Vergelijkbare documenten
verstikkings-verschijnselenverschijnselen

ONDERZOEK VAN BRANDOORZAKEN

Wat is een explosie? Een explosie is een zeer snel verlopende brand met een vrijkomende (verwoestende) drukgolf.

Brand en explosiegevaar

Rapport onderzoek brandverloop woonblok Schiermonnikoog te Zaandam

brandbare stof zuurstof ontstekingsbron

Wijkoverleg Rischot 10 februari 2011 Brandpreventie

Zie de politie-opleidingopleiding

2 VWO 2 HAVO Oefenstof dichtheid.

Welkom. DE VRAAG VAN VANDAAG: Wat zien we met een warmtebeeldcamera?

1. Brandoorzaken en branduitbreiding In de tabellen 1 tot en met 4 zijn resultaten over brandoorzaken en branduitbreiding weergegeven.

Brandveiligheid kamerwoningen

BRAND. Algemene informatie over brand

- WAT IS BRAND? - BRANDKLASSEN - HOE EEN BRAND BESTRIJDEN? - KLEINE BLUSMIDDELEN - WAT TE DOEN BIJ BRAND - VOORKOMEN VAN BRAND

ALGEMENE INLEIDING OVER HET ONDERZOEK NAAR BRANDOORZAKEN EN HET OPMAKEN VAN EEN DESBETREFFEND RAPPORT

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken

Samenvatting NaSk Hoofdstuk 4

Afbakening Het onderzoek richt zich op de fatale woningbranden in De niet-fatale woningbranden zijn in het onderzoek niet meegenomen.

Over de brandveiligheid van veestallen is veel te doen. Een brand geeft de nodige impact. Voor zowel de ondernemer als in de media.

Doe-het-zelven en brandveiligheid

Brandbare Meubel-dag. Wat vindt het Bouwbesluit van meubilair en wat vinden wij er eigenlijk van. Even voorstellen. 22 maart 2018

Handige tips over brandweerstand

-5- Noem de blusmethoden voor een klasse A-brand. -5- Omschrijf de brandklassen. -5- Noem de blusmethoden voor een klasse B-brand.

Methodologie en opsporen van de oorzaak en omstandigheden van brand bij motorvoertuigen

Onderdelen lijst SPEELHUIS TIJGER

Vluchtplan van Gastouder:..

Algemene risicoanalyse voor de werkpost : Booglassen Versie 99/1 Blz. 1/5

Comfortherstel aan huis

BETONKACHEL VERVAARDIGING

Harsh & Hazardous. Dé richtlijnen voor extreme omstandigheden EXPLOSIES

INFORMATIEFICHE VRIJWILLIGE BRANDWEER SCHOTEN 1/7

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

Thermografisch onderzoek aan de gebouwschil van de woning aan de Thorbeckelaan nr. 24 te Eindhoven

Casus 3. Woonkamerbrand door tafelstekkerdoos. Hoek van ontstaan. Reconstructie.

Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 8

ROCKFON. Albert RICOUR Account Manager. Brandveilige plafondoplossingen

Onderdelen lijst SPEELHUIS PANDA

SCHRIFTELIJKE INSTRUCTIES VOLGENS HET ADN. Maatregelen in het geval van een ongeval of noodgeval

Beton is een mengsel van grind, zand, cement en water. Gewapend beton is beton dat verstevigd is met ijzer.

Opleiding: Methodologie en opsporen van de oorzaak en omstandigheden van brand bij motorvoertuigen.

HOUTSKELET BOUW BRANDVEILIGHEID

Aan de leden van de Raad Postbus AG Hoofddorp

SCHRIFTELIJKE RICHTLIJNEN VOLGENS HET ADR. Te nemen maatregelen in geval van een ongeval of een noodsituatie

Ik ga mijn spreekbeurt houden over vuur. Ik heb alvast op het bord geplakt waar ik het over ga hebben:

JIJ. Daar moet je nu over nadenken!

