SCHEIKUNDE. Hoofdstuk 9



Vergelijkbare documenten
Scheidingsmethoden methode principe voorbeeld. destilleren verschil in kookpunt wijn whiskey. filtreren verschil in deeltjesgrootte koffie

Hoofdstuk 5 Reac/esnelheid en evenwichten

Hoofdstuk 2: Kenmerken van reacties

Extra oefenopgaven H4 [rekenen met: vormingswarmte, reactiewarmte, rendement, reactiesnelheid, botsende-deeltjesmodel]

a. Beschrijf deze reactie met een vergelijking. In het artikel is sprake van terugwinning van zwavel in zuivere vorm.

Scheikundige begrippen

Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)

Hoofdstuk 4 Energie en chemie in beweging. J.A.W. Faes (2019)

Wat is reactiesnelheid? Inleiding. Na deze clip kun je: Onderwerpen. Procestechniek: tijd is geld. Maar het moet ook weer niet te snel gaan

Een reactie blijkt bij verdubbeling van alle concentraties 8 maal zo snel te verlopen. Van welke orde zou deze reactie zijn?

Hoofdstuk 5. Reacties en energie. J.A.W. Faes (2019)

3.1 Energie. 3.2 Kenmerken chemische reactie

Reactiesnelheid (aanvulling 8.1, 8.2 en 8.3)

Samenvatting Chemie Overal 3 havo

Examen scheikunde HAVO tijdvak uitwerkingen

Uitwerkingen. T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

Praktijk Zonder katalyse geen welvaart

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 3

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

Oefenvragen Hoofdstuk 5 Reacties en energie antwoorden. Vraag 1 Geef bij iedere blusmethode aan, welk onderdeel van de branddriehoek wordt weggenomen.

2 maximumscore 2. 1p Tijdens het proces moet verhit/ verwarmd worden. 1p Verhitten/ verwarmen kost veel energie.

Oefenvragen Hoofdstuk 4 Chemische reacties antwoorden

Praktijk Zonder katalyse geen welvaart

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 5, Reacties

Onderwerp: Onderzoek doen Kerndoel(en): 28 Leerdoel(en): - Onderzoek doen aan de hand van onderzoeksvragen - Uitkomsten van onderzoek presenteren.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 2 stoffen en reacties

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 9, 10, 11 Zuren/Basen, Evenwichtsconstanten

Rekenen aan reacties 2. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

uitleggen dat in reacties (in de meeste gevallen) bestaande chemische bindingen worden verbroken en nieuwe worden gevormd;

Samenvatting Scheikunde H3 Reacties

H7 werken met stoffen

7. Chemische reacties

Module 3 Energie en Evenwichten Antwoorden

Scheikunde havo 3. Matthijs Oosterhoff. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Leren van je medeleerlingen. Peer Instruction : een voorbeeld

voorbeeldhoofdstuk havo scheikunde

Database scheikunde havo- vwo

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

1 Algemene begrippen. THERMOCHEMIE p. 1

Het is echter waarschijnlijker dat rood kwik bestaat uit Hg 2+ ionen en het biantimonaation met de formule Sb2O7 4.

scheikunde vwo 2017-II

SCHEIKUNDE VWO 4 MOLBEREKENINGEN ANTW.

Oefenvraagstukken 5 HAVO Hoofdstuk 13 Antwoordmodel

TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA. Dinsdag 25 oktober

Samenvatting 3.1, 3.2 en 3.3 (2)

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE 2016

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

De twee snelheidsconstanten hangen op niet identieke wijze af van de temperatuur.

Hoofdstuk 8. Opgave 2. Opgave 1. Oefenvragen scheikunde, hoofdstuk 8 en 10, 5 VWO,

de ph-schaal van 0 tot 14 in verband brengen met zure, neutrale en basische oplossingen en met de concentratie van H+-ionen en OH--ionen;

Paragraaf 1: Fossiele brandstoffen

scheikunde vwo 2017-I

Eindexamen vwo scheikunde pilot I

Inhoud. Reactiesnelheid, effectieve botsingen,

Proef Scheikunde Joodconcentratie & reactiesnelheid

Eindexamen scheikunde pilot vwo II

Examen VWO. Scheikunde (oude stijl)

4.3 Noodzakelijke voedingsstoffen

Eindexamen vmbo gl/tl nask I

Het smelten van tin is géén reactie.

