Projectintroductie les 1 Projectintroductie e Doel: De leerlingen ontdekken wat zij al weten over de Schelde. Ook ontdekken ze dat er soms andere belangen liggen vanuit deze thema s Lesduur: 50 minuten Vak(ken): aardrijkskunde. Benodigde materialen: o Werkblad Brainstormlijst de Schelde o Werkblad Rivier met meerdere namen o (Digi)bord of flap-over o De website Scheldelessen o Digibord of beamer o Website Scheldelessen > Kaart> Rivier Werkvorm: klassikaal en individueel en in tweetallen. Korte omschrijving: In deze les maken de leerlingen samen een woordspin over de Schelde en krijgen ze de (huiswerk)opdracht om de plaatsen langs de Schelde en de verschillende namen van de rivieren te verkennen. Suggestie: Als aanvullende activiteit kunt u de leerlingen een zelfstudie opdracht geven om een onderwerp uit de woordspin verder te verkennen. Kies hiervoor onderwerpen die niet in de standaardlessen voor uw doelgroep aan de orde komen. Dit kan alleen, in tweetallen of in kleine teams. Voorbereiding: Zorg dat voor iedere leerling een exemplaar van de werkbladen beschikbaar is. Bekijk het inhoudelijke gedeelte van de website Scheldelessen. Op deze manier krijgt u zelf een beeld van wat er allemaal speelt rondom de Schelde. Zo kunt u leerlingen suggesties aandragen op het moment dat zij zelf weinig associaties hebben bij de Schelde.
Uitvoering Tijd Duur Activiteit Benodigdheden 0:00 0:05 We gaan een project doen over de Schelde. Licht het doel van het project en deze les toe: o De Schelde is een heel belangrijke rivier voor het gebied waar wij wonen. In dit project leer je welke rol de Schelde speelt. Je maakt ook kennis met belangrijke thema s over de Schelde: natuur, wonen & werken, veiligheid. o Wat je al weet van de Schelde 0:05 0:10 Waar denk jij aan bij de Schelde? o o Individueel (1 minuut) Vul je brainstormlijstje in op het werkblad Brainstormlijst de Schelde. Tweetal (3 minuten) Kijk en vergelijk jouw lijstje met die van je buurman/buurvrouw. Noem om de beurt iets op. Heb je het niet op jouw lijstje staan? Zet het er dan bij. Misschien kun je samen nog meer bedenken? Werkblad Brainstormlijst de Schelde 0:15 0:10 Woordspin de Schelde (Digitaal)bord of flipover. Maak op basis van de lijstjes een woordspin met de klas. Ieder tweetal noemt steeds 1 ding dat nog niet genoemd is. Dit gaat zo door tot er geen nieuwe dingen meer te noemen zijn. Bespreek ook de verbanden tussen de zaken die genoemd worden. Voorbeeld economie en natuur, veiligheid en economie etc. De woordspin kan eventueel gevuld worden met afbeeldingen uit digibordsoftware, van de website of andere plaatsen op internet. Bewaar deze woordspin! In andere lessen is hij weer nodig. 0:25 0:05 Bespreek welke onderdelen uit de woordspin aan de orde zullen komen in het project. Kernwoorden historische bronnen : schepen, havens, verdieping van de Schelde, veiligheid, economie, oude
afbeeldingen, de rivier vroeger Kernwoorden bron voor werk : werk, havens, loodsen, loodsboten, scheepvaart, hijskranen, economie, technische toepassingen. 