PENSIOENZAKBOEKJE 2009 Ragheno Business Park Motstraat 30-2800 Mechelen tel. (015) 36 10 00 www.kluwer.be info@kluwer.be
De kopij werd afgesloten op 15 januari 2000 Verantwoordelijke uitgever: Hans Suijkerbuijk, Ragheno Business Park, Motstraat 30, 2800 Mechelen 2009 Wolters Kluwer Belgium NV Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt worden, op welke wijze ook, zonder de uitdrukkelijke voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever. Wettelijk depot: D/2009/2664/172 ISBN 978-90-4652-151-9 BP/PENZ-PI 9001
Inhoudstafel Hoofdstuk 1 Administratieve procedure - Werknemers en zelfstandigen 1. Procedure inzake de toekenning van het pensioen 29 1.1. Inleiding 29 1.2. Indiening van een aanvraag 29 1.2.1. Plaats van indiening 29 1.2.2. Termijnen 30 1.2.3. Wijze van indiening - Formaliteiten 31 1.2.4. Polyvalentie van de aanvragen 31 1.2.5. Nieuwe aanvragen 33 1.3. Pensioenraming 33 1.3.1. Ambtshalve of op aanvraag 33 1.3.2. Inhoud van de raming 34 1.3.3. Herziening en verbetering 35 1.3.4. Inwerkingtreding 35 1.4. Ambtshalve onderzoek 35 1.4.1. Wegens het bereiken van de pensioenleeftijd 35 1.4.2. Eigen rustpensioen na ambtshalve toekenning van een overlevingspensioen 36 1.4.3. Wegens het verlies van een vervangingsinkomen 37 1.5. Onderzoek van de aanvraag 37 1.5.1. Dossier RVP 37 1.5.2. Dossier RSVZ 38 1.5.3. Gemengde loopbaan 39 1.6. Beslissing - Kennisgeving 40 1.6.1. Dossier RVP 40 1.6.2. Dossier RSVZ 40 1.7. Geschillen 41 1.7.1. Bevoegdheid - Geldigheid van het beroep 41 1.7.2. Hoger beroep 42 1.7.3. Vertegenwoordiging 42 1.7.4. Kosten 42 1.8. Nieuwe beslissingen 43 1.8.1. Dossier RVP 43 1.8.2. Dossier RSVZ 43 Kluwer 9
2. Betalingsvoorwaarden 46 2.1. Inleiding 46 2.2. Het genot van sociale uitkeringen 46 2.3. De uitoefening van een beroepsbezigheid 47 2.3.1. Algemene beginselen 47 2.3.2. Verplichting tot voorafgaandelijke verklaring 47 2.3.3. Verplichting om het beroepsinkomen te beperken 51 2.3.4. Controle 56 3. Wijze van betaling 56 3.1. Hoe wordt het pensioen betaald? 56 3.1.1. Algemene regel 56 3.1.2. Betaling per postassignatie 57 3.1.3. Betaling in het buitenland 57 3.1.4. Betaling in geval van hechtenis 58 3.2. Wanneer moet het pensioen betaald worden? 58 3.3. Vervallen en bij het overlijden van de gerechtigde niet-uitgekeerde pensioentermijnen 58 3.3.1. Rechthebbenden van ambtswege 59 3.3.2. Andere rechthebbenden 59 3.4. Onverschuldigde betalingen - Terugvorderingen 60 3.4.1. Regeling der werknemers 60 3.4.2. Regeling der zelfstandigen 60 3.4.3. Terugvordering van de ten onrechte uitbetaalde voordelen 61 Hoofdstuk 2 Pensioenregeling voor werknemers 1. Toepassingsgebied 63 1.1. Principe 63 1.2. Gelijkgestelden met werknemers 64 1.3. Territoriale voorschriften 65 1.4. Uitbreiding van het toepassingsgebied 65 1.4.1. Werknemers in België tewerkgesteld in dienst van internationale organisaties 65 10 Kluwer
