeesters van de gemeenten Hattem en Oldebroek. Ik reageer nu op enkele onderwerpen die in deze brief aan de orde komen. 1. Is mijn verzoek niet juist ingediend? In voornoemde brief van de drie burgemeesters wordt geschreven: Verder merken wij op dat het niet mogelijk is om een WOB-verzoek in te dienen via de digitale weg. Deze weg is daartoe immers niet opengesteld binnen de gemeenten Hattem, Heerde en Oldebroek. Dit betekent dat uw verzoek niet in behandeling kan worden genomen door de bevoegde bestuursorganen. Indien u wilt persisteren in uw verzoek, geven wij u daarom in overweging om uw verzoek alsnog op de door de wet voorgeschreven wijze in te dienen. Ik maak u er heel erg graag op attent, dat de WOB over de wijze van indiening buitengewoon ruimhartig schrijft met het doel dat iedere burger (ook de ongeletterde en ook de burger die niet kan schrijven) een WOB-verzoek kan indienen. Het is mij dan ook niet duidelijk waarom de gemeenten überhaupt een weg zouden moeten openstellen voor het indienen van een WOB-verzoekschrift. In tegenstelling tot de bewering van de burgemeesters geeft artikel 3 van de WOB geeft geen enkel voorschrift over de wijze waarop een verzoek tot informatie moet worden ingediend. Uit artikel 5.2. blijkt vervolgens dat dit verzoek zowel mondeling als schriftelijk kan worden ingediend. De opvatting van de burgemeesters is daarom volgens mij strijdig met de wet. 2. Heb ik het verzoek tot het verkeerde bestuursorgaan gericht? In de brief van de burgemeesters wordt ook het volgende gesteld: Ook merken wij op dat de Auditcommissies wier vergaderingsverslag u wilt ontvangen, zelf bestuursorganen zijn. Het verslag van hun vergadering berust bij hen. Wij geven u dan ook in overweging om uw verzoek bij de Auditcommissies in te dienen, zodat dezen daarop kunnen beslissen.

Toen ik deze tekst tot mij had laten doordringen, constateerde ik een niet geringe verbijstering bij mij. Immers, de Gemeentewet laat in artikel 6 geen enkel misverstand bestaan dat de gemeente slechts drie bestuursorganen kent: In elke gemeente is een raad, een college en een burgemeester. De door de gemeenteraad ingestelde commissies zijn daarom geen bestuursorganen doch adviesorganen. Ook de door steeds meer gemeentes ingestelde auditcommissies kennen geen enkele wettelijkjuridische basis. Geen enkele wet omschrijft de auditcommissie, de auditcommissie heeft dan ook geen enkele wettelijke bestuurlijke bevoegdheid. De auditcommissie neemt ook geen enkele (controlerende) bestuurlijke taak van de gemeenteraad over. In de wet Openbaarheid van bestuur (WOB) wordt het begrip document in artikel 1 als volgt omschreven: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat. Ook de wet Openbaarheid van bestuur kent (net als de Gemeentewet) nadrukkelijk het onderscheid tussen een bestuursorgaan en een adviescommissie (zie artikel 1). Welnu, ik stel vast dat het document waarover ik graag de beschikking wil hebben (het verslag van 10 december 2014 van een overleg van de drie burgemeesters met de drie auditcommissies) berust bij a. de drie burgemeesters als de in artikel 1 van de WOB bedoelde bestuursorganen; b. (als het goed is) ook bij de drie gemeenteraden als de in artikel 1 van de WOB bedoelde bestuursorganen; c. de drie auditcommissies als adviescommissies. Artikel 3.1 van de WOB luidt: Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. Artikel 4 van de WOB luidt: Indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het verzoek is ingediend, wordt de verzoeker zo nodig naar dat orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt het doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker. Ik concludeer daardoor dat de stellingname van de drie burgemeesters dat ik mijn verzoek tot de auditcommissie(s) moet richten, strijdig is met de wet. 3. Zijn er gronden om mijn verzoek geheel of gedeeltelijk te weigeren? De Wet openbaarheid van bestuur stelt in artikel 3.5: Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11. De WOB formuleert in artikel 8 daarbij ook een algemeen recht op informatie: 1. Het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, verschaft uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering. Uitgangspunt is dus dat de informatie wordt verstrekt (zie artikel 3). Zeker als dat in het belang is van een goede en democratische beleidsvoering (artikel 8). In de artikelen 10 en 11 van de WOB worden uitzonderingsgronden geformuleerd. Ik citeer met weglating van die gronden die hier niet aan de orde (kunnen) zijn. Artikel 10 1.Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. 2.Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

