Dierenartsen Een dierenarts oefent in een praktijk geneeskundige handelingen uit op landbouwdieren, paarden en/of gezelschapsdieren, ook wel kleine huisdieren genoemd. Daarnaast verstrekt hij ook diergeneesmiddelen. Dierenartsen spelen een grote rol bij diergezondheid en dierenwelzijn, maar ook bij de bewaking van de volksgezondheid. Het vrije beroep van dierenarts wordt uitgeoefend door personen die: Zijn afgestudeerd aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Utrecht; Naar de mening van de overheid een daaraan gelijkgestelde studie hebben afgerond; Zijn afgestudeerd als dierenarts in één van de overige EU-landen. Naast dierenartsen zijn er ook andere beroepen die diergeneeskunde beoefenen, bijv. veeverloskundige, dierenfysiotherapeut. Dit worden paraveterinaire beroepen genoemd. Trends In de branche vindt schaalvergroting plaats. Grotere praktijken bieden de mogelijkheid tot differentiatie van werkzaamheden, betere verdeling van werktijden, mogelijkheden van collegiaal overleg en kunnen schaalvoordelen opleveren; Steeds meer kleinere groepspraktijken werken samen. Hierdoor is het mogelijk meer specialistische kennis te bieden. Voorbeelden in de praktijk zijn Dierendokters en Sterklinieken; De lat op het gebied van dierenwelzijn en diergezondheid ligt steeds hoger. De markt vraagt om transparantie en informatie over gezondheid en voedselveiligheid; De dierenarts die zich toelegt op landbouwdieren heeft zijn werkzaamheden in de afgelopen jaren zien wijzigen van consultatief naar preventief. Steeds meer is ook sprake van bedrijfsbegeleiding i.p.v. behandeling van individuele gevallen; De commercialisering van de verkoop van diergeneesmiddelen wordt door de branche als zorgelijk ervaren; Voerleveranciers spelen een steeds grotere rol in de intensieve veeteelt. Kansen en bedreigingen De zelfstandige dierenartsen vervullen een belangrijke rol in het maatschappelijke verkeer op het gebied van diergezondheid en dierwelzijn. Samen met de diverse instanties van de overheid draagt de dierenarts tevens bij aan vergroting van de voedselveiligheid en bij de bewaking van de volksgezondheid; Het aantal bezitters van hobbypaarden lijkt af te nemen. Exacte aantallen zijn niet bekend maar naar schatting zitten zo'n 400.000 mensen regelmatig op een paard; Naast de bedrijven die bedrijfsmatig dieren houden bestaat ook de groep hobby-boeren. Dit zijn burgers, die naast hun baan een aantal dieren houden. Hun aantal is de laatste jaren sterk gestegen. In vergelijking met de veehouder is de kennis over diergezondheid bij deze mensen lager en zijn ze bereid meer voor de veterinaire diensten te betalen. Deze doelgroep vraagt om Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 1 van 7
een andere bediening dan de agrarische ondernemers; Het aantal landbouwdieren vertoont een daling. Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 2 van 7
Perspectief 2014: beperkte volume- en omzetdaling Voor de dierenartspraktijken voorziet de Rabobank voor 2014 een volumedaling van 1-3%. Op basis hiervan en een beperkte prijsdaling zal de omzet naar verwachting met 2-4% dalen. De omzetdaling treft niet elke dierenartspraktijk, maar is afhankelijk van een aantal factoren, zoals schaalgrootte, werkgebied en segment (landbouwhuisdieren, paarden en gezelschapsdieren). Het perspectief voor dierenartsen, met name gericht op landbouwhuisdieren is positiever dan dat voor dierenartsen, die hun activiteiten meer hebben gericht op paarden en/of gezelschapsdieren. Zo gelden sinds 1 maart 2014 nieuwe regels voor het gebruik van antibiotica bij melkvee, varkens, vleeskalveren en vleeskuikens. Vanaf die datum hebben alle antibiotica de UDD-status ('Uitsluitend Door Dierenarts'). Positief ontwikkelen zich ook de activiteiten in de pluimveesector, waar nog forse omzetgroei wordt gemeten en in mindere mate de sector vleeskalveren. Naast positieve factoren zijn er ook een aantal factoren, die de omzet bij de dierenartsen, gericht op landbouwhuisdieren, negatief beïnvloeden. Allereerst daalt al een aantal jaren het aantal agrarische bedrijven en hoewel de bestaande bedrijven steeds groter worden, daalt de populatie landbouwhuisdieren. Deze ontwikkeling zal zich ook in de komende jaren voortzetten. Verder daalt het gebruik van diergeneesmiddelen door de combinatie van minder landbouwdieren en het beleid ten aanzien van de voedselveiligheid. Met name de omzet uit gezelschapsdieren en in iets mindere mate uit paarden staat onder druk. Als gevolg van de economische crisis is het aantal (preventieve en luxe) bezoeken afgenomen. De particuliere klant informeert ook vaker dan in het verleden