DE STAMBOOM. Johan Pot



Vergelijkbare documenten
WEINGARTIA, DRIE NIEUWE VARIËTEITEN

Praktische opdracht Biologie Evolutie en ordening PO

De gelijkenis van de twee zonen. Eerst lezen Daarna volgen er vragen en opdrachten

1. Fossielen, dood of levend?

2. We nu nog levende katachtige is volgens deze stamboom het meest verwant aan de Poema? A de Cheeta B de Europese lynx C de Huiskat D de Jaguar

STICKY STORY DE NIEUWE MANIER OM EEN ELEVATOR PITCH TE MAKEN DIE BLIJFT HANGEN

Dialogen voor conceptcartoons. Verband genotype/fenotype, dominant/recessief

OVERLEVINGSKUNSTENAARS OF KOLONISATIESPECIALISTEN

SLEUTEL VOOR PLANTEN VAN HET GESLACHT WEINGARTIA (SULCOREBUTIA)

Familie aan tafel. Een werkvorm voor individuele coaching of intervisie.

Peer to peer interventie copyright Marieke Kroneman les 3 van 4 debat

1. Fossielen, dood of levend?

DE STAMBOOM (VERVOLG)

De lange geschiedenis van de mensheid op deze aarde is nog lang niet ontrafeld door de gevestigde wetenschap.

Om mee te beginnen: boekfragment en opdrachten

Vandaag is rood. Pinksteren Rood is al lang het rood niet meer Het rood van rode rozen De kleur van liefde van weleer Lijkt door de haat gekozen

Evolutie, wat is dat nu feitelijk?!

STICKY STORY ZO MAAK JE EEN PITCH DIE BLIJFT HANGEN

Zaadonderzoek bij Sulcorebutia's

Waarom zou ik geloven?

Waarom we een derde van ons leven missen Nieuwe wegen naar het innerlijke leven. Hoe de wetenschap dromen grijpbaar maakt 24

Evolutie. Basisstof 4 thema 5

Evolutie: De ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en/of verdwijnen.

Over Plantinga s argument voor de existentie van een noodzakelijk bestaand individueel ding. G.J.E. Rutten

4 HAVO thema 4 Erfelijkheid EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN

hoe we onszelf zien, hoe we dingen doen, hoe we tegen de toekomst aankijken. Mijn vader en moeder luisteren nooit naar wat ik te zeggen heb

Jezus zoekt ruzie. en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder

Conferentie over 150 jaar slavernijverleden in Mennorode van oktober 2012

God bestaat en Hij is belangrijk We hebben God nodig in ons leven Jezus: Zijn leven Jezus: Zijn dood Jezus: Zijn opstanding De Heilige Geest

[PILOT] Aan de slag met de Hoofdzaken Ster

Deel het leven Johannes 4:1-30 & december 2014 Thema 4: Gebroken relaties

Die Jezus volbracht in zijn leven, toen hij in de wildernis leefde

Verslag van een ervaringsdeskundige. Nu GAP-deskundige.

TIJDLIJN. Een reis door de geschiedenis

SCHRIJVEN. Instructiekaart voor de leerling nr. 5. A-vragen. Korte vragen die beginnen met Wie...? Wat...? Waar...? Wanneer...? Hoeveel...?

HC zd. 22 nr. 32. dia 1

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Tweelingen. Wat zijn nou eigenlijk tweelingen? Een groot mysterie

infprg03dt practicumopdracht 4

Gods verbondsbeloften aan Abraham deel 1

Startbijeenkomst met leidinggevenden. hand-out

Bij wie vroeg Jakob hulp toen zijn zonen de tweede reis naar Egypte gingen maken?

Wat je voelt is wat je denkt! De theorie van het rationeel denken

Voorwoord. Daarna ging ik praten met Chitra, een Tamilvrouw uit Sri Lanka. Zij zette zich in voor de Tamilstrijd.

De Bijbel open (09-11)

Tolstoj als pedagoog CAHIER. Waarom Tolstoj onderwijs in aardrijkskunde en geschiedenis overbodig en zelfs schadelijk vond

5. Overtuigingen. Gelijk of geluk? Carola van Bemmelen Food & Lifestylecoaching. Jouw leven op dit moment weerspiegelt exact jouw overtuigingen

Ben jij een kind van gescheiden ouders? Dit werkboekje is speciaal voor jou!

