Programmabegroting 2013 Ridderkerk, 22 november 2012
Inhoudsopgave: Voorwoord 2 1 Inleiding 3 1.1 Algemeen... 3 1.2 Missie... 3 1.3 Uitgangspunten en normen... 3 1.4 Leeswijzer... 4 2 Bestuurlijke samenvatting 6 2.1 Financiële ontwikkelingen... 6 2.2 Analyse investeringen...12 2.3 Begroting naar kostendragers...17 2.4 Dekking...19 3 Programmaplan 20 3.1 Samenvatting lasten per programma...20 3.2 Programma 1 - Waterkeringen...21 3.3 Programma 2 - Water...29 3.4 Programma 3 - Zuiveren...47 3.5 Programma 4 - Wegen...54 3.6 Programma 5 - Algemene beleidstaken...60 3.7 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien...66 4 Paragrafen 67 4.1 Ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar...67 4.2 Incidentele baten en lasten...69 4.3 Doorbelasting indirecte kosten...70 4.4 Reserves en voorzieningen...71 4.5 Waterschapsbelastingen...75 4.6 Weerstandsvermogen...84 4.7 Treasury...88 4.8 Verbonden partijen...91 4.9 Bedrijfsvoering...98 4.10 EMU-saldo...101 4.11 Duurzaamheid...103 5 Exploitatiebegroting 105 5.1 Meerjarenbegroting naar programma's...105 5.2 Meerjarenbegroting naar kosten- en opbrengstensoorten...108 6 Langetermijnvisie 109 6.1 Programma Waterkeringen op lange termijn...110 6.2 Programma Water op lange termijn...112 6.3 Programma Zuiveren op lange termijn...116 6.4 Programma Wegen op lange termijn...120 6.5 Programma Algemene beleidstaken op lange termijn...122 6.6 Conclusie langetermijnvisie...123 7 Vaststelling Programmabegroting 2013 124 Bijlagen 126 Bijlage 1 Staat van vaste activa...127 Bijlage 2 Staat van reserves...129 Bijlage 3 Staat van voorzieningen...134 Bijlage 4 Staat van vaste schulden...136 Bijlage 5 Staat van personeelslasten en formatie...139 Bijlage 6 Financiering investeringsprojecten...140 Bijlage 7a Overzicht lopende investeringsprojecten 2012 (aanpassingen)...141 Bijlage 7b Overzicht vervallen investeringsprojecten i.v.m. prioritering Sturen op Water...143 Bijlage 7c Overzicht geplande investeringsprojecten 2012-2017...144 Bijlage 7d Overzicht investeringsprojecten 2012-2017, toelichting...150 Bijlage 8 Aanpassing jaarschijf 2013 HWBP projecten...167 Bijlage 9 Lijst van afkortingen...169-1 -
Voorwoord Geachte lezer, Voor u ligt de Programmabegroting 2013 van waterschap Hollandse Delta. De Programmabegroting 2013 is een nadere uitwerking van het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017, zoals deze in de Verenigde Vergadering van 28 juni 2012 als financieel kader is vastgesteld. Met deze Programmabegroting wordt een meerjarenraming vastgelegd, die aansluit bij de kerntaken van het waterschap: leefbaar land en leefbaar water voor de inwoners van de Zuid-Hollandse eilanden. Nadat in 2012 vorm is gegeven aan de optimalisatie van een nieuwe organisatie gericht op realisatie van de gestelde doelen, wordt de komende tijd verder gewerkt aan het realiseren van de verbeterpunten. Daarbij is het doel om te komen tot een effectieve en flexibele organisatie die gericht is op de uitvoering van haar kerntaken, ook in veranderende omstandigheden. De samenwerking tussen de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland wordt in 2013 verder geïntensiveerd. Er worden steeds meer initiatieven ondernomen die leiden tot een efficiënte en effectieve samenwerking tussen beide organisaties. Zo is er inmiddels een gezamenlijke visie op de informatievoorziening vastgesteld en worden werkprocessen steeds beter op elkaar afgestemd. Een belangrijke ontwikkeling ten opzichte van 2012 is dat een aantal veranderingen is doorgevoerd die van invloed zijn op de vorm en de inhoud van de programmabegroting. Zo maken de meerjarencijfers 2014-2017 en de Lange Termijn Visie deel uit van de programmabegroting. Met deze aanpassing is de toelichting bij de programma's uitgebreid met de meerjarige beleidsvoornemens en de meerjarencijfers. Hierbij is een aanzet gegeven tot het opnemen van prestatie-indicatoren bij de beleidsproducten, waarmee te behalen doelen van een beleidsproduct concreter zijn en er eenduidig gerapporteerd kan worden over de voortgang en realisatie van de uitvoering van de beleidsproducten. Daarnaast is in de ramingen rekening gehouden met de gevolgen van de nieuwe beleidsnota's "Activeren, waarderen en afschrijven (AWA)" en "Doorbelasting indirecte kosten". Deze nota's zijn in de Verenigde Vergadering van 27 september 2012 vastgesteld. Tevens is er voor 2013 sprake van een nieuwe productenstructuur. Door de nieuwe structuur wordt de informatievoorziening aan de Verenigde Vergadering verbeterd. Alle gevolgen van de doorvoering van deze nieuwe beleidnota's zijn verwerkt en toegelicht in de programmabegroting 2013. Tenslotte blijft, in tijden waarin de zekerheid vanuit economisch en politiek oogpunt minder is, waterschap Hollandse Delta voor zijn taken en verantwoordelijkheden staan. Het stevig ingrijpen enkele jaren geleden in de investeringsportefeuille en de versterkte inzet op het financieel beleid heeft geleid tot een stabiele begroting voor dit jaar. Ook de meerjarenraming ziet er daardoor goed uit. In 2013 zullen Bestuur en organisatie zich wederom volledig en met volle overgave aan deze taak kwijten. Ik presenteer u dan ook met trots deze Programmabegroting 2013. Dijkgraaf, ing. J.M. Geluk - 2 -
1 Inleiding 1.1 Algemeen Hierbij bieden wij u de Programmabegroting 2013 van waterschap Hollandse Delta aan. De Programmabegroting 2013 is een uitwerking van de 1e jaarschijf van het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017, zoals deze in de Verenigde Vergadering van 28 juni 2012 als financieel kader is vastgesteld. Nieuw is dat ook de meerjarencijfers 2014-2017 en de Lange Termijn Visie zijn opgenomen in de programmabegroting. Dit is conform het besluit dat op 24 april 2012 in de Verenigde Vergadering is genomen naar aanleiding van het voorstel "Van meerjarenbeleidsplan naar kadernota". In verband met deze aanpassing is de toelichting bij de programma's uitgebreid met de meerjarige beleidsvoornemens en de meerjarencijfers. Tevens is een aanzet gegeven tot het opnemen van prestatie-indicatoren bij de beleidsproducten. Hiermee worden de te behalen doelen van een beleidsproduct concreter gemaakt, waardoor er ook helder gerapporteerd kan worden over de voortgang en realisatie van de uitvoering van de beleidsproducten. 1.2 Missie De missie voor waterschap Hollandse Delta is als volgt geformuleerd. Bepalend hierbij is het gebied, de taken, het kwaliteitsniveau en de relatie met anderen (zowel inwoners als medeoverheden) en de medewerkers. "Waterschap Hollandse Delta beschermt de Zuid-Hollandse Eilanden tegen wateroverlast, beheert het oppervlaktewater, zuivert het afvalwater, beheert de (vaar)wegen en levert een actieve bijdrage aan de ruimtelijke invulling van zijn gebied. Het richt zich daarbij, samen met anderen, op veilig en duurzaam wonen, werken en recreëren voor burgers, bedrijven en andere gebruikers. Hollandse Delta is vooruitstrevend, open en transparant in de uitvoering van zijn taken, streeft naar de beste verhouding tussen maatschappelijke kosten en baten, stelt zich ten dienste van zijn omgeving en is een goed en aantrekkelijk werkgever." 1.3 Uitgangspunten en normen Voor de samenstelling van de Programmabegroting 2013 is een aantal uitgangspunten geformuleerd: Het MJBP 2013-2017 is leidend voor de Programmabegroting 2013. Het waterschap streeft naar een structureel sluitende begroting. Structurele lasten dienen te worden gedekt door structurele baten. De belastingopbrengst is een reguliere begrotingspost en geen sluitpost. Reserves worden benut ter dekking van incidentele uitgaven en niet ter dekking van structurele uitgaven. Voor de prijsindexatie van materiële budgetten is de nullijn gehanteerd. Vanwege de resultaten van de afgelopen jaren is deze nullijn verantwoord. Voor de raming van de loonkosten is als uitgangspunt genomen het Cao-akkoord, dat op 6 juli 2012 door de Unie van Waterschappen en de bonden is getekend. De Programmabegroting 2013 geeft op basis van de Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen (BBVW) de doelstellingen, activiteiten en daaraan gekoppelde kosten weer. Door middel van de bestuursrapportages (Burap) wordt in 2013 verantwoording afgelegd over de voortgang, respectievelijk stand van zaken, de behaalde prestaties en de besteding van de (financiële) middelen. Met de Programmabegroting 2013 worden, in het verlengde van het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017, de doelstellingen, verwachte resultaten, geplande activiteiten en de begrote baten en lasten voor 2013 definitief door de Verenigde Vergadering vastgesteld. Uitgangspunt voor de Programmabegroting 2013 is de jaarschijf 2013 van het op 28 juni 2012 vastgestelde Meerjarenbeleidsplan 2013-2017. Beleidsmatige of financiële afwijkingen van dit plan worden in de Programmabegroting 2013 benoemd. Verder blijkt uit de Programmabegroting - 3 -
duidelijk wat de doelstellingen per beleidsproduct zijn, welke activiteiten daarvoor nodig zijn en welke middelen hiervoor benodigd zijn. In de ramingen is rekening gehouden met de gevolgen van de nieuwe beleidsnota's "Activeren, waarderen en afschrijven (AWA)" en "Doorbelasting indirecte kosten". Deze nota's zijn in de Verenigde Vergadering van 27 september 2012 vastgesteld. Tot slot zijn, voor zover als mogelijk, actuele ontwikkelingen meegenomen als aanbestedingsresultaten en consequenties die volgen uit het beleidsplan "Sturen op Water. 1.4 Leeswijzer De opzet van de Programmabegroting is conform de verplichte bepalingen van het BBVW, waarbij gebruik wordt gemaakt van een programmaplan met de vijf programma's van het waterschap Hollandse Delta, te weten: Programma 1: Waterkeringen. Programma 2: Water. Programma 3: Zuiveren. Programma 4: Wegen. Programma 5: Algemene beleidstaken. Het programmaplan wordt afgesloten met het Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Conform het besluit van de Verenigde Vergadering van 24 mei 2012 is aan de programmabegroting de meerjarenraming toegevoegd. Dit laatste zowel beleidsmatig als financieel. In hoofdstuk 2 wordt in hoofdlijnen ingegaan op de financiële ontwikkelingen ten opzichte van het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017. Verder wordt in dit hoofdstuk de begroting naar kostendragers (de heffingen) gepresenteerd. In hoofdstuk 3 worden de programma's toegelicht. De programma's zijn opgedeeld in beleidsproducten. Voor 2013 is sprake van een nieuwe productenstructuur. Door de nieuwe structuur wordt de informatievoorziening aan de Verenigde Vergadering verbeterd. Per beleidsproduct worden de volgende onderwerpen toegelicht: - basisgegevens; - wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017; - wat willen we bereiken in 2013-2017; - prestatie-indicatoren; - wat gaan we daarvoor doen in 2013; - wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017. De prestatie-indicatoren zijn in deze programmabegroting nieuw opgenomen. Met de prestatieindicatoren worden de te realiseren beleidsdoelen geconcretiseerd. Door deze concretisering kan in de Buraps en in de Jaarstukken beter gerapporteerd worden over de voortgang en de realisatie van de beleidsproducten. Niet bij elk beleidsproduct zijn prestatie-indicatoren opgenomen. Een meetbare indicator is niet altijd beschikbaar. Elk programma wordt afgesloten met een overzicht "Wat mag het kosten". Voor de vergelijkbaarheid van de cijfers, zijn de realisatiecijfers 2011 en de cijfers van de begroting 2012 (na wijziging) omgezet naar de productenstructuur zoals die vanaf 2013 wordt gehanteerd. Hoofdstuk 4 geeft in een aantal verplichte paragrafen een verdieping in diverse zaken zoals waterschapsbelasting, toelichting op reserves en voorzieningen en het weerstandsvermogen. Hoofdstuk 5 bevat de exploitatiebegroting. De (meerjaren)begroting wordt weergegeven naar programma's en kosten- en opbrengstensoorten. Door de Verenigde Vergadering wordt de jaarschijf 2013 van de begroting vastgesteld. De cijfers van de jaren 2014 tot en met 2017 zijn indicatief opgenomen en worden niet vastgesteld. De opgenomen ramingen van de Programmabegroting 2012 betreffen de ramingen inclusief de begrotingswijzigingen zoals die tot en met de Verenigde Vergadering van 28 juni 2012 zijn vastgesteld (vaststelling jaarstukken en Burap 1-2012). - 4 -
De Lange Termijn Visie 2018-2028 is opgenomen in hoofdstuk 6 en in hoofdstuk 7 is het vaststellingsbesluit opgenomen. De begroting wordt afgesloten met een aantal bijlagen zoals de staten van reserves en voorzieningen, de staat van personeelslasten en formatie en het overzicht van geplande investeringsprojecten met toelichting. Tevens is een lijst van afkortingen opgenomen. - 5 -
2 Bestuurlijke samenvatting 2.1 Financiële ontwikkelingen Analyse ontwikkeling exploitatiesaldi 2013-2017 Op 28 juni 2012 is het Meerjarenbeleidsplan (MJBP) 2013-2017 door de VV vastgesteld. Afgezet tegen de geprognosticeerde saldi van dit MJBP geeft de financiële uitkomst van de begroting 2013, inclusief meerjarige doorvertaling van alle opgenomen mutaties, het volgende beeld: Omschrijving (bedragen x 1.000) (- = voordeel) 2013 2014 2015 2016 2017 Totaal resultaat MJBP 2013-2017 -961 0 0 0 0 Structurele mutaties Burap 1-2012 429 429 429 429 429 Mutaties Programmabegroting 2013-543 674 3.888 4.083 3.388 Resultaat Programmabegroting 2013-1.075 1.103 4.317 4.512 3.817 Toelichting structurele mutaties Burap 1-2012 In Bestuursrapportage 1-2012 is een aantal structurele mutaties opgenomen die niet verwerkt zijn in het MJBP 2013-2017. Beide P&C-producten zijn gelijktijdig door de Verenigde Vergadering vastgesteld, waardoor niet alle onderlinge effecten verwerkt konden worden. Met het vaststellen van de Burap op 28 juni 2012 zijn deze structurele mutaties geaccordeerd. Het betreft de volgende mutaties: Programma Beleidsproduct (bedragen x 1.000) 2013 2014 2015 2016 2017 Waterkeringen Behouden waterkeringen 138 138 138 138 138 Zuiveren Gezuiverd afvalwater 156 156 156 156 156 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering 135 135 135 135 135 Totaal mutaties 429 429 429 429 429 Toelichting mutaties begroting 2013 Hierna treft u een overzicht aan van de belangrijkste mutaties ten opzichte van het MJBP 2013-2017. In dit overzicht zijn de mutaties van 50.000 of groter opgenomen. Omschrijving (bedragen x 1.000) (- = voordeel) 2013 2014 2015 2016 2017 Programma Waterkeringen: 1. Lagere subsidie provincie beheer en onderhoud 26 26 26 26 310 prim.waterkeringen 2. Beëindigen rattenbestrijding Hoekse Waard 80 80 80 80 80 3. Muskusrattenbestrijding -143-143 -143-143 -143 Programma Water: 4. Bijdrage aan GR Aquon waterbodemonderzoeken 20-155 -145-170 -170 5. Groot onderhoud technische werken (gevolg 1.690 579 865 1.010 1.085 nota AWA) 6. Monitoring watersysteem (bijdrage Aquon en -66 221 263-385 -197 overige kosten) 7. Verwijderen bagger met duwboot 76 76 76 76 76 Programma Zuiveren: 8. Bijdrage aan Rotterdam transportleidingen -230-230 -230-230 -230 9. Ontvangsten van andere overheden i.v.m. door -123-43 -43-43 -43 WSHD uitgevoerd onderhoud 10. Te hoog geraamde post overige goederen en -56-56 -56-56 -56 diensten getransporteerd afvalwater 11. Onttrekking uit reserve BBVW zuiveringsbeheer -129 12. Waterschapsbelasting zuiveringsinstallaties 150 150 150 150 150-6 -