naar de prijs. Sentiment neutraal Net zoals bij andere vrije beroepen wordt het aanbod van de beroepsgroep gekarakteriseerd door feminisering, parttime werken, en de wens om niet meer alleen, maar met meerdere in een praktijk te willen werken. Schaalvergroting in de vorm van meermanspraktijken en ketenvorming nemen daarom toe. Dierenartsen kunnen zich hiermee ook gemakkelijker onderscheiden op kwaliteit, service en locatie. Door de wens om parttime te werken zal het aanbod meer in verhouding komen tot de vraag. Op basis hiervan is er sprake van een neutraal sentiment. Langere termijnverwachting gematigd positief De prognose voor de komende jaren voor dierenartsen is gematigd positief. De Rabobank verwacht dat de vraag naar dierenartszorg bij landbouwhuisdieren gematigd zal groeien, maar dat de prijs onder druk zal staan. Bij de gezelschapshuisdieren zal de omzet zich komende jaren zeer geleidelijk wat herstellen. Vraag De vraag naar de diensten van de zelfstandige dierenarts is mede afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal landbouwhuisdieren, het aantal hobbypaarden en het aantal huisdieren. Het aantal landbouwhuisdieren komt in 2012 naar schatting op ruim 116 miljoen. Vergeleken met 2002 is het aantal kippen gedaald, het aantal varkens gestegen en het aantal rundvee stabiel gebleven (bron: CBS). Het aantal hobbypaarden lijkt dalende. Het exacte aantal is niet bekend maar wordt geschat op 400.000. Volgens Divebo heeft 55% van de Nederlandse gezinnen een of meerdere huisdieren. In 2012 zijn dat in totaal 31,4 miljoen huisdieren, waarvan 2,2 mio honden en 3,9 mio katten. Jaarlijks wordt ca. 2,2 miljard euro uitgegeven voor aanschaf, voeden en Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 3 van 7
onderhouden van deze huisdieren. Van dit bedrag wordt ongeveer 277 miljoen euro besteed bij de dierenarts door huishoudens met gezelschapsdieren. Gemiddeld besteedt een huishouden jaarlijks 64 euro bij de dierenarts. Huisdieren krijgen steeds betere zorg en de uitgaven aan diergeneesmiddelen stijgen. Toch merken dierenartsen dat huisdierbezitters steeds vaker om financiële redenen niet of later naar de dierenarts gaan, van behandeling afzien of bezuinigen op preventieve zorg. Zo ontstaat er een tweedeling tussen mensen die tot het uiterste willen en kunnen gaan en mensen die zelfs de basale zorg niet meer kunnen betalen. Naast de ontwikkeling van het aantal dieren wordt de vraag ook beïnvloed door conjunctuur en de dreiging van het uitbreken dierziekten als vogelgriep, MKZ, BSE, Q-koorts en het Schmallenbergvirus. Nederland kent in verhouding tot andere Europese landen een relatief laag gebruik van diergeneesmiddelen. In Nederland vindt ongeveer 6% van het totale Europese gebruik plaats. Het gebruik van diergeneesmiddelen zal onder invloed van de voedselveiligheidseisen en de publieke opinie verder dalen. In het kader van de diergezondheid betekent dit meer nadruk op preventieve gezondheidszorg waarbij een andere rol is weggelegd voor dierenartsen. De brancheorganisatie voor dierenartsen, de KNMvD is voorstander van een maatschappelijk aanvaardbare vorm van georganiseerde dierziektebestrijding. Bij een uitbraak van een besmettelijke ziekte dient het massaal doden van gezonde dieren tot het minimum te worden beperkt. Aanbod Nederland telt ruim 4.500 dierenartsen en ruim 1.200 dierenartspraktijken, met 1 of meerdere vestigingen. Enkele kenmerken: 47,3% is vrouw. Het overgrote gedeelte van de jongere generatie dierenartsen is vrouw: 75% van de dierenartsen onder 30 is vrouw; 70% practici, 30% niet-practici. De niet-practici zijn met name werkzaam in het bedrijfsleven, bij de overheid of op universiteiten. Van de practici is 44,6% werkzaam in een praktijk waar ze alleen gezelschapshuisdieren behandelen en 41,5% in een praktijk die zowel gezelschaps- alsook landbouwhuisdieren behandelt; Van de practici is 53% in loondienst en 47% zelfstandig ondernemer. Van de dierenartsen in loondienst is 62% vrouw; In de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Gelderland, Utrecht en Noord Brabant werken de meeste dierenartsen; Ruim 62% van de dierenartspraktijken (dap s) is specifiek gericht op gezelschapsdieren. Bron: KNMvD, juni 2013 Aantal dierenartsenpraktijken (afgekort: dap) in Nederland naar type praktijk (diersoortcluster): Soort praktijk Aantal % Gemengde praktijken 274 22,8% Landbouwhuisdierenpraktijken 31 2,6% Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 4 van 7
