Sector Bewoners deelgemeente HOOGVLIET Besluitnummer: EV11.047 Uw kenmerk: Ons kenmerk: #219862 [219120] Aantal bijlagen: - Betreft: Evenementenvergunning Stichting Welzijn Hoogvliet, LCC de Zevensprong t.a.v. Mevr M. de Vries Mosoelstraat 20 3193 EL Hoogvliet Inlichtingen: J. Rouwet Telefoon: (010) 4726537 E-mail: info@hoogv!iet.rotterdam.nl Fax: 010 4165322 Datum: 29JUL20lf ARCHIEF De burgemeester van Rotterdam; gezien het verzoek van mevrouw M. de Vries namens Stichting Welzijn Hoogvliet, LCC de Zevensprong om vergunning te verlenen voor het organiseren van een Lustrumfeest op het plein aan de Mosoelstraat te Hoogvliet op 10 september 2011 van 10:00 uur tot 16:00 uur; op grond van besluit mandaat, volmacht en machtiging burgemeester 2008 (MVMB); besluit: I. aan SWH, LCC de Zevensprong, de gevraagde vergunning te verlenen; II. aan deze vergunning de volgende voorschriften te verbinden: Milieu Vergunninghouder dient er voor te zorgen, dat direct na afloop van de activiteiten de in gebruik genomen grondoppervlakten geheel ontruimd en gezuiverd van eventueel achtergebleven afval worden opgeleverd; indien het verwijderen van het afval niet in eigen beheer kan geschieden, dient tijdig contact met de ROTEB afdeling Hoogvliet, tel. 0800-1545 te worden opgenomen; de kosten van eventueel door de ROTEB te verrichten diensten zijn voor rekening van vergunninghouder; zorgen voor voldoende afvalbakken om zwerfvuil te voorkomen; ingeval er afvalwater geloosd wordt, dient een aparte vergunning voor een tijdelijke hulsaansluiting te worden aangevraagd. Dit verzoek dient u te richten aan de dienst van Gemeentewerken, afdeling Waterhuishouding, postbus 6633, 3002 AP Rotterdam, tel. 010-4320733; Geluid en muziek de te gebruiken geluidsapparatuur voor het versterken van de menselijke stem en het ten gehore brengen van muziek dient qua sterkte zodanig te zijn afgesteld, dat geen geluidshinder voor de omgeving wordt veroorzaakt; indien van dergelijke geluidshinder mocht blijken. Is de politie bevoegd de Bij beantwoording a.u.b. het kenmerk vermelden Bezoekadres: Middenbaan-noord 47, 3191 EM Hoogvliet Postadres: Postbus 600, 3190 AN Hoogvliet T 010 4726666 F 010 4165322 httd://wwwhqoqvliet.nl infojsjhoogvliet. rotterdam.nl ABN AMRO rek. nr. 64.45.11,915 IBAN NL11ABNA0644511915 BIC ABNANL2A
Kenmerk: #219862 [219120] Betreft: Evenementenvergunning Pagina: 2/4 geluidsuitzending te doen onderbreken en een verminderd geluidsniveau aan te geven, dan wel-in geval van herhaling- voortijdig te doen beëindigen; uiterlijk om 23.00 uur dient de muziek te worden beëindigd; i.v.m. de Zondagswet mag muziek op zondag ten gehore gebracht worden vanaf 13.00 uur. Voorts mag het geluid niet verder hoorbaar zijn dan op een afstand van 200 meter vanaf de geluidsbron; Algemeen Indien ten behoeve van dé plaatsing van podia, e.d. bestratingmateriaal dient te worden uitgebroken dient dit vanwege vergunninghouder terstond na verwijdering van de objecten zorgvuldig te worden teruggeplaatst; indien nodig zal de bestrating door de dienst van Gemeentewerken worden hersteld,doch voor rekening van vergunninghouder; elektriciteitskabels dienen zodanig te zijn bevestigd, dat niemanddaamriede in aanraking kan komen, dan wel daarover struikelen; de standplaats van de kramen, podia, etc. dient zodanig te worden gekozen dat de bereikbaarheid van winkels, woningen, horecabedrijven, straatverkooppunten e.d. niet wordt belemmerd en tevens zodanig dat voor voetgangers voldoende ruimte vrij blijft om te kunnen passeren; onverminderd het vorenstaande dient de standplaats zodanig te zijn dat eventueel ter plaatse aanwezige brandkranen en brandputten voor de brandweer direct toegankelijk blijven; het terrein c.q, de openbare weg dient na afloop geheel ontruimd en in behoorlijke staat te worden opgeleverd; bewoners van nabij gelegen woningen en t>edrijven dienen tevoren