Omschrijving (bedragen x 1.000) (- = voordeel) 2013 2014 2015 2016 2017 13. Groot onderhoud installaties 320 14. Elektra -115-127 -144-145 -146 15. Onttrekking uit reserve egalisatie subsidie SVI- 49 98 147 196 DRSH 16. Aanbesteding slibontwateringschemicaliën 127 127 127 127 127 17. Bijdrage HVC -127 Programma Wegen: 18. Bijdrage gemeenten wegbeheer -806-806 -806-806 -806 19. Gewenningsbijdrage fietspaden provincie Z-H -70-70 -70-70 -70 Programma Algemene beleidstaken: 20. Storting in voorziening pensioenen bestuur 100 100 100 100 100 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 21. Correctie waterschapsbelasting -684 353 3.689 4.007 2.490 22. Storting in reserve vervangingsinvesteringen 838 1.929 1.353 1.154 974 (nota AWA) 23. Hogere geactiveerde lasten -5.715-3.897-1.909-1.391-309 24. Egalisatie geactiveerde lasten 2.750 1.287-38 -460-1.112 25. Mutatie rente en afschrijvingslasten -1.716-1.462-1.398-832 -461 26. Bijdrage GR SVHW -69-97 -80-90 -90 Bedrijfsvoering: 27. Salariskosten 1.374 1.379 1.381 1.381 1.381 28. Incidentele vervanging hardware 89-89 29. Bijdrage st. Het Waterschapshuis 55 55 75 75 75 30. Inhuur personeel HWBP-projecten 1.965 1.610 947 851 421 Diverse kleine voor- en nadelen -154-172 -280-280 -244 Totaal -543 674 3.888 4.083 3.388 Programma Waterkeringen 1. Lagere subsidie provincie beheer en onderhoud primaire waterkeringen Op basis van de subsidieregeling Dijkversterkingsprojecten en beheer en onderhoud primaire waterkeringen wordt jaarlijks een vast bedrag ontvangen van de provincie Zuid-Holland. Dit bedrag heeft betrekking op de zeewering langs de Kop van Goeree. Op basis van de vigerende regeling is de raming van de te ontvangen bijdrage voor de jaren 2013 tot en met 2016 aangepast aan de werkelijkheid (verlaging met 26.000 per jaar). In 2017 komt de bijdrage geheel te vervallen (nadeel van 310.000). Bij de overdracht van het Rijk aan het toenmalig waterschap Goeree- Overflakkee van het beheer van de zeewering is vastgelegd, dat het waterschap vanaf 1 januari 1997 gedurende een periode van 20 jaar een bijdrage ontvangt. In 2016 wordt voor het laatst een bijdrage ontvangen. 2. Beëindigen rattenbestrijding Hoekse Waard Door WSHD werd in opdracht van de gemeente de rattenbestrijding in de Hoekse Waard uitgevoerd. De gemeente heeft deze opdracht beëindigd. Hierdoor vervalt de gemeentelijke bijdrage van 80.000 per jaar. 3. Muskusrattenbestrijding De bestrijding van de muskusratten wordt uitgevoerd door Waterschap Rivierenland. Op basis van een door dit waterschap opgestelde begroting kan de bijdrage structureel met 143.000 verlaagd worden ten opzichte van de in het MJBP 2013-2017 opgenomen raming. - 7 -
Programma Water 4. Bijdrage aan GR Aquon waterbodemonderzoeken Rekening is gehouden met de tarieven zoals opgenomen in de op 6 juli 2012 vastgestelde begroting van Aquon. Op deze tarieven is vanaf 2014 een kostenbesparing van 30% doorgevoerd in verband met de toepassing van waterkwaliteitskaarten. Voor 2013 stijgt de raming met 20.000. Voor 2014 wordt rekening gehouden met een daling van 155.000, in 2015 met 145.000 en voor 2016 en 2017 met 170.000. 5. Groot onderhoud technische werken (gevolg nota AWA) Conform de nieuwe nota Activeren, Waarderen en Afschrijven (AWA) worden in de begroting budgetten opgevoerd voor het uitvoeren van groot onderhoud aan de technische werken. Voor de jaren 2013 t/m 2017 wordt rekening gehouden met respectievelijk 1.690.000, 579.000, 865.000, 1.010.000 en 1.085.400. Voor de jaren 2013 t/m 2016 waren dit de bedragen waarmee rekening werd gehouden in de investeringsplanning. Voor 2017 is uitgegaan van een gemiddeld bedrag. Voor het grootschalig onderhoud wordt een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) opgesteld, die in 2013 wordt aangeboden aan de Verenigde Vergadering. In het MJOP wordt aangegeven welk onderhoud uitgevoerd moet worden en de kosten hiervan. Daarnaast wordt een doorkijk gegeven van tenminste 20 jaar. 6. Monitoring watersysteem (bijdrage Aquon en overige kosten) De meetnetten worden jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld. Dit heeft de afgelopen jaren tot een afnemende meetvraag richting het laboratorium geleid. Op basis van aangegane verplichtingen met het laboratorium wordt dit echter pas vanaf 2016 zichtbaar in de begroting. De budgetten zijn gebaseerd op de tarieven zoals opgenomen in de vastgestelde begroting 2013 van Aquon. Vanaf 2016 wordt rekening gehouden met dalende tarieven. Het college van D&H heeft voor de begroting 2013 een taakstelling opgelegd van minimaal 10% op de meetvraag. In de begroting 2013 is het aantal ILOW punten in dit product teruggebracht van ca. 1.870.000 naar ca. 1.530.000, een afname van 18%. Tevens wordt onder deze post rekening gehouden met overige jaarlijkse kosten met name voor het beheer van het grondwatermeetnet en externe ondersteuning voor projectmonitoring. 7. Verwijderen bagger met duwboot Ter uitvoering van de motie Platteeuw heeft de Verenigde Vergadering op 28 juni 2012 besloten om, gezien de kwetsbaarheid en de natuurwaarde van de drie sterren waterbergingslocaties, in deze gebieden de bagger te verwijderen met behulp van een duwboot. De structurele meerkosten worden geraamd op 76.000. Programma Zuiveren 8. Bijdrage aan Rotterdam transportleidingen De te betalen bijdrage aan de gemeente Rotterdam wordt structureel 230.000 lager vanwege de herziene exploitatie-overeenkomst. 9. Ontvangsten van andere overheden i.v.m. door WSHD uitgevoerd onderhoud Er wordt rekening gehouden met een hogere bijdrage van andere overheden voor het door WSHD uitgevoerde onderhoud. In 2013 een voordeel van 122.500 en de jaren daarna 42.500. 10. Te hoog geraamde post overige goederen en diensten getransporteerd afvalwater In het MJBP is een te hoge raming van 56.000 opgenomen voor overige goederen en diensten. 11. Onttrekking uit reserve BBVW zuiveringsbeheer Voor 2013 is sprake van een incidenteel voordeel door een bijdrage uit de reserve BBVW zuiveringsbeheer. Volgens de nota reserves en voorzieningen moet deze reserve in 2013 worden opgeheven. Het geraamde saldo op basis van de in het MJBP 2013-2017 geraamde onttrekkingen zou eind 2013 128.750 zijn. Dit bedrag valt in 2013 vrij ten gunste van de exploitatie. 12. Waterschapsbelasting zuiveringsinstallaties In het MJBP is nog geen rekening gehouden met de kosten voor de waterschapsbelasting van de zuiveringsinstallaties ad 150.000. Voor de waterlopen, primaire waterkeringen en wegen/wegbermen is wel rekening gehouden met de waterschapsbelasting. - 8 -
13. Groot onderhoud installaties Voor uit te voeren noodzakelijk groot onderhoud aan de locaties Dokhaven en Sluisjesdijk wordt in 2013 incidenteel 320.000 geraamd. Om inzicht te krijgen in de kosten van groot onderhoud vanaf 2014 wordt een onderhoudsbeheerplan opgesteld. Het streven is dat dit plan in de Verenigde Vergadering van juni 2013 vastgesteld wordt. Met de gevolgen van het nieuwe plan kan dan in de begroting 2014 rekening worden gehouden. 14. Elektra Op basis van het verbruik in 2011 en de vastgestelde energietarieven kan het budget voor elektriciteit worden verlaagd met 115.000 in 2013, 127.000 in 2014 en 145.000 voor de jaren 2015 t/m 2017. 15. Onttrekking uit reserve egalisatie subsidie SVI-DRSH De Reserve egalisatie subsidie SVI-DRSH is bedoeld voor de egalisatie van de ontvangen subsidie bouw slibverbrandingsinstallatie DRSH over 25 jaar. De onttrekking uit de reserve wordt met ingang van 2013 jaarlijks met 49.000 verlaagd, waardoor conform de nota reserves en voorzieningen in 2019 de laatste onttrekking plaats vind en de reserve dan ook uitgeput is. Door de jaarlijkse verlaging wordt voorkomen dat de reserve in 2018 negatief wordt. Tevens wordt hierdoor voorkomen dat er vanaf 2018 opeens een groot nadeel gedekt moet worden. 16. Aanbesteding slibontwateringschemicaliën Op basis van de resultaten van de aanbestedingsprocedure slibontwateringschemicaliën moet de raming voor grondstoffen slibontwatering structureel met 127.000 verhoogd worden. 17. Bijdrage HVC Er wordt rekening gehouden met een incidenteel voordeel van 127.000 omdat het tarief voor de slibverwerking door HVC voor 2013 lager is vastgesteld. Programma Wegen 18. Bijdrage gemeenten wegbeheer In het kader van de wet Herverdeling wegenbeheer wordt van gemeenten een bijdrage ontvangen in de kosten van het beheer van wegen. Op basis van de gerealiseerde ontvangsten in 2011 en 2012 wordt de raming structureel met 806.000 verhoogd. Deze verhoging ligt vast in de afspraken in het kader van de wet Herverdeling wegenbeheer. 19. Gewenningsbijdrage fietspaden provincie Z-H Van de provincie Zuid-Holland wordt een gewenningsbijdrage fietspaden ontvangen van 70.000. Dit is een inschatting. Nadat de provincie het provinciaal fietspadenplan 2012/2013 heeft vastgesteld wordt het definitieve bedrag bekend. Programma Algemene beleidstaken 20. Storting in voorziening pensioenen bestuur In de voorziening pensioen- en wachtgeldverplichtingen (vml) personeel en bestuur moet elk jaar minimaal een bedrag gestort worden voor de pensioenopbouw van de huidige bestuurders. Deze storting bestaat uit de inhouding op de salarissen van het werknemersdeel en het werkgeversdeel. In het MJBP is met deze storting geen rekening gehouden. Op basis van voor de jaarrekening 2011 uitgevoerde berekeningen moet er minimaal 100.000 per jaar gestort worden. Dit is een voorlopig bedrag. Op basis van nieuwe actuariële berekeningen, wordt in de tweede helft van 2012 berekend wat de exacte structurele storting moet worden. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 21. Correctie waterschapsbelasting In het MJBP 2013-2017 is rekening gehouden met een toename van de waterschapsbelasting om de meerjarige tekorten te compenseren. In de programmabegroting 2013 is een andere systematiek gekozen waarin een structurele stijging van de belastingopbrengst van 0,5 % ten opzichte van het belastingopbrengst 2012 is gehanteerd. - 9 -
22. Storting in Reserve vervangingsinvesteringen (nota AWA) Bij het vaststellen van de nota Activeren, Waarderen en Afschrijven (AWA) op 27 september 2012 is besloten de structurele voordelen als gevolg van de doorvoering van deze nota in te zetten ter dekking van toekomstige vervangingsinvesteringen. Op basis van dit besluit worden de voordelen gestort in een Reserve vervangingsinvesteringen. 23. Hogere geactiveerde lasten en 24. Egalisatie geactiveerde lasten Op basis van de nota AWA worden de kosten van de inzet van personeel (inclusief overhead) voor de realisatie van investeringsprojecten toegerekend aan deze projecten. Tot en met 2011 gebeurde dit alleen voor de HWBP-projecten. Op basis van een inventarisatie van de naar verwachting te besteden uren aan de projecten zijn de financiële gevolgen voor de begroting als volgt: Omschrijving (bedragen x 1.000) (- = voordeel) 2013 2014 2015 2016 2017 Raming MJBP 2013-2017 (HWBP) 1.800 1.800 1.800 1.800 1.800 Verwachting te activeren volgens nota AWA (niet HWBPprojecten) 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Totaal 2.800 2.800 2.800 2.800 2.800 Raming begroting 2013-2017: HWBP-projecten, inclusief inhuur (subsidiabel) 5.286 4.328 2.639 1.776 1.116 Overige projecten 2.229 1.369 1.070 1.415 993 7.515 5.697 3.709 3.191 2.109 verschil -4.715-2.897-909 -391 691 dekking inhuur t.b.v. HWBP (zie punt 29) 1.965 1.610 947 851 421 Extra ontlasting exploitatie t.o.v. aannames MJBP en AWA -2.750-1.287 38 460 1.112 Uit dit overzicht blijkt dat het in de jaren 2013 en 2014 te activeren bedrag aan personeelslasten hoger ligt dan aangenomen in de nota AWA en in het MJBP 2013-2017. Het extra budgettaire voordeel voor de exploitatie 2013 is 2.750.000. Vanaf 2015 daalt het te activeren bedrag substantieel. De nu geraamde te activeren bedragen moeten worden gezien als een indicatie. In de praktijk moet blijken of deze inzet inderdaad gerealiseerd wordt. Gezien deze onzekerheid wordt voorzichtigheidshalve voorgesteld om de geconstateerde verschillen te egaliseren door het instellen van een "Egalisatiereserve geactiveerde lasten". De nu geconstateerde voordelen voor 2013 en 2014 worden gestort in deze reserve en de vanaf 2015 berekende nadelen komen ten laste van deze reserve. Na afloop van 2013 wordt op basis van de realisatie geëvalueerd wat de werkelijke gevolgen zijn van de beleidswijziging op basis van de nota AWA en kan een besluit worden genomen over de inzet van deze reserve. 25. Mutatie rente en afschrijvingslasten Als gevolg van mutaties in de investeringsprojecten en de doorvoering van de consequenties van de beleidsnota AWA (zie hierna het onderdeel "analyse investeringen") wijzigen de rente- en afschrijvingslasten ten opzichte van de raming in het MJBP 2013-2017. Tevens wijzigen de rentelasten in verband met een gewijzigde financieringsbehoefte doordat investeringen in de tijd verschuiven. Bij de berekening van de rentelasten voor nieuw aan te trekken kortlopende geldleningen is 1% aangehouden en voor langlopende geldleningen 3,5%. Voor de rente- en afschrijvingslasten ontstaat dan het volgende beeld: Omschrijving (bedragen x 1.000) 2013 2014 2015 2016 2017 Rentelasten Gemiddelde financieringsbehoefte 94.610 126.834 129.097 131.377 145.411 Financiering met kortlopende middelen (kasgeldlimiet) 35.000 35.000 35.000 35.000 35.000 Financiering met langlopende middelen (restant) 59.610 91.834 94.097 96.377 110.411 Rentelasten: - 10 -
