Geschiedenis hoofdstuk 3

Vergelijkbare documenten
Na de WOI vluchtte de keizer naar Nederland

à Duitsland moest gebieden afstaan. Het verloor Elzas-Lotharingen aan Frankrijk en in het ooste 1.2 Republiek van Weimar

SO 1. Tijdvak II AVONDMAVO Historisch Overzicht

Tijdvak I. 31 oktober : 30-10:00.

Tweede Wereldoorlog 1

SCHOOLONDERZOEK GESCHIEDENIS

Samenvatting Geschiedenis De Tweede Wereldoorlog

Samenvatting H2 2: Fascisten NSDAP machtigingswet totalitaire staat concentratie kampen indoctrinatie

Tijdvak II. november : 30-10:00.

Samenvatting Geschiedenis Historische context Duitsland h2

Hitler op weg naar de macht Wie was Adolf Hitler?

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 9: Paragraaf 1 t/m 4

In 1918 is na vier lange jaren vechten de eerste wereldoorlog voorbij. In een trein in frankrijk wordt de wapenstilstand getekend.

Hoofdstuk 3 Het interbellum

Welke wapens worden voor het eerst gebruikt in de Eerste Wereldoorlog? 1. Geweren en gifgas. 2. Machinegeweren en gifgas. 3. Gifgas en pistolen.

Gemeenschappelijk schoolonderzoek Tijdvak I 27 oktober

Na de eerste wereldoorlog ( ) Begon de interbellum ( ), de periode tussen 2 oorlogen.

Naam: NEDERLAND IN OORLOG Begin WO2 (1932 tot 1940)

De tijd van: Wereldoorlogen

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 3, De republiek van Weimar ten val gebracht

Toetsvragen geschiedenis toelating Pabo. Tijdvak 9 Toetsvragen

(Otto von) Bismarck. Duitsland werd een eenheid/keizerrijk. koningin Victoria. Groot-Brittannië. Wilhelm II

Fascisme en Nazi-Duitsland (les 22 5des) Geschiedenis 5MEVO-5EM-5EI-5IW VTI Kontich

7.1. Samenvatting door een scholier 2032 woorden 13 oktober keer beoordeeld. Geschiedenis

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 3 en 4

Tweede wereldoorlog-1 vmbo12

Tweede Wereldoorlog-1 vmbo12

De jaren 30: naar Wereldoorlog 2 met jaren van crisis en spanning (les 02 6des)

Spreekbeurt Geschiedenis tweede wereldoorlog

De Sovjet-Unie (9.3) Tijd van wereldoorlogen De Sovjet Unie.

Bronnen Noem een bron uit de tijd van de wereldoorlogen. Moet op het kaartje staan. Ooggetuigen Voedselbon Monument Museum Oorlogsgraven Filmbeelden

35 oefenvragen over de Tweede Wereldoorlog 1

Samenvatting Geschiedenis Wereldoorlogen in de 20ste eeuw

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 3 en 4

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen.

Adolf Hitler: Braunau am Inn, 20 april 1889 Berlijn, 30 april 1945

Samenvatting Geschiedenis Duitse Eenwording Historische Context

Historische Contexten H2 - Duitsland

Союз СоветскихСоциалистических Республик

Werkstuk Geschiedenis Communistisch Rusland

Koning Willem III. Wilhelmina Drucker

De Duitse buitenlandse politiek

Samenvatting Geschiedenis Koude oorlog h1 en h2

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

7,5. Samenvatting door Lisette 1239 woorden 18 april keer beoordeeld. Geschiedenis. Russische Revolutie

Vragen voorzien van een * zijn nieuwe voorbeeldvragen.

Fascisme en nationaalsocialisme

6,8. Werkstuk door een scholier 2872 woorden 26 maart keer beoordeeld. Geschiedenis. Inleiding:

Biografie Geschiedenis Hitler

Indelen 1. Voor in het schrift komen de aantekeningen te staan en ook de uitwerkingen 2. Achterin het schrift komen de opdrachten te staan

Koude Oorlog. SE 3 Tijdvak 1 AVONDMAVO MIDDAGMAVO GESCHIEDENIS Deze toets bestaat uit 38 vragen

Werkstuk Geschiedenis Tweede Wereldoorlog

Memo 4 vmbo-kgt Historisch overzicht Hoofdstuk 3 Interbellum, herstel en economische crisis Oriëntatie

geschiedenis en staatsinrichting CSE GL en TL

> Lees In de loopgraven. > Lees Nieuwe wapens.

