Intermezzo : elementen en symbolen Vorig jaar leerde je deze 25 elementen en hun symbolen. Je moet ze vanzelfsprekend ook dit jaar nog kennen: NAAM SYMBOOL NAAM SYMBOOL Aluminium Kwik Boor Lood Calcium Magnesium Chloor Natrium Fluor Neon Fosfor Stikstof Goud Waterstof Helium Zilver IJzer Zink Jood Zuurstof Kalium Zwavel Koolstof Broom Koper 2014-2015 Intermezzo : elementen en symbolen Freinetschool Villa da Vinci 49
Dit jaar moet je ook de volgende 15 elementen en hun symbolen leren: NAAM SYMBOOL Opmerking Krypton (Edelgas) Lithium Cadmium Beryllium Tin (Latijn: stannum) Silicium Xenon (Edelgas) Argon Titanium (of: titaan) (Edelgas) Platina Uranium ( >< plutonium!) Nikkel Plutonium (>< platina!) Germanium Radon (Edelgas) 2014-2015 Freinetschool Villa da Vinci 50
HOOFDSTUK 9. Classificatie van stoffen: zuren, hydroxiden, zouten 11. Zure en basische oplossingen In het labo leerde je dat we met behulp van indicatoren een onderscheid kunnen maken tussen zure, neutrale en basische oplossingen. In deze leerfiche herhaal je wat je in het labo leerde en diep je dit verder uit. (1) Twee definities vooraf : Een indicator is een kleurstof die gebruikt wordt om zure, basische en neutrale oplossingen te identificeren. o Lakmoespapier is geschikt voor de identificatie van zuren en basen o Fenolftaleïne is alleen heel geschikt voor de identificatie van basen Universeelindicator is een mengsel van verschillende kleurstoffen, zodat men niet alleen zure, neutrale of basische oplossingen kan onderscheiden, maar ook de sterkte (= de ph-waarde) van zure of basische oplossingen kan bepalen. (2) Leg met je eigen woorden uit wat ph is en wat de ph-waarde betekent (zoek dit op): De ph is een maat (3) Als we het hebben over zure of basische oplossingen, betekent dit dat de stof die we onderzoeken opgelost is in. Hoe meer water de oplossing bevat, hoe zuurder/basischer/neutraler de oplossing wordt (tip: logisch nadenken). (4) Veiligheid : in het labo mag je nooit water bij een zuur gieten (spatten!). We gieten altijd het zuur bij water. Vul aan (www, of je eigen poëtische ziel :) Water bij zuur betaal je! Zuur bij water en je slaat nooit een! Freinetschool Villa da Vinci 51
(5) Vul de tabel aan. (Sommige antwoorden vind je op C:\elementaire chemie\331_zuur_basisch_neutraal.htm). Hoe smaakt het? Zure oplossing Neutrale oplossing Basische oplossing Hoe voelt het aan? Drie voorbeelden (natuurlijke of huishoudelijke stoffen): 1. 2. 3. Zuiver, gedestilleerd water 1. 2. 3. Twee voorbeelden (chemische stoffen) 1. 2. Zuiver, gedestilleerd water 1. 2. Welke ph-waarden? Kleur van de indicator fenolftaleïne Kleur van de indicator broomthymolblauw Kleur van de indicator lakmoespapier (6) Neutralisatiereacties Door een zure en een basische oplossing in de juiste hoeveelheid samen te voegen, kan men een oplossing verkrijgen. Zulke reacties noemen we neutralisatiereacties. Freinetschool Villa da Vinci 52
(7) Toepassing: a) Welke indicator kan men gebruiken voor: - De identificatie van basen? - De identificatie van zuren en basen? - De identificatie van zowel zuren als basen en tevens van de sterkte van het zuur of de base (dit noemt men ook de zuurtegraad )? b) Vul aan met cijfers : De ph-schaal gaat van (laagst mogelijke ph-waarde) tot (hoogst mogelijke waarde). De sterkste zuren hebben ph, de sterkste basen hebben ph. Een neutrale stof (zoals gedestilleerd water) heeft ph. Een stof met ph 6 is tienmaal zuurder dan een stof met ph 7. Een stof met ph 8 is honderdmaal (10 x 10 = 10²) meer basisch dan een stof met ph 6. Men zegt dat de ph-schaal een logaritmische schaal is 8. Cola is dus (ongeveer) maal zuurder dan koffie! 8 Daarover leer je in het zesde jaar meer, in de wiskundeles. Ook de schaal van Richter, die de kracht van aardbevingen aangeeft, is een logaritmische schaal: een aardbeving met een kracht 6 op de schaal van richter is duizendmaal krachtiger dan een aardbeving met een kracht 3. Een andere logaritmische schaal is de decibelschaal (db), die de geluidssterkte aangeeft. Freinetschool Villa da Vinci 53
