METHODIEKEN KINDERPARTICIPATIE Pedagogische Begeleidingsdienst Stad Gent
Takenbord Doel Kinderen maken deel uit van de opvang en kiezen zelf welke verantwoordelijkheid ze opnemen.
Methodiek In de leefruimte hangt een bord waarop verschillende taken staan. De kinderen beslissen mee welke taken er verdeeld worden. De taken zijn gevisualiseerd met een foto of een prent. De begeleider overlegt met de kinderen wie welke taak mag uitvoeren. Naast de taak hangt de foto of het symbool van het kind. De begeleider ziet er op toe dat elk kind uit de groep aan de beurt komt.
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Bord met prenten of foto s van verschillende taken Foto s van de kinderen of symbolen
Kringgesprek Doel Kinderen geven uitdrukking aan hun gevoelens. Ze luisteren naar de verhalen van anderen. Het kringgesprek geeft tevens de ruimte om activiteiten te plannen of te evalueren.
Methodiek De kinderen zitten samen met de begeleider in een kring, zodat iedereen elkaar goed ziet. De kinderen die willen, vertellen hun verhaal. Een praatobject (knuffel, hoed, ) kan helpen om de beurtverdeling te visualiseren. Voordat het kringgesprek begint, is het belangrijk dat het thema van de kring bepaald wordt. (plannen van de dag, evalueren van de vorige dag, vertellen over thuis, )
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Knusse ruimte waar kinderen in een kring kunnen zitten. Een praatobject (knuffel, hoed, stok, ) Schrijfmateriaal
Fons Doel Kinderen keuzes laten maken uit een aanbod van activiteiten
Methodiek Fons is het verhaal van een jongen die allerlei avonturen beleeft in de opvang. Aan de hand van de tekeningen maken de kinderen keuzes betreffende de activiteiten die ze ook willen in hun opvang en welke zeker niet.
Doelgroep 3 tot 8 jaar Materiaal Naast het bestaande verhaal van Fons kan je ook een eigen verhaal maken met zelf gekozen activiteiten. Je kan de tekeningen ook vervangen door foto s.
Smileybord Doel Kinderen geven hun mening over een voorbije activiteit. Er is tevens de mogelijkheid tot feedbackgesprek tussen kind, ouder en begeleider.
Methodiek Aan de muur hangt op kindhoogte een bord waarop de activiteit(en) van de dag staat genoteerd. Bij het bord liggen twee soorten smiley s. Een lachend gezicht en een droevig gezicht. Als de kinderen een activiteit leuk vonden, hangen ze een lachend gezicht. Vonden ze de activiteit niet leuk hangen ze een droevig gezicht. De evaluatie gebeurt individueel. Het heeft tevens een meerwaarde als de evaluatie samen met de ouders gebeurt bij het afhalen. Zo is de ouder betrokken bij de dag van zijn kind.
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Bord met haakjes of velcro Twee stapels verschillende smiley s (lachende en droevige)
Gevoelenskaart Doel Kinderen uiten hun gevoelens bij een activiteit of voorval in de groep
Methodiek De kinderen geven individueel aan hoe ze zich voelen in de groep of na een activiteit. Dit kan adhv de symbolen van gevoelens (bang-blijboos-bedroefd). De kinderen kunnen zelf een gevoelenskaart maken met de verschillende symbolen.
Doelgroep 3 tot 6 jaar Materiaal Gevoelenskaart met de symbolen van de basisemoties
Gevoelsmeter Doel Kinderen uiten hun gevoelens bij een voorval in de groep en kaarten conflicten of problemen aan
Methodiek In de leefgroep hangt een gevoelsmeter. Die bestaat uit 2 helften (2 verschillende kleuren of een blij en droevig gezicht, ). Als de kinderen een probleem of conflict willen aankaarten in de groep, draaien ze de gevoelsmeter op niet goed voelen. Als begeleider bespreek je (in een kringgesprek) het conflict of probleem. Als kinderen zich daarna terug goed voelen, wordt de meter teruggedraaid.
Doelgroep 6 tot 12 jaar Materiaal Gevoelsmeter (uit hout of karton) die bestaat uit bijv. twee kleuren en die kinderen kunnen draaien
Klaag- en juichmuur Doel Kinderen geven hun mening over wat ze leuk en minder leuk vinden aan de opvang. Kinderen denken na over alternatieven, oplossingen om iets minder leuk leuk te maken.
Methodiek In de ruimte zijn er twee muren (flappen) waarop kinderen kunnen schrijven, plakken, tekenen, De ene muur is voor de positieve, leuke zaken aan de opvang, de andere muur voor de minder leuke. De kinderen kunnen zelf tips formuleren over hoe het beter kan.
Doelgroep 6 tot 12 jaar Materiaal Grote flappen, rol behangpapier,
Korte evaluatie Doel Kinderen geven hun mening over een voorbije activiteit, uitstap, Een snel overzicht van hoe de kinderen de activiteit beleefden.
