[ INLEIDING ] [ VEILIGHEID ]



Vergelijkbare documenten
1. Materiaal Onderzoek

M4131 Antwoorden 1 Borenstandaard. Aluminium

Hallo allemaal, Ik ben Nick en ik begeleid jullie doorheen het project. Wanneer je me ziet zal het belangrijk zijn. Veel plezier

SOORTEN HANDGEREEDSCHAPPEN

1. Boren. Omdat er veel soorten materialen bestaan die bijvoorbeeld hard, zacht of taai zijn, bestaan er ook veel soorten boren.

Naam: Klas: Mieke Gilté

Non-ferrometalen. constructiematerialen. ferrometalen

REALISATIE FEESTSTER. Plantyn MODULE METAAL EN ELEKTRICITEIT. Naam Klas Nummer Startdatum Inleverdatum

Gereedschappen. Combinatietang

Voor welke materialen/voorwerpen gebruik je het. Naam gereedschap. Gereedschapkennis Klas 2. Wat doe je er mee (Vaak kun je meer dan 1 ding noemen)

nr:... schooljaar

Hallo ik ben TECH. Wij gaan samen in het technieklokaal een mobieltjeshouder maken. We moeten ons eerst goed voorbereiden op school.

vaardigheden [ TO ] gereedschappen oefeningen klas 1 graa 3 werkstukken

Technisch proces doorlopen. Stap 1: probleem of behoefte

Veilig werken met machines

Veilig werken met machines

Naam: Klas: Mieke Gilté

Hoe kunnen we er voor zorgen dat de juf vlug de namen kent van de leerlingen in jouw klas?...

Wat is het? Waarmee doe je het? Hoe werk je met een boormachine? Hoe werk je met een gatzaag?... 4

1. Probleemstelling. 1. Staan jou boeken op je kamer ook zo slordig? Hoe lossen we dat op?

M6131 Antwoorden 1 Pennenhouder

Benodigd gereedschap: Stuklijst:

Techniek. Maken van een ID-batch. In samenwerking met: Naam: Klas:

REW LZ EERBEEK AC EERBEEK

B5-4 Antwoorden Hoofdstuk 2 Straatwerk uitzetten

WORKSHOP 1. Dit is de werkbundel van:... Workshop 1 1

Schroefdraad tappen en schroefdraad snijden. Wat is schroefdraad:

Docentenblad 16 Leidingen afkorten

Metal-Box. materialen

Sleutelhanger

Theoretische toets - WerkPortfolio Pro-Tech

Inhoudstafel. Probleemstelling... 3 Zoeken naar een oplossing Uitvoering Ingebruikname Evaluatie... 31

Te kennen leerstof examen juni Deel I : 20/6/2011 MecSys 5Tem

Gereedschapsplakboek GEREEDSCHAPSPLAKBOEK 1

Docentenblad 4 Monteren 1

TECHNIEK THEMA: METAAL

Hoekenwerk sector Metaal en technologie opdracht 1

Naam:. Datum :.. Realisatie : lesrooster afstudeerproject Steffi Dekinder KHL

Werk en veiligheidsfiches

Geluksbrenger. Sleutelhouder N

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in.

METAALTECHNIEK CSE GL

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Projectdossier Een staaltje van techniek

Appelhuis. materiaal. gereedschap

Inhoudstabel. Ik ben Brent, ik ga jullie zo goed mogelijk doorheen deze werkbundel leiden. Wees aandachtig wanneer je me tegenkomt.

Inhoud. Voorwoord 5. Inhoud

landbouw en natuurlijke omgeving 2011 agrarische techniek CSPE KB minitoets bij opdracht 1

Metaal: FOTOBOS. fotokader. digitale sleutelhanger. fotokader. fotobos. digitaal. fotokader. Vak: Techniek Leraar: J. Gielen Naam:...

2 VWO 2 HAVO Oefenstof dichtheid.

Plakband rolhouder. N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. N112134#1

Verder zijn er toetsen bij de theorie en praktijk. Je hoort van jouw leraar wanneer je die moet maken.

Voor we iets gaan maken moeten we wel het een en ander weten van meten. We zeggen altijd meten is weten. Hoi Leuk dat je er weer bent.