12. Zuren Bronnen: C:\elementaire chemie\407_zuren.htm Explosief 2.2. p. 55-61 1. Wat zijn zuren? Opmerking: er is een verschil tussen zuren en zure oplossingen. Voor de onderstaande definitie gebruik je Elementaire chemie (niet Explosief 2.2.). Definitie: Zuren zijn stoffen die. Zuren zijn altijd m verbindingen Zuren bestaan uit twee, drie of meer (zuren bevatten dus nooit metalen! ). Welk element komt in elk zuur voor? (symbool : ). Zuren kunnen we dus kort voorstellen met de algemene formule HZ, waarbij H staat voor en Z voor de zuurrest (zie lager). 1.1. Vul de volgende twee voorbeelden van een zuur aan, met de naam, de chemische formule, de zuurrest en de structuurformule) (bron: Elementaire Chemie) Vb. 1 : Naam van het zuur : waterstofchloride Chemische formule : Triviale naam 9 (indien die bestaat) :. Zuurrestion Z : (zie de tabel in Explosief 2.2. p. 57) Structuurformule (teken deze vanaf nu met streepjes, niet met bolletjes) : 9 Hiermee wordt de populaire benaming van het zuur in de volksmond bedoeld. Deze wordt ook nu nog door veel chemici en wetenschappers gebruikt (maar niet in wetenschappelijke artikelen of op internationale congressen) Freinetschool Villa da Vinci 54
Vb. 2 : Naam : (di)waterstofcarbonaat Chemische formule : Triviale naam (als die bestaat) :. (zie de tabel in Explosief 2.2. p. 57) Zuurrest Z :. (zie de tabel in Explosief 2.2. p. 57) Structuurformule (met streepjes) : 2. Nomenclatuur van (anorganische) zuren Vul aan en schrap wat niet past: Bij de anorganische zuren onderscheiden we twee belangrijke categorieën, afhankelijk van het aantal elementen waaruit het zuur bestaat. B zuren bestaan uit twee elementen (niet-metalen). Het eerste element is altijd (symbool: ). De naam van de binaire zuren eindigt altijd op -. T zuren of oxozuren bestaan uit drie elementen (niet-metalen). Het eerste is altijd, het laatste is altijd (vandaar de benaming oxozuren voor ternaire zuren). Het middelste element (in de chemische formule) is een metaal / niet-metaal. Je moet de namen van binaire en ternaire zuren kunnen afleiden uit hun moleculeformules, en omgekeerd. Dat oefenen we nu in. Opmerking : behalve binaire en ternaire zuren bestaan er ook andere zuren (bv. de organische zuren azijnzuur : CH 3 COOH of citroenzuur C 5 H 7 O 5 COOH. Daarover leer je later meer.) Freinetschool Villa da Vinci 55
2.1. Nomenclatuur van binaire zuren. Lees aandachtig het korte stukje over de nomenclatuur (= naamgeving) van binaire zuren op Elementaire Chemie. Lees ook de namen van de voorbeelden in het kadertje (HF, HCl enz.) Noteer hier hoe de naam van binaire zuren gevormd wordt. Geef ook één voorbeeld. Vul de volgende tabel aan zonder naar de oplossing in Elementaire Chemie te kijken. Controleer daarna je antwoorden. Formule Naam HF HCl (Triviale naam: zuur) Waterstofbromide HI diwaterstofsulfide Tip: Herhaal de bovenstaande oefening tot je de naamgeving van binaire zuren onder de knie hebt. Freinetschool Villa da Vinci 56