INHOUDSTAFEL 1.4.2. Sommige periodes van niet-tewerkstelling na 31 december 1944 65 1.4.3. De werknemer die zijn activiteit stopzet om een kind op te voeden 66 1.4.4. Ambtenaren van openbare besturen 67 1.4.5. Periodes van studies of stages 68 1.4.6. Vrijwillige opneming 70 1.4.7. Beroepen die eerst niet, doch nadien wel onderworpen waren aan de RSZ 71 1.4.8. Loopbaanonderbreking 72 1.4.9. Tijdskrediet 72 1.4.10. Periode van leerovereenkomst 72 1.5. Bijdragen van de rubrieken 1.4.2. en 1.4.3. 73 1.6. Onder het Nationaal Pensioenfonds voor Mijnwerkers ressorterende werknemers 74 1.7. Onder de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden onder Belgische vlag ressorterende werknemers 75 2. Toekenningsvoorwaarden 76 2.1. Pensioengerechtigde leeftijd 76 2.2. Uitzonderingen 77 2.3. Toekenningsvoorwaarden voor vervroegd pensioen 77 2.3.1. Regeling van de zelfstandigen 78 2.3.2. Regeling van de werknemers en andere regelingen 78 2.4. Pensioenaanvraag 81 2.5. Verblijfplaats 82 2.5.1. Categorieën waarvoor geen verblijfplaats geldt 82 2.5.2. Onderdanen van Cyprus 82 2.5.3. Andere dan de categorieën van 2.5.1. en 2.5.2. 83 3. Bewijs van de loopbaan 83 3.1. Voor elk kalenderjaar vóór 1 januari 1946 83 3.2. De periode na 31 december 1945 84 3.3. Bewijs van de tewerkstelling als mijnwerker 85 3.4. Bewijs van de tewerkstelling als zeevarende 85 Kluwer 11
4. Berekening 85 4.1. Pensioenen in functie van de duur van de loopbaan 86 4.1.1. Werkelijke periodes van tewerkstelling 86 4.1.2. Gelijkgestelde periodes 86 4.1.3. Periodes in regel door overdracht van pensioenstortingen 95 4.2. Pensioenen in functie van de bezoldiging 95 4.2.1. Forfaitaire lonen 95 4.2.2. Fictieve lonen 97 4.2.3. Werkelijke lonen 98 4.2.4. Bezoldiging van het jaar vóór de ingangsdatum van het pensioen 101 4.2.5. Bezoldiging van het jaar waarin het pensioen ingaat 101 4.3. Berekening in functie van de levensduurte 101 4.4. Berekening van het pensioenbedrag 103 4.5. Berekening van het rustpensioen voor mijnwerkers 105 4.6. Berekening van het rustpensioen voor zeevarenden 105 4.7. Modelberekening van een bediendenpensioen ingaand in 2009 106 4.8. Minimumrecht per loopbaanjaar 107 5. Gewaarborgd minimum 109 5.1. Inleiding 109 5.2. Voorwaarden 109 5.3. Bedragen 111 6. Pensioenrechten bij scheiding 114 6.1. Inleiding 114 6.2. Wettelijke scheiding 114 6.2.1. Voorwaarden 114 6.2.2. Berekening 115 6.3. Feitelijke scheiding en scheiding van tafel en bed 116 6.3.1. Voorwaarden 116 6.3.2. Berekening 117 6.3.3. Aanvraag en ingangsdatum 118 6.3.4. Ambtshalve onderzoek 119 12 Kluwer