Is het nu geleider of isolator?

Examen VMBO-KB. metalektro CSPE KB. gedurende 920 minuten. Bij dit examen horen bijlagen, uitwerkbijlagen en digitale bestanden.

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Onderhoud aan een machine

Vraag aan je docent voordat je gaat afkorten, of je de buis goed hebt afgetekend.

landbouw en natuurlijke omgeving agrarische techniek CSPE KB

Freeshandleiding. Algemene richtlijnen

Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in.

Even voorstellen. Verkenningsgebieden: Hout Informatie en communicatie

Magische lamp. Semestertaak Techniek. Kennismaking met houtbewerking solderen electronica. 3 Balso - Techniek 5 Thomas More Hogeschool

Het bouwen van een bak

LOPUC. Een manier om problemen aan te pakken

Modern-Design-Clock. N. B. De OPITEC bouwpakketten zijn gericht op het onderwijs. N107414#1

Docentenhandleiding. Korte beschrijving van de opdracht: De doelstellingen van deze opdracht:

World s favorite hole saw system

HSS REW LZ EERBEEK AC EERBEEK

Wat zijn de verschillen tussen metalen en niet-metalen?

Materialenleer: Ferro en Non-ferrometalen

Hier brandt de lamp. Klas:.. Hier brandt de lamp Blz 1 / 13 Cremers François, Boutsen Ingrid, Kenens Hilde

Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:..

Sleutelkastje Nietverliezen & Altijdvinden

Opdracht 1. T P T P T P T P

Leergebied: West Nederland. Besturing. In oude tijden droegen de mensen geen horloges. Toch konden ze de tijd meten!

Introductie freesbank en freeswerkstuk

2 Elektriciteit Elektriciteit. 1 A De aal heeft ca 4000 elektrische cellen van 0,15 volt, die in serie geschakeld zijn.

Spijkers & Schroeven. Nummer 30

1 WAT IS MENS EN TECHNIEK? Inleiding Wat heb je nodig voor Mens en Techniek? Beoordeling Hoe leer je bij Mens

klusopdracht 1 Kistje Ontdek

0,8 = m / = m / 650

3.5 Snijden en tappen

Opdracht. Aansluiten closetpot en reservoir

Bijlage 1. Module Kunststof

Technologische opvoeding

NAUWKEURIG BETROUWBAAR KRACHTIG ELEKTRISCHE MACHINES VOOR METAALBEWERKING & ACCESSOIRES

Fietsenstalling. Eigenschappen voor Polycarbonaat. Maximale gebruikstemperatuur. Lineaire uitzettingscoëfficiënt. Brandgedrag

Metalen lantaarn met vensters van acrylglas

HSS SPIRAALBOREN gewalst

De Kermismolen. Leerlingenbundel

T2: Verbranden en Ontleden, De snelheid van een reactie en Verbindingen en elementen

techniek breed CSPE KB

bouwtechniek-timmeren CSPE BB Bij dit examen horen bijlagen, een uitwerkbijlage en digitale bestanden.

1. Probleemstelling. 2. Materiaal

Bij dit examen horen bijlagen, een uitwerkbijlage en digitale bestanden.

Examen VMBO-KB. metaaltechniek CSPE KB. gedurende 920 minuten. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Tablethouder Praktijkopdracht

Bouw zelf een windmolen

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Transcriptie:

6 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. INLEIDING Veiligheid 1 a) Zet de volgende pictogrammen in de juiste kleur. b) Wat betekenen deze pictogrammen? [ INLEIDING ] [ VEILIGHEID ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. INLEIDING Klemmen van werkstukken 1 Waarom moeten werkstukken tijdens het bewerken ervan stevig vastgeklemd zitten? 3 Bekijk de ingespannen werkstukken en omschrijf wat er fout is.... 2 Verbind de klemgereedschappen met de omschrijving waarvoor het wordt gebruikt. Bankschroef Voor het klemmen van werkstukken bij bankwerk Machineklem Voor het klemmen van dun plaatmateriaal Snelspantang Voor het klemmen van kleine werkstukken bij machinale bewerkingen [ MATERIAALLEER INLEIDING ] ] [ KLEMMEN VAN [ ONDERWERPEN WERKSTUKKEN ] 7