te worden ingelicht over het te houden evenement; vergunninghouder dient tijdens het evenement ter plaatse aanwezig en aanspreekbaar te zijn; dit schrijven dient tijdens de duur van het evenement aanwezig Ie zijn en op verzoek van de met controle belaste ambtenaren worden getoond; het niet opvolgen van deze aanwijzingen kan leiden tot intrekking van deze toestemming; indien vergunninghouder zich niet aan de gestelde voorschriften houdt, zal een eventuele volgende aanvraag vooreen vergunning tot het houden van festiviteiten niet worden gehonoreerd; vergunninghouder is aansprakelijk voor schade die tengevolge van het gebruikmaken van deze vergunning aan eigendom van de (deel)gemeente of van anderen mocht worden toegebracht en moet de gemeente vrijwaren voor eventuele schadeaanspraak van derden; eventuele nadere aanwijzingen van de politie, gegeven in het belang van de openbare orde often behoeve van het (voetgangers)verkeer, en/of van andere betrokken gemeentelijke instanties vanuit hun taak, dienen te worden nagekomen; in geval commerciële reclame wordt gemaakt kan de Verordening Reclame Belasting 1996van toepassing zijn; voor het gebruik van de openbare grond is de Verordening Precariobelasling en Rechten 1996van toepassing. Een aanslag kan worden opgelegd; bij het plaatsen van een tent dient een verklaring ingevolge de Brandbeveiligingsverordening bijde Brandweer te worden aangevraagd; voor het plaatsen van bewegwijzering borden buiten het grondgebied van de deelgemeente Hoogvliet dient u contact op te nemen met de betreffende gemeenten;
Kenmerk: #219862[219120] Betreft: Evenementenvergunning Pagina: 3 / 4 Braderieën Bij braderieën gelden naast bovenvermelde voorschriften de volgende bijzondere voorschriften: Verkoop van artikelen isalleen toegestaan voor de in de betreffende winkelstraat gevestigde winkeliers en standplaatshouders; de aangeboden artikelen moeten uitsluitend behoren tot het assortiment, dat de desbetreffende winkelier/standplaatshouder In zijn/haar winkel/standplaats verkoopt; de deelnemende winkelier dient de straatverkoop of zelf te bedrijven of deze te laten bedrijven door bij zijn winkelverkoop betrokken personeel; onderverhuring c.q. -verpachting van braderie-standplaats is verboden; van buiten komende deelnemers mogen alleen bijzondere artikelen, zoals handwerkproducten van de zogenaamde oude ambachten, poffertjes, wafels e.d. verkopen voor zover deze vallen buiten het assortiment van de ter plaatse gevestigde winkeliers en standplaatshouders. Door van buiten komende deelnemers mogen evenmin auto's, caravans, boten e.d. in de braderie worden opgenomen; de vergunninghouder dient erop te letten, dat ten opzichte van vergunninghouders van een vaste standplaats oneigenlijke concurrentie wordtvenmeden; standwerken - waaronder niet het demonstreren van artikelen - is niet toegestaan; verkoop mag slechts plaatshebben gedurende de uren waarop de winkels geopend mogen zijn; de voorzijde van een kraam dient ten hoogste 8 meter van de achterliggende bebouwing verwijderd te zijn, tussen de achterzijde van de standplaats en de achterliggende bebouwing dient een strook van tenminste 1 meter breed te worden vrijgehouden, terwijl voor de kramen een rijbaan van tenminste 4 meter breed en 4.20 meter hoog beschikbaar dient te zijn. De kosten van deze vergunning bedragen 6,60, u wordt verzocht dit bedrag over te maken op rekeningnummer 64.45.11.915 ten name van Deelgemeente Hoogvliet, Middenbaan-noord 47, 3191 EM Hoogvliet, onder vermelding van kenmerk: #219862. De burgemeester van Rotterdam. Namens deze, Hoogachtend, de secretaris van de deelgemeente Hoogvliet, Bezwaaimogelijkheid Belanghebbenden, waartoe uin elk geval kunt worden gerekend, kunnen tegen dit bestuit binnen zes weken na de datum van verzending ervan een bezwaarschrift indienen bij het dagelijks bestuur van de Deelgemeente Hoogvliet.