INHOUDSTAFEL 7. Overlevingspensioen 119 7.1. Inleiding 119 7.2. Voorwaarden 119 7.3. Behoud van het overlevingspensioen beneden de 45-jarige leeftijd 120 7.4. Ingangsdatum en aanvraag 120 7.5. Berekening 121 7.5.1. Principe 121 7.5.2. Overlijden vóór de ingangsdatum van het rustpensioen 121 7.5.3. Begrenzing van het overlevingspensioen 121 7.5.4. Het in tijd beperkt overlevingspensioen 122 7.5.5. Gewaarborgd minimum 123 8. Cumulatieregels 123 8.1. Inleiding 123 8.2. Principe 123 8.2.1. Uitzondering 124 8.2.2. Bijzonderheden 125 8.3. Verschillende cumulatiemogelijkheden 126 8.3.1. Cumulatie van een rustpensioen als werknemer met een rustpensioen als zelfstandige of een rustpensioen van een ander wettelijk Belgisch pensioenstelsel 126 8.3.2. Cumulatie van een rustpensioen als werknemer met een overlevingspensioen 126 8.3.3. Cumulatie van een rustpensioen als werknemer met een gewaarborgd inkomen of met inkomensgarantie voor ouderen 127 8.3.4. Cumulatie van een rustpensioen als werknemer met een mijnwerkerspensioen 128 8.3.5. Cumulatie van twee of meer overlevingspensioenen 128 8.3.6. Cumulatie van een rustpensioen of overlevingspensioen met een beroepsactiviteit 128 8.3.7. Cumulatie overlevingspensioen met ziektevergoeding of werkloosheid 128 9. Diverse bepalingen 129 9.1. Inhoudingen op de pensioenen 129 9.1.1. ZIV-inhouding 129 Kluwer 13
9.1.2. Solidariteitsinhouding 129 9.1.3. Bedrijfsvoorheffing 129 9.2. Bijkomende voordelen 131 9.2.1. Vakantiegeld 131 9.2.2. Herwaarderingspremie 132 10. Verwarmingstoelage voor mijnwerkers 133 10.1. Inleiding 133 10.2. Rechthebbenden 133 10.3. Uitgesloten gerechtigden 133 10.4. Bedrag 134 11. Renten 135 11.1. Inleiding 135 11.2. Welke stortingen komen in aanmerking? 135 11.2.1. Arbeiders 135 11.2.2. Bedienden 135 11.3. Gerechtigden 136 11.4. Aanvraag 136 11.5. Betaling 136 12. Pensioenregeling voor het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart 137 12.1. Toepassingsgebied 137 12.1.1. Principe 137 12.1.2. Uitbreiding van het toepassingsgebied 138 12.2. Toekenningsvoorwaarden 139 12.3. Berekening 140 12.3.1. Forfaitaire lonen 140 12.3.2. Fictieve lonen 140 12.3.3. Werkelijke lonen 140 13. Beroepsjournalisten 141 13.1. Toepassingsgebied 141 13.2. Berekening 141 14 Kluwer
INHOUDSTAFEL Hoofdstuk 3 Pensioenregeling der zelfstandigen 1. Toepassingsgebied 143 1.1. Toepassingsgebied ratione personae 143 1.2. Toepassingsgebied ratione territoriae 144 1.3. Toepassingsgebied ratione materiae 144 2. Toekenningsvoorwaarden 144 2.1. Toekenningsvoorwaarden voor het rustpensioen 145 2.1.1. Pensioenleeftijd 145 2.1.2. Bewijs van de beroepsloopbaan 148 2.1.3. Pensioenonderzoek 148 2.1.4. Ingangsdatum 149 2.2. Toekenningsvoorwaarden voor het overlevingspensioen 149 2.2.1. Voorafgaande begrippen 149 2.2.2. Pensioenleeftijd 151 2.2.3. Bewijs van de beroepsloopbaan 152 2.2.4. Pensioenaanvraag 152 2.2.5. Ingangsdatum 153 2.2.6. Bijzondere voorwaarde: duur van het huwelijk 154 2.2.7. Rechten van de weduwnaar 154 2.2.8. Opeenvolgende huwelijken 154 2.2.9. Verlies van het recht 155 2.3. Toekenningsvoorwaarden voor het pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot 157 2.3.1. Pensioenleeftijd 157 2.3.2. Bewijs van de beroepsloopbaan 158 2.3.3. Pensioenaanvraag 158 2.3.4. Ingangsdatum 159 2.3.5. Bijzondere voorwaarden 159 2.4. Pensioenrechten van de van tafel en bed of feitelijk gescheiden echtgenoten 160 2.4.1. Voorafgaande begrippen 160 2.4.2. Pensioenleeftijd 160 2.4.3. Bewijs van de beroepsloopbaan 161 2.4.4. Pensioenaanvraag 161 Kluwer 15