0:30 0:10 Waar stroomt de Schelde? Bespreek met de leerlingen of zij weten waar de Schelde precies loopt. Vertel over de oorsprong van de Schelde en laat het deel van de website zien dat hier over gaat. Breng ook het begrip Schelde-estuarium ter sprake. Dit is het deel vanaf Gent tot aan het einde (de monding) van de rivier. U kunt dit goed illustreren aan de hand van de kaart in Google Maps op de website van Scheldelessen. Bespreek hier ook het verschil tussen landelijke, stedelijke, toeristische en industriële omgevingen. Zet hiervoor de kaart op Satellite of Hybrid. Digibord of beamer Website Scheldelessen > kaart > rivier 0:40 0:05 Rivier met meerdere namen Iedere leerling krijgt de opdracht om het werkblad Rivier met meerdere namen in te vullen. Bij deze opdracht kunnen leerlingen de website Scheldelessen en/of de Atlas gebruiken. Deze opdracht kan als huiswerk opgegeven worden of in zelfstandig werktijd gemaakt worden. Werkblad Rivier met meerdere namen 0:45 0:05 Afsluiting Spreek af wanneer het huiswerk af moet zijn. Vertel dat de volgende les het huis werk wordt besproken. En dat we dan gaan bespreken hoe de Schelde er bij jou in de buurt uit ziet. 0:50
Projectintroductie les 2 Projectintroductie e Doel: De leerlingen weten hoe de Schelde er bij hun in de buurt uitziet. Leerlingen kunnen de verschillende delen van de Schelde benoemen, belangrijke plaatsen en gebieden aan de Schelde aangeven op een kaart en ze kunnen aangeven waar het water zout, brak en zoet is in de Schelde. Lesduur: 50 minuten Vak(ken): aardrijkskunde. Benodigde materialen: o De door leerlingen ingevulde werkbladen Rivier met meerdere namen o Woordspin De Schelde uit les 1. o Werkblad De Schelde & Mijn Huis Werkvorm: klassikaal en deels zelfstandig, in tweetallen en viertallen. Korte omschrijving: In deze les bespreken de leerlingen hun huiswerk met elkaar. Vervolgens maken de leerlingen een beschrijving van hoe de Schelde er bij hun uitziet. Daarna gaan ze op basis van deze gegevens met elkaar in gesprek om informatie over de Schelde uit te wisselen. Suggestie: Voorbereiding: Zorg dat voor iedere leerling een exemplaar van het werkblad beschikbaar is. Zorg dat de opstelling zo is dat leerlingen eenvoudig in twee- en viertallen kunnen werken.
Uitvoering Tijd Duur Activiteit Benodigdheden 0:00 0:05 Licht het doel van deze les toe: o Deze les zorgt ervoor dat datgene wat je al weet over de Schelde weer voor in je hoofd komt te zitten. o Je leert verschillende delen van de Schelde benoemen. o Je kunt belangrijke plaatsen en gebieden aan de Schelde aangeven op een kaart. o Je kunt aangeven waar het water zout, brak en zoet is in de Schelde. o Je weet hoe de Schelde er bij jou in de buurt uitziet. 0:05 0:15 Bespreken van het huiswerk o Tweetal (3 min) De leerlingen vergelijken in tweetallen de antwoorden die zij gevonden hebben. Ook noteren zij welke vragen ze nog hebben. o Viertal (5 min) In een viertal bespreken zij de onduidelijkheden en geven zij aan welke onderdelen ze moeilijk/makkelijk vonden. o Centraal (5 min) Inventariseer welke vragen er per viertal nog leven. Bekijk of deze door de klas beantwoord kunnen worden, door u of dat een aantal leerlingen op zoek gaan naar het antwoord. 0:20 0:25 Woon jij aan de Schelde? Vraag de leerlingen of zij in de buurt van de Schelde wonen. Zo ja, weten ze welk deel van de Schelde? En hoever is dat van de Schelde af? En hoe ziet de Schelde er daar uit? Wat zie je hier wat met de Schelde te maken heeft? Werkblad De Schelde & Mijn Huis Woordspin De Schelde uit les 1 - Individueel (7 minuut) Leerlingen vullen hun antwoord in op het werkblad de Schelde & mijn huis. - Centraal (5 minuten) Vraag de leerlingen op de juiste plaats in de Schelde-rij te gaan staan. Deze rij laat zien wie het dichtste bij en wie het verste weg van de Schelde woont. De kinderen die het dichtst bij de Schelde wonen gaan aan de ene kant van de rij staan, de kinderen die het verst er vanaf wonen gaan aan de
