1. Samenwerken in BIM Om samenwerking met verschillende disciplines in een Bouwinformatiemodel soepel te laten verlopen is het maken van afspraken onderling van groot belang. Daarnaast is van de betrokkenen een grote dosis aan onderling begrip en onderlinge communicatie nodig. De ervaring leert dat hiermee irritaties en wederzijdse beschuldigingen kunnen worden voorkomen. Immers zitten alle elementen aan elkaar gekoppeld en kan het zo zijn dat een aanpassing invloed heeft op andermans werk. Het is van belang de werkzaamheden van die disciplines goed op elkaar af te stemmen. Dit kan door vooraf en tijdens het BIM-proces een aantal afspraken te maken en de wensen van de diverse disciplines kenbaar te maken. Het doel is er voor te zorgen dat we zoveel mogelijk kunnen profiteren van elkaars inspanningen bij de vormgeving van het model. Voor de workshop hebben we een samenvatting van de belangrijkste afspraken die wij met partners in BIM projecten maken opgesteld. Hieronder volgt puntsgewijs een aantal aandachtspunten (met soms een toelichting): 1.1 Project 1.1.1 Basis Projectgegevens Naam Nummer Adres Beschrijving BIM-workshop 11 november 2011 Rotterdam Schoolgebouw Alphen a/d Rijn 1.1.2 Rollen Naam Rol Bedrijf E-Mail Architect Constructeur Installateur 1.1.3 Ambities en projectdoelen Doelstelling Hoe Criterium Datum Samenwerken met constructeur en installatie adviseur aan zelfde een model Presentatie 3d Modellen linken Renderen 1-9
1.2 Samenwerken 1.2.1 Wijze van samenwerken Protocol Specificatie Keuze A.Werken met aspectmodellen 1.Via het open uitwisselingsformaat IFC periodiek afstemmen via een centraal 2.Clashcontrole via een applicatie als NavisWorks of Solibri coördinatiemodel 3.Door het importeren van (delen van) elkaars modellen binnen de native-paketten B. Werken met gelinkte modellen 1. Splitsing van modellen in disciplines en deze bij elkaar linken C. Werken in één bestand (Revit) 1. Eén centraal bestand lokaal 2. Eén centraal bestand op internet 3. Global scape WAFS 1.2.2 Aspectmodellen en werkpaketten 4. Eén model, dat op een LAN draait bij één van de deelnemers 5. Eén centraal bestand op een internet-server Model Naam Model Inhoud Project Fase Partner BIM software Versie Architectonisch Constructief Installaties Uitvoering Coördinatie model Oplevering Beheer Bouwkundig model (in/ excl. constructie) Constructie totaalmodel, bouwkundig, constructie, installaties, n.v.t. n.v.t. 1.2.3 Opzet BIM model Nulpunt van project definiëren Gezamenlijk (0,0,0) referentiepunt voor het model, c.q. deelmodellen Onderhoek van het gebouw kruising as 1 en A Hoek tov werkelijke noorden 0 Peil t.o.v. NAP 0 Modelnaam opbouwen (Project_discipline_datum) nbp_situatie_111111 nbp_bouwkundigmodel_111111 nbp_constructiefmodel_111111 nbp_installatiemodel_111111 Codering en benaming van objecten Volgens NL-Sfb codering (zie bijlage) 2-9
2. Samenwerken in BIM binnen Revit 2.1 Inleiding Uitgangspunt is dat er binnen Revit meerdere mogelijkheden* zijn waarop men samen kan werken, wij gaan hier in op de onderstaande samenwerkingsvormen: 1. Worksharing: Fysiek in 1 model door meerdere disciplines 2. Linked-files: Verschillende modellen die als link door een andere discipline word ingeladen. * Deze mogelijkheden zijn uitgebreid beschreven in: Best Practice Deel 2 Samenwerking tussen meerdere partijen van de revitgg Hoofdstuk 2. Dit document vind je gratis op www.revitgg.nl. 2.1 Fasering 2.1.1 VO fase (deze fase zal in de workshop worden overgeslagen) Constructeur levert een schetsontwerp op papier op basis van 1 e model van de Arch. Architect werkt constructies onder maaiveld niet uit (uitgezonderd kelderwanden, keldervloer en kolommen in de kelder). De funderingsbalken en poeren van een kelder niet uitwerken. BIM start overleg: Hier worden afspraken gemaakt over het BIM proces zoals beschreven in dit protocol. Welke informatie wordt ingebracht en welke informatie wordt uit het model gehaald? Welke disciplines doen mee?. Worden er kosten gecalculeerd, hoeveelheden geraamd op basis van het model? Communicatie-afspraken Voor aanvang van een project dienen de afspraken omtrent het updaten/ wijzigen van de verschillende modellen te worden vastgelegd. In deze communicatie-afspraken dient ook beschreven te zijn hoe wijzigingen gecommuniceerd worden en welke eventuele ict-middelen daar ingezet voor worden (Skype, Extern Bureaublad). 2.1.2 DO fase Arch. werkt eerst DO model verder uit met constructieve gegevens uit VO van constructeur. Worksharing: Aanmaken worksets, Bouwkundig, Constructief, Grids en Levels Evt Interieur en Site apart als hierin veel informatie wordt ingevoerd. Inrichting en/of Algemeen. In Bouwkundig alle gebouwbepalende objecten opnemen. Overige afwerking kan in workset Inrichting of Algemeen. Splitsen van gecombineerde wanden en groepen. Elementen per verdieping. Constructieve en dragende elementen in constructieve workset. Dragende wanden en constructieve vloeren als structural en bearing kenmerken. Arceringen van beton, staal, prefab, dragend metselwerk, kanaalplaten worden bepaald door constructeur. Overige arcering door Architect (arceringen kunnen per view dmv filters aangepast worden) Linked files: Aanmaken worksets niet benodigd voor splitsing disciplines, desgewenst intern per discipline wel mogelijk. Belangrijk is dat de bouwkundige, constructieve en evt installatie-onderdelen fysiek gesplitst worden in verschillende modellen. Let op dat de coördinaten overeenkomen! Splitsen van gecombineerde wanden en groepen. Elementen per verdieping. Constructieve en dragende elementen gemodelleerd door constructeur, dus in bouwkundig model dienen deze verwijdert te worden. Na splitsing dienen de modellen gelinkt te worden in elkaars bronbestand middels relatieve paden! (Manage Links). Afspraken over arceringen dienen te worden overeengekomen. Viewfilters dienen te worden ingeregeld. Eventuele clashes dienen gesignaleerd en gerapporteerd te worden. 3-9
Constructeur, werkt in DO constructie verder uit. Bouwkundig staal in principe door Architect. Hieronder valt: Gevelstaal, steunen van borstweringen en balusters, buitenblad dragers, lateien,staal tbv inrichting etc. Aanpassingen Beide partijen kunnen elementen aanpassen maar houden elkaar daarvan op de hoogte. Worksharing: Bij Worksharing kunnen de verschillende disciplines elkaars modellen aanpassen. Disciplines betrachten extra voorzichtigheid met de belangrijke elementen van anderen. Voor de architect zijn bouwkundige zichtwerk elementen belangrijk. Voor de constructeur zijn de elementen van de hoofddraagconstructie belangrijk. Voor de installateur zijn de plafondhoogtes, schachten en brandscheidingen belangrijk. Disciplines betrachten extra voorzichtigheid met de belangrijke elementen van anderen. Linked files: Wijzigingen dienen eenduidig te worden gecommuniceerd. Dit dient op een vooraf bepaalde wijze te worden aangereikt door de wijzigende partij. Tip: Plaats opmerkingen bij een object dat gewijzigd is in een vooraf bepaalde parameter. Deze is vervolgens uit te lezen en te filteren in views. 2.1.3 Bestek fase Aanpassingen Worksharing: Aanpassingen alleen nog in de eigen workset In deze fase wordt het model steeds completer, bijv. aanpassingen aan constructieve wanden worden door de constructeur gedaan. Detailleren Soms worden details niet in het zelfde bestand of niet met Revit gemaakt. Dat is een keuze die ieder voor zich maakt, echter afwijkingen tussen model en detail dienen gesignaleerd te worden en aan de andere disciplines gemeld te worden zodat zij hun onderdeel van het model kunnen aanpassen. De verantwoordelijkheid op de afstemming van de details met model blijft bij de discipline die het detail buiten het model maakt. 2.1.4 Werkfase Aanpassingen Worksharing: Praktisch zouden de worksets gelocked moeten kunnen worden. Dit werkt echter niet handig maar ieder wijzigt alleen in de eigen workset. Wijzigingen die invloed op elkaars werk hebben worden vooraf besproken. 4-9
2.2 Algemene afspraken (gelden voor alle fasen): Beperken van de bestandsgrootte. Er op letten dat niet alles gemodelleerd hoeft te worden. Kunnen sommige gebouwdelen/elementen niet beter in een gelinkt bestand worden geplaatst? Linken van Cad bestanden, alleen toevoegen dmv keuze optie current view only. Anders verschijnen ze op alle views. Gebruik van Shared parameters van de RevitGG gebruikersgroep (Best Practice Revit Deel1) Zelf toegevoegde (shared) parameters voorzien van bedrijfskenmerk, bv. IMd, dit document kun je vinden op www.revitgg.nl Stramienen zo snel mogelijk opzetten, 3D definitie punten daarna niet meer wijzigen of op scope box grens zetten. De positie van stramien bollen worden per view bepaald dmv 2D punten. Wijzigingen in de 3D punten heeft invloed op alle views. Dit is met name van belang bij gedraaide en ongelijke stramienen. Sparingen: Vloersparing dmv Shafts op constructieve workset Raamsparingen in bouwkundige buitenblad. Kruipluiken graag voorzien van mogelijkheid om sparingskruis aan te zetten. Maatvoering door Architect. Dragende wanden en constructieve vloeren als structural en bearing kenmerken. Gebruik geen edit profile Benaming objecten/views en families volgens RevitGG methode bijv: 00_IMd_omschrijving of volgens afzonderlijke afspraak. Alle gewijzigde objecten, schedules, filters en arceringen etc. voorzien van bedrijfstag. Specifieke afspraken bij Worksharing: Gebruik van Worksharing monitor. Save na elkaar. Gebruik Relinquish all regelmatig in ieder geval na een Save to Local en Save to Central. Worksets vrijgeven (Borrow) Een noodzaak om te kunnen samenwerken in het model is dat iedereen zijn elementen vrijgeeft voor de overige partijen. Hierbij is het van wezenlijk belang dat alle partijen zich realiseren dat aanpassingen van elementen ook invloed kunnen hebben op het werk van anderen. Elke discipline blijft verantwoordelijk voor zijn eigen onderdeel. Communicatie: elkaar op de hoogte houden van eventuele afwijkingen/wijzigingen. Hiervoor wordt project afhankelijk een methode afgesproken: Kan door bellen, uitwisselen van PDF s, een extra plattegrond (in Browsermap Coordination) in het model met aandachtspunten. Of dmv Alarmeringsboxen. Deze boxen worden op het probleem gebied geplaatst en van informatie voorzien. Dmv een schedule kan gereageerd en de status bewaakt worden. Bouwkundige, constructieve (dragende) elementen en installaties niet in gecombineerde groepen of gecombineerde wanden en vloeren. (elementen per verdieping) Let op bij joinen van constructieve en bouwkundige wanden. Teken afwerklagen niet door constructieve wanden maar er omheen. Model lines niet gebruiken, deze komen op alle views terug. (Voor model Lines in eigen categorie en/of extra grids kan een filter gemaakt worden bijv Room Separtion Modellines of IMd_Grid-line) Technische uitvoering: Het delen van de Central file via internet. Maar hoe zorg je er nu voor dat je van je eigen werkplek het model van een ander kunt bewerken. Hiervoor zijn een aantal technische mogelijkheden de keuze tussen de methoden wordt deels bepaald door gebruikservaring en ICT mogelijkheden op jouw locatie. Deze mogelijkheden zijn uitgebreid beschreven in: Best Practice Deel 2 Samenwerking tussen meerdere partijen van de revitgg Hoofdstuk 2.4. Dit document vind je gratis op www.revitgg.nl. Van de genoemde methoden werken de Global Wafs, en het werken met remote Desktops het beste. Nieuw is ook de Revitserver van Autodesk. Tijdens de workshop zal nog enige toelichting en mogelijkheid tot vragen zijn over deze methoden 5-9
3. Samenwerken middels IFC 3.1 Inleiding Voor het samenwerken middels IFC word de BIMserver ingezet. Met gebruik van de BIMserver werken alle partijen met hun eigen software en stemmen deze op elkaar af door te exporteren en controleren in IFC formaat. Niet alleen wat op de server staat bepaald de BIM maar ook de native files die de partijen in hun bezit hebben. 3.2 Basisafspraken modelleren IFC Waar ligt nulpunt en noorden SFB codering als uitgangspunt. Inrichting BIMserver per discipline/per bouwlaag/ /inrichting/terrein. Spaces (Revit) of Zones (Archicad) met ruimte informatie in model aangeven. Voor Installateur Geometry Extrusion en niet Boundary representation aanleveren. Fasering: Alle nieuwbouw in fase nieuw / bestaande in fase bestaand / te slopen Dragende wanden en constructieve vloeren als structural en bearing kenmerken. Wanden modelleren en geen Separation Lines. Inrichting in aparte tekenlagen Wanden true or false, binnen- of buitenwanden. Stramienen zo snel mogelijk opzetten, 3D definitie punten daarna niet meer wijzigen of op scope box grens zetten. De positie van stramien bollen worden per view bepaald dmv 2D punten. Wijzigingen in de 3D punten heeft invloed op alle views. Dit is met name van belang bij gedraaide en ongelijke stramienen. 3.3 BIMserver Inloggen 6-9
3.5 Fasering Stappenplan 1 VO Start Arch. werkt eerst model uit met constructieve gegevens uit schets van constructeur. 2 BIMserver A voedt de bimserver via een IFC. (per laag opbouwen) 3 DO A filtert constructieve elementen uit zijn bouwkundig IFC model. 4 Database is uitbreidbaar met interieur, omgeving, Spaces of Zones, afhankelijk van doelstelling. 5 Coördinaten Let op dat de coördinaten overeenkomen! 6 Downloaden De nodige IFC informatie wordt door C (constructeur) en I (installatieadviseur) gedownload. 7 Aspectmodellen C en I gebruiken de IFC als (geometrische > afhankelijk van hun software) onderlegger voor hun eigen werk. 8 Allen werken hun aspectmodel verder uit. Bouwkundig staal in principe door Architect. Hieronder valt: Gevelstaal, steunen van borstweringen en balusters, buitenblad dragers, lateien,staal tbv inrichting etc. 9 Onderlegger C en I gebruiken de IFC als (geometrische > afhankelijk van hun software) onderlegger voor hun eigen werk. 10 Uploaden C en I Het resultaat van de werkzaamheden worden door C en I op de bimserver gezet. 11 Controle A vergelijkt aspectmodellen en voert clash control uit met Navisworks of Solibri 12 Melden aan team Eventuele clashes dienen gesignaleerd en gerapporteerd te worden. 13 Continue updaten van bimserver met laatste gegevens; alle partijen voegen detail toe aan hun native model. 7-9
3.6 Controle Model ZEEP Architecten 1. Volledige BIM (dus met de A, C en I componenten) downloaden en met b.v. Solibri modelchecker of Navisworks analyseren. o (Clash control of vergelijken) o (bouwbesluit eisen) (alleen bij Solibri) o (draaicirkels) (alleen bij Solibri) o etc. 2. De resultaten van de check worden in de vorm van een rapport naar C en I gestuurd. 3. C en I kunnen de rapporten inlezen en verwerken. 4. Waar mogelijk informatie inlezen in hun software. 5. Aanpassingen worden gedaan en verwerkt in een nieuwe IFC. 6. Dit gebeurt net zo lang tot dat iedereen akkoord is. 8-9
Bijlage Tabel NL-Sfb Demarcatielijst te modelleren elementen Wie modelleert wat? NL-SfB Projectpartners Code Element(cluster) og Arch Constr install 11 BODEMVOORZIENINGEN 13 VLOEREN OP GRONDSLAG 16 FUNDERINGSCONSTRUCTIES 17 PAALFUNDERINGEN 21 BUITENWANDEN 22 BINNENWANDEN 23 VLOEREN 24 TRAPPEN EN HELLINGEN 27 DAKEN 28 HOOFDDRAAGCONSTRUCTIES 31 BUITENWANDOPENINGEN 32 BINNENWANDOPENINGEN 33 VLOEROPENINGEN 34 BALUSTRADES EN LEUNINGEN 37 DAKOPENINGEN 38 INBOUWPAKKETEN 41 BUITENWANDAFWERKINGEN 42 BINNENWANDAFWERKINGEN 43 VLOERAFWERKINGEN 44 TRAP EN HELLINGAFWERKINGEN 45 PLAFONDAFWERKINGEN 47 DAKAFWERKINGEN 48 AFWERKINGSPAKKETTEN 51 WARMTE OPWEKKING 52 AFVOEREN 53 WATER 54 GASSEN 55 KOUDE-OPWEKKING EN DISTRIBUTIE 56 WARMTEDISTRIBUTIE 57 LUCHTBEHANDELING 58 REGELING KLIMAAT EN SANITAIR 61 CENTRALE ELEKTROTECHNISCHE VOORZ 62 KRACHTSTROOM 63 VERLICHTING 64 COMMUNICATIE 65 BEVEILIGING 66 TRANSPORT 67 GEBOUWBEHEERSVOORZ. 71 VASTE VERKEERSVOORZ. 9-9