2.4.5. Ingangsdatum 162 2.4.6. Bijzondere voorwaarden 163 3. Bewijs van de beroepsloopbaan als zelfstandige of als helper 163 3.1. Inleiding 163 3.2. Periodes van effectieve beroepsbezigheid 164 3.2.1. Beroepsloopbaan als zelfstandige gelegen vóór 1957 164 3.2.2. Beroepsloopbaan als zelfstandige gelegen na 1956 167 3.3. Periodes van non-activiteit gelijkgesteld met periodes van beroepsbezigheid 176 3.3.1. Algemene voorwaarden 176 3.3.2. Andere algemene bepalingen 178 3.3.3. Gelijkgestelde periodes 179 4. Beginsel van de eenheid van loopbaan 190 4.1. Inleiding 190 4.2. Begrippen 190 4.2.1. Pensioen of een als zodanig geldend voordeel 190 4.2.2. Begrip «andere regeling» 190 4.2.3. Speciale begrippen 191 4.3. Toepassing van de vermindering 192 4.3.1. Voorafgaande opmerkingen 192 4.3.2. Samenloop van een pensioen als zelfstandige met een pensioen als werknemer 193 4.3.3. Samenloop van een pensioen als zelfstandige met een pensioen toegekend krachtens een andere Belgische regeling dan deze voor werknemers 194 4.3.4. Samenloop van een pensioen als zelfstandige met een pensioen als werknemer en een pensioen krachtens een andere Belgische regeling 195 4.3.5. Samenloop van pensioenen toegekend in de regeling voor zelfstandigen en krachtens een buitenlandse regeling of een regeling die toepasselijk is op het personeel van een volkenrechtelijke instelling 195 16 Kluwer
INHOUDSTAFEL 4.3.6. Samenloop met een pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot met andere pensioenen 196 5. Invloed van de bestaansmiddelen 196 5.1. Inleiding 196 5.2. Toepassing 197 5.2.1. Rustpensioen Pensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot 197 5.2.2. Overlevingspensioen 197 5.2.3. Vrijstelling 198 5.3. Algemene beginselen 198 5.4. Onroerende goederen 199 5.4.1. Algemene regels 199 5.4.2. Woonhuis en aanhorigheden 199 5.4.3. Onroerende goederen met een hypotheek bezwaard 199 5.4.4. Onroerende goederen met een lijfrente bezwaard 200 5.4.5. Berekening in geval van feitelijke scheiding 200 5.4.6. Berekening in geval van scheiding van tafel en bed 200 5.5. Roerende goederen 200 5.6. Afstanden 201 5.6.1. Algemene regel 201 5.6.2. Persoonlijke schulden 201 5.6.3. Toepassing van een abattement 201 5.6.4. Afstand om niet van onroerende goederen aan descendenten in rechte lijn 202 5.6.5. Afstand in vruchtgebruik of blote eigendom 202 5.6.6. Onteigening ten algemenen nutte of afstand in der minne 203 5.6.7. Afstanden waarvan de opbrengst een lijfrente is 203 5.7. Vastlegging van de bestaansmiddelen 204 5.7.1. Beginsel Begrippen 204 5.7.2. Nieuwe beslissing 204 5.7.3. Nieuwe beslissing na weigering 204 5.7.4. Toekenning van een overlevingspensioen 205 5.7.5. Omzetting van een gezinspensioen naar een pensioen als alleenstaande na overlijden 205 Kluwer 17