Samenvatting Natuurkunde hoofdstuk 4

In dit document leggen we uit hoe isolatie werkt en hoe INSUL8eco werkt in uw gebouw.

Algemene Veiligheidsvoorschriften. Algemene Veiligheidsvoorschriften WAARSCHUWING WAARSCHUWING:

Brandveiligheid in de zorg

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

Melding slecht energiegebruik.

Symposium Zonne-energie & brandveiligheid

Hoe veilig is jouw woning?

Branden in parkeergarages Problematiek

Brandweerstudie wil brandveiligheid van meubels vergroten

Het smelten van tin is géén reactie.

Brandveiligheid in de zorg

Woningcontrole brandveiligheid

Onderdelen lijst SPEELHUIS WASBEER

Fiche 9 (Analyse): Artikel 52 van het ARAB

R-zinnen en S-zinnen. R-zinnen... 2 Gecombineerde R-zinnen... 4 S-zinnen... 7 Gecombineerde S-zinnen... 9

Vuistregels Brandveiligheid

overzicht grofvuil 1) BRANDBAAR GROFVUIL (wat niet in een restafvalzak kan)

Hoe veilig is uw woning?

Inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar. Datum Actie Status Dossier opgeladen na conversie Het dossier is geregistreerd

EXPERTISES CONSTRUCTIEVE PLAATSBESCHRIJVING

/////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////////

STABILITEIT. scheuren in gebouwen

TE KOOP Vrijstaande woning met loods op een perceel van 780 m²

Oudestraat 69, Gemert

Brand in een garage Mijn naam is Leo Mulder. COO van BELFOR en BELFOR Technology Nederland

Brandpreventie. voor senioren. Introductie brand(on)veiligheid en-preventie

Gevels en brand Risico s nu en in de toekomst

Tapes. Tapes

Enkelvoudige R-zinnen 1 In droge toestand ontplofbaar 2 Ontploffingsgevaar door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken.

Voorlichting. in het kader van Brandveilig Leven. Brand is geen grap:

Naam: Klas: PROEFWERK WARMTE HAVO

Brandpreventie voor ouderen

LEGENDE. per eeuw > kleur aanduiding idem aan plannen. Datering. Bouwhistorische waarde zeer waardevol. Geen historische waarde

Het Herenhuis met aangrenzende woning dateert uit Het Herenhuis heeft dienst gedaan als gemeentehuis en later als woonhuis.

1. RISK & SAFETY ZINNEN

Bisschop Schrijnenstraat 84 - Venlo

Brandweerkazerne Dordrecht

Onderdelen lijst SPEELHUIS SCHILDPAD

Weten en kennen Definitie van brand: Een voorbeeld

Aanmelding voor thermografisch onderzoek

Interventiefiche 1 (ter bestemming van de politiediensten)

onbrandbaar, hoogste Europese brandklasse beschermt constructies bij brand geen of nauwelijks rookontwikkeling geen smeltende druppels geen

Onderdelen lijst SPEELHUIS PINGUIN

Oefentoets-Brandpreventie en brandbestrijding-2016

Onderdelen lijst SPEELHUIS EEKHOORN

AAN de slag 1.1 de bunsenbrander

Ramlehweg 27-B, Rotterdam

Werkzaamheden De Baan 1, Warmenhuizen Sloopwerkzaamheden

Brandpreventie. Inhoud van de presentatie. Inhoud van de presentatie. Hoe een brand bestrijden? Inhoud van de presentatie.

