Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 1 Ssst om goed te slapen Elke dag slapen we ongeveer 8 uur. Dat is een derde deel van ons leven. Veel mensen hebben er echter problemen mee. Een goed bed is belangrijk om goed te slapen. Slapen is erg belangrijk. Zonder goede nachtrust voelen we ons niet goed. We worden moe en futloos. We zijn humeurig en gemakkelijk verstrooid. Vermoeid zorgen we voor meer ongevallen. Goed slapen is niet altijd eenvoudig. Eén op drie mensen heeft er een probleem mee. Veel mensen gaan te laat slapen. Ze willen te veel doen. Veel mensen slapen ook moeilijk in. Ze piekeren de hele tijd. Anderen slapen niet vast. Ze schrikken vaak wakker. In het hele land zijn er 50 slaap-centra. Wablieft sprak daarover met dokter Guy Hoffman. Hij werkt op zo n dienst in een ziekenhuis in Brussel. Wablieft: Wat gebeurt er in een slaap-centrum? Dokter Hoffman: Wij onderzoeken mensen die problemen hebben met hun slaap. De meeste mensen worden gestuurd door een andere dokter. Soms is dat hun huisdokter. Vaak is het een dokter van het ziekenhuis. Sommige mensen stappen zelf meteen naar hier. Wij zoeken naar de oorzaak van hun slaap-probleem.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 2 Hoe doen jullie dat? Eerst praten wij met die mensen. We stellen hen vragen over hun gewoontes. Hoe laat gaan ze slapen? Hoe lang slapen ze? We vragen wat ze overdag en s avonds doen. We vragen hen of ze zorgen hebben. We stellen vragen over hun voeding en hun drank-gebruik. En ze vertellen ons ook over hun slaap-probleem. Soms weten wij na dat gesprek al genoeg. Sommige mensen moeten op een andere manier gaan leven. Ze moeten bijvoorbeeld proberen elke dag even laat te gaan slapen. Sommige mensen willen te veel doen in hun vrije tijd. Ze gaan bijvoorbeeld de hele nacht naar de disco. Meestal is er wel verder onderzoek nodig. Dan doen wij een slaap-opname. Wat is een slaap-opname? Mensen blijven dan 2 nachten in het ziekenhuis slapen. Wij doen dan onderzoek tijdens hun slaap. Wij meten hoe sterk hun hersenen nog werken. We volgen hun hartslag. We kijken hoeveel zuurstof er in hun bloed zit. We nemen ook het geluid van de ademhaling op. Dat is heel belangrijk. De oorzaak van veel problemen is een verstoorde ademhaling. Welke problemen zijn dat? Veel mensen snurken als ze slapen. Dat is op zich niet erg. Maar sommige snurkers hebben last van slaapapneu. Dat betekent dat ze in hun slaap soms stoppen met ademen. Dat kan soms meer dan 10 seconden duren. Die mensen worden telkens wakker of bijna wakker. Ze slapen dus niet vast of niet diep. s Morgens zijn ze niet uitgeslapen. Ze voelen zich de hele dag moe. Wat kunnen jullie daar aan doen? Wij zoeken naar een oplossing. Sommige mensen zijn wat te dik. Zij kunnen best vermageren. Voor anderen kan een masker op de neus helpen. Daarmee kan je altijd blijven ademen. Soms moeten we opereren. Dat gebeurt later in een andere afdeling van het ziekenhuis. Kunnen jullie veel mensen helpen? We kunnen de vraag om hulp niet volgen. Er is een wachtlijst van 2 tot 3 maanden. We hebben hier maar 5 bedden. Per week kunnen we dus slechts 10 tot 14 mensen helpen.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 3 Tips om beter te slapen - Slaap niet te warm, best is tussen 15 en 18 graden. - Verlucht je kamer elke dag. - Stofzuig je kamer regelmatig. - Vermijd fel licht voor je gaat slapen. - Ga niet onmiddellijk na een zware inspanning (lichamelijk of geestelijk) slapen. Je lichaam moet tot rust kunnen komen. - Vaste gewoonten voor je gaat slapen helpen als aanloop voor de slaap. - Na seks slaap je vaak beter, het neemt spanningen weg. - Nog praten in bed zorgt niet voor een rustige start van de slaap. - Blijf niet proberen in slaap te vallen, sta even op en probeer opnieuw - Slaap niet te lang. Dat stoort je ritme. (w)
