Wat leer ik in groep. 3 Op deze kaart staat in het kort beschreven wat uw kind leert in groep 3. Per vakgebied zijn de belangrijkste doelen en/ of onderdelen beschreven. Op die manier kunt u zich een beeld vormen van de leerstof van groep 3 en misschien kunt u er thuis wel eens op aansluiten! TAAL- LEZEN In groep 3 zal uw kind leren lezen. Thuis zult u dit ook merken! Misschien herkent uw zoon of dochter tijdens het eten opeens de p op de pot met pindakaas. U kunt dit thuis ook stimuleren als u kind dat leuk vind. U kunt bijvoorbeeld op straat of in de stad naar de letter m zoeken. Op school krijgt uw kind letters en woorden per kern aangeboden. Na kern 6 zijn alle letters aangeboden. Daarna wordt het belangrijker dat uw kind de letters snel herkent en steeds moeilijker woorden leert lezen. Op school gebruiken we hiervoor de methode veilig leren lezen. Op de website kunt u ook nog meer tips vinden voor ouders. U vindt hier per kern ook leuke spelletjes om thuis te oefenen! http://www.veiliglerenlezen.nl/web/voor-ouders/dit-leert-uw-kind.htm Hieronder vindt u welke letters per kern aan bod komen. KERN 1: IK - MAAN - ROOS - VIS In deze kern leert uw kind: Letters: m - r - v - i - s - aa - p - e Woorden: ik - maan - roos - vis - sok aan pen - en Aan de hand van deze woorden leert uw kind de letters. Deze letters spreekt uw kind uit met hun klank, dus niet met de alfabetnaam van de letters. Uw kind zegt dus mmmmm en rrrrr in plaats van 'em' en 'er'. Het is heel belangrijk dat u dat ook doet! KERN 2: TEEN - EEN - NEUS - BUIK - OOG In deze kern leert uw kind: Letters: t n b oo ee Woorden: teen - een - neus - buik - oog De letters i - m - r - v - s aa - p e zijn bekende letters geworden. De letters t ee - n b oo komen daarbij met behulp van de woorden: teen, een, neus, buik, oog. Deze woorden passen bij het thema: Mijn lijf. Uw kind krijgt deze woorden aangeboden met behulp van een verhaal dat verteld wordt aan de hand van een reuzenboek. In dat verhaal moeten 2 kinderen naar zwemles, maar door een ongelukje komen ze daar niet terecht. KERN 3: DOOS-POES-KOEK-IJS In deze kern leert uw kind: Letters: d - oe - k - ij - z Woorden: doos, poes, koek, ijs, zeep Herhaling van de letters van kern 1 en 2 In groep 3 wordt de leesontwikkeling van uw kind goed gevolgd. Na elke kern volgt een controletaak. Na kern 3 (eind november) is er de herfstsignalering. Bij de herfstsignalering wordt getoetst hoe uw kind de eerste letters heeft opgepakt. Op deze manier kan er al vroeg worden ingegrepen wanneer de leesontwikkeling anders verloopt dan verwacht.