Kenmerk: #219862[219120] Betreft: Evenementenvergunning Pagina: 4 / 4 Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en bevat ten minste de gronden van het bezwaar, de naam en het adres van de indiener, de dagtekening en een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt. Het iswenselijk tevens een kopie van dit besluit mee te zenden. Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar: Dagelijks Bestuur Deelgemeente Hoogvliet p/a Juridische Diensten Rotterdam Postbus 1011, 3000 BA Rotterdam Faxnummer Juridische Diensten Rotterdam; 010-2676222 Bijlage: - Bijlage 1; - bijlage 2; - bijlage 3; - bijlage5; - bijlage 10; - bijlage 14. CC: - ROTEB Hoogvliet; - Gemeentewerf Hoogvliet; - Politie Hoogvliet, Centrale Administratie; - Stadstoezicht; - Brandweer.
J i. ' / yeiiigheidsregëo Rotterdam-Rijnmond Brandweervoonwaardenbehorendbij de APV vergunning BIJLAGE 1 Vrijhouden van terrein gedeelten en bereikbaarheid 1.1 Afhankelijk van de aard en omvang van het evenement moet ten behoeve van de hulpverlenende diensten, naast de reguliere toegang, één of meerdere toe- of (nood)uitgangen tot het terrein aanwezig zijn. Dit ter beoordeling en goedkeuring van het bevoegd gezag. 1.2 De opstelling van alle tijdelijke inrichtingen op het terrein dient zodanig te zijn, dat alle inrichtingen door de hulpverlenende diensten onbelemmerd bereikt kunnen worden. 1.3 De bij het bouvw\/erk behorende brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden voor blusvoertuigen, en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt. 1.4 Indien het terrein (tijdelijk) is afgesloten dient duidelijk de (brandweer- )lngang te zijn aangegeven en het toegangshek snel door de brandweer te openen zijn met het door de brandweer in gebruik zijnde sleutelsysteem, dan wel door een (eventueel aanwezige) bewaking geopend te worden. 1.5 Een (tijdelijk) bouwwerk/tent is tot op ten minste 40 meter door hulpverleningsvoertuigen onbelemmerd te benaderen. 1.6 Indien de toegang van een (tijdelijk) bouwwerk/tent meer dan 40 meter is verwijderd van een openbare weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang en het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor de hulpdiensten, tenzij de aard, de ligging en het gebruik van het bouwwerk/de inrichting dat niet vereisen. 1.7 Een geschikte verbindingsweg moet: a. een breedte hebben van ten minste 3,5 meter (opstelplaats redvoertuig 4,5 tot 6 meter) en over een breedte van ten minste 3,25 meter zijn verhard of eventueel 3 meter indien langs beide kanten van de rijbaan sprake is van een obstakelvrije ruimte van 0,40 meter breed; b. een vrije hoogte boven de kruin van de weg hebben van ten minste 4,20 meter; c. zijn verhard op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kgen zijn voorzien van de nodige kunstwerken. 1.8 Een geschikte opstelplaats voor een brandweervoertuig moet verhard zijn op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een asbelasting van 10 ton (lookn) en een totaalgewicht van 15 ton. 1.9 Auto's, trekkers, aanhangwagens en aggregaten e.d. mogen op het terrein van de inrichting uitsluitend zijn opgesteld op een door het bevoegd gezag goedgekeurde tekening.