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 4 1 Waar of niet waar? 1. Slechts weinig mensen hebben problemen met het slapen.... 2. Een goed bed is niet onbelangrijk om goed te slapen.... 3. Zonder goede nachtrust worden we futloos en humeurig.... 4. Eén op vier mensen heeft slaapproblemen.... 5. In een slaapcentrum zoekt men naar de oorzaak van iemands slaapprobleem.... 6. Mensen met slaapapneu voelen zich de hele dag fit.... 2 Zoek het antwoord in de tekst. 1. Hoelang slaapt een mens gemiddeld? 2. Wat gebeurt er in een slaapcentrum? 3. Waar hebben sommige snurkers last van? 4. Wat betekent slaapapneu? 5. Bij welke temperatuur slaap je het best? 6. Waarom is het beter niet te lang te slapen? 3 Zoek de betekenis op in het woordenboek. a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z 1. het ritme:... 2. vermijden:... 3. futloos:...
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 5 1 Wat is ongeveer hetzelfde? (zelfstandige naamwoorden) 1. het ongeval het hospitaal 1.... =... 2. het ziekenhuis de huisarts 2.... =... 3. de huisdokter het ongeluk 3.... =... 4. de hersenen de aanleiding 4.... =... 5. de oorzaak het begin 5.... =... 6. de start het brein 6.... =... 2 Wat is het tegengestelde? (zelfstandige naamwoorden) 1. het probleem de nachtrust 1....... 2. de dagtaak de oplossing 2....... 3. de dokter de slapeloosheid 3....... 4. de slaap de patiënt 4....... 5. de oorzaak het antwoord 5....... 6. de vraag het gevolg 6....... 3 Wat is ongeveer hetzelfde? (werkwoorden) 1. piekeren assisteren 1.... =... 2. schrikken spreken 2.... =... 3. praten luchten 3.... =... 4. verluchten babbelen 4.... =... 5. praten verschieten 5.... =... 6. helpen tobben 6.... =... 4 Wat is het tegengestelde? (werkwoorden) 1. inslapen vinden 1....... 2. zoeken opzoeken 2....... 3. vermijden zwijgen 3....... 4. spreken luisteren 4....... 5. vertellen beginnen 5....... 6. stoppen ontwaken 6.......
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 6 1 Wat is ongeveer hetzelfde? (bijwoorden) 1. meteen geregeld 1.... =... 2. regelmatig onmiddellijk 2.... =... 3. meestal erg 3.... =... 4. heel doorgaans 4.... =... 5. bijna af en toe 5.... =... 6. soms nagenoeg 6.... =... 2 Wat is het tegengestelde? (bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden) 1. moeilijk soms 1....... 2. vaak onregelmatig 2....... 3. regelmatig gemakkelijk 3....... 4. goed onrustig 4....... 5. futloos slecht 5....... 6. rustig energiek 6....... 3 Hoe staat het onderstreepte in de tekst? Schrijf de volledige zin. 1. Goed slapen is niet altijd gemakkelijk. 2. Wij onderzoeken mensen die slaaproblemen hebben. 3. Af en toe is dat hun huisarts. 4. Dikwijls is het een arts van het hospitaal. 5. Soms weten wij na dat gesprek al voldoende. 6. Sommigen moeten anders gaan leven.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 7 1 Kruis aan wat het betekent. (werkwoorden) 1. ergens over piekeren het gevoel hebben alles aan te kunnen zorgelijk of ingespannen over iets nadenken een hindernis nemen 2. iets proberen een probleem oplossen iets proper maken ergens je best voor doen, je ergens voor inspannen 3. iemand opereren iemand onderzoeken een heelkundige ingreep bij iemand uitvoeren met iemand iets ondernemen 2 Kruis aan wat wordt bedoeld. (zelfstandige naamwoorden) 1. moeilijkheid waar je niet direct een oplossing voor hebt het examen het probleem de ruzie 2. gas zonder kleur, reuk of smaak dat in de lucht voorkomt en dat nodig is voor de ademhaling van mensen en dieren het aardgas het koolzuur de zuurstof 3. dat wat je gewend bent de opvoeding de wens de gewoonte