KERN 4: HUIS-WEG-BOS-TAK-HUT In deze kern leert uw kind: Letters: h - w - o - a - u Woorden: huis, weg, bos, tak, hut KERN 5: REUS-JAS-RIEM-BIJL In deze kern leert uw kind: Letters: eu - j - ie - l - ou - uu Woorden: reus, jas, riem, bijl, hout, vuur KERN 6: GEIT-PAUW-DUIF-EI In deze kern leert uw kind: Letters: g - ui - au - f - ei Woorden: geit, pauw, duif, ei Na kern 6 (eind januari) is er weer een toetsmoment, de wintersignalering. Ook zullen er rond deze periode Cito-toetsen worden afgenomen, zoals spelling, de DMT (woordjes lezen in een minuut) en Avi (teksten lezen). KERN 7: SCH-WOORDEN EN NG-WOORDEN n deze kern leert uw kind: Letters: hoofdletters Woorden: 'sch'-woorden, woorden met de 'ng'-klank Alle letters compleet! KERN 8: BANK - LICHT In deze kern leert uw kind: Woorden: bank en licht Na kern 8 ( half april) is de lentesignalering. KERN 9: BEDOEL - VERHAAL - GEZIN Dit leert uw kind in deze kern: Uw kind maakt kennis met steeds meer nieuwe lettercombinaties. Aai, ooi, oei komen voor in eenvoudige woorden als kraai, kooi, groei. KERN 10: MOEDER-GELUK-EERLIJK In deze kern leert uw kind: vooral woorden met 2 lettergrepen KERN 11: VRAGEN, PRACHTIG EN APPELMOES In deze kern leert uw kind: Woorden met 2 en 3 lettergrepen In kern 11 wordt verder geoefend met woorden waarvan de eerste lettergreep een open lettergreep is, maar nu beginnen de woorden met een cluster. Het gaat om woorden als: vragen, spelen, schotel, sturen. Ook komen tweelettergrepige woorden voor die eindigen op lijk, tig, of ing, zoals moeilijk, prachtig, koning. En er wordt een begin gemaakt met eenvoudige drielettergrepige woorden zoals appelmoes, vuilnisbak en blokkendoos. Na kern 11 (eind juni) is de eindsignalering. In deze periode zullen er ook weer Citotoetsen worden afgenomen. KERN 12: DE BASIS IS GELEGD In deze laatste kern: is de basis voor vlot leren lezen gelegd. Kinderen zijn begonnen met het leren van letters, het lezen van eenvoudige eenlettergrepige woorden en zijn gegroeid naar het lezen van meerlettergrepige woorden. Kinderen kunnen nu verder werken aan het verbeteren van hun leesvaardigheid tot het niveau waarop wij als volwassenen lezen. Die weg naar het uiteindelijke leesniveau is opgedeeld in stappen, die herkenbaar zijn als avi-niveaus. Aan het einde van groep 3 zijn de meeste kinderen in staat om teksten te lezen op het niveau van avi E3. 2
Tips: Wat kunt u thuis doen? We hopen natuurlijk dat de leesontwikkeling van uw kind goed verloopt. We hopen dat kinderen ontzettend veel plezier in lezen ontwikkelen! Sommige kinderen hebben hiervoor wat meer tijd of oefening nodig dan andere kinderen. Kinderen zijn verschillend en ontwikkelen zich ook verschillend. Als de leerkracht zich zorgen maakt zal ze dat met u bespreken. Ook als er op school of thuis hulp geboden moet worden. Als u thuis ook iets wilt doen, dan is het goed om te laten merken dat u zelf plezier heeft in lezen en dat u veel met uw kind samen leest, als een gezellig moment! Samen lezen is heel belangrijk, het liefst een kwartiertje per dag! Legt u ook de nadruk op wat er al goed gaat en zegt u moeilijk woorden gerust voor. Het kan ook helpen als u eerst een stukje voorleest en daarna samen met uw kind het stukje nog eens leest. Ook voorlezen blijft heel belangrijk, voor het leesplezier, maar ook voor de ontwikkeling van de woordenschat. Het stellen van vragen over het verhaal; voor- tijdens het lezen na het lezen helpt bij de voorbereiding van begrijpend lezen! U kunt bijvoorbeeld vragen stellen zoals: Zou jij zoiets mee willen maken? Wie vind je het leukst/liefst/onaardigst in het verhaal? Wie zou een vriend/vriendin van jou kunnen zijn? Dit soort vragen doen een