Inteelt, verwantschappen en consequenties van inteelt

Mitose is een ander woord voor gewone celdeling. Door gewone celdeling blijft het aantal chromosomen in lichaamscellen gelijk (46 chromosomen).

De vrouw van vroeger (Die Frau von früher)

SZH voor levend erfgoed

Vaders zijn ook zwanger Een man en zijn negen maanden

In de eeuwigheid van het leven waarin ik ben is alles volmaakt, heel en compleet en toch verandert het leven voortdurend. Er is geen begin en geen


Welke opdracht gaf Jakob aan zijn zonen vanwege de hongersnood?

Inhoud. Inleiding blz. 3. Wat is een fossiel? blz. 4. Hoe fossielen ontstaan blz. 5. Fossielen van zacht weefsel blz. 6. Zeedieren blz.

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15

Module TA 3 Strooks Het belang van bekrachtiging van het goede bij het werken met mensen.

OVERLEVINGSKUNSTENAARS OF KOLONISATIESPECIALISTEN

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Assertiviteit. BOL 1 e jaars AG studenten

Het WOORD van GOD. Emmaus Correspondence School te Dubuque, U.S.A. (Dutch The Word of God )

Basisprincipes fokkerij en inteelt

Erfelijkheid van de ziekte van Huntington

Voor/na het bezoek. Museum voor Natuurwetenschappen.be Vautierstraat, Brussel

Afasie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Ten slotte wens ik je veel plezier bij het lezen. Hopelijk geeft het de kennis en de inspiratie om ook zelf met je kinderen aan de slag te gaan!

DE MIDDELEEUWEN. Gemaakt Door: Amy van der Linden Leonardo Middenbouw groep 6

JEZUS DE GEWELDIGE LERAAR

Tekst: Job 16: 20 Thema: Doge jo wol? Bijzonderheden: Tweede zondag in de 40-dagentijd. Beste mensen,

MIJN ERVARINGEN MET DE BARB - Door Josip Pekanović

Aan de Schrans in Leeuwarden is één van de meest opvallende orthodontiepraktijken. van Noord-Nederland gevestigd. Daarin werkt

Breien in de late middeleeuwen Een stukje geschiedenis over een geliefd tijdverdrijf

Meer succes met je website

De muur. Maar nu, ik wil uitbreken. Ik kom in het nauw en wil d r uit. Het lukt echter niet. De muur is te hoog. De muur is te dik.

Lief Dagboek, 11 augustus Harry kwam opeens opdagen en ik liet hem het eiland zien. Hij is zo lief en begripvol. Ik kon het niet helpen en

Schrijver: KAT Coverontwerp: MTH ISBN: <Katelyne>

Cursus raakbaarheid als fundament van de haptonomie: De ontwikkeling van het begeleidingsmodel

Boek en workshop over het verlies van een broer of zus. Een broertje dood. Door Corine van Zuthem

leerlingen sociale veiligheid

Gedichtendag op internet (Stichting Kinderen en Poëzie)

De ijnmanager. Cartoons januari Luc Timmers

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

Inteelt en verwantschapsbeheer

kilometer hoogte. Bizar. Ik moet zeggen: ik had het me anders voorgesteld; meer zoals een atlas eruitziet.

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

JAN STEVENS. Voorjaarsdroom. De Wielewaal" Dordrecht 1945

Les 5 God: Zoon Ketters over Jezus

Uitleg boekverslag en boekbespreking

Van sondevoeding naar marsepein

VERLIEZEN: De waarde van geven in een wereld van ontvangen

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

kraambezoekboek INKIJKEXEMPLAAR

Geboortegedichtjes. Wie zegt dat er geen wonderen gebeuren. En ook nog nooit gebeurd zijn bovendien. Die moet beslist met eigen ogen

AANTEKENINGEN WAAROM WERD GOD EEN MENS?