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 8 1 Schrap wat er niet bij hoort. Let op de betekenis. Leg uit. 1. de arts - de specialist - de patiënt - de dokter - de chirurg Waarom?... 2. de nachtrust - het ontbijt - de slaap - het dutje - de rust Waarom?... 3. het bloed - de hersenen - de neus - het hart - het bed Waarom?... 4. de dokter - thuis - het ziekenhuis - het onderzoek - de opname Waarom?... 2 Vul een passend voorzetsel in. Kies uit de eerste kolom. naar 1. Dat is een derde deel.. ons leven. van 2. Vermoeid zorgen we.. meer ongevallen. voor 3. Veel mensen slapen ook moeilijk... over 4. Sommige mensen stappen zelf meteen.. hier. in 5. Eerst praten wij.. die mensen. met 6. We stellen vragen.. hun voeding. 3 Vul een passend woord in. Kies uit de eerste kolom. afdeling 1. We zijn... en gemakkelijk verstrooid. tijdens 2. Goed slapen is niet altijd.... oorzaak 3.... is het een dokter van het ziekenhuis. vaak 4. Wij zoeken naar de... van hun probleem. eenvoudig 5. Wij doen dan onderzoek... hun slaap. humeurig 6. Dat gebeurt in een andere... van het ziekenhuis.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 9 1 Kruiswoordraadsel. (zelfstandige naamwoorden) Zoek het woord onder de pijl. (Voor de ij gebruik je één vakje) 1. het 2. de 3. de 4. het 5. de 6. de 7. de 8. de 9. de HORIZONTAAL 1. gebouw met een bepaalde bestemming 2. toestand waarin je uitrust en waarin je bewustzijn nauwelijks functioneert, zodat je niets merkt van wat er om je heen gebeurt 3. lijst waarop je naam staat als je nog niet direct voor iets aan de beurt bent 4. geheel van botten, organen, pezen, spieren, huid enz. waaruit mensen en dieren bestaan 5. het starten 6. het slaan of kloppen van je hart 7. het helpen 8. het inspannen 9. gas zonder kleur, reuk of smaak dat in de lucht voorkomt en dat nodig is voor de ademhaling van mensen en dieren VERTICAAL Het woord onder de pijl is:... De oplossing van het kruiswoordraadsel vind je op p. 17.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 10 1 Kruiswoordraadsel. (werkwoorden) Zoek het woord onder de pijl. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. HORIZONTAAL 1. door schrik getroffen worden waarbij je soms een wilde beweging maakt 2. (bij dokters) nauwkeurig nagaan of iemand ziek is of gebreken heeft 3. iets in de buitenlucht laten uitwaaien 4. ergens je best voor doen, je ergens voor inspannen pogen, trachten 5. zorgelijk of ingespannen over iets nadenken 6. de normale gang van zaken van iets onderbreken 7. lucht in je longen zuigen en weer uitblazen ademhalen VERTICAAL Het woord onder de pijl is:... De oplossing van het kruiswoordraadsel vind je op p. 17.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 11 1 Zet de lettergrepen in de goede volgorde. 1. zond - ge - heid 1. de... 2. span - ning - in 2. de... 3. co - dis 3. de... 4. lijk - ge - ke - mak 4.... 5. on - del - lijk - mid 5.... 6. den - ver - mij 6.... 2 Maak een samenstelling. 1. wacht apneu 1. de... 2. slaap lijst 2. de... 3. nacht slag 3. de... 4.. hart rust 4. de... 5. drank stof 5. de... 6. zuur gebruik 6. het... 3 Wat past bij elkaar? 1. pro- woonte 1. het... 2. ge- lossing 2. de... 3. op- spanning 3. de... 4. af- bleem 4. de... 5. on- deling 5. het... 6. in- geval 6. de... 4 Zoek het meervoud in de tekst. 1. één spanning meer... 2. één seconde meer... 3. één ongeval meer... 4. één probleem meer... 5. één gewoonte meer... 6. één slaapcentrum meer...