2.2. Nomenclatuur van ternaire zuren (oxozuren) Een typisch voorbeeld van een ternair zuur is HNO 3 of waterstofnitraat (triviale naam: salpeterzuur). Ternaire zuren zijn altijd opgebouwd uit (hoeveel?) elementen. Het eerste element in de formule is steeds. Het laatste element in de formule is steeds. Het middelste element is een n -, bv. P, S of N. De twee laatste elementen samen (bv. N en O bij HNO 3 ) vormen een eigen verbinding met een eigen naam. Zie ook Explosief 2.2. p. 57 voor een mooi overzicht. Voorbeeld: bij HNO 3 (naam: zuur of waterstof ) onderscheiden we het element waterstof (H) en de zuurrest NO 3 = nitraat. De namen van de meest voorkomende zuurresten moet je kennen. Oefen ze in met de onderstaande tabel. Je moet de zuurresten kennen die niet tussen haakjes staan. Opgave: vul de tabel volledig in. Als bron gebruik je Elementaire Chemie en Explosief 2.2. p. 57. Tabel : ZUURRESTEN Verbindingen van zuurstof (O) met (Hyponitriet) Nitriet Nitraat (Pernitraat) Stikstof ( ) NO 2 NO 3 Hypochloriet Chloriet Chloraat Perchloraat (Cl) (Hyposulfiet) Sulfiet Sulfaat (bestaat niet) ( ) SO 4 (Hypocarbonaat) (Carboniet) Carbonaat (Percarbonaat) ( ) (Hypofosfiet) (Fosfiet) Fosfaat (Perfosfaat) ( ) Freinetschool Villa da Vinci 57
Je moet alle vetgedrukte namen uit het hoofd kennen (in beide richtingen: naam formule en formule naam). De namen tussen haakjes hoef je niet te kennen, maar ook die zijn heel makkelijk te onthouden. Studietip : Hoe leer je deze tabel? Leer alleen de vetgedrukte kolom. Alle andere benamingen en formules kun je daar makkelijk uit afleiden. Hier kun je voor jezelf noteren hoe je de namen van de zuurresten makkelijk kunt onthouden. 2.3. Toepassing : naamgeving van zuren Alles gesnapt? Test dan jezelf! Geef de wetenschappelijke naam van de volgende binaire en ternaire zuren. Je moet de naam én de triviale naam van deze zuren kennen! Formule Wetenschappelijke naam Triviale naam HI (n.v.t.) H 2 SO 3 H 2 SO 4 H 3 PO 4 HClO 3 HClO 4 HClO 2 H 2 CO 3 H 2 S (n.v.t.) HBr (n.v.t.) Oplossing: zie Explosief 2.2. p. 57 Freinetschool Villa da Vinci 58
2.4. Lading van de zuurrestionen Uit de chemische formule van een binair of ternair zuur kun je probleemloos de lading van het zuurrestion afleiden. Gebruik je kennis van atoombouw en bindingen om te antwoorden: H 2 S Lading van elk waterstofion? => 2 x H + Lading van de zuurrest (het zwavel-ion)? => Cl 2- HCl Lading van het waterstofion? => Lading van de zuurrest (het chloor-ion)? => H 2 SO 4 Lading van elk waterstofion? => Lading van de zuurrest (het sulfaation)? => Vul nu meteen de elektrische lading van de zuurrestionen aan, met behulp van de chemische formules van de zuren op de vorige bladzijde: Naam Z-ion Z-ion symbolisch: Sulfaation SO 4 2- Sulfietion Fosfaation Chloraation Chlorietion Perchloraation Carbonaation Controleer je antwoorden op C:\elementaire chemie\407_zuren.htm. Freinetschool Villa da Vinci 59
3. Reacties van zuren met water Reactie van zuren met water (of waterige oplossingen) Bestudeer de onderstaande reacties (Z = zuurrest) : HZ waterige oplossing H + + Z - Deze reactie kan meermaals plaatsvinden : H 2 Z waterige oplossing H + + HZ - waterige oplossing 2H + + Z 2- Vul aan: Wanneer zuurmoleculen met een waterige oplossing in aanraking komen, splitsen zich positieve / negatieve w ionen af. De rest van de molecule blijft achter als een positief / negatief ion, dat we z ion noemen. Bij deze reactie ontstaan waterstof en zuurrestionen. Drie voorbeelden maken dit duidelijk. Vul aan: 1) HCl waterige oplossing + waterige oplossing 2) H 2 CO 3 + En vervolgens : - waterige oplossing HCO 3 + Freinetschool Villa da Vinci 60