beroep op leesbeleving en zullen uw kind wellicht stimuleren om zelf verhalen te willen lezen. En dat is belangrijk, immers, kinderen die veel lezen in boeken en ander leesmateriaal dat ze zelf gekozen hebben, gaan ook beter lezen. Zo snijdt het mes aan twee kanten: je beleeft er plezier aan en je leesvaardigheid groeit. Ook is het belangrijk om in de vakanties te blijven lezen, anders zakt in deze weken de leesontwikkeling gemakkelijk terug. Heeft u vragen over de ontwikkeling van uw kind of hoe u thuis kunt helpen, vraagt u het dan gerust aan de leerkracht! REKENEN In groep 3 staat het leren rekenen tot en met 100 centraal. Hierbij is het automatiseren erg belangrijk. De sommen tot en met 10 en 20 worden als eerste geautomatiseerd. Automatiseren betekent dat uw kind de sommen direct weet en ze niet meer hoeft uit te rekenen. Als de getallen groter worden is dit erg belangrijk, ook voorkomt automatiseren dat uw kind fouten maakt. 3
Als u thuis ook iets wilt doen zijn bijvoorbeeld spelletjes met een twee dobbelstenen heel geschikt. Uw kind maakt op die manier spelenderwijs steeds rekensommetjes en leert ook de 5- structuur! Ook kunt u spelenderwijs sommetjes maken zoals ; hoeveel soepkommen moeten er nog op tafel? Wilt u meer weten over wat en op welke manier de kinderen de sommen leren, neemt u dan ook eens een kijkje op deze website: http://www.malmberg.nl/basisonderwijs/methodes/rekenen/dewereld-in-getallen/leerlijnenoverzicht/leerlijnen.htm Elk hoofdstuk is er ook aandacht voor het automatiseren en herhalen van eerder aangeboden sommen. In elk blok komt ook meetkunde en ruimtelijk inzicht aan de orde, zoals bouwsels, positiebepalen e.d. De belangrijkste nieuwe dingen die uw kind leert per blok: BLOK 1 EN 2A ( TOT HALF NOVEMBER) Centraal staan in deze periode de getallen tot en met 20. De kinderen herkennen de getallen tot en met 20, kunnen ze op de getallenlijn plaatsen en kunnen splitsen tot en met 20. De kinderen leren de getallen tot en met 10 te schrijven. De kinderen leren te tellen met sprongen van 2. De kinderen leren de getallen tot en met 10 te splitsen. De kinderen leren de dagen van de week en begrippen zoals meer en minder. De kinderen leren sommen tot en met 10. De kinderen leren meten met begrippen; groot of klein en hoog of laag. De kinderen leren een route te beschrijven. BLOK 3 EN 4A ( TOT BEGIN FEBRUARI) Centraal staan in deze periode de getallen tot en met 40. De kinderen kunnen tellen tot en met 40 en de getallen plaatsen op de getallenlijn. De kinderen kunnen tientallen en eenheden samenvoegen. De kinderen leren geld betalen met 1, 2, 5 en 10 euro. De kinderen leren klokkijken met de hele uren. De kinderen leren meten met omtrekken en oppervlakten. BLOK 1 EN 2 B ( TOT DE MEIVAKANTIE) Centraal staan in deze periode de getallen tot en met 60. De kinderen kunnen tellen tot en met 60 en de getallen plaatsen op de getallenlijn. De kinderen leren betalen met 1, 2, 5 en 10 euro en aanvullen tot 10 en 20 euro. Tellen met sprongen van 5. Even en oneven getallen. Dubbelen BLOK 3 EN 4B (TOT DE ZOMERVAKANTIE) Centraal staan in deze periode de getallen tot en met 100. De kinderen kunnen tellen tot en met 100 en de getallen plaatsen op de getallenlijn. De kinderen leren tellen met sprongen van 2 en 5 De kinderen leren de maanden van het jaar. De kinderen leren rekenen met geld met de munten van 10, 20 en 50 cent 4