8 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 4 Plaats het juiste cijfer bij het juiste onderdeel Kies uit: zwengel of steel (1), vaste bek (2), aambeeld (3), lippen (4), losse bek (5), schroefspil (6), spanwijdte (7), bekbreedte (8). 5 Welk onderdeel van de bankschroef wordt er bedoeld? Enkel op dit onderdeel van de bankschroef mag je met een hamer slaan.. Met dit onderdeel geef je de hoofdspil in de bankschroef de ronddraaiende beweging. Tussen deze onderdelen komt het werkstuk vast te zitten. 6 Waarom wordt bij het klemmen van werkstukken soms gebruik gemaakt van spanplaten?....... [ INLEIDING ] [ KLEMMEN VAN WERKSTUKKEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Proef 1: elektrische geleidbaarheid Beschrijving Resultaten Benodigdheden: plaatje staal plaatje koper plaatje aluminium plaatje hout plaatje glas plaatje zink plaatje lood plaatje kunststof testapparaat of multimeter 2 Kruis het juiste antwoord aan. Elektrisch geleidbaar? Staal ja nee Koper ja nee Glas ja nee Uitvoering: 1 Test de elektrische geleidbaarheid van de verschillende materialen. Plaats beide uiteinden van het testapparaat op het plaatje dat je wil testen. Gaat de led van het testapparaat branden dan wil dit zeggen dat het materiaal elektrisch geleidbaar is = elektrische stroom doorlaat. Hout ja nee Zink ja nee Lood ja nee Aluminium ja nee Kunststof ja nee [ MATERIALENLEER ] [ PROEF 1: ELEKTRISCHE GELEIDBAARHEID ] 9

10 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Proef 2: ferromagnetisme Beschrijving Resultaten Benodigdheden: plaatje staal plaatje koper plaatje aluminium plaatje hout plaatje glas plaatje zink plaatje lood plaatje kunststof magneet 2 Kruis het juiste antwoord aan. Ferromagnetisch? Staal ja nee Koper ja nee Glas ja nee Uitvoering: 1 Test de magnetische aantrekkingskracht van de verschillende materialen. Plaats een magneet op het plaatje dat je wil testen. Trekt de magneet het plaatje aan, dan is het plaatje ijzerhoudend en ferromagnetisch. Hout ja nee Zink ja nee Lood ja nee Aluminium ja nee Kunststof ja nee [ MATERIALENLEER ] [ PROEF 2: FERROMAGNETISME ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Proef 3: soortelijke massa Beschrijving Resultaten Benodigdheden: 2 Vul onderstaand schema aan. blokje staal blokje zink Massa Soortelijke massa blokje koper blokje lood Staal.. blokje aluminium weegschaal Koper.. Uitvoering: 1 Weeg de verschillende materialen. Plaats de verschillende materialen op de weegschaal en noteer telkens de massa. Zoek in je naslagwerk de soortelijke massa van de verschillende materialen op. Zink Lood Aluminium...... [ MATERIALENLEER ] [ PROEF 3: SOORTELIJKE MASSA ] 11

