Vergelijking van vloersystemen bij eenden
|
|
|
- Anita de Wit
- 8 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Vergelijking van vloersystemen bij eenden F. E. de Buisonjé, onderzoeker eendenhouderij In dit artikel worden resultaten gepresenteerd van twee ronden onderzoek van een volledig roostervloer, een half roostervloer en een volledig strooiselvloer met verschillende strooiselmaterialen. De resultaten van een winterkoppel ( ) worden vergeleken met die van een zomerkoppel ( 93). Tevens is gekeken naar het effect van verschillende aantallen eenden per drinknippel op de technische resultaten. Inleiding In verband met de binnenhuisvesting van vlees eenden en toekomstige regelgeving op het gebied van welzijn en milieu, bestaat er behoefte aan kennis over het effect van verschillende huisvestingssystemen. Hiertoe zijn, met een tussentijd van bijna anderhalf jaar, twee proeven uitgevoerd met een volledig roostervloer, een half roostervloer en een volledig strooiselvloer met verschillende strooiselmaterialen. Voornaamste verschillen tussen beide proeven waren: de temperatuur: bij de eerste proef ( winterkoppel ) lag de gemiddelde afmesttemperatuur op ca. 15 C, bij de tweede proef ( zomerkoppel ) op ca. 22 C. Bij de hogere afmesttemperatuur werd ook véél meer geventeleerd, soms werd gebruik gemaakt van steunventilatoren. het type rooster: bij de eerste proef werd geplastificeerd gaasrooster gebruikt (maaswijdte 19 mm, waarop de eendjes vanaf de eerste dag werden opgefokt), terwijl in de tweede proef wit kunststof rooster met grote openingen is gebruikt (openingen van 100 x 20 mm, waardoor de eendjes de eerste twee weken op volledig stro moesten worden opgefokt). Proefopzet: Beide proeven zijn uitgevoerd in dezelfde, natuurlijk geventileerde, stal. Deze was onderverdeeld in 20 afdelingen. Bij beide proeven is gewerkt met ongekapte eenden en daarom met een lage bezetting van 5 eenden per m*. Alle eenden kregen het drinkwater via drinknippels verstrekt. Binnen de afdelingen met volledig strooisel is in de eerste ronde gekeken naar het effect van verschillende strooiselmaterialen: lang tarwestro, houtkrullen, gehakseld stro en zaagsel. In de tweede ronde werden de eendjes, bestemd voor de afdelingen met volledig en half rooster, gedurende de eerste 2 weken opgefokt op volledig strooisel. Daarna werden de eendjes overgeplaatst naar de afdelingen met volledig en half rooster. Dit was vanwege de grote openingen in het kunststof rooster, èn omdat het in de praktijk gebruikelijk is om de eenden tot 2 weken leeftijd apart op te fokken en dan over te plaatsen. In ronde twee zijn alleen lang tarwestro, houtkrullen en gehakt stro met elkaar vergeleken. Zaagsel deed niet meer mee vanwege de slechte resultaten in de eerste ronde. Per afdeling werden bij een bezetting van Urn* 70 eendjes opgezet (bij de eerste ronde 6 afdelingen met 56 eendjes/afd.) Bij half rooster/half tarwestro waren de drinknippels tijdens de lste ronde voor de helft boven het rooster en voor de helft boven het stro geplaatst. Tijdens de 2de ronde waren alle nippels boven het rooster geplaatst om zoveel mogelijk mest onder het rooster op te kunnen vangen. 32 Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 9313
2 Volledig (kunststof) roostervloer uit ronde 2. Resultaten winterkoppel ( 91/ 92) Uit tabel 1 blijkt dat de eenden op volledig rooster het zwaarst en op zaagsel het lichtst werden. De andere verschillen in eindgewicht waren niet erg groot. De verschillen in praktische voerconversie en voeropname per afgeleverde eend waren veel groter: op stro en half rooster/half stro is de voerconversie een stuk gunstiger dan op houtkrullen, zaagsel en vooral veel gunstiger dan op volledig rooster. Vermorsing van voer speelde geen grote rol op volledig rooster. De technische resultaten op half rooster/half tarwestro waren vrijwel gelijk aan die op volledig tarwestro. Bij vergelijking van de resultaten die zijn behaald op de verschillende strooiselmaterialen valt op dat de voerconversie op houtkrullen en zaagsel ongunstiger is dan op (lang of gehakt) stro. Bij zaagsel ging dit dan nog gepaard met achterblijvende groei. Uit de beoordeling van het verenpak en de poten in de 7de week bleek dat de eenden uit de afdelingen met volledig rooster en zaagsel (!) erg slecht waren bevederd: bij alle eenden was een aantal vleugelpennen uitgetrokken en vooral de dijbenen en onderrug vertoonden kale plekken. Bij half rooster was dat in mindere mate het geval. Bij houtkrullen en stro waren de Tabel 1: technische resultaten 1 ste ronde, 49 dgn. Vloersysteem/ Gem.eind- Prakt. Water/voer Voer/afgel. Stro/eenc strooiselsysteem gew. (9) voerconv.* verhouding eend (g) (kg) Volledig rooster Half rooster/half tarwestro Volledig strooisel: Lang tarwestro Houtkrullen Gehakt stro Zaagsel , ,42 2, ,41 2, ,47 2, , , ,53 2, ,l * Prak. voerconv.= totaal verbruikt voer / totaal afgeleverd nuchter gewicht (dus niet gecorrigeerd voor gewicht ééndagskuikens en uitval) Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 93/3 33