5.7.6. Toekenning van een gezinspensioen of een pensioen als alleenstaande aan de andere echtgenoot 205 6. Berekening van het pensioen 206 6.1. Berekening van het pensioen in verhouding tot de beroepsloopbaan 206 6.1.1. Algemene bepalingen 206 6.1.2. Rustpensioen 206 6.1.3. Overlevingspensioen 208 6.1.4. Pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot 210 6.2. Berekening van het pensioen in verhouding tot de beroepsinkomsten 211 6.2.1. Algemene beginselen 211 6.2.2. Eigenlijke berekening 213 6.2.3. Invloed statuut meewerkende echtgenote 215 6.2.4. Minimumpensioen 216 6.2.5. Minimumtoekenning 217 6.2.6. Bedragen - Coëfficiënten 218 6.3. Andere elementen die van invloed zijn op het toekenbaar bedrag 221 6.3.1. Vermindering wegens vervroeging 221 6.3.2. Pensioenbonus voor wie langer werkt 226 6.3.3. Vermindering wegens te hoge bestaansmiddelen 228 6.3.4. Vermindering wegens aanwending van een onroerend goed 229 6.3.5. Begrenzing van het overlevingspensioen 230 6.3.6. Samenloop van een overlevingspensioen als zelfstandige met één of meer rustpensioenen en één of meer andere overlevingspensioenen 231 6.3.7. Samenloop van een rustpensioen als zelfstandige met een pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot in de regeling der werknemers 233 6.4. Berekening in geval van feitelijke scheiding of scheiding van tafel en bed 233 18 Kluwer
INHOUDSTAFEL 6.5. Berekening in geval van samenloop met een pensioen toegekend door een lidstaat van de Europese Economische Ruimte 234 7. Het onvoorwaardelijk pensioen 235 7.1. Definitie Algemene principes 235 7.2. Betalingsvoorwaarden 235 7.2.1. Algemene voorwaarden 235 7.2.2. Leeftijd 236 7.3. Uitbetaling 237 8. Herwaardering oudere pensioenen 238 8.1. Herwaarderingspremie voor 2001 238 8.1.1. Inleiding 238 8.1.2. Wie komt niet in aanmerking voor de premie? 238 8.1.3. Hoeveel bedraagt de premie? 238 8.1.4. Berekening van de premie indien men recht heeft op meerdere pensioenen als zelfstandige 239 8.1.5. Wanneer wordt de premie betaald? 239 8.2. Herwaarderingspremie voor 2002 239 8.3. Bijkomende verhoging van 1 % op 1 januari 2003 240 8.4. Herwaarderingspremie voor 2004 240 8.5. Herwaarderingspremie voor 2006 240 8.6. Herwaarderingspremie voor 2007 240 8.7. Herwaarderingspremie voor 2008 241 8.8. De welvaartsbonus 241 9. Communautaire steunregeling voor vervroegde uittreding in de landbouwsector 242 9.1 Inleiding 242 9.2. Procedure 243 9.3. Berekening van het supplement 244 9.3.1. Het supplement bij het rustpensioen 244 9.3.2. Het supplement bij het overlevingspensioen 245 Kluwer 19