Adviesverlening & begeleiding Preventie en welzijn. Brand & evacuatie gebruikers gc Berkenhof

Transcriptie:

ONDERZOEK VAN BRANDOORZAKEN DEEL 3 Cursus Onderluitenant Ing. Luc Defever 1. Doel van een brand-onderzoek 2. Structuur van het deskundig onderzoek, beschikbare technieken 3. Onderzoek van de brandplaats 4. Motivatie om brand te stichten 5. Aanwijzingen voor brandstichting knipperlichten 6. Mogelijke accidentele brandoorzaken 7. Operationele knipperlichten 3. Onderzoek van de brandplaats 3.1. Te volgen stappen tijdens het onderzoek 3.2. Het eigenlijk deskundig onderzoek 3.1. Te volgen stappen tijdens het onderzoek zich eigen maken aan de plaatssituatie zone en niveau bepalen waar de brand ontstaan is bepalen van de eigenlijke brandoorzaak: indien opzettelijk aangestoken: op welke wijze? 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 1. zich eigen maken aan de plaatssituatie: de constructie, het gebruik van het gebouw, de omstandigheden van de brand. 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 1

15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 2

15 minuten rondlopen met de handen in de broekzakken. 2. de plaats bepalen waar de brand ontstaan is : de zone en het niveau. De plaats, waar de brand is ontstaan, hangt samen met de brandschade De verschillende schadesporen nauwkeurig analyseren Uit het geheel van de vaststellingen, de juiste besluiten trekken. Vóór de bepaling van de plaats: reconstructie van de feiten, naar plaats naar tijd. => juist beeld van het ontstaan, uitbreiding en blussing van de brand. Belangrijke punten: de verspreiding van hitte door conductie, convectie en straling de aard van de aanwezige brandbare materialen de plaats en de verdeling van deze materialen uitwendige factoren, ( wind!) het verloop van de blussingswerken. 3

3. bepalen van de eigenlijke brandoorzaak: warmtebron? ontstekingsbron of hittepunt? welke materialen eerst bij de brand betrokken? 4. indien opzettelijk aangestoken: op welke wijze dit kan gebeurd zijn? => eventueel de motivatie van de brandstichter(s) afleiden. Brandweerverslag: rubriek 16. aard van gebouw of constructie rubriek 17. vermoedelijke plaats van ontstaan van de brand rubriek 18. vermoedelijke warmtebron rubriek 19. materiaal dat vermoedelijk eerst ging branden rubriek 20. vermoedelijke brandoorzaak 4

rubriek 16. aard van gebouw of constructie: rubriek 17. vermoedelijke plaats van ontstaan van de brand ééngezinswoning appartement hotel café, restaurant caravan kantoorgebouw school ziekenhuis rustoord winkel, warenhuis industrie landbouw bouwwerf vaartuig schouwspelzaal andere woonkamer keuken slaapkamer gang, trappenhuis kantoor stookplaats garage afvalkoker, container opslagplaats zolder, dak werkplaats verfspuitcabine winkel eetzaal onbekend andere rubriek 18. vermoedelijke warmtebron rubriek 19. materiaal dat vermoedelijk eerst ging branden kooktoestel elektrisch kooktoestel gas waterverwarmer elektrisch waterverwarmer gas elektrische installatie elektrische verlichting centrale verwarming gas centrale verwarming elektrisch plaatselijke elektrische verwarming plaatselijke gasverwarming laatselijke verwarming kolen houtkachel, open haard lucifer sigaret, tabak kaars televisie lasapparaat, snij-apparaat onbekend andere meubilair textiel papier, karton plafondbekleding muurbekleding kunststof isolatiemateriaal frituurvet verf, vernis hooi, stro gas benzine, olie asfalt, bitumen kolen, roet onbekend andere rubriek 20. vermoedelijke brandoorzaak Statistieken 1991, 1992: Ministerie van Binnenlandse Zaken rubriek 16: aard van gebouw of constructie roker droogkoken gaslek explosie bliksem laswerk, snijwerk verf afbranden oververhitting afval verbranden zelfontbranding kortsluiting technisch defect spelen met vuur brandstichting onbekend andere 5