Gezelschapsdierenpraktijken 752 62,5% Paarden 78 6,5% Gezelschapsdierenpraktijken en paarden 45 3,7% Pluimvee 11 0,9% Overige 7 0,6% Landbouwhuisdierenpraktijken en paarden 4 0,3% Bijzondere dieren 2 0,2% Totaal 1.204 100,0% Bron: Databank KNMvD, juni 2013 Schaalvergroting In de branche wordt schaalvergroting nagestreefd. Grotere praktijken hebben diverse voordelen: Diergeneeskundig: mogelijkheid tot differentiatie, specialisatie en collegiaal overleg binnen één praktijk; Financieel: minder investeringen noodzakelijk omdat bepaalde instrumenten niet dubbel hoeven te worden aangeschaft. Daarentegen is het in een maatschap met meerdere maten moeilijk om kosten te reduceren als de omzet daalt; Sociaal: gemakkelijker verdeling van (onregelmatige) diensten en mogelijkheden om gedifferentieerder te werken; Strategisch: ter versterking van de concurrentiepositie en vergroting van het werkgebied. Kwalitatieve wijzigingen in het aanbod De dierenarts met als specialisatie landbouwdieren heeft zijn rol zien veranderen van consultatief naar preventief. Bij landbouwdieren is bedrijfsbegeleiding een belangrijk aspect geworden (= bedrijfsgezondheidsdienst). De dierenarts behandelt kippen en melkvee bijvoorbeeld nauwelijks op individuele basis, maar veel meer als geheel (op 'hok niveau'); Verbijzondering van dierenartsen naar diersoorten (in vakjargon 'differentiatie') en naar aandachtsgebied ('specialisatie'). Specialisatie vindt plaats op Europees niveau, waarbij de volgende dierenartsspecialisaties zijn erkend: Bij gezelschapsdieren: dermatologie, interne geneeskunde, chirurgie en vogelgeneeskunde; Bij vogels : vogelgeneeskunde; Bij paarden: chirurgie, inwendige ziekten, reproductie; Bij landbouwdieren: runder-, varkens, pluimvee- en kleine-herkauwers: gezondheid; Andere specialismen: oogheelkunde, pathologie, radiologie, diervoeding, microbiologie, veterinaire volksgezondheid; Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 5 van 7
Internet Verschillende nieuwe veterinaire internetapotheken bieden online diergeneesmiddelen en dieetvoeders voor honden, katten en paarden aan (bijvoorbeeld Medpets.nl en Diergeneesmiddelen.nl). Het voorschrijven van diergeneesmiddelen valt onder de Wet op de uitoefening van de dierengeneeskunde. Ook is de Diergeneesmiddelenwet van kracht met onder andere een verbod van publieksreclame. Omzet Sinds 2010 groeit de omzet nog maar gering en in 2012 was zelfs sprake van een geringe daling van 0,5%. In 2009 steeg de omzet nog met 3,4%. De jaren daarvoor lieten zelfs nog hogere groeicijfers zien. In 2012 was het aandeel bedrijven dat een omzetdaling liet zien (63%) voor het eerst groter dan het aandeel dat nog een omzetstijging boekte (bron: KNMvD). De omzetdaling zet door in het eerste kwartaal van 2013: de omzet daalde met 3,5%. De omzet van de gezelschapsdierenpraktijken daalde met 5,5% het sterkst. De tarieven van dierenartsen zullen naar verwachting stabiliseren of licht dalen. De omzetten staan in de landbouwhuisdierensector onder druk door: Inkrimpende veestapels; Sanering van de agrarische sector; Inkomens van pluimvee en vooral melkveebedrijven staan onder druk; Verdere professionalisering van de veehouderijsector ook voor wat betreft inkoopcondities gezondheidszorg. Algemene tendens is dan ook dat de omzetten dalen. Dierenartsen zien zich geconfronteerd met stijgende praktijkkosten. Niet altijd kunnen deze hogere kosten doorberekend worden in de tarieven. In het agrarisch domein is daarom al een aantal jaren sprake van toenemende schaalgrootte. In stadspraktijken, gericht op huisdieren, is schaalvergroting moeilijker te verwezenlijken. In combinatie met de huidige omzetdaling kan hierdoor het rendement nog meer onder druk komen staan. Door al deze ontwikkelingen speelt bij tal van dierenartsen specifiek: Grote spanningen bij uitbraken van dierziekten; Een sterke persoonlijke betrokkenheid bij de slechte situatie waarin de veehouderij in Nederland zich bevindt; Een druk die bij hen wordt gelegd, in het bijzonder waar het hun integriteit betreft; Mogelijke vervolgschade bij verkeerd of niet tijdig handelen door de dierenarts. Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 6 van 7
Achtergrondinformatie Vakbladen Tijdschrift voor Diergeneeskunde (KNMvD) Organisaties Naam Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, KNMvD URL www.knmvd.nl Rabobank Cijfers & Trends Al meer dan vijfendertig jaar biedt de Rabobank met Cijfers & Trends betrouwbare branche-informatie. Via www.rabobank.nl/cijfersentrends is deze informatie gratis te raadplegen. U vindt er onze thema-updates, branche-informatie en sectorprognoses. Ook kunt u de prestaties van uw bedrijf vergelijken met die van andere bedrijven in uw branche. Rabobank Cijfers & Trends, 30 april 2014 pagina 7 van 7