TELEFONEREN NAAR DE BIBLIOTHEEK



Vergelijkbare documenten
EEN AFSPRAAK MAKEN VOOR EEN INTAKEGESPREK

EEN AFSPRAAK ANNULEREN

INFORMATIE ZOEKEN OP WEBSITES

HALLO! HOE GAAT HET MET JOU?

RIJSCHOOL. Wat moet je doen?

INSTRUCTIES BEGRIJPEN

HOE SCHRIJF JE DAT? Wat moet je doen?

Je bent ziek. Je kan niet naar de les gaan. Je kan een mail sturen naar een collega of naar je docent. Je kan ook naar het secretariaat bellen.

Anna en Noah starten met een opleiding in een avondschool. Ze doen een graduaat marketing. Tijdens de eerste pauze praten ze met elkaar.

WELKE CURSUS WIL JE VOLGEN?

gesprekspartner wil spreken pas over twee weken uit naar een andere dienst moet doorverwijzen? Wat zeg je wanneer de collega met wie je

WELKOM IN DE CURSUS. Wat moet je doen?

EEN BRIEF NAAR DE DOCENT

EEN BRIEF VAN EEN MEDECURSIST

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Vrij vragen

Spreken. Les 3: Wat zeg je? De supermarkt. SPREKEN NIVEAU A1

UNIVERSITEITEN IN VLAANDEREN

WANNEER KAN JIJ? Wat moet je doen?

Spreken. Les 3: Wat zeg je? De supermarkt OPDRACHTKAART.

Alles onder de knie? 1 Herhalen. Intro. Met de docent. 1 Werk samen. Lees het begin van de gesprekjes. Maak samen de gesprekjes af.

Is er een universiteit in Leuven? Kan je 3 vakken op de secundaire school opnoemen? Wat betekent tarieven? Een actieve quiz!

Praat-plaat. post. aad/thema/post werkblad 1

EEN BEZOEK AAN DE KAPPER (deel 1)

STUDIES EN BEROEPEN. Wat moet je doen?

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

INSCHRIJVEN VOOR DE TAALTEST

Les 35. Een nieuw paspoort

EEN BRIEFJE SCHRIJVEN OM IEMAND TE BEDANKEN

INSCHRIJVEN AAN DE HOGESCHOOL

Herhalingsles van het thema Op zoek naar werk

WANNEER GAAN WE ZWEMMEN?

Thema Op het werk. Les 15. Vrij vragen

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon OPDRACHTKAART.

Thema Op zoek naar werk. Les 9. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Spreken. Les 5: Wat zeg je? Gezondheid OPDRACHTKAART.

Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1

Lesbrief 14. Naar personeelszaken.

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Thema Op het werk. Lesbrief 13. Hoe werkt de machine?

Taalklas.nl Plus Cursistenmateriaal

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op zoek naar werk

Thema Kinderen en school. Demet TV. Lesbrief 9. De kinderopvang

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 6. Het sollicitatiegesprek Antwoord geven op vragen

Formeel en informeel. Formeel: Je gebruikt u om iemand aan te spreken. Je noemt iemand bij zijn achternaam.

IK ZOEK EEN STUDENTENJOB

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 8. Praten en bellen over een baantje

Weekschema maken. Je gaat praten over de dingen die jij in één week doet. Deze activiteiten ga je in een schema op de computer uitwerken.

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Op zoek naar werk. Demet TV. Lesbrief 7. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

JANUARI Yogacollege Tilburg. Telefoon:

werkbladen, telefoons en opnametoestel

Beginnerslessen. Lesbrief 42. Het inburgeringsexamen

Spreken. Les 2: Wat zeg je? Bus, tram en trein. SPREKEN NIVEAU A1

De examenperiode is een moeilijke tijd. Je moet hard studeren en je hebt veel stress. Wat is een goede studiemethode en wat doe je beter niet?

Heb je iets vergeten? Vraag aan je collega of hij je kan helpen.