Statistieken 1991, 1992: Ministerie van Binnenlandse Zaken rubriek 17: vermoedelijke plaats van ontstaan van de brand Statistieken 1991, 1992: Ministerie van Binnenlandse Zaken rubriek 18: vermoedelijke warmtebron Statistieken 1991, 1992: Ministerie van Binnenlandse Zaken rubriek 19: materiaal dat vermoedelijk eerst ging branden Statistieken 1991, 1992: Ministerie van Binnenlandse Zaken rubriek 20: vermoedelijke brandoorzaak Aantal opzettelijke brandstichtingen geschat op ca 30 %, de helft van de onbekende oorzaken: opzettelijke brandstichting? een aantal branden en brandstichtingen komen niet ter kennis van de brandweer. Kwetsbare gebouwen en objecten bij brandstichting scholen, jeugdcentra, clubhuizen restaurants, café's, bars woonhuizen bouwplaatsen magazijnen hotels winkels, warenhuizen, winkelcentra agrarische gebouwen industriële gebouwen auto's, vrachtwagens, caravans 6

3. Onderzoek van de brandplaats 3.1. Te volgen stappen tijdens het onderzoek 3.2. Het eigenlijk deskundig onderzoek 3.2. Het eigenlijk deskundig onderzoek 3.2.2. Bijzondere gevallen: gedetailleerd speurwerk 3.2.3. Andere technieken en hulpmiddelen 3.2.4. Interpretatie van de details Systematisch werken: Van algemeen naar detail Bestuderen van de algemeenheden en details in het schadebeeld. Wanneer afstappen? zo vlug mogelijk, gedurende de brand men kan er niet veel kan uitrichten wegens rook, water, duisternis en de aanvankelijke, doorgaans verwarrende informatie. contact met de eerste interventieploeg van brandweer, politie, 7

Duur van het onderzoek? Een eerste rondgang Bij kleine branden: de plaats van de brandhaard vlug zichtbaar Bij grotere branden: methodisch onderzoek vereist Kan het uren, dagen of weken duren. "You have to dig in" Technieken, middelen: opruimen van het puin. Kirk: "You have to dig in" met een schop mensen voor het verplaatsen van meubelen of andere inboedel een kraan of bulldozer (ingestorte muren, vloerplaten of dakgedeelten. 3.2.1. Algemene methodische aanpak 3.2.2. Bijzondere gevallen vragen gedetailleerd speurwerk 3.2.3. Andere technieken en hulpmiddelen staan ter beschikking 3.2.4. Interpretatie van de details het onderzoek ter plaatse: studie van het schadebeeld aan de buitenzijde van het gebouw een algemene rondgang aan de binnenzijde gewone branduitbreiding gebeurt van beneden naar boven op zoek naar het laagste punt de originele brandhaard bepalen op zoek gaan naar de eigenlijke brandoorzaak nemen van monsters het ganse brandverloop nogmaals te beredeneren 8

1. studie van schadebeeld aan buitenzijde van het gebouw waar de brand uit het gebouw is geslagen de schade aan het dak => aanwijzingen over niveau, plaats en intensiteit van de brand schade aan het gebouw, vensters, rooksporen op de gevels, dakgoot V-patroon op buitenwanden: aanwijzingen over nabijheid van de oorsprong, over de windrichting. 2. een algemene rondgang aan de binnenzijde vanaf de minst beschadigde gedeelten => plaats/de zone waar de brand ontstaan is We volgen de terugweg van het vuur: van licht berookt naar zwaar berookt van lagere temperatuur naar hogere van licht naar zwaar verkoolde zone. 9

3. gewone branduitbreiding gebeurt van beneden naar boven => vanaf de brandplaats het verloop van de branduitbreiding reconstrueren rekening houdend met windrichting, openingen, trappen,!! brandschade op plafond!! V-vormige sporen op muren en inboedel Schade aan het plafond is heviger boven de brandoorsprong. V-patronen kunnen naar de oorsprong wijzen. 10