Omschrijving (bedragen x 1.000) 2013 2014 2015 2016 2017 Afgesloten vaste geldleningen (zie bijlage 4) 10.401 9.922 9.469 9.032 8.608 Rente kortlopende geldleningen 350 350 350 350 350 Rente af te sluiten langlopende leningen 1.967 3.196 3.355 3.470 3.970 Totaal rentelasten 12.718 13.468 13.174 12.852 12.928 Ten laste van onderhanden werk (bouwrente) 1.422 2.060 1.560 1.343 1.764 Netto-rentelasten ten laste van de programma's 11.296 11.408 11.614 11.509 11.164 In MJBP 2013-2017 geraamde nettorentelasten 10.898 11.066 12.041 11.795 11.584 Verschil (- = voordeel) 398 342-427 -286-420 Afschrijvingslasten Nu geraamde afschrijvingslasten 22.897 23.825 25.944 26.296 25.800 In MJBP 2013-2017 geraamde afschrijvingslasten 25.011 25.629 26.915 26.842 25.841 Verschil (- = voordeel) -2.114-1.804-971 -546-41 Totaal verschil kapitaallasten (- = voordeel) -1.716-1.462-1.398-832 -461 26. Bijdrage GR SVHW De bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling SVHW geeft op basis van de vastgestelde begroting 2013 en de meerjarenraming 2014-2017 van de regeling een voordeel. Het betreft hier de heffing en invordering van de belastingen. Bedrijfsvoering 27. Salariskosten De stijging van de salariskosten wordt veroorzaakt door de nieuwe CAO die in 2012 met terugwerkende kracht is afgesloten en een looptijd heeft van 2 jaar (2012 en 2013). De structurele verhoging is 3,04%. De verhoging is opgebouwd uit een verhoging van het individueel keuzebudget (IKB) van 1% in 2012 en 1,04% in 2013. Verder worden de lonen per 1 januari 2013 structureel gemiddeld met 1% verhoogd. 28. Incidentele vervanging hardware Door de samenwerking met WSRL wordt de geplande vervanging van de IT-infrastructuur verschoven naar 2014. Hierdoor is in 2013 een budget nodig voor incidentele vervanging en uitbreiding. In 2014 wordt de IT-infrastructuur in de serverruimte vervangen, waardoor in dat jaar een lager budget nodig is voor incidentele vervanging en uitbreiding. Om de optimale beschikbaarheid van applicaties en toepassingen te kunnen garanderen is er vanaf 2015 weer een budget van 100.000 nodig. 29. Bijdrage st. Het Waterschapshuis Op basis van de begroting 2013 van de stichting Het Waterschapshuis moet rekening gehouden worden met hogere kosten van beheer en onderhoud, met name voor Z-info. In 2013 en 2014 zijn de extra lasten 55.000 en daarna structureel 75.000. 30. Inhuur personeel HWBP-projecten Op basis van bestaand beleid wordt voor de uitvoering van de HWBP-projecten personeel van derden ingehuurd. Deze inhuur is in het MJBP 2013-2017 niet geraamd. In de nu voorliggende begroting worden deze lasten wel geraamd. Dit is een budgettair neutrale aanpassing, omdat deze lasten subsidiabel zijn. Via de post geactiveerde lasten worden de kosten van de inhuur ten laste van de HWBP-projecten gebracht. Zie ook de cijfermatige opstelling hiervoor onder punt 22. Door de lasten wel te ramen in de begroting is een betere budgetbewaking mogelijk. - 11 -
2.2 Analyse investeringen In deze paragraaf zijn de mutaties in de investeringen ten opzichte van het MJBP 2013-2017 opgenomen. Hierna wordt eerst ingegaan op de nieuwe, gewijzigde en vervallen investeringen. Daarna wordt ingegaan op de gevolgen van de invoering van de beleidsnota Activeren, Waarderen en Afschrijven (AWA) voor de hoogte van de kredieten. Een integraal overzicht van de geplande investeringen is opgenomen als bijlage 7c. Nieuwe, gewijzigde en vervallen investeringen Programma Waterkeringen Onder dit programma worden de HWBP-projecten verantwoord. De ramingen van deze projecten zijn aangepast naar aanleiding van de gewijzigde subsidieregeling inzake de planvormingskosten en de actuele door het projectbureau HWBP goedgekeurde uitvoeringsramingen. Als gevolg van de invoering van de beleidsnota AWA wordt op alle grote projecten binnen WSHD rente tijdens de bouw toegerekend. Dit houdt in dat rentekosten die eerst in de exploitatie verantwoord werden, nu aan de projecten toegerekend worden waardoor de netto-investeringen van de projecten stijgen. Aan de projecten van het HWBP 2 wordt naar verwachting 3,8 miljoen aan rente tijdens de bouw toegerekend welke niet subsidiabel is. Hiervan is 377.000 al gerealiseerd. Voor de nog niet gerealiseerde bouwrente worden de kredieten nu met 3,4 miljoen verhoogd (zie bijlage 8). In de begrote kapitaallasten is hiermee rekening gehouden. Ten opzichte van het MJBP 2013-2017 is de volgende investering nieuw opgenomen: Omschrijving Jaar van Jaar van Bruto Bijdragen Netto (bedragen x 1.000) aanvraag realisatie investering en investering subsidies 1 Waterberging Volkerak Zoommeer 2014 2014 2.000 2.000 0 Toelichting: Eind september 2012 heeft de Staatssecretaris het SNIP3 besluit over de 'Noodberging Volkerak Zoommeer' ondertekend. Daarmee is het krediet beschikbaar gesteld om via een bestuursovereenkomst de noodzakelijke maatregelen binnen het Beheersgebied van Hollandse Delta uit te voeren. Deze maatregelen beperken zich tot het verbeteren van twee stel sluisdeuren in de gemeente Oostflakkee en het aanschaffen en operationeel maken van noodpompen t.b.v. het verzekeren van het regionale waterbeheer tijdens de inzet van de noodberging. Programma Water Ten opzichte van het MJBP 2013-2017 zijn de volgende investeringen nieuw opgenomen: Omschrijving (bedragen x 1.000) 1 PE-20 Vergroten watergang tussen Pomoma en Zuiderparkweg (peilvak 50.01-Z) Jaar van Jaar van Bruto aanvraag realisatie investering Bijdragen Netto en investering subsidies 2013 2013 50 50 2 Feijenoord (FE-20) prioritair knelpunt 2014 2014 145 145 3 Verbeteren zwemwaterkwaliteit zuidelijk Randpark 2014 2014 50 50 knelpunt 8 4 Peilbesluit (effectuering peilbesluit De Bosschen 2) 2014 2014 200 200 De nummers 2 en 3 betreffen een nadere invulling van de investering "Totaal prioritaire knelpunten" zoals opgenomen in het MJBP 2013-2017 (van 1.028.000 naar 861.000, zie hierna). - 12 -
Toelichting: 1. PE-20 Vergroten watergang tussen Pomoma en Zuiderparkweg (peilvak 50.01-Z) Door de bestaande watergang te verlengen ontstaat er meer waterberging in het gebied waar momenteel een wateropgave van 4 ha is bepaald. Hierdoor wordt een belangrijke stap gezet in de realisatie van de visie zoals verwoord in het geactualiseerde deelgemeentelijk waterplan voor de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. 2. Feijenoord (FE-20) prioritair knelpunt In 2012 is de persleiding en pomp onder de Slinge door gereed gekomen. Hierdoor is het mogelijk geworden het Zuiderpark van voldoende schoon water te voorzien. Dit schone water kan door de realisatie van dit project ook benut worden voor de deelgemeente Feijenoord. Hierdoor wordt een belangrijke stap gezet in de realisatie van de visie zoals verwoord in het geactualiseerde deelgemeentelijk waterplan voor de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. 3. Verbeteren zwemwaterkwaliteit zuidelijk Randpark knelpunt 8 In het projectgebied liggen 2 zwemplassen, Clarabos en Vrijenbos. De zwemwaterkwaliteit is onvoldoende. Uit monitoring van de zwemwaterkwaliteit blijkt dat in de Plas Vrijenbos de aanwezigheid van te veel blauwalgen waterkwaliteitsproblemen oplevert. Van de Plas Sint Clarabos is de bacteriologische kwaliteit onvoldoende. De terreinbeheerder heeft al maatregelen getroffen op het droge terrein. Van verdere verbeteringen op dit punt hoeft weinig te worden verwacht. Beide zwemlocaties zijn kwetsbaar door hun geïsoleerde ligging en de daarmee gepaard gaande lange verblijftijd. Door de realisatie van de Blauwe Verbinding door het zuidelijk Randpark worden maatregelen effectief om de zwemwaterkwaliteit te verbeteren. 4. Peilbesluit (effectuering peilbesluit De Bosschen 2) Op 9 december 2004 (I0609575) heeft het algemeen bestuur van waterschap De Groote Waard het peilbesluit bemalinggebied De Bosschen vastgesteld (goedgekeurd GS 11-04-2005). De besluitvorming voorziet in de aanleg van een watergang en een peilverhoging, met als daaraan gekoppelde maatregel het herstel van drainage. Fase 1 van de peilverhoging is uitgevoerd. Voor fase 2 moet nog krediet beschikbaar worden gesteld. Dit betreft herdrainage a.g.v peilverhoging en aanleg hoofdwatergang. De afweging is gemaakt of het zinvol is om deze investering nog te doen aan het eind van de looptijd van het huidige peilbesluit. Het antwoord hierop is positief: de maatregelen zijn noodzakelijk en een nieuw peilbesluit zal in grote lijnen dezelfde uitkomst geven. Verder zijn de volgende investeringen gewijzigd of vervallen: Omschrijving Bruto Bijdragen Netto Mutatie t.o.v. MJBP 2013- (bedragen x 1.000) investering en investering 2017 subsidies Diversen Investeringen Sturen op Water (zie bijlage 7b voor de specificatie) 0 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water, 5.813.000 7103100084 Strat.grondaankABH-Cromstr&dykverst HWrd 1.200 1.200 T.b.v. strategische aankopen die niet via andere investeringen gedekt zijn. Diversen Nbw wateropgave 2011 t/m 2015 0 Vervallen, 1.250.000 toegevoegd aan totale NBW opgave landelijk gebied 7103100141 6b gemaal 10 m³/min met persleiding 0 Vervallen, 50.000, comform Burap 2-2012. 7103100213 Vervanging besturingssyst. gemalen & stuwen 0 Vervallen, 1.000.000, comform Burap 2-2012. 7103100264 TotaleNBW opgave stedelijk gebied tm2017 10.205 10.205 Verhoging met 1.250.000 t.l.v. vervallen posten Nbw wateropgave. Verlaging met 25.000 i.v.m. nieuwe investering (PE-20). - 13 -
Omschrijving Bruto Bijdragen Netto Mutatie t.o.v. MJBP 2013- (bedragen x 1.000) investering en investering 2017 subsidies Verhoogd met 412.000 bouwrente. 7103100265 Totaal prioritaire knelpunten 861 861 Verlaagd met 195.000 ter dekking van twee nieuwe investeringen en verhoogd met bouwrente. 7103300041 Neerslaggegevens 0 Vervallen, 70.000, comform Burap 2-2012. 7103300098 Persleid. Boergoensevliet-Lepelaarsingel 0 Vervallen, 96.000. Betrof oud waterplan Rotterdam Toelichting: Een groot deel van de vervallen investeringen betreft de actualisatie van de projectenlijst die was opgenomen in het Waterbeheerplan 'Sturen op Water'. Daarin was een totaal aan projecten voorzien van 8,3 miljoen (tevens opgenomen in het MJBP 2013-2017 blz. 160). In de VV is besloten dat de projectenlijst nader beschouwd zou worden, met als streven het investeringsniveau met ca. 6 miljoen te verlagen. De opgenomen projecten zijn vervolgens stuk voor stuk beoordeeld op nut en noodzaak. Daarbij is gebleken dat de vervallen projecten volgens huidige inzichten geen of onvoldoende toegevoegde waarde hebben. De totale verlaging ten opzichte van het MJBP 2013-2017 is 5,8 miljoen, waarmee de toezegging is geëffectueerd. Voor een specificatie van de vervallen projecten wordt verwezen naar bijlage 7b. In de begroting 2012 was rekening gehouden met een investering van 1.200.000 voor grondaankopen Cromstrijen. Ten tijde van het MJBP 2013-2017 was onzeker of er nog een noodzaak bestond deze investering aan te houden. Inmiddels is duidelijk geworden welke strategische aankopen in het gebied binnen de scope van deze investering vallen en waar nog geen dekking voor beschikbaar is middels andere investeringen zoals bijvoorbeeld het HWBP 2. Verder vervallen de investeringen 'Nbw wateropgave 2011 t/m 2015'. Dit is een budgettair neutrale wijziging omdat de investeringsbedragen zijn toegevoegd aan de investering 'Totale NBW opgave stedelijk gebied t/m 2017'. Het totaal beschikbare bedrag van deze investering is met 25.000 verlaagd ter gedeeltelijke dekking van nieuwe investeringen. Ook vervalt het krediet Vervanging besturingssystemen gemalen & stuwen. Deze vervanging maakt onderdeel uit van de vervanging van de totale aansturingshardware van de gemalen. Het is de bedoeling om uiteindelijk met één systeem verder te gaan. Het onderzoek hiervoor is nog niet afgerond. Daarom komt dit voor 2012 geplande krediet te vervallen (zie ook Burap 2-2012). Het krediet 'Totaal prioritaire knelpunten' is verlaagd met 195.000 ter dekking van twee nieuwe investeringen die hiervoor in tabel 1 zijn benoemd. Op basis van een oud waterplan van de gemeente Rotterdam was een krediet geraamd van 96.000 voor een persleiding Boergoensevliet-Lepelaarsingel. Van de gemeente is informatie ontvangen dat dit project niet doorgaat. Het krediet kan vervallen. Programma Zuiveren Voor het programma Zuiveren is alleen sprake van gewijzigde of vervallen investeringen. Het betreft de volgende posten: Omschrijving (bedragen x 1.000) 7304000052 Rwzi Rdam Dokh.afvalwatertrnsp (bydrrdam) Jaar van Bruto aanvraag investering Bijdragen Netto en investering subsidies Mutatie t.o.v. MJBP 2013-2017 2013 6.450 6.450 Verhoogd met 860.000 i.v.m. mutatie investeringsschema gemeente Rotterdam - 14 -
Omschrijving (bedragen x 1.000) 7304210008 Aankoop grond Rotterdam- Sluisjesdijk Jaar van Bruto aanvraag investering Bijdragen Netto en investering subsidies Mutatie t.o.v. MJBP 2013-2017 2012 0 Vervallen, 150.000. Verwerving is niet op korte termijn te verwachten. Toelichting: De bijdrage aan de gemeente Rotterdam voor afvalwatertransport naar de RWZI Dokhaven is op basis van de laatst beschikbare informatie van de gemeente verhoogd met 860.000. Met de gemeente Rotterdam zijn kostenverdelingen afgesproken voor de bij deze gemeente in eigendom en beheer zijnde afvalwatertransportsystemen naar de rwzi's Oostvoorne, Rozenburg, Hoogvliet en Dokhaven. In een aantal van deze systemen staan renovaties gepland voor de komende jaren. In de begroting 2012 en het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017 zijn hiervoor bedragen opgenomen. Per jaarschijf wordt financiering aangevraagd aan het bestuur. Het investeringsprogramma van Rotterdam is aan veranderingen onderhevig en de in de begroting opgenomen bedragen zijn gebaseerd op prognoses. Het voor 2013 in de Meerjarenbeleidsbegroting opgenomen bedrag van 5.590.000,- blijkt te laag te zijn. Door Rotterdam is kenbaar gemaakt dat in 2013 moet worden uitgegaan van een bijdrage van 6.450.000. Verder vervalt de geraamde investering aankoop grond Rotterdam-Sluisjesdijk omdat de verwerving van deze gronden niet op korte termijn te verwachten is. Programma Algemene beleidstaken De realisatie van de investering voor de Waterschapsverkiezingen ( 1.450.000) is verschoven van 2012 naar 2013 en 2014. Dit naar aanleiding van het besluit van het Rijk dat de verkiezingen in 2014 plaats vinden. Bedrijfsvoering In het kader van het Bestuursakkoord Water en de daaruit voortvloeiende werkafspraken Vergunningverlening en Handhaving wordt onderzocht of het gezamenlijk aanschaffen en beheren van een informatiesysteem voor Vergunningverlening en Handhaving voor zowel Rijkswaterstaat als de waterschappen mogelijk is. Waterschap Hollandse Delta wil in dit traject fungeren als koploperwaterschap. Wanneer blijkt dat de samenwerking nuttig, rendabel en mogelijk is, zal hiervoor in 2013 een investering gedaan worden. De hoogte van deze investering is nog niet bekend en is onder meer afhankelijk van het doorgaan van het project en het aantal waterschappen wat meedoet. Gevolgen beleidsnota AWA Op basis van de nieuwe beleidsnota AWA worden vanaf 2012 de personeelskosten die verband houden met de vervaardiging van investeringsprojecten toegerekend aan deze projecten. Hierbij gelden wel randvoorwaarden, namelijk dat de netto-investering 500.000 of hoger moet zijn en dat de inzet van het personeel minimaal 50.000 is. Deze randvoorwaarden gelden niet bij projecten waarbij de personeelskosten subsidiabel zijn. Een andere wijziging op basis van de beleidsnota AWA betreft de kosten van rente tijdens de bouw. Voorheen werden deze kosten niet vooraf geraamd in het investeringskrediet, maar gebeurde dit op basis van nacalculatie. Op basis van de nieuwe nota moet met de rente tijdens de bouw al in de kredietaanvraag rekening worden gehouden. In het investeringsoverzicht 2013-2017 dat is opgenomen in het MJBP 2013-2017 is met het bovenstaande nog geen rekening gehouden. Dit betekent dat de toen geraamde bedragen nog verhoogd moeten worden met de geraamde inzet van personeel en met de bouwrente. Een uitzondering betreft de inzet van personeel voor de HWBP-projecten. In die investeringsbedragen was al wel rekening gehouden met de inzet van personeel. Met de rente tijdens de bouw vanaf 2012 is in de HWBP-projecten nog geen rekening gehouden. Per investeringskrediet is (o.b.v. de criteria uit de beleidsnota AWA) beoordeeld of het geraamde bedrag moet worden verhoogd met de kosten van inzet van personeel en/of rente tijdens de bouw. - 15 -
