INSPECTIE RAPPORT VAN BEVINDINGEN School : o.b.s. De Hanwizer Plaats : Vrouwenparochie BRIN-nummer : 18TK Datum uitvoering onderzoek : 10 juni 2008 Datum conceptrapport bevindingen: 19 juni 2008 Datum vaststelling rapport : 2 september 2008 1 ONDERZOEK Op 31 maart 2008 heeft de inspectie met het bevoegd gezag deze school gesproken over de aanwezigheid mogelijke tekortkomingen in de onderwijskwaliteit op de school. Uit dit gesprek en uit de beschikbare informatie konden bevoegd gezag en inspectie niet eenduidig vaststellen of deze mogelijke tekortkomingen al dan niet (nog) aanwezig zijn. Met het bevoegd gezag is daarom afgesproken, dat de inspectie een onderzoek zal uitvoeren op deze school om na te gaan of er daadwerkelijk sprake is tekortkomingen in de kwaliteit het onderwijs, die in relatie staan met de reeds vastgestelde tekortkomingen in de opbrengsten. De inspectie heeft op 10 juni 2008 het afgesproken onderzoek uitgevoerd. Onder 2 vermeldt de inspectie welke indicatoren in dit onderzoek zijn meegenomen en tot welke bevindingen dit heeft geleid.
INSPECTIE 2 BEVINDINGEN 1 Tekortkomingen Op de o.b.s. De Hanwizer zijn enkele tekortkomingen geconstateerd ten aanzien de volgende indicatoren: Overige indicatoren 1.1 De school heeft inzicht in de verschillen ïn onderwijsbehoeften haar leerlingenpopulatie. 1.4 De school werkt planmatig aan verbeteractiviteiten. 1.5 De school borgt de kwaliteit het leren en onderwijzen. 1.6 De school rapporteert aan belanghebbenden inzichtelijk over de gerealiseerde kwaliteit het onderwijs. 1.7 De school waarborgt de sociale veiligheid voor leerlingen en personeel. 3.4 De leerinhouden voor Nederlandse taal en voor rekenen en wiskunde worden aan voldoende leerlingen aangeboden tot en met het niveau leerjaar 8. 4.4 De leraren maken efficiënt gebruik de geplande onderwijstijd. 7.3 De leraren stemmen de instructie en verwerking af op de verschillen in ontwikkeling tussen de leerlingen. 11.4 De school gaat de effecten de zorg na. 1 De nummering de indicatoren verwijst naar het volledige waarderingskader primair onderwijs.
j» Q INSPECTIE Geen tekortkomingen De onderstaande indicatoren zijn eveneens onderzocht en als voldoende beoordeeld: Leerresultaten 13.1 De resultaten de leerlingen voor Nederlandse taal en voor rekenen en wiskunde tijdens de schoolperiode liggen ten minste op het niveau dat op grond de kenmerken de leerlingenpopulatie mag worden verwacht. 13.2 Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften ontwikkelen zich naar hun mogelijkheden. 13.3 De leerlingen doorlopen in beginsel de school binnen de verwachte periode,8 jaar. _ &<-MMÏ&:z. 1.1 De school heeft inzicht in de verschillen in onderwijsbehoeften haar leerlingenpopulatie. 1.4 De school werkt planmatig aan verbeteractiviteiten. 1.5 De school borgt de kwaliteit het leren en onderwijzen. 1.6 De school rapporteert aan belanghebbenden inzichtelijk over de gerealiseerde kwaliteit het onderwijs. 1.7 De school waarborgt de sociale veiligheid voor leerlingen en personeel. 1.8 De school draagt zorg voor de kwaliteit het onderwijs gericht op bevordering sociale integratie en actief burgerschap, met inbegrip het overdragen kennis over en kennismaking met de diversiteit in de samenleving. 3.1 De aangeboden leerinhouden voor Nederlandse taal en voor rekenen en wiskunde zijn dekkend voor de kerndoelen. 3.5 De leerinhouden in de verschillende leerjaren sluiten op elkaar aan. 3.6 De leerinhouden voor Nederlandse taal en rekenen en wiskunde zijn afgestemd op de onderwijsbehoeften individuele leerlingen. 3.8 De school met een substantieel aantal leerlingen met een leerlingengewicht biedt leerinhouden aan bij Nederlandse taal die passen bij de onderwijsbehoeften leerlingen met een taalachterstand. 5.3 De leraren zorgen ervoor dat leerlingen op een respectvolle manier met elkaar omgaan. 6.1 De leraren realiseren een taakgerichte werksfeer. 6.3 De leraren leggen duidelijk uit. 6.5 De leraren geven expliciet onderwijs in strategieën voor denken en leren. 7.1 De leraren volgen de vorderingen hun leerlingen systematisch. 8.1 De leerlingen zijn actief betrokken bij de onderwijsactiviteiten. 8.3 De leerlingen hebben verantwoordelijkheid voor de organisatie hun eigen leerproces die past bij hun ontwikkelingsniveau. 9.3 De ouders/verzorgers tonen zich betrokken bij de school door de activiteiten die de school daartoe onderneemt. 9.5 De leerlingen en het personeel voelen zich aantoonbaar veilig op school. 10.1 De school gebruikt een samenhangend systeem instrumenten en procedures voor het volgen de prestaties en de ontwikkeling de leerlingen. 11.2 Op basis een analyse de verzamelde gegevens, bepaalt de school de aard de zorg voor de zorgleerlingen. 11.3 De school voert de zorg planmatig uit.