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 12 1 Wat past bij elkaar? 1. gezond -lijk 1. de... 2. rit -heid 2. het... 3. ademha -me 3. de... 4. belang -lijk 4.... 5. gemakke -rijk 5.... 6. onmiddel -ling 6.... 2 Welke woorden passen bij elkaar? zelfst. nw. werkw. zelfst. nw. werkw. 1. de voeding helpen 1.... -... 2. de vraag ademhalen 2.... -... 3. het onderzoek inspannen 3.... -... 4. de inspanning onderzoeken 4.... -... 5. de ademhaling vragen 5.... -... 6. de hulp voeden 6.... -... 3 Welke woorden passen bij elkaar? werkwoord zelfst. naamw. werkwoord zelfst. naamw. 1. voelen de zorg 1.... -... 2. zorgen de schrik 2.... -... 3. schrikken het gevoel 3.... -... 4. willen het gesnurk 4.... -... 5. snurken de verluchting 5.... -... 6. verluchten de wil 6.... -... 4 Verbind met een lijn die woorden die bij elkaar horen. (een vergelijking) 1. sterk rustiger het moeilijkst 2. warm sterker het warmst 3. rustig moeilijker het sterkst 4. moeilijk warmer het rustigst 5 veel beter het meest 6. goed meer het best
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 13 1 Schrijf de woorden van elkaar. Plaats hoofdletters en leestekens. 1. eenopdriemensenheeftereenprobleemmee 2. guyhoffmanwerktopzondienstineenziekenhuisinbrussel 3. hoelaatgaanzeslapen 4. smorgenszijnzenietuitgeslapen 5. naseksslaapjevaakbeterhetneemtspanningenweg 6. ganietonmiddellijknaeenzwareinspanninglichamelijkofgeestelijkslapen 2 Schrijf het zoals in de tekst. De goede raad staat dan in de gebiedende wijs. 1. Je moet je kamer elke dag verluchten. 2. Je moet je kamer regelmatig stofzuigen. 3. Je moet fel licht vermijden voor je gaat slapen. 4. Je mag niet te lang slapen. 5. Je mag niet blijven proberen in slaap te vallen. 6. Je mag niet te warm slapen.
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 14 1 Maak met de zinsdelen een zin. 1. ongeveer / slapen / 8 uur / elke dag / we 2. een derde deel / dat / van ons leven / is 3. echter / problemen / veel mensen / er / hebben / mee 4. belangrijk / is / erg / slapen 5. niet / zonder goede nachtrust / goed / ons / voelen / we 6. voor meer ongevallen / vermoeid / we / zorgen 2 Maak de volgende zinnen af. 1. We slapen... 2. We zoeken... 3. We praten... 4. Sommige mensen moeten... 5. Dat is... 6. Eén op drie mensen heeft...
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 15 1 Zelf schrijven. Laat je inspireren door de vragen. Bedenk een titel voor je tekst. Heb je zelf wel eens slaapproblemen? Beschrijf wat je dan denkt of doet. Ging je naar de dokter? Welke goede raad kreeg je? Vond je het een interessant krantenartikel? Wat was nieuw voor jou? Zijn er slaaptips die je wel eens wil uitproberen?..
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 16
Centrum Basiseducatie Brusselleer Oefenmap lezen en schrijven p. 17 Oplossingen kruiswoordraadsels. (zelfstandige naamwoorden) 1. het c e n t r u m 2. de s l a a p 3. de w a c h t l ij s t 4. het l i c h a a m 5. de s t a r t 6. de h a r t s l a g 7. de h u l p 8. de i n s p a n n i n g 9. de z u u r s t o f (werkwoorden) 1. s c h r i k k e n 2. o n d e r z o e k e n 3. l u c h t e n 4. p r o b e r e n 5. p i e k e r e n 6. s t o r e n 7. a d e m e n