3 eenden het best bevederd. Pootafwijkingen, vooral wratten op de tenen, kwamen bij alle rooster-eenden voor. Bij half rooster kwamen ook nog behoorlijk wat wratten voor. Op stro was dat een stuk minder, maar op houtkrullen en zaagsel bleven de poten prachtig gaaf. De uitval is niet in de tabel vermeld omdat de ca. 6 % uitval in deze proef niet aan het effect van proefbehandelingen kon worden toegeschreven. De uitval was overwegend in de eerste week en bestond voor 40 % uit navel / dooierontsteking. Bij de afdelingen met volledig rooster kon de totale mestproductie worden vastgesteld: per eend werd ca. 16 liter mest geproduceerd. Het droge stof- gehalte van verse eendenmest be droeg 15 %. Daarmee is eendenmest veel natter dan de mest van kalkoenen of kippen ( > 20 % droge stof). Resultaten zomerkoppel ( 93) Zoals gezegd was de staltemperatuur in de afmestperiode gemiddeld zo n 7 C hoger dan bij de vorige ronde. Verder werd er een ander soort roostervloer gebruikt: wit kunststof rooster met grote ovale openingen. Bij deze proef is ook gekeken naar het effect van 7 en 5 eenden per nippel. Gezien de slechte technische resultaten in combinatie met de slechte bevedering op zaagsel in de lste ronde, is besloten om zaagsel niet in de 2de ronde als proefbehandeling mee te nemen. Uit tabel 2 blijkt opnieuw dat de eenden op volledig rooster het zwaarst werden bij een zeer ongunstige voerconversie. Opvallend is dat deze keer de eenden op stro in groei achterbleven t.o.v. de eenden die op half rooster en op houtkrullen werden gehouden. We hebben hiervoor geen verklaring. Ook voor het aanzienlijk lagere verbruik van houtkrullen in deze ronde hebben we geen sluitende verklaring. Wellicht trad er meer broei op in de houtkrullen zodat er meer vocht aan de lucht kon worden afgegeven dan in de vorige ronde. De hoge uitvai op volledig en half rooster heeft twee hoofdoorzaken: Bij de opfok van eendjes op stro gedurende de eerste 2 weken bleek dat 22 eendjes per nippel teveel is: er waren nogal wat uitdrogers. Vanaf ca. 4 weken leeftijd bleek dat nogal wat eenden met hun poten klem raakten in de grote openingen van het kunststof rooster. Dit had gebroken poten of zelfs de dood tot gevolg. Eigenlijk is dit soort rooster dus niet geschikt om eenden op te houden. Tabel 2: technische resultaten 2de ronde, 48 dgn. leeftijd. Vloersysteem/ strooiselmateriaal Gemidd. Prakt. Water/ Voerlafg. Stro/ Uitval gewicht voerconv. voer/ eend eend (9) verh. (9) (kg) (%) Volledig rooster ,37 2, ,4 Half rooster/half tarwestro ,24 3, ,7 672 Volledig strooisel: Lang tarwestro ,24 3,t ,7 Gehakt stro ,26 3, ,4 1,9 Houtkrullen , ,5 1,O 34 Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 93/3
4 Bij de beoordeling van verenpak en voetzolen in de 7de week bleek dat de eenden die op volledig rooster waren gemest (maar de eerste 2 weken op stro waren opgefokt) het slechtst bevederd waren. Opnieuw bleek dat er bij alle eenden een aantal vleugelpennen was uitgetrokken. Maar de dijbenen en onderrug waren ditmaal beter bevederd dan in de vorige proef. Wellicht hebben eenden die op stro zijn opgefokt op latere leeftijd minder neiging tot verentrekkerij dan eenden die vanaf het begin op rooster worden gehouden. Deze hebben nooit iets anders gehad dan de veren van hun soortgenoten om aan te trekken. Ook op dit mooi glad afgewerkte kunststof rooster kwamen nogal wat voetzool-problemen voor, net zoals eerder is beschreven bij geplastificeerd gaasrooster (zie resultaten winterkoppel ). Op houtkrullen bleek opnieuw dat de voetzolen prachtig gaaf bleven en de eenden mooi schoon. Zelfs schoner dan de eenden op volledig rooster! Op het einde van de proef viel het op dat de eenden die op houtkrullen waren gemest, beter konden lopen. Wanneer de nippelleiding boven het rooster is geplaatst, wordt daar meer mest opgevangen. Hierdoor is er bij half rooster nog slechts 0,7 kg stro per eend nodig. Dit is bijna de helft minder dan de 1,3 kg per eend in de eerste ronde. Op het roostergedeelte (50 % van het oppervlak) werd deze keer dan ook ca. 75 % van alle mest geproduceerd! Verschil in technische resultaten tussen beide ronden: Gezien het verschil in afmesttemperatuur zijn de verschillen in eindgewicht tussen beide ronden normaal te noemen. Het eindgewicht is namelijk in hoge mate afhankelijk van de afmesttemperatuur. De grote verschillen in voerconversie zijn niet alleen te verklaren uit een verschil in afmesttemperatuur; daarvoor is het verschil tussen beide ronden véél te groot. De veel gunstiger voerconversies van de laatste proef