Wasknijpers Methodiek Elk kind krijgt een wasknijper en hangt die op zijn lichaam. Hoe hoger het kind die hangt hoe beter het de activiteit vond. Hoe lager, hoe minder leuk. Ballonnen Elk kind krijgt een ballon en mag die opblazen. Hoe meer lucht, dus hoe groter de ballon, hoe beter het kind de activiteit vond.
Lichaamstaal Je kan kinderen een activiteit of uitstap laten evalueren door ze te laten uitbeelden hoe ze de activiteit vonden, dit kan met allerlei gebaren of door ze in de ruimte te laten liggen op de grond of te laten staan op een stoel. De methodiek is hoe hoger je staat hoe beter de activiteit was.
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Wasknijpers, ballonnen,
Ruimtebord Doel Kinderen laten kiezen uit verschillende ruimtes om te spelen. Kinderen verantwoordelijkheid geven. Als begeleider (ouder) krijg je een overzicht waar de kinderen zich bevinden.
Methodiek Op een centrale plaats hangt een bord waarop alle ruimtes voor de kinderen terug te vinden zijn. Elk kind heeft zijn foto of symbool en hangt deze bij de ruimte waar het gaat spelen. Als het kind naar een andere ruimte gaat dan verhangt het zijn foto of symbool. Je kan het aantal haakjes bepalen voor bepaalde ruimtes. Zo is er een beperkt aantal plaatsen.
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Bord met daarop de verschillende ruimtes (al dan niet met foto). Foto s van de kinderen of symbolen
Rad Doel Kinderen helpen bij het maken van keuzes.
Methodiek Op een draaischijf staan foto s van activiteiten/ speelgoed of een thema. Kinderen draaien aan het rad en laten het rad een keuze maken. Het is belangrijk dat kinderen kunnen meebepalen welke activiteiten/speelgoed of thema s op het rad komen. Het rad kan gebruikt worden: - om een keuze voor de groep te maken - tijdens verveelmomenten voor kinderen individueel
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Rad met draaischijf of parasol met ideeënpotjes Grabbelton met ideeën,
Muziekdoos Doel Kinderen geven hun mening/ideeën over de opvang
Methodiek In een kring wordt er een muziekdoos doorgegeven. Deze doos is ingepakt in cadeaupapier. Tussen elk laagje cadeaupapier zit een vraag. De doos wordt doorgegeven in de kring op muziek. Als de muziek stopt, pakt het kind die de doos heeft een laagje uit en antwoordt op de vraag. De vragen kunnen gericht zijn op de voorbereiding of de evaluatie van een activiteit of aanbod.
Doelgroep 3 tot 8 jaar Materiaal Doos met verschillende lagen inpakpapier met daartussen vragen Muziek
Babbelbox Doel Kinderen geven hun mening/ ideeën
Methodiek De babbelbox is een poppenkast, oude TV of grote doos waarin kinderen hun mening en ideeën geven over gestelde vragen. Kinderen kunnen individueel in de babbelbox of met vriendje(s). Je kan de babbelbox gebruiken in groep waarbij je als begeleider alle antwoorden bijhoudt. Je kan ook een filmcamera plaatsen in de babbelbox die de kinderen zelf kunnen aan en afzetten.
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Poppenkast, oud TV-toestel, grote doos Filmcamera
De band Doel Kinderen evalueren, plannen en communiceren onderling
Methodiek Aan een muur (gang, toilet, ) hangt een grote papieren band te vergelijken met een agenda. Op deze band staan verjaardagen, activiteiten, uitstappen, vakanties, ed vermeld. Kinderen kunnen de band aanvullen met hun ideeën, mening of felicitaties door er een briefje bij te hangen.
Doelgroep 6 tot 12 jaar Materiaal Band met de verschillende dagen van het jaar Papier en schrijfgerief Plakband of paperclips,
Nieuwkomerskrantje Doel Kinderen informeren andere kinderen
Methodiek Kinderen maken zelf een informatief krantje voor nieuwkomers in de opvang. Zowel de oudere als de jongere kinderen kunnen hierbij betrokken worden. De oudste kunnen bijv. schrijven, dichten of fotograferen. De jongste kunnen bijv. een tekening maken over de opvang. Nieuwe kinderen worden zo geïnformeerd over de opvang; welk regels er zijn, hoe een dag verloopt, wat leuke plekjes zijn,
Doelgroep 6 tot 12 jaar Materiaal Computer, fototoestel, printer, Kan ook niet digitaal
Leuk of niet leuk Doel Kinderen geven aan wat ze leuk en niet leuk vinden
Methodiek Kinderen nemen foto s van dingen die ze leuk vinden en niet leuk vinden in de opvang. Nadien worden de foto s in groep bekeken. De kinderen vertellen waarom ze een foto genomen hebben en of ze het leuk vinden of niet. Kinderen kunnen ook een smiley (blij-droevig gezicht) leggen bij de foto s.
Doelgroep 3 tot 12 jaar Materiaal Fototoestel, smileys
Bronvermelding STIBO Gent VCOK Listening to young children (Coram Family) School zonder pesten