4. Op zoek naar het laagste punt, de laagste zone van de brandhaard. De oorsprong is dikwijls te vinden, dicht bij het laagste punt van beschadiging. Puin ruimen of inboedel verplaatsen. Verplaatste inboedel eerst terug op zijn oorspronkelijke plaats zetten. Onderkant van inhoud en meubilair onderzoeken Brandsporen op meubilair en binnenschrijnwerk: aanduidingen over de oorsprong. 11

5. Bepalen van de originele brandhaard de meest beschadigde plaatsen of voorwerpen op zoek gaan naar wat eventueel "verdwenen" (= weggebrand) is. Belang te weten welke de oorspronkelijke inboedel is. een brandonderzoek is een moeilijke zaak is, daar een brand zijn eigen sporen vernietigt. Een onderzoeker dient te zoeken naar en aandacht te hebben voor wat eventueel volledig is weggebrand. 6. de plaats waar de brand ontstaan is, wordt kleiner. Op zoek gaan naar de eigenlijke brandoorzaak. 7. Eventueel nemen van monsters om de aanwezigheid van brandversnellers te kunnen opsporen. 12

8. Laatste fase : het ganse brandverloop nogmaals beredeneren, vertrekkend van de gevonden brandhaard en brandoorzaak rekening houdend met de inboedel, de constructiematerialen, het verloop van de brandinterventie, enz. voorbeelden 13

3.2.1. Algemene methodische aanpak 3.2.2. Bijzondere gevallen vragen gedetailleerd speurwerk 3.2.3. Andere technieken en hulpmiddelen staan ter beschikking 3.2.4. Interpretatie van de details 3.2.1. Bijzondere gevallen vragen gedetailleerd speurwerk: 5 te volgen stappen 1. het onderzoek van de elektrische installatie 2. het onderzoek van motoren en allerlei toestellen 3. onderzoek van de vloer 4. terugplaatsen en de reconstructie van de inboedel 5. onderzoek van bepaalde stukken van hout - glas metaal 1. het onderzoek van een elektrische installatie 14

15

2. het onderzoek van motoren en allerlei toestellen. verkleuring, corrosie, verwringing van metalen delen: oorzaak of uit sympathie (of medeleven)? 3. onderzoek van de vloer. verwijderen van puin, puin zelf onderzoeken. Nuttige informatie bij een vloer in hout, beton, steen, tapijt: plaats(en) en niveau waar de brand ontstaan is het eventueel uitgieten van een ontvlambare vloeistof beschermde zones: waar de inboedel zich juist bevond intensiteit van de brand op het vloerniveau. 4. terugplaatsen en de reconstructie van de inboedel: belang: ontdekken van brandsporen (V-vormige sporen, verbranding van de onderzijde,...), het bepalen van de branduitbreiding, wat is het ergst verbrand of eventueel volledig weggebrand. 16

5. onderzoek van bepaalde stukken hout - glas metaal: bepalen van de opgetreden temperaturen bepalen van het brandverloop (smeulende brandhaard brandhaard met snelle warmte-afgifte). a) diepte van verkoling van het hout: geeft aanwijzingen over de richting en de uitbreiding van de brand geeft aanwijzingen over de tijdsduur dat het op een bepaalde plaats gebrand heeft diepere verkoling wordt meestal dichter bij de oorsprong gevonden. b) glas als een indicator: rooksporen: Zware rooksporen wijzen: Op trage brand Verwijdering van de oorsprong Lichte rooksporen wijzen op- Weinig schade Hoge temperatuur Snelle brand Nabijheid van de oorsprong 17

kapot springen van het glas: Brede barsten wijzen op Verwijdering van de oorsprong Straling, convectie => uitzettingschade Kleine barsten wijzen op Hoge temperatuur Snelle brand Nabijheid van de oorsprong Mechanische impact lampen: Smelten in de richting van de warmte Beginnen te vervormen en smelten Onderscheid tussen glasbreuk: Door warmte Door inslag Afgeronde barst Stervormige barst Afgeronde hoeken scherpe hoeken Afgeronde randen Scherpe randen Aan één kant berookt Niet berookt Ligt op de puinen Ligt onder de puinen Liggen hoofdzakelijk buiten Liggen hoofdzakelijk binnen 18