zijn wellicht te verklaren uit een combinatie van oorzaken: de mestperiode was bij de 2de ronde één dag korter (de voerconversie verslechtert snel naarmate de eenden ouder worden), de gezondheidstoestand van de eenden was in de 2de proef beter, (minder uitval in de eerste weken), een beter stalklimaat door veel ruimere natuurlijke ventilatie, Tabel 3: invloed van bezettinghippel bij gelijk aantal eenden/ m*, bij winter- en zomerkoppel. Eenden Totaal Winterkoppel 91/ 92 Zomerkoppel 93 per nippel aantal eind- voer- water/ eind- voer- water/ eenden gew. Cs) conv. voerverh. gew. Cs) conv. voerverh ,46 2, ,44 2, ,27 3,l ,21 3,2 Nb.: De cijfers van het winterkoppel hebben betrekking op eenden die zowel op volledig rooster, half rooster als op verschillende strooiselmaterialen werden gehouden. De cijfers van het zomerkoppel hebben alleen betrekking op eenden die op volledig tarwestro werden gehouden. Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 93/3 35
5 er waren in de 2de proef minder eenden per Drinknippelbezetting drinknippel (tabel 3), In tabel 3 in de invloed van bezetting per nippel 0 mogelijke invloed fokkerij (er zat 192 jaar tus- op enkele resultaten weergegeven. sen beide ronden), De afdelingen waarin dit onderzoek is uitgevoerd zijn klein (14 m2) en de afstand tussen mogelijke verbeteringen in voersamenstelling voer en water is derhalve gering. Desondanks in die periode. ziet het er naar uit dat een lager aantal eenden per nippel een gunstiger resultaat oplevert. Conclusies: Ongekapte eenden op volledig rooster leveren problemen op met verentrekkerij. Wanneer de eenden de eerste weken op stro worden opgefokt, lijkt het probleem wat minder ernstig te zijn. Volledig rooster veroorzaakt nogal wat afwijkingen aan voetzolen en tenen. Bij het witte kunststof rooster trad verhoogde uitval op doordat een aantal eenden met de poten in de openingen van het rooster kwam vast te zitten. De eindgewichten op volledig rooster vallen hoger uit dan bij de andere systemen, wellicht door een betere warmte-afvoer door meer luchtbeweging. Dit voordeel wordt echter teniet gedaan door het hogere voerverbruik. De resultaten bij half rooster/half tarwestro zijn vergelijkbaar met of beter dan die op volledig tarwestro. Op half rooster zijn er wel wat meer voetzoolafwijkingen dan op volledig strooisel. Wanneer de drinknippels boven het roostergedeelte worden geplaatst, wordt ca. 75 % van de mest boven het rooster geproduceerd. Op het strooiselgedeelte is dan veel minder stro per eend nodig. Wanneer we de verschillende strooiselmaterialen bekijken, valt op dat de eenden die op houtkrullen worden gemest prachtig gave voetzolen en tenen hebben en daardoor beter ter been zijn. Ze zijn mooi schoon en de technische resultaten zijn vergelijkbaar met of beter dan die op stro. Of deze gunstige aspecten opwegen tegen de veel hogere prijs van houtkrullen, is de vraag. Zaagsel is niet geschikt als strooiselmateriaal bij eenden: de voerconversie wordt ongunstig, de eindgewichten blijven achter en er treedt veel verentrekkerij op. Het ziet ernaar uit dat bij gebruik van drinknippels de resultaten beter zijn naarmate het aantal eenden per drinknippel lager is: 5 eenden per nippel gaf een beter resultaat dan 7 eenden per nippel.[ll 36 Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij 9313
6 Losse nummers van het periodiek Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij en de onderzoekverslagen zijn verkrijgbaar door f. 10,OO over te maken op girorekening of bankrekeningnummer t.n.v. Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij onder vermelding van onderzoekverslag no... of periodiek no... De in 1993 reeds verschenen publikaties van het Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij zijn: - Periodiek 9311: Onderzoek beperking ammoniakemissie Kleinschalig ammoniakonderzoek. Praktijkervaringen met milieu-vriendelijke maatregelen in de pluimveehouderij. Formaline-ontsmetting bij ééndagskuikens kan achterwege blijven. Eén jaar milieu-onderzoek. Nesttemperatuur van invloed op broedresultaat. Geëxpandeerd voer bij opfok vleeskuikenmoederdieren. Automatisch dierweegsysteem bij kalkoenen. Eenden op de verhoogde strooiselvoer. - Periodiek 9312: Alternatieve huisvesting voor leghennen; project Effecten van fasevoeding bij leghennen kleiner dan verwacht. Investering in verhoogde strooiselvloer voor de helft terugverdiend. Geleidelijke opwarming van broedeieren voor het inleggen. Broedeikwaliteit bij verschillende nesttypen en stalinrichting. Milieu-onderzoek bij vleeskalkoenen. Effect van verschillende starttemperaturen en afbouwschema s bij eenden. - Onderzoekverslag 1993/1 :Verlaging van de fosforaanvoer op bedrijven met kuikenouderdieren, J.W. van der Haar. vlees-
Waterkwaliteit in open drinkbakken kan véél beter!