12 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Proef 4: hardheid Beschrijving Resultaten Benodigdheden: 2 Vul aan met: harder of zachter. plaatje staal plaatje koper plaatje zink plaatje lood Hoe dieper de centerpons in het materiaal dringt, hoe................ het materiaal. 3 Zoek in je naslagwerk de hardheid van de verschillende materialen op. plaatje aluminium hamer en centerpons Materiaal Hardheid Staal.... Uitvoering 1 Test de hardheid van de verschillende materialen. Sla een centerpons in de verschillende testplaatjes (steeds met dezelfde kracht). Rangschik de materialen van hard naar zacht. Koper.... Zink.... Lood.... Aluminium.... 4 Rangschik de materialen van hard naar zacht. 1)......................................... 2)......................................... 3)......................................... 4)......................................... 5)......................................... [ MATERIALENLEER ] [ PROEF 4: HARDHEID ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Proef 5: warmtegeleidbaarheid Beschrijving Resultaten Benodigdheden: plaatje staal plaatje koper plaatje zink plaatje lood plaatje aluminium soldeerbout Uitvoering 1 Test de warmtegeleidbaarheid van de verschillende materialen. Leg telkens twee materialen op een warme soldeerbout. Onderzoek bij welk materiaal je eerst de warmte op het uiteinde van het plaatje voelt. Tracht te ontdekken welk materiaal het best en welk materiaal het slechtst de warmte geleidt. Besluit: Het materiaal dat het best de warmte geleidt:. Het materiaal dat het slechtst de warmte geleidt:. Hierop moet je letten! Let bij deze proef zeker op je veiligheid!!! Laat de plaatjes zeker niet te lang op de soldeerbout liggen. Je kan je anders ernstig verbranden. [ MATERIALENLEER ] [ PROEF 5: WARMTEGELEIDBAARHEID ] 13

14 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Non-ferrometalen - eigenschappen Vul volgende gegevens aan. Koper Lood Zink Aluminium Kleur (Zoek op in je naslagwerk)...................................... Elektrisch geleidbaar (Zie proef 1) ja nee ja nee ja nee ja nee Chemisch symbool (Zoek op in het periodiek systeem)...................................... Ferromagnetisch (Zie proef 2) ja nee ja nee ja nee ja nee Smeltpunt (Zoek op in je naslagwerk)................................ C................................ C................................ C................................ C Soortelijke massa..................... kg/dm³..................... kg/dm³..................... kg/dm³ (Zie proef 3) kg/dm³ Toepassingen (Zoek op in je naslagwerk)....................................... [ MATERIALENLEER ] [ NON-FERROMETALEN - EIGENSCHAPPEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Non-ferrometalen - toepassingen Zoek enkele afbeeldingen van toepassingen van de volgende non-ferrometalen. Koper Lood Zink Aluminium [ MATERIALENLEER ] [ NON-FERROMETALEN - TOEPASSINGEN ] 15

16 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Ferrometalen Eigenschappen Toepassingen 1 Vul volgende gegevens aan. 2 Zoek enkele afbeeldingen waarbij staal wordt toegepast. Staal Kleur (Zoek op in je naslagwerk) Staal is samengesteld uit (Zoek op in je naslagwerk).................. +................. Elektrisch geleidbaar (Zie proef 1) ja nee Ferromagnetisch (Zie proef 2) ja nee Smeltpunt (Zoek op in je naslagwerk)................................ C Soortelijke massa (Zie proef 3)..................... kg/dm³ Hoeveelheid koolstof (Zoek op in je naslagwerk) Zacht staal Halfhard staal Hard staal Omcirkel het juiste antwoord: Hoe meer koolstof hoe harder/zachter het staal. Toepassingen (Zoek op in je naslagwerk)................................................................................................................................................................................................................... [ MATERIALENLEER ] [ FERROMETALEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Samenvatting Opdracht 1: Smeltpunt Rangschik de verschillende materialen volgens hun smeltpunt. Begin bij het materiaal met het hoogste smeltpunt. Kies uit: koper, lood, zink, aluminium, staal. Opdracht 3: Magnetisme Welke materialen zijn ferromagnetisch en welke niet? Kies uit: koper, lood, zink, aluminium, staal. Materiaal Smeltpunt Ferromagnetisch Niet-ferromagnetisch 1 2 3 4 5....................... C....................... C....................... C....................... C....................... C................................................................................................................................................................................................ Opdracht 2: Soortelijke massa Rangschik de verschillende materialen volgens hun soortelijke massa. Kies uit: koper, lood, zink, aluminium, staal. Opdracht 4: Warmtegeleidbaarheid Welk van de onderzochte materialen geleidt de warmte het best? Materiaal Soortelijke massa..... 1 2 3 4 5............... kg/dm³............... kg/dm³............... kg/dm³............... kg/dm³............... kg/dm³ [ MATERIALENLEER ] [ SAMENVATTING ] 17

