Strooiselmateriaal in pluimveestallen Pluimvee nr. 40 Kris De Baere Johan Zoons INLEIDING Bij de huisvesting van pluimvee op de grond is goed strooisel van belang. Een goed strooiselmateriaal kan omschreven worden als een materiaal dat veel vocht kan opnemen en terug afgeven, het moet zacht en los zijn, het mag niet gemakkelijk samenklitten of een korst vormen bovenaan het strooisel en het moet tevens goedkoop en voldoende beschikbaar zijn. Daarnaast moet het strooisel ook vrij zijn van onzuiverheden en schadelijke stoffen. In de praktijk zijn en stro de meest gebruikte materialen. Houtkrullen zijn goed geschikt als strooiselmateriaal. Om problemen met irritaties en verontreinigingen te vermijden, gebruikt men witte, gezuiverde van onbehandeld hout. Stro is een goedkoop strooiselmateriaal dat ruimschoots beschikbaar is. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van gehakseld tarwestro omdat het de hoogste vochtopnamecapaciteit heeft (tarwestro neemt meer vocht op dan gerstestro, kort materiaal neemt meer vocht op dan lang materiaal). Een aantal jaar geleden kwamen nat strooisel en natte mest nauwelijks voor. Sinds het verbod op het gebruik van diermeel, vismeel (op bedrijven waar ook herkauwers aanwezig zijn) en een aantal antibiotica is de samenstelling van de voeders grondig gewijzigd. Op veel pluimveebedrijven worden nu problemen met nat strooisel en natte mest vastgesteld door verteringsproblemen en een hoge wateropname. Deze problemen leiden tot meer gezondheidsproblemen, meer irritaties van de hakken, meer voetzoolaantastingen en soms ook meer afkeuringen. Het behouden van een goede strooiselkwaliteit is moeilijker geworden, waardoor ook strengere eisen aan het strooiselmateriaal gesteld worden. Naar aanleiding van deze problematiek is een proef uitgevoerd met verschillende strooiselmaterialen. MATERIAAL EN METHODE Gedurende 6 rondes zijn telkens 24.000 vleeskuikens (ROSS 308, niet gesext, 20 kuikens / m²) verdeeld over 4 klimaatafdelingen van 300 m². Elke klimaatafdeling is verder verdeeld in 4 subeenheden van elk 75 m². Op het niveau van de klimaatafdelingen zijn verschillende lichtschema s vergeleken. De resultaten van deze proef zijn besproken in mededeling 38. In de subeenheden van alle klimaatafdelingen zijn verschillende strooiselmaterialen met elkaar vergeleken. De eerste 5 dagen en de laatste 3 dagen voor het laden werd 23 uur licht en 1 uur donker verstrekt aan de kuikens. Van dag 6 tot 3 dagen voor het laden werd een continue donkerperiode van 6 uur ingebouwd. De kippen beschikten continu over water en voeder. Het voederprogramma bestond uit 5 fasen. Het kruimelvoeder werd verstrekt via voederpannen (1 pan per 88,23 dieren) en het water via friss -cups (1 cup per 25 kuikens). De streefwaarde voor de staltemperatuur bedroeg 34 C bij de opzet van de kuikens en werd geleidelijk afgebouwd tot 18,5 C op het einde van de ronde. De minimumventilatie werd ingesteld op 1,0 m³ per uur per kg levend gewicht en de maximumventilatie op 3,6 m³ per uur per kg levend gewicht. Bij lage buitentemperaturen werden zowel de minimumventilatie als de maximumventilatie verminderd. In zes opeenvolgende rondes is onderzoek verricht naar verschillende strooiselmaterialen en hoeveelheden. Hieronder zijn de proefbehandelingen per ronde weergegeven: Ronde 1: 1,0 kg/m² en gehakseld tarwestro en 2,0 kg/m² Ronde 2: 1,0 kg/m² en gehakseld tarwestro 1,0 kg/m² en Ronde 3 tot 6: gehakseld tarwestro vlaslemen mengsel van vlaslemen en (van elk 0,75 kg/m²) Proefbedrijf voor de Veehouderij Pluimvee nr. 40 1