In bijlage 7a is een overzicht opgenomen van de lopende investeringen waarvan het krediet verhoogd moet worden als gevolg van de nota AWA. In de berekening van de kapitaallasten (rente en afschrijving) is met de verhoging van de kredieten rekening gehouden. Als gevolg van de nota AWA wordt voor 2013 rekening gehouden met een te activeren bedrag in verband met de inzet van personeel van 2,2 miljoen (excl. HWBP). Zie verder de hiervoor opgenomen toelichting in de paragraaf Analyse ontwikkeling exploitatiesaldi 2013-2017 onder punt 21. - 16 -
2.3 Begroting naar kostendragers Conform artikel 4.9 lid d van het Waterschapsbesluit is in onderstaande staat de begroting naar kostendragers opgenomen. Op de verdeling van de begroting naar kostendragers wordt het totaal te heffen bedrag per belasting gebaseerd. Omschrijving (bedragen x 1.000) (- = voordeel) Realisatie 2011 Primitieve begroting 2012 Begroting 2013 Verschil t.o.v. 2012 Netto-lasten: Watersysteemheffing 57.673 61.053 63.809 2.756 Zuiveringsheffing 64.008 63.385 62.471-914 Wegenheffing 12.412 13.539 9.507-4.032 Totaal netto-lasten 134.093 137.977 135.787-2.190 Mutaties reserves: Watersysteemheffing -1.681 0 1.526 1.526 Zuiveringsheffing -2.247-615 353 968 Wegenheffing -785-469 -88 381 Totaal mutaties reserves -4.713-1.084 1.791 2.875 Te dekken door belastingopbrengsten 129.380 136.893 137.578 685 Netto-belastingopbrengsten: Watersysteemheffing -60.685-61.053-65.335-4.282 Zuiveringsheffing -58.552-62.770-62.824-54 Wegenheffing -12.245-13.070-9.419 3.651 Totaal belastingopbrengsten -131.482-136.893-137.578-685 Resultaat -2.102 0 0 0 Toelichting De verdeling van de netto-lasten is gebaseerd op de beleidsnota Doorbelasting indirecte kosten die door de Verenigde Vergadering op 27 september 2012 is vastgesteld. In paragraaf 2.3.1 is een specificatie opgenomen van de verdeling van de netto-lasten 2013 van de beleidsproducten naar de kostendragers. Bij de verdeling naar kostendragers is er vanuit gegaan dat het geraamde begrotingssaldo van 1.075.000 conform het voorstel aan de Verenigde Vergadering wordt gestort in de algemene reserve Algemene beleidstaken. Ten opzichte van de primitieve begroting 2012 (dit is de begroting exclusief begrotingswijzigingen) is sprake van een verschuiving van de lasten tussen de kostendragers. Deze verschuiving wordt veroorzaakt door de verwerking van de door de Verenigde Vergadering vastgestelde beleidsnota's "Activeren, Waarderen en Afschrijven" en "Doorbelasting indirecte kosten" en door de aanpassing van de productenstructuur die in de begroting 2013 is doorgevoerd. Verder worden de verschillen veroorzaakt door de mutaties in de directe kosten (zie de toelichting in paragraaf 2.1). Door deze mutaties stijgen de netto-lasten die betrekking hebben op de watersysteemheffing en dalen de netto-lasten van de beide andere heffingen. - 17 -
2.3.1 Specificatie verdeling beleidsproducten naar de kostendragers Omschrijving (bedragen x 1.000) (- = voordeel) Totaal Watersysteemheffing Zuiveringsheffing Wegenheffing 1. Waterkeringen 100 Plannen, instrumenten en registers Waterkeringen 2.157 2.157 0 0 110 Calamiteiten Waterkeringen 1.051 1.051 0 0 120 Behouden waterkeringen 4.597 4.597 0 0 130 Versterken waterkeringen 5.022 5.022 0 0 Totaal 1. Waterkeringen 12.827 12.827 0 0 2. Water 200 Plannen, instrumenten en registers Water 8.905 8.905 0 0 210 Calamiteiten water 230 230 0 0 230 Droge voeten/voldoende water/schoon en gezond water 25.818 25.818 0 0 250 Baggeren 4.947 4.947 0 0 260 Vaarwegbeheer 550 550 0 0 Totaal 2. Water 40.450 40.450 0 0 3. Zuiveren 300 Plannen, instrumenten en registers Zuiveren 2.586 0 2.586 0 310 Calamiteiten Zuiveren 31 0 31 0 320 Gezuiverd afvalwater 53.726 0 53.726 0 Totaal 3. Zuiveren 56.343 0 56.343 0 4. Wegen 400 Plannen, instrumenten en registers Wegen 832 0 0 832 410 Calamiteiten wegen 104 0 0 104 420 Verkeersveiligheid 6.191 0 0 6.191 430 Berijdbaarheid 1.306 0 0 1.306 Totaal 4. Wegen 8.432 0 0 8.432 5. Algemene beleidstaken 510 Bestuur 2.604 1.042 1.302 260 520 Externe communicatie 1.610 644 805 161 530 Waterwet 6.774 6.097 677 0 Totaal 5. Algemeen 10.988 7.783 2.784 421 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 610 Dividenden en bonusuitkeringen 0 0 0 0 620 Overige baten en lasten 4.872 1.948 2.436 488 640 Rente en afschrijvingslasten 299 120 149 30 690 Onvoorzien 500 200 250 50 699 Exploitatieresultaat 1.075 481 509 86 Totaal 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 6.747 2.749 3.344 654 Nettolasten 135.787 63.809 62.471 9.507 Belastingopbrengsten Watersysteemheffing 65.335 65.335 Zuiveringsheffing 62.824 62.824 Wegenheffing 9.419 9.419 Totaal nettobelastingopbrengsten 137.578 65.335 62.824 9.419 Resultaat voor bestemming (- = voordeel) -1.791-1.526-353 88 Mutaties reserves Onttrekkingen aan reserves -2.023-1.554-469 Toevoegingen aan reserves 3.814 1.526 1.907 381 Totaal mutaties reserves 1.791 1.526 353-88 Resultaat na bestemming 0 0 0 0-18 -
2.4 Dekking In de vastgestelde uitgangspunten van de begroting 2012 is bepaald dat de belastingopbrengst een reguliere begrotingspost is. Voor de begroting 2013 is ervoor gekozen om, in het verlengde van genoemd uitgangspunt, de belastingopbrengsten jaarlijks (structureel) met 0,5% te verhogen. Hierbij is de belastingopbrengst 2012 de uitgangswaarde. Op basis hiervan ontstaat voor de Programmabegroting 2013 het volgende beeld voor de belastingopbrengsten: Omschrijving (bedragen x 1.000) 2012 2013 2014 2015 2016 2017 Initieel geraamde netto belastingopbrengst 136.893 136.893 137.578 138.265 138.956 139.651 Structurele verhoging (0,5 %) 684 688 691 695 698 Totale belastingopbrengst 136.893 137.578 138.265 138.956 139.651 140.349 Noodzakelijke belastingopbrengst 136.502 139.368 143.274 144.163 144.167 Saldo (- = voordeel) -1.075 1.103 4.318 4.512 3.818 Voor de belastingopbrengst 2013 wordt voorgesteld de belastingopbrengst 2012, vermeerderd met 0,5%, te hanteren. - 19 -
3 Programmaplan 3.1 Samenvatting lasten per programma In onderstaande tabel zijn de netto-lasten per programma gespecificeerd: Programma (bedragen x 1.000) (- = voordeel) Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 1. Waterkeringen 13.167 15.426 12.827 15.593 18.189 18.443 19.543 2. Water 35.675 38.247 40.451 40.664 41.787 42.711 43.005 3. Zuiveren 58.643 60.657 54.789 56.000 57.517 57.725 57.323 4. Wegen 8.515 10.339 7.963 7.959 8.427 8.821 8.834 5. Algemene beleidstaken 8.980 9.483 10.988 10.718 11.361 11.324 11.244 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 4.402 706 9.485 8.434 5.993 5.138 4.217 Totaal netto-lasten 129.382 134.857 136.502 139.368 143.274 144.163 144.167 Belastingopbrengsten -131.484-136.893-137.578-138.265-138.956-139.651-140.349 Resultaat -2.102-2.036-1.075 1.103 4.318 4.512 3.818 Toelichting Ten opzichte van de Programmabegroting 2012 (na wijziging) is er sprake van verschuivingen tussen de programma's. Deze verschuivingen worden veroorzaakt door de doorvoering van de nieuw vastgestelde beleidsnota's "Activeren, Waarderen en Afschrijven" en "Doorbelasting indirecte kosten". Een andere oorzaak is de nieuwe productenstructuur. In de volgende paragrafen wordt, per programma, ingegaan op de beleidsproducten. Elk programma wordt afgesloten met een overzicht van de lasten en baten per beleidsproduct. Netto-lasten per programma 2013 1. Waterkeringen 2. Water 3. Zuiveren 4. Wegen 5. Algemene beleidstaken 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien - 20 -
3.2 Programma 1 - Waterkeringen Naam : Inhoud programma Omschrijving Het programma Waterkeringen betreft alle activiteiten van het waterschap die er op gericht zijn het stelsel van waterkeringen dat het beheergebied beschermt tegen overstroming nu en in de toekomst in stand te houden. 'Veilige Waterkeringen' zijn van groot maatschappelijk belang. Het onderwerp staat dan ook volop in de belangstelling. Het speelveld is in beweging: Enerzijds worden er in het kader van het Deltaprogramma Deltabeslissingen in 2014 voorbereid over een nieuw normenstelsel voor de primaire waterkeringen en voor het toepassen van het concept van meerlaagsveiligheid (MLV). Anderzijds is in het Bestuursakkoord Water in 2011 vastgelegd, dat de rol van het waterschap als dijkbeheerder meer tot uitdrukking moet komen. Dit betekent dat in de komende jaren een grote maatschappelijke aandacht is voor het effectief en efficiënt uitvoeren van dit programma. Algemene beleidsuitgangspunten De algemene beleidsuitgangspunten zijn vermeld in: De Europese Hoogwaterrichtlijn De Waterwet, waarin de voormalige Wet op de Waterkeringen is opgenomen De Waterschapswet, waarin de taken van het waterschap als dijkbeheerder zijn opgenomen Het provinciaal Reglement van waterschap Hollandse Delta Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de volgende ontwikkelingen: Het Deltaprogramma met de Deltabeslissingen in 2014 Het Bestuursakkoord Water en de daaruit voortvloeiende acties Kaderstellende beleidsnota's Het Beleidsplan Waterkeringen 'Kijk op Dijk en Duin' uit 2006 bevat de kaders en uitgangspunten op basis van de toen geldende wet- en regelgeving. Daarnaast vormt de Basisrapportage HWBP 2 het kader voor de dijkversterking. - 21 -
3.2.1 Plannen/instrumenten en registers waterkeringen Naam : Basisgegevens Omschrijving Plannen/instrumenten en registers waterkeringen Het formuleren en vastleggen van het beleidskader voor de reglementaire beheerstaak Waterkeringszorg. Het vaststellen en onderhouden van leggers en beheerregisters. Het monitoren van de standzekerheid van de waterkeringen. Kerngegevens 344 km primaire waterkeringen in beheer 435 km regionale waterkeringen in beheer Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De plicht tot het opstellen van overstromingsrisicobeheersplannen op grond van de Europese Hoogwaterrichtlijn. De opname in de Waterwet van de nieuwe regelgeving rond het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma en de nieuwe frequentie van toetsing van de primaire waterkeringen. De ontwikkeling van een nieuw normeringsstelsel voor de primaire waterkeringen. Het provinciaal onderzoek naar aanwijzing en eventuele normering van regionale keringen. De plicht tot bijhouden van leggers en beheerregisters, plicht tot uitbrengen periodiek verslag over de toestand van de waterkering, op grond van Waterwet of provinciale verordening waterbeheer. De wenst tot verregaande uniformering van waterschapinstrumenten in Unie van Waterschappen verband. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Opname van de dijkversterkingen voortvloeiend uit veiligheidstoetsing 3 op het nhwbp. We sturen aan op een goede aansluiting tussen de versterkingsprojecten van HWBP 2 en nhwbp. Vaststellen van uitvoeringsplan Waterkeringen 2013-2017. Voldoen aan de verplichting tot het opstellen van beheerplannen zoals die door andere overheden is vastgesteld. Voldoen aan de plicht tot het onderhouden van actuele leggers en beheerregisters. Harmonisering en onderbouwing van de wijze waarop keurzones rond waterkeringen worden vastgesteld tussen de dijkringen van het waterschap. Bescherming van de benodigde ruimte voor eventuele dijkversterkingen door vaststelling in de legger van het Profiel van Vrije Ruimte. Duidelijkheid over aanwijzing en mogelijke normering van regionale keringen. Integratie van de toetsing van waterkeringen in het totale beheerproces, waardoor kennis over de keringen compleet en breed toepasbaar wordt. Planmatige aansturing van het inspectie- en onderhoudsproces. Adequate en actuele calamiteitenbestrijdingsplannen waterkeringen. - 22 -
Prestatie-indicatoren In 2015 is het beleidsplan Waterkeringen opgenomen in het beleidsplan Watersysteem Vaststellen van Overstromingsrisicobeheerplannen Vaststellen van Uitwerkingsprogramma Waterkeringen 2014 2016 Nulmeting streefwaarde 2013 1 streefwaarde streefwaarde 2015 1 1 streefwaarde streefwaarde 2017 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Start met het opstellen van meerjarenonderhoudsplannen. Beoordeling van de uitkomsten van de in 2012 uitgevoerde boezemkadetoets op financiële gevolgen (exploitatie en investeringen). Vaststellen van uitwerkingsprogramma Waterkeringen. Participatie in voor het waterschap relevante Deltadeelprogramma s. Opname van de WSHD dijkversterkingen uit toetsronde 3 in het nhwbp, bij voorkeur aansluitend aan HWBP 2 versterkingen. Uitvoering en oplevering van de verlengde derde toetsing primaire waterkeringen. Doel: percentage Geen Oordeel nadert nul. Verdere uitwerking van de aanwijzing en normering van regionale keringen, in samenwerking met provincie Zuid-Holland. Gegevens- en informatiebehoefte rondom de geografische informatie voor waterkeringen wordt vastgesteld. Mutaties vanuit vergunningen en projecten worden nagelopen en binnen 4 weken na ontvangst verwerkt in de registers. Herziening van de calamiteitenbestrijdingsplannen dijkdoorbraak primaire en regionale keringen, mede op grond van de uitkomsten van veiligheidstoetsingen. Evaluatie calamiteitenbestrijding afgelopen seizoen. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Volledige doorvoering van inspectieplannen en meerjarenonderhoudsplannen voor alle waterkeringen Voorbereiding van het dijkversterkingsprogramma voortvloeiend uit veiligheidstoetsing 3 Uitwerken plan van aanpak voor volgende veiligheidstoetsingen om zo ruim voor de start van toetsingen startklaar te staan. Integratie van het Beheerplan Waterkeringen in het volgende Waterbeheerplan. In de plannen wordt de doorwerking opgenomen van nieuwe normering en Hoogwaterrichtlijn. Samenstellen van geharmoniseerde leggers voor de waterkeringen, op grond van uniforme en reproduceerbare definities, in overeenstemming met de UvW modellen. Leggers en beheerregisters worden actueel gehouden volgens een vaste procesbeschrijving. Voortdurende actualisatie van calamiteitenbestrijdingsplannen. Zo nodig herziening. Samenwerking met collega waterschappen bij de opleiding en training en oefening van de calamiteitenorganisatie. - 23 -
