Afweer en Immuniteit

Vergelijkbare documenten
PRACTICUM: TESTEN OP ALLERGIE

Leerlingenhandleiding Vaccinatie practicum,

Docentenhandleiding vaccinatie Hepatitis B practicum,

Enzyme-Linked ImmunoSorbent Assay. Infectieziekten opsporen. Handleiding ELISA-kit - 1/11

Leerlingenhandleiding Vaccinatie practicum,

Afweer en Immuniteit

Bloed en Transfusie over bloedgroepen, transfusies en immuunreacties

IMMUUN WORDEN EN BLIJVEN

TEST-POINT DIGITALE ZWANGERSCHAPSTEST INTRODUCTIE

FORENSISCH DNA-ONDERZOEK HET PRACTICUM

BLOED IN ACTIE PRACTICUM:

Docentenhandleiding 2x15 Daderprofiel DNA kit

Docentenhandleiding 6x5 Daderprofiel DNA kit

Docentenhandleiding 2x16 Daderprofiel Dye kit

Bloed Geven en Krijgen vmbo-kgt okt practicum Bloed in Actie

PRACTICUM VMBO KGT: BLOED IN ACTIE

Gebruikershandleiding Idexx SNAP BVD Test

Papier recyclen. Inlage

Proef Scheikunde Zure en basische schoonmaak middelen; pipet en buret; titreren

Inhoud Wat is een bloedtransfusie

Docentenhandleiding vaccinatie Hepatitis B practicum,

#VOS-043 versie 1.1. Leerlingenhandleiding

Weefsel / monsters verzamelen voor laboratoriumonderzoek

Proef Scheikunde Het suikergehalte in Cola en Cola Light bepalen

Bloed Geven en Krijgen vmbo-kgt okt 2013

Quick guide Sensitest Zwangerschapstest HCG midstream

GENEXPRESSIE HET PRACTICUM

Inhoud. Inleiding Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 17

BLOED GEVEN EN KRIJGEN

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

GEPE. Deeltoets 1 CURSUSJAAR september uur

bloedtransfusie bij kinderen

Bloed en Donatie over bestanddelen, functie en veiligheid

Inhoud. Inleiding Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 17

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Helico STATE, poeder voor drank 100 mg/sachet. { 13 C-Ureum}

FRUITTAART EN APPELSAP

De onderdelen van het bloed.

Practicum: het maken van een DNA-profiel

DONOR IN HART EN NIEREN

Doezijde. Zelf verf maken. Wat ga je doen? Je gaat zelf verf maken en hier ook mee verven!

GRIEPVACCINATIE Waardoor komt het? Wat zijn de verschijnselen? Adviezen

4. Bereiden 49 - Rekenen 50 - Bereiden Persoonlijke groei 81 - Feedback 82

Zuurtegraad ph. Ammonium NH 4

Practicum 1: bepalen enzymactiviteit

Zwangerschap en vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

Samenvatting. Figuur 1. Een T cel gemedieerde immuun response. APC: antigen presenterende cel; Ag: antigen; TCR: T cel receptor.

HET PARTNER-ONDERZOEK

Luis in je haar? Kammen maar!

De leraar legt dit eerst uit, daarna maken de leerlingen deze vragen

Ovulation TestTM Ptc-Ovul4pCS6.indd 1 19/10/ :34

Zuurtegraad ph. Zorg dat het doosje met teststrips en de kleurenschaal niet nat worden!

Serologische testen en interpretatie van testresultaten

Gebruiksaanwijzing van de testkits in de chemische wateranalysekoffer

Naam: Sevgi Özen, Eline Booyink & Leonie Kraesgenberg. Klas: 3H1. Docenten: Dhr. Steenbergen & Mevr. Meijer. Datum: 2 oktober 2007.

MOEILIJKHEIDSGRAAD: -**- Een spreekbeurt geven, vraagt veel voorbereiding. Je moet immers vlot kunnen vertellen en je moet je luisteraars boeien.

Rode Kruis ziekenhuis. Patiënteninformatie. Besmetting met hepatitis C. rkz.nl

Bloedtransfusie. Waarom een bloedtransfusie?

Speed Duo FeLV/FIV TM

Bloedtransfusie Waarom een bloedtransfusie Hoe veilig is een bloedtransfusie Bijwerkingen van de bloedtransfusie...

DNA practicum De modellenwereld van DNA

Nederlandse samenvatting

UW OPVATTINGEN OVER UW DIABETES

Inhoud. Inleiding Medische achtergrondkennis 9 - Virussen en bacteriën 10 - Het afweersysteem 14 - Ziektebeelden 19

Albert Schweitzer ziekenhuis Kinderafdeling januari 2015 pavo Blindedarmontsteking bij kinderen

Infectie bacteriën en virussen vmbo-b34

Pas op voor prikaccidenten! Zo werk je prettiger!

CODEREN MONSTERS EN FORMULIEREN VOOR LABORATORIUM

Besmetting met HIV Inleiding Wat is HIV Wat is AIDS

Bloedplaatjes of trombocyten die belangrijk zijn voor de bloedstolling.

