Politicologie Faculteit der Sociale Wetenschappen. Universiteit Leiden



Vergelijkbare documenten
Politicologie Faculteit der Maatschappijen Gedragswetenschappen. Universiteit van Amsterdam

Politicologie Faculteit der Managementwetenschappen. Radboud Universiteit Nijmegen

Politicologie Faculteit der Sociale Wetenschappen. Vrije Universiteit Amsterdam

Toelichting beoordelingskader bij beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland

Concept Beoordelingskader voor het bijzondere kenmerk residentieel onderwijs

Richtlijn beoordeling postinitiële wo-master opleidingen in Nederland Positionering van de opleidingen De vergelijking met Vlaanderen

Curriculumevaluatie BA Filosofie

Curriculumevaluatie BA Wijsbegeerte

Richtlijn voor het schrijven van een zelfevaluatierapport voor een beperkte opleidingsbeoordeling

2. Selectie van studenten geschiedt op basis van een oordeel over de volgende kerncompetenties van belangstellenden:

Accreditatiekader bestaande opleidingen hoger onderwijs [hbo-bachelor]: uitwerking voor Associate degree-programma s tijdens de pilotfase

Opleidingsspecifieke deel OER, Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences

Opleiding / programma: BA Liberal Arts and Sciences. Artikel Tekst 2.3 Colloquium doctum

Richtlijn voor het schrijven van een zelfevaluatierapport ten behoeve van accreditatie van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor Psychobiologie van de Universiteit van Amsterdam

Toetsing en beoordeling en de beperkte opleidingsbeoordeling

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen

Onderwijs- en examenregeling

FACULTEIT DER NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA. ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING Masterschool Life and Earth Sciences studiejaar

Informatiekunde. Faculteit der Economie en Bedrijfswetenschappen. Universiteit van Tilburg

QANU september Onderwijsvisitatie Medische Informatiekunde Universiteit van Amsterdam

10 Masteropleiding Filosofie & Maatschappij

DEEL B VAN DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING VAN DE BACHELOROPLEIDING ROEMEENSE TAAL EN CULTUUR

Midden-Oostenstudies CROHO 60842

Biologie. Rijksuniversiteit Groningen

Additionele beoordeling Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit Maastricht

DEEL B van de onderwijs- en examenregeling voor de bacheloropleiding Algemene cultuurwetenschappen,

Biologie. Universiteit Utrecht

Wijsbegeerte. Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-master Fiscale Economie van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Handreiking voor het schrijven van een kritische reflectie voor een beperkte opleidingsbeoordeling

Deel B van de onderwijs- en examenregeling voor de duale masteropleiding Communicatie- en informatiewetenschappen, 90 EC,

Besluit Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor Biologie van de Radboud Universiteit Nijmegen

PEER REVIEWS. Managementgroep Interactum September 2014

Vanuit de NVAO werd het panel ondersteund door lic. Rik Belmans, beleidsmedewerker.

Opleidingsspecfiek deel BA Kunstgeschiedenis. colloquium doctum

Risicomanagement. Faculteit Management en Bestuur

Onderwijs- en examenregeling geldig vanaf 1 September 2010

Handreiking bij het beoordelingskader voor het bijzonder kenmerk Kleinschalig en intensief onderwijs

Onderwijs- en examenregeling geldig vanaf 1 September 2010

Universiteit van Amsterdam wo-bachelor Biologie (180 EC) 23 maart 2016 Bachelor of Science voltijd Amsterdam

Neerlandistiek CROHO 60849

Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING FFTR

Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied Faculteit der Wijsbegeerte Vrije Universiteit Amsterdam

6. Het eindniveau van de onderzoeksvaardigheden die via (1), (2) en (3) verworven zijn, komt tot uitdrukking in het bacheloreindwerkstuk.

Breakout sessie 2-5. Stelsel 3.0 Accreditatie op Maat: Opleidingsbeoordeling. Introductie

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Bachelor Religiewetenschappen

Besluit strekkende tot een oordeel positief van een aanvraag toets nieuwe opleiding van de wo-master Executive MBA

Onderwijs- en examenregeling

Men komt in aanmerking voor toelating tot het programma Kunstgeschiedenis indien men aantoont te beschikken over de volgende competenties:

Onderwijs- en examenregeling geldig vanaf 1 september 2011

2. Afgestudeerden in de bacheloropleiding Taalwetenschap:

DEEL B van de onderwijs- en examenregeling voor de bacheloropleiding Duitse taal en cultuur,

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor Biologie van de Rijksuniversiteit Groningen

Additionele beoordeling Faculteit der Rechtsgeleerdheid Radboud Universiteit Nijmegen

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor Biologie van de Vrije Universiteit Amsterdam

Onderwijs- en examenregeling 2010/2011 Master Gezondheidszorgpsychologie

Onderwijs- en examenregeling geldig vanaf 1 september 2011

Januari Wijsbegeerte. Faculteit der Geesteswetenschappen Universiteit Leiden

Richtlijn beoordeling onderzoeksmasters vanaf 1 september april 2015

Onderwijsvisitatie Economie Erasmus Universiteit Rotterdam

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf

Onderwijs- en examenregeling

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Deel 2 (Opleidingsspecifiek deel): Bachelor Wijsbegeerte

Onderwijs- en examenregeling

Toetsplan Masteropleiding Midden-Oosten Studies

Onderwijs- en Examen Regeling (OER) Programma Masteropleiding Sociologie Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Besluit strekkende tot een positieve beoordeling van een aanvraag Toets nieuwe opleiding hbo-bachelor Game Architecture and Design van de NHTV

Onderwijs- en Examenregeling (OER) Bachelorprogramma Academische Opleiding Leraar Basisonderwijs. Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Sociologie. Faculteit der Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam

Reglement Bachelorscriptie Geschiedenis Vastgesteld op , verbeterd en goedgekeurd door de examencommissie op

Handreiking voor het schrijven van een kritische reflectie voor een uitgebreide opleidingsbeoordeling

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor Fiscale Economie van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied Faculteit der Wijsbegeerte Rijksuniversiteit Groningen

Besluit strekkende tot een positieve beoordeling van een aanvraag om accreditatie van de opleiding hbo-bachelor Chemie van de Hogeschool Drenthe

Besluit strekkende tot het verlenen van accreditatie aan de opleiding wo-bachelor

Additionele beoordeling Faculteit der Rechtsgeleerdheid Vrije Universiteit

Protocol TNO Educatieve Master

Onderwijs- en examenregeling

: Afstudeerproject BSc KI : Bachelor Kunstmatige Intelligentie Studiejaar, Semester, Periode : semester 2, periode 5 en 6

DEEL B van de onderwijs- en examenregeling voor de bacheloropleiding Spaanse taal en cultuur,

Onderwijs- en Examen Regeling (OER) Programma Bacheloropleiding Sociologie Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen

Protocol ter beoordeling van de werkwijze van visiterende en beoordelende instanties

Aanvraagformulier nieuwe opleiding. Basisgegevens. Contactpersoon/contactpersonen Postbus GG Amsterdam

November Taalwetenschappen Faculteit der Letteren Vrije Universiteit Amsterdam

ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING. Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen. Deel 2 (Opleidingsspecifiek deel)

Additionele beoordeling Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit Utrecht

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

Toetsplan Bacheloropleiding Informatiekunde

2. De afgestudeerde: o heeft kennis van en inzicht in (westerse) muziek in de hedendaagse samenleving en heeft vaardigheid in de historiografische,

Samenvatting aanvraag. Bijlage 8

Opleidingsspecifiek deel MA Geschiedenis. toelatingseisen opleiding

Taalwetenschappen Faculteit Communicatie en Cultuur Universiteit van Tilburg

De NVAO heeft voor de beoordeling van de aanvraag op 27 oktober 2005 een panel van deskundigen ingesteld. Het panel kende de volgende samenstelling:

In aanvulling op bovenstaande voorwaarden gelden de volgende aanvullende toelatingsvoorwaarden per track:

STUDIEGIDS MASTER THEOLOGIE ALGEMEEN

Onderwijs- en examenregeling

Faculteit der Geesteswetenschappen Cluster Filosofie. Bachelor scriptiereglement voor de opleiding: Wijsbegeerte

Handleiding Honours Programma Wiskunde

Transcriptie:

Politicologie Faculteit der Sociale Wetenschappen Universiteit Leiden April 2010

Uitgave: Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) Catharijnesingel 56 Postbus 8035 3503 RA Utrecht Telefoon: 030 230 3100 Fax: 030 230 3129 E-mail: info@qanu.nl Internet: www.qanu.nl 2010 QANU Tekst en cijfermateriaal uit deze uitgave mogen, na toestemming van QANU en voorzien van bronvermelding, door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze dan ook, worden overgenomen. 2 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

INHOUD Voorwoord 5 Deel I Algemeen deel 7 1. Inleiding 9 2. Taak en samenstelling van de commissie 9 3. Betrokken opleidingen 10 4. Werkwijze van de commissie 10 Deel II Opleidingsdeel 13 1. De bacheloropleiding Politicologie van de Universiteit Leiden 15 2. The master s programme Political Science of Leiden University 45 Bijlagen 71 Bijlage A: Curricula vitae van de leden van de visitatiecommissie 73 Bijlage B: Domeinspecifiek referentiekader 75 Bijlage C: Bezoekprogramma 79 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 3

4 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

VOORWOORD Dit rapport beschrijft de bevindingen van de visitatiecommissie Politicologie 2009 met betrekking tot de opleidingen Politicologie die worden verzorgd door vier Nederlandse universiteiten. Het is onderdeel van de kwaliteitsbeoordeling van universitaire bachelor- en masteropleidingen in Nederland. Het doel van het rapport is om een betrouwbaar beeld te geven van de resultaten van de voor beoordeling voorgelegde opleidingen, om een terugkoppeling te geven naar de interne kwaliteitszorg van de betrokken organisaties en om als basis te dienen voor accreditatie van de betrokken opleidingen door de Nederlands- Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO). De stichting Quality Assurance Netherlands Universities (QANU) beoogt onafhankelijke, objectieve en kritische beoordelingen te laten plaatsvinden en opbouwende kritiek te leveren, zo veel mogelijk uitgaande van een gestandaardiseerde set van kwaliteitscriteria, maar met oog voor specifieke omstandigheden. De visitatiecommissie Politicologie 2009 heeft haar taken met grote toewijding uitgevoerd. De opleidingen zijn op een grondige en zorgvuldige manier beoordeeld. Wij verwachten dat de oordelen en de aanbevelingen in zorgvuldige overweging worden genomen door de betrokken instellingen en opleidingen. Wij danken de voorzitter en de leden van de visitatiecommissie voor hun bereidheid deel te nemen aan deze beoordeling en voor de toewijding waarmee ze hun taak hebben uitgevoerd. Onze dank gaat ook uit naar de medewerkers van de betrokken afdelingen en opleidingen voor hun inspanningen en hun medewerking aan deze beoordeling. Quality Assurance Netherlands Universities mr. C.J. Peels directeur drs. J.G.F. Veldhuis voorzitter bestuur QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 5

6 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

DEEL I: ALGEMEEN DEEL QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 7

8 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

1. Inleiding In dit rapport brengt de onderwijsvisitatiecommissie Politicologie (hierna: de commissie) verslag uit van haar bevindingen. Het rapport bestaat uit twee delen: een algemeen deel (I) en een opleidingsdeel (II). Het algemene deel gaat in op de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie en geeft een beschrijving van de uitgangspunten van de commissie. In het opleidingsdeel beschrijft de commissie de beoordeelde opleidingen aan de hand van de onderwerpen en facetten uit het Accreditatiekader bestaande opleidingen van de NVAO. 2. Taak en samenstelling van de commissie Taak van de commissie De taak van de commissie was het uitvoeren van een visitatie van acht opleidingen op het gebied van de politicologie op basis van en in overeenstemming met het Accreditatiekader bestaande opleidingen van de NVAO. De commissie is op basis van door of namens de opleidingen aangeleverde informatie en door middel van ter plaatse gevoerde gesprekken tot een oordeel gekomen over de verschillende aspecten van de kwaliteit van de opleidingen, zoals beschreven in het NVAO-kader, en de punten geïdentificeerd die naar haar oordeel verbeterd zouden kunnen worden. Samenstelling van de commissie Tot voorzitter, tevens lid van de commissie, werd benoemd: prof. dr. C. (Kris) Deschouwer, hoogleraar Politieke wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel, BE; Tot lid van de commissie werden benoemd: prof. dr. C.W.A.M. (Kees) Aarts, hoogleraar Politicologie, Universiteit Twente, dr. C. (Christien) van den Anker, University of the West of England, Bristol, VK, prof. dr. M. (Marijke) Breuning, hoogleraar Politieke wetenschappen, University of North Texas, Denton, VS, S.Q. (Sjoerd) Veldhuizen, student Universiteit van Amsterdam, M. (Maaike) Verhoek, student Radboud Universiteit Nijmegen, prof. dr. B.F. (Frans) van Waarden, hoogleraar Beleid en organisatie, Universiteit Utrecht, prof. dr. S. (Stefaan) Walgrave, hoogleraar Politieke wetenschappen, Universiteit Antwerpen, BE. Drs. S. (Sietze) Looijenga, medewerker van het bureau van QANU, was projectleider voor de visitatie en secretaris van de commissie. Tijdens de startvergadering van de commissie, die door alle leden van de commissie werd bijgewoond, werd de heer Walgrave gekozen tot vicevoorzitter. Mevrouw Breuning heeft, naast haar inhoudelijke, ook haar onderwijsdeskundige expertise ingebracht in de visitatie. Zij heeft tijdens de bezoeken van de commissie extra aandacht gegeven aan de onderwijskundige aspecten van het beoordelingskader. QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 9

De leden van de commissie hebben allen de onafhankelijkheidsverklaring ondertekend die QANU hanteert voor haar visitaties. Vier van de commissieleden hebben aan alle bezoeken deelgenomen: de heer Deschouwer, de heer Walgrave, mevrouw Breuning en mevrouw Van den Anker. De heer Van Waarden heeft alleen aan het bezoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam deelgenomen, de heer Aarts aan de overige drie bezoeken, aan de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit Leiden. Mevrouw Verhoek heeft als student-lid deelgenomen aan de bezoeken aan de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam, de heer Veldhuizen aan de bezoeken aan de Radboud Universiteit Nijmegen en de Universiteit Leiden. Een overzicht van de curricula vitae van de commissieleden is opgenomen in bijlage A. 3. Betrokken opleidingen De commissie beoordeelde de volgende opleidingen: Instelling: Opleiding (CROHO-nummer): Variant(en): Vervaldatum accreditatie: Vrije Universiteit B Politicologie (56606) Voltijd 17-04-2011 (bezoek: 11 en 12 juni 2009) M Political Science (60203) Voltijd 17-04-2011 Universiteit van Amsterdam B Politicologie (56606) Voltijd, deeltijd 18-10-2011 (bezoek: 15 en 16 juni 2009) M Politicologie (66606) Voltijd, deeltijd 18-10-2011 Radboud Universiteit B Politicologie (56606) Voltijd 21-03-2011 (bezoek: 21 en 22 september 2009) M Politicologie (66606) Voltijd 21-03-2011 Universiteit Leiden B Politicologie (56606) Voltijd 02-05-2011 (bezoek: 23 en 24 september 2009) M Political Science (60203) Voltijd 02-05-2011 4. Werkwijze van de commissie Startvergadering Op 10 juni 2009 hield de commissie haar startvergadering. Tijdens deze vergadering werd de commissie geïnstalleerd door de voorzitter van het bestuur van QANU, de heer J.G.F. Veldhuis, waarna zij haar taakstelling en werkwijze besprak en het voorstel voor een domeinspecifiek referentiekader voor de visitatie formeel vaststelde. Het domeinspecifiek referentiekader is opgenomen in bijlage B. De voorbereiding op de bezoeken De projectleider heeft de zelfevaluatierapporten van de opleidingen gecontroleerd op kwaliteit en volledigheid en, in overleg met de voorzitter van de commissie, bepaald of de rapporten gebruikt konden worden voor de voorbereidingen op de bezoeken van de commissie. In alle gevallen voldeden de zelfstudies aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. De commissieleden hebben voorafgaand aan elk bezoek de zelfevaluatierapporten van de te beoordelen opleidingen bestudeerd en op basis daarvan vragen en opmerkingen 10 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