andere kant staan. Om de juiste plek in de rij te vinden, kijk je naar het aantal (kilo)meters dat je opgeschreven hebt. Soms zul je in gesprek moeten gaan met je klasgenoten om te ontdekken wie waar in de rij moet staan. - Schelde-rij hergroeperen (1 minuut) Breek de rij in het midden door. Schuif de ene helft van de rij door, zodat zij voor iemand komen te staan uit de andere helft van de rij. Op deze manier ontstaan er tweetallen waarvan de een iets verder weg woont van de Schelde(A) en de ander dichterbij(b). - Uitwisselen in tweetallen (10 minuten) Leerling A begint met het beantwoorden van vraag 1 van werkblad De Schelde & Mijn Huis. Hierna vult leerling B aan en beantwoord vraag 2. Vervolgens vult leerling A aan en beantwoord vervolgens vraag 3. Etc. Zorg dat u zelf rondloopt en meeluistert om straks in te kunnen springen op de besproken antwoorden. 0:45 0:05 Afsluiting (5 min) Bespreek kort dingen die u gehoord heeft of die leerlingen op zijn gevallen. Bekijk ook of op basis van deze gegevens de Woordspin de Schelde verder aangevuld kan worden. Vraag ook of er vragen zijn waar geen antwoord op is gevonden. En spreek af wie op zoek gaat naar deze antwoorden. 0:50 0:00 0:05 Licht het doel van deze les toe: o Deze les zorgt ervoor dat datgene wat je al weet over de Schelde weer voor in je hoofd komt te zitten. o Je leert verschillende delen van de Schelde benoemen. o Je kunt belangrijke plaatsen en gebieden aan de Schelde aangeven op een kaart. o Je kunt aangeven waar het water zout, brak en zoet is in de Schelde. o Je weet hoe de Schelde er bij jou in de buurt uitziet. 0:05 0:15 Bespreken van het huiswerk o Tweetal (3 min) De leerlingen vergelijken in tweetallen de
antwoorden die zij gevonden hebben. Ook noteren zij welke vragen ze nog hebben. o Viertal (5 min) In een viertal bespreken zij de onduidelijkheden en geven zij aan welke onderdelen ze moeilijk/makkelijk vonden. o Centraal (5 min) Inventariseer welke vragen er per viertal nog leven. Bekijk of deze door de klas beantwoord kunnen worden, door u of dat een aantal leerlingen op zoek gaan naar het antwoord. 0:20 0:25 Woon jij aan de Schelde? Vraag de leerlingen of zij in de buurt van de Schelde wonen. Zo ja, weten ze welk deel van de Schelde? En hoever is dat van de Schelde af? En hoe ziet de Schelde er daar uit? Wat zie je hier wat met de Schelde te maken heeft? Werkblad De Schelde & Mijn Huis Woordspin De Schelde uit les 1 - Individueel (7 minuut) Leerlingen vullen hun antwoord in op het werkblad de Schelde & mijn huis. - Centraal (5 minuten) Vraag de leerlingen op de juiste plaats in de Schelde-rij te gaan staan. Deze rij laat zien wie het dichtste bij en wie het verste weg van de Schelde woont. De kinderen die het dichtst bij de Schelde wonen gaan aan de ene kant van de rij staan, de kinderen die het verst er vanaf wonen gaan aan de andere kant staan. Om de juiste plek in de rij te vinden, kijk je naar het aantal (kilo)meters dat je opgeschreven hebt. Soms zul je in gesprek moeten gaan met je klasgenoten om te ontdekken wie waar in de rij moet staan. - Schelde-rij hergroeperen (1 minuut) Breek de rij in het midden door. Schuif de ene helft van de rij door, zodat zij voor iemand komen te staan uit de andere helft van de rij. Op deze manier ontstaan er tweetallen waarvan de een iets verder weg woont van de Schelde(A) en de ander dichterbij(b). - Uitwisselen in tweetallen (10 minuten) Leerling A begint met het beantwoorden van vraag 1 van werkblad De Schelde & Mijn Huis. Hierna vult leerling B aan en beantwoord vraag 2. Vervolgens vult leerling A aan en beantwoord vervolgens vraag 3. Etc. Zorg dat u zelf rondloopt en meeluistert om straks in te kunnen springen op de besproken antwoorden.