Hoofdstuk 2b5. De prijs van vrijheid

KOUDE OORLOG. Opgavenblad

Samenvatting Geschiedenis Totalitaire dictatuur

Praktische opdracht Geschiedenis Oorzaken Tweede Wereldoorlog

2. Russische geschiedenis in de 19e eeuw tot en met de Russische revoluties van 1917

Werkstuk Geschiedenis Het beleid van Hitler

Turken in Kreuzberg. Bram Vrielink en Jens Barendsen (2de)

Werkstuk Geschiedenis Jodenhaat in de Tweede Wereldoorlog

Samenvatting Geschiedenis Samenvatting Duitsland

Samenvatting Geschiedenis Historisch Overzicht: De Eerste Wereldoorlog

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2

Feniks geschiedenis havo hoofdstuk 9 Oriëntatie:

Samenvatting Moderne Geschiedenis ABC

Antwoordkernen bij Eureka 3MAVO De tijd van Wereldoorlogen H. 4 t/m 14

6,1. Werkstuk door een scholier 1882 woorden 18 juni keer beoordeeld. Geschiedenis

Kwartetspel. Korte omschrijving. Lesdoelen. Lesbeschrijving. Materiaal

Scriptie Geschiedenis De oorzaken van de tweede wereldoorlog

Wat betekenden de verschillen tussen Noord en Zuid-Korea voor de Koude Oorlog? (conclusie)

Werkstuk Geschiedenis Tweede wereldoorlog

Geschiedenis kwartet Tijd van jagers en boeren

Samenvatting Geschiedenis De Duitse Republiek (Historisch Context)

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

De koude oorlog Jesse Klever Groep 7

Samenvatting Geschiedenis HC Duitsland

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2

Praktische opdracht Geschiedenis De rol van propaganda in de totalitaire systemen

Dagboek Sebastiaan Matte

Verboden om te zeggen

Het leven van Adolf Hitler

Examenopgaven VMBO-KB 2004

Ik ga deze vraag onderzoeken met hulp van bronnen uit het basisboek en de vragen uit het werkboek.

geschiedenis en staatsinrichting CSE KB

Samenvatting Geschiedenis Totalitaire dictatuur en democratie

Waar gebeurde het? Korte omschrijving. Lesdoel. Lesbeschrijving. Materiaal. Docentenblad

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 De Romeinen

Transcriptie:

Geschiedenis hoofdstuk 3 Belangrijke personen Adolf Hitler 1889-1945 Führer van het Derde Duitse Rijk (1933-1945). Hij werd geboren in Oostenrijk, maar diende in de Eerste Wereldoorlog in het Duitse leger als korporaal. Uit woede over de Duitse nederlaag en over het Verdrag van Versailles werd hij politiek actief. Met zijn toespraken wist hij veel mensen te overtuigen. Toen hij aan de macht kwam, liet hij snelwegen aanleggen en bouwde hij het leger weer op. Zo wist hij de werkloosheid op te lossen. Hitler was een kwaadaardige dictator die zijn tegenstanders opsloot in gevangenenkampen. Onder zijn leiding vermoordden de nazi s miljoenen Joden. Hitler pleegde op 30 april 1945 zelfmoord. Benito Mussolini 1883-1945 Leider van de Italiaanse fascistische partij, die in 1922 minister-president werd. Hij schakelde tegenstanders uit en Italië werd steeds meer een dictatuur. Mussolini probeerde de economische crisis in Italië te bestrijden met projecten als het verander van moerassen in landbouwgrond. Dat leverde veel werkgelegenheid op. Italië moest weer een grote mogendheid worden, de waardige opvolger van het Romeinse Rijk. Aan het einde van de oorlog vluchtte Mussolini naar de Italiaanse- Zwitserse grens en werd daar aangehouden. Op 28 april 1945 werd Mussolini vermoord. Jozef Stalin 1879-1953 Leider van de Russische Communistische Partij die na Lenins dood uitgroeide tot een meedogenloos dictator. Met behulp van vijfjarenplannen werd de industrie gemoderniseerd. Om dat te kunnen betalen, liet Stalin de landbouw collectiviseren. Boeren die zich verzetten, werden gevangengezet. De Sovjet-Unie groeide onder Stalin uit tot een totalitaire staat, waarin niemand meer zijn keven zeker was. Miljoenen mensen werden vermoord of stierven tijdens zijn bewind. Toch was hij onder het gewone volk erg populair. De meeste Russen dachten dat hij niks wist van de wantoestanden. De persoonsverheerlijking had zijn werk gedaan. In 1953 overleed hij aan een hersenbloeding. Hendrikus (Hendrik) Colijn 1869-1944 Minister-president van verschillende Nederlandse kabinetten tijdens de jaren 20 en 30. In de crisisjaren voerde hij de aanpassingspolitiek in. Colijn was een krachtige persoon en werd als een groot staatsman gezien. Hij probeerde de bevolking gerust te stellen en riep de mensen in 1936 op om rustig te gaan slapen toen Hitler het Rijnland liet bezetten. Veel Nederlanders hadden vertrouwen in hem. In de oorlog namen de Duitsers hem gevangen, omdat hij het verzet steunde. Hij overleed in gevangenschap in Duitsland. Anton Adriaan (Ad) Mussert 1894-1946 Leider van de Nationaal-socialistische beweging (1931-1945), een Nederlandse politiek partij die erg leek op de NSDAP van Hitler. Mussert werkt als ingenieur bij Rijkswaterstaat en raakt geïnteresseerd in de politiek. De NSB bleef tot de oorlog klein, maar was tijdens de Duitse bezetting de enige partij die mocht blijven bestaan. Vanwege zijn samenwerking met de Duitsers werd Mussert na de oorlog gearresteerd en ter dood veroordeeld. Kern Duitsland problemen na WO1. Na de oorlog bleef het onrustig in Duitsland, de keizer was gevlucht en communisten probeerde de macht te grijpen. Er kwam een regering die van Duitsland een parlementaire democratie maakte. Zo begon de Republiek van Weimar. Bij de eerste verkiezing kreeg de SPD de meeste stemmen en waren ze de grootste partij. Met rooms-katholieken en liberalen vormde ze de regering. Het verdrag van Versailles was ongunstig voor Duitsland, maar toch moesten ze het tekenen om een oorlog te voorkomen. Daar was Duitsland namelijk te zwak voor. De bevolking zag het als een vernedering, Duitsland kreeg namelijk alles schuld en moest alle oorlogsschade betalen. Een deel van de bevolking geloofde daarbij in de dolkstootlegende. Omdat de herstelbetalingen zo hoog waren was het lastig om de economie weer te laten draaien. Toen ze in 1923 stopte met betalen namen de Fransen het Ruhrgebied in beslag. De Duitse arbeiders wilden niet voor de Fransen werken en gingen staken, de regering steunde hen en besloten om toch loon te gaan betalen. Ze drukte geld bij en zo ontstond er inflatie. Veel Duitsers

