Vóór de Tweede Wereldoorlog hadden de 5 Nederlandse omroepverenigingen (AVRO, KRO, VARA, NCRV en VPRO) alle een eigen muziekbibliotheek. Deze waren niet allemaal gevestigd in Hilversum; zo had de AVRO haar bladmuziek ondergebracht in gebouw De Walvis, aan de Keizersgracht 107 te Amsterdam. Gebouw De Walvis te Amsterdam Op 1 oktober 1931 begon Marinus van Markesteijn (24 jaar) er zijn loopbaan als muziekbibliothecaris. Hij werd ingewijd in de materie door Jaap den Daas, die later o.m. bekend is geworden als zakelijk leider van de Nederlandse Operastichting. (De muziekbibliotheek is tijdens een verbouwing in 1932-1933 tijdelijk ondergebracht in gebouw Candida aan de Nieuwezijdsvoorburgwal.) De MB bevond zich aan de voorzijde van de vierde verdieping van het pand; er werkten toen 3 medewerkers (onder wie meneer Robert, een oud-operazanger). Eenmaal per week was er een transport van bladmuziek van Amsterdam naar Hilversum. De collectie bestond uit ca. 12 à 14.000 partituren. Soms kwamen dirigenten naar Amsterdam om muziek uit te zoeken. Elke omroep had
haar eigen ensembles en dirigenten. Tussen hen bestonden geen geregelde contacten; wel was er contact tussen de omroepbesturen. Er was een intensieve samenwerking tussen de AVRO-MB en de AVRO-orkesten: zo maakte Van Markesteijn repetitielijsten, en had hij ook een aandeel in de repertoirekeuze: Als ik bijvoorbeeld bij Nico Treep iets niet kon slijten, gaf ik het aan Van Raalte (beiden dirigent). Vanwege ruimtegebrek en om te besparen op de kosten van die transporten verhuisde de AVRO-MB in 1938 naar Hilversum, naar het AVRO-gebouw aan de `s-gravelandseweg (dat enkele jaren eerder, in 1936, in gebruik was genomen). Men vond er onderdak op de tweede verdieping, vlakbij de kantine. Muziekbibliotheek 2 e verdieping AVRO-gebouw Organisatorisch maakte de afdeling deel uit van de Omroepdienst (waarvan de later als omroeper legendarisch geworden Guus Weitzel chef was), die weer ressorteerde onder de Programmaleiding. In deze periode werd de systematiek van de bibliotheek gewijzigd: er werden subgroepen gevormd met letters en kleuren. Hierop werd de volgende vier decennia voortgebouwd. Op de dag waarop voor Nederland de Tweede Wereldoorlog begon, 10 mei 1940, werd de bibliotheek beschoten. De bladmuziek werd overgebracht naar de kelder, die zich bevond tussen de twee studio s. In maart 1941 werd op last van de (Duitse) autoriteiten begonnen met de concentratie van de omroepverenigingen. Ook de muziekbibliotheken werden samengevoegd. Omdat de AVRO- MB de grootste was, werden de collecties samengevoegd in het AVRO-gebouw. Het AVRObibliotheeksysteem werd voortaan voor het geheel gebruikt en Van Markesteijn werd chef. Muziek van Joodse componisten (Mendelssohn, Mahler e.a.) mocht op last van de bezetter niet worden uitgevoerd. Met rood werd het woord Jood op de bladmuziek geschreven; deze werd vervolgens weggezet op de tussenverdieping. Na de oorlog kwam dit materiaal weer terug in het systeem. In deze periode waren er 12 à 14 personen werkzaam in de MB. Op 19 mei 1942 werd Van Markesteijn vervangen door de NSB er Strijbosch, maar na de oorlog kwam hij weer terug in
zijn oude functie. In 1943 kwam Egbert van der Horst in dienst; hij verzorgde de bladmuziek voor het koor en de lichte ensembles, en deed de uitleenadministratie. Tot zijn afscheid in 1974 was hij sous-chef van de Muziekbibliotheek. In het laatste oorlogsjaar was er nauwelijks meer werk. Begin 1945 verhuisde de MB naar het gebouw van de KRO aan de Emmastraat (Studio B). De (eerste) KRO-studio (in 1931 in gebruik genomen; de KRO-muziekbibliotheek was vermoedelijk vanaf 1933 gevestigd in de villa ernaast) Het volgende jaar, 1946 ging men naar de fraaie villa aan de `s-gravelandseweg 178, waar tijdens WO II een Duitse legerafdeling was ondergebracht, vermoedelijk de verbindingen. Villa 's-gravelandseweg 178 (jaren '50)
In 1946-1947 kwam het orkestleven weer op gang en ontstonden ook nieuwe ensembles. Op 8 juni 1957 brak op de bovenverdieping van de villa brand uit; door omroepmusici werd assistentie verleend bij het ontruimen van de etage. (Het televisiejournaal besteedde er die avond aandacht aan.) Er is geen bladmuziek verloren gegaan. In de jaren 50 werden vanwege ruimtegebrek en matige bewaarcondities- vele plannen gemaakt voor nieuwe huisvesting op het Omroepkwartier. De architecten Merkelbach en Elling ontwierpen het zgn. Muziekpaviljoen (eerst nog mufotheek genoemd), waarin Muziekbibliotheek en Fonotheek (eerst Discotheek) elk een vleugel kregen. Eind 1965 kon de MB haar benauwde veste verlaten en intrekken in de ruime en fraaie nieuwe behuizing (in de woorden van het NRU-jaarverslag over dat jaar). Op 25 augustus 1966 werd het gebouw geopend. Het Muziekpaviljoen (links de MB, rechts de Fonotheek) De MB had in die periode 16 medewerkers: een chef, een sous-chef, een chef-kopiïst en 13 assistenten.