geformuleerd. Zij hebben daarnaast voorafgaand aan elk bezoek enkele bachelor- en masterscripties gelezen die waren geselecteerd door de voorzitter. Tijdens een voorbereidende vergadering aan het begin van elk bezoek heeft de commissie de zelfevaluatierapporten, de vooraf geformuleerde vragen en opmerkingen en de afstudeerscripties besproken en de te voeren gesprekken voorbereid. De bezoeken van de commissie Twee van de bezoeken van de commissie hebben plaatsgevonden in juni 2009, twee in september 2009. De commissie heeft voor alle bezoeken hetzelfde bezoekprogramma gehanteerd, omdat zij in alle gevallen de taak had om één bachelor- en één masteropleiding te beoordelen. Dat bezoekprogramma is opgenomen in bijlage C. De projectleider heeft steeds, voorafgaand aan de bezoeken, nadere afspraken gemaakt met de contactpersoon van de instelling over de precieze invulling van het programma. De commissie heeft tijdens elk bezoek gesproken met een groep bachelorstudenten, een groep masterstudenten en een groep docenten. Zij heeft verder in alle gevallen een gesprek gevoerd met een vertegenwoordiging van het faculteitsbestuur, met het opleidingsbestuur of -management, een aantal afgestudeerden, de leden van de Opleidingscommissies en Examencommissies en de studieadviseurs of -begeleiders. Verder heeft zij tijdens het bezoek aanvullend materiaal bestudeerd en een spreekuur georganiseerd voor studenten of docenten die de commissie separaat wilden spreken. De commissie gebruikte het grootste deel van de laatste middag van het bezoek voor het formuleren van haar oordeel over de opleidingen. Zij heeft bij de beoordeling de door QANU opgestelde checklist, die het Accreditatiekader bestaande opleidingen van de NVAO volgt, steeds als uitgangspunt gehanteerd. Aan het einde van een bezoek heeft de voorzitter van de commissie steeds een mondelinge rapportage gegeven van de eerste bevindingen van de commissie. De bestudering van het materiaal tijdens de bezoeken De commissie heeft tijdens haar bezoeken aanvullend materiaal bestudeerd dat zij vooraf ter inzage had gevraagd. Zij heeft veelvuldig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om informatie uit de zelfstudie of de gevoerde gesprekken te verifiëren met behulp van dat materiaal. De commissie had de opleidingen gevraagd om de volgende documenten ter beschikking te stellen: alle eindwerkstukken of scripties die in de zelfstudie worden vermeld; de formulieren die worden gebruikt in het kader van de beoordeling van de scripties; voorlichtingsmateriaal (folders, brochures); studiemateriaal: verplichte literatuur, handboeken, syllabi, readers, studiehandleidingen; voorbeelden van werkstukken, portfolio s, onderzoeksverslagen en stageverslagen; scriptiereglementen, richtlijnen voor het maken van werkstukken; stagereglementen, stagehandleidingen; reglementen met betrekking tot tentamens en examens, toetshandleidingen; toetsmaterialen (opdrachten, tentamens en dergelijke); verslagen van recente vergaderingen van de Opleidingscommissie en de Examencommissie; materiaal met betrekking tot de evaluatie van colleges en curricula, eventueel ook studententevredenheidsmonitoren; alumni-enquêtes; QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 11

verslagen of rapporten van relevante ad hoc-commissies; jaarverslagen (onderwijs, onderzoek, laatste drie jaar). In een aantal gevallen heeft de commissie tijdens een bezoek om aanvullende documentatie gevraagd. De opleidingen hebben naar de overtuiging van de commissie al het mogelijk gedaan om de commissie te voorzien van de informatie die zij wilde bestuderen. De beslisregels Het accreditatiestelsel kent een vierpuntsschaal voor de beoordeling van de facetten (onvoldoende, voldoende, goed of excellent) en een tweepuntsschaal voor de beoordeling van de onderwerpen (voldoende of onvoldoende). De commissie heeft bij het bepalen van haar oordelen voor de facetten de beslisregels van QANU gevolgd. Deze zijn: de beoordeling onvoldoende geeft aan dat de opleiding niet voldoet aan de criteria voor basiskwaliteit die gelden voor het desbetreffende facet; de beoordeling voldoende geeft aan dat de opleiding voldoet aan de criteria voor basiskwaliteit die gelden voor het desbetreffende facet; de beoordeling goed geeft aan dat de opleiding aantoonbaar uitstijgt boven het niveau dat wordt vastgelegd door de criteria voor basiskwaliteit die gelden voor het desbetreffende facet; de beoordeling excellent geeft aan dat de opleiding als een voorbeeld van best practice mag worden beschouwd met betrekking tot het desbetreffende facet. De rapporten De commissie heeft ervoor gekozen om aparte beoordelingsrapporten te schrijven voor de bachelor- en de masteropleidingen. Zij volgt daarin de keuze van de opleidingen, die tijdens de voorbereidingen voor de visitatie afgesproken hebben om de zelfevaluatierapporten voor de bacheloropleidingen in het Nederlands te schrijven en die voor de masteropleidingen in het Engels. Het is daarbij onvermijdelijk dat de beoordelingsrapporten (net als de zelfevaluatierapporten) overlap vertonen: de opleidingen van een instelling maken gebruik van dezelfde faciliteiten, worden verzorgd door dezelfde groep docenten en hanteren hetzelfde systeem voor de interne kwaliteitszorg. De secretaris van de commissie heeft, op basis van de bevindingen van de commissie tijdens de bezoeken, voor alle opleidingen conceptrapporten opgesteld en die, in overeenstemming met de binnen de commissie gemaakte afspraken, verspreid onder de commissieleden. Hij heeft de opmerkingen van de commissieleden verwerkt in de conceptrapporten en die vervolgens, in het kader van de hoor-wederhoorprocedure, voorgelegd aan de betrokken faculteiten en opleidingen met het verzoek eventuele feitelijke onjuistheden of andere verbeterpunten te identificeren. De reacties van de faculteiten op de conceptrapporten zijn voorgelegd aan de voorzitter van de commissie, die besloten heeft of de opmerkingen en suggesties van de opleidingen werden verwerkt in de tekst. De definitieve versie van het beoordelingsrapport is vastgesteld in februari 2010. 12 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

DEEL II: OPLEIDINGSDEEL QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 13