10. Overdracht van pensioenrechten van de regeling voor zelfstandigen en de pensioenregeling van de Europese Unie 246 10.1. Inleiding 246 10.2. Aanvraag om overdracht 246 10.3. Berekening van het over te dragen pensioenbedrag 247 10.3.1. Toepasselijke wetgeving 247 10.3.2. Vaststelling van de loopbaan 247 10.3.3. Datum van uitwerking 247 10.3.4. Eigenlijke berekening 248 10.3.5. Kennisgeving 248 10.3.6. Beroep 248 10.3.7. Definitief worden van het pensioenbedrag 249 10.3.8. Subrogatie 249 10.4. Overdracht van de regeling voor zelfstandigen naar de EU 250 10.4.1. De aanvraag 250 10.4.2. Herroeping 251 11. Aanvullende pensioenen voor zelfstandigen 251 11.1. De nieuwe WAPZ vanaf 1 januari 2004 251 11.2. De gewone pensioenovereenkomst 252 11.2.1. Inleiding 252 11.2.2. Voorwaarden 252 11.2.3. Uitbetaling 253 11.3. De sociale pensioenovereenkomst 254 11.3.1. Inleiding 254 11.3.2. Voorwaarden 254 11.3.3. Uitbetaling 255 12. Lijst van de verschillende socialeverzekeringsfondsen, alsmede van de erbij horende onderlinge kinderbijslagfondsen 256 13. Socialeverzekeringsfondsen Codes van aansluiting 259 14. Codes van aansluiting bij de kinderbijslagfondsen 260 20 Kluwer
INHOUDSTAFEL Hoofdstuk 4 Pensioenen in de openbare sector 1. Toepassingsgebied 261 2. Toekenningsvoorwaarden 262 2.1. Algemene bepalingen 262 2.2. Pensioen wegens het bereiken van de leeftijdsgrens 262 2.3. Vervroegd pensioen 262 2.3.1. Onmiddellijk pensioen 262 2.3.2. Uitgesteld pensioen 263 2.4. Ambtshalve pensionering wegens gezondheidsredenen 263 2.5. Pensioen vóór de leeftijd van 60 jaar 264 2.5.1. Militairen 264 2.5.2. Politie 265 3. Vaststelling van de loopbaan 266 3.1. Aanneembare diensten 266 3.1.1. Bijzondere bepalingen inzake diensten in het onderwijs 267 3.1.2. Bijzondere bepalingen inzake loopbaan van militairen 267 3.1.3. Algemeen 268 3.2. Afwezigheden 268 3.3. Loopbaankrediet 269 3.4. Bonificaties 271 3.4.1. Diplomabonificaties 271 4. Berekening van het pensioen 272 4.1. Berekening van het rustpensioen 272 4.1.1. Algemene bepalingen 272 4.1.2. Bijzondere bepalingen voor de militaire pensioenen 273 4.1.3. Bijzondere bepalingen voor de pensioenen van het personeel van de brandweer 274 4.1.4. Bijzondere bepalingen voor het personeel van de politiediensten 274 4.1.5. Complement wegens leeftijd 275 Kluwer 21
4.1.6. Beperkingen 275 4.1.7. Berekening van het pensioen voor diensten met onvolledige prestaties 276 4.2. Overlevingspensioen 277 4.2.1. Vaststelling van het recht op pensioen van de langstlevende echtgenoot 277 4.2.2. Berekening van het overlevingspensioen 278 4.2.3. Pensioen van uit de echt gescheiden echtgenoot 279 4.2.4. Wezenpensioen 280 4.2.5. Aanvraag 280 5. Diverse bepalingen 281 5.1. Verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector 281 5.2. Verband tussen de pensioenregelingen van de openbare sector en die van de private sector 282 5.3. Aanpassing van de pensioenbedragen 282 5.3.1. Indexering 282 5.3.2. Aanpassing aan de bezoldigingsevolutie 282 5.4. Inhoudingen op de pensioenen 284 5.4.1. Inhouding voor de begrafenisvergoeding 284 5.4.2. Inhouding voor de gezondheidszorgen 284 5.4.3. Solidariteitsafhouding 284 5.5. Bijkomende voordelen 285 5.5.1. Begrafenisvergoeding 285 5.5.2. Vakantiegeld 285 6. Cumulaties 286 6.1. Cumulatie van een rustpensioen met een beroepsactiviteit 286 6.2. Cumulatie van een pensioen met een vervangingsinkomen 286 6.3. Cumulatie van een overlevingspensioen met een rustpensioen 287 6.4. Cumulatie van een overlevingspensioen met een beroepsactiviteit 288 7. Minimumpensioenen 288 7.1. Minimum van het rustpensioen wegens leeftijd en dienstjaren 288 22 Kluwer