18 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Samenvatting Opdracht 5: Elektrisch geleidbaar Welke materialen zijn elektrisch geleidbaar en welke niet? Kies uit: koper, lood, zink, aluminium, staal, kunststof, glas. Elektrisch geleidbaar Niet-elektrisch geleidbaar Opdracht 6: Chemisch Symbool Geef het chemisch symbool. Materiaal Koper Chemisch symbool................................................................... Lood................................................................................................................................................................................................................... Zink Aluminium...................................... Opdracht 7: Hardheid Welk van de onderzochte materialen heeft de grootste hardheid?..................................................... [ MATERIALENLEER ] [ SAMENVATTING ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Vul onderstaand schema aan. Kies uit: ferrometalen/kunstmatige materialen/natuurlijke materialen/non-ferrometalen staal/kunststoffen/zware metalen/lichte metalen/gietijzer/keramische materialen/edelmetalen MATERIALEN metalen VERBINDINGEN samengestelde materialen (metaal en niet-metaal) niet-metalen............................................................................................................................................. ijzerhoudende materialen.......................... niet-ijzerhoudende materialen..................................... materialen die vrij in de natuur terug te vinden zijn.......................... materialen door de mens zelf samengesteld.......................................................................... <2% koolstof (C) - ongelegeerd staal - gelegeerd staal -.......................................................................... 2% > 4,5% koolstof (C) - wit gietijzer - grijs gietijzer - gietstaal - gelegeerd gietijzer -.......................................................................... Dichtheid > 5 kg/dm 3 - koper - zink - lood -.......................................................................... - goud - zilver -.......................................................................... Dichtheid < 5 kg/dm 3 - aluminium - magnesium - titaan - behoren tot de non-ferro metalen en reageren niet met zuurstof - gewapend beton - hardmetalen - - hout - leder - steen - asbest -.......................................................................... - glas - porselein -.......................................................................... - PVC (polyvinylchloride) - PA (polyamide) - PE (polyetheen) - [ MATERIALENLEER ] [ SAMENVATTING ] 19

20 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. MATERIALENLEER Niet-Metalen - toepassingen Zoek enkele foto s van toepassingen van volgende niet-metalen. Plantaardige materialen Dierlijke materialen Steenachtige materialen Kunststoffen [ MATERIALENLEER ] [ NIET-METALEN - TOEPASSINGEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. GEREEDSCHAPSLEER Indeling van de gereedschappen 1 1 2 3 4 5 6 haarliniaal vijl kraspen blikschaar ringsleutel 7 8 9 10 11 12 bolkophamer vingerplooibank platenboor meetlat combinatietang schroefdraadtap 13 14 15 16 17 18 schuifmaat beugelzaag hoogtemeter elektricienmes krasnaald platte winkelhaak 19 20 21 22 23 24 kraspasser centerpons rolmeter klauwhamer hefboomplaatschaar bankhamer ronde bektang [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ INDELING VAN DE GEREEDSCHAPPEN ] 21

22 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Bekijk de verschillende gereedschappen op blz. 21 en plaats het nummer en de benaming bij de juiste indeling. Nr: Verspanende gereedschappen nemen materiaal (spanen) weg van het werkstuk Benaming Niet-verspanende gereedschappen nemen GEEN materiaal (spanen) weg van het werkstuk Meetgereedschappen Knipgereedschappen Deze gereedschappen hebben een schaalverdeling Nr: Benaming Nr: Benaming Controlegereedschappen Deze gereedschappen hebben GEEN schaalverdeling Nr: Benaming Plooigereedschappen Nr: Benaming Aftekengereedschappen Nr: Benaming Montagegereedschappen Nr: Benaming Slaggereedschappen Nr: Benaming [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ INDELING VAN DE GEREEDSCHAPPEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. GEREEDSCHAPSLEER Indeling van de gereedschappen 2 1 Zoek enkele afbeeldingen van verspanende en niet-verspanende gereedschappen en kleef ze netjes in de juiste kolom. 2 Schrijf bij je afbeeldingen telkens welk gereedschap er te zien is. Verspanende gereedschappen Nemen materiaal (spanen) weg van het werkstuk Niet-verspanende gereedschappen Nemen GEEN materiaal (spanen) weg van het werkstuk 3 Waarom worden knipgereedschappen ingedeeld bij de niet-verspanende gereedschappen? 4 Wat is het verschil tussen een meetgereedschap en een controlegereedschap?.............................. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ INDELING VAN DE GEREEDSCHAPPEN ] 23