14 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

1. De bacheloropleiding Politicologie van de Universiteit Leiden Administratieve gegevens Bacheloropleiding Politicologie: Naam opleiding: Politicologie CROHO-nummer: 56606 Niveau: bachelor Oriëntatie: wo Studielast: 180 EC Graad: Bachelor of Science Variant(en): voltijd Locatie(s): Leiden, Den Haag Einddatum accreditatie: 3 mei 2011 Het bezoek van de visitatiecommissie Politicologie aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Universiteit Leiden vond plaats op 23 en 24 september 2009. 1.0. Structuur en organisatie van de faculteit De bacheloropleiding Politicologie wordt aangeboden op twee locaties: in Leiden (als een voltijdse dagopleiding) en aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden (als een voltijdse avondopleiding). De opleiding wordt op beide locaties verzorgd door het Instituut Politieke Wetenschap, een onderdeel van de Faculteit der Sociale Wetenschappen, dat naast de bacheloropleiding en de masteropleiding Political Science ook een masteropleiding International Relations and Diplomacy en een researchmaster Political Science verzorgt. De instroom in de avondopleiding in Den Haag is per september 2008 stopgezet, omdat het instituut als gevolg van gewijzigde wetgeving geen financiering meer ontvangt voor studenten met een diploma van het hoger beroepsonderwijs (ongeveer tweederde van de totale instroom in Den Haag). Studenten die voor 2008 zijn ingestroomd, krijgen de gelegenheid om de studie af te ronden. De programma s op de locaties zijn volgens de zelfstudie equivalent, alleen met betrekking tot de werkvormen zijn er enkele verschillen. In dit rapport zal de avondopleiding alleen aandacht krijgen wanneer er relevante verschillen bestaan met de dagopleiding. 1.1. Het beoordelingskader 1.1.1. Doelstellingen opleiding F1: Domeinspecifieke eisen De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de eisen die door (buitenlandse) vakgenoten en de beroepspraktijk gesteld worden aan een opleiding in het betreffende domein (vakgebied/discipline en/of beroepspraktijk). Beschrijving De bacheloropleiding heeft volgens de zelfstudie een academische signatuur en wordt gekenmerkt door breedte in de initiële fase gevolgd door verdieping en keuzevrijheid. De academische vorming krijgt vorm via een oriëntatie op het vakgebied en op enkele aanpalende disciplines, een kennismaking met de deelterreinen van het vakgebied, met het leren uitvoeren QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 15

van onderzoek, en in de ontwikkeling en training van mondelinge en schriftelijke communicatievaardigheden. Het doel van de opleiding is om studenten kennis, inzicht en vaardigheden op het gebied van de politicologie bij te brengen, om hen academisch te vormen en voor te bereiden op een vervolgstudie, in het bijzonder de masteropleidingen Political Science en Political Science Research, en op een maatschappelijke loopbaan. De opleiding maakt een onderscheid tussen formele eindtermen, die betrekking hebben op de politicologie als discipline en het streven naar breedte in de opleiding reflecteren, en materiële eindtermen, die betrekking hebben op het kenobject, de politiek. De volgende formele cognitieve eindtermen zijn een uitwerking van de doelstelling die betrekking heeft op het bijbrengen van kennis, inzicht en vaardigheden: De studenten hebben kennis van en inzicht in: 1.1 kernbegrippen en begrippenstructuren in de bestudering van politieke verschijnselen, zoals politiek, staat, politiek systeem, democratie, macht, invloed, beleid, politieke cultuur, politiek gedrag; 1.2 theorieën, modellen en benaderingen in de analyse van politieke verschijnselen, bijvoorbeeld rational choice, politieke psychologie, neo-institutionalisme, en de historisch-sociologische benadering; 1.3 methoden en technieken van politicologisch onderzoek, computerprogrammatuur voor statistische analyse (SPSS), methoden van mondelinge en schriftelijke rapportage van wetenschappelijk onderzoek, en ethische aspecten van wetenschapsbeoefening; 1.4 belangrijke inzichten, theorieën, modellen, benaderingen, en methoden van de hulpwetenschappen recht, economie en geschiedenis. Met betrekking tot het kenobject politiek heeft de opleiding de volgende materiële eindtermen geformuleerd: De studenten hebben kennis van en inzicht in: 2.1 de geschiedenis van de politieke filosofie en het werk van de belangrijkste klassieke politieke filosofen; 2.2 politieke stelsels en instituties; 2.3 het functioneren van het Nederlandse politieke bestel; 2.4 politieke oriëntaties en politiek gedrag van elites en burgers; 2.5 politieke aspecten van de relaties tussen staten en internationale organisaties en multinationale ondernemingen; 2.6 Europese samenwerking en integratie en de Europese Unie. Daarnaast heeft de opleiding de doelstelling van academische vorming geconcretiseerd in de volgende vaardigheidseindtermen: Studenten kunnen: 3.1 politicologisch onderzoek op adequate wijze (onafhankelijk, kritisch, logisch, gefundeerd) beoordelen; 3.2 op wetenschappelijke wijze schriftelijk en mondeling rapporteren over onderzoek; 3.3 (eenvoudig) onderzoek van politieke verschijnselen ontwerpen en uitvoeren. De eindkwalificaties sluiten volgens de zelfstudie aan bij de eisen van de discipline en maken het streven naar breedte in de opleiding zichtbaar. De formele eindtermen weerspiegelen wat in het referentiekader van het Landelijk Overleg Opleidingen Politicologie (LOOP) is vermeld onder Kennis en inzicht. De eindtermen met betrekking tot academische vorming 16 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

zijn volgens de zelfstudie breed en omvatten toepassing, oordeelsvorming, communicatie en leervaardigheden. De opleiding kiest voor een ruime benadering van politiek, die verder gaat dan overheid en staat, en heeft daarom Recht en Economie een plaats in de eindtermen gegeven. De materiële eindtermen verwijzen naar alle onderdelen die in het referentiekader van het LOOP als wezenlijk worden aangemerkt voor een goede beroepsuitoefening. Tijdens het bezoek vernam de commissie dat de eindtermen voor de opleidingen op de verschillende locaties identiek zijn, maar dat de vertaling van de eindtermen in het programma per locatie enkele verschillen vertoont, vooral omdat de doelgroepen verschillen en omdat de arbeidsmarktperspectieven en de toekomstplannen van de groepen ook duidelijk anders zijn. Het niveau dat studenten behalen, is volgens het Instituut op beide locaties gelijk. Oordeel De commissie heeft de eindtermen van de opleiding bestudeerd en vergeleken met haar domeinspecifieke referentiekader, dat overeenkomt met het referentiekader dat het LOOP heeft opgesteld ter voorbereiding op de visitatie Politicologie. Zij heeft vastgesteld dat de doelstellingen van de opleiding in lijn zijn met de centrale doelstelling uit het referentiekader dat een bacheloropleiding voorbereidt op de zelfstandige beoefening van de politicologie. De kerngebieden uit het referentiekader komen aan de orde in de eindtermen. De commissie onderschrijft de analyse in de zelfstudie op dit punt. De eisen die volgens het referentiekader aan een afgestudeerde mogen worden gesteld, zijn terug te vinden in de eindtermen. De eis dat een afgestudeerde beschikt over voldoende kennis over recente ontwikkelingen om een wetenschappelijk oordeel te kunnen vormen, komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in eindterm 3.1. De eis dat een afgestudeerde aan alle fasen van wetenschappelijk onderzoek deelgenomen heeft en bekend is met de empirische cyclus keert terug in eindterm 3.3. De commissie vindt dat de eindtermen veel nadruk leggen op kennis en inzicht en dat de vaardigheden die studenten verwerven nogal algemeen geformuleerd zijn. Zo verwijzen de eindtermen bijvoorbeeld niet expliciet naar de vaardigheid om op basis van politicologische inzichten maatschappelijke problemen te onderkennen en te analyseren, een vaardigheid waarover afgestudeerden van een bacheloropleiding volgens het referentiekader moeten beschikken. De commissie heeft vastgesteld dat er in het programma voldoende aandacht wordt besteed aan deze en andere vaardigheden (zie onder F5) en dat de eindtermen wel duidelijk maken dat studenten de kennis verwerven die ze nodig hebben om de vaardigheden te kunnen ontwikkelen. Zij komt daarom tot het oordeel dat de eindtermen aansluiten op de eisen die door vakgenoten worden gesteld aan een opleiding in de politicologie. Omdat de vaardigheden die studenten verwerven vrij algemeen geformuleerd zijn, verwijzen de eindtermen van de opleiding niet expliciet naar vaardigheden die in de beroepspraktijk vereist zijn. De commissie vindt ook met betrekking tot dit deel van het criterium dat het programma zo is ingericht dat de opleiding garandeert dat studenten de professionele vaardigheden verwerven waarover zij na de bacheloropleiding moeten beschikken. De commissie komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel dat de opleiding voldoet aan de criteria die betrekking hebben op de domeinspecifieke eisen. Bacheloropleiding Politicologie: het oordeel van de commissie is voldoende. F2: Niveau: Bachelor en Master De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij algemene, internationaal geaccepteerde beschrijvingen van de kwalificaties van een Bachelor of een Master. QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 17