In de eerste 2 proefrondes zijn en gehakseld tarwestro als strooiselmateriaal gebruikt, beide materialen werden in verschillende hoeveelheden gebruikt (zie mededeling 39). Tijdens de vier volgende rondes werden naast en gehakseld stro ook vlaslemen als strooiselmateriaal gebruikt. In deze mededeling worden de resultaten van deze proef met vlaslemen, en gehakseld stro besproken. Tabel 1: Technische resultaten per ronde (periode: 7/08 03-1/07/ 04) gehakseld tarwestro vlaslemen vlaslemen + ronde 1 % uitval 3,9 4,0 4,0 gem. opzet: bruto levend gewicht (g) 2422 2455 2439 7/08/'03 voerverbruik (kg/pok) 3,93 3,99 3,96 netto VC 1,72 1,73 1,73 productiegetal 322,6 326,3 324,5 voerwinst (euro/pok) 0,299 0,305 0,302 ronde 2 % uitval 3,1 3,3 3,2 opzet: bruto levend gewicht (g) 2486 2455 2471 2/10/'03 voerverbruik (kg/pok) 3,93 3,92 3,92 netto VC 1,67 1,68 1,67 productiegetal 346,0 337,7 341,8 voerwinst (euro/pok) 0,355 0,337 0,346 ronde 3 % uitval 3,9 4,5 4,9 5,0 4,5 opzet: bruto levend gewicht (g) 2427 2413 2380 2399 2405 4/12/'03 voerverbruik (kg/pok) 3,93 3,94 3,88 3,90 3,91 netto VC 1,72 1,75 1,75 1,75 1,74 productiegetal 324,6 315,8 309,4 312,4 315,6 voerwinst (euro/pok) 0,304 0,282 0,270 0,276 0,283 ronde 4 % uitval 4,8 6,3 6,0 4,4 5,4 opzet: bruto levend gewicht (g) 2423 2431 2296 2416 2392 29/01/'04 voerverbruik (kg/pok) 3,80 3,74 3,71 3,80 3,76 netto VC 1,68 1,67 1,76 1,68 1,70 productiegetal 328,6 325,2 293,9 328,7 319,1 voerwinst (euro/pok) 0,321 0,316 0,241 0,321 0,300 ronde 5 % uitval 6,1 5,9 6,7 5,8 6,1 opzet: bruto levend gewicht (g) 2443 2411 2400 2417 2418 25/03/'04 voerverbruik (kg/pok) 3,72 3,70 3,63 3,75 3,70 netto VC 1,65 1,67 1,66 1,68 1,66 productiegetal 332,0 325,3 323,6 323,9 326,2 voerwinst (euro/pok) 0,333 0,318 0,317 0,312 0,320 ronde 6 % uitval 3,4 3,4 2,9 3,2 3,2 opzet: bruto levend gewicht (g) 2404 2428 2423 2440 2424 21/05/'04 voerverbruik (kg/pok) 3,83 3,85 3,86 3,86 3,85 netto VC 1,68 1,67 1,68 1,67 1,67 productiegetal 329,7 335,4 335,7 339,1 335,0 voerwinst (euro/pok) 0,322 0,335 0,335 0,343 0,334 Pluimvee nr. 40 2
Metingen Bij het onderzoek op het Proefbedrijf voor de Veehouderij worden een aantal metingen standaard uitgevoerd. Dagelijks wordt van elke proefgroep (n=16) het water- en voerverbruik, de uitval en reden van uitval genoteerd. Wekelijks worden per proefgroep 50 kuikens gewogen, op dag 41 worden 75 kuikens per groep gewogen. Naast deze technische kengetallen wordt de laatste jaren ook steeds de uitwendige kwaliteit van de kuikens beoordeeld op dag 28, dag 35 en dag 40. Bij deze visuele beoordeling wordt in een steekproef van 40 kuikens per proefgroep gekeken naar krassen op de dijen, borstbevuiling, hakirritatie en voetzoolirritatie, hierbij wordt voor de verschillende parameters een score gegeven die zowel de ernst als het voorkomen van de aantasting weergeeft (score van 0 = geen bevuiling / irritatie tot 3 = ernstige bevuiling / irritatie). Tabel 2: Technische resultaten bij gebruik van en gehakseld stro (6 rondes - periode: 7/08/ 03-1/07/ 04) strooisel hoeveelheid cum. uitval % % pootproblemen % metabole problemen bruto levend gewicht (g) voerverbruik (kg/pok/dag) waterverbruik (l/pok/dag) water/voer verhouding voerconversie VC 1700 productiegetal voerwinst (euro/pok) 4,2 0,4 0,7 2434 3,86 7,09 1,84 1,41 330,6 0,322 gehakseld stro 4,6 0,5 0,8 2432 3,86 7,15 1,85 1,42 327,6 0,315 sign. p 0,230 0,183 0,240 0,856 0,994 0,193 0,073 0,409 