Waterkwaliteit in open drinkbakken kan véél beter! F.E. de Buisonjé, onderzoeker eendenhouderij N.M. Bolder en F.F. Putirulan, werkzaam bij ID-Lelystad, H. Enting, werkzaam bij de Schothorst, Lelystad
Proefbedrijf voor de Veehouderij
Strooiselmateriaal in pluimveestallen Pluimvee nr. 40 Kris De Baere Johan Zoons INLEIDING Bij de huisvesting van pluimvee op de grond is goed strooisel van belang. Een goed strooiselmateriaal kan omschreven
Kostprijs volière-eieren gemiddeld 1,2 cent hoger.
Kostprijs volière-eieren gemiddeld 1,2 cent hoger. P. van Horne, LEI gedetacheerde bij het Praktijkonderzoek voor de Pluimveehouderij Op semi-praktijkschaal is gedurende meerdere ronden het etagesysteem
Sturen op voetzoollaesies: niet eenvoudig, maar betaalt zich terug
Sturen op voetzoollaesies: niet eenvoudig, maar betaalt zich terug Pluimvee relatiedag, 13 juni 2013, Barneveld Jan van Harn Afsprakenkader In oktober 2009 is er overeenstemming bereikt tussen de pluimveesector
Proefbedrijf voor de Veehouderij
Gebruik van strooisel en voeders met lager eiwitgehalte bij vleeskuikens Pluimvee nr. 43 Kris De Baere INLEIDING Op 27 september jl. organiseerde het Proefbedrijf voor de Veehouderij van de Provincie Antwerpen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 818 Wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting
Voetzoollaesies bij vleeskuikens
Voetzoollaesies bij vleeskuikens Praktische tips om voetzoollaesies te herkennen en te voorkomen Gebruik van de waaier Voetzoollaesies bij vleeskuikens worden veroorzaakt door nat en plakkerig strooisel.
Concept wijziging Besluit houders van dieren in verband met de overname van de welzijnsvoorschriften van het Productschap Pluimvee en Eieren
Concept wijziging Besluit houders van dieren in verband met de overname van de welzijnsvoorschriften van het Productschap Pluimvee en Eieren Besluit van, houdende wijziging van het Besluit houders van
Spinfeeder laat veel stof opwaaien
Spinfeeder laat veel stof opwaaien Ing. H.H. Ellen, onderzoeker bedrijfsuitrusting en klimaat Tijdens de opfok van vleeskuikenouderdieren heeft het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij (PP) Het Spelderholt
Komt er een oplossing?