A Q INSPECTIE 3 ONDERBOUWING TEKORTKOMINGEN In dit hoofdstuk geeft de inspectie een toelichting in hoofdstuk 2 genoemde tekortkomingen. Tevens wordt uitgelegd waarom de indicatoren 12.1 en 12.2 niet beoordeeld zijn. 12.1 De school kan zich niet verantwoorden over de eindopbrengsten de afgelopen vijf jaren. De inspectie berekent bij scholen met zeer kleine groepen (kleiner dan tien leerlingen per groep) de gewogen groepsgemiddelden over een periode vijf jaren. De school kan alleen de eindtoetsgegevens de afgelopen twee jaren tonen. Deze laten echter geen eenduidig beeld zien. De inspectie onthoudt zich op deze indicator een oordeel. 12.2 De school maakt voor het bepalen de ontwikkeling de sociaal-emotionele ontwikkeling de leerlingen gebruik een observatie-instrument een niet landelijk genormeerde toets. Daarnaast kan de school niet aantonen dat zij gebruikmaakt een beredeneerd aanbod voor de sociaal-emotionele ontwikkeling sociale vaardigheden haar leerlingen. 1.1 De school heeft onvoldoende zicht op de kenmerken de schoolbevolking en zij verbindt daar in onvoldoende mate consequenties voor het onderwijs aan. Wel geeft de school aan dat veel leerlingen taalachterstanden hebben en dat er relatief veel zorgleerlingen op de school zitten. Een onderzoek of analyse hieromtrent is echter niet aangetroffen. 1.4 Er is geen jaarplanning of een verbeterplan aangetroffen. De voornemens de school zijn vooralsnog niet vertaald in meetbare en concrete doelen. Het is daarom onvoldoende duidelijk op welke wijze de school aan de verbeteractiviteiten wil gaan werken, wie waarvoor verantwoordelijk is, wie de uitvoering op zich gaat nemen en op welke wijze de resultaten worden vastgesteld en geëvalueerd. Daarnaast ontbreekt een uitgewerkt tijdpad. 1.5 Het is onduidelijk op welke wijze de school beleid voert dat er op gericht is de huidige kwaliteit op een concrete en controleerbare manier te continueren. De school maakt 'het borgen' niet zichtbaar door aan te geven dat zij procedures heeft beschreven en een leidinggevende toetst niet regelmatig de gang zaken. Het gaat hierbij met name om het vasthouden het bereikte bij reeds afgesloten verbetertrajecten. 1.6 Er zijn geen schriftelijke gegevens aangetroffen waarin de school de belanghebbenden informeert over de kwaliteit het onderwijs, alsmede de effecten de verbeteractiviteiten. Ook de informatie aan ouders via de website is uiterst summier. 1.7 Van scholen wordt verwacht dat zij actief beleid voeren op het gebied de sociale veiligheid voor leerlingen en personeel. Dit houdt in dat de school inzicht heeft in de beleving sociale veiligheid. Een uitgewerkt veiligheidsbeleidsplan is echter niet aangetroffen.