raakte hierdoor in problemen, ze konden bijna niets meer kopen. Hitler probeerde in 1923 de macht te grijpen mar eindigde in de gevangenis voor vijf jaar. Duitsland krijgt hulp. Aan het begin van het interbellum had Duitsland dus veel problemen. Ook mochten ze niet aansluiten bij de Volkenbond. Dit was een van de belangrijke redenen dat de Volkenbond niks is geworden. Duitsland was namelijk een belangrijk land. De Sovjet-Unie mocht ook niet meedoen vanwege haar communistische regering. De Verenigde Staten wouden niet mee doen, die wouden niks meer te maken hebben met de Europese problemen. De Volkenbond had dus geen leger en kon niet optreden als er spanning opliep tussen verschillende landen. De geallieerde merkte dat Duitsland zijn herstelbetalingen niet konden betalen toen de Franse het Ruhrgebied in beslag had genomen. Daarom gingen ze Duitsland steunen met het Dawesplan. Hierdoor kwam er een einde aan de inflatie, ze konden weer verder met de herstelbetalingen en hielde zelfs wat geld over. Bij het plan hoorde ook dat Frankrijk het Ruhrgebied zou ontruimen, zo keerde er rust terug in Duitsland. In 1926 mocht Duitsland toch nog lid worden van de Volkenbond, vele mensen kregen weer hoop voor de toekomst. Oorzaken en gevolgen economisch crisis. Aan alle hoop kwam een einde toen er in 1929 een wereldwijde economische crisis kwam. Deze ontstond in de VS, het land waarvan iedereen dacht dat het zo goed ging. Boeren, bedrijven en burgers gaven veel meer geld uit dan ze hadden en gingen allemaal lenen. De boeren en bedrijven om te kunnen investeren en zo hun productie te verhogen. Burgers om producten te kunnen kopen. En aandeelhouders om aandelen in bedrijven te kunnen kopen. Iedereen was in de jaren 20 erg optimistisch en gokte er op dat de aandelen steeds meer waard zouden worden. De aandelenkoers stortte in, veel bedrijven en consumenten konden hun schulden niet meer terug betalen en banken gingen hierdoor failliet. Dit leidde tot een beurskrach. Miljoenen Amerikanen verloren hun banen en omdat hun belangrijk waren in de handel verspreide de crisis als een lopend vuurtje. De Amerikaanse leningen voor Duitsland werden gestopt waardoor veel bedrijven failliet gingen en de problemen van de Duitsers steeds groter werden. Belangrijkste ideeën van nationaal-socialisten. 1933 was het dieptepunt van de crisis. Duitsland had 8 miljoen werklozen het lukte de politiek niet om de economische problemen op te lossen. De NSDAP wist winst uit de situatie te halen. Vanaf 1930 krijg zo snel meer aanhangers, Hitler beloofde de economische crisis snel te stellen. Heeft u horen van Duitsland weer een land maken om trots op te zijn. De nationaal socialisten geloofde niet in de democratie, zij vond juist dat het land een sterke leider moest hebben. Hitler was hiervoor perfect. Hitler geloofde in rassenleer. Duitsland hoorde volgens hem bij het sterkste Arische ras. Het te ras te herkennen en blonde haren en blauwe ogen. Het was koffie zwart worden onder andere de joden. Zij krijgen ook de schuld van de Eerste Wereldoorlog en van economische crisis, er was sprake van antisemitisme. Duitsland wordt totalitaire staat. De NSDAP werd steeds groter. Begin 1933 komt de partij meeregeren in Duitsland, Hitler werd de leider van de regering. Het Duitse regeringsgebouw brander daarna af, een communist werd beschuldigd hiervan. Hitler zei dat het een aanslag was in de film worden om in heel het land communisten op te pakken en verbood de socialistische en communistische kranten. De politieke groep was naar de grootste van Duitsland, Maar ze hadden geen meerderheid in het parlement. Met steun van twee andere partijen had Hitler dit wel. Hitler schafte hiermee de parlementaire democratie af. Duitsland werd een totalitaire staat, de kenmerken waren het land werd een dictatuur, er was sprake van gelijkschakeling, de nazi s gebruikten terreur. De regering bepaalde wat er in de krant kwam te staan. De nazi s proberen met propaganda iedereen met ideeën te werven, ze maakte gebruik van indoctrinatie. Ook gerichte de nazi s twee organisaties op, de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel. Tegenstanders van de nazi s werden opgepakt door de Gestapo. Mensen met afwijkende ideeën werden bedreigd en opgesloten in Kampen. Daarnaast kwamen er twee groepen die terreur verrichten, de SA de SS. Leven voor Joden. Joden kregen te maken met pesterijen, beledigingen en geweld van met name de knokploegen de SA. In 1935 ging ik weer verder, bij een bijeenkomst kondigde hij nieuwe wetten af tegen joden. De Neurenberger rassenwetten. Hierdoor werd het verboden voor joden om te trouwen met mensen van Duits of Arisch bloed. Seksuele relaties te hebben met mensen van Duits of Arische bloed. Vrouwelijke burgers van Duits of Arisch bloed in dienst te hebben. Hitler nam hiermee de rechter af van de joden en hoopt hij dat ze zouden verdwijnen. Toen dit niet gebeurde ging ze over op geweld. Zo vond in de nacht van negen op 10 november 1938 de kristalnacht plaats. De haat tegen joden nam snel toe. Toch was het niet makkelijk voor joden om naar het buitenland te vertrekken. Duitse buitenlandse politieke veranderde. Hitler had twee belangrijke doelen. Hij wilde een einde maken aan de vernederingen van het Duitse volk en hij wilde de economie stimuleren. Hij stopte daarom met de herstelbetalingen, hij vergrote het leger en herbewapenden ze en vanaf 1938 voegde hij Oostenrijk en Tsjechoslowakije toe. Hiermee bereidde hij zich voor op de oorlog. Ook legde hij autosnelwegen aan. Hierdoor krijgen mensen meer werk, zo krijg je er meer aanhangers. Hij noemde Duitsland het derde Rijk, volgens de nazi s moesten alle Duits sprekende mensen weer binnen het Duitse Rijk te kunnen wonen. Daarom vond in 1938 de anschluss plaats. Vier landen kwamen daarop bij elkaar tijdens de conferentie van München. Hitler beloofde om niet meer landen in beslag te nemen. Hitlers belofte bleek niks waard te zijn, Frankrijk en Engeland voeren een appesementpolitiek in. Ze grijpen dus niet in tegen de schendingen van de afspraken van Versailles. En in München gaven ze zelfs toe en Hitlers eisen, uit angst