Beschrijving De eindkwalificaties van de opleiding beschrijven volgens de zelfstudie een basaal niveau. De zelfstudie relateert de eindkwalificaties aan de Dublin-descriptoren. De eindtermen onder 1, die vastleggen dat studenten kennismaken met de kernelementen van de discipline, nieuwe ontwikkelingen daarin en methoden van onderzoek, leggen een relatie met de Dublindescriptor Kennis en inzicht. Ook de eindtermen onder 2 verwijzen naar het verwerven van kennis en inzicht. Eindterm 1.3 verwijst naar methoden van onderzoek en is daarmee ook relevant voor de Dublin-descriptor Toepassen van kennis en inzicht. Ook de eindtermen onder 3 hebben betrekking op het toepassen van kennis en inzicht. Eindterm 3.1 verwijst naar de vaardigheid om oordelen te vormen en is daarmee gerelateerd aan de Dublindescriptor Oordeelvorming. Eindterm 3.2 legt vast dat studenten mondelinge en schriftelijke vaardigheden verwerven en legt dus een verband met de Dublin-descriptor Communicatie. De eindtermen die betrekking hebben op academische vaardigheden verwijzen niet expliciet naar leervaardigheden, maar volgens de zelfstudie verwijzen ze wel impliciet naar de vaardigheden die nodig zijn om een vervolgstudie te volgen. Daarmee leggen de eindtermen ook een verband met de vijfde Dublin-descriptor, Leervaardigheden. Oordeel De commissie heeft de eindtermen van de bacheloropleiding bestudeerd vanuit het perspectief van het niveau en vastgesteld dat die eindtermen in voldoende mate aansluiten bij de Dublin-descriptoren en het niveau van de opleiding op een adequate manier expliciteren. Zij kan zich vinden in de analyse van de relatie tussen de eindtermen en de Dublindescriptoren uit de zelfstudie. Zij vindt dat de eindtermen duidelijk maken dat afgestudeerden kennis en inzicht, vaardigheden en attitudes verwerven op een basisniveau dat een goed uitgangspunt vormt voor de specialisatie en verdieping die hoort bij de masterfase. Zij heeft vastgesteld dat de eindtermen geen expliciete aandacht besteden aan leervaardigheden, maar kan zich vinden in de analyse van de opleiding dat die vaardigheden geïmpliceerd worden door de eindtermen die betrekking hebben op academische vaardigheden. De commissie is daarom van oordeel dat de opleiding voldoet aan het criterium dat betrekking heeft op het niveau. Bacheloropleiding Politicologie: het oordeel van de commissie is voldoende. F3: Oriëntatie WO: De eindkwalificaties van de opleiding sluiten aan bij de volgende beschrijvingen van een Bachelor en een Master: De eindkwalificaties zijn ontleend aan eisen vanuit de wetenschappelijke discipline, de internationale wetenschapsbeoefening en voor daarvoor in aanmerking komende opleidingen de relevante praktijk in het toekomstige beroepenveld. Een WO-bachelor heeft de kwalificaties voor toegang tot tenminste één verdere WO-studie op masterniveau en eventueel voor het betreden van de arbeidsmarkt. Een WO-master heeft de kwalificaties om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te verrichten of multi- en interdisciplinaire vraagstukken op te lossen in een beroepspraktijk waarvoor een WO-opleiding vereist is of dienstig is. Beschrijving De opleiding streeft er volgens de zelfstudie onder meer naar om kennis en vaardigheden aan te reiken die nodig zijn voor een opleiding op masterniveau. Zij kan een basis vormen voor een start in de beroepspraktijk, maar zowel studenten als de beroepspraktijk vinden vooralsnog dat een afgeronde masteropleiding een voorwaarde is voor die praktijk. Volgens de zelfstudie nemen methoden van onderzoek en academisch vaardigheden een belangrijke plaats in in de eindkwalificaties van de opleiding. De eindtermen met betrekking 18 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

tot academische vaardigheden verwijzen onder meer naar de vaardigheid om kritisch, onafhankelijk en logisch te redeneren en naar communicatieve vaardigheden. Daarmee is volgens de zelfstudie aangetoond dat de eindkwalificaties zijn ontleend aan de eisen van de wetenschapsbeoefening en die van de politicologie in het bijzonder. Studenten die de opleiding hebben afgerond, hebben rechtstreeks toegang tot de masteropleiding Political science. Zij kunnen toegang aanvragen tot de masteropleiding International relations and diplomacy en tot de researchmaster Political science. Oordeel De commissie heeft de eindtermen van de opleiding bestudeerd vanuit het perspectief van de oriëntatie. Zij heeft onder F1 al vastgesteld dat de eindtermen voldoende aansluiten bij de eisen van de discipline (c.q. de vakgenoten in binnen- en buitenland) en de beroepspraktijk. Zij stelt verder vast dat de afgestudeerden kunnen doorstromen naar de masteropleiding Political science en dat zij toegelaten kunnen worden tot andere masteropleidingen en komt op basis daarvan tot de conclusie dat de afgestudeerden beschikken over de kwalificaties voor toegang tot een vervolgopleiding. De commissie vindt dat de eindtermen ook in voldoende mate zijn ontleend aan de eisen van de internationale wetenschapsbeoefening. Zij heeft vastgesteld dat de eindtermen expliciet verwijzen naar academische vaardigheden, zoals het beoordelen van politicologisch onderzoek en het ontwerpen en uitvoeren van een eenvoudig onderzoek. De commissie heeft al opgemerkt dat de eindtermen met betrekking tot vaardigheden wat algemeen zijn geformuleerd. Zo besteden zij geen aandacht aan ethische aspecten van wetenschap, terwijl die aspecten in het programma wel aan de orde komen. De commissie komt op grond van die constatering tot een positief oordeel voor dit deel van het criterium. De commissie concludeert dan ook dat de opleiding voldoet aan de criteria die betrekking hebben op de oriëntatie. Bacheloropleiding Politicologie: het oordeel van de commissie is voldoende. Oordeel over het onderwerp Doelstellingen opleiding Op basis van de beoordelingen per facet komt de commissie tot een samenvattend oordeel over het onderwerp Doelstellingen opleiding. Voor de bacheloropleiding Politicologie is het oordeel voldoende. 1.1.2. Programma Beschrijving van de programma s Het programma van het eerste jaar biedt een kennismaking met de nationale en de internationale politiek, een inleiding in de politicologische wetenschap en statistiek. Deze vakken kennen twee delen van 5 EC elk en bestrijken een semester. Daarnaast kent het de vakken Europese geschiedenis, Recht en Economie (elk 5 EC). Het jaar wordt afgesloten met Politiek en politieke wetenschap (5 EC), waarin studenten de verworven kennis toepassen op actuele politieke problemen en hun academische en onderzoeksvaardigheden ontwikkelen. In het kader van dit vak schrijven studenten hun eerstejaarswerkstuk. Het tweede jaar kenmerkt zich door verdere verbreding en enige verdieping. Het biedt de overzichtscursussen Politieke filosofie, Politieke psychologie en Vergelijkende politicologie en QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 19