24 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Verspanende Gereedschappen Vijlen 1 Benoem de aangeduide onderdelen. 2 Benoem de volgende vijlvormen. 2 3 1 1............................................. 2............................................. 3............................................. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ VIJLEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 3 Waarvoor worden vijlen met volgende kapping gebruikt? 5 Duid het juiste antwoord aan. Enkele kap Kruiskap..... Om oxidatie te voorkomen smeer je je vijl regelmatig in met olie. Juist Fout Leg de vijlen nooit op elkaar, dit beschadigt de tandjes. Juist Fout Een vijl is gemaakt uit een zeer hard materiaal, het kan dus geen kwaad dat je je vijl eens laat vallen. Juist Fout Raspkapping.......... De spaarkant bij een platte vijl dient voor................................................................................... 6 Waarom mag een vijl nooit vallen? 4 Met welk gereedschap kan je vastzittende spanen tussen tandjes van een vijl verwijderen?........................ 7 Benoem de vijlen volgens tandgrootte. Schrijf er ook telkens bij waarvoor deze tandgrootte gebruikt wordt. 1 2 3 Benaming.................................. Gebruik [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ VIJLEN ] 25

26 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Verspanende Gereedschappen 1 Plaats het juiste nummer bij het juiste onderdeel. Beugelzaag 2 Waarom hebben zaagbladen zigzag of gegolfde vertanding? 1= klemschroef 4= handvat 2= zaagbeugel 5= vertanding 3= zaagblad gegolfde vertanding zigzag vertanding........................ [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEUGELZAAG ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 3 Duid het juiste antwoord aan. Goed Fout Maak bij het zagen slechts gebruik van een klein gedeelte van het zaagblad. Hoe sneller je zaagt, hoe beter. Bij het inspannen van het zaagblad in de zaagbeugel moeten de tandjes steeds weg van het handvat staan. Je drukt alleen op de zaag als ze van je weg beweegt. 4 Bekijk onderstaande figuren van ingespannen werkstukken bij het zagen. Duid telkens aan of het werkstuk goed of fout is ingespannen. Goed Fout Goed Fout Goed Fout Goed Fout [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEUGELZAAG ] 27

28 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Verspanende Gereedschappen 1 Inspannen zaagblad Span het zaagblad in de zaagbeugel in. Beugelzaag 3 Inzetten Teken op onderstaande figuren de zaaglijn. Bekijk de tandjes van het zaagblad. In welke richting staan deze? Kruis de juiste oplossing aan. Naar het handvat toe Weg van het handvat 2 Werkstuk opspannen Span de volgende werkstukken in de bankschroef in. Teken ze in de bankschroef. Vraag je leerkracht te komen kijken en leg uit waarom je jouw werkstukken op die manier hebt ingespannen. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEUGELZAAG ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Verspanende Gereedschappen Kolomboormachine en Boren 1 Benoem de aangeduide onderdelen op de kolomboormachine. Plaats het juiste cijfer bij het juiste onderdeel. Probeer de aangeduide delen ook te herkennen op de kolomboormachine in je praktijklokaal. 1 spantafel, 2 hendel voor hoogteverstelling, 3 spanhendel, 4 diepte-instelling, 5 start/stop, 6 aanzethefboom, 7 klemschroef, 8 klemhendelboortafel, 9 snelspanboorhouder, 10 noodstop 2 Zoek de benaming van de onderstaande boren op. 1.......................................... 2.......................................................................................................................................................................................... 3................................................................................................................................................................................. 4......................................................................... [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ KOLOMBOORMACHINE EN BOREN ] 29