Afweer en Samenwerking over samenwerkende afweercellen en problemen met het afweersysteem

Samenvatting Biologie Hoofdstuk 4 t/m 7

BLOEDTRANSFUSIE 17901

Serologische testen in de routine diagnostiek: een update

Pilobolus. sporenkanon

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Furacine Soluble Dressing 2 mg/g zalf Furacine 2 mg/ml Oplossing voor cutaan gebruik nitrofural

Algemeen Bloedtransfusie voor kinderen

Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln

Van STIP chromatografie naar SPE extractie is een kleine stap...

Breukenpizza! Ga je mee om de wonderlijke wereld van de breuken te ontdekken? Bedacht en ontwikkeld door Linda van de Weerd.

Bacteriën als hulpje. Yoghurt maken. Benodigdheden. Werkwijze

Op bezoek. bij Sam op de Intensive Care

SOA-onderzoek zelfafname

Bloedtransfusie. Klinisch Chemisch Laboratorium

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK. Wat is dat? Eva van de Sande. Radboud Universiteit Nijmegen

Bloed voor onderzoek verzamelen via een venapunctie

U kunt wijzigingen of aanvullingen op deze informatie door geven per

Veel onwetendheid over baarmoederhalskanker op Curaçao zaterdag, 24 mei :00

BIJSLUITER. MERCAPTOPURINE 10 mg/ml suspensie

Vragen voor het onderzoek Waarom zelfkatheterisatie?

Infobrochure. Bloedtransfusie

Illness Perception Questionaire-R Universitair Medisch Centrum Groningen Transitiepoli adolescenten met JIA

Transcriptie:

practicum over drie linies van afweer en vaccinatie Karlijn (16) wordt op een dag wakker met keelpijn en het lijkt alsof de klieren in haar hals zijn opgezet. Na een paar dagen is de keelpijn nog niet over, en ze wordt steeds vermoeider. Haar vriendje Mark zegt dat ze beter naar de huisarts kan gaan om te kijken wat er aan de hand is. Nadat Karlijn heeft uitgelegd waar ze last van heeft, vermoedt de dokter dat ze de ziekte van Pfeiffer heeft. Hij legt uit dat Pfeiffer veroorzaakt wordt door een virus, genaamd EBV (Epstein-Barrvirus), dat je B-cellen en speekselklieren infecteert. Een infectie kan er toe leiden dat je klieren opzetten en dat je snel vermoeid raakt. Het virus wordt vaak overgedragen via speeksel, daarom wordt de ziekte ook wel kissing disease genoemd. Jij gaat onderzoeken of Karlijn en Mark de ziekte van Pfeiffer hebben. Je krijgt als onderzoeker in het medisch laboratorium bloedmonsters van Karlijn en Mark in handen. Je gaat hun bloed testen op de aanwezigheid van antistoffen tegen EBV. De techniek die je hierbij gebruikt is de ELISA-test. Foto: Wim van Egmond Afweer en Immuniteit

De ELISA-test ELISA staat voor Enzyme-Linked Immuno Sorbent Assay. Een ELISA gebruikt antistoffen om de aanwezigheid van ziekteverwekkers in je bloed of andere lichaamssappen aan te tonen. Voorbeelden van ziekteverwekkers zijn virussen, bacteriën of parasieten. De aanwezigheid van antistoffen tegen een antigeen is een aanwijzing dat iemand geïnfecteerd is met het virus of de bacterie waar het antigeen toe behoort. Een ELISA wordt normaalgesproken uitgevoerd in een microtiterplaat. Dat is een plaat die bestaat uit 96 vakjes, de zogenaamde wells, waar verschillende reacties in plaatsvinden. Tijdens dit practicum voer je de ELISA uit in een strip van 12 wells. Er wordt bij elke stap iets toegevoegd aan de wells. Na het toevoegen van alle stofjes krijgen de wells een blauwe kleur als de monsters die erin zitten daadwerkelijk antistoffen tegen EBV (het virus dat Pfeiffer veroorzaakt) bevatten. Je test naast de monsters van Karlijn en Mark ook een positieve en negatieve controle. Dit zijn monsters waarvan je zeker weet dat ze respectievelijk positief en negatief moeten zijn. Als dat niet het geval is, is er tijdens het practicum iets fout gegaan. Je voert tijdens de ELISA-test de volgende stappen uit: Stap 1 Stukjes van het EB-virus, de antigenen, worden in elk van de 12 wells gepipetteerd. Deze plakken dan aan de bodem van de wells. Stap 2 De wells worden schoongemaakt om de antigenen die niet gehecht zijn weg te spoelen. De overtollige antigenen zouden anders ook gaan reageren met de antistoffen die later worden toegevoegd. Op die manier zouden de resultaten onbetrouwbaar worden. Stap 3 Je pipetteert de monsters van Karlijn en Mark in de daarvoor bestemde wells (bij de K en M ). De antistoffen die hierin eventueel aanwezig zijn kunnen hechten aan het antigeen op de bodem van de wells. Je pipetteert daarnaast de positieve en negatieve controle in de overige wells. De positieve controle bestaat uit antistoffen die aan de antigenen binden, de negatieve controle bevat niets. Je maakt de wells weer schoon door stap 2 te herhalen. Stap 4 Vervolgens voeg je opnieuw antistoffen toe. Deze antistoffen heten secundaire antistoffen. Zij hechten op hun beurt aan de antistoffen die eventueel in de monsters van Karlijn en Mark aanwezig zijn. Als er geen antistoffen tegen EBV in de monsters aanwezig zijn, kunnen de secundaire antistoffen er ook niet aan hechten, en zullen ze worden weggespoeld. Aan de secundaire antistoffen zit een enzym vast, dat belangrijk is voor stap 5. Volg de schoonmaakstappen van stap 2 opnieuw, alleen doe je het in dit geval twee keer! Pagina 2

