Uitleg Verdrag van Aarhus

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Uitleg Verdrag van Aarhus"

Transcriptie

1 Uitleg Verdrag van Aarhus Op 25 juni 1998 werd in de Deense havenstad Aarhus het 'Verdrag van Aarhus' aangenomen. Het verdrag regelt de toegang tot milieu-informatie, de inspraak bij besluitvorming en de toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden. Het Verdrag is via Europese richtlijnen sinds 14 februari 2005 grotendeels verankerd in de wet milieubeheer (Wm) en de wet openbaarheid bestuur (Wob). Onderstaand schema is een overzichtsschema dat gevolgd moet worden als er een verzoek om milieu-informatie binnenkomt. Toelichting op het schema (met bijbehorende wetsartikelen) is aanwezig achter het schema. Informatie op verzoek: overzichtsschema 1

2 Algemene toelichting schema informatie op verzoek Om de gevolgen voor de bestuurspraktijk toe te lichten, volgt hieronder een toelichting op de verschillende stappen die een Wob-verzoek nieuwe stijl doorloopt. Hierbij wordt het accent gelegd op de (juridische) verschillen met de `oude' Wob. De voorfase Geen belang Iemand die op grond van de Wob informatie vraagt, hoeft geen belang te stellen. Dit is een wezenlijke eis uit de richtlijn die expliciet is vastgelegd in art. 3, lid 3 Wob. In feite is wat dit vereiste betreft sprake van codificatie van de bestaande bestuurspraktijk. Hulp bij formulering verzoek Mocht het verzoek te algemeen zijn geformuleerd, dan moet het bestuursorgaan de verzoeker hulp bieden bij het preciseren daarvan. Dit is geformuleerd in art. 3, lid 4 Wob. Ook hier gaat het om codificatie van de bestaande bestuurspraktijk. De oude eis dat verzoeker het onderwerp aangeeft waarover hij informatie wenst te ontvangen (art. 3, lid 2 Wob), is gehandhaafd. Is er sprake van milieu-informatie? Is eenmaal een (voldoende concreet) verzoek ontvangen, dan moet het bestuursorgaan vervolgens bepalen in hoeverre het Wob-verzoek betrekking heeft op milieu-informatie. Het procedurele regime is bij milieu-informatie hetzelfde als bij andere soorten informatie. Het gaat hierbij met name om de verplichting om in principe binnen een termijn van vier weken informatie te leveren (i.p.v. om binnen vier weken op het verzoek te beslissen) en om de aanvrager behulpzaam te zijn bij het preciseren van een te algemeen geformuleerd verzoek. De verschillen in 2