3.Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voorzover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking. Artikel 11 1.In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. 2.Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. De burgemeesters voeren een andere grond op, als gevolg waarvan zij menen dat het door mij gevraagde document niet behoeft te worden gegeven. De burgemeester van Heerde schrijft namens de drie burgemeesters: Tenslotte maken wij, ten overvloede, melding van het feit dat verslagen van besloten (commissie-) vergaderingen niet openbaar worden gemaakt, gezien het bepaalde in artikel 23 Gemeentewet. Wij vermoeden dat, na een juiste indiening van uw verzoek bij de juiste bestuursorganen, de uitkomst zal zijn dat de Auditcommissies zich op het standpunt stellen dat de bijzondere openbaarmakingsregeling van artikel 23 Gemeentewet, die voorrang heeft op de Wob, aan honorering van uw verzoek in de weg staat. Ik merk daarover op: 1. De burgemeesters treden hier in de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de gemeenteraad als bestuursorgaan; dat siert deze burgemeesters niet. 2. Het is juridisch onjuist dat de Gemeentewet, ook artikel 23 van deze wet, voorrang heeft boven de WOB. Deze opvatting is niet houdbaar want een wet van een lager orgaan gaat nooit voor een wet van een hoger orgaan. De Gemeentewet zegt bovendien in het niet door de burgemeesters genoemde artikel 25 van de Gemeentewet iets geheel anders. 3. Dat een gemeenteraad of een auditcommissie met gesloten deuren mag en kan vergaderen bestrijd ik niet. Dat betekent echter niet dat bij voorbaat geen enkele verslaglegging daarvan openbaar gemaakt kan of moet worden. Artikel 23 lid 5 zegt daarover: De raad maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 25 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang. Artikel 25 zegt op dit punt het volgende: Artikel 25 luidt: 1. De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703), omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. 4. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

Ik concludeer dan ook, dat mijn verzoek slechts geheel of gedeeltelijk kan worden geweigerd indien inwilliging daarvan strijdig zou zijn met het bepaalde in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. Gelet op alles wat hiervoor werd beschreven leg ik u nu het volgende voor. IK VERZOEK U OM HET VERSLAG VAN DE AUDITCOMMISSIES VAN HEERDE, HATTEM EN OLDEBROEK VAN 10 DECMEBER 2014 AAN MIJ BESCHIKBAAR TE STELLEN OP GROND VAN ARTIKEL 3.5 VAN DE WET OPENBAARHEID VAN BESTUUR. Hierbij verzoek ik u mijn volgende overwegingen te betrekken. 1. Het gevraagde document berust (ook)bij u. Mocht u van mening zijn dat dit juridisch niet het geval is, dan verzoek ik u deze brief door te geleden naar het bestuursorgaan waar het volgens u wel berust en mij gemotiveerd dit te melden. 2. Indien u meent dat volledige beschikbaarstelling van het door mij gevraagde document niet mogelijk is op grond van artikel 25 van de Gemeentewet en artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, dan * verzoek ik u mij daarover gemotiveerd daarover te berichten met verwijzing naar die onderdelen van de genoemde artikelen in de genoemde wetten die dat zouden rechtvaardigen; * mij op grond van artikel 25 van de Gemeentewet wel de informatie te verstrekken die niet kan worden geweigerd op grond van de artikelen 3 en 10 van de Wet openbaarheid van bestuur en artikel 25 van de Gemeentewet. 3. Ik verzoek u uw beslissing op mijn verzoek uiterlijk vier weken na ontvangst van dit schrijven (conform de WOB) schriftelijk mee te delen. Voor de goede orde bericht ik u dat ik mijn verzoek om het verslag van de bijeenkomst van 10 december 2014 ook opnieuw aan de burgemeesters heb gericht. R.A. Steenbergen