In 1995 verhuisde de Muziekbibliotheek, samen met de omroepensembles (met uitzondering van het Radio Kamerorkest), naar het uitgebreide en aangepaste oude studiogebouw van de VARA aan de Heuvellaan 33. Niet gerealiseerde ontwerptekening van het MCO-gebouw De MB als onderdeel van de Omroep In 1945, na het einde van de Tweede Wereldoorlog, kwam de omroep te vallen onder Radio Herrijzend Nederland; dit orgaan functioneerde tot begin 1946 Radio Nederland in Overgangstijd in het leven werd geroepen. Op 15 januari 1947 werd de Nederlandse Radio Unie (NRU) opgericht, die o.a. de verantwoordelijkheid kreeg voor de gezamenlijke discotheek en muziekbibliotheek. Ook regelde de NRU het gezamenlijk gebruik van de orkesten, het koor en de hoorspelkern; deze afdeling heette DMPFR: Dienst Muziek Programma Faciliteiten Radio. In 1969 werden NRU en NTS (Nederlandse Televisie Stichting) krachtens de nieuwe Omroepwet samengevoegd tot de Nederlandse Omroep Stichting (NOS). De MB ressorteerde onder de Dienst Uitvoerende Kunstenaars (DUK). Vanaf 1 augustus 1979 maakte de MB onderdeel uit van de Divisie Radio Faciliteiten (DRF). Deze viel onder het Facilitair Bedrijf, dat in 1988 werd ondergebracht in het Nederlands Omroepproductie Bedrijf (NOB). Als onderdeel hiervan functioneerde het Muziekcentrum van de Omroep, waarin behalve orkesten en koor van de omroep ook de MB werd opgenomen.
(Interne) organisatie In 1980 waren er 24 personen werkzaam op de MB, van wie 16 full-time. Behalve de catalogiseerafdeling waren er onder meer de uitleenafdeling, de kopieerafdeling (waarvoor ca. 25 free-lance kopiïsten jaarlijks ruim 3000 stukken uitschreven ), het Radio Volkskundig Bureau (dat o.m. veldopnamen beheerde t.b.v. het programma Onder de groene linde ) en de programmaverzorging (waarvan het aantal uitleningen in die jaren geschat werd op ca. 10.000 per jaar). De 4 medewerkers van deze laatste afdeling werden eind jaren 80 organisatorisch ondergebracht bij de ensembles waarvoor ze werkten (de orkesten en het Groot Omroepkoor). Het aantal titels aanwezig in de MB werd in 1980 geschat op ca. 800.000. Sinds enige tijd beschreef men de nieuwe aanwinsten èn het oude bestand volgens de ISBD-beschrijvingsregels. Er was ook een begin gemaakt met de automatisering van de catalogus. Alle in de computer opgeslagen gegevens konden voortaan opgevraagd worden, door toepassing van het MARC-format. Het lag in de bedoeling zoveel mogelijk muziekbibliotheken in Nederland te laten aansluiten op het nieuwe systeem. In 1988 werd de Stichting Muziek Catalogus Nederland (MCN) opgericht. Hierin werd samengewerkt met Donemus en Gaudeamus in Amsterdam, het Repertoire Informatiecentrum Muziek (RIM) te Utrecht en BFO (later Centrum Nederlandse Muziek, CNM) in Hilversum. De partners deelden de catalogi : ze ontleenden titelbeschrijvingen aan elkaars collecties. Per 1 januari 1998 kwam een einde aan dit samenwerkingsverband. Vanaf deze datum maakt de MB gebruik van een zelf in samenwerking met externe deskundigen- ontwikkeld, zeer geavanceerd catalogussysteem met uitgebreide zoekmogelijkheden. Aan het eind van het jaar 2002 bevatte de geautomatiseerde catalogus de volgende titels: klassieke muziek 164.561, lichte muziek: 175.099, arrangementen: 41.408, boeken: 8292; de omvang van de database naam was 34.242. De collectie is een van de grootste in haar soort in Europa. De MB is lid van de NVMB (Nederlandse Vereniging van Muziek Bibliotheken). In 2001 verscheen een handzame informatiefolder. Momenteel (december 2003) zijn er 14 personen werkzaam op de MB. De manager heeft de leiding over zeven catalogiseerders klassieke muziek; verder is één persoon verantwoordelijk voor de lichte muziek, twee bezetten de informatie- en uitleenbalie, één medewerker verzorgt de bladmuziek voor de muziekregie, één maakt de mappen waarin de muziek in de kast wordt gezet en één bestiert het secretariaat.