3 behandeling tussen milieu-informatie en andere informatie zitten vooral in het materiële afwegingskader. Voorzover het verzoek betrekking heeft op milieuinformatie, geldt op onderdelen het afwijkende afwegingskader dat wordt opgenomen in de artikelen 10 en 11 Wob. Procedurele aspecten nader toegelicht In het schema zijn de procedurele aspecten aangegeven met een volgletter. Deze procedurele aspecten van de Wob gelden - zoals hiervoor opgemerkt - zowel voor een regulier Wob verzoek als voor een verzoek om milieu-informatie. Hieronder worden enkele aspecten nader toegelicht. Ad a. Is het verzoek te algemeen geformuleerd? Op basis van art 3, lid 2 Wob (oud) en vaste Wob-jurisprudentie diende de verzoeker aan te geven over welke bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbende document hij informatie wenst te ontvangen. Indien dit niet mogelijk is, is het verzoek kennelijk onredelijk. Art. 3 Wob is echter aangepast: overheden dienen thans de verzoeker te vragen om het verzoek te verhelderen, waarbij van de overheid een redelijke inspanning wordt geëist om de aanvrager behulpzaam te zijn bij het preciseren van zijn vraag. Indien dit niet leidt tot een concrete, heldere vraagstelling, kan het verzoek worden geweigerd. Door een verzoeker te helpen zijn vraag te preciseren, kunnen overheden tijd besparen en wordt voorkomen dat onnodige/overbodige informatie wordt geleverd. Ad b. Termijnen Bij ontvangst van het verzoek, dienen overheden direct na te gaan of de termijn van vier weken om de informatie te leveren haalbaar is. Dit dient eveneens gedaan te worden wanneer de verzoeker vraagt om de informatie op een (nog) kortere termijn dan vier weken te leveren. Ook moeten overheden beoordelen of derde belanghebbenden mogelijk bezwaar zullen hebben tegen het verstrekken van de gevraagde informatie. Deze factoren zijn namelijk van invloed op het afhandelen van het verzoek binnen de voorgeschreven termijn en dus op de keuze van het bestuursorgaan om eventueel gebruik te maken van de mogelijkheid om de termijn met vier weken te verlengen. Ad c. Beschikbaarheid informatie Bestuursorganen kunnen een verzoek om milieu-informatie weigeren, indien de informatie niet in hun bezit is en wanneer het ook niet voor hen wordt beheerd. Het verzoek dient te worden afgewezen met de motivatie dat de stukken niet bij het betreffende bestuursorgaan berusten. In dit verband wordt er nadrukkelijk op gewezen dat er geen verplichting in het leven wordt geroepen door het verdrag of de richtlijn om de niet aanwezige milieu-informatie alsnog te verzamelen. Wanneer overheden er kennis van hebben, dat die informatie in het bezit is van of wordt beheerd voor een ander bestuursorgaan, dan wordt het verzoek zo nodig doorgegeven aan die andere instantie of wordt de aanvrager ingelicht over de overheidsinstantie waar naar de verzochte informatie kan worden aangevraagd (art. 4 Wob en art. 2:3 Awb). 3

4 Met wordt beheerd voor wordt bedoeld milieu-informatie die in feite in opdracht van uw organisatie door een natuurlijke of rechtspersoon wordt beheerd. Het kan ook voorkomen dat een deel van de informatie niet in het bezit is van (en ook niet wordt beheerd voor) het bestuursorgaan waaraan het verzoek is gericht. In dat geval geldt de weigering slechts voor dat deel van de informatie. De termijn om op een verzoek om informatie te beslissen is ongewijzigd, te weten twee weken, met de mogelijkheid deze termijn met twee weken te verlengen (art. 6 Wob). Het besluit op een verzoek om informatie wordt bekendgemaakt (art. 3:40 Awb). Art. 6 Wob is aangevuld met een termijn om de informatie daadwerkelijk te leveren (art. 6, lid 2 Wob). De informatie dient uiterlijk binnen vier weken na indiening van het verzoek beschikbaar te worden gesteld, tenzij de verzoeker om eerdere levering van de informatie heeft gevraagd. Indien het niet redelijkerwijs mogelijk is om de gegevens binnen de termijn van vier weken aan te leveren (in verband met omvang of complexiteit), kan de termijn worden verlengd met ten hoogste vier weken. Een verlenging dient voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk kenbaar te worden gemaakt aan de verzoeker. Ad d. Overheden moeten afwegen of een derde belanghebbende mogelijk bezwaar heeft tegen het verstrekken van de informatie. Is dit het geval, dan wordt de informatie niet eerder verstrekt dan twee weken nadat de beslissing is bekend gemaakt (art. 6, lid 3 Wob). Deze derde belanghebbende kan dan een bezwaarschrift indienen en met een voorlopige voorziening van de voorzieningenrechter het verstrekken van de informatie voorkomen. Toepassing weigeringsgronden Als er sprake is van een verzoek om milieu-informatie, kunnen er specifieke weigeringsgronden van toepassing zijn (artt. 10 en 11 Wob). Van belang is ook dat emissiegegevens een bijzondere positie hebben. Voor zowel de milieu-informatie als voor de niet milieu-informatie zijn de eenheid van de Kroon (art. 10, lid 1, onder a Wob) en de veiligheid van de Staat (art. 10, lid 1, onder b Wob) nog steeds absolute weigeringsgronden. Informatieverzoeken met betrekking tot die aangelegenheden worden in alle gevallen geweigerd. In de overige gevallen worden de weigeringsgronden gerelativeerd, hetgeen betekent dat er een afweging plaats vindt tussen het belang van de verzoeker (openbaarheid milieuinformatie) en het belang van degene die zijn informatie vertrouwelijk aan de overheid heeft meegedeeld. Daarbij is de openbaarheid van milieu-informatie het uitgangspunt (art. 2 Wob). De openbaarheid van emissiegegevens is overigens in het bijzonder gewaarborgd. Materiële bepalingen: de uitzonderingsgronden In art. 2 Wob is expliciet bepaald dat openbaarheid van informatie het uitgangspunt is. De in artikel 10 Wob genoemde uitzonderingsgronden moeten restrictief worden toegepast. Dit was al vaste jurisprudentie. Meer specifiek kan het volgende worden opgemerkt. 4