EEN BRIEFJE SCHRIJVEN OM EEN AFSPRAAK TE MAKEN

Thema Gezondheid. Lesbrief 2. Naar het ziekenhuis.

Ook studenten kunnen ziek worden Op de website van de universiteit kan je informatie vinden over de studentendokter.

Op de website van je school vind je alle informatie over lokaalwijzigingen, inhaallessen, afwezige docenten en studie-uitstappen.

Spreken. Les 4: Wat zeg je? In een kledingzaak OPDRACHTKAART.

Cursistenboek Taalklas.nl Hoofdstuk 9 Lekker vrij!

Thema Op zoek naar werk

Thema Kinderen en school. Les 17. De kinderopvang

TOETSTAAK 14: FILE!!!

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Spreken. Les 6: Wat zeg je? Telefoon. SPREKEN NIVEAU A1

Thema Op het werk. Lesbrief 15. Het functioneringsgesprek.

TOETS NT2-1 schrijven. Goed voorbereid slagen. voor het staatsexamen NT2 programma 1. Opgavenboekje nr. 1 SCHRIJVEN. niveau B1. tijdsduur: 120 minuten

Introducties telefonisch interview

Het thema van deze les is Op zoek naar werk. Dit is les 7 Beginners. Werk vragen in een winkel.

Hoofdstuk 1- oefening 21 Extra schrijfoefeningen. Temposchrijven - 5 schrijfopdrachten in 11 minuten. Opdracht 1:

Thema Op het werk. Demet TV. Lesbrief 8. De eerste werkdag

Boot - DEM/DT/BE_MFAO-BOO, Financieel Advies en Ondersteuning - DEM/DL/BE_TS-MFAO, Fiscaal - DEM/DT/BE_MFAO-FIS, Gespreksvaardigheden Gr.1...

TASKFORCE VLUCHTELINGEN

Jaargang 3, eerste trimester 2002

dat ik aan mijn baas en collega s moet doorgeven welke werkzaamheden ik heb gedaan en wat nog gedaan moet worden.

Thema Op zoek naar werk. Les 10. Het sollicitatiegesprek Afspraken maken

Thema Op het werk. Lesbrief 14. Opdrachten

Wie ben jij? HOOFDSTUK 1 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik... Paula. a heet b naam kom je vandaan? a Hoe b Waar

Thema 4 Communicatie. Taalhulp Telefoneren. Informele situaties - opbellen en opnemen. Hoi, Diana. Hallo, Diana van Someren. Hi, met. Hé, met John.

1. Lees de van je vriend en beantwoord de vragen op blad 2.

Opstartlessen. Les 1. Kennismaken

Badwater Harderwijk - De Sypel - De Woelwaters

Kijk op: nt2taalmenu wordt gemaakt door: Frans Snik, Ed Kniesmeijer en René den Nijs.

Thema Op zoek naar werk

HOE KOM JE NAAR DE LES?

VERVOER NAAR DE CAMPUS

SCHOLEN VERGELIJKEN (1)

Leren (kan je ) leren!

De hervorming van het hoger onderwijs in Vlaanderen.

Thema Gezondheid. Les 3. De huisarts

STUDENT IN ANTWERPEN. Wat moet je doen?

Praat-plaat. de dag. aad/thema/de dag werkblad 1

Les 4. De fysiotherapeut.

Spreken. Les 5: Wat zeg je? Gezondheid. SPREKEN NIVEAU A1

Transcriptie:

Patrick studeert aan de universiteit. Hij zoekt een rustige plaats om te studeren. Hij wil in de bibliotheek gaan studeren. In de bibliotheek kan je ook de computers. Hij weet niet wanneer de bibliotheek open is. Hij telefoneert naar de centrale bibliotheek van de universiteit. Wat moet je doen? 1. Luister naar de dialoog en beantwoord de vragen op blad 2. 2. Heb je de dialoog goed begrepen? Corrigeer je antwoorden. Kijk naar blad 6. 3. De volgende oefening is een duo-oefening: a. cursist A leest de instructie op blad 3. b. cursist B leest de instructie op blad 4. 4. Herhaal de spreekoefening op blad 3 en 4. De cursist die eerst student was, werkt nu in de bibliotheek. De cursist die eerst in de bibliotheek werkte, is nu student. De persoon die blad 4 heeft, mag de openingsuren van de bibliotheek een beetje veranderen bv. van 9.30u tot 18.30u. 5. Je gaat zelf telefoneren naar een bibliotheek om de openingsuren te vragen. Lees de instructie op blad 5. Wat heb je nodig? Computers om het geluidsfragment te beluisteren of het fragment op cd en een cdspeler. Toegang tot een telefoon voor de spreekoefening op blad 5.

Taak blad 2 Patrick telefoneert naar de centrale bibliotheek van zijn universiteit. Luister naar de dialoog en schrijf de openingsuren op. Je mag een paar keer luisteren. Openingsuren bibliotheek: maandag: dinsdag: woensdag: donderdag: vrijdag: zaterdag: zondag: / Openingsuren bibliotheek tijdens de zomer: Welke vragen heeft Patrick aan de secretaresse gesteld? Luister nog een keer naar de dialoog en schrijf de vragen op....?...?

Taak blad 3 Cursist A Dit is een duo-oefening. Jij neemt blad 3 en je collega neemt blad 4. Jij bent een student. Jouw collega werkt in de bibliotheek van de universiteit. Je telefoneert met je collega. Je mag zeker niet kijken naar het papier van je collega. Je vraagt wanneer de bibliotheek open is en je schrijft de openingsuren op. De zinnen en woorden uit het woordenschatkader kunnen je helpen. Openingsuren bibliotheek: maandag: dinsdag: woensdag: donderdag: vrijdag: zaterdag: zondag: Woordenschat Start van het telefoongesprek: Goeiedag, mevrouw / meneer. U spreekt met... Vraag: Wat zijn de openingsuren van de bibliotheek, alstublieft? Wanneer is de bibliotheek open, alstublieft? Is de bibliotheek - in het weekend open? - op maandag open - s avonds open -... Problemen: Excuseer, kan u dat herhalen, alstublieft? Het spijt me, ik heb het niet begrepen. Kan u het nog eens herhalen, alstublieft? Ik spreek niet zo goed Nederlands. Kan u een beetje langzamer spreken, alstublieft? Einde van het telefoongesprek: Bedankt voor de informatie. Goeiedag.

Taak blad 4 Cursist B Dit is een duo-oefening. Jij neemt blad 4 en je collega neemt blad 3. Je collega is een student. Jij werkt in de bibliotheek van de universiteit. Je collega telefoneert naar je. Je mag zeker niet kijken naar het papier van je collega. Hij / zij vraagt wanneer de bibliotheek open is. Jij geeft de informatie De zinnen en woorden uit het woordenschatkader kunnen je helpen. Openingsuren bibliotheek: maandag: van 9.00 u tot 20.00 u dinsdag: van 9.00 u tot 20.00 u woensdag: van 9.00 u tot 20.00 u donderdag: van 9.00 u tot 20.00 u vrijdag: van 9.00 u tot 17.15 u zaterdag: van 9.00 u tot 12.30 u zondag: GESLOTEN Woordenschat Start van het telefoongesprek: Infobalie bibliotheek, goeiedag, met... Vraag: De bibliotheek is alle weekdagen open van... (uur). Op... (maandag, dinsdag,... en...) sluit de bibliotheek om... (uur). Op zaterdag is de bibliotheek open van... tot... (uur). Op zondag is de bibliotheek gesloten. Problemen: Excuseer, kan u dat herhalen, alstublieft? Het spijt me, ik heb het niet begrepen. Kan u het nog eens herhalen, alstublieft? Einde van het telefoongesprek: Goeiedag. woorden: open gesloten bv. De bibliotheek is vandaag open. openen sluiten bv. De bibliotheek sluit vandaag om 16.00u. weekdagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag weekend: zaterdag, zondag bv. Op weekdagen sluit de bibliotheek om 18.00u. bv. In het weekend is de bibliotheek gesloten.