Transcriptie:

DE STAMBOOM Johan Pot Het is heel lastig om eenduidige verwantschappen te herkennen in het geslacht Weingartia in brede zin. Blijkbaar ziet niet iedere belangstellende ze op dezelfde manier. Wordt de stamboom niet begrepen? Bestaat er wel echt een heldere stamboom? Men vindt nauwelijks combinaties van kenmerken. die een indeling in weinig, maar toch herkenbare soorten rechtvaardigen. Een variëteit In 1962 beschreef Friedrich Ritter Sulcorebutia verticillacantha 1. Hij had in het gebergte über Sayari" een hem onbekende populatie gevonden. Ritter realiseerde zich dat deze planten behoorden tot het geslacht Sulcorebutia. Hoe dan wel? Backeberg had het geslacht weliswaar opgesteld, maar Ritter geloofde niet in de waarnemingen die ten grondslag lagen aan deze beschrijving. Ik citeer: Maar zelfs na het schrappen van deze illusoire bijzonderheid waarop Backeberg zijn nieuwe geslacht fundeerde, lijkt mij deze soort 2 voldoende van alle soorten van verwante geslachten te verschillen, dat zij als een nieuw geslacht moet worden beschouwd. Helaas lichtte Ritter deze verschillen niet toe. Het maakte de liefhebber en ook de wetenschapper niets uit. Men herkende het geslacht intuïtief en dat was goed genoeg. Pas in 1999 kwam Hentzschel met een bruikbaar kenmerk: de vorm van de schubben op het vruchtbeginsel waarmee Weingartia (incl. Sulcorebutia) is 1 De namen Weingartia en Sulcorebutia zullen vaak op de klassieke manier gebruikt worden. Het is een gekun- stelde poging die lezers ter wille te zijn, die deze twee geslachten eenduidig kunnen onderscheiden, hoewel hiervoor geen (combinatie van) kenmerken bekend zijn. 2 In dit citaat bedoelde Ritter met soort de typesoort van het geslacht Sulcorebutia, zijnde Rebutia steinbachii. af te scheiden van alle andere geslachten. Ik wijs intuïtieve herkenning niet op voorhand af. Niemand zal zijn planten pas van een naam voorzien na het raadplegen van een lijst met kenmerken. Maar wat te doen, als de plant kenmerken heeft, die helemaal niet bij een naam passen? Jaren geleden bekende Rudolf Oeser openhartig, dat hij een jeugdzonde begaan had. Ik ging er echt voor zitten. want wie wil er nou niet een pikant verhaal horen? Nou, dat viel mooi tegen. Oeser (1984) had in zijn overmoed Sulcorebutia verticillacantha var. chatajillensis (afb. 1) beschreven en pas later begrepen, dat hij een dubbelbeschrijving van Sulcorebutia alba Rausch had gepubliceerd. Anders gezegd: Sulcorebutia verticillacantha var. chatajillensis is Sulcorebutia alba. Haast alle cactusvrienden gebruiken deze terminologie: Die plant is een [naam]." Sommigen verhogen het gewicht zelfs met Die plant is eenduidig een [naam]." Maar in alle gevallen bedoelt de spreker: Ik noem die plant [naam]. Dat is vaak heel wat anders. John Pilbeam (1985) dacht net als Oeser dat S. verticillacantha var. chatajillensis een dubbelbeschrijving is van Sulcorebutia alba. Maar Karl Augustin et al. (2000) voerden Sulcorebutia