c) smelten van metalen : smelttemperaturen Stof Smelttemperatuur ( C) Kwik- 39 Stearine 50 Zwavel 116 Soldeercirca 180 Tin 232 Lood 327 Zink 419 Glascirca 600 Aluminium 659 Hardsoldeer 820 920 Brons 900 Messing 920 Zilver 960 Stof smelttemperatuur ( C) Email 950-1000 Goud 1063 Koper 1083 Gietijzer 1050-12001200 Staal 1300-14001400 Smeedijzer 1400 Nikkel 1451 Porselein 1550 Platina 1775 Kwarts 1700-2000 Chroom 1800 Wolfram 3380 3.2.1. Algemene methodische aanpak 3.2.2. Bijzondere gevallen vragen gedetailleerd speurwerk 3.2.3. Andere technieken en hulpmiddelen staan ter beschikking 3.2.4. Interpretatie van de details Andere technieken en hulpmiddelen staan ter beschikking 1. laboratoriumonderzoek, (opsporen van brandversnellers), 2. fotografie 3. ondervraging van personen 4. onderzoek van slachtoffers met brandwonden, autopsie van dodelijke slachtoffers 5. coördinatie met het politioneel onderzoek 1. laboratoriumonderzoek, opsporen van brandversnellers, ontdekken van technische defecten aan allerlei toestellen, de brandweerstand van bouwelementen (brandreactie van materialen). 2. fotografie : op de brandplaats talrijke foto s nemen. ook voor het louter pyrotechnisch onderzoek: Sommige situaties en details zijn misschien ter plaatse aan de aandacht ontsnapt en kunnen op de foto's bestudeerd worden. (Zie vergroting van foto) 3. Via de politie: ondervraging van personen : eigenaars, bewoners, getuigen, brandweermannen, eerste vaststellers van politie. 19

4. Resultaten van het onderzoek van slachtoffers met brandwonden Autopsie van dodelijke slachtoffers 5. in co ördinatie met het politioneel onderzoek: vroegere schadegevallen, het verzekeringstechnisch aspect, sporen van inbraak, ondervraging van getuigen, enz. 3.2.1. Algemene methodische aanpak 3.2.2. Bijzondere gevallen vragen gedetailleerd speurwerk 3.2.3. Andere technieken en hulpmiddelen staan ter beschikking 3.2.4. Interpretatie van de details 3.2.4. Interpretatie van de details 1. laagste plaats met brandschade 2. plaats met de grootste brandschade 3. Gaten in houten vloeren Bij gewone plankenvloer planken met een tand- en groefverbinding 4. Meubilair 5. Matrassen en beddegoed 6. Openingen, die vanaf de onderzijde in de vloer zijn gebrand 1. laagste plaats met brandschade. Convectie => in hoofdzaak een opwaartse uitbreiding van de brand. Belangrijke regel: " de laagste plaats met brandschade,is ook de plaats waar de brand is ontstaan". Algemene regel: de originele brandhaard kan gevonden worden bij de laagste plaats met brandschade. 20