0,544 0,339 0,336 Figuur 1: DS-gehalte strooisel (6 rondes - periode: 7/08/ 03-1/07/ 04) 80 RESULTATEN Houtkrullen t.o.v. gehakseld tarwestro Gedurende 6 opeenvolgende proefrondes is het gebruik van en gehakseld tarwestro vergeleken. Van beide materialen werd 1,5 kg / m² ingestrooid twee dagen voor de opzet van de kuikens. De resultaten zijn weergegeven in tabel 1, tabel 2, tabel 3 en figuur 1. Het technisch resultaat was het best bij het gebruik van doch er konden geen significante verschillen aangetoond worden. Bij gehakseld stro was er een trend naar een hogere water/voer verhouding en was het DS-gehalte van het strooisel reeds vanaf dag 7 duidelijk lager. Het aandeel voetzoolaantasting was zowel op dag 28, dag 35 als op dag 41 beduidend hoger. Op dag 28 werd ook meer irritatie van de hakken vastgesteld, maar op dag 35 en dag 41 was er geen verschil in hakirritaties meer waarneembaar. 70 60 50 Figuur 2: DS-gehalte strooisel (4 rondes - periode: 4/12/ 03-1/07/ 04) 80 70 60 50 7 15 22 29 36 42 dag 1,5 gehakseld stro 1,5 1,5 gehakseld stro 1,5 vlaslemen 1,5 vlaslemen + 1,5 7 15 22 29 36 42 dag Pluimvee nr. 40 3
Tabel 3: Resultaten van de beoordeling van de kuikens (6 rondes - periode: 7/08/ 03-1/07/ 04): bevuiling 28 82,9 17,0 0,1 0,0 0,157 borst gehakseld tarwestro 79,0 20,4 0,7 0,0 35 36,5 54,6 8,4 0,5 0,450 gehakseld tarwestro 35,6 57,7 6,6 0,2 41 5,9 55,2 36,5 2,3 0,208 gehakseld tarwestro 3,8 55,1 37,2 3,8 irritatie 28 64,0 34,7 1,3 0,0 0,000 hakken gehakseld tarwestro 40,5 56,5 3,0 0,0 35 16,6 72,4 11,0 0,0 0,054 gehakseld tarwestro 11,9 78,4 9,3 0,4 41 6,6 56,8 35,7 0,9 0,386 gehakseld tarwestro 4,0 59,7 35,8 0,5 aantasting 28 97,6 2,2 0,2 0,0 0,000 voetzolen gehakseld tarwestro 87,5 10,7 1,8 0,0 35 75,3 23,1 1,6 0,0 0,000 gehakseld tarwestro 60,5 37,2 2,2 0,2 41 56,7 32,1 11,0 0,1 0,000 gehakseld tarwestro 38,5 45,9 15,5 0,1 * Pearson Chi-square asymp. sign. (2-sided) Tabel 4: technische resultaten bij gebruik van, gehakseld stro en vlaslemen (4 rondes - periode: 4/12/ 03 1/07/ 04): strooisel hoeveelheid 1,5 kg / m² cum. uitval % 4,5 % pootproblemen 0,4 % metabole problemen 0,8 bruto levend gewicht (g) 2424 a voerverbruik (kg/pok) 3,82 waterverbruik (l/pok) 7,04 water/voer verhouding 1,84 voerconversie 1,68 VC 1700 1,41 productiegetal 328,7 a voerwinst (euro/pok) 0,320 gehakseld stro 1,5 kg / m² 5,0 0,6 0,8 2421 a 3,81 7,05 1,85 1,42 325,4 a,b 0,313 vlaslemen 1,5 kg / m² 5,1 0,5 0,9 2375 b 3,77 7,02 1,86 1,71 1,46 315,7 b 0,291 vlaslemen + 1,5 kg / m² 4,6 0,5 0,8 2418 a,b 3,83 7,03 1,84 1,43 326,0 a,b 0,313 Gebruik van vlaslemen als strooiselmateriaal Bij het gebruik van vlaslemen is het technisch resultaat (tabel 4) minder goed dan bij, het bruto levend gewicht en het productiegetal zijn merkelijk lager, er is een trend naar een lager voerverbruik, een hogere voerconversie en een lagere voerwinst. Het DS-gehalte van het strooisel (figuur 2) is vergelijkbaar met. Bij de beoordeling van de kuikens werd geen verschil in bevuiling en hakirritatie vastgesteld. Op dag 41 is het aantal voetzoolaantastingen bij vlaslemen merkelijk hoger als bij en vergelijkbaar met het gehakseld stro (tabel 5). Bij gebruik van een mengsel van vlaslemen en (elk 0,75 kg/m²) konden geen duidelijke verschillen aangetoond worden. Zowel de technische resultaten, de strooiselkwaliteit en de uitwendige kwaliteit van de kuikens zijn gelijk met deze bij het gebruik van 1,5 kg per m². Bij alle proefbehandelingen was de strooiselkwaliteit slecht (ca. 50% DS van