Toelichting: 1.1 Dit betekent tegelijkertijd dat de aanwezige personen in principe in twee richtingen kunnen vluchten en dus bij een calamiteitaltijd een ontvluchtingsmogelijkheid hebben. 1.2 Zo moeten op het bij het bouwwerk behorende terrein / op het terrein van de inrichting moeten de beplanting, de parkeerplaatsen, de laad- en losplaatsen en plaatsen waar goederen en afvallen worden opgeslagen of gedeponeerd, zodanig zijn gelegen dat bij brand het oprijden en opstellen van de voertuigen en andere hulpmiddelen van de brandweer niet worden bemoeilijkt of belemmerd. 1.3 De maatstaf (NVBR) voor de vrije ruimte rond een brandkraan is een straal van 1,80m. De maatstaf (NVBR) voor de afstand tussen een brandkraan en een droge blusleiding is 45m waarbij de horizontale afstand tussen de opstelplaats van het blusvoertuig en de waterwinplaats niet meer dan 5m mag bedragen. Ook eventuele brandkraanbordjes moeten zichtbaar blijven. 1.4 Voorkomen moetwonden dat bij een calamiteit de brandweer in haar opkomst gehinderd wordt door afgesloten hekwerken en/of slagbomen. Om dit te voorkomen zullen in overieg met de brandweer passende voorzieningen moeten worden getroffen. Het snel kunnen openen betekent dat de vertraging als gevolg van het moeten openen van het hekwerk maximaal 30 seconden bedraagt. 1.5 Een groep van kleine tenten van 1000m^ dient als totaal tot op 40 meter benaderd te kunnen worden en dus niet elke individuele tent (Handreiking Brandveiligheid Kampeerterreinen NVBR). 1.6 Met name ziekenauto's en brandweerauto's moeten inverband met de te verrichte taken een object tot op maximaal 40 meter kunnen benaderen. Dit betreft niet alleen gebouwen, maar ook bepaalde bouwwerken, die geen gebouw zijn, zoals de tribunes van sportvelden, of afgebakende locatie, zoals een evenemententerrein. 1.7 De maat voor de verbindingsweg van 3,5 meter is en de maat voor de rijloper afkomstig is afkomstig uit bijlage 2 van de 'Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid' NVBR, 2003. Tevens wordt hierin gesteld dat bochten minimaal een buitenstraal van lom en een binnenstraat van 4,5m dienen te hebben. Deze handleiding is te bestellen bij de NVBR (www.nvbr.nl. tel. 026-3552455, fax 026-3515051 ). Met 'kunstweri^en' zijn bedoeld bouwwerken waarvoor andere materialen dan aarde en zand gebruikt zijn, zoals bij sluizen, viaducten enz. 1.8 De gewichten zijn gebaseerd op een opstelplaats voor een tankautospuit volgens bijlage 2 van de 'Handleiding Bluswatervoorziening en bereikbaarheid' van de NVBR. Daarbij is het uitgangspunt dat bij evenementen doorgaans een brandweerinzet met tankautospuit(en) wordt gedaan. Het bepalen van opstelplaatsen voor een evenement is maatwerk. De brandweer bepaalt deze afhankelijk van de situatie ter plekke. Daarbij zal medebepalend zijn of een opstelplaats geschikt is voor een tankautospuit en of een doeltreffende verbinding tussen de tankautospuiten de bluswatervoorziening kan worden gelegd. Uiteraard dient
maatwerk te worden toegepastalshet evenementdeinzet van een redvoertuig zou kunnen vereisen (bijv.reuzenrado.ld.).