WERELDORIËMTATIE In groep 3 worden de zaakvakken(aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs) thematisch aangeboden. Vaak probeert de leerkracht de onderwerpen te laten aansluiten bij de seizoenen, de belevingswereld van de kinderen of de thema s van veilig leren lezen. Voor natuur wordt dit jaar in ieder geval aangeboden Natuur; veranderingen in de jaargetijden Eigen lichaam Geluid Ontwikkeling van dieren Het weer Verschillende voertuigen SOCIALE VAARDIGHEDEN EN EXPRESSIE Onder expressie verstaan we tekenen, handvaardigheid, muziek, dans en drama. We hebben hiervoor de methode moet je doen. De leerkrachten maken hieruit een keuze of zoeken activiteiten die aansluiten bij thema s vanuit andere vakgebieden. Voor sociale vaardigheden hebben we de methode kanjertraining. Het belangrijkste doel is dat een kind positief over zichzelf en een ander leert denken. De Kanjertraining geeft kinderen handvatten in sociale situaties en daardoor komt tijd en energie vrij. Binnen de Kanjertraining worden kinderen geconfronteerd met de gevolgen van hun gedrag. Deze informatie krijgen ze van hun klasgenoten en indien nodig van de leerkrachten. Het principe van de Kanjertraining bestaat uit het bewust worden van vier manieren van reageren. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van vier typetjes: Pestvogel (zwarte pet): Uitdager, bazig, hork, pester. Het zwarte petten gedrag denkt goed over zichzelf, maar niet goed over een ander. Aap (rode pet): Grapjurk, uitslover, meeloper, aansteller, malloot. Het rode petten gedrag denkt niet goed over zichzelf, maar ook niet goed over een ander. Konijn (gele petten gedrag): Te bang, vermijdend, faalangstig en stil. Het gele petten gedrag denkt slecht over zichzelf en goed over een ander. 5
Tijger (witte pet):, gewoon, normaal, te vertrouwen, aanspreekbaar op gedrag. Het witte petten gedrag denkt goed over zichzelf en de ander. Tijdens de Kanjertraining staan vijf afspraken centraal: - We vertrouwen elkaar. - We helpen elkaar. - Niemand speelt de baas. - Niemand lacht uit. - Niemand doet zielig. HOE LEREN WE KINDEREN OM TE GAAN MET PESTVOGELS? Uitschelden, Reactiemogelijkheden Ik doe daarom als een tijger. De pestvogel scheldt mij uit. Ik zeg: Nou en!.en loop weg. Ik gebruik mentale judotechniek. Dat doe ik door niet tegen te spreken maar te denken: als jij dat wil zeggen, ga je gang, maar ik heb geen zin om hiernaar te luisteren. Ik haal mijn schouders op en laat de pestvogels en de aapjes kletsen. Ik weet dat de pestvogel en het aapje altijd ruzie willen, omdat ze stoer willen doen of grappig willen zijn. Daarom ga ik het winnen. De aapjes en pestvogels krijgen hun zin niet. Ik laat mij niet uitdagen. Ze zijn niet wijzer. Vals beschuldigen, spullen afpakken, schoppen, slaan, duwen, voordringen, bedreigen en de baas spelen. Reactiemogelijkheden: Ik let op mijn gevoel: ruziemaken is vervelend. Ik denk na wat ik wel en niet wil. Ik vraag of de pestvogel wil stoppen, want ik vind dit niet leuk. En ik loop weg. Als de pestvogel doorgaat, roep ik de hulp in van de leerkracht. Deze zorgt voor een passende straf voor de pestvogel en licht desgewenst de ouders van de pestvogel in. In de kanjertraining wordt vaak gevraagd: is het jouw bedoeling om.jouw moeder teleurgesteld te krijgen.de juf kwaad te maken..deze jongen verdrietig te maken? Als het kind antwoordt dat het zijn bedoeling is kan het antwoord zijn: Dat is dan gelukt, maar dan heb je een probleem, het wordt niet geaccepteerd. Kinderen willen niet met je spelen als je je zo gedraagt. Als je iedereen dwars wil zitten ben je op de goede weg. Antwoordt het kind dat het niet zijn bedoeling is, dan 6
antwoorden we: Doe dan anders! Het kind krijgt dan tips van de andere kinderen en eventueel van de leerkracht over de manier waarop hij dat kan aanpakken. De Kanjertraining probeert elk kind in te laten zien dat het beter en prettiger is voor jezelf en voor een ander om je goed te gedragen. Iedereen wil toch een kanjer zijn! 7