Eindexamen scheikunde havo 2001-II

Module 8 Chemisch Rekenen aan reacties

PROEFVERSIE HOCUS POCUS... BOEM DE CHEMISCHE REACTIE. WEZO4_1u_ChemischeReacties.indd 3

Rekenen aan reacties. Deze les. Zelfstudieopdrachten. Zelfstudieopdrachten voor volgende week. Zelfstudieopdrachten voor deze week

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

1) Stoffen, moleculen en atomen

Natuurlijk heb je nu nog géén massa s berekend. Maar dat kan altijd later nog. En dan kun je mooi kiezen, van welke stoffen je de massa wil berekenen.

Rekenen aan reacties (de mol)

Eindexamen scheikunde 1 vwo 2008-II

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6 en 8

Basisscheikunde voor het hbo ISBN e druk Uitgeverij Syntax media

Bij het mengen van welke van volgende waterige zoutoplossingen ontstaat zeker GEEN neerslag?

Bij het mengen van welke van volgende waterige zoutoplossingen ontstaat zeker GEEN neerslag?

6.9. Boekverslag door G woorden 13 december keer beoordeeld. Scheikunde

scheikunde havo 2015-I

endotherme reactie met soda

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 27 juli 2015

Opgave 1: Turners. (1) 1 Geef de systematische naam van het zouthydraat dat ontstaat bij het opnemen van water door magnesium.

Eindexamen scheikunde havo 2004-II

5 Formules en reactievergelijkingen

7.1 Het deeltjesmodel

Vraag Antwoord Scores. Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. ijzeroxide 1 III 1

Eindexamen vwo scheikunde pilot I

1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig Het symbool staat voor verandering.

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Moleculen

4 Verbranding. Bij gele vlammen ontstaat roet (4.1)

Eindexamen scheikunde 1-2 vwo 2008-II

Reactie-energie, reactiesnelheid, en evenwicht versie Inhoud

UITWERKING CCVS-TENTAMEN 15 april 2019

Chemische reacties. Henk Jonker en Tom Sniekers

NATIONALE SCHEIKUNDEOLYMPIADE

Eindexamen vwo scheikunde I

TOETS CTD voor 1 ste jaars MST (4051CHTHEY, MST1211TA1, LB1541) 10 maart uur Docenten: L. de Smet, B. Dam

6 Modellen in de scheikunde

8,1. Samenvatting door een scholier 2527 woorden 27 oktober keer beoordeeld. Scheikunde. Hoofdstuk 1

Reactie-energie, reactiesnelheid, en evenwicht versie Inhoud

5-1 Moleculen en atomen

Transcriptie:

SCHEIKUNDE Hoofdstuk 9 Par. 1 Elke chemische reactie heeft een energie-effect. De chemische energie voor én na de reactie is niet gelijk. Als de reactie warmer wordt is de chemische energie omgezet in warmte. Dit is een exotherme reactie. Als de reactie juist afkoelt en je moet er warmte instoppen is het een endotherme reactie. De eenheid van energie is in Joule. Smeltje, verdampen en sublimeren zijn endotherme processen. Stollen, condenceren en rijpen zijn exotherme processen. In een energiediagram staat de energie van de beginstoffen en de reactieproducten weergeven. Het energie effect (^E) is het verschil. Het energie niveau van de beginstoffen is de beginniveau en van de eindproducten het eindniveau. Bijna alle stoffen moet je op gang brengen. De energie die je nodig hebt om een stof te laten starten met verbranden is de activeringsenergie (Eact).

Par.2 De reactiewarmte ^E geeft aan hoeveel warmte er wordt afgegeven of opgenomen in Jmol - 1. Reactiewarmte: Vormingswarmte: ^E van de vormingsreactie van 1 mol stof uit niet-ontleedbare stoffen. Ontledingswarmte: ^E van de ontledingsreactie van 1 mol stof uit niet-ontleedbare stoffen. Verbrandingswarmte: ^E van de verbrandingsreactie bij een volledige verbranding van 1 mol stof. Oploswarmte: ^E van het oplossen van 1 mol stof in een oplosmiddel. De vormingswarmte is de reactiewarmte voor de vorming van 1 mol van de nietontleedbare stof(fen). Binas 57A en 57B. Als ^E negatief is, is het een exotherme reactie. De wet van behoud van energie. Ein = Euit. Als de stof niet in de tabel staat is de vormingswarmte 0. Par.3 De reactiesnelheid is hoe snel de reactie verloopt. Hoe korter de reactietijd hoe sneller de reactie verloopt. Factoren die de reactiesnelheid bepalen:» Soort stof» Concentratie