het strooisel), waren de kuikens sterk bevuild en kwam vrij veel irritatie van de hakken en veel voetzoolaantasting voor. BESPREKING Stro is een goedkoop strooiselmateriaal. In de praktijk wordt het vooral gebruikt op bedrijven die gelegen zijn in akkerbouwstreken of op eigen grond graangewassen verbouwen. Vaak komt men overeen om de pluimveemest af te voeren naar het bedrijf waarvan het stro afgenomen wordt. Dit biedt zowel voor de akkerbouwer als voor de pluimveehouder gunstige voorwaarden voor het stro en de pluimveemest. Bij bedrijven die de mest via lange afstandtransport afzetten, is het gebruik van stro minder gebruikelijk omdat dit voor de mestafzet minder gunstig is. De nieuwe mestverwerkings- en composteringsinstallaties kunnen de vleeskuikenmest met stro goed verwerken op voorwaarde dat het stro voor gebruik gehakseld wordt. Gehakseld stro heeft een lagere vochtopnamecapaciteit en is lichter dan (dikkere strooisellaag). De strodeeltjes zijn langer dan en vlaslemen hierdoor scharrelen kippen er minder in en ontstaat vlugger korstvorming en een natte vettige laag bovenaan het strooisel hetgeen het ontstaan van voetzoolaantastingen en hakirritaties bevorderd. Tarwestro is goedkoper dan, voor het hakselen van het stro dienen nog bijkomende kosten verrekend te worden. Pluimvee nr. 40 4
Een aantal jaar geleden kwam nat strooisel nauwelijks voor, in sommige stallen was het strooisel zelfs te droog. In die periode was gehakseld tarwestro een goed strooiselmateriaal. Na het verbod op het gebruik van diermeel en een aantal antibiotica is het behouden van een goede strooiselkwaliteit moeilijker en worden hogere eisen gesteld aan het strooiselmateriaal. In de huidige omstandigheden stelt men bij het gebruik van gehakseld stro vlugger problemen met nat strooisel vast dan bij. Vlaslemen zijn een restproduct van de vlasindustrie, ze worden vooral gebruikt voor de fabricage van houtvezelplaten, maar gezien hun groot vochtabsorberend vermogen kunnen ze ook gebruikt worden als strooiselmateriaal in stallen. Tot op heden is het gebruik van vlaslemen als strooiselmateriaal in pluimveestallen vrij beperkt in Vlaanderen. Vlaslemen kunnen aangekocht worden bij de vlasverwerkende bedrijven. Meestal zijn de transportkosten niet in de prijs inbegrepen, bij transporten over langere afstand kunnen deze kosten hoog oplopen, waardoor het gebruik van vlaslemen relatief duur uitkomt in vergelijking met. Voor bedrijven die gelegen zijn in de nabijheid van vlasverwerkende bedrijven, zijn de transportkosten beperkt en kunnen vlaslemen een alternatief strooiselmateriaal zijn. Naast het opnemen van vocht heeft het strooisel ook een isolerende functie in het begin van de ronde. Vlaslemen zijn merkelijk zwaarder dan. Bij gebruik van dezelfde hoeveelheid strooisel (nl. ) is de strooisellaag merkelijk dunner en minder isolerend. In de winterperiodes is het aangewezen om van vlaslemen een grotere hoeveelheid strooisel te gebruiken dan van. Tabel 5: resultaten van de beoordeling van de kuikens (4 rondes - periode: 4/12/ 03-1/07/ 04) bevuiling 28 80,2 19,8 0,0 0,0 0,080 borst gehakseld tarwestro 74,7 24,5 0,8 0,0 vlaslemen 82,2 17,3 0,5 0,0 vlaslemen + 82,6 16,7 0,7 0,0 35 34,8 55,8 8,7 0,7 0,386 gehakseld tarwestro 35,7 56,5 7,6 0,3 vlaslemen 38,6 49,9 10,5 1,0 vlaslemen + 37,5 55,3 6,9 0,4 41 6,9 55,4 34,4 3,3 0,536 gehakseld tarwestro 4,9 55,4 33,9 5,7 vlaslemen 5,2 56,1 35,3 3,5 vlaslemen + 5,7 57,5 33,0 3,8 irritatie 28 63,0 36,3 0,6 0,0 0,000 hakken gehakseld