I V/eiÜaheid-^reaïc Rotterdam-Rijnmond Brandweervoonwaardenbehorend bij de APV vergunning BIJLAGE 2 Tenten 2.1 De loopafstand in de tent naar de dichtstbijzijnde uitgang bedraagt maximaal 30 meter. 2.2 Tentdoek moet bestaan uit materiaal, waarvan de bijdrage tot brandvoortplanting overeenkomt zoals aangegeven in de NTA 8020-40:2006. 2.3 In tenten gebruikte vloeren en trappen moeten bestaan uit materiaalin klasse T3 volgens NEN 1775. 2.4 Op verzoek van de toezichthouder dient een rapport overgelegd te worden waaruit blijkt dat de In 2.1 en 2.2 bedoelde materialen overeen komen met de geëiste brandklasse. 2.5 De afstand tussen een tent en een ander bouwwerk moet ten minste 5 meter bedragen of er moet een wbdbo van ten minste 30 minuten aanwezig zijn tussen de tent en het bouwwerk. Bij risicovolle objecten moet de afstand ten minste 10 meter zijn, of een wbdbo van ten minste 60 minuten bezitten. Indien de gezamenlijke oppervlakte van een tent en een ander bouwwerk minder dan 1000 m^ bedraagt, mag een tent tegen dat bouwwerk zijn geplaatst, mits dit geen afbreuk doet aan de vluchtmogelijkheden en de erfgrens niet overschrijdt. 2.6 De tuien van de tent moeten zodanig zijn aangebracht dat de vluchtwegen en uitgangen hierdoor op geen enkele wijze worden belemmerd. Toelichting: Toelichting: 2.1 Vanaf de toegang van de tent dienen personen uitte komen in de buitenlucht of In een ander rookcompartiment te worden bereikt. De loopafstand van 30 meter is overeenkomstig het Bouwbesluit 2003 bij de hoogste bezettingsgraad. 2.2 Volgens de NTA 8020-40:2006 (Evenementen - Brandvoortplanting en rookproductie van zeildoek) moet een tentzeil ten minste voldoen aan de volgende brandvoortplantingsklassen. Tabel 2.1:brandklassen tentzeii cf.nta8020-40:2006 Norm Klasse Herkomst Druppelvorming 1 NEN 6065 NEN-EN 13501-1 DIN 1402-1 NF P92-503 2 B BI M^ Nederland Europa Duitsland Frankrijk Geen eisen 3 klassen: d0,d1,d2 Moet vermeld worden in rapport (brennendes Abtropfen) Moet vermeld worden in rapport
Indien het zeildoek niet voldoet aan de geëiste brandklasse of Indien niet kan worden aangetoond dat het zeildoek voldoet aan de geëiste brandklasse (zie art. 2.3) dan is automatisch de aanname dat het zeildoek slechts voldoet aan brandklasse 4. 2.4 Ten einde de tent toch te mogerr gebruiken zal voorzien moeten worden In eengelijkwaardige oplossing. Deze gelijkwaardige oplossing kan bestaan uit de volgende elementen: a. Vermeerderen van de uitgangsbreedte; b. Kortere loopafstanden; c. Rookverbod. Uiteraard zal de gelijkwaardige oplossing voor het specifieke geval als maatwerk moeten worden gevonden. Dit kan ook een buitenlands rapport zijn, mits een Nederiandse vertaling beschikbaar wordt gesteld. In de onderstaande tabel is aangegeven welke soorten brandvoortplantingsklassen voorkomen per Europees land (Bron: TNO). Tabel 2.3; in het buitenland gebruikte brandklassen Geen Minder Bijdrage tot brandvoortplanting Bijna geen Nog minder Minder hoog Hoge Europeese landen Oostenrijk (AUT) België (BEL) Finland (FIN) Frankrijk (FRA) Duitsland (GER) Ierland (IRE) Italië (ITA) Nederland (NED) Noorwegen (NO) Portugal (PORT) SK Spanie (SPA) Zweden (SWE) United Kingdom(UK) Verenigde Staten (USA) A1 A AO 1/1 MO A1 0 NO NC In1 MO A MO 1 0 NC A2 A A1 1/1 M1 A2 0 0 1 Inl MO B MO 1 0 - B BI A2 1/1 M1 BI 0/1 1 2 In1 M^ B Ml 1 0-1 A C BI A3-A4 1/11 M^ B2 1 2 3 In2 W B M= II 1 6 D B2 A3-A4 1/- M' B2 3 3 4 In2 M4 02 M' 111 3 G E 83 A4 U M4 83 4 4 5 U M4 03 M4 U 4 - NC = er is geen brandvoortplantingsklasse voor. 2.5 Het beheersbaar houden van een brand heeft betrekking op het beperken van gevaar, schade en hinder voor de omgeving en op het beperken van de materiële schade voor de organisator van het evenement. Om een brand beheersbaar te houden bij een evenement kunnen de volgende methoden worden toegepast: a. tenten op een bepaalde afstand van een bouwwerk plaatsen; b. brandwerende constructies plaatsen tussen tenten en bouwwerk. De bedoelde vluchtmogelijkheden hebben betrekking op de loopafstanden, de materiaalklasse In een van rook gevrijwaarde vluchtroute e.d. De hoofdregel van dit artikel Is dus dat de afstand tussen een tent en een ander bouwwerk ten minste 5 meter moet bedragen (of een WBDBO van ten minste 30 minuten).