Komt er een oplossing? Onderzoek ammoniak en fijn stof Hilko Ellen Hoe ammoniak reduceren? Hoe ammoniak reduceren? Via voer: toevoegingen lager eiwitgehalte controle / handhaving? Geen vorming in mest/
De haalbaarheid van groepshuisvesting voor voedsters in de praktijk - technische aspecten
De haalbaarheid van groepshuisvesting voor voedsters in de praktijk - technische aspecten Jorine Rommers, Monique van der Gaag, Marko Ruis Praktijkonderzoek Veehouderij, Animal Sciences Group, Lelystad
Strooisel: alternatieve materialen en toevoegingen aan het strooisel
64 Strooisel: alternatieve materialen en toevoegingen aan het strooisel Kris De Baere Houtkrullen en gehakseld tarwestro zijn traditioneel de meest gebruikte strooiselmaterialen. Door het toenemend gebruik
Stalklimaat op dierniveau. Kris De Baere juni 2015
Stalklimaat op dierniveau Kris De Baere juni 2015 1-7/08/2015 Studiemiddag Hoe klimaatregeling bij vleeskuikens optimaliseren i.s.m. Praktijkcentrum pluimvee i.k.v. lopend demonstratieproject duurzame
Effect van broedeitemperatuur en gewichtsverlies op broeduitkomsten van eieren uit de leg/vermeerderingssector
Effect van broedeitemperatuur en gewichtsverlies op broeduitkomsten van eieren uit de leg/vermeerderingssector Sander Lourens, onderzoeker broederij Inleiding Vooral de temperatuur van eieren is een belangrijke
VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING HUISHOUDELIJKE HEFFINGEN PLUIMVEESECTOR (PPE) 2014 (2014-I)
VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING HUISHOUDELIJKE HEFFINGEN PLUIMVEESECTOR (PPE) 2014 (2014-I) Verordening van het Productschap Pluimvee en Eieren van 10 april 2014 tot wijziging van de Verordening
Emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens traditioneel systeem
Bijlage 1 bij de stikstof en Natura2000 Noord-Brabant Emissiefactoren voor de vanuit het dierenverblijf, inclusief de van de mest die in het dierenverblijf is opgeslagen (versie 10 januari 2012) 1 2 Code
BIJLAGE IIIb: VOORSCHRIFTEN LEGEINDBEDRIJVEN, KOOIHUISVESTING (BEHORENDE BIJ BIJLAGE 1 VOORSCHRIFTEN IKB EI)
BIJLAGE IIIb: VOORSCHRIFTEN LEGEINBERIJVEN, KOOIHUISVESTING (BEHORENE BIJ BIJLAGE 1 VOORSCHRIFTEN IKB EI) Geldend voor bedrijven met kooihuisvesting Inhoud Wilt u direct naar een bepaald onderdeel van
Voorlopige lijst maatregelen stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij. Toelichting:
Voorlopige lijst maatregelen stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij Rijk-IPO-VNG-werkgroep Actieplan Ammoniak Veehouderij, 6 juli 12 Toelichting: De lijst is een voorlopige lijst, in die zin dat
KLASSIEKE HUISVESTING VOOR KONIJNEN
KLASSIEKE HUISVESTING VOOR KONIJNEN LUC BUYENS [email protected] = KOOI VROEGER : EEN INGESTROOID HOUTEN HOK NU : HOKKEN IN GEGALVANISEERDE GAASDRAAD VOORZIEN MET DRINKNIPPEL VOERBAK NESTKASTJE NESTBAKJE
Studiedag Vitale hennen Verbod op snavelbehandeling
Studiedag Vitale hennen Verbod op snavelbehandeling Praktijkmaatregelen opfok- en leghennen Wilco van de Kuilen 11-3-2015 Inhoud Inleiding Preventieve maatregelen opfok Preventieve maatregelen leg Reactieve
Bijlage 2 bij de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013
Bijlage 2 bij de stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013 Lijst met technische staleisen als bedoeld in artikel artikel 3 Emissiefactoren voor de vanuit het dierenverblijf, inclusief de van de mest die
Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij
Herplaatsing Bijlage Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij VROM, LNV In Staatscourant 69 van donderdag 9 april 1998 zijn in de tabel die behoort bij de Wijziging Uitvoeringsregeling ammoniak
100% biologisch legvoer zonder exotische grondstoffen leidt tot lagere voederwaarde
100% biologisch legvoer zonder exotische grondstoffen leidt tot lagere voederwaarde Berry Reuvekamp en Thea Fiks - van Niekerk Thea en Berry zijn onderzoekers bij Wageningen Livestock Research onderdeel
Versie: 12-11-2012. Norm Welzijnsaspect / voorziening Normen kenmerk met 2 sterren Opmerking Interpretatie Sanctie Algemeen BLKA01 BLKA01A
VLEESKUIKENS Dierenwelzijnsnormen voor vleeskuikens met 2 sterren: Scharrelkip met uitloop De specifieke normen voor het kenmerk en de benodigde controle voor zover IKB daarin al niet voorziet, staan ook
Welzijn (opfok) vleeskuikenouderdieren
Bij tweemaal per dag voeren Welzijn (opfok) vleeskuikenouderdieren Jan van der Haar (PV) en Sander van Voorst (ID-Lelystad) Praktijkcentrum "Het Spelderholt" heeft in samenwerking met ID-Lelystad onderzocht
Het verslag van de vorige bijeenkomst wordt goedgekeurd.