5 Relativering weigeringsgrond bedrijfs- en fabricagegegevens (art. 10, lid 1, onder c, Wob). Dit betekent dat het bestuursorgaan bij haar beslissing op een verzoek om vertrouwelijk aan de overheid verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens openbaar te maken, voorzover daarin milieu-informatie is vervat, een actieve afweging moet maken tussen het belang van de vertrouwelijkheid van die gegevens enerzijds en het belang van vrije toegang tot die informatie anderzijds (art. 10, lid 4, sub b Wob). Het feit dat een belangenafweging moet worden verricht betekent overigens nog niet dat de informatie vervolgens ook verstrekt moet worden. Dit hangt af van de uitkomst van de belangenafweging. Weigering is mogelijk indien openbaarmaking afbreuk zou doen aan vertrouwelijk verstrekte commerciële en industriële informatie. Het enkele feit dat bepaalde bedrijfs- en fabricagegegevens milieu-informatie bevatten en daarmee niet langer onder een absolute maar onder een relatieve weigeringsgrond vallen, zegt nog niets over het resultaat van de belangenafweging. In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak uit 1999 (ABRvS d.d. 15 juli 1999, H ,) ging het om rapporten, opgesteld in het kader van onderhandelingen tussen een gemeente en een zandwinningsbedrijf over ontgrondingswerkzaamheden. Volgens de Afdeling kunnen ook gedetailleerde, goeddeels op toekomstige exploitatie toegesneden studies betreffende de commerciële haalbaarheid van op te richten bedrijven bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten. Openbaarmaking van de gevraagde gegevens was op grond van de geldende absolute uitzonderingsgrond terecht geweigerd. Onder het nieuwe regime zouden deze gegevens zijn te beschouwen als milieu-informatie. Het gaat hier immers om economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in milieubesluitvorming (zie hoofdstuk 3). Volgens art. 10, lid 4 Wob moet dan een belangenafweging worden gemaakt. Die weging kan als resultaat hebben dat de betreffende informatie moet worden verstrekt. Emissiegegevens Bij het toepassen van art. 10 Wob op milieu-informatie, moet het bestuursorgaan nagaan of de betreffende informatie betrekking heeft op emissies in het milieu (art. 10, lid 8 Wob). In het kader van de door het bestuursorgaan te verrichten weging betekent dit dat informatie over emissies in beginsel openbaar dient te worden gemaakt, tenzij sprake is van zwaarwegende belangen die zich tegen openbaarmaking hiervan verzetten. Bij de volgende uitzonderingsgronden is de openbaarheid van emissiegegevens gegarandeerd (art.10, lid 4, sub a Wob): - bedrijfs- en fabricagegegevens (art. 10, lid 1, sub c); - vertrouwelijkheid van persoonsgegevens (art. 10, lid 1, sub d); - de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (art. 10, lid 2, sub e); - de bescherming van het milieu (art. 10, lid 7, sub a). Emissiegegevens vallen onder bedrijfs- en fabricagegegevens indien en voorzover uit die gegevens wetenswaardigheden kunnen worden gelezen of afgeleid met betrekking tot de technische bedrijfsvoering of het productieproces. Dit kan het geval zijn bij gegevens over emissies van luchtverontreinigende stoffen, waaruit soms 5