Als het brandcompartiment (van tent en bouv^werk) minder Is dan 1.000 m^ dan mag de afstand minder dan 5 meter zijn (of geen WBDBO). Dit mag niet resulteren in belemmering van de vluchtmogelijkheden én de erfgrens mag niet worden overschreden. Doorgaans zal de aanvrager van het evenement de tent willen plaatsen bij een gebouw dat eigendom Is. Echter het kan voorkomen dat het gebouw van een andere eigenaar Is. In dat geval zal deze eigenaar om toestemming moeten worden gevraagd. Het advies Is dat de aanvrager in dit soort gevallen ook de verzekeraar van het gebouw raadpleegt. Een tweede uitzondering op de hoofdregel Is indien een risicovol object inde nabijheid is gelegen. In dat geval dient de afstand van het brandcompartiment (tent/bouv^/werk) tot het andere brandcompartiment (risicovolle bouwwerk) ten minste 10 meter te bedragen (of een WBDBO van ten minste 60 minuten). Het is ter bepaling van het bevoegd gezag of een object als risicovol moet worden beschouwd. Monumenten zijn In dit voorschrift niet aangewezen, omdat het afhankelijk Is van gemeentelijk beleid hoe met monumenten wordt omgegaan. Schematisch leidt voorschrift 2.5 tot een volgende situatie 1 = tent 2 = bouwwerk (1 en 2 zijn tezamen <1.000m^) 3 = risicovolbouwwerk
Veiügheidsregio Rotterdarn-Rrinmond Brandweervoorwaardenbehorendbij de APV vergunning BIJLAGE 3 Artikel 3 Uitgangen en vluchtroutes 3.1 Bij evenementen met grotere aantallen personen moeten de aanwezigen in principe In twee richtingen kunnen vluchten. 3.2 Er dient voldoende uitgangsbreedte voor de aanwezige personen aanwezig te zijn, d.w.z.: a. 1 meter uitgangsbreedte per 90 personen in geval de uitgangen bestaan uit tentdoek; b. 1 meter uitgangsbreedte per 135 personen in geval de uitgangen bestaan uit vaste deuren én er verder geen beperkende factoren voor het veilig vluchten aanwezig zijn. 3.3 Een deur in de vluchtroute wordt bij aanwezigheid van personen in het bouwwerk uitsluitend zodanig gesloten,dat de deur ten behoeve van deze personen van binnen uit ogenblikkelijk over de minimaal vereiste breedte kan worden geopend zonder dat hiertoe gebruik moet worden gemaakt van een sleutel of een ander los voorwerp. 3.4 Een deur die ineen vluchtroute ligt van een ruimte waarin meer dan 100 personen zullen verblijven en een deur In een doorgang of uitgang bestemd voor ontvluchting van meer dan 100 personen wordt niet anders gesloten dan door middel van a. een sluiting, waarbij de deur opengaat door een lichte druk tegen de deur, in de vluchtrichting gezien, b. een sluiting waarvan de bedieningsinrichting bestaat uit een op de deur, in de vluchtrichting gezien, op minimaal 1 meter en maximaal 1.10 boven de vloer, over de volle breedte van de deur aangebrachte stang, waarbij de deur opengaat door een lichte druk tegen deze stang (panieksluiting confonn de NEN-EN 1125). 3.5 Kabels welke op de grond liggen dienen beschermd te zijn en wel zodanig dat niet over de kabels gestruikeld kan worden, dan wel op enige wijze niet beschadigd kunnen worden. 3.6 De beloopbaarheid buiten de tent tot aan een door het bevoegd gezag nader te bepalen plaats moet zodanig zijn dat struikelen en vallen wordt voorkomen. Toelichting: 3.1 Het Handboek Evenementen Maken van de Vereniging van Evenementenmakers (WEM) stelt dat bij evenementen met grotere aantallen mensen In principe In twee richtingen moet kunnen vluchten. Engelse regelgeving neemt hiervoor een hoek van minimaal 45 tussen de twee uitgangen, gezien vanaf de vluchtende persoon. Het Bouwbesluit 2003 eist 5 meter afstand eist tussen verschillende nooduitgangen. Het is