een verdieping op het gebied van Rationele keuzetheorie (10 EC elk). Daarnaast kent het de vakken Methoden van politicologisch onderzoek en Methoden van dataverzameling (beide 5 EC), die een overzicht geven van kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden, en Politiek en media en Politiek van de Europese Unie (eveneens 5 EC elk). Studenten kiezen in het derde jaar drie vervolgcursussen (van 10 EC) uit een jaarlijks aanbod van ongeveer 14 cursussen, die verdieping bieden binnen een deelterrein van de politicologie. Het programma kent een vrije keuzeruimte (van 15 EC), die kan worden ingevuld met vakken binnen en buiten de instelling, een verblijf in het buitenland of een stage. Het jaar wordt afgesloten met het bachelorproject, waarin studenten onder begeleiding een zelfstandig onderzoek uitvoeren (totaal 15 EC). Het programma aan de Campus Den Haag verschilt in een aantal opzichten van dat in Leiden. Het programma doet een groter beroep op de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van studenten (zie F10) en kent in het eerste jaar een aantal op de doelgroep gerichte vakken (Politiek Debat, Democratie en Politieke Instituties en Bestuurskunde). De studielast van vakken op het gebied van methoden en technieken is geringer en sluit aan bij de eisen en wensen van de doelgroep, professionals die zich vooral willen verdiepen in de politiek. Het aanbod aan vervolgcursussen is beperkter, omdat de studentenaantallen kleiner zijn. F4: Eisen WO Het programma sluit aan bij de volgende criteria voor het programma van een HBO- of een WO-opleiding: Kennisontwikkeling door studenten vindt plaats in interactie tussen het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek binnen relevante disciplines. Het programma sluit aan bij ontwikkelingen in de relevante wetenschappelijke discipline(s) door aantoonbare verbanden met actuele wetenschappelijke theorieën. Het programma waarborgt de ontwikkeling van vaardigheden op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. Bij daarvoor in aanmerking komende opleidingen heeft het programma aantoonbare verbanden met de actuele praktijk van de relevante beroepen. Beschrijving In het hele programma is volgens de zelfstudie aandacht voor actuele ontwikkelingen in de discipline. Zo komt de hernieuwde aandacht die binnen het vakgebied bestaat voor instituties, democratie en democratiseringsprocessen, de Europese Unie en de vergelijkende analyse van partijen aan de orde in zowel de overzichtscursussen als de vervolgcursussen. Studenten maken in alle cursussen kennis met wetenschappelijk onderzoek. In het eerste jaar beginnen zij met het lezen en beoordelen van wetenschappelijke artikelen. In Inleiding politieke wetenschap en in het tweede jaar (onder meer in Comparative analysis, Rationele keuzetheorie en Politiek van de Europese Unie) wordt aandacht besteed aan recent onderzoek binnen het vakgebied. De invulling van de vervolgcursussen in het derde jaar sluit aan bij het onderzoek van de docenten. Studenten schrijven in dat jaar papers ter afsluiting van de vakken en voeren in het bachelorproject een eigen onderzoek uit. Daarnaast verwerven studenten academische vaardigheden en leren zij politicologische kennis toe te passen op actuele maatschappelijke problemen. In Politiek en politieke wetenschap stelt een reeks van gastsprekers zulke problemen aan de orde en worden studenten geacht de kennis die zij hebben verworven daarop toe te passen. De opleiding heeft dit vak recent naar het eerste semester verplaatst om tegemoet te komen aan de wens van studenten om zo vroeg mogelijk te beginnen met de training in academische vaardigheden. De vaardigheden die studenten nodig hebben om onderzoek te kunnen uitvoeren, zoals vaardigheden op het terrein van de statistiek en van methoden en technieken, worden in verschillende vakken 20 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

gespreid over het programma opgebouwd. In het derde jaar fase oefenen studenten het schrijven van onderzoekspapers en bereiden zich zo voor op het afsluitende project. De opleiding brengt op verschillende manieren verbanden aan met de beroepspraktijk. Studenten maken kennis met specifieke sectoren van de beroepspraktijk tijdens colleges van gastdocenten en excursies. Zij ontwikkelen bovendien hun mondelinge en schriftelijke vaardigheden en doen ervaring op met het uitvoeren van onderzoek en verwerven zo vaardigheden die van cruciaal belang zijn in de publieke, semipublieke en private sector. Studenten kunnen in hun keuzeruimte een stage volgen, maar de belangstelling daarvoor is beperkt. De waardering en becijfering van stages vinden plaats door het staflid dat optreedt als stagebegeleider na overleg met de begeleider van de stageverlenende instantie, eerst en vooral op basis van het in het kader van de stage ondernomen onderzoek, dat is uitgevoerd op basis van een vooraf door de begeleidende docent goedgekeurd onderzoeksplan. De opleiding heeft geen eigen voorziening om stageplaatsen te regelen. Studenten moeten daarom zelf een stageplan en een onderzoeksplan opstellen. De stage dient altijd een inhoudelijke component op academisch niveau te bevatten. De plannen hebben de goedkeuring van de Examencommissie nodig. De keuze om een stage niet verplicht te stellen is het gevolg van de nadruk die de opleiding legt op een brede academische vorming. De opleiding bevordert een studieverblijf in het buitenland en heeft uitwisselingsovereenkomsten met verschillende instellingen in Europa en de Verenigde Staten. Zij hanteert als voorwaarde voor een buitenlands studieverblijf dat studenten minimaal 40 EC in het tweede studiejaar hebben behaald. Volgens de zelfstudie zijn er jaarlijks 10 tot 15 studenten die kiezen voor een verblijf in het buitenland. Tijdens het bezoek vernam de commissie dat het programma van het tweede jaar weliswaar geen cursus Internationale betrekkingen kent, maar dat veel vakken in dat jaar wel een internationale component hebben (zoals Politiek van de Europese Unie en Comparative Analysis of Political Systems). Het programma van het tweede jaar bevat ook geen vak op het gebied van de Nederlandse politiek. Dit is een gevolg van het feit dat het programma van het eerste en het tweede jaar bestaat uit inleidende cursussen (en studenten in het eerste jaar al inleidingen in de Nederlandse politiek en de internationale betrekkingen hebben gevolgd). Volgens de docenten lezen studenten in het eerste jaar naast handboeken ook al artikelen en neemt het gebruik van actuele literatuur in de loop van het programma toe. De studenten vinden dat de blokken nogal kort zijn en dat er daardoor slechts beperkt verdieping mogelijk is. De commissie vernam dat de studenten van de Campus Den Haag het betreuren dat de opleiding daar stopt. De onderdelen statistiek en methodologie die worden verzorgd in Den Haag zijn aangepast aan de voorkennis en de eisen van de doelgroep. De studenten in Den Haag kiezen voor hun scriptie een thema uit twee onderwerpen, nationale of internationale politiek. In het kader van het bachelorproject komen zij een aantal keren bijeen om met de coördinator van het bachelorproject en hun begeleiders hun voortgang te bespreken. Zij krijgen mondelinge en, na afronding van hun scriptie, ook schriftelijke feedback. Zij zijn tevreden over de begeleiding, maar geven aan dat de feedback verschilt per docent. Tijdens het bezoek meldde het bestuur van het Instituut dat studenten in het eerste semester van het derde jaar zonder vertraging op te lopen naar het buitenland kunnen gaan. Eventueel mogen zij, met toestemming van de Examencommissie, een vervolgcursus vervangen door een in het buitenland gevolgd vak. De afgestudeerden bevestigden dat het Instituut stages niet echt stimuleert. De docenten zijn van mening dat stages niet ontmoedigd worden, maar dat QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 21

studenten al veel keuzes moeten maken hebben. De voorbereiding op de arbeidsmarkt kan volgens de studenten verbeterd worden. Oordeel De commissie heeft het programma van de opleiding bestudeerd vanuit het perspectief van de eisen die aan een wetenschappelijke opleiding mogen worden gesteld. Zij heeft vastgesteld dat er in voldoende mate sprake is van interactie tussen onderzoek en onderwijs. Het programma sluit aan op recente ontwikkelingen in het vakgebied, bijvoorbeeld omdat studenten vanaf het eerste jaar recente en actuele artikelen lezen en in de vervolgcursussen ook kennis maken met het onderzoek van hun docenten. De commissie vindt de keuze van de opleiding voor een brede basis, gevolgd door een fase van verdieping, verdedigbaar. Zij vindt ook dat deze keuze adequaat uitgewerkt is in het programma, dat studenten een goed overzicht van het vakgebied geeft en hen in staat stelt om te kiezen voor een specialisatie. De commissie vindt dat studenten voldoende academische vaardigheden en kennis van methoden en technieken verwerven om onderzoek op het niveau van een bacheloropleiding te kunnen uitvoeren. Zij heeft gezien dat studenten vanaf het eerste jaar papers schrijven en zo geleidelijk onderzoeksvaardigheden verwerven. De verwerving van deze vaardigheden culmineert in de bachelorscriptie, waarin studenten laten zien dat zij in staat zijn om een onderzoek uit te voeren. De commissie heeft opgemerkt dat de opleiding vroeg begint met de training in academische vaardigheden. De commissie vindt de aandacht voor de beroepspraktijk in het programma beperkt. Zij heeft geconstateerd dat het programma allereerst een academisch karakter heeft. In het onderdeel Politiek en politieke wetenschap komen wel actuele maatschappelijke problemen aan de orde en het programma kent ook een aantal excursies, maar dat doet in de ogen van de commissie niets af aan haar vaststelling dat de opleiding vooral academisch van aard is. De commissie heeft bemerkt dat het instituut de stage niet verplicht stelt omdat het primair kiest voor een brede academische vorming. De commissie heeft ook het programma van de opleiding die wordt verzorgd in Den Haag bestudeerd en vastgesteld dat er op dit punt geen wezenlijke verschillen bestaan met het programma in Leiden. De inhoud van een aantal onderdelen is enigszins aangepast aan de doelgroep. De commissie waardeert de inspanningen van het Instituut om een programma aan te bieden dat goed aansluit op de wensen en mogelijkheden van die doelgroep. Zij heeft vastgesteld dat de opleiding in een behoefte voorziet en deelt het oordeel van de studenten dat het jammer is dat de opleiding in Den Haag wordt stopgezet. De commissie komt op grond van bovenstaande overwegingen tot het oordeel dat het programma voldoet aan de eisen die gelden voor een wetenschappelijke opleiding. Bacheloropleiding Politicologie: het oordeel van de commissie is voldoende. F5: Relatie tussen doelstellingen en inhoud programma Het programma is een adequate concretisering van de eindkwalificaties, qua niveau, oriëntatie en domeinspecifieke eisen. De eindkwalificaties zijn adequaat vertaald in leerdoelen van (onderdelen van) het programma. De inhoud van het programma biedt studenten de mogelijkheid om de geformuleerde eindkwalificaties te bereiken. Beschrijving Het programma vormt volgens de zelfstudie een concretisering van de doelstelling om zowel verbreding als verdieping te realiseren. De breedte van het vakgebied komt aan de orde in de 22 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

eerste twee jaar, waarin de deelgebieden van de politicologie worden behandeld. Studenten kunnen zich vanuit een brede basis specialiseren op een deelgebied door hun keuze voor vervolgcursussen en het onderwerp van hun bachelorproject. Het programma is cumulatief: de eerste twee jaar leggen de basis die nodig is voor de verdieping in (vooral) het derde jaar. De doelstelling met betrekking tot de verwerving van kennis, inzicht en vaardigheden op het gebied van de politicologie wordt voor een groot deel gerealiseerd in het verplichte deel van het programma. Een tabel in de zelfstudie toont dat alle eindtermen in meerdere onderdelen van dat deel aan de orde komen. Het niveau van de vakken neemt toe van 100 of 200 (volgens de Leidse abstracte structuur) naar 300 of 400. In Politiek en politieke wetenschap (niveau 100) staat bijvoorbeeld het maken van een kort onderzoeksverslag op basis van een literatuurstudie centraal en oefenen studenten het opstellen van korte betogen en het verwijzen naar bronnen. Het vak Statistiek (niveau 200) legt de basis voor de kwantitatieve methodologie. In Methoden van onderzoek en Methoden van dataverzameling (niveau 300) maken studenten kennis met onderzoekstechnische regels en uitgangspunten. Ten slotte voeren zij, met behulp van de verworven vaardigheden, in het bachelorproject (niveau 400) zelf onderzoek uit. De opleiding heeft de aandacht voor academische vaardigheden recent geïntensiveerd, in aansluiting op universitair beleid. Studenten oefenen in het eerste jaar met logisch redeneren, kritisch denken en het overbrengen van kennis. Zij leren geleidelijk hoe zij een onderzoeksplan moeten formuleren en uitvoeren. De zelfstudie wijst op een knelpunt met consequenties voor de beoogde verdieping: het semestersysteem met daarbinnen blokken van acht weken en een onderwijsluwe periode in de maanden januari en juni. De opleiding vindt dat er in grote vakken in het tweede jaar soms een tekort aan tijd dreigt te ontstaan in een blok van acht weken. In de vervolgcursussen worden studenten vaak gevraagd om (wekelijkse) kortere essays te schrijven in plaats van een langer afsluitend paper. De invoering van het minorenstelsel zal mogelijk gevolgen hebben voor de vrije keuzeruimte. Het Instituut ondersteunt het streven naar verbreding van de bacheloropleidingen, maar kan nog niet beoordelen of dat ertoe zal leiden dat de keuzeruimte wordt uitgebreid naar 30 EC. Een uitbreiding van de keuzeruimte leidt tot een inkrimping van het vakspecifieke programma van de opleiding en mogelijk tot een beperking van de breedte ervan. Tijdens het bezoek bleek dat het Leidse systeem, met zijn abstracte structuren, voor de docenten in de dagelijkse praktijk geen leidende rol speelt en niet de basis vormt voor de invulling van het onderwijs. De docenten legden uit dat zij niet in termen van de abstracte structuur denken, maar op grond van hun ervaring weten wat het niveau van een onderdeel is en in welk studiejaar het thuishoort. Oordeel De commissie vindt dat het programma een adequate concretisering van de eindkwalificaties vormt. Zij kan zich vinden in de manier waarop in de zelfstudie in algemene termen een relatie wordt gelegd tussen de eindkwalificaties en het programma. De leerdoelen van de vakken maken niet altijd direct inzichtelijk hoe een vak precies bijdraagt aan de realisatie van de eindkwalificaties. Het programma is in de ogen van de commissie niet primair opgebouwd vanuit de gedachte dat studenten de eindkwalificaties van de opleiding moeten kunnen behalen en laat zien dat de docenten een behoorlijke mate van autonomie hebben bij het invullen van hun onderwijs. In de ogen van de commissie blijkt hier dat er binnen het Instituut beperkt wordt gereflecteerd op het programma als geheel, dat er geen sterke centrale aansturing plaatsvindt, maar dat het Instituut in de eerste plaats vertrouwt op de inhoudelijke QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 23

expertise van de stafleden en enige weerzin koestert tegen een te sterke onderwijskundige benadering van het onderwijs. De commissie ziet in de cumulatieve opbouw van het programma voldoende garanties dat het programma een adequate vertaling van de eindkwalificaties biedt: studenten behalen het vereiste niveau in de fase waarin zij hun bachelorproject uitvoeren. Zij is er daarom van overtuigd dat studenten die de opleiding afronden, de eindkwalificaties daadwerkelijk behaald hebben. De commissie heeft bij het bestuderen van de relatie tussen de eindkwalificaties en het programma bijzondere aandacht besteed aan de vraag of het programma voldoende aandacht besteedt aan relevante praktische en academische vaardigheden (cf. de opmerkingen onder F1). Zij heeft vastgesteld dat het programma zo ingericht is dat studenten leren om de verworven kennis en inzichten ook toe te passen. Het instituut combineert de kernvakken in het eerste jaar met werkcolleges waarin de toepassing en dus de verwerving van vaardigheden centraal staat. Ook in de rest van het programma worden studenten regelmatig geacht de kennis toe te passen, resulterend in presentaties, papers en, in het afsluitende project, de bachelorthesis. De commissie vindt daarom dat het programma als geheel ook voldoende aansluit op de eisen die vakgenoten en de beroepspraktijk stellen. De commissie concludeert dat de opleiding voldoet aan de criteria voor dit facet. Bacheloropleiding Politicologie: het oordeel van de commissie is voldoende. F6: Samenhang programma Studenten volgen een inhoudelijk samenhangend studieprogramma. Beschrijving De samenhang van het programma volgt volgens de zelfstudie uit de combinatie van de brede basis in de beginfase en de verdieping in latere studiejaren. De samenhang wordt gewaarborgd doordat studenten een overzichtscursus op een bepaald deelterrein volgen en zich daarna verdiepen in een vervolgcursus, waarin nader wordt ingegaan op een aspect van het terrein (bijvoorbeeld: Politiek leiderschap na Politieke psychologie, Buitenlandse betrekkingen van de EU na Internationale politiek, Politiek van ontwikkelingslanden na Vergelijkende politicologie). Voor de vervolgcursussen hanteert de opleiding de ingangseis dat studenten de voorafgaande overzichtscursus hebben afgerond. Deze constructie zorgt voor structuur, samenhang en cumulatie. Studenten kunnen zich verder verdiepen door een bachelorproject te kiezen op hetzelfde terrein als (één van) de vervolgcursussen. Zij kunnen zich dus verder ontwikkelen binnen een deelgebied of het programma breed houden door vervolgcursussen en een bachelorproject uit verschillende deelgebieden te kiezen. Hierboven is al beschreven dat er een leerlijn zichtbaar is in de geleidelijke opbouw van academische vaardigheden, waarbij het niveau structureel wordt verhoogd in opeenvolgende studiejaren. Deze leerlijn zorgt ook voor structuur en samenhang. Oordeel De commissie vindt dat het instituut erin geslaagd is om een programma te ontwikkelen dat voldoende inhoudelijke samenhang vertoont. Het programma maakt een doordachte en logische indruk. Zij heeft vastgesteld dat het een brede basis kent die feitelijk de eerste twee jaar beslaat en dat deelgebieden die in het eerste jaar al werden behandeld, zoals Internationale betrekkingen, pas in het derde jaar opnieuw systematisch aan de orde komen. De vervolgcursussen in het derde jaar vormen in haar ogen een adequate verdieping van de brede basis en bouwen daar op een logische manier op voort. Zij heeft vernomen (zie ook 24 QANU / Politicologie, Universiteit Leiden

F4) dat in het tweede jaar van het programma wel aandacht wordt besteed aan bijvoorbeeld aspecten van internationale betrekkingen, maar zij heeft het beeld dat deze samenhang vooral voortvloeit uit de brede benadering waar het instituut voor kiest en niet bewust wordt aangebracht. Het Instituut hanteert een brede conceptie van de deelgebieden van de discipline en benadert vraagstukken vanuit meerdere dimensies, hetgeen één van de redenen is dat het programma gedurende de eerste twee jaar voornamelijk inleidend is en studenten zich pas in het derde jaar verdiepen in een deelgebied. Naar het oordeel van de commissie heeft het Instituut bewust gekozen voor breedte in het eerste deel van het programma en werkt het die keuze op een adequate en consistente manier uit. Zij concludeert op basis daarvan dat het programma voldoende interne samenhang vertoont. De commissie komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel voldoende voor het facet dat betrekking heeft op de samenhang. Bacheloropleiding Politicologie: het oordeel van de commissie is voldoende. F7: Studielast Het programma is studeerbaar doordat factoren, die betrekking hebben op dat programma en die de studievoortgang belemmeren zoveel mogelijk worden weggenomen. Beschrijving Het programma kent een semestersysteem met vier blokken van acht weken en een studielast van 5 of 10 EC voor alle vakken. Een semester bestaat uit twee blokken van 15 EC elk. Dit leidt volgens de zelfstudie tot een evenwichtige verdeling van de studielast over de jaren. Uit onderzoek van het Interfacultair Centrum voor Leraren en Onderwijs Nascholing (ICLON) blijkt dat studenten vinden dat de studielast goed over het programma is gespreid en dat het programma in de daarvoor gereserveerde tijd afgerond kan worden, ook al is er een groep studenten die meer dan drie jaar nodig heeft. De opleiding blijft kritisch kijken naar aspecten van het programma die de studievoortgang beïnvloeden, maar concludeert op basis van slagingspercentages dat het programma geen echte struikelvakken kent. Binnen het programma blijven de ingangseisen voor vakken beperkt tot de hierboven (onder F6) vermelde eisen voor toelating tot vervolgcursussen. Studenten moeten Statistiek hebben afgerond voordat zij Methoden van onderzoek mogen volgen. Zij mogen pas aan het bachelorproject beginnen nadat zij 40 EC van het tweedejaarsprogramma hebben behaald, waaronder in ieder geval Methoden van onderzoek. De opleiding realiseert zich dat deze eisen tot vertraging kunnen leiden, maar vindt het belangrijker dat studenten een gestructureerd en samenhangend programma volgen dat hen in staat stelt om de eindkwalificaties te halen. De zelfstudie vermeldt dat het programma voor studenten die de dagopleiding in Leiden volgen geen aspecten kent die de voortgang belemmeren. Studenten die de avondopleiding in Den Haag volgen kunnen een eenmaal opgelopen achterstand niet eenvoudig inhalen als gevolg van het compacte karakter van het programma. Tijdens het bezoek meldde de leiding van het Instituut dat de precieze studielast voor een onderdeel lastig objectief vast te stellen is en dat zij daarom het uitgangspunt hanteert dat de evaluatie moet uitwijzen of de studielast eventueel te hoog was. Wanneer dat de uitkomst van een evaluatie is, kijkt het Instituut nog eens kritisch naar de inhoud en de structuur van het vak. De studielast is volgens de studenten niet te laag, het programma is zeker niet te licht of te gemakkelijk. Het kent geen echte struikelblokken. De studenten uit Den Haag meldden de QANU / Politicologie, Universiteit Leiden 25