voor oorlog. Er kwamen hierna nog veel Duitse veroveringen, het Duitse Arische ras had veel ruimte nodig om te kunnen ontwikkelen. Hij wilde voor zijn volk meer Lebensraum, zo zou Duitsland meer land krijgen om voldoende voedsel voor het sterke Duitse ras te verbouwen. Doel fascisten in Italië. Na de eerste WO waren er ook in Italië politieke en economische problemen. Italië had te weinig geld om het land weer op te bouwen en de werkloosheid was hoog. Veel mensen krijgt steeds minder vertrouwen in de politieke partijen, zij steunden partijen met nieuwe ideeën. In 1922 kwam het fascisme. Deze nieuwe partijen vormde de regering, Bonito Mussolini was de leider van de fascisten. Ze wilde nationale eenheid onder een leider. Zij wilden eensgezind werken aan de vooruitgang van het land. Italië moest de waardige opvolger van het Romeinse Rijk worden. In de jaren 30 zocht Mussolini toenadering tot Hitler. Samen staan ze sterker tegen Frankrijk en Engeland. Het nationaalsocialisme dan later zou ontstaan in Duitsland heeft veel weg van het fascisme. Alleen was er geen jodenhaat in het begin bij de fascisten. Vanaf 1938 verander dit. Nationaal-socialisme krijgt aanhangers in Nederland. De economische crisis die in de VS in 1929 begon verspreide zich snel. Ook in Nederland gingen veel bedrijven failliet en kwam er steeds meer werkloosheid. De regering Colijn proberen de problemen op te lossen door de aanpassingspolitiek. Ze konden hierdoor minder geld uitgeven aan onderwijs en aan werkelozen. Werklozen moesten een stempel ophalen in de ruil hiervoor krijgen ze steun van de gemeente. Het lukte niet om de crisis goed te bestrijden en daardoor bleef de werkloosheid stijgen. Er ontstonden nieuwe politieke partijen, één van die waste nationaal socialistische beweging. Deze werd door Anton Mussert in 1931 opgericht. Hij wilde een eind maken aan de democratie net zoals Hitler. Dit idee sprak veel boeren aan, zij voelde zich bedreigd door de gevolgen van de crisis. Maar vanaf 1935 werd deze partij steeds kleiner. Het viel namelijk steeds meer op hoe ze mensen intimideren, opgesloten en discrimineren. Veel mensen keerden zich van hun af. Tijdens de bezetting was dit echter de enige politieke partij die mocht blijven bestaan. Economische veranderen door Stalin. Stalin was de machtigste man van de Communistische Partij en daarmee de Sovjet-Unie. Het communisme werd daarom het stalinisme genoemd. Volgens Stalin moest de Sovjet unie snel een sterke industrie opbouwen, zo kon het een machtige arbeiders staat worden. Vanaf 1928 voerde hij daarom een planeconomie in. De regering maakt om die reden vijfjarenplannen. Er kwamen veel fabrieken en ook het spoorwegennet werd uitgebreid. Hierdoor werd industrie sterker. Ook de landbouw moest moderniseren, de boeren moesten hogere opbrengsten brengen. Dit kon aan het buitenland verkocht worden. Omdat te bereiken kwam er collectivisatie. Deze boerderijen moesten ook volgens het vijfjarenplan werken, zo zou de opbrengst stijgen. De productie viel tegen, dit kwam doordat de boeren voortaan als arbeider op kolchozen moesten werken. De hele opbrengst ging naar de staat. De boeren slachten liever een vee af dan het af te staan. Ook verlieten zie niet graag zijn geboortegrond om in een staatsboerderij te gaan werken Sovjet-Unie wordt totalitaire staat. De industrie groeide in 1929 in een enorm tempo in de Sovjet-Unie. Stalin trok in de jaren 30 alle macht naar zich toe. Stalin deed het zelfde als Hitler. Het leven van de inwoners in de stalinistische Sovjet unie werd volledig beheerst door de staat. Ze hadden de volgende kenmerken, een planeconomie, een dictatuur, persoonsverheerlijking, indoctrinatie, terreur. De ergste periode was die van de grote terreur van 1934 tot 1938. Miljoenen mensen werden tijdens de grote terreur vermoord of naar strafkampen verbannen uit. Die kampen zaten verspreid over de Sovjet unie. Veel slachtoffers van de grote terreur kregen een showproces. Het doel van een showproces is om de eigen bevolking of het buitenland het idee te geven van een eerlijk proces. Angst overheerste in het dagelijks leven, niemand was veilig voor de geheime politie. In 1939 stopte Stalin hiermee, hij had miljoenen mensen gestraft en duizenden mensen laten doden. Stalin zelf werd hierdoor veroordeeld en ter dood gebracht. Relatie tussen de Sovjet-Unie en het buitenland. De Sovjet unie en Duitsland waren aartsvijanden, maar tot grote verbazing ondertekende twee landen op 29 augustus 1939 een niet aanvalsverdrag. Ze beloofde elkaar hiermee elkaar en elkaars tegenstanders niet meer aan te vallen. In een geheim gedeelte stond dat Polen tussen beide landen werd verdeeld. Stalin wist dat Duitsland op den duur de Sovjet unie toch zo aanvallen, maar wilde zo tijdrekken. Zo kon hij zijn leger opbouwen en 1 september 1939 viel Duitsland Polen aan. Zo n twee weken later viel ook de Sovjet unie Polen binnen. Eind september werd Polen verdeeld tussen Duitsland en de Sovjet unie.