INHOUDSTAFEL 7.2. Minimum wegens lichamelijke ongeschiktheid 288 7.3. Minimumbedrag van de overlevingspensioenen 289 7.4. Gemeenschappelijke bepalingen 289 7.5. Supplement in geval van zware handicap 290 8. Algemene bepalingen en procedures 290 8.1. Aanvraag 290 8.2. Behandeling 291 8.3. Uitbetaling 291 8.4. Nazicht 292 8.5. Bewijskracht van administratieve documenten 292 8.6. Beroep 294 Hoofdstuk 5 Gewaarborgd inkomen 1. Inleiding 295 2. Toekenningsvoorwaarden 295 2.1. Leeftijd 295 2.2. Nationaliteit 296 2.3. Verblijfsvoorwaarde 296 2.4. Basisbedragen van het gewaarborgd inkomen 297 3. Bestaansmiddelen 298 3.1. Forfaitair vrijgesteld bedrag 298 3.2. Te volgen procedure in verband met de bestaansmiddelen 299 3.3. Vrijgestelde bestaansmiddelen 300 4. Berekening van de bestaansmiddelen 301 4.1. Berekening van het beroepsinkomen 301 4.1.1. Als zelfstandige 301 4.1.2. Als helper 301 4.1.3. Als werknemer 301 Kluwer 23
4.2. Berekening van het inkomen van de voordelen in natura 301 4.3. Bijzondere gevallen 302 4.4. Berekening van de inkomsten uit onroerende goederen 302 4.4.1. Bebouwde onroerende goederen 302 4.4.2. Onbebouwde onroerende goederen 303 4.4.3. Goederen in onverdeeldheid 303 4.4.4. Met hypotheek bezwaarde goederen 304 4.4.5. Goederen verworven mits betaling van een lijfrente 304 4.4.6. Goederen gelegen in het buitenland 304 4.5. Berekening van inkomsten uit roerende goederen 304 4.6. Berekening van inkomsten bij afstand van roerende of onroerende goederen 305 4.6.1. Afstand van volle eigendom 305 4.6.2. Afstand van goederen die de bedrijfsbekleding van een landbouwbedrijf uitmaken 305 4.6.3. Afstand van het vruchtgebruik of blote eigendom 306 4.6.4. Afstand tegen lijfrente 306 4.6.5. De opbrengst van de afstand wordt in het patrimonium teruggevonden 307 5. Toegelaten aftrek 307 5.1. Schulden 307 5.2. Abattementen 307 6. Cumulatie met pensioenen 308 6.1. Algemeen 308 6.2. Vrijstelling op pensioenen 308 7. Betaling 309 7.1. Algemeen 309 7.2. Overlijden Vervallen en niet uitgekeerde bedragen 309 7.3. OCMW en Speciaal Onderstandsfonds 310 7.4. Gevangenen of geïnterneerden 310 24 Kluwer
INHOUDSTAFEL 7.5. Opneming in een inrichting voor geesteszieken 311 8. Recht van de feitelijk gescheiden echtgenote op een deel van het gewaarborgd inkomen 311 8.1. Wat is feitelijke scheiding? 