6 informatie over de gehanteerde technische bedrijfsvoering of het productieproces is af te leiden. Bij geuremissies bijvoorbeeld is dat verband minder goed te leggen. Voorzover emissiegegevens geen bedrijfs- en fabricagegegevens zijn, zijn ze reeds om die reden openbaar. De enige andere in aanmerking komende uitzonderingsgrond (voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van natuurlijke personen of rechtspersonen, art. 10, lid 2, sub g) is namelijk niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie. Daarnaast zijn in art.10, lid 7 Wob de volgende specifieke, alleen voor milieuinformatie geldende uitzonderingsgronden opgenomen: Bescherming van het milieu. Het bestuursorgaan kan mogelijke schade aan het milieu betrekken in haar afweging om milieu-informatie wel of niet openbaar te maken. Deze grond kan bijvoorbeeld gebruikt worden om de precieze locatie van het voortplantingsgebied van een bedreigde diersoort niet openbaar te maken. De huidige Wob kent een vergelijkbare grond die echter (onbedoeld) een beperkte reikwijdte heeft. Beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. Deze reeds in de Wm en de Wet zware rampen en ongevallen aanwezige uitzonderingsgrond is veralgemeniseerd (art. 10, lid 7, sub b Wob). Dit is dus een nieuwe uitzonderingsgrond. De exacte locatie van een opslagtank met gevaarlijke stoffen zou op deze grond niet openbaar behoeven te worden gemaakt. Overige uitzonderingsgronden Persoonlijke beleidsopvattingen. De milieu-informatie kan worden geweigerd als het informatie is uit documenten ten behoeve van intern beraad waarin persoonlijke beleidsopvattingen aanwezig zijn. Deze weigeringsgrond vergt een afweging tussen het belang van openbaarmaking enerzijds en de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen anderzijds die opgenomen zijn in documenten ten behoeve van intern beraad (art. 11 Wob). Indien het eerste belang zwaarder weegt, wordt de informatie, ontdaan van de persoonlijke beleidsopvattingen, verstrekt. Deze weigeringsgrond is aangepast op basis van het verdrag: de belangenafweging ontbrak in de oude Wob. Eerbiediging persoonlijke levenssfeer Nieuw is verder dat de betrokkene afstand kan doen van de bescherming die de Wet bescherming persoonsgegevens biedt (art. 10, lid 3). In dat geval is openbaar maken geen probleem. In de andere gevallen blijft een afweging vereist tussen het belang van openbaarheid van milieu-informatie en het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Splitsen van informatie. Gezien het uitgangspunt van openbaarheid van informatie, moet het bestuursorgaan, bij toepassing van een uitzonderingsgrond, een zo groot mogelijk gedeelte van de informatie waarom is verzocht, verstrekken. Dit volgt uit het begrip voorzover in art. 10, leden 1, 2 en 7 Wob. In de praktijk betekent dit dat de informatie die niet 6

7 openbaar wordt gemaakt, uit (de kopie van) het document wordt verwijderd. Op dit punt zijn er geen wijzigingen. De volgende uitzonderingsgronden zijn gehanteerd: - Betrekkingen van Nederland met andere staten en internationale organisaties (art. 10, lid 2, onder a Wob).; - Economische of financiële belangen van de Staat en andere publiekrechtelijke lichamen voor zover het handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter (art. 10, lid 2, onder b en lid 5 Wob); - Opsporing en vervolging van strafbare feiten (art.10, lid 2, onder c Wob); - Inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen (art.10, lid 2, onder d Wob); - Belang dat geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie (art.10, lid 2 onder f Wob). 7

8 Wetsartikelen die van toepassing zijn op het schema. Wet milieubeheer. Artikel 19.1a 1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieuinformatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over: a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kusten zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen; b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten; c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen; d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving; e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten; f. de toestand van de gezondheid en veiligheid van de mens, met inbegrip van de verontreiniging van de voedselketen, indien van toepassing, de levensomstandigheden van de mens, waardevolle cultuurgebieden en bouwwerken, voorzover zij worden of kunnen worden aangetast door de onder a bedoelde toestand van elementen van het milieu of, via deze elementen, door de onder b en c bedoelde factoren, maatregelen of activiteiten. Ook artikel 1.a van Wet openbaarheid van bestuur is van toepassing. a. document: een bij een bestuursorgaan berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat; 8