3.2.2 Calamiteiten waterkeringen Naam : Basisgegevens Omschrijving Calamiteiten waterkeringen Calamiteitenbestrijding Het plan en doelmatig bewaken van de waterkeringen in bedreigende situaties en het (doen of laten) treffen van maatregelen om de waterkerende functie te waarborgen en de gevolgen van calamiteiten te beperken. Bestrijding van muskus- en beverratten Doelmatige bestrijding van plaagsoorten die de standzekerheid van de waterkering aantasten. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De Waterwet: het waterschap dient doeltreffend op te treden bij gevaar. De Wet Veiligheidsregio s: Implementatie van netcentrisch werken. Het landelijk draaiboek Hoogwater en Overstroming. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Een qua omvang, uitrusting, opleidingsniveau en training op haar taak toegeruste calamiteitenorganisatie Waterschap Hollandse Delta pleit voor een goede samenhang in meerlaagse veiligheid. WSHD wil slagvaardig kunnen zijn in het bestrijden van calamiteiten, waarbij voor wat betreft de dijkwachtorganisatie een tweede shift wenselijk is. Hiervoor is in de planperiode een gestage groei van de vrijwilligersgroep noodzakelijk. De voorraad aan middelen moet toereikend zijn om zonder tijdverlies noodzakelijke maatregelen slagvaardig te kunnen treffen. Goed opgeleide medewerkers en vrijwilligers in het dijkleger zijn essentieel. Doelmatige bestrijding van muskus- en beverratten. Prestatie-indicatoren gemiddelde bezettingsgraad opgeroepen WAC's en dijkposten op afgesproken tijdstip % van de bij de dijkbewaking ingedeelde personeelsleden en vrijwilligers die de opleidingen en trainingen hebben bijgewoond Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 67,5% 75% 80% 80% 80% 80% 70% 75% 80% >80% >80% >80% Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Opleiding, training en oefening van de calamiteitenorganisatie en de dijkbewakingsorganisatie De uitrusting van de calamiteiten- en dijkwachtorganisatie wordt permanent op niveau gehouden. Deelname aan voorbereiding en uitvoering van de oefening Natops. Dijkpostonderkomens worden op orde gebracht. De bestrijding van muskus- en beverratten wordt samen met onze partners uitgevoerd. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Zie 2013. - 24 -
3.2.3 Behouden waterkeringen Naam : Basisgegevens Omschrijving Behouden waterkeringen Het met beheer en onderhoud waarborgen van het waterkerend vermogen van de waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. Uitvoering van, en toezicht op onderhoudswerkzaamheden aan de waterkeringen en daarin gelegen waterkerende kunstwerken en specifieke voorzieningen, die in beheer zijn bij het waterschap. Hieronder vallen zowel primaire, regionale als overige keringen. Het onderhoud omvat ook de bestrijding van plaagsoorten die de standzekerheid van de waterkering aantasten. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De Waterwet Het waterschap voert het regulier onderhoud uit binnen de kaders van de Flora- en Faunawet. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Een volledige overstap van jaarlijkse onderhoudsbudgetten naar onderhoud en budgettering volgens een meerjarenonderhoudsplanning. Erosiebestendige grasbekleding op de groene waterkeringen. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren In 2013 wordt een aanvang gemaakt met het uitvoeren van onderhoud op basis van meerjarige onderhoudsplannen. Het onderhoudsbudget voor 2014 zal worden vastgesteld op basis van die meerjarige onderhoudsplannen. Start met het inspecteren volgens inspectieplannen, minimaal twee maal per jaar. De systematiek voor het prioriteren, plannen en financieren van onderhoudswerken wordt nader uitgewerkt. De noodzaak tot aanbesteding van onderhoudswerk in de vorm van een meerjarig raamcontract (en de daaruit voortkomende "nadere overeenkomst onderhoud en glooiingen") zal nader beoordeeld en afgewogen worden. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Volledige overschakeling naar planmatig onderhoud. - 25 -
3.2.4 Versterken waterkeringen Naam : Basisgegevens Omschrijving Versterken waterkeringen Het tot stand brengen, vernieuwen, aanpassen en eventueel van derden overnemen van waterkeringen (inclusief kunstwerken) om het wettelijk vastgestelde beschermingsniveau van het bedijkte gebied in stand te houden. Hieronder zijn begrepen de primaire, regionale en overige waterkeringen plus de daarin opgenomen waterkerende kustwerken. Ook de specifieke voorzieningen die onder de noemer Brede Blik op of nabij waterkeringen worden getroffen zijn hieronder begrepen. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 In de Waterwet is bepaald dat beheerders van primaire waterkeringen periodiek toetsen of de keringen aan de gestelde veiligheidsnormen voldoen. Het tweede hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP 2), zoals dat nu in uitvoering is, bestaat uit projecten die in de eerste (2001) en de tweede (2006) toetsronde zijn afgekeurd. In het bestuursakkoord water is afgesproken dat de waterschappen en het Rijk vanaf 2014 ieder 50% gaan bekostigen. De bijdragen van de gezamenlijke waterschappen ten behoeve van het HWBP lopen op naar 131 mln. in 2014 en 181 mln. jaarlijks vanaf 2015. Daarnaast dragen de waterschappen ook de rentekosten die voortkomen uit de voorfinanciering van de projecten. De vergoeding van de voorbereidingskosten is vanaf 2012 gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van 15% van de uitvoeringskosten. Projecten voortvloeiend uit de derde toetsing (2011) en verlengde derde toetsing van de keringen in 2012 zullen deel uitmaken van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma (nhwbp). De financiering van dit programma is iets anders dan die van HWBP 2: Het uitvoerende waterschap is verantwoordelijk voor 10% van de kosten van versterkingswerken. Het aandeel van de gezamenlijke waterschappen daalt daarmee tot 40%. Bij de uitvoering van de projecten van het HWBP 2 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Minimumeisen: De uitvoering van het werk moet in lijn zijn met de leidraden en het addendum van het HWBP 2 Robuust: Bij het ontwerp van de te treffen maatregelen wordt rekening gehouden met ontwikkelingen die zich in de toekomst voordoen op basis van de huidige normen en vigerende leidraden. Sober: De maatregelen die genomen worden dienen louter tot doel het veiligheidsniveau van de dijk weer op orde te brengen. Doelmatig: De geleverde inspanningen en uitgaven leiden daadwerkelijk tot het behalen van het beoogde doel en de kosten staan in verhouding tot de opbrengsten. Innovatief: Er wordt binnen de HWBP 2 projecten actief gezocht naar de toepassing van innovatieve oplossingen die de doelstellingen van het HWBP 2 ondersteunen. Budgetneutraal: Het totale programma moet budgetneutraal zijn voor het waterschap Hollandse Delta. Uitzondering hierop zijn aanvullende maatregelen zoals extra robuustheid of Brede Blik maatregelen. Hierover vindt bestuurlijke besluitvorming plaats. Het Volkerak-Zoommeer zal voor eind 2015 worden ingericht voor waterberging bij piekwaterstanden in het benedenrivierengebied. Hiertoe zal het waterschap enkele kleine werken uitvoeren op kosten van het Rijk. - 26 -
Wat willen we bereiken in 2013-2017 De versterkingswerken die het waterschap uitvoert binnen het programma HWBP 2 zijn in 2017 afgerond. Daarmee voldoen waterkeringen die in toetsrondes 1 en 2 zijn afgekeurd weer aan de veiligheidsnorm. De totale omvang van het huidige programma is 74,6 km. Het HWBP 2 versterkingsprogramma blijft binnen de totale raming van 444 mln. Maatregelen die nodig zijn om het Volkerak-Zoommeer in te richten voor waterberging worden uitgevoerd binnen het daarvoor door het Rijk beschikbaar gesteld budget. Prestatie-indicatoren Uitvoering HWBP 2 versterkingsprogramma conform planning basislijn (juni 2011) in km (cumulatief) Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 15,6 15,6 33,4 33,4 40,8 61,6 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Voor veel projecten in het HWBP 2 zullen in 2013 de voorbereidingen voor de uitvoeringfase starten. Hierdoor zal er veel aandacht zijn voor het verkrijgen van toegang tot gronden van derden en het verleggen van kabels en leidingen. Tevens is binnen het programma een pilot gestart ten aanzien van nieuwe/innovatieve vormen van contracteren om marktpartijen te prikkelen met 'slimme' oplossingen te komen. In 2013 zullen deze aanbesteed worden. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren In de periode 2014-2017 zullen alle projecten van het HWBP 2 afgerond worden. In de projecten Oostmolendijk, Eiland van Dordrecht Oost en West is ervoor gekozen om extra robuustheid c.q. veiligheid aan te brengen om te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en normen. Het HWBP 2 is een groot en complex programma en een uitdaging om te beheersen. De komende periode zullen verdere stappen gemaakt worden om de organisatie en de processen te optimaliseren om zodoende de HWBP 2 projecten succesvol te managen en te beheersen. De werkzaamheden die in het beheergebied van Hollandse Delta nodig zijn om het Volkerak-Zoommeer in te richten voor waterberging. (Concreet: vervanging twee sets sluis keerdeuren en inrichting van enkele opstelplaatsen voor noodpompen.) Een calculatie van het benodigde budget voor versterking van afgekeurde delen boezemkade. - 27 -
3.2.5 Wat mag het kosten Uit het volgende overzicht blijkt de verdeling van de totale kosten van dit programma naar de verschillende beleidsproducten: Lasten/ baten Beleidsproduct Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 (bedragen x 1.000) Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 100 Plannen, instrumenten en 1.337 1.665 2.157 2.120 1.962 1.665 1.598 registers Waterkeringen 110 Calamiteiten Waterkeringen 668 855 1.051 1.064 1.077 1.075 1.067 120 Behouden waterkeringen 5.466 6.045 5.007 5.005 5.033 5.032 5.019 130 Versterken waterkeringen 8.309 9.236 5.022 7.813 10.527 11.081 11.984 Totaal Lasten 15.780 17.800 13.236 16.002 18.598 18.853 19.668 Baten 110 Calamiteiten Waterkeringen 0 0 0 0 0 0 0 120 Behouden waterkeringen -454-529 -409-409 -409-409 -125 130 Versterken waterkeringen -2.159-1.845 0 0 0 0 0 Totaal Baten -2.613-2.374-409 -409-409 -409-125 Netto-lasten programma Waterkeringen 13.167 15.426 12.827 15.593 18.189 18.443 19.543-28 -
3.3 Programma 2 - Water Naam : Omschrijving Inhoud programma Waterschap Hollandse Delta heeft als wettelijke taak de waterstaatkundige verzorging van zijn beheersgebied. Tot die taak wordt gerekend de zorg voor het watersysteem en de zorg voor het zuiveren van afvalwater. Algemene beleidsuitgangspunten De algemene beleidsuitgangspunten zijn vermeld in: de Waterwet de Waterschapswet het provinciaal Reglement van waterschap Hollandse Delta het coalitieprogramma 2009-2013 Kaderstellende beleidsnota's De belangrijkste beleidsnota vormt het Waterbeheerplan 2009-2015. In juni 2012 heeft de Verenigde Vergadering het uitwerkingsprogramma van het Waterbeheersplan (uwbp) vastgesteld. Hierin zijn concrete (tussen)doelen benoemd en heeft een prioritering van de uitvoeringsmaatregelen plaatsgevonden. Het uwbp vormt daarmee een belangrijke basis voor deze Programmabegroting 2013. Daarnaast is de Nota 'Strategie: Doelmatigheid in de afvalwaterketen voor WSHD' (2011) richtinggevend. - 29 -
3.3.1 Plannen/instrumenten en registers water Naam : Plannen/instrumenten en registers water Basisgegevens Omschrijving Het opstellen van de strategische en tactische beleidskaders m.b.t. watersysteem en vaarwegen. Het voorbereiden, op- en vaststellen alsmede onderhouden van instrumenten die het beheer van watersystemen ondersteunen, waaronder wordt gerekend: - Peilbesluiten - Waterakkoorden - Legger waterlopen en kunstwerken - Beheersregister waterlopen en kunstwerken - Meetprogramma/monitoring waterkwantiteit en waterkwaliteit Het toetsen van plannen van derden (externe plannen) Kerngegevens - 7.200 km waterlopen in beheer Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Deltaprogramma In 2014 staan de Deltabeslissingen vanuit het Deltaprogramma geprogrammeerd. De consequenties voor het beheersgebied van WSHD worden in of na 2014 voorgelegd aan het bestuur. NBW opgave in relatie tot nieuwe klimaatscenario's In het Nationaal Bestuursakkoord Water is opgenomen hoe het waterschap zijn verantwoording neemt voor het anticiperen op de effecten van de klimaatsveranderingen op het watersysteem. Het waterschap is verantwoordelijk voor de toetsing. In het najaar 2013 komt het KNMI met nieuwe klimaatscenario s. Dit kan, na toetsing van alle peilgebieden, leiden tot veranderingen in de wateropgave. KRW opgave en nieuwe Stroomgebiedbeheerplannen In 2015 levert WSHD een bijdrage aan de tot standkoming van de nieuwe Stroomgebiedbeheersplannen (SGBP) voor Rijn en Maas. Ook is voorzien dat het tweede Nationaal Waterplan wordt vastgesteld door het Rijk, zodat de verschillende Deltabeslissingen in het beleid verankerd worden. In de tweede generatie SGBP's wordt een nieuwe lijst van KRW maatregelen vastgesteld op basis van de evaluatie van de reeds genomen maatregelen, zodat in 2027 de doelstellingen van een Goede Ecologische Toestand (GET) of een Goed Ecologisch Potentieel (GEP) in de verschillende waterlichamen gehaald worden. Grondwaterbeleid De grondwatertaak is ingebed binnen de operationele waterbeheertaak van Hollandse Delta (zowel qua regelgeving als qua organisatie). In Nederland loopt opnieuw een discussie waar de verschillende grondwatertaken uitgevoerd moeten worden. - 30 -
Wat willen we bereiken in 2013-2017 De volgende doelen worden gerealiseerd: Opstellen nieuw Waterbeheerplan 2016-2021. Het waterschap is conform de provinciale waterverordening verantwoordelijk voor het opstellen van een waterbeheerplan. In 2013 wordt gestart met het opstellen van het nieuwe waterbeheerplan, dat vanaf 2016 gaat gelden. Nadrukkelijk wordt samenwerking gezocht met waterschap Rivierenland. Bijdrage leveren aan het opstellen van het nieuwe Stroomgebiedbeheerplan 2016-2021 als invulling van de waterkwaliteitsopgave uit de Kaderrichtlijn Water. De maatregelen gaan onderdeel uitmaken van het nieuwe Waterbeheerplan 2016-2021. Uitvoering herijking meetnetten. In 2012 is nader onderzoek gedaan naar de omvang van de meetnetten. Na bestuurlijke vaststelling van de herijking zullen aanpassingen plaatsvinden. Het verder ontwikkelen van een meetnet op het gebied van de waterkwantiteit zodat beter verantwoording afgelegd kan worden over het peilbeheer, en getransporteerde waterstromen beter in beeld kunnen worden gebracht. Dit laatste opent de mogelijkheid dat het watersysteem beter gemodelleerd kan worden en effectiviteit van maatregelen beter vooraf kan worden ingeschat. Op basis van de evaluatie van het gevoerde grondwaterbeleid, dat in 2013 aangeboden zal worden, worden datzelfde jaar ter belsuirvorming concrete beleidskaders en tussendoelen op gesteld. Verder invulling geven aan het buitenlandbeleid van WSHD. Uitvoering geven aan het beleid om landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden te beschermen. Prestatie-indicatoren Aantal peilbesluiten herzien (cumulatief) Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 7 13 19 25 31 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren De volgende activiteiten worden uitgevoerd: Het opstellen van de Waterbeheerrapportage 2011/2012 en het opstellen van een Nota van aanbeveling bij de watersysteemrapportage (1e kwartaal 2013). In 2013 wordt een plan gemaakt om voor de in- en uitlaatpunten in het beheersgebied debietregistraties mogelijk te maken (2e kwartaal 2013). Op basis van de evaluatie van het gevoerde grondwaterbeleid zullen concrete beleidskaders en tussendoelen opgesteld worden (2e kwartaal 2013). Deelname aan verschillende werkgroepen uit het Deltaprogramma met reguliere terugkoppeling aan Directieraad en Dijkgraaf&Heemraden. Het uitvoeren van de watertoets voor 300-400 ruimtelijke plannen die jaarlijks aan het waterschap voorgelegd worden. In 2013 zal peilbesluit de Eendragt (pilot implementatie GGOR) voor vaststelling aan de Verenigde Vergadering worden voorgelegd. De zeven peilbesluiten, die op basis van het besluit van het college van september 2011 on-hold waren gezet, zullen in 2013 in procedure worden gebracht. Deelnemen aan LNC-commissie. Deelname aan overleg van Kaderrichtlijn Water West met reguliere terugkoppeling aan Directieraad en Dijkgraaf&Heemraden. Doorvoeren van een reductie van 30% op onze laboratorium meetinspanning. - 31 -