» Temperatuur» Verdelingsgraad De reactiesnelheid verklaart als de concentratie of temperatuur veranderd microniveau. Een reactie in gasfase of oplossing is als deeltjes botsen. Hiervoor moet genoeg kracht zijn, dan wordt het een effectieve botsing. Hoe meer effectieve botsingen per seconde ho groter de reactie snelheid. Als je deze reactie beschrijft is het een botsende deeltjes model. Als concentratie toe neemt zijn er meer deeltjes om te botsen. Par.4 Bij katalyse beïnvloed je de reactie door het toevoegen van een katalysator. Bruinsteen is een katalysator voor waterstof peroxide. Een biokatalysator of een enzym zijn specifiek. Bij de optimumtemperatuur werken ze op het beste. Par.5 De reactiesnelheid geeft weer hoeveel gas er per tijd gevormd word in mol per seconde. Energie effecten ^E = Eeind Ebegin Chemische reacties Aantekeningen Ook bij fase overgang en oplossen of indampen Energie is niet altijd warmte, kan ook elektriciteit, licht, beweging of geluid zijn. Exotherme reactie: Beginstoffen meer energie dan eindproducten. Bij de reactie komt energie vrij. ^E is negatief. Endotherme reactie: Bij de reactie is warmte nodig Beginstoffen hebben minder energie dan de reactie producten. Wet van energie Energie kan niet verloren gaan of uit het niet verdwijnen.

Dus: het energie-effect van de heengaande reactie is gelijk aan de teruggaande reactie. Activeringsenergie 3 dingen die je nodig hebt om uur te maken: brandstof, zuurstof en warmte (energie De activeringsenergie: de energie die nodig is om een reactie te activeren De activeringsenergie brengt de beginstoffen in een overgangs- of geactiveerde toestand. Reactiewarmte Voor het berekenen van de reactiewarmte heb je de vormingswarmte en de ontledingswarmte nodig. Vormingswarmte De energie die nodig is of vrijkomt bij het vormen van 1 mol stof Beginstoffen: elementen Eenheid in J/mol Binas tabel 57 Ontledingswarmte De energie die nodig is of vrijkomt bij het ontleden van 1 mol stof Reactieproducten: elementen Eenheid in J/mol Berekenen de reactiewarmte bij de verbranding van 1 mol 1 Reactievergelijking CH4 + 2O2 CO2 = 2H2O

2 De stoffen voor de pijl worden ontleed. Noteer de ontledingswarmte van de beginstoffen. 3 Zoek de vormingswarmte van de reactieproducten 4 Reken ^E uit door de ontledings warmte en de vormingswarmte op te tellen: 5 Geef aan voor welke stof in de reactie vergelijking de reactie warmte geldt CH4: 0,75.10 5 2O2: 2.0 = 0 CO2: -9,935.10 5 2H2O: 2.-2,86.10 5 + -8.905.10 5 J/mol Bij de verbranding van 1 mol methaan is -8.905.10 5 J *Beginstoffen + en omdraaien eindstoffen overnemen zoals ze in Binas gegeven staan. Botsende deeltjes model o Beschrijft hoe de reactiesnelheid afhangt van het aantal effectieve botsingen. o Model gaat uit van het principe dat moleculen moeten botsen om te kunnen Soort stof reageren 1. Deeltjes moeten kunnen botsen 2. Effectief of niet-effectief o De soort stof heeft invloed op de reactiesnelheid o Elke stof heeft unieke eigenschappen Temperatuur o Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de deeltjes bewegen o Hoe sneller de deeltjes bewegen, hoe vaker ze tegen komen en hoe vaker ze botsen o Meer botsingen, dus meer effectieve botsingen (% effectieve botsingen blijft gelijk) o Door de hogere snelheid zijn de botsingen krachtiger. o Meer kracht, dus eer effectieve botsingen (% botsingen gaat omhoog). Concentratie o Hoe hoger de concentratie, hoe meer deeltjes er zijn o Meer deeltjes is meer botsingen o Meer botsingen betekend meer effectieve botsingen Verdelingsgraad o Als een stof fijner wordt verdeeld, is er meer contactoppervlak. o Meer contactoppervlak noem je een grotere verdelingsgraad o Hoe hoger de reactiesnelheid, want meer oppervlak om te botsen

o Dus meer botsingen dus meer effectieve botsingen. Katalysator o Versnelt een reactie o Reageert zelf niet mee niet in reactie vergelijking o Specifiek voor bepaalde reactie o Enzym: biologische katalysator o Katalysator versnelt de reactie door de activeringsenergie te verlagen Reactiesnelheid Hoeveelheid gevormd gas per tijdseenheid Eenheid: mol/l/s A: bereken de volume of concentratie verandering staat in tabel, grafiek of tekst. B: bepaal de tijdsduur eenheid? C reactiesnelheid = A/B