Notulen: Kennisgroep Opfok Datum: 29 juni 2010 Plaats: Aanwezig: Afwezig: Notulist: Veldhoven Peter Jacobs, Peter Vermeeren, Jos Wijnen, Bart Jan Wulfse en Suzanne Klein Schiphorst Martien van Heeswijk,
Informatiedocument Leefoppervlaktes in de Intensieve Veehouderij CONCEPT, versie 3 Uitgeprint: 5-4-2007
Informatiedocument Leefoppervlaktes in de Intensieve Veehouderij Inleiding In de milieuvergunning voor veehouderijbedrijven is vastgelegd hoeveel dieren volgens welk huisvestingssysteem op het bedrijf
Bijlage 3j Overzicht welzijnseisen voor varkens
Eis Groepen 1) Gespeende varkens, gebruiksvarkens, gelten en zeugen worden in afzonderlijke groepen gehouden (groepshuisvesting). 2) Als er eenmaal een groep met gespeende varkens of gebruiksvarkens is
Opstarten van ééndagskuikens
Discussienamiddag Opstarten van ééndagskuikens Dinsdag 25 mei 2010 Broeierij Van Hulst Antibioticagebruik in pluimveesector te hoog Kracht v pluimveehouder INDIVIDUELE RESULTATEN CRUCIAAL Managementcapaciteiten
Bemesting van tulp in de broeierij
Bemesting van tulp in de broeierij M.F.N. van Dam, A.J.M. van Haaster, H.P. Pasterkamp, S. Marinova, N.S. van Wees, e.a. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. Sector bloembollen december 2003 PPO 330
Effect van Digestarom 1301 op de technische resultaten van witvleeskalveren
Effect van Digestarom 1301 op de technische resultaten van witvleeskalveren Uitgevoerd door: Feed Innovation Services BV Wageningen In opdracht van: Speerstra Feed Ingredients BV Lemmer Mei 2007 Digestarom
De haalbaarheid van groepshuisvesting voor voedsters in de praktijk - gedragsaspecten
De haalbaarheid van groepshuisvesting voor voedsters in de praktijk - gedragsaspecten Jorine Rommers, Monique van der Gaag, Marko Ruis Praktijkonderzoek Veehouderij, Animal Sciences Group, Lelystad Dit
Het effect van verschillende voer strategieën tijdens de opfokperiode vkod
Het effect van verschillende voer strategieën tijdens de opfokperiode vkod 24 september, 2013 Rick van Emous Problemen sector 1. Bevruchting te laag 2. Kwaliteit eendagskuikens (jonge maar ook oudere)
Proefverslag 310 HET GESCHEIDEN VOEREN VAN SLACHTKUIKENOUDERDIEREN - TURBOVOER, MEEL, KRUIMEL. Inleiding. Proefopzet Doel van de proef
Proefverslag 310 HET GESCHEIDEN VOEREN VAN SLACHTKUIKENOUDERDIEREN - TURBOVOER, MEEL, KRUIMEL (proef PMB-29; Hypeco-II; PV-310; Y1991) auteurs: ir. H.P. Stappers dr. H.A. Vahl september 1991 Inleiding
AANVULLENDE VOORSCHRIFTEN LEGEINDBEDRIJVEN KOOI EN KOLONIEHUISVESTING (VOORSCHRIFT 5B)
AANVULLENDE VOORSCHRIFTEN LEGEINDBEDRIJVEN KOOI EN KOLONIEHUISVESTING (VOORSCHRIFT 5B) INHOUDSOPGAVE TOELICHTING WEGING BIJ AFWIJKINGEN 2 F1. ALGEMEEN 3 F3. INRICHTING / DIERENWELZIJN 3 Aanvullende voorschriften
KENGETALLEN IN DE VLEESVARKENSHOUDERIJ
KENGETAL: WAT? KENGETALLEN IN DE VLEESVARKENSHOUDERIJ http://www.betekenis-definitie.nl/kengetal Een kengetal is een getal dat inzicht geeft in de situatie en/of de ontwikkeling van een beleids-of productieproces.