Participatie in internationale project Adama in Ethiopië in het kader van de 'Millennium Development Goals' onderdeel van het Schoklandakkoord tussen Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties. WSHD onderzoekt in samenwerking met waterschap Rivierenland in welke mate samenwerking bij calamiteitenbestrijding watersystemen voordeel kan opleveren (beleid en beheer noodmaterialen, uitwisseling van mensen). WSHD evalueert met veiligheidsregio's en gemeenten de multidisciplinaire samenwerking bij wateroverlast en watertekort (droogte), i.c. de uitvoering van het multidisciplinair Incidentbestrijdingsplan Extreem Weer dat in 2012 m.m.v. WSHD bij de VRR en VRZHZ tot stand is gekomen. WSHD ontwikkelt een Protocol Incidentmanagement Vaarwegen in afstemming met Rijkswaterstaat Zuid-Holland en het Havenbedrijf Rotterdam. Hiermee komt het Calamiteitenbestrijdingsplan Vaarwegen te vervallen. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Naast activiteiten zoals genoemd bij 'wat we gaan doen in 2013' ligt op de langere termijn de focus op: De legger zal in de periode 2014-2107 aangepast worden aan de nieuwe formats zoals vastgelegd in de nieuwe modellegger van de Unie van Waterschappen. In het kader van de uitvoering van de KRW en de Europese Richtlijn Zwemwateren wordt in 2015 aan Brussel gerapporteerd over de toestand van het watersysteem en de voortgang van de maatregelen. Het uitvoeren van onderzoek en het formuleren van maatregelen voor het tweede KRW Stroomgebiedsbeheerplan. Voor het maken van water- en stoffenbalansen, onder andere ten behoeve van de KRW en NBW-projecten, is het van belang de meetnetten voor waterkwaliteit en waterkwantiteit op elkaar af te stemmen. In 2013 wordt een plan gemaakt om voor de in- en uitlaatpunten in het beheersgebied debietregistraties mogelijk te maken en na vaststelling van dit plan zullen de maatregelen in de periode 2014-2017 worden uitgevoerd. - 32 -
3.3.2 Calamiteiten water Naam : Basisgegevens Omschrijving Calamiteiten water Bestrijding van afwijkingen van de gewenste hoeveelheid water dan wel de kwaliteit of ecologische toestand daarvan voor zover dat niet onder de normale bedrijfsvoering valt. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De acceptatiegraad van optredende (dreigende) calamiteiten wordt kleiner, zodat snel ingrijpen van steeds groter belang is. Met name de wijze waarop gecommuniceerd wordt, is hierin essentieel. De inspanningen zullen eerder toe dan afnemen. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Calamiteitenbestrijdingsplannen zijn actueel. Calamiteiten worden snel en adequaat bestreden. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren WSHD gaat de Calamiteitenbestrijdingsplannen voor watersystemen wateroverlast, watertekort en waterkwaliteit) integraal herzien naar aanleiding van: - de risicobeoordeling in het Calamiteitenplan op grond van de Watersysteemanalyse 2012; - de evaluatie van de droogte 2011; WSHD zorgt voor opleiding, training en oefening in calamiteitenbestrijding met betrekking tot watersystemen. Per werkgebied wordt tenminste 1 operationele oefening gehouden. WSHD controleert in elk werkgebied de werking van noodpompen aan de hand van proefopstellingen. Er zijn noodscenario's voor transport van water bij uitvallen van inlaatpunten vastgelegd - 33 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Naast de genoemde activiteiten worden in de periode 2014-2017 de volgende activiteiten uitgevoerd: Het 'beleid en beheer noodmaterialen", dat in samenwerking met waterschap Rivierenland wordt opgesteld, wordt in 2016 geëvalueerd en in 2017 herzien. Het protocol Incidentmanagement Vaarwegen wordt jaarlijks geactualiseerd, in 2016 geëvalueerd en in 2017 herzien. - 34 -
3.3.3 Droge voeten Naam : Basisgegevens Omschrijving Droge voeten Het verwerven, aanleggen en onderhouden van waterlopen en het verwerven, bouwen, onderhouden en bedienen van kunstwerken voor de passieve waterbeheersing. Kerngegevens 7.200 km waterlopen in beheer Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Het wettelijk kader is vastgelegd in de provinciale Waterverordening. Hierin is vastgelegd dat de landelijke waterbergingsopgave in 2015 ingevuld moet zijn en de stedelijke waterbergingsopgave in 2027. WSHD hanteert het jaar 2017 voor het landelijk gebied. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Doelstellingen wateropgave De NBW-opgave voor het landelijk gebied (464.000 m³) is geheel ingevuld. Ten minste 1/3 van de NBW-opgave voor het stedelijk gebied (101.000 m³)* is ingevuld. Doelstellingen regulier beheer en onderhoud Voor het landelijk gebied zijn gebiedsgerichte onderhoudsplannen, afgestemd op de doelen voor schoon water, opgesteld. Voor 11 gemeenten met stedelijk gebied is een gebiedsgericht onderhoudsplan voor baggeren en nat maaien beschikbaar. Er is een actueel beheer- en onderhoudsplan voor de peilregulerende kunstwerken. Prestatie-indicatoren Nulmeting streefwaarde streefwaarde streefwaarde streefwaarde streefwaarde 2013 2014 2015 2016 2017 NBW-opgave landelijk gebied in m3 464.000 403.000 342.000 202.000 140.000 0 NBW-opgave stedelijk gebied in m3 (1/3 van totaal tot 2027) 303.000 296.000 282.000 242.000 202.000 0 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Wateropgave Voor de 11 in het uitwerkingsprogramma Sturen op Water benoemde falende peilgebieden in het landelijk gebied is in de eerste helft van 2013 een plan van aanpak gereed. Regulier beheer en onderhoud In 2013 worden onderhoudsplannen voor het onderhoud van het watersysteem opgesteld. Opstellen van investeringsprogramma 2013-2016 voor stuwen en gemalen (1e kwartaal). Voor drie gemeenten (Oud-Beijerland, Dordrecht en Strijen) worden gebiedsgerichte maai onderhoudsplannen opgesteld (1e kwartaal). - 35 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Regulier beheer en onderhoud Voor 22 gemeenten worden concept bagger onderhoudsplannen opgesteld. Uitvoeren van de in 2013 opgestelde inspectiestrategie. Uitvoeren van grootschalig onderhoud volgens het in 2013 opgestelde onderhoudsplan. - 36 -
3.3.4 Voldoende water Naam : Basisgegevens Omschrijving Voldoende water Het verwerven, aanleggen en onderhouden van waterlopen en het verwerven, bouwen, onderhouden en bedienen van kunstwerken voor de actieve waterbeheersing. Het met behulp van regulerende kunstwerken (gemalen, hevels en stuwen) invloed uitoefenen op de aan- en afvoer van water t.b.v. de waterkwantiteit en waterkwaliteit. Kerngegevens - 3.000 regulerende kunstwerken - 83.231 ha bemalen gebied Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Een belangrijke ontwikkeling is het opstellen van het Deltadeelprogramma Zoetwater. Mogelijk komen hier maatregelen uit voort die WSHD in de (meerjaren)begroting moet opnemen. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Peilbeheer Het te leveren serviceniveau bij peilbeheer is bepaald en vastgelegd. Er is bepaald hoe knelpunten in het watersysteem die het peilbeheer belemmeren worden opgelost. Zoetwatervoorziening Optimalisatiemogelijkheden huidig doorspoelregime zijn bepaald en geïmplementeerd. Prestatieindicatoren Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 In 95% van de bemeterde 95 95 95 95 95 peilgebieden zijn de peilen 95% van de tijd gehandhaafd volgens vastgestelde peilbesluiten 100% registratie van peilschalen 100 100 100 100 100 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Peilbeheer, peilbesluiten en GGOR Uitvoeren onderzoek naar het opheffen van knelpunten in het watersysteem die het peilbeheer belemmeren (2e kwartaal 2013). Uitvoering van het project 'Peilbeheer door middel van stuwen'. In 2012 is een hoeveelheid van ca. 22 stuwen geïnventariseerd welke vervangen moeten worden. Hiervan worden in 2013 acht stuwen vervangen. Benoemen kpi serviceniveau peilbeheer. Zoetwatervoorziening Bijdrage leveren aan Deltadeelprogramma Zoetwater door deelname aan werkgroepen en de consequenties van voorstellen regionaal vertalen en beoordelen. - 37 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Zoetwatervoorziening Na de Deltabeslissing eind 2014 zijn kansrijke maatregelen voor het beheersgebied van Hollandse Delta opgenomen in de (meerjaren)begroting vanaf de planperiode 2016-2020. Implementatie van optimalisatiemogelijkheden huidig doorspoelregime. - 38 -
3.3.5 Schoon en gezond water Naam : Basisgegevens Omschrijving Schoon en gezond water Het verwerven, aanleggen en onderhouden van waterlopen en het verwerven, bouwen, onderhouden en bedienen van kunstwerken voor de waterbeheersing ten behoeve van waterkwaliteitdoelstellingen. Aanpak van bronnen van verontreiniging. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 In 2015 moeten de KRW stroomgebiedbeheersplannen (SGBP) voor Rijn en Maas opnieuw vastgesteld worden. In deze tweede generatie SGBP's zal een nieuwe lijst van KRW maatregelen moeten worden vastgesteld (zie 2.1 plannen/instrumenten en registers water) die in de periode 2016-2021 uitgevoerd moeten worden. De wetgeving rondom zwemwater zal aangepast worden. De uitwerking hiervan moet nog plaatsvinden; consequenties zijn dus nog niet bekend. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Doelstellingen Kaderrichtlijn Water Alle 252 rapportageplichtige uitvoerings-, onderzoeks- en beheer- en inrichtingsmaatregelen uit het eerste KRW stroomgebiedsplan zijn uitgevoerd. Hollandse Delta heeft bijgedragen aan het 2 e KRW stroomgebiedbeheersplan. De maatregelen uit het 2e stroomgebiedbeheersplan zijn geprogrammeerd. Waterkwaliteit blijft per waterlichaam minimaal op het niveau van de kwaliteit in het referentiejaar (geen achteruitgang). Doelstellingen zwemwater Alle aangewezen zwemwaterlocaties ten minste aan de zwemwaterkwaliteit (bacteriologisch) "aanvaardbaar", wat volgens de EU Zwemwaterrichtlijn reeds in 2015 als resultaatverplichting dient te zijn bereikt. Daarnaast zijn passende maatregelen genomen om de blootstelling aan blauwalgen te voorkomen. Voor zwemwaterlocaties die conform de EU zwemwaterrichtlijn vanaf eind 2015 vier jaar achtereen de zwemwaterkwaliteit "slecht" scoren en waarbij het niet in de macht van Hollandse Delta ligt om maatregelen te nemen, zal bij de provincie worden aangedrongen op het afvoeren van deze locaties. Doelstellingen visstandbeheer Alle in het KRW-maatregelenpakket genoemde rapportageplichtige maatregelen met betrekking tot visstandbeheer zijn uitgevoerd. De verspreiding van beschermde vissoorten is in beeld gebracht voor de gedragscode Flora- en Faunawet. Hollandse Delta heeft bepaald hoe wordt omgegaan met visplannen en welke rol het waterschap speelt in visstandbeheercommissies (VBC's). Prestatie-indicatoren KRW maatregelen zijn volgens planning in uitvoering (stuks/cumulatief) Nulmeting 70 (eind 2012) streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 107 134 182 219 252-39 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Kaderrichtlijn Water Vijf uitvoeringsmaatregelen in het bemalingsgebied De Eendragt (Hoeksche Waard) zijn heroverwogen op grond van nieuwe kennis. Het KRW maatregelpakket uitgedrukt in aantallen maatregelen wordt omgezet naar inhoud van maatregelen. Visstandbeheer Standpuntbepaling Visstandbeheer. Dit vormt de basis voor hoe Hollandse Delta met visplannen omgaat en aangeeft welke rol zij speelt in de Vis Beheers Commissies. Onderzoek naar verspreiding van beschermde vissoorten (visatlas Zuid- Holland) ten behoeve van de gedragscode Flora en Fauna wet. Agroranden De huidige subsidieregeling Agroranden stopt eind 2013.In 2013 zal een evaluatie van de agrorandenregeling opgesteld worden op basis waarvan de effecten van deze agroranden op de waterkwaliteit inzichtelijk zijn. Op basis van deze evaluatie wordt bepaald of en hoe de agrorandenregeling voortgezet wordt. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Kaderrichtlijn Water: Uitvoering van KRW maatregelenpakket uit het eerste stroomgebiedsplan (zie prestatie-indicator). Programmeren van maatregelen uit het 2e KRW stroomgebiedbeheersplan. - 40 -
3.3.6 Baggeren Naam : Basisgegevens Omschrijving Baggeren Het periodiek op diepte brengen van de watergang door het verwijderen van de aanwezige sliblaag waarbij minimaal de leggerdiepte bereikt moet worden. Kerngegevens 4.300 km waterlopen in periodiek onderhoud Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De normering van waterbodems is beschreven in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). Baggerspecie kan over het gehele aangrenzende perceel verspreid worden of op land- of waterbodem worden toegepast indien de kwaliteit dat toe laat. Het toepassen van grond en bagger is afhankelijk gesteld van de kwaliteit van ontvangende bodem, waarbij het stand-still beginsel van toepassing is. Vooral voor het nuttig toepassen van baggerspecie in (oude) zandwinputten zijn er (extra) mogelijkheden gekomen. Dat speelt ook in het beheersgebied van WSHD. Met de inwerkingtreding van de Waterwet valt de aanpak van verontreinigde waterbodems (tot boven de interventiewaarde) onder de Waterwet. Oude gevallen van ernstige verontreiniging die beschikt zijn als 'ernstig en spoedeisend' blijven onder de Wet Bodembescherming vallen. Er wordt niet meer gesproken over saneren, maar over herstellen van de gebiedskwaliteit. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Het verbeterprogramma baggeren is uitgevoerd conform het meerjarenbaggerplan 2012-2018 van Hollandse Delta vastgesteld door de VV in november 2011. Na de uitvoering van baggerwerk is elke watergang minimaal op leggerdiepte. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Ten aanzien van 2013 geldt de volgende prestatie: De uit te voeren baggerwerkzaamheden in het onderhoudsvak 2013 incl. stedelijke gebieden zijn op 31 december 2013 gereed. De uit te voeren beschoeiingswerken zijn op 31 december 2013 gereed. Op 31 december 2013 zijn de voor het functioneren van het watersysteem kritische achterstanden aan baggerwerk in het stedelijk gebied weggewerkt. In 2013 zal besluitvorming plaatsvinden over de instelling van een baggervoorziening. In deze voorziening zullen ook bedragen opgenomen worden voor het baggeren van projectmatige baggerwerken zoals het baggeren van grote watergangen. Prestatie-indicatoren Km waterloop (in onderhoud bij WSHD) dat voldoet aan norm (baggerprotocol) Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017-610 593 578 550 630-41 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren WSHD realiseert: Implementatie in organisatie en uitvoering conform het Meerjarenbaggerplan 2012-2018. De jaarlijkse opgave aan baggerwerken. Toezicht houden en handhaven op onderhoud door derden. Vanaf 2016 worden de eerste grote watergangen gebaggerd. - 42 -