Stap 5 In deze laatste stap voeg je het enzymsubstraat toe aan alle wells. Dit substraat reageert met het enzym aan de secundaire antistoffen. De reactie tussen het enzym en substraat zorgt ervoor dat de vloeistof blauw wordt. Als er geen antistoffen tegen EBV in de monsters van Karlijn en Mark zaten, zal er ook geen kleur ontstaan. Kort gezegd: een blauwe kleur wijst op een besmetting met EBV. Benodigdheden Voor dit practicum heb je de volgende materialen nodig: micropipet die 50 μl kan pipetteren (oefen van te voren met wat wasbuffer) een wegwerppipet van 1 ml 20 gele pipetpuntjes een plastic strip met 12 reactievaatjes (wells) EBV-antigenen (groen buisje) de verdunde bloedmonsters van Karlijn (K) en Mark (M) (gele buisjes) een positieve controle (paars buisje) een negatieve controle (blauw buisje) een secundaire antistof die bindt aan de eventuele EBV-antistoffen (oranje buisje) een substraat dat de aanwezigheid van antistoffen zichtbaar maakt (bruin buisje) 75 ml wasbuffer in een maatbeker zwarte marker stapel keukenpapier Instructie Label eerst de 12 wells als volgt met een marker: De + staat voor de positieve controle; de staat voor de negatieve controle; de K staat voor het monster van Karlijn; de M staat voor het monster van Mark Stap 1 Gebruik een pipet om in alle 12 wells 50 μl van het antigeen uit het groene buisje te pipetteren Wacht 5 minuten zodat het antigeen zich aan het plastic in de wells kan hechten Pagina 3

Stap 2 Spoel de ongebonden antigenen uit de wells: Houd je strip ondersteboven boven het keukenpapier zodat de vloeistof uit de wells loopt; klop nog een paar keer voorzichtig op de onderkant Gooi het bovenste stuk keukenpapier weg Gebruik de wegwerppipet van 1 ml om elke well met wasbuffer uit de maatbeker te vullen Houd de strip ondersteboven boven het keukenpapier zodat de buffer eruit loopt; klop nog een paar keer voorzichtig op de onderkant Gooi de bovenste 2-3 stukken keukenpapier weg Stap 3 Gebruik een nieuw geel pipetpuntje om 50 μl van de positieve controle-oplossing (+) uit het paarse buisje in de wells met een + te pipetteren Gebruik een nieuw geel pipetpuntje om 50 μl van de negatieve controle-oplossing (-) uit het blauwe buisje in de wells met een - te pipetteren Pipetteer 50 μl van elk van de monsters van Karlijn en Mark in de daarvoor bestemde wells. Gebruik voor elk monster een nieuw pipetpuntje Wacht 5 minuten zodat de antistof uit het serum zich aan het antigeen kan hechten Spoel het niet-gebonden antistof weg en was de wells zoals je eerder hebt gedaan bij stap 2 Stap 4 Gebruik een nieuw geel pipetpuntje om 50 μl van de secundaire antistoffenoplossing uit het oranje buisje in alle wells te pipetteren Wacht 5 minuten zodat de antistoffen in de wells aan hun doel kunnen hechten Spoel de niet-gebonden antistoffen weg en was de wells zoals je eerder hebt gedaan bij stap 2 en herhaal deze stap nogmaals (dus twee keer wassen!) Stap 5 Gebruik een nieuw geel pipetpuntje om 50 μl van het enzymsubstraat uit het bruine buisje in alle wells te pipetteren Wacht 5 minuten. Observeer en noteer de resultaten. Kleur in de figuur hieronder de wells in waar een blauwe kleur is ontstaan. Alle af beeldingen zijn af komstig van Bio-Rad (www.bio-rad.com). Pagina 4

Vragen 1. Hebben Karlijn en/of Mark de ziekte van Pfeiffer? 2. Waarom moet je de wells wassen na elke stap? 3. Waarom gebruik je telkens schone pipetpuntjes voor elke stap? 4. Waarom is elk monster in drievoud getest? Een zwangerschapstest is eigenlijk ook een ELISA-test. De zwangerschapstest meet de concentratie van het humaan choriongonadotropine (hcg), een hormoon dat enkele dagen na de bevruchting in het bloed en urine van een zwangere vrouw te vinden is. 5. Leg uit hoe een zwangerschapstest werkt. Pagina 5