logisch om bij een evenementin eeninrichtingniet het Bouwbesluit 2003 te hanteren, maar dit vlamaatwerkadequaatop te lossen. Het twee richtingeni n kunnen vluchtenis van toepassingop het vluchten uit de tent c.q. de Inrichting. Het vluchtenvan het terreinis geregeld via artikel 1.1 3.2Volgensde 'Handreiking voorgebruiksvergunningen'van VROM (2004) zal hetaantal personenper meter uitgangsbreedtesteedsmeer maatwerk worden.hetkan voorkomendat de berekening zelfs aangeeftdat er meer dan135 personenper meteruitgangsbreedteaanwezig zijn. Dit kan zonderdat dit strijdigis metbouwbesluit2003.de aanvragermoet dan aantonendat veilig vluchtenmogelijk is, andersis90personenper meter uitgangsbreedte het uitgangspunt. Echter voor tentenis hetbouwbesluit2003in principeniet van toepassing en wordt onverkortvastgehoudenaan de els van 90 personenper meter uitgangsbreedte, indien deuitgangenbestaan uit tentdoek.immers, uitgangenvan tentdoek bemoeilijken doorgaanshet vluchten.indien echtervaste deurenin het tentzeil worden geplaatst kan de redenering vanhetbouwbesluit 2003 c.q. de VROM-HandreikIng "Vluchtenbij brand" wordengevolgd, d.w.z. datin principe 135 personenper meter uitgangsbreedteworden toegelaten.uiteraardmits ergeenbeperkende factoren aanwezigzijn,bijv. een gebrekaan vrijeultstroommogelijkheid. De uitgangsbreedtevan tenten wordtgemeten op1.90 meter hoogte, waarbijdebreedte90 personenper 1 meter uitgangsbreedte isindien er geen vrije uitstroom is.de bepalingof er sprakeis van een vrijeuitstroom is situatleafhankelijk en tebepalenmet behulp van de tekeningenvan het evenemententerrein. Ter gedachtebepaling kan worden aangehouden dat geachtmag worden dat een vrijeuitstroom aanwezigis alsna de uitgang meer dan1,5 maal de breedte van deuitgang beschikbaar Is tothet aansluitend terrein en dathet aansluitendten^ein1,5 maal de omvang van deinrichtingdient tebedragen (hierbij dient deuitstroomrulmte te worden meegeteld). Voorbeeld hoe in een tent met zeildoekwanden Meetpuntuitgangsbreedte tent Ook een goede nooduitgang gemaakt kan worden 3.3 Doel van deze voorschriften Is te waarborgen dat deurenin vluchtroutes het vluchten bijbrand zomin mogelijk hinderen. In 4.1 ishet basisprincipe opgenomen. Alser mensen in een gebouw aanwezigzijn,dan mogen deuren die bijhet vluchten een rolspelenniet op slot zijn, zodat het niet noodzakelijk is een sleutel te gebruikenom het pand tekunnen veriaten. Ondersleutel wordt hier niet alleeneenbij een slot behorende sleutel
bedoeldmaar elkanderlos voona/erp dat nodigkan zijn om een deurbij brandover de vereistebreedte te openen. 3.4Denooduitgangen moeten d.m.v. één handelinggeopendkunnen worden ofin geopende stand staan. Indienmeer handelingen nodig zijnis maatwerk nodig. 3.7 HetIs vanbelangom aan de buitenzijdevan de tent de vluchtroutenaar het aansluitendterrein goedin orde te hebben. Tenten wordenvaak In weilandengezet waarbij de looproute niet even vlak Is. Voor hetvluchten vanaf een evenemententerreinzullener voldoende uitgangenmoeten zijn.dit zal sterk afhankelijkzijn van de groottevanhet terreinen de soort afzetting.bij grotere terreinen kan er rekening gehoudenworden met doorstroomsnelheden.dit dientalsmaatwerk per evenementte gebeuren.