9 Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 2 1. Een bestuursorgaan verstrekt bij de uitvoering van zijn taak, onverminderd het elders bij wet bepaalde, informatie overeenkomstig deze wet en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie. 2. Het bestuursorgaan draagt er zo veel mogelijk zorg voor dat de informatie die het overeenkomstig deze wet verstrekt, actueel, nauwkeurig en vergelijkbaar is. Artikel 3 1. Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. 2. De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de bestuurlijke aangelegenheid of het daarop betrekking hebbend document, waarover hij informatie wenst te ontvangen. 3. De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen. 4. Indien een verzoek te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan de verzoeker zo spoedig mogelijk om zijn verzoek te preciseren en is het hem daarbij behulpzaam. 5. Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10 en 11. Artikel 4 Indien het verzoek betrekking heeft op gegevens in documenten die berusten bij een ander bestuursorgaan dan dat waarbij het verzoek is ingediend, wordt de verzoeker zo nodig naar dat orgaan verwezen. Is het verzoek schriftelijk gedaan, dan wordt het doorgezonden onder mededeling van de doorzending aan de verzoeker. Artikel 6 1. Het bestuursorgaan beslist op het verzoek om informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken na de dag waarop het verzoek is ontvangen. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker. 2. Onverminderd het derde lid geschiedt de verstrekking van informatie zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek. Indien de omvang of de gecompliceerdheid van de informatie een verlenging rechtvaardigt, kan deze termijn worden verlengd met ten hoogste vier weken. Van de verlenging wordt voor de afloop van de eerste termijn schriftelijk gemotiveerd mededeling gedaan aan de verzoeker. 9

10 3. Indien het bestuursorgaan heeft besloten informatie te verstrekken, terwijl naar verwachting een belanghebbende bezwaar daar tegen heeft, wordt de informatie niet eerder verstrekt dan twee weken nadat de beslissing is bekendgemaakt. Artikel Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wet bescherming persoonsgegevens, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. 2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties; b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. 3. Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voorzover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking. 4. Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieuinformatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het daar genoemde belang. 10

11 5. Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter. 6. Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieu-informatie. 7. Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. 8. Voorzover het vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu. Artikel In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. 2. Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. 3. Met betrekking tot adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie kan het verstrekken van informatie over de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen plaatsvinden, indien het voornemen daartoe door het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat aan de leden van de adviescommissie voor de aanvang van hun werkzaamheden kenbaar is gemaakt. 4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. 11

12 (Awb) algemeen wet bestuursrecht Artikel 2:3 1. Het bestuursorgaan zendt geschriften tot behandeling waarvan kennelijk een ander bestuursorgaan bevoegd is, onverwijld door naar dat orgaan, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender. 2. Het bestuursorgaan zendt geschriften die niet voor hem bestemd zijn en die ook niet worden doorgezonden, zo spoedig mogelijk terug aan de afzender. Artikel 3:40 Een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt. Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Artikel 3:11 3. Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten verstrekt het bestuursorgaan afschrift van de ter inzage gelegde stukken. Artikel 3:22 [Vervallen per ] Bijzondere bepalingen over bezwaar Artikel 7:4 4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen. Bijzondere bepalingen over administratief beroep Artikel 7:18 4. Belanghebbenden kunnen van deze stukken tegen vergoeding van ten hoogste de kosten afschriften verkrijgen. 12

PROCEDURE, STROOMSCHEMA EN CHECKLISTEN Openbaarheid van bestuur (Wob)

PROCEDURE, STROOMSCHEMA EN CHECKLISTEN Openbaarheid van bestuur (Wob) PROCEDURE, STROOMSCHEMA EN CHECKLISTEN Openbaarheid van bestuur (Wob) Procedure, stroomschema en checklisten informatie op verzoek (Wet openbaarheid van bestuur: Wob) Het procedurele en inhoudelijke kader

Nadere informatie

Handleiding behandeling WOB-verzoeken

Handleiding behandeling WOB-verzoeken Handleiding behandeling WOB-verzoeken 1. Inleiding Omdat niet altijd helder is hoe om te gaan met verzoeken op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) is deze handleiding opgesteld. Het is een

Nadere informatie

Plaatsing op internet Het besluit wordt op geplaatst.