311 8.2. Bedrag 311 8.3. Toekenning 312 Hoofdstuk 6 Inkomensgarantie voor ouderen 1. Inleiding 313 2. Toekenningsvoorwaarden 313 2.1. Leeftijd 313 2.2. Nationaliteit 314 2.3. Verblijfsvoorwaarden 314 2.4. Basisbedragen van IGO 315 2.5. Dezelfde hoofdverblijfplaats delen of alleenstaande 316 2.5.1. Dezelfde hoofdverblijfplaats delen 316 2.5.2. Het begrip «Alleenstaande» 317 2.5.3. De kloostergemeenschappen 317 3. Bestaansmiddelen - invloed 318 3.1. Soorten vrijstellingen 318 3.1.1. Algemene vrijstelling 318 3.1.2. Volledige vrijstelling 318 3.1.3. Gedeeltelijke vrijstelling 319 3.2. Berekening van de bestaansmiddelen 320 3.2.1. Beroepsinkomen 320 3.2.1.1. Als werknemer 320 3.2.1.2. Als zelfstandige 320 3.2.1.3. Als helper 321 3.2.2. Aftrek van pensioenen 321 3.2.3. Onderhoudsgelden 321 3.2.4. Inkomsten bij bezit van roerende goederen of bij afstand van onroerende goederen 322 3.2.4.1. Bezit van onroerende goederen 322 Kluwer 25
3.2.4.2. Afstand minder dan 10 jaar vóór het bereiken van de leeftijd om IGO te krijgen 322 3.2.4.3. Onteigening ten algemenen nutte 322 3.2.4.4. In het buitenland gelegen onroerende goederen 323 3.2.4.5. Met hypotheek bezwaarde goederen 323 3.2.4.6. Op lijfrente verworven goederen 323 3.3. Verrekening van de bestaansmiddelen 324 3.4. Gemeenschappelijke bepalingen voor het aanrekenen van roerende kapitalen en afstanden 324 3.4.1. De opbrengst van afstand wordt in het patrimonium teruggevonden 324 3.4.2. Forfaitaire abattementen 325 3.4.3. Aftrek van persoonlijke schulden 325 4. Aanvraag en ambtshalve onderzoek 326 4.1. Aanvraag 326 4.2. Ambtshalve onderzoek 326 4.2.1. Bij het bereiken van de door de reglementering vooropgestelde leeftijd 326 4.2.2. Herziening bij vaststelling van bepaalde feiten 326 4.2.3. Jaarlijkse vermindering van de verkoopwaarde ingevolge verleving 327 5. Overgangsbepalingen 328 5.1. Principe 328 5.2. Toegekende bedragen 328 5.3. Uitgesloten van vergelijking 329 5.4. Vraag tot herziening gewaarborgd inkomen 329 5.5. Ambtshalve onderwerping IGO bij wijze van sanctie 329 5.6. Feitelijk gescheiden echtgenoten 329 6. Betaling 330 7. Betwistingen 330 26 Kluwer
INHOUDSTAFEL Hoofdstuk 7 Raming van het pensioen 1. Algemene regeling 331 1.1. In afwachting van uw 55ste verjaardag 331 1.2. Op uw 55ste verjaardag (tijdens de daaropvolgende maand) 332 1.3. Na uw 55ste verjaardag 332 2. Regeling per statuut 333 2.1. Werknemers 333 2.2. Zelfstandigen 334 2.3. Ambtenaren 334 Hoofdstuk 8 Ombudsdienst pensioenen 1. Inleiding 335 2. Inrichting en samenstelling 335 3. Taken 336 4. Procedure 336 4.1. Wie kan een klacht indienen? 336 4.2. Voorwerp van de klacht 337 4.3. Weigering om een klacht te behandelen 337 5. Behandeling van de klacht 338 6. Verslag van de Ombudsdienst 338 Hoofdstuk 9 Wetteksten: chronologisch register 1. Werknemers 339 2. Zelfstandigen 363 Kluwer 27
3. Openbare sector 374 4. Gewaarborgd inkomen 377 5. Inkomensgarantie voor ouderen 380 Nuttige adressen 1. Betalingsdienst 383 2. Provinciale en gewestelijke toekenningsdiensten 383 2.1. Werknemers en inkomensgarantie voor ouderen 383 2.2. Zelfstandigen 384 3. Inlichtingsbureaus van het openbare ambt 386 4. Socialeverzekeringsfondsen 389 Trefwoordenregister 393 28 Kluwer