tarwestro 44,9 53,1 2,0 0,0 vlaslemen 65,2 34,5 0,3 0,0 vlaslemen + 60,1 38,8 1,2 0,0 35 17,6 67,9 14,4 0,0 0,397 gehakseld tarwestro 15,1 73,7 10,6 0,6 vlaslemen 21,2 67,1 11,3 0,5 vlaslemen + 17,3 71,7 10,7 0,3 41 6,0 53,9 39,6 0,5 0,466 gehakseld tarwestro 4,3 56,1 39,4 0,3 vlaslemen 3,5 54,7 41,0 0,7 vlaslemen + 3,1 61,2 35,3 0,5 aantasting 28 97,1 2,7 0,2 0,0 0,000 voetzool gehakseld tarwestro 84,0 13,3 2,7 0,0 vlaslemen 96,8 3,0 0,2 0,0 vlaslemen + 97,2 2,6 0,2 0,0 35 78,6 19,5 1,9 0,0 0,001 gehakseld tarwestro 68,3 28,6 3,0 0,3 vlaslemen 80,0 19,7 0,3 0,0 vlaslemen + 82,1 17,0 0,9 0,0 41 60,5 29,2 10,4 0,0 0,014 gehakseld tarwestro 45,7 43,8 10,6 0,0 vlaslemen 47,7 40,6 11,4 0,4 vlaslemen + 57,2 34,2 8,6 0,0 * Pearson Chi-square asymp. sign. (2-sided) Bij vlaslemen werd een hoger aandeel voetzoolaantastingen vastgesteld dan bij, dit wijst erop dat bij vlaslemen vlugger problemen met nat strooisel te verwachten zijn dan bij. Bij gebruik van een mengsel van vlaslemen en is de strooiselkwaliteit vergelijkbaar met. Bij de vergelijking van de strooiselkost per kuiken is uitgegaan van de volgende prijzen: 175 euro per ton voor, 80 euro per ton voor stro en 210 euro per ton voor vlaslemen. Dit geeft een strooiselkost van 1,30 eurocent per kuiken bij, 0,60 eurocent per kuiken bij stro en 1,58 eurocent bij vlaslemen. Bij stro dient wel nog de kost voor het hakselen van het stro verrekend te worden. In de praktijk worden grote prijsverschillen voor deze strooiselmaterialen vastgesteld waardoor de strooiselkost sterk kan variëren. Pluimvee nr. 40 5
Witte, gezuiverde zijn het meest gebruikte strooiselmateriaal in vleeskuikenstallen. Ondanks de goede eigenschappen van worden in de praktijk toch nog problemen met een slechte strooiselkwaliteit vastgesteld. Natte mest heeft heel wat negatieve gevolgen, nl. meer bevuiling van de kuikens, meer hakirritaties, meer voetzoolaantastingen, hogere infectiedruk (salmonella, campylobacter), hogere stookkosten, meer strooisel nodig, hogere mestafzetkosten, hogere voerconversie, financieel verlies in slachterij, hogere ammoniakemissie. De strooiselkwaliteit is afhankelijk van vele factoren, nl. de gezondheid van de kuikens, het voeder (samenstelling, viscositeit, passagesnelheid), het type dier (gevoeligheid voor stoornissen zoals verteringsproblemen), het stalklimaat (ventilatie, vochtbalans) en de stalinrichting (drinkwatersysteem), seizoensinvloeden, de activiteit van de kuikens (licht-, voer- en watersturing), het strooiselmateriaal, de groeicurve (vereist aminozuurpatroon),. Uit onderzoek op het Proefbedrijf voor de Veehouderij blijkt dat de strooiselkwaliteit kan verbeterd worden via het management (klimaatregeling, bezetting, strooisel, ). Verschillende maatregelen laten toe om telkens een kleine verbetering van de strooiselkwaliteit te bekomen, deze volstaan echter niet om het probleem van het natte strooisel op te lossen. Het probleem van het nat strooisel kan echter niet opgelost worden door het optimaliseren van één bepaalde factor, een globale aanpak is nodig om dit multifactorieel probleem op te lossen. Deze mededelingen worden gratis toegestuurd aan de geïnteresseerden D/2004/0180/15-3 Gegevens uit deze mededeling mogen overgenomen worden mits bronvermelding. Departement Economie, Plattelandsbeleid en Internationale Samenwerking Proefbedrijf voor de Veehouderij Poiel 77 2440 Geel T 014 56 28 70 F 014 56 28 71 info@proefbedrijf.provant.be Directie: Projectingenieur Johan Zoons 20/12/2004