Taak blad 5 Je gaat telefoneren naar een bibliotheek van een universiteit of hogeschool. Vraag aan je lesgever waar je kan telefoneren. Je mag zelf kiezen naar welke bibliotheek je belt. Let op: telefoneer niet allemaal naar dezelfde bibliotheek. Dat is vervelend voor de bediende. Je kan het woordenschatkader van blad 3 gebruiken. Kijk ook even naar de extra tip onderaan dit blad. KULeuven Centrale bibliotheek Tel: 016 32 46 60 Universiteit Antwerpen bibliotheek Stadscampus Tel: 03 220.44.30 Vrije Universiteit Brussel (VUB) - bibliotheek Tel: 02 629.26.09 KUBrussel - bibliotheek Tel: 02 412 43 11 Universiteit Hasselt - bibliotheek Tel: 011 26.81.23 KULeuven - Campus Kortrijk - bibliotheek Tel: 056 24 61 07 Universiteit Gent - bibliotheek Tel: 09 264 38 51 Hogeschool Antwerpen Tel: 03 240 19 06 Katholieke Hogeschool Antwerpen departement gezondheidszorg Turnhout bibliotheek Tel: 014 47 13 10 Katholieke Hogeschool Brugge Oostende campus Oostende - bibliotheek Tel: 059 56 90 19 Provinciale Hogeschool Limburg centrale bibliotheek campus Elfde Linie Tel: 011 23 87 01 Erasmushogeschool Brussel Campus Dansaert - bibliotheek Tel: 02 213 62 14 EXTRA TIP: Heb je het foute nummer gedrukt? Ben je niet zeker dat je met de juiste persoon spreekt? Zeg dan: Excuseer, ben ik bij de bibliotheek van de universiteit... (Gent, Leuven...)? Ben je inderdaad fout, dan excuseer je je:

Excuseer, ik heb het foute nummer gedrukt. Sorry voor het storen. Goeiedag

Correctie blad 6 Luisteroefening: openingsuren van de bibliotheek Openingsuren bibliotheek: maandag: dinsdag: woensdag: donderdag: vrijdag: zaterdag: zondag: / Openingsuren bibliotheek tijdens de zomer: Welke vragen heeft Patrick aan de secretaresse gesteld? Luister nog een keer naar de dialoog en schrijf de vragen op. Wat zijn de openingsuren van de bibliotheek, alstublieft? (Ik spreek niet zo goed Nederlands.) Kan u dat nog eens herhalen, alstublieft?

Transcriptie blad 7 Luisteroefening: telefoneren naar het secretariaat Secretaresse: Infobalie centrale bibliotheek, met Ingrid. Patrick: Goeiemorgen, mevrouw. U spreekt met Patrick Barton. Wat zijn de openingsuren van de bibliotheek, alstublieft? Secretaresse: We zijn alle weekdagen om 8.30 open, ook op zaterdag. Op maandag, woensdag en vrijdag zijn we gesloten om 19.00u. Op dinsdag en donderdag zijn we om 21.00 gesloten maar op zaterdag zijn we open tot 12.30. Patrick: Excuseer, mevrouw. Ik spreek niet zo goed Nederlands. Kan u dat nog eens herhalen? Secretaresse: Ja, natuurlijk. Van maandag tot en met zaterdag is de bibliotheek open vanaf 8.30u. Op maandag, woensdag en vrijdag sluiten we om 19.00u, op dinsdag en donderdag om 21.00u en op zaterdag zijn we alleen open in de voormiddag, tot 12.30. Oh ja, in de zomer sluiten we elke dag om 17.00u en is de bibliotheek niet open op zaterdag. Is alles duidelijk? Patrick: Ja. Bedankt voor de informatie. Secretaresse: Graag gedaan. Goeiedag. Patrick: Goeiedag.