Effecten reducerende technieken op emissies bij biologisch gehouden pluimvee. Deskstudie. H. Ellen en N.W.M. ogink
Effecten reducerende technieken op emissies bij biologisch gehouden pluimvee Deskstudie H. Ellen en N.W.M. ogink Effecten reducerende technieken op emissies bij biologisch gehouden pluimvee Deskstudie
ALGEMEEN... 3 INRICHTING/DIERENWELZIJN...3
Wilt u direct naar een bepaald onderdeel van de voorschriften, klik dan in de inhoudsopgave op het deel van de voorschriften waarover u meer wilt lezen. Wilt u vanuit de voorschriften weer terug naar de
Proefbedrijf voor de Veehouderij
Huisvesting van leghennen in verrijkte en en volière Pluimvee nr. 44 Kris De Baere INLEIDING Op 27 september jl. organiseerde het Proefbedrijf voor de Veehouderij van de Provincie Antwerpen haar jaarlijkse
Gezonde koeien en vruchtbare bodems met stro in de box
Gezonde koeien en vruchtbare bodems met stro in de box Stro is een perfect materiaal als strooisel voor in de ligboxen van onze koeien. Het is zacht en droog voor het melkvee, het zorgt voor een toename
Studieavond 8 en 9 februari 2012. Ross ouderdieren tot 30 weken. Genetische ontwikkelingen
Studieavond 8 en 9 februari 2012 Otto van Tuijl Aviagen EPI Ross ouderdieren tot 30 weken Genetische ontwikkelingen Alle begin is moeilijk goede start Conditioneren in de opfok Entingen, hoe, wat, waar
GPBV bedrijf: begrippen en voorbeelden. Ilse De Vreese Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten
GPBV bedrijf: begrippen en voorbeelden Ilse De Vreese ([email protected]) Dep. Omgeving, afd. GOP, directie Omgevingsprojecten inhoud Begrip GPBV Begrippen en definities cfr. BREF IRPP GPBV installatie
Ventilatie en verwarming: de sleutel tot een optimaal stalklimaat
Ventilatie en verwarming: de sleutel tot een optimaal stalklimaat Proefbedrijf Pluimveehouderij Sofie Cardinaels 1-22/11/2017 Ventilatie en verwarming: de sleutel tot een optimaal stalklimaat Klimaatinstellingen
Algemeen. Overzicht plannen. Eigenschappen doorgerekende plannen Tekst. SET1 Naam invoerset Omschrijving. Basis Mijn eerste berekening
Algemeen Overzicht plannen Eigenschappen doorgerekende plannen Tekst SET1 Naam invoerset SET2 Naam invoerset Mijn eerste berekening alternatief Aandeel snijmais verhoogd in de afmestfase 29-3-2011 1 BWR
Tabel 4 Diergebonden normen
Mestbeleid 20102013: tabellen Tabel 4 Diergebonden normen Waarvoor gebruiken? De diergebonden normen gebruikt u voor zowel de berekening van de minimumopslagcapaciteit die u nodig heeft, als de mestproductie
PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS. Boriumopname bij paprika in steenwol (teelt 1984). C. Sonneveld
PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS Boriumopname bij paprika in steenwol (teelt 98). C. Sonneveld Naaldwijk, maart, 986. Intern Verslag 986, no. PROEFSTATION VOOR TUINBOUW ONDER GLAS Boriumopname bij
2 Huisvestingsvorm Volledig strooiselvloer 3 Drinkwater Drinkwatervoorziening voorzien van antimorssysteem 4a Verwarmings- en luchtcirculatiesysteem
Nummer systeem Naam systeem Diercategorie BWL 2010.13.V2 Systeembeschrijving van oktober 2011 Stal met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag in combinatie met een warmtewisselaar Vleeskuikens, (groot-)
Een goede start van jonge vleeskuikens, de sleutel voor lager antibioticagebruik, beter dierenwelzijn en een verhoogd bedrijfsmanagement
Een goede start van jonge vleess, de sleutel voor lager antibioticagebruik, beter dierenwelzijn en een verhoogd bedrijfsmanagement 1-2/10/2017 Project informatie Projectduur: 1 april 2015-30 juni 2017
Rapport opdrachtgever 276. Update kengetallen voor WUM
Rapport opdrachtgever 276 Update kengetallen voor WUM Augustus 2011 Colofon Uitgever Wageningen UR Livestock Research Postbus 65, 8200 AB Lelystad Telefoon 0320-238238 Fax 0320-238050 E-mail [email protected]
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 542 Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen
HET EFFECT VAN SEMI-AD LIBITUM TROGVOEDERING EN AD LIBITUM BRIJBAKVOEDERING MET SLACHTVARKENSVOEDER EW 1,10 OF EW 1,03
Proefverslag 322 HET EFFECT VAN SEMI-AD LIBITUM TROGVOEDERING EN AD LIBITUM BRIJBAKVOEDERING MET SLACHTVARKENSVOEDER EW 1,10 OF EW 1,03 (proef VMC-31; PV-322; Y1992) auteur: ir. C.H.M. Smits februari 1992
Advies over de huisvestings- en verzorgingsnormen van kalkoenen
Advies over de huisvestings- en verzorgingsnormen van kalkoenen Den Haag augustus 2000 Advies over de huisvestings- en verzorgingsnormen van kalkoenen Den Haag augustus 2000 Rapport van de Werkgroep kalkoenhouderij
Belang van goed water
Belang van goed water Dr Guillaume Counotte Wat is goed water? Smakelijk Beschikbaar Niet schadelijk voor dieren Niet schadelijk voor producten (ei, vlees) 1 Waterbehoefte Normale omstandigheden: 1,6-2
Matrassen voor de ligboxen
Informatiefolder versie oktober 2013 Matrassen voor de ligboxen Een diepstrooiselbed is onmiskenbaar nummer één voor een goed ligcomfort. Maar wat als diepstrooisel geen optie is? Wij hebben verschillende
landbouw en natuurlijke omgeving 2011 dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB minitoets bij opdracht 13
landbouw en natuurlijke omgeving 2011 dierhouderij en -verzorging productiedieren CSPE KB minitoets bij opdracht 13 variant a Naam kandidaat Kandidaatnummer Meerkeuzevragen - Omcirkel het goede antwoord
LEGHENNEN. Dierenwelzijnsnormen voor leghennen met 3 sterren: Rondeel. Versie: 25-10-2012
LEGHENNEN Dierenwelzijnsnormen voor leghennen met 3 sterren: Rondeel De specifieke normen voor het kenmerk en de benodigde controle voor zover IKB daarin al niet voorziet, staan ook opgenomen. Niet voor
CURSUS PAARDENVERZORGING
CURSUS PAARDENVERZORGING WWW.I-LEARNING.BE HUISVESTING Paarden in het wild trekken heel hun leven rond opzoek naar voedsel. Gedomesticeerde paarden kunnen dit niet. Ze staan ofwel op stal, ofwel op een
IX European symposium on Poultry welfare
IX European symposium on Poultry welfare Uppsala, Sweden 17-20 Juni 2013 6 november 2013, Rick van Emous Hoofdpunten Sessies: Welfare & Nutrition Welfare assessment Transport & slaughter Welfare & Nutrition
Veel beter klimaat bij halve stookkosten.