Plaatsing op internet Het besluit wordt op   geplaatst. Plaatsing op internet Het besluit wordt op www.rijksoverheid.nl geplaatst. Hoogachtend, De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, namens deze: Teammanager Afdeling Vergunningen & Handhaving

Nadere informatie

Hoofdstuk I. Definities

Hoofdstuk I. Definities Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen

Nadere informatie

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. B. Relevante bepalingen. C. Overwegingen. Kenmerk: 653927/656393 Betreft: verzoek om openbaarmaking

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. B. Relevante bepalingen. C. Overwegingen. Kenmerk: 653927/656393 Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit Kenmerk: 653927/656393 Betreft: verzoek om openbaarmaking Beschikking van het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) betreffende het verzoek van xxx (hierna: verzoeker) om openbaarmaking

Nadere informatie

tegen het besluit van 13 maart 2017 in het kader van de subsidie SNL, kenmerk

tegen het besluit van 13 maart 2017 in het kader van de subsidie SNL, kenmerk > Retouradres Postbus 40225 8004 DE ZWOLLE Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Vergunningen & Handhaving Mandemaat 3 Assen Postbus 40225 8004 DE Zwolle www.rvo.nl Contactpersoon Wob medewerker T 088

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 678208/679078 Betreft: bezwaar tegen besluit op Wob-verzoek en besluit tot openbaarmaking daarvan Beschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende het bezwaar

Nadere informatie

In dit besluit wordt verwezen naar de corresponderende nummers uit de inventarislijst, zodat per document duidelijk is wat is besloten.

In dit besluit wordt verwezen naar de corresponderende nummers uit de inventarislijst, zodat per document duidelijk is wat is besloten. In dit besluit wordt verwezen naar de corresponderende nummers uit de inventarislijst, zodat per document duidelijk is wat is besloten. Zienswijzen Er zijn derde belanghebbenden bij de openbaarmaking van

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justide

Ministerie van Veiligheid en Justide > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Directie Wetgeving en Sector documenten berusten met de door u gevraagde informatie. Dit besluit wordt hieronder toegelicht. Besluit Wettelijk kader beslistermijn

Nadere informatie

Sociaal Juridisch Medewerker-Arbeidsvoorziening en Personeelswerk (Crebo 10026) over de periode bij ROC Landstede;

Sociaal Juridisch Medewerker-Arbeidsvoorziening en Personeelswerk (Crebo 10026) over de periode bij ROC Landstede; Ministerie van Onderwijs, Cultuur in Wetenschap > Retouradres Postbus 6 0 6 2 7 0 0 ML Z o e t e r m e e r Europaweg 2 2711 AH Zoetermeer Postbus 606 2700 ML Zoetermeer www.bezwaarschriftenocw. nl Contactpersoon

Nadere informatie

Ministerie van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie www. rijksoverheid. nl/ven] 2511 DP Den Haag 2500 EM Den Haag Postbus 20301 Turfmerkt 147 Sector Juridische Zaken Juridische Zaken Directie Wetgeving en > Retouradres Postbus 20301 2500 H Den Haag Palna

Nadere informatie

APR 214. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Datum: Betreft: Beslissing op uw Wob-verzoek. Geachte

APR 214. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Datum: Betreft: Beslissing op uw Wob-verzoek. Geachte Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport > ketouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag T 07034079 11 F 070 340 78 34 www.rljksoverheid nl Inlichtingen

Nadere informatie

Werkinstructie Geheimhouding en besloten vergaderen

Werkinstructie Geheimhouding en besloten vergaderen Werkinstructie Geheimhouding en besloten vergaderen 1. Inleiding Omdat in de praktijk niet altijd helder is hoe om te gaan met geheimhouding en besloten vergaderen is deze werkinstructie opgesteld. Deze

Nadere informatie

Wettelijk kader Uw verzoek valt onder de reikwijdte van de Wob. Voor de relevante artikelen verwijs ik u naar bijlage 1.