30 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 3 Toerental instellen a Bereken het toerental om op de kolomboormachine te boren in zacht staal met een diameter 10. Gegeven:...... Gevraagd:........ b Ga na op welke riemschijven je de riem moet leggen en in welke stand je de keuzeschakelaar (indien aanwezig) moet plaatsen. c Riemschijven:........... Keuzeschakelaar:.............................. Stel dit toerental in. d Span je boor in de boorhouder. e Klem je werkstuk in de machineklem....... f Laat alles controleren. Oplossing: 4 Benoem de aangeduide onderdelen van de boor. 1 2 3 6 5 4 1....................... 4................ 2....................... 5................ Welk toerental stel je in op de kolomboormachine?.............................. omw/min 3....................... 6................ 5 Geef de benaming van de afgebeelde boorhouders. Het toerental dat je instelt op de kolomboormachine ligt steeds hoger / lager dan het toerental dat je berekend hebt............................................... [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ DE KOLOMBOORMACHINE EN BOREN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Verspanende Gereedschappen 1 Geef de formule voor het berekenen van het toerental. Verklaar de gebruikte symbolen en geef de eenheden. n= Berekenen van het toerental bij de boormachine 2 Bereken het toerental. a Bereken het toerental als je in zacht staal wil boren met een boor met diameter 4 mm. Gegeven: d = 4 mm Gevraagd: n =? omw/min v = 25 m/min n=............. eenheid:................ v=............. eenheid:................ Oplossing: d=............. eenheid:................ [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEREKENEN TOERENTAL BOORMACHINE ] 31

32 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. b Bereken het toerental als je in roestvrij staal wil boren met een boor met diameter 7 mm. c Bereken het toerental als je in aluminium wil boren met een boor met diameter 10 mm. Gegeven: d =................ mm v =................ m/min Gevraagd: n =? omw/min Gegeven:...... Gevraagd:........ Oplossing: Oplossing: [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEREKENEN TOERENTAL BOORMACHINE ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. d Bereken het toerental als je in koper wil boren met een boor met diameter 6 mm. e Bereken het toerental als je in zink wil boren met een boor met diameter 5 mm. Gegeven:...... Gevraagd:.. Gegeven:...... Gevraagd:.............. Oplossing: Oplossing: [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEREKENEN TOERENTAL BOORMACHINE ] 33

34 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. f Bereken het toerental als je in zacht staal wil boren met een boor met diameter 8 mm. g Bereken het toerental als je in roestvrij staal wil boren met een boor met diameter 12 mm. Gegeven:...... Gevraagd:.. Gegeven:...... Gevraagd:.............. Oplossing: Oplossing: [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEREKENEN TOERENTAL BOORMACHINE ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. h Bereken het toerental als je in koper wil boren met een boor met diameter 13 mm. i Bereken het toerental als je in aluminium wil boren met een boor met diameter 3 mm. Gegeven:...... Gevraagd:.. Gegeven:...... Gevraagd:.............. Oplossing: Oplossing: [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEREKENEN TOERENTAL BOORMACHINE ] 35

36 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. j Bereken het toerental als je in zink wil boren met een boor met diameter 5 mm. Gegeven:...... Gevraagd:........ 3 Bekijk de resultaten van oefening a en oefening f. Wat gebeurt er met het toerental als de boordiameter bij eenzelfde materiaal kleiner wordt? Het toerental wordt groter. Het toerental wordt kleiner. Oplossing: 4 Zoek in het boordiagram het juiste toerental op. Boordiameter Materiaal werkstuk Toerental 8 Zacht staal 6 Koper 10 Aluminium 3 roestvrij staal 5 zink 6,5 koper [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ BEREKENEN TOERENTAL BOORMACHINE ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Verspanende Gereedschappen 1 Duid op de figuur volgende gegevens aan: Schroefdraadtappen en snijden 3 Verklaar de aanduiding: M8. 1 = opspangedeelte 2= spaangroef 3= snijkant M=................................... 8 =................................... 4 Vul aan. De ronddraaiende beweging van de schroefdraadtappen wordt gegeven door...... 5 Zoek in de tabel (zie Infofiches bijlagen) de juiste boordiameter op om te tappen met een schroefdraadtap met: 2 Duid op de figuur met een nummer van 1 tot 3 de volgorde aan waarin je de schroefdraadtappen gebruikt. Op welke manier kan je dit zien? Boordiameter M4 M5 M6.......................................................... 6 Waarom gebruik je snijolie bij het tappen van schroefdaad?....................................................................... 7 Waarom draai je tijdens het snijden de schroefdraadtap telkens een halve toer terug?.. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ SCHROEFDRAADTAPPEN EN SNIJDEN ] 37