Veel beter klimaat bij halve stookkosten. Persbericht 16. Maart 2010 Text: Robert Bodde Foto s: Jan Sibon Heinrich (30), Elisabeth (56) en Heinrich (59) Mödden houden in Aschendorf (D.) 80.000 vleeskuikens.
Aanbieden van ruwvoer: effect op dier en gezondheid bij opfok- en leghennen. Jan-Paul Wagenaar Cynthia Verwer
Aanbieden van ruwvoer: effect op dier en gezondheid bij opfok- en leghennen Jan-Paul Wagenaar Cynthia Verwer Wat is een goede leghen? vermeerdering genetische pool Pluimveehouder Entingen Gezondheid VOER
NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING
NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING H - 3 HARDE HOUTVEZELPLATEN UITGAVE : 1967 Index 1. VOORWAARDEN VAN VERVAARDIGING...3 10. UITZICHT...3 11. KWALITEIT...3 12. AFMETINGEN...3
Geachte relatie, Verder in deze nieuwsbrief: Extra energie kalveren Winterdiarree Strooisel
Geachte relatie, De winter doet al een beetje zijn intrede. De eerste nachtvorst is al geweest. Erg vroeg dit jaar, zouden de schaatsen uit het vet kunnen? Afgelopen zomer en najaar waren er periodes met
Welzijnsaspect / voorziening Normen kenmerk met 1 ster Opmerking Interpretatie Sanctie Norm Algemeen
VLEESKUIKENS Dierenwelzijnsnormen voor vleeskuikens met 1 ster: Scharrelkip binnengehouden De specifieke normen voor het kenmerk en de benodigde controle voor zover IKB daarin al niet voorziet, staan ook
Van harte welkom op studieavond vleesvarkenshouderij.
Van harte welkom op studieavond vleesvarkenshouderij. Neem een kijkje in onze innovatieve keuken Boeren richting de toekomst Agenda: 19.45 uur Ontvangst 20.00 uur Opening Marcel van Zeeland, Coppens Diervoeding
Warmtewisselaar; 37% reductie fijnstof (PM10) Additionele technieken voor emissiereductie van fijn stof bij de diercategorieën E, F en G
Nummer systeem Naam systeem Diercategorie BWL 2017.03.V2 Systeembeschrijving van Maart 2019 Warmtewisselaar; 37% reductie fijnstof (PM10) Additionele technieken voor emissiereductie van fijn stof bij de
Scharrelvarken Producert ( * ) (deelnemer dient gecertificeerd te zijn voor IKB NV )
Het Varkensloket Scheldeweg 68 9090 Melle 09 272 26 67 [email protected] Vraag: Graag had ik eens geweten welke informatie er voor handen is over scharrelvarkens. Ik bedoel dan varkens die een ruimte
Ervaringen uit Nederland: de verrijkte kooi
Ervaringen uit Nederland: de verrijkte kooi Studiedag Het konijn op de rooster 4 oktober 2010 Irma van Kreij LTO Vakgroep Konijnenhouderij Aan de orde komen: Konijnenhouderij in Nederland Wet- en regelgeving
Praktijkproef Baby Big XL
Praktijkproef Baby Big Om een duidelijker beeld te krijgen van de prestaties van biggen, gevoerd met Baby Big en de gebruikelijke kleine korrel, zijn 12 verschillende praktijkproeven opgezet op 11 bedrijven.
Bewonersinformatie Rosmalen. Aandachtspunten voor uw vernieuwde woning
Bewonersinformatie Rosmalen Aandachtspunten voor uw vernieuwde woning 2 Voorwoord Afgelopen periode heeft BAM Woningbouw in opdracht van de eigenaar van uw woning, a.s.r., uw woning verbeterd. Bij de woningverbetering