Uitzonderingen op het mechanisme van de verticale branduitbreiding naar boven: onregelmatige uitbreiding een uitbreiding naar beneden Voorbeelden : het naar beneden vallen van brandende houten vloeren en daken het naar beneden vallen van brandende gordijnen het naar beneden lopen van brandende vloeistoffen. Bij de ontdekking van een laagste zone: Vragen of het mechanisme van een neerwaartse branduitbreiding zich niet heeft voorgedaan. Indien dergelijk mechanisme op deze plaats niet aanwezig is, moet deze laagste zone dan beschouwd worden als de plaats, waar de brand is ontstaan. Neerwaartse mechanisme is voor interpretatie vatbaar. 2 mogelijkheden : de brand is op de bovenste plaats ontstaan en een neerwaartse branduitbreiding heeft zich voorgedaan. de brand is op de laagste plaats ontstaan, heeft zich op een normale manier uitgebreid naar boven, waarna sommige stukken brandend naar beneden zijn gevallen. => gecombineerde schade van de originele beginbrand en de neerwaartse branduitbreiding. In sommige gevallen kan het dan zeer moeilijk, zelfs onmogelijk zijn, te besluiten wat zich het eerst heeft voorgedaan. Bij grotere brandschades, waar houten vloeren en daken naar beneden zijn gevallen, kan het dan soms zeer moeilijk zijn om te besluiten op welk niveau en op welke verdieping, de brand eigenlijk ontstaan is. Hulpmiddelen: getuigenverklaringen omtrent de beginplaats nazicht van het uitwendig schadebeeld: branduitslag langs vensters en openingen. 21

De plaats met de grootste brandschade de plaats, waar de brand is ontstaan, koppelen aan: de omvang van de schade en dus ook aan de verbrandingstijd. Algemene regel: de plaats met de grootste brandschade is de plaats is waar de brand is ontstaan factoren die deze regel beïnvloeden: de brand niet overal op het zelfde ogenblik gedoofd het verloop van de blussingswerken. een ongelijke verdeling van brandbare materialen. smeulende brandhaarden onder het puin Hoe kleiner de beschadigde oppervlakte hoe korter de duur van de brand, hoe juister deze algemene regel. beperkingen met betrekking tot de plaats met de grootste brandschade, bepaald door de verkolingsdiepte van hout, de smelting van metalen, de aanwezige vervormingen en verkleuringen,... 3. Gaten in houten vloeren gewone plankenvloer planken met een tand- en groef 22

3.1. Bij gewone plankenvloer: Verschijnsel: gaten of openingen in houten vloeren. De interpretatie is soms moeilijk. Er mag niet telkens besloten worden : gaten in een houten vloer = de laagste plaats met brandschade. gaten in een houten vloer = bewijs van een ontvlambare vloeistof. 2 soorten openingen : smalle, langwerpige openingen, ontstaan langs de voegen meer cirkelvormige openingen, grotere vloeroppervlakte weggebrand. Bepalen of de opening is ingebrand van boven of van onder Bepalen of de opening is ingebrand van boven of van onder Belangrijke details: de verbranding van de planken zelf. de verbranding aan de randen van de opening. de verbranding van de balken. de verbranding van de balkuiteinden. Het doorbranden van een houten vloer of het branden van openingen erin, is geen aanwijzing dat in ieder geval een ontvlambare vloeistof op de houten vloer heeft gebrand. Bepalen of de opening is ingebrand van boven of van onder Het tegenovergestelde doet zich ook voor: De dampen van de vloeistof branden, de vloeistof zelf in contact met de vloer voorkomt dat verkoling op die plaats ontstaat. De verschroeiing en verkoling kan wel ontstaan aan de rand van de plas. 3.2. Planken met een tand- en groef: ontvlambare vloeistof kan niet doorheen de vloer penetreren, zal in de openingen lopen en op die plaatsen branden. => langwerpige openingen langs de tand en groef. 23