4. Toepassingen van belangrijke (anorganische) zuren Opzoekopdracht deel 1 (deel 2 : zie p. 66) Zoek voor de zuren zwavelzuur, koolzuur, zoutzuur en salpeterzuur op, (1) waarvoor ze in de industrie en het huishouden gebruikt worden, (2) welke hun eventuele vervangproducten zijn, (3) welke voorzorgsmaatregelen je bij het gebruik van deze zuren moet nemen, (4) hoe ze bereid of gewonnen worden. Maak hiervan zelf een samenvatting op een apart blad. Dien dit in als huistaak voor de afgesproken datum (10 punten DW chemie). Dit is te kennen leerstof! Freinetschool Villa da Vinci 61
13. Hydroxiden Bronnen: C:\elementaire chemie\408_hydroxiden.htm Explosief 2.2. p. 62-67 Internet 1. Wat zijn hydroxiden? (bron: Explosief p. 62-65) Definitie De algemene formule van hydroxiden is :. Dit betekent dat alle hydroxiden bestaan uit (1) een (M), (2) het element ( ) en (3) het element ( ). De stof bevat drie elementen en is dus een t verbinding. Soort verbinding en aggregatietoestand Hydroxiden zijn verbindingen tussen metaalionen en hydroxide-ionen. Het metaalion is positief / negatief geladen, het hydroxide-ion positief / negatief. We weten van vorig jaar dat ionverbindingen zeer sterke / zwakke verbindingen zijn: positief en negatief geladen ionen trekken elkaar sterk / zwak aan. Wat kun je daaruit afleiden in verband met het smeltpunt van hydroxiden? Wat is dan ook de aggregatietoestand van de meeste hydroxiden bij kamertemperatuur? Kort (definitie) : Hydroxiden zijn verbindingen met als algemene formule. Onthoud : het hydroxide-ion heeft als lading 1- : OH - Freinetschool Villa da Vinci 62
2. Voorbeelden van hydroxiden; naamgeving Lees in Elementaire Chemie het stukje over de naamgeving van hydroxiden: C:\elementaire chemie\408_hydroxiden.htm. Er zijn twee soorten hydroxiden: (1) Hydroxiden waarbij het metaal slechts één ion kan vormen: o Het betreft metalen uit een van de hoofdgroepen (bv. Li, Na, Mg, Al). o Deze hydroxiden hebben maar één naam. (2) Hydroxiden met twee namen o Het betreft doorgaans metalen uit de overgangselementen (bv. Fe, Cu, Ag). o Deze hydroxiden hebben twee verschillende namen (je moet ze allebei kennen). Vul de tabel aan (behalve de donkergekleurde vakjes). Zoek voor elke hydroxide ook één toepassing op, bv. in Wikipedia; soms moet je de Engelstalige Wikipedia raadplegen. Chemische formule NaOH Wetenschappelijke naam 10 Alternatieve naam (met positief metaalion) Populaire naam B s (in de handel: ook wel D genoemd) Een toepassing, of voorkomen in de natuur Al(OH) 3 Mg(OH) 2 Bru Fe(OH) 2 Ijzer(II)hydroxide ijzerdihydroxide Fe(OH) 3 CuOH 10 Soms zijn twee namen mogelijk : met of zonder de voorvoegsels di-, tri-, tetra- enz. Dat is vooral het geval bij overgangselementen. Freinetschool Villa da Vinci 63
Chemische formule Wetenschappelijke naam Alternatieve naam (met positief metaalion) Populaire naam Een toepassing, of voorkomen in de natuur Cu(OH) 2 KOH Bij p Ba(OH) 2 LiOH De regels van de naamgeving moet je kunnen toepassen! 3. Dissociatie van hydroxiden in water. Dissociatievergelijking. Wanneer hydroxiden met water in aanraking komen, kan de verbinding uiteenvallen in afzonderlijke ionen. We spreken dan van dissociatie (letterlijk: ontbinding). Hydroxiden die goed oplossen in water veroorzaken b oplossingen (dus met een ph > 7) 11. Deze dissociatie kan men met zogenaamde dissociatievergelijkingen voorstellen. De ionverbinding valt uiteen in twee (geladen) ionen. Voorbeelden: de dissociatie van natriumhydroxide 12 NaOH (H 2O) Na + + OH - de dissociatie van calciumhydroxide Ca(OH) 2 (H 2O) Ca 2+ + 2 OH - 11 De meeste hydroxiden veroorzaken basische oplossingen, maar niet allemaal. IJzer(II)hydroxide, bijvoorbeeld, is wel een hydroxide, maar geen base. 12 Het symbool voor water boven de pijl is niet verplicht. Het dient om aan te geven dat de reactie in water plaatsgrijpt : het hydroxide valt uiteen. Freinetschool Villa da Vinci 64