Chronologie 1919 Oprichting Republiek van Weimar 1922 Mussolini in Italië aan de macht 1923 Inflatie in Duitsland Bezetting Ruhrgebied Mislukte staatsgreep van Hitler 1924 Dawesplan 1926 Duitsland treedt tot tot Volkenbond 1929 Beurskrach, begin economische crisis 1931 Oprichting Nationaal-Sociaalistische Beweging (NSB) 1933 Machtsovername Hitler, eind parlementaire democratie in Duitsland 1934-1938 Periode van Grote Terreur in Sovjet-Unie 1934 Aanpassingspolitiek in Nederland 1938 Kristallnacht Conferentie van München 1939 Niet-aanvalsverdrag tussen Duitsland en Sovjet-Unie Begrippen Interbellum -> de periode tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Republiek van Weimar -> de Duitse republiek met een democratische grondwet die in 1919 is uitgeroepen in het stadje Weimar. Dolkstootlegende -> Duitsland had de oorlog verloren, doordat de regering opdracht had gegeven om te stoppen met vechten. Die regering stak met die opdracht een dolk in de rug van de Duitse soldaten die wilde doorgaan. Inflatie -> geld wordt minder waard. Dawesplan -> Duitsland kreeg goedkope leningen uit de VS om zijn economie weer op te pakken. Daarna konden ze beginnen met de herstelbetaling aan Engeland en Frankrijk. Economische crisis -> een periode waarin het slecht gaat met de economie. Beurskrach -> een grote, plotselinge daling van de koersen van aandelen. NSDAP -> Nationaal-socialistische Duitse arbeidspartij, politieke partij van Adolf Hitler. Aanhangers heten nazi s.