Ook vaste brandende materialen kunnen gaten doen branden in de vloer vanaf de bovenzijde: houten balken van daken of plafonds. de vloerbekleding zelf, o.a. tapijten. allerlei thermoplastische stoffen, o.a. van gordijnen en bekledingen. elk ander vast brandbaar materiaal. 3.3. Meubilair: Meubilering rechtstreeks in contact met de vloer, beschermt. Meubilering op pootjes (o.a. een bed) beschermt de vloer tegen neervallende brokstukken, maar niet tegen de hitte van de brand zelf. 3.4. Matrassen en beddegoed: Branden van matras en beddegoed onder bed een grotere brandschade op deze plaats, een opening in de vloer. 3.5. Een opening, welke vanaf de onderzijde in de vloer is gebrand, kan ontstaan : brand in de onderliggende kamer. brand, die ontstaat in de vloer, (elektrische bedrading in de vloer) brand, die op de vloer zelf is ontstaan. 4. Twee of meerdere brandhaarden aanwijzing is voor opzettelijke brandstichting kritisch onderzoeken mechanismen, waarbij de ene brandhaard het gevolg kan zijn van de andere Voorbeelden: conductie van warmte doorheen een gemetste muur. brandoverslag langs de buitengevel via vensters en openingen. branduitbreiding door convectie langs verticale kokers (lift, technische kokers,...), een schouw voor de rookgassen. brandoverslag door straling naar naburige woningen, voertuigen, beplantingen,... vliegvuur. ontsteking, ontploffing en brand van gelekte of ontsnapte gassen of ontvlambare dampen 24

5. Geometrie van de brandplaats Regel: de plaats van de originele brandhaard is gelegen in het geometrisch centrum van het schadebeeld Voorwaarden: Geen hevige wind of regelmatige verdeling van de brandbare materialen: De waarde van deze algemene regel vermindert naarmate de omvang en de oppervlakte van de brandschade groter wordt. Kan volledig onjuist zijn bij een volledige vernieling. 6. V-patronen en oplopende lijnen Bij brand op een bepaalde plaats => gelijktijdige bewegingen bij branduitbreiding een opwaartse uitbreiding. een progressieve zijdelingse of concentrische uitbreiding. De resultante is een V-patroon of een oplopende lijn. De punt van de V of van de oplopende lijn wijst naar de originele brandhaard. Uitzonderingen: brand die ontstaat aan het plafondniveau: zal langzaam naar beneden komen en horizontaal uitbreiden, bijv. langs een houten wand. Op deze houten wand zal een V-vormig brandpatroon ontstaan waarbij de oorsprong van de brand gelegen is vertikaal boven de onderste punt van het V- patroon. bij meerdere brandhaarden, meerdere V-vormige patronen, slechts één is de originele Samengevat: volledig nazicht van het algemeen en gedetailleerd schadebeeld alle details analyseren rekening houdend met de geformuleerde algemene regels. de mogelijke afwijkingen en uitzonderingen. 25

Beslissingsboom: 4 mogelijkheden Geval 1: De gekozen originele brandhaard is de laagste brandplaats Alle hogere brandschade kan vanaf deze plaats ontstaan zijn. =>Deze plaats is een mogelijke originele brandhaard. Geval 2: De gekozen originele brandhaard is niet de laagste plaats met brandschade, Alle lagere verbranding kan vanaf deze plaats ontstaan zijn. =>Deze plaats is een mogelijke originele brandhaard. Geval 3: De gekozen originele brandhaard is de laagste plaats met brandschade, Alle hogere schade kan er niet van afgeleid worden. De gemaakte veronderstelling is wellicht onjuist => Nieuwe oorsprong op een hoger niveau in beschouwing nemen. Geval 4: De gekozen originele brandhaard is niet de laagste plaats met brandschade Alle lagere brandschade kan er niet van afgeleid worden => Er moet een nieuwe oorsprong gezocht worden, op een lager niveau. Een gekozen oorsprong moet echter telkens opnieuw gecontroleerd worden. Nagaan of het volledige schadebeeld en de volledige branduitbreiding aanneembaar kunnen verklaard worden vanaf deze oorsprong. Eventueel moeten andere oorsprongen eveneens geselecteerd worden en onderworpen aan de testprocedure. Volgende stap: Op deze plaats van de oorsprong, zoeken naar : een mogelijke oorzaak of ontstekingsbron. het brandbaar materiaal dat het eerst in brand is gekomen. 26

Indien op de plaats van de oorsprong, een ontstekingsbron en brandbaar materiaal aangeduid => deze plaats = de zekere of vermoedelijke brandoorzaak. 27