Bij deze vergelijkingen moet je op drie zaken letten (vul aan / schrap wat niet past): 1) De juiste lading van het ion. Vraag: welk ion is altijd positief geladen? Het metaalion / OH-ion. welk ion is altijd negatief geladen? Het metaalion / OH-ion. 2) De hoeveelheid lading van het metaalion Vraag: Hoe groot is de lading van het natriumion bij de dissociatie van NaOH? Hoe groot is de lading van het calciumion bij de (volledige) dissociatie van Ca(OH) 2? Merk op dat de lading van het OH-ion altijd dezelfde is, namelijk: 3) De correcte coëfficiënten (zie vorig jaar : wet van behoud van elementen!) Opmerking: OH - moet je hier als één groep beschouwen. Je schrijft de coëfficiënt er dus voor. Oefen zelf: schrijf de dissociatievergelijking van (pas de coëfficiënten aan waar nodig!) Kaliumhydroxide, KOH : KOH (H 2 O) Barium(di)hydroxide, Ba(OH) 2 : Ba(OH) 2 hydroxide, CuOH : (H 2 O) (H 2 O) (H 2 O), : Al(OH) 3 Tip: vergelijk deze dissociatievergelijkingen met de dissociatie van zuren in water (zie hoger). Freinetschool Villa da Vinci 65
4. Toepassingen van belangrijke hydroxiden Opzoekopdracht (deel 2) Zoek voor de hydroxiden NaOH en Ca(OH) 2 en KOH op: (1) Waarvoor worden ze in de industrie en het huishouden gebruikt? (2) Wat zijn hun eventuele vervangproducten? (3) welke voorzorgsmaatregelen moet je bij het gebruik van deze hydroxiden nemen? (4) Hoe worden ze bereid of gewonnen? Maak hiervan zelf een samenvatting op een apart blad. Dien dit in als huistaak voor de afgesproken datum (10 punten DW chemie). Dit is te kennen leerstof! Freinetschool Villa da Vinci 66
14. Zouten Bronnen: C:\elementaire chemie\409_zouten.htm Explosief 2.2. p. 68-72 Naast de z en de hy bestaan er ook nog de zouten. Daarover gaat deze leerfiche. 1) Lees aandachtig de informatie op Elementaire Chemie (Zouten). Beantwoord vervolgens de vragen: Vraag Antwoord Welke soort verbinding zijn zouten? i Uit welke twee delen bestaan zouten altijd? Uit een positief / negatief ion (of een a ion NH 4 + ) en een positief / negatief ion. Hoe noemen we zouten uit twee delen? zouten Geef hiervan twee voorbeelden (naam en formule) Formule: Naam: Hoe noemen we zouten uit drie delen? zouten Geef hiervan twee voorbeelden (naam en formule) Noot: Bij ternaire zouten is het negatieve ion zélf een ionbinding Formule: Bv. NO3-2-, SO 4 Naam: Freinetschool Villa da Vinci 67
2) Nomenclatuur van zouten Vul de tabel aan. Geef van elk zout de juiste naam/namen. NaF KCl CaBr 2 MgI 2 Na 2 S NaNO 3 K 2 SO 4 CaCO 3 Al 2 (SO 3 ) 3 Mg 3 (PO 4 ) 2 Vul de tabel aan: Zout (formule) Naam Lading van het zuurrestion (*) Al 2 O 3 Ba(OH) 2 Na 2 S Fe 2 (SO 4 ) 3 Zn(NO 3 ) 2 Oplossing: C:\elementaire chemie\409_zouten.htm Freinetschool Villa da Vinci 68
(*) Tip: De lading van het zuurrestion kun je afleiden uit het aantal positieve ionen in de verbinding. Waarom is bij Al 2 O 3 de lading van het O 3 -ion gelijk aan 2-? Omdat Antwoord (gemengde woorden met deze woorden vorm je het antwoord hierboven): aluminiumionen samen twee lading totale de aan gelijk is de van het ion - +2 positieve. Bij de ternaire zouten moet je dezelfde redenering toepassen op het samengestelde ion (bv. bij Fe 2 (SO 4 ) 3 hebben SO 4 -ionen de lading 2-). 3. Fysische eigenschappen van zouten Vul de tabel aan met behulp van Elementaire Chemie. ZOUTEN Smelt- en kookpunt : Aggregatietoestand bij kamertemperatuur : Geleiding van de elektrische stroom: - In vaste toestand - In vloeibare toestand - Opgelost in water Oplosbaarheid in water: Zijn ALLE zouten in water oplosbaar? Zijn VEEL zouten in water oplosbaar? Deze eigenschappen van zouten moet je kennen! Freinetschool Villa da Vinci 69