Afb. 1: Sulcorebutia verticillacantha var. chatajillensis. Foto van een van de originele planten, genomen door Rudolf Oeser. losenickyana var. chatajillensis als nieuwe combinatie op. Dit werd al snel door Wìlli Gertel (2001) gecorrigeerd in Sulcorebutia vasqueziana var. chata- Jillensis, waarna in 2010 de naam veranderd werd in Sulcorebutia vasqueziana subsp. chatajillensis. Augustin en Hentzschel (2008) beschouwden op hun beurt chatajillensis als synoniem van vasqueziana var. losenickyana. Blijkbaar was de jeugdzonde van Oeser toch niet zo ernstig, want de naam chatajillensis wordt nog steeds gebruikt, maar dan wel als ondersoort van S. vasqueziana. Werd deze keuze intuitief gemaakt of werd zij ondersteund door een onderzoek? Het zou natuurlijk amusant worden, als er een wetenschappelijke reden zou bestaan om ook nog de oorspronkelijke soortnaam verticillacantha te handhaven. Tijdens het SSK-AFLP - Project (2007) werd onder andere onderzocht, in hoeverre het resultaat van deze methode congruent was met die van de chloroplast-markers in 2005. Congruentie bleek ondermeer in de clade verticillacantha, waarin zich ook S. vasqueziana bevond. Ritter had zo'n verband in 1962 al gesuggereerd met zijn S. verticillacantha var. verticosior. Maar zowel Dr. Hunt (2006) als Gertel (2010) verbinden S. verticillacantha met S. steinbachii, misschien wel intuitief. Of hebben ze een recent gemeenschappelijke voorouder uit deze twee taxa kunnen afleiden? Gemeenschappelijke voorouder Met slim gekozen stukjes DNA kan een gemeenschappelijke oermoeder gevonden worden. Door gebruikmaking van deze methode wordt in oostelijk Afrika de bakermat van de mensheid vermoed. Let wel, vermoed. De gegevens worden onderworpen aan een kansberekening, die dit resultaat oplevert. Een vergelijkbaar onderzoek, maar dan voor cactussen, werd door Dr. Ritz (2007) uitgevoerd. Hieruit bleek, dat

alle onderzochte planten van Cintia, Sulcorebutia en Weingartia een gemeenschappelijke oermoeder hadden, die niet gedeeld werd met planten van een ander geslacht. Deze uitkomst lijkt een aanvaardbaar argument om in plaats van de drie geslachten Cintia, Sulcorebutia en Weingartia alleen nog het geslacht Weingartia (als de oudste naam en daarmee prioriteit hebbend) te erkennen. Toch wil ik u de volgende spielerei voorleggen. Ik stam af van Karel de Grote. Natuurlijk wilt u onmiddellijk een hard bewijs op schrift zien, maar dat lukt nog net niet. In plaats daarvan bied ik u een eenvoudige berekening aan. Laten we aannemen, dat Karel de Grote twee kinderen had, een jongen en een meisje. Laten we aannemen, dat dit ook geldt voor deze kinderen en alle generaties daarna. Stel dat er drie generaties per eeuw waren. Vanaf het jaar 800 zijn er dan 12 x 3 = 36 generaties geweest. In 2013 zou het aantal nakomelingen van Karel de Grote daardoor 2 36 = 68.719.476.736 moeten zijn. Dat is bijna 10 keer zoveel als dat er nu mensen op de wereld rondlopen. Ik vind het niet aannemelijk, dat ik niet een van deze 69 miljard mensen zou zijn. Anders gezegd, ik verwacht, dat ik van Karel de Grote afstam. Maar pas op, ik beweer niet, dat deze afstamming in zuiver mannelijke lijn plaatsvond. Die kans zou in dit voorbeeld maar l op 34,5 miljard zijn. De 36 e generatie zou immers uit 34,5 miljard jongens en 34 5 miljard meisjes bestaan. Nu kunt u dit verhaal natuurlijk verwerpen door mijn aanname van twee kinderen per voorouder in twijfel te trekken 3. Maar dat gaat niet op voor de omkering. Ieder mens heeft twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, enzovoort. Ten tijde van Karel de Grote leefden van ieder nu levend mens theoretisch bijna 69 miljard voorouders. Ook dat is onmogelijk, zult u zeggen. Ik 3 De belangstellende kan Wikipedia raadplegen en ontdekken, dat het een levendig bestaan was aan het hof van KdG geef u daarin gelijk. Het is alleen maar te accepteren, als heel wat voorouders meervoudig in het verhaal voorkomen. Misschien hebben ze wel geleefd op een soort eiland, in dit voorbeeld een eiland van adel. Dan hebben ze misschien wel bijzondere kenmerken ontwikkeld, zoals blauw bloed, dat buiten dat eiland niet waargenomen wordt. Je zou haast denken aan inteelt. Ik zal dan wel afstammen van een buitenechtelijk kind van een van deze eilandbewoners, want mijn bloed is gewoon rood. Deze spielerei is bedoeld om duidelijk te maken, dat men zich eigenlijk niet werkelijk een complete stamboom kan voorstellen. Hetzelfde geldt voor het resultaat van Dr. Ritz. Weliswaar werd er een waarschijnlijke oermoeder van de weingartia s inclusief sulcorebutia's gevonden, maar dat zal in haar tijd niet de enige cactus geweest zijn. De plant zal waarschijnlijk deel uitgemaakt hebben van een populatie. Waar zijn de nakomelingen van de populatiegenoten van de oermoeder gebleven? Zijn ze allemaal uitgestorven? Is dat aannemelijk? Zouden alle nu levende weingartia s echt van deze ene oermoeder afstammen? Hoewel het moeilijk te bevatten is, kan ik hier toch geen ruimte voor ruimere interpretatie vinden. Het antwoord zal dus bevestigend moeten zijn. Toch is het onzinnig om van een enkele oerweingartia als individuele plant uit te gaan. Ik zie eerder een ontwikkeling van een (groot?) aantal populaties, welke onderling genetische uitwisseling hadden en nog steeds hebben. Dit proces is nog lang niet voltooid. Het is moeilijk in kaart te brengen. Misschien is het zelfs wel helemaal niet mogelijk. Ik ben er lang niet zeker van of met kennis van het gehele genoom een begrijpelijke stamboom af te leiden is, zoals onlangs een wetenschapper suggereerde. Onverwachte bevruchting In de film La guerre du feu uit 1981,