38 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 8 Duid het juiste antwoord aan en verklaar. Gebruik je bij het snijden van schroefdraad M4 en M10 eenzelfde wringijzer? Ja Nee Verklaring.................. 10 Tap schroefdraad M8 in een testwerkstuk. a Zoek in de tabel de juiste boordiameter op om te tappen met een schroefdraadtap: M8 boordiameter (d)=........................ mm b Bereken het toerental dat je moet instellen op de boormachine Gegeven: Gevraagd:.................................. d=........................ mm Materiaal werkstuk: zacht staal Oplossing:......................................... 9 Met welke gereedschappen breng je uitwendige schroefdraad aan?....................................................................................................................................... c Plaats de gekozen boor in de boorkop en maak een boring in je testwerkstuk. d Tap de schroefdaad. e Controleer door een bout M8 in het getapte gat te schroeven. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ SCHROEFDRAADTAPPEN EN SNIJDEN ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Niet-verspanende Gereedschappen 1 Kruis de juiste antwoorden aan. De meetlat is een: verspanend gereedschap controlegereedschap meetgereedschap niet-verspanend gereedschap Meetlat en rolmeter 4 Lees de aangeduide maat af. 2 Waarvoor gebruik je een meetlat?............................................... Afstand:........................ Afstand:........................ Afstand:..................................................................................................................... 3 Welke meetlat gebruik je in de lessen technisch tekenen en welke in de praktijklessen? Duid aan met een kruisje en leg uit waarom. Afstand:........................ Afstand:........................ Afstand:....................... 5 Meet de volgende lijnstukken en noteer de lengte. technisch tekenen praktijklessen Waarom?........................................ technisch tekenen praktijklessen Waarom?....................................... =........................ =........................ =........................ =........................ =............................................................................................................................................ =.................................................................................. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ NIET-VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ MEETLAT EN ROLMETER ] 39

40 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 6 Teken de volgende lijnstukken op de juiste lengte. 7 Bekijk onderstaande figuren en noteer lengte A. 25: 52: 104:.............. 13: 29: 12: 87:.............. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ NIET-VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ MEETLAT EN ROLMETER ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Niet-verspanende Gereedschappen Voorbeeld Meten en aftekenen 1 Teken in onderstaande rechthoek het voorbeeld af. 55 2 Teken op je testwerkstuk met de juiste aftekengereedschappen het voorbeeld af. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ NIET-VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ METEN EN AFTEKENEN ] 41

42 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. Niet-verspanende Gereedschappen Schuifmaat 1 Welke 3 soorten maten kunnen we meten met een normale schuifmaat? 3 Hoe noem je onderstaande schuifmaat? Benaming:.............................................................................................. Welk is zijn nauwkeurigheid?............................................... 2 Duid volgende onderdelen aan op de schuifmaat. 1 = mesvormig meetbekken voor inwendig meten 2 = vaste meetbek 3 = beweegbare meetbek 4 = liniaal 5 = slede 6 = klemsysteem 7 = nonius 8 = diepteliniaal 9 = geleiding 10 = meetbekken voor diepteliniaal [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ NIET-VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ SCHUIFMAAT ]

Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 4 Lees de nonius op de correcte manier af en noteer de afgelezen waarde. 1.............................................. 2.............................................. 3.............................................. 4.............................................. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ NIET-VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ SCHUIFMAAT ] 43

44 Naam:....................... Klas:............. Nr.:.................. Startdatum:........................................ Inleverdatum:.............................................. 7 Lees de nonius op de correcte manier af en noteer de afgelezen waarde. 1................................................ 2................................................ 3................................................ 4................................................ 5................................................ 6................................................ 7................................................ 8............................................. 9................................................ 10................................................ 11................................................ 12............................................. [ GEREEDSCHAPSLEER ] [ NIET-VERSPANENDE GEREEDSCHAPPEN ] [ SCHUIFMAAT ]