Veilig he fdireqio Rottsrdsni-Rljnmcnd Brandweervoorwaarden behorend bijde APV vergunning BIJLAGE 5 Elektrischeinstallaties en toestellen 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 Het is verboden een verllchtingsinstallatie of een veriichtingstoestel te gebruiken, indien dat gebruik door de eigenschappen van die installatie of dat toestel gevaar oplevert voor het ontstaan van brand. Het Is verboden een verilchtingsinstallatie of een veriichtingstoestel op zodanige wijze te gebruiken, dat het gebruik door de wijze waarop die installatie of dat toestel is opgesteld of aangebracht, gevaar oplevert voor het ontstaan van brand. Indien een ruimte de mogelijkheid met zich meebrengt dat deze tijdens de aanwezigheid van personen wordt verduisterd, IsIn die ruimte, Indien er meer dan vijftig personen gelijktijdig verblijven, elektrische verilchting aanwezig van zodanige sterkte dat een redelijke oriëntering mogelijk is. Alle voorzieningen t.b.v. de elektra dienen ten minste te voldoen aan het gestelde in het nonnblad NEN 1010 (Veillgheldsbepalingen voor laagspanningsinstallaties). Het gebruik van andere verilchting dan elektrische verilchting binnen een besloten ruimte is verboden. Bij gebruik van verlengsnoeren dienen deze geheel afgerold te zijn. De opstelling van een (nood-) stroomaggregaat dient op minimale afstand van 5 meter buiten de tijdelijke inrichting te geschieden. Toelichting: (aanpassen aan bouwbesluit 2012)
'^ yeiiiaheids.reaiü Rcrttei'dafi-^'Rijnmond y. 1 ^ -^ -^ ^ ^ Brandweervoonwaarden behorend bij de APVvergunning BIJLAGE10 Kleine blusmiddelen 10.1 In een besloten ruimte moeten voldoende kleine blusmiddelen aanwezig zijn. Het aantal blustoestellen berekent men als volgt: oppervlakte van de besloten ruimte delen door 200, uitkomst naar boven afronden, met een minimum van één blustoestel van minimaal 6 kg/liter. 10.2 De vergunninghouder dient er voor zorg te dragen dat bij elke bak- en braadlocatie een draagbaar doeltreffend blustoestel aanwezig Is. 10.3 Een draagbaar blustoestel moet voor iedereen duidelijk zichtbaar en gemakkelijk bereikbaar zijn aangebracht, voor direct gebruik gereed zijn enin goede staat van onderhoud verkeren. 10.4 Ten minste eenmaal per twee jaar wordt overeenkomstig NEN 2559:2001, inclusief wijzigingsblad A2: 2004, op adequate wijze het nodige onderhoud aan een bij of krachtens wettelijk voorschrift aanwezig draagbaar of verrijdbaar blustoestel verricht, en de goede werking van dat blustoestel gecontroleerd (Gebruiksbesluit, art. 2.4.2.). 10.5 Na gebruik van een blustoestel moet dit terstond gevuld c.q. vervangen worden. Dit geldt ook Indien het blustoestel niet geheel leeg is. Toe/zc/iöTig; 10.1 Kleine blusmiddelen zijn minibrandslanghaspels en draagbare blustoestellen. Bij een tijdelijk evenement zal het veelal niet realistisch zijn om minlbrandslaghaspels te eisen. Draagbare blustoestellen zijn dan een goed alternatief. Voor een evenemententerrein zal via maatwerk in voldoende blusmiddelen moeten worden voorzien. De vuistregel voor een aanvaardbare loopafstand Is een afstand van maximaal 50 meter tot het blusmiddel.