Wettelijk kader Uw verzoek valt onder de reikwijdte van de Wob. Voor de relevante artikelen verwijs ik u naar bijlage 1. Contact Over dit verzoek hebt u op 18 juli 2018 telefonisch contact gehad met de heer H.W. van der Goot. Hierbij heeft u aangegeven over de periode van 1994 tot en met 2018 alles, zoals omschreven in uw

Nadere informatie

Datum 31 juli 2015 Onderwerp Eerste deelbesluit wob-verzoek ICT-incidenten. Geachte

Datum 31 juli 2015 Onderwerp Eerste deelbesluit wob-verzoek ICT-incidenten. Geachte 1 > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.nctv.nl Bijlagen 2 Onderwerp Eerste deelbesluit wob-verzoek ICT-incidenten Bij beantwoording

Nadere informatie

Toelichting Zienswijzeprocedure

Toelichting Zienswijzeprocedure Toelichting Zienswijzeprocedure 1. Wat kunt u doen als u het niet eens bent met/uw mening wilt geven over het ontwerpbesluit? Antwoord: U kunt een zienswijze indienen. Alle horecaondernemers die een brief

Nadere informatie

Aangetekend verstuurd Molenaar Abeln advocaten Carel H.J.M. Abeln J.J. Viottastraat JT AMSTERDAM

Aangetekend verstuurd Molenaar Abeln advocaten Carel H.J.M. Abeln J.J. Viottastraat JT AMSTERDAM Aangetekend verstuurd Molenaar Abeln advocaten Carel H.J.M. Abeln J.J. Viottastraat 50 1071 JT AMSTERDAM Datum 1 augustus 2013 Ons kenmerk 13070647 Pagina 1 van 6 Telefoon E-mail 020-797 @afm.nl Betreft

Nadere informatie

Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur

Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur (Tekst geldend op: 04-10-2013) Wet van 31 oktober 1991, houdende regelen betreffende de openbaarheid van bestuur Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz.

Nadere informatie

Weigerachtige behandeling Wob-verzoek Gemeente Weesp

Weigerachtige behandeling Wob-verzoek Gemeente Weesp Rapport Gemeentelijke Ombudsman Weigerachtige behandeling Wob-verzoek Gemeente Weesp 20 september 2012 RA121649 Samenvatting Een vrouw vraagt de gemeente Weesp op 2 november 2011 om een afschrift van stukken

Nadere informatie

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Ministerie van Veiligheid en Justftie

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Ministerie van Veiligheid en Justftie Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Ministerie van Veiligheid en Justftie > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Bits of Freedom Directie Cybar Security Beleidsciuster Turfmarkt

Nadere informatie

rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld.

rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. BIJLAGE 2 Protocol geheimhouding Sint Anthonis 2017 Artikel 10 Wet openbaarheid van bestuur Wettekst: 1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a. de eenheid

Nadere informatie

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Zienswijze. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Zienswijze. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit Kenmerk: 621072/623284 Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit van het Commissariaat voor de Media betreffende het verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna:

Nadere informatie

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking Besluit Kenmerk: 671481/675395 Betreft: verzoek om openbaarmaking Beschikking van het Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat) betreffende het verzoek van xxx, (hierna: verzoekster) om openbaarmaking

Nadere informatie

BESLISSING OP BEZWAAR 120194-180815

BESLISSING OP BEZWAAR 120194-180815 BESLISSING OP BEZWAAR 120194-180815 Bij brief van 30 maart 2015 die is ingekomen bij de NZa op dezelfde dag, is door de heer [vertrouwelijk ] (hierna: belanghebbende) bezwaar gemaakt tegen het besluit

Nadere informatie