Rassenleer -> het idee dat er verschillende rassen zijn en dat het ene ras beter is dan het andere. Antisemitisme -> haat tegen Joden. Totalitaire staat -> een staat waarin het leven van de inwoners volledig wordt beheerst door de staat. Dictatuur -> een manier van regeren waarbij één persoon of een kleine groep alle macht heeft. Persoonsverheerlijking -> als iemand als een soort God wordt vereerd. Gelijkschakeling -> de regering probeerde de gedachten en het gedrag van de bevolking te controleren en aan te passen aan de ideeën van de nazi s. Indoctrinatie -> de nazi s proberen continue hun mening en ideeën op te dringen aan anderen door eenzijdige, partijdige informatie te geven. Hitlerjugend -> een jeugdorganisatie van de nazi s waarin jongens leerden marcheren en met wapens omgaan. Bund Deutscher Mädel -> jeugdorganisatie waarin meisjes leerden wat de taak van moeder/huisvrouw is. Gestapo -> de geheime staatspolitie. SA -> knokploegen met de taak om de bevolking en politieke tegenstanders te intimideren. SS -> een soort lijfwacht om belangrijke partijleden te beschermen. Neurenberger rassenwetten -> discriminerende wetten tegen Joden in Duitsland. Kristallnacht -> de nazi s gooide deze nacht winkelruiten van Joodse eigenaars kapot, staken Joodse gebedsgebouwen in brand en sloegen Joden in elkaar. Anschluss -> de aansluiting van Oostenrijk bij Duitsland in 1938. Conferentie van München -> bijeenkomst in 1938 tussenleiders van En, Fr, It en Du. Afspraak dat Hitler heg Sudetenland mocht innemen in ruil voor Hitlers belofte om verder vrede te bewaren. Appeasement-politiek -> Fr en En grepen niet in en gaven wel toe aan Hitler om de vrede te bewaren. Lebensraum -> leefruimte, Hitler wilde krijgen door het Duitse grondgebied uit te breiden tkoste van andere volken. Fascisme -> extreemrechtse politieke beweging die is ontstaan in Italië. Ze waren tegen democratie en communisme. Aanpassingspolitiek -> uitgaven van de overheid werden aangepast aan de teruglopende inkomsten. (Bezuinigen) NSB -> nationaal-socialistische beweging, extreemrechtse politieke partij in 1931. Opgericht door Anton Mussert. Stalinisme -> het communisme in de Sovjet-Unie onder Stalin. Planeconomie -> economie waarin de regering bepaalt wat en hoeveel er geproduceerd moet worden. Vijfjarenplannen -> plannen waarin staat wat en hoeveel er in vijf jaar geproduceerd moet worden. Collectivisatie -> zelfstandige boerderijen werden samengevoegd tot grote gezamenlijke boerderijen. Grote Terreur -> 1934-1938 Stalin voerde een schrikbewind. Miljoenen mensen vermoord/strafkampen. Strafkampen -> kampen in de Sovjet-Unie, mensen die zich tegen de communistische regering of d collectivisatie verzetten moesten hier dwangarbeid verrichten. Showproces -> rechtspraak waarbij de (negatieve) uitkomst van tevoren al vaststaat. Niet-aanvalsverdrag -> Du en de Sovjet-Unie beloofde elkaar niet aan te vallen en tegenstanders niet te helpen.