INSPECTIE 3.4 Voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs is het belang dat de leerinhouden feitelijk aan voldoende leerlingen worden aangeboden tot en met het niveau leerjaar 8. Uit analyse het werk en de toetsresultaten begrijpend lezen de leerlingen in groep 8 blijkt dit voor de meeste leerlingen niet het geval te zijn. 4.4 Door veelvuldig gebruik te maken dag- en weektaken is het onduidelijk of de onderwijstijd wel voldoende evenwichtig verdeeld is over de verschillende leer- en vormingsgebieden en of het rendement de taakkaarten wel voldoende is. De opdrachten beschreven in de dag- en weektaken zijn onvoldoende concreet uitgewerkt. De effectiviteit bepaalde vakken of onderdelen er zijn niet aan te tonen. Het rendement de onderwijstijd is - bij het werken met taakkaarten - met name in de bovenbouwgroepen te laag. 7.3 De leraren stemmen de instructie en verwerking in onvoldoende mate af op de verschillen tussen de leerlingen. De leraren richten zich - per jaargroep - onvoldoende expliciet tot de zwakkere of juist goede leerlingen. Leerlingen voor wie de instructie niet echt nodig is, zetten zij niet aan het werk. In de verwerking wordt weliswaar in tijd gedifferentieerd, maar er wordt onvoldoende gericht gebruikgemaakt inhoudelijke differentiatie. Begaafde leerlingen kunnen bijvoorbeeld andere verwerkingsopdrachten krijgen dan zwakkere leerlingen. Zo mogelijk kunnen snelle en meerbegaafde leerlingen (kerndoel gerelateerde) specifieke keuzemogelijkheden worden geboden. 11.4 Binnen de systematiek de leerlingbesprekingen wordt onvoldoende frequent nagegaan of de doelen uit de handelingsplannen gerealiseerd zijn en of het hulptraject adequaat was. Keuzes of aanpassingen voor het vervolgtraject worden daarmee minder effectief. 4 ANALYSE EN CONCLUSIE De inspectie constateert dat de school ten aanzien de kwaliteit het onderwijs, met name op het gebied kwaliteitsbeleid, aanbod en afstemming, een aantal risico's kent. Dit heeft vooral te maken met het feit dat de school een roerige tijd achter de rug heeft. In nog geen vijf jaar tijd hebben zes (interim-)directeuren de school geleid en zijn er vijf verschillende intern begeleiders op de school werkzaam geweest. Leerlingen in groep 8 geven aan dertien verschillende leraren te hebben gehad. De onrust en de vele personele wisselingen hebben er toe geleid dat een aantal leerlingen een onderwijsachterstand heeft opgelopen. Per 1 augustus 2008 zal opnieuw een personeelswisseling plaatsvinden. Toch lijkt, met de komst de huidige directeur en intern begeleider, de situatie meer dan voorheen onder controle te zijn. Het ontwikkelen en beschrijven concrete doelen op het gebied kwaliteitsbeleid en het uitvoeren gerichte kwaliteitscontrole zijn prioriteit en voorwaarden in het ontwikkelingsproces de school. Ook bij eerdere inspectiebezoeken (2005 en 2006) bleek het kwaliteitbeleid de school onvoldoende te zijn. Daarnaast is de uitvoering nieuw beleid, dat er op gericht was het zelfstandig werken leerlingen in de school te ontwikkelen, vastgelopen.
I» Q INSPECTIE hetonderwijs Hiermee is overigens niet gezegd dat de kwaliteit het pedagogisch en didactisch handelen de leraren onder de maat is; deze kent echter wel een grote diversiteit. De school, met relatief veel zorgleerlingen, heeft op het gebied zorg en begeleiding een positieve ontwikkeling doorgemaakt. 5 GEBRUIKT ONDERZOEKSMATERIAAL De volgende bronnen zijn gebruikt tijdens het onderzoek: Analyse documenten die op de school ter inzage aanwezig waren en die betrekking hebben op zelfevaluatie-activiteiten de school. Schoolbezoek, waarbij in een aantal groepen de onderwijspraktijk is geobserveerd door het bijwonen lessen Nederlandse taal en rekenen en wiskunde. Deze lesbezoeken vonden plaats in de combinatiegroepen 1/2, 3/4/5 en 6/7/8. Bovendien heeft de inspectie over de kwaliteit de kernindicatoren gesprekken gevoerd met de directie en de intern begeleider. Aan het eind het schoolbezoek heeft de inspectie de kwaliteitsoordelen en de conclusies het schoolbezoek besproken met de directie en een vertegenwoordiger het bevoegd gezag. Voor de beoordeling heeft de inspectie het toezichtkader primair onderwijs 2005 gebruikt, inclusief de daarbij behorende normering. Op de website www.onderwijsinspectie.nl vindt u achtergrondinformatie over dit toezichtkader. De inspectie heeft bovendien de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) betrokken in haar onderzoek.