3.3.7 Vaarwegbeheer Naam : Basisgegevens Omschrijving Vaarwegbeheer Het verwerven, aanleggen en onderhouden van waterlopen en het verwerven, bouwen, onderhouden en bedienen van vaarwegvoorzieningen. Kerngegevens 50 km vaarwegen Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Voor WSHD is het wettelijk kader voor het vaarwegbeheer (bakbeheer) de wet van 1982 ter zake van de overdracht van Rijkswaterstaatswerken naar het waterschap met inbegrip van het vaarwegbeheer. Voor het nautisch beheer is het waterschapsreglement met de Scheepvaartverkeerswet het wettelijk kader. Vaarwegenbeleidsplan Wat willen we bereiken in 2013-2017 Bepaling standpunt over de afbakening van nautisch beheer en recreatief medegebruik, waarbij dit beeld wordt gedeeld door waterschap, gemeenten en recreatieschappen. Bepaling standpunt over de beheersinspanning (weghalen overmatig plantengroei) met betrekking tot nautisch beheer. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren De werkzaamheden richten zich met name op onderhoud aan boeiwerken, remmingswerken, begroeiing van oevers en (vervanging van) bebording op basis van inspecties. Op grond van de herziening van het Vaarwegenbeleidsplan, waarbij de vaarintensiteit wordt bepaald, aanpassen van vergunningenregime. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren De nieuwe beleidsnota over het vaarwegbeheer 'Visie op Varen' wordt uitgewerkt in concrete meerjarenonderhoudsplannen, vergunningenbeleid etc. Streven naar een doelmatig onderhoud door uitbreiding van samenwerking met andere partijen ten aanzien van het baggeronderhoud en de bediening. - 43 -
3.3.8 Samenwerken met gemeenten Naam : Basisgegevens Omschrijving Samenwerken met gemeenten Uitvoering geven aan het Bestuursakkoord Water 2011 door (bestuurlijk) afspraken te maken met gemeenten, waterschappen en andere partners. Adviseren over gemeentelijke rioleringsplannen om er voor te zorgen dat de waterkwaliteits-, waterkwantiteits- en zuiveringsdoelen voldoende gewaarborgd zijn. Kerngegevens 18 gemeenten 22 zuiveringskringen (in 2017 nog 20) Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De zorgplicht voor waterschappen in de afvalwaterketen bestaat uit het zuiveren van afvalwater, dat ingezameld is door de gemeente. Ten aanzien van de taakafbakening binnen de afvalwaterketen dienen in goede samenwerking afspraken met gemeenten tot stand komen en (bestuurlijk) te worden vastgelegd. In het kader van de samenwerking worden met gemeenten ook afspraken gemaakt over de wijze van monitoren en sturen. Het Bestuursakkoord Water geeft een nadere richting hoe de doelmatigheid in de afvalwaterketen versterkt kan worden. Van belang zijn: - Bestuurlijk Akkoord Waterketen (BWK-2007) - Bestuursakkoord water (BAW-2011) - Nota 'Strategie: Doelmatigheid in de afvalwaterketen voor WSHD' (2011) - Waterwet Wat willen we bereiken in 2013-2017 Lozingen uit gemengde rioolstelsels zijn zoveel mogelijk voorkomen. Met de zes regio's zijn bestuurlijk afspraken gemaakt over de samenwerking in de afvalwaterketen ter uitvoering van het Bestuursakkoord Water. Uitvoeringsprogramma's zijn vastgesteld. Prestatie-indicatoren Per regio in samenwerking met gemeenten opstellen business cases voor het sturen in de afvalwaterkeren Nulmetinwaardwaardwaardwaardwaarde streef- streef- streef- streef- streef- 2013 2014 2015 2016 2017 0 1 2 3 5 6 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Adviseren op gemeentelijke rioleringsplannen. Voor één regio in samenwerking met gemeenten opstellen van een business case voor het sturen in de afvalwaterketen (ISA). - 44 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Adviseren op gemeentelijke rioleringsplannen. Voor de overige vijf regio's in samenwerking met gemeenten opstellen van een business case voor het sturen in de afvalwaterketen (ISA). Onderzoek om inzicht te krijgen in de werking van de afvalwaterketen. Prognoses voor het aanbod van afvalwater op de zuiveringen actueel houden. Protocollen voor monitoring en sturing opstellen. Coördineren en invullen van samenwerking tussen gemeenten en waterschap binnen de afvalwaterketen. - 45 -
3.3.9 Wat mag het kosten Uit het volgende overzicht blijkt de verdeling van de totale kosten van dit programma naar de verschillende beleidsproducten: Lasten/ baten Beleidsproduct Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 (bedragen x 1.000) Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 200 Plannen, instrumenten en 9.040 8.469 8.905 9.059 8.734 8.093 8.043 registers Water 210 Calamiteiten water 120 185 230 227 232 232 231 230 Droge voeten/voldoende 26.019 24.604 26.125 26.252 28.087 29.461 29.428 water/schoon en gezond water 250 Baggeren 4.105 6.668 6.404 6.138 5.005 5.765 5.848 260 Vaarwegbeheer 689 492 552 551 557 561 856 Totaal Lasten 39.973 40.418 42.217 42.228 42.615 44.112 44.406 Baten 200 Plannen, instrumenten en -650-43 0 0 0 0 0 registers Water 230 Droge voeten/voldoende -3.365-1.034-308 -68-68 -68-68 water/schoon en gezond water 250 Baggeren -281-1.094-1.457-1.570-834 -1.407-1.407 260 Vaarwegbeheer -2 0-2 -2-2 -2-2 Totaal Baten -4.297-2.171-1.767-1.640-904 -1.477-1.477 Netto-lasten programma Water 35.675 38.247 40.451 40.588 41.711 42.635 42.929-46 -
3.4 Programma 3 - Zuiveren Naam : Inhoud programma Omschrijving Het programma Zuiveren draagt zorg voor de bouw en exploitatie van zuiveringstechnische werken binnen de wettelijke eisen en bepalingen, nu en in de toekomst. In een continue cyclus worden zuiveringstechnische werken vernieuwd en uitgebreid en nieuwe zuiveringstechnologie ontwikkeld. Bij de exploitatie wordt gezorgd voor een optimale beschikbaarheid en effectieve inzet van de installaties en een zo goed mogelijk rendement. Algemene beleidsuitgangspunten De algemene beleidsuitgangspunten zijn vermeld in: Waterwet Waterbesluit KRW Wet Milieubeheer Activiteitenbesluit Klimaatakkoord Unie van Waterschappen Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie (MJA3) Bestuursakkoord Water 2011 Kaderstellende beleidsnota's Waterbeheerplan 2009-2015 Uitvoeringsprogramma waterbeheerplan 2013-2017 Nota 'Strategie: 'Doelmatigheid in de afvalwaterketen voor WSHD' (2011) Beleidsplan Duurzame Ontwikkeling 2010-2014 - 47 -
3.4.1 Plannen/instrumenten en registers zuiveren Naam : Basisgegevens Omschrijving Plannen/instrumenten en registers zuiveren Het formuleren en vastleggen van het strategisch beleid van het waterschap voor de reglementaire beheerstaak (Zuiveren). Tevens het vertalen van externe ontwikkelingen naar het Programma Zuiveren. Thema en gebiedsgerichte plannen: De activiteiten die het waterschap, veelal samen met gemeenten, kennispartners en bedrijven ontplooit in de sfeer van studies, (technologische) onderzoeken en plannen ter optimalisatie van de afvalwaterketen. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Wettelijke bepalingen: Waterwet Waterbesluit KRW Wet Milieubeheer Activiteitenbesluit Bestuurlijke akkoorden: Klimaatakkoord Unie van Waterschappen Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie (MJA3) Initiatief Energiefabriek Initiatief Grondstoffenfabriek Maatschappelijke ontwikkelingen: Overheidsbeleid t.a.v. energietransport Vraag naar transparantie en lage kosten Vraag naar innovatie; Aandacht voor Cradle to Cradle (C2C) benadering: maximale terugwinning van grondstoffen uit afval. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Het waterschap streeft naar een doelmatige aanpak in de (afval)waterketen in samenwerking met de gemeenten zoals vastgelegd in de Nota 'Strategie: 'Doelmatigheid in de afvalwaterketen voor WSHD' (2011). Vanuit het oogpunt van maatschappelijk verantwoord ondernemen streeft het waterschap naar een duurzaam beheer van de afvalwaterketen. De afspraken uit het klimaatakkoord zijn vastgelegd in het Beleidsplan Duurzame Ontwikkeling 2010-2014. Voor de Meerjarenafspraak Energie Efficiency (MJA3) is een Energie Efficiency Plan vastgesteld met doelstellingen tot op maatregelenniveau. Uitgangspunt is een efficiencyverbetering van 2% per jaar. Op het gebied van duurzaamheid wordt samengewerkt met HVC voor wat betreft de productie van duurzame energie en het terugwinning van grondstoffen uit het zuiveringsslib. Het streven naar toenemende transparantie en verantwoorde kosten vraagt om asset management met doorzicht in de kostenontwikkeling van installaties gedurende de totale levensduur (levenscyclusanalyse). - 48 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Het opzetten en invoeren van een asset management structuur op basis van levenscyclusanalyses zal inzicht geven in de kostenontwikkeling op de langere termijn en geeft een heldere basis voor het samenwerken met andere partijen. In samenwerking met HVC wordt onderzoek uitgevoerd naar verdere invulling van productie van duurzame energie en terugwinning van grondstoffen waaronder fosfaat. Om op termijn te kunnen voldoen aan een mogelijke aanscherping van de lozingseisen op de rwzi Rotterdam Dokhaven (afloop vergunning in 2020) en te komen tot een verduurzaming van het zuiveringsproces wordt onderzoek uitgevoerd naar het innovatieve proces Anammox in de hoofdstroom (Koude Anammox). Minimalisatie van het gebruik van chemicaliën wordt uitgewerkt in een praktijkstudie naar het verminderen van het Fe-verbruik op Dokhaven In het kader van de Energieafspraken worden diverse onderzoeken gedaan naar optimalisatie van de energie efficiëntie, zoals bijvoorbeeld de uitwisseling op Sluisjesdijk van warmte met het aan te leggen warmtenet in Rotterdam- Zuid. Om voorbereid te zijn op een aantal grootschalige vervangingen van bestaande installaties zal onderzoek worden uitgevoerd naar de optimale oplossing t.a.v. duurzaamheid en kosten voor: - vervanging van de beluchtinginstallatie van de B-trap van Dokhaven - uitvoering van een masterplan Sluisjesdijk waarbij de installatie toekomst zeker wordt gesteld. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren De volgende onderzoeken zullen in de planperiode onder andere worden aangevangen/doorgezet: De energiefabriek/ MJA- Optimalisatie energieverbruik en productie van duurzame energie. Grondstoffenfabriek - onderzoek naar de mogelijkheden van terugwinning van grondstoffen uit slib en afvalwater. Verdere uitwerking van het masterplan Sluisjesdijk. - 49 -
3.4.2 Calamiteiten Zuiveren Naam : Basisgegevens Omschrijving Calamiteiten Zuiveren Bestrijding van (dreigende) incidenten of calamiteiten op zuiveringen, rioolgemalen of (pers)leidingen voor zover dat niet onder de normale bedrijfsvoering valt. Het uitgangspunt bij de bestrijding, in welke vorm dan ook, is het beperken en wegnemen van het (dreigende) gevaar voor de waterstaatswerken, het beperken van milieuschade en het voorkomen van slachtoffers. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Waterwet Wet Milieubeheer Activiteitenbesluit Vergunningen Calamiteitenplan Wat willen we bereiken in 2013-2017 Calamiteitenbestrijdingsplan Zuiveren is actueel. Het bestrijdingsplan behandelt de gefaseerde bestrijding van de calamiteiten die stagnatie in de afvoer van rioolwater veroorzaken en die op kunnen treden bij de zuivering en het transport van rioolwater. Incidentenplannen en bedrijfsnoodplannen zijn actueel. Calamiteiten worden snel en adequaat bestreden. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Herziening calamiteitenbestrijdingsplan Zuiveren. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Integreren van calamiteitenbestrijdingsplan Zuiveren in gehele calamiteitenzorgsysteem. - 50 -
3.4.3 Gezuiverd afvalwater Naam : Basisgegevens Omschrijving Gezuiverd afvalwater Het door het bouwen, verwerven, beheren, onderhouden en bedienen van zuiveringstechnische werken, mogelijk maken dat afvalwater wordt getransporteerd, gezuiverd en geloosd, waarbij het ontstane zuiveringsslib en de andere restproducten van een rwzi die voor een eindbestemming worden aangeboden tot een eindproduct worden verwerkt. Onder zuiveringstechnische werken worden verstaan transportgemalen en leidingen, rioolwaterzuiveringsinrichtingen en slibverwerkingsinstallaties. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Wettelijke Bepalingen: 1. Waterwet 2. Waterbesluit 3. Wet Milieubeheer 4. Activiteitenbesluit; het onlangs ingevoerde activiteitenbesluit bepaalt dat installaties soms moeten voldoen aan algemene regels zonder dat een vergunning benodigd is. Het besluit heeft verder aangepaste richtlijnen ten aanzien van geur en geluid. Bestuurlijke Akkoorden: Klimaatakkoord Meerjarenafspraak Energie (MJA3) Maatschappelijke ontwikkelingen: Overheidsbeleid t.a.v. duurzaamheid en energietransitie Vraag naar transparantie en verantwoorde kosten Vraag naar innovatie Toetreding van de Zuid-Hollandse waterschappen tot HVC middels een Gemeenschappelijke Regeling. Wat willen we bereiken in 2013-2017 1. Voldoen aan normen en eisen: capaciteit afgestemd op overeengekomen afvalwateraanbod (tenminste 99% van de afnameverplichting); toegepaste technologie maakt voldoende zuiveringsrendement mogelijk; uitbreiding of aanpassing installaties als aangescherpte eisen dit noodzakelijk maken; tijdige renovatie van installaties om betrouwbaarheid te waarborgen. 2. Zuiveren tegen de laagste kosten: door continue verbetering wordt de efficiëntie verhoogd; kosten en prestaties zichtbaar gemaakt in Bedrijfsvergelijking ZB, Waterschapspeil en Waterschapsspiegel; renovatie/vervanging installaties op basis van levenscyclusanalyse. 3. Optimale beschikbaarheid en betrouwbaarheid installaties in relatie tot geaccepteerd risiconiveau. 4. Maximale veiligheid installaties, met als uitgangspunt dat er geen zware ongevallen kunnen optreden. 5. Maximaal haalbare duurzaamheid bij ontwerp en beheer installaties: minimaal energieverbruik / maximale energieterugwinning; minimaal chemicaliëngebruik; - 51 -