Afb. 2: Randdoom van Sulcorebutia losenickyana JK 206. Door een loep wordt deze doom als glad opgevat Afb. 3: Randdoom van Sulcorebutia albissima JK 39. Op het oppervlak ontwikkelen zich uitstulpsels, die door Vanmaele met lobben worden aangeduid gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1911 van J.-H. Rosny aîné verliest een groep neanderthalers het vuur. Omdat geen van de leden van de stam zelf vuur kan maken, worden drie jongemannen erop uitgestuurd om nieuw vuur te zoeken. Dit is een avontuurlijke missie. Onderweg bevrijden ze een vrouw van de soort Homo sapiens die door een vijandelijke stam gevangen genomen was. Er bloeit wat moois op tussen deze vrouw en een van de drie neanderthalers. Tijdens het maken van de film werd gebruik gemaakt van adviezen van Desmond Morris. Wellicht een poging om de wetenschappelijke status van de film te versterken? Het is natuurlijk nog maar de vraag, of Homo sapiens ooit echt een Homo neanderthalensis ontmoet heeft, hoewel ze beide bijvoorbeeld in Duitsland voorgekomen zijn. Vergelijk het eens met het volgende. Vlak bij het dorp Torotoro in Bolivia vind je voetafdrukken van dinosau- Russen. Op hetzelfde terrein worden sulcorebutia's gevonden. Is het nu aannemelijk, dat zulke planten vroeger als voedsel gediend hebben voor plantenetende dinosaurussen? Blijkbaar is hier enkel de habitat niet bepalend voor een opvatting. Volgens Wikipedia wordt door de meeste wetenschappers de Enkele oorsproghypothese aangehangen, die uitgaat van een strikt gescheiden ontwikkeling van de moderne mens en de neanderthaler. Overeenkomstige eigenschappen zouden apart van elkaar ontstaan zijn. Maar de meeste mensen buiten Afrika hebben delen van aan neanderthaler gelieerd DNA. Dat zou weer een of meer neanderthalers als (verre) voorouders, die heel wat meer dan 36 generaties geleden leefden, aannemelijk maken. Of zouden deze overeenkomsten in DNA evengoed in beide ontwikkelingslijnen onafhankelijk van elkaar ontstaan zijn?

Welke deskundige zet ons nou op het goede spoor? Erkennen we een aparte soort Homo neanderthalensis? Of is het verstandig de neanderthaler als een vorm van Homo sapiens te beschouwen? Ik zie in dit vraagstuk raakpunten met de geschiedenis van Weingartia. Wellicht is het fundamenteel om uit twee aannames te kiezen. Verandert de status van een kenmerk geregeld spontaan, waardoor de populatie zich aanpast aan de omgeving? Of zijn deze eigenschappen op zich conservatief maar worden populaties van buitenaf beïnvloed als gevolg van migratie? Als de nieuw binnengekomen eigenschap gunstig is voorde aanpassing aan het milieu blijft ze behouden. Ik denk zelf veel aanwijzingen te zien voor de laatste veronderstelling. Wim Vanmaele (1983) wees op verschillen in de structuur van de opperhuid van de randdoorn. Randdoorns van S. breviflora doen sterk denken aan die van W. neocumingii. Vanmaele sprak van schijnlobben op de doorns. Op grond van zulke doorns had men breviflora toen bij Weingartia onder kunnen brengen. Maar daar zat indertijd niemand op te wachten. Andere doorns kunnen glad zijn of hebben uitstulpingen. door Vanmaele lobben genoemd (afb. 2, 3 en 4). Ik vind het verbazingwekkend maar 30 jaar na de publicatie lijkt de belangstelling voor deze waarneming nog steeds uiterst gering. Vaak hebben de doorns van Weingartia's die lijken op neocumingii, een lichte kleur met een donkere spits. Ik kan me voorstellen, dat alle weingartia's Afb. 4: Randdoorn van Weingartia frey-juckeri HJ 441. De epidermis van de doorn breekt transversaal, waarna het deel dat zich het dichtst bij de spits bevindt naar boven krult. Vanmaele spreekt van schijnlobben Afb. 5: Randdoorn van Gymnocalycium pflanzii KK 850 inclusief sulcorebutia's met zulke randdoorns nog niet zo lang geleden een gemeenschappelijke voorouder hadden. Maar dat zullen niet de eerste weingartia's geweest zijn, want zo'n randdoorn komt maar in een deel van het hele areaal voor. Onlangs was ik op een bijeenkomst van cactuslieflìebbers. Er werd een afbeelding van Gymnocalycium pflanzii vertoond. Mijn aandacht

werd getrokken door de lichte randdoorns met opvallende zwarte punten. Ze deden sterk denken aan de hierboven bedoelde weingartiadoorns. Maar Weingartia en Gymnocalycium zijn verschillende geslachten. Het zal dus wel geen betekenis hebben, als de landdoorns dezelfde kleur hebben. Op mijn verzoek stuurde Ludwig Bercht me randdoorns van onder andere Gymnocalycium pflanzii KK 850 op, waarvan ik microscopische opnames maakte (afb. 5). Tot mijn verrassing vond ik net zulke schijnlobben als op de doorns van veel klassieke weingartia s. Met het blote oog was al de lichte doorn met donkere punt vastgesteld. Is deze combinatie van twee kenmerken in beide geslachten onafhankelijk van elkaar ontstaan? Of heeft er een onverwachte bevruchting plaatsgevonden? Zijn er in dat gebied nog andere geslachten, die zulke randdoorns hebben? Ik ken ze niet, maar iemand anders misschien wel. In dat geval word ik graag gecorrigeerd. Anders geef ik de voorkeur aan de veronderstelling van een onverwachte bevruchting. lk heb zulke randdoorns van drie gymnocalyciums, die meer dan 1100 km van elkaar groeien, bekeken. Dit is beduidend meer dan de 300 km, die de uiterste groeiplaatsen van weingartia's met zulke doorns scheiden. Daarom neem ik aan, dat het kenmerk in Gymnocalycium eerder aanwezig was dan in Weingartia. Zou je nu moeten stellen, dat Weingartia van Gymnocalycium afstamt? In zekere zin wel, maar als zo'n bevruchting 50 generaties geleden een enkele keer heeft plaatsgevonden, zou de gymno maar een van de 1000 miljard voorouders geweest zijn. Het aantal theoretische voorouders bij bijvoorbeeld 50000 generaties gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Daarom zal er de voorkeur aan gegeven worden om zowel weingartia s als gymnocalyciums als een soort eilandbewoners te zien. In dit geval noemt men elk van de twee eilanden geslacht. Foto's van de schrijver Gagarinstraat 17 1562 TA Krommenie Wordt vervolgd Dit artikel werd in Succulenta 93:2 (2014) (bldz. 87-92) gepubliceerd. Overgenomen met de toelating van de schrijver en de uitgever.