Leg uit met het deeltjesmodel: Waarom geleiden zouten in vaste toestand de elektrische stroom niet? Waarom geleiden zouten in opgeloste toestand de elektrische stroom wel? 4. Ammoniumzouten. (Als je de fiche goed hebt ingevuld, vind je het antwoord op deze vragen hierboven). Bij één categorie van zouten is het positieve ion geen metaalion, maar een zogenaamd ammoniumion. Deze zouten noemen we ammoniumzouten. Geef de chemische formule van het amminium-ion (mét lading) : Een voorbeeld van een ammoniumzout is ammoniumcarbonaat www o Geef de chemische formule : o Geef de triviale naam : o Zoek twee toepassingen van ammoniumcarbonaat uit het dagelijks leven op : 1) 2) Freinetschool Villa da Vinci 70
15. Classificatie van stoffen Metalen, edelgassen, koolwaterstoffen, alkanen, alkenen, alkynen, zuren, hydroxiden, zouten, ammoniak, water, organische en anorganische stoffen. Zie je het bos nog door de bomen van al die soorten stoffen? Geen nood, in deze fiche ordenen we al deze stoffen in één overzichtelijk schema. Moet je dat schema uit het hoofd leren? Neen, gelukkig niet. Volgens het leerplan moet jij (met 2 uur chemie) het volgende kunnen: Aan de hand van een chemische formule een representatieve stof classificeren als: enkelvoudige of samengestelde stof, metaal of niet-metaal (+ edelgas), soort verbinding: ionbinding, metaalbinding, moleculeverbinding, organische of anorganische stof, koolwaterstof: alkaan, alkeen, alkyn metaaloxide (M,O) of niet-metaaloxide (NM,O), hydroxide zuur: binair of ternair (oxozuur), zout: binair of ternair. Opgave: Vul de tabel op de volgende bladzijde volledig en zonder hulpmiddelen in. Kies voor elke categorie uit de volgende mogelijkheden: Categorie: Stofklasse Hoofdgroep Indeling/samenstelling (alleen bij samengestelde stoffen) Onderverdeling Detaillering (alleen bij anorganisch stoffen) Eindgroep Mogelijkheden: Metaal, niet-metaal, binair zuur, ternair zuur, hydroxide, binair zout, ternair zout, ammoniumzout, alkaan, alkeen, alkyn, alcohol, water, niet-metaaloxide, metaaloxide, ammoniak, (organisch zuur) Enkelvoudige stof (E) ; samengestelde stof (S) Organisch ; anorganisch Koolwaterstoffen ; andere C,H,O-verbindingen, moleculeverbindingen, ionverbindingen Anorganische zuren, ammoniak, zouten, hydroxiden, water, metaaloxiden, niet-metaaloxide, ammoniumzouten, Water Ammoniak Binaire zuren / ternaire zuren Hydroxiden Binaire zouten / ternaire zouten / ammoniumzouten Metaaloxiden / Niet-metaaloxiden Metalen / niet-metalen Alkanen / alkenen / alkynen / alcoholen Organische zuren Freinetschool Villa da Vinci 71
(Oplossing: Explosief 2.2. p. 76) Freinetschool Villa da Vinci 72
16. Samenvattend schema Freinetschool Villa da Vinci 73
17. Slotoefening: classificatie van stoffen Oef. 1. Zet de stoffen op de juiste plaats in het schema. (Dit vergt wat denkwerk, maar je moet dit intussen zonder hulp kunnen ) KNO 3, CH 3 OH, NH 3, H 2 SO 3, CaO, Al(OH) 3, FeS, Cu, NO 2, N 2 1 2 3 4 5 6 7 8 Oef. 2. Zelfde opgave Pb(OH) 2, NH 4 Br, H 2 O, C 3 H 4, HgO, ZnSO 4, AgCl, (NH 4 ) 2 SO 4, C 6 H 14, C 6 H 5 COOH, HBr, Ca 3 (PO 4 ) 2, S 8, 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 Oplossing: zie elementaire chemie / jaar 4 / chemie Freinetschool Villa da Vinci 74