terugwinning van reststoffen; duurzaam bouwen; geen kostenverhogende effecten door maatregelen gedurende levensduur installatie. Prestatie-indicatoren Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 Getransporteerd afvalwater: Afnameverplichting 99,4% >99% >99% >99% >99% >99% Beschikbaarheid installaties 99,8% >98% >98% >98% >98% >98% Nalevingspercentage WvO 99% >98% >98% >98% >98% >98% vergunning Fosforverwijderingsrendement 85% 77,5% 77,5% 77,5% 77,5% 77,5% Stikstofverwijderingsrendement 80% 77,5% 77,5% 77,5% 77,5% 77,5% Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Beheer Het reguliere beheer van de installaties moet ertoe leiden dat de ruim 130 miljoen m3 gezuiverd afvalwater voldoet aan alle (vergunnings-)eisen. In de planperiode zal een verbeteringsslag t.a.v. prestaties en risico gemaakt worden door invoering van de Waterschapsbrede Controle Kamer (WCK): verdergaande technische automatisering; uniformering van installaties; centrale sturing. Voor het beheer van de zuiveringen gelden verder de volgende specifieke doelstellingen: de restvervuiling van de effluentlozingen op oppervlaktewater is minder dan 75.000 vervuilingseenheden; de energie-efficiëntie wordt jaarlijks verbeterd met 2% conform de afspraken van het MJA3-akkoord. Onderhoud Het reguliere onderhoud van de installaties moet leiden tot een optimale beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de installaties. Binnen het exploitatiebudget worden een reeks vervangingen en aanpassingen uitgevoerd. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Kortheidshalve wordt verwezen naar het in bijlage 7c opgenomen overzicht met geplande investeringen. - 52 -
3.4.4 Wat mag het kosten Uit het volgende overzicht blijkt de verdeling van de totale kosten van dit programma naar de verschillende beleidsproducten: Lasten/ baten Beleidsproduct Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 (bedragen x 1.000) Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 300 Plannen, instrumenten en 1.512 1.777 2.846 2.784 2.868 2.719 2.710 registers Zuiveren 310 Calamiteiten Zuiveren 1 12 31 31 31 32 32 320 Gezuiverd afvalwater 60.893 61.348 54.990 55.734 57.116 57.164 56.722 Totaal Lasten 62.405 63.137 57.867 58.548 60.016 59.914 59.463 Baten 300 Plannen, instrumenten en -760-146 -260-260 -260 0 0 registers Zuiveren 320 Gezuiverd afvalwater -3.002-2.334-2.818-2.288-2.239-2.190-2.141 Totaal Baten -3.762-2.480-3.078-2.548-2.499-2.190-2.141 Netto-lasten programma Zuiveren 58.643 60.657 54.789 56.000 57.517 57.725 57.323-53 -
3.5 Programma 4 - Wegen Naam : Omschrijving Inhoud programma Het programma Wegen richt zich op het ontwikkelen en in stand houden van een veilig wegennet (conform de doelstellingen van Duurzaam Veilig). Dit betekent dat het wegennet zodanig wordt beheerd, dat een goede verkeersveiligheid, berijdbaarheid en bereikbaarheid gewaarborgd zijn. De strategische visie, vastgelegd in het Wegenbeleidsplan 'Wegen naar de toekomst' zoals dat is vastgesteld door de Verenigde vergadering in maart 2008, is dat het waterschap een goed wegbeheerder wil zijn, met wegen van een goed kwaliteitsniveau en een daarop toegesneden organisatie. Algemene beleidsuitgangspunten De algemene beleidsuitgangspunten zijn vermeld in: Wegenwet, waarin de beheerswetgeving is opgenomen; Wegenverkeerswet, waarin de verkeerswetgeving is opgenomen; Waterschapswet, waarin is bepaald dat aan het waterschap ook andere taken kunnen worden opgedragen (in casu de Wegentaak); Waterschapsreglement waarin de wegentaak is belegd. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de volgende ontwikkelingen: evaluatie van de Wet herverdeling Wegenbeheer in 2013; evaluatie van de Wegenwet in 2013. Kaderstellende beleidsnota's De landelijke structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de Nota Mobiliteit Het Wegenbeleidsplan van 2008 bevat de kaders en uitgangspunten op basis van de toen geldende wet- en regelgeving. In 2012 is gewerkt aan het Uitvoeringsprogramma Sturen op wegen. Dit programma (het integrale tactische afwegingskader) waaruit een integraal maatregelenpakket voortvloeit wordt in 2013 in besluitvorming gebracht. - 54 -
3.5.1 Plannen/instrumenten en registers wegen Naam : Basisgegevens Omschrijving Plannen/instrumenten en registers wegen Het formuleren en vastleggen van het tactisch afwegingskader voor de reglementaire beheerstaak 'wegenbeheer' van het waterschap. Het bijdragen aan, opzetten, actueel houden en periodiek controleren van de beheersinstrumenten (legger gemeenten en beheerregister waterschap), teneinde de staat van de wegen zichtbaar te maken. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De belangrijkste wettelijke kaders voor dit programma zijn de Waterschapswet en het reglement voor WSHD, waarin de wegentaak is verankerd. Een landelijke evaluatie van de Wegenwet staat op het programma. Wat willen we bereiken in 2013-2017 De in het Wegenbeleidsplan aangegeven beleidslijn, te weten: streven naar optimale verkeersveiligheid en optimaal gebruik van de wegen en dat gebruik van de wegen overeenkomstig de functie wordt voortgezet. Tevens wordt hiermee duidelijkheid naar de omgeving gegeven op welke wijze het beheer van de wegen vorm wordt gegeven. Herziening van het Wegenbeleidsplan. De Wegenlegger wordt momenteel beheerd door de provincie. Ten behoeve van de eigen taakuitvoering beschikt het waterschap over een beheerregister van de wegen, waarin de feitelijke toestand (ligging, afmeting, vorm, constructie) is opgenomen. Doelstelling is om steeds een volledig en actueel beheerregister te hebben en houden. Prestatie-indicatoren 2015 2016 Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde streefwaarde streefwaarde 2017 Herziening Wegenbeleidsplan 1 Vaststellen uitvoeringsprogramma op basis van (huidig) Wegenbeleidsplan 1 Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Het Uitvoeringsprogramma Sturen op wegen en het op basis daarvan te ontwikkelen integraal maatregelpakket wegen (IMW) wordt in besluitvorming gebracht. De wegenbeheerrapportage wordt doorontwikkeld. In 2013 wordt de wegensysteemrapportage opgeleverd. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren In de planperiode ligt de focus op de herziening van het Wegenbeleidsplan en daarbij het actueel houden van het Uitvoeringsprogramma en het bijbehorende maatregelenpakket, monitoring en analyse. - 55 -
3.5.2 Calamiteiten wegen Naam : Basisgegevens Omschrijving Calamiteiten wegen Het optreden bij onverwachte gebeurtenissen die het normale gebruik ernstig hinderen voor zover dat niet onder de normale bedrijfsvoering valt. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Wegenwet, Wegenverkeerswet, Waterschapswet en Reglement voor WSHD. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Een actueel Incidentmanagementprotocol, met geoefend personeel. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Protocol incidentmanagement wegen vastgesteld; Operationele oefening incidentmanagement wegen gehouden. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren jaarlijkse evaluatie en actualisering protocol incidentmanagement; tweejaarlijkse operationele oefening. - 56 -
3.5.3 Verkeerveiligheid Naam : Basisgegevens Omschrijving: Verkeerveiligheid Activiteiten gericht op een verkeersveilig gebruik van de wegen en een gebruik zoveel mogelijk overeenkomstig de categorisering passend binnen de regionale en subregionale routenetwerken. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Verkeersveiligheid heeft in het programma Wegen prioriteit. Kaderstellend is de Nota Mobiliteit, waarin de nationale doelstelling voor 2020 is reductie van het aantal verkeersdoden tot 640 (-40% t.o.v. 2008) en reductie van het aantal ziekenhuisgewonden tot 13.500 (-30%). De overige wegbeheerders dienen aan deze doelstelling naar evenredigheid een bijdrage te leveren. Uit de trendanalyse van de Verkeersveiligheidsmonitor WSHD 2006-2010 blijkt dat het waterschap ruimschoots voldoet aan de landelijke doelstellingen voor wat betreft het terugdringen van het aantal ziekenhuisslachtoffers. Uit het aantal dodelijke verkeersslachtoffers is, gelet op het incidentele karakter, geen analyse te trekken. Het programma Duurzaam Veilig is hierbij kaderstellend. Het wettelijk kader is het reglement Verkeersregels en Verkeerstekens. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Een evenredige bijdrage aan de Rijksopgave voor wat betreft het terugdringen van het aantal doden en ziekenhuisgewonden op de waterschapswegen. Op basis van het in 2013 vast te stellen IMW zal - voor zover mogelijk - een nieuwe trendanalyse - met prestatie-indicatoren- worden gegeven. Optimalisering van het wegennet door het uitvoeren van het IMW v.w.b de verkeersveiligheid en wegcategorisering. Het waterschap plaatst, vervangt en onderhoudt OV en de VRI's permanent. Daarbij wordt rekening gehouden met maatschappelijke ontwikkelingen, duurzaamheid (bijvoorbeeld LED-verlichting) en kostenefficiency. Verhoging van de verkeersveiligheid door het uitvoeren van de preventieve gladheidbestrijding en het op peil houden van de strooivoorraden Op het terrein van het operationele verkeersmanagement rondom Rotterdam wordt onderzoek verricht naar centralisatie. Door het koppelen van alle installaties aan de centrale beheercentrale ontstaat een verbetering in het technisch beheer waarbij adequater kan worden ingespeeld op storingen. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Aanpak van de geplande investeringen voor verkeersveiligheid, categorisering, openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Zie 2013. (Eventuele) centralisatie van operationeel verkeersmanagement. Het in 2013 vastgestelde IMW wordt in uitvoering gebracht. Hierdoor komt de inrichting van de weg in overeenstemming met de categorisering van de weg. - 57 -
3.5.4 Berijdbaarheid Naam : Basisgegevens Omschrijving Berijdbaarheid Het aanleggen, verwerven, verbeteren en onderhouden van wegen, wegbermen, bermsloten, beplanting en kunstwerken wegbeheer. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Wegenwet, Wegenverkeerswet, en Wegenbeleidsplan WSHD. Wat willen we bereiken in 2013-2017 De focus ligt op handhaving van de beheerskwaliteit van het wegennet door duurzaam en doelmatig onderhoud. Op basis van het huidige Wegenbeleidsplan is de streefwaarde voor de beheerskwaliteit voor 2012 93%. Het huidige onderhoudsniveau op ligt 86% (op basis van inspecties en metingen volgens algemeen aanvaarde CROW systematiek). Het in 2013 vast te stellen IMW wordt geënt op het huidige Wegenbeleidsplan, waarbij derhalve een verbetering van het onderhoudsniveau wordt nagestreefd, zodat uiteindelijk het percentage van 93% wordt bereikt. In 2014 wordt het Wegenbeleidsplan herzien. Op basis van het herziene Wegenbeleidsplan worden streefwaarden eventueel bijgesteld. Prestatie-indicatoren Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 Beheerskwaliteit /onderhoudsstaat van het wegdek: voldoende 86% 86% 88% 89% 91% 93% matig 7% 7% 6% 6% 5% 4% laagste beheersniveau 7% 7% 6% 5% 4% 3% Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Uitvoeren van onderhoudsbestekken voor maaien, groot en klein asfaltonderhoud en kunstwerken in wegen. Aanpak van de geplande investeringen voor weginrichting conform het geldende investeringsschema. Aanbrengen van duurzame bermverharding. Opstellen kader maaibeleid. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Uitvoering van investeringen en exploitatie op basis van het IMW. - 58 -
3.5.5 Wat mag het kosten Uit het volgende overzicht blijkt de verdeling van de totale kosten van dit programma naar de verschillende beleidsproducten: Lasten/ baten Beleidsproduct Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 (bedragen x 1.000) Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 400 Plannen, instrumenten en 295 546 1.306 1.264 1.295 1.288 1.284 registers Wegen 410 Calamiteiten wegen 23 89 104 103 105 104 104 420 Verkeersveiligheid 7.480 6.985 6.386 6.486 6.793 6.707 6.672 430 Berijdbaarheid 8.713 9.885 8.272 8.211 8.338 8.356 8.409 Totaal Lasten 16.512 17.505 16.067 16.063 16.531 16.456 16.469 Baten 400 Plannen, instrumenten en -785-5 -5-5 -5-5 -5 registers Wegen 420 Verkeersveiligheid -205-189 -195-195 -195-195 -195 430 Berijdbaarheid -7.006-6.972-7.904-7.904-7.904-7.435-7.435 Totaal Baten -7.997-7.241-8.104-8.104-8.104-7.635-7.635 Netto-lasten programma Wegen 8.515 10.339 7.963 7.959 8.427 8.821 8.834-59 -
3.6 Programma 5 - Algemene beleidstaken Naam : Omschrijving Inhoud programma Dit programma betreft activiteiten van het waterschap die niet onder een inhoudelijk programma verantwoord kunnen worden. Het betreft de activiteiten die gericht zijn op het besturen van het waterschap, de externe communicatie en de uitvoering van de Waterwet. Algemene beleidsuitgangspunten Het college vormt een collegiaal bestuur en treedt als zodanig naar buiten. In de Verenigde Vergadering (VV) kunnen de verschillende groeperingen hun standpunt toelichten. De activiteiten van het waterschap worden breed bekend gemaakt. De beleidskeuzes van het bestuur en de uitvoering van de waterschapstaken moeten op een transparante en voor iedereen begrijpelijke wijze gecommuniceerd worden. Belanghebbenden worden vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, bij de planvorming betrokken. De uitvoering van de Waterwet heeft als doel om activiteiten van derden te reguleren, waardoor de inbreuk van deze activiteiten op de omgeving zijn geminimaliseerd en in overeenstemming zijn met de doelen van het waterschap. Kaderstellende beleidsnota's Reglement van bestuur voor het waterschap Hollandse Delta. Coalitieprogramma op hoofdlijnen 2009-2013. Gedragscode bestuurlijke integriteit Hollandse Delta. Organisatiebesluit WSHD. Mandateringsbesluiten WSHD. beleidsnotitie "Waterschap Hollandse Delta, een professionele waterautoriteit (2010-2013)". - 60 -
3.6.1 Bestuur Naam : Basisgegevens Omschrijving Bestuur Alle activiteiten, die gericht zijn op het besturen van het waterschap, waaronder de ambtelijke voorbereiding van de bestuursvergaderingen. Onder dit product valt ook de preparatie voor de calamiteitenbestrijding. Kerngegevens 30 leden Verenigde Vergadering (VV) 5 leden college van Dijkgraaf en Heemraden (D&H) Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De kaders voor het functioneren als bestuursorgaan zijn vastgelegd in de Waterschapswet. De VV geeft daarbij invulling aan het budgetrecht en de verordenende bevoegdheid. Het calamiteitenplan wordt vastgesteld op grond van de Waterwet, het Waterbesluit, Waterschapswet en de Wet op de Veiligheidsregio's en het provinciaal Reglement van waterschap Hollandse Delta. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Het op een rechtmatige, integere en doelmatige wijze maken van strategische keuzes en het behartigen van belangen van de ingelanden van het waterschap. Leidraad daarvoor vormt de vastgestelde missie van waterschap Hollandse Delta. Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Het effectueren van de aanbevelingen van het Bestuurskrachtonderzoek 2012 en het organiseren van een Bestuurstevredenheidsonderzoek. Uiterlijk 1 oktober 2013 is het calamiteitenplan en het crisiscommunicatieplan geactualiseerd. Op basis van een voor 1 april 2013 vastgesteld programma, worden in 2013 opleidingen, trainingen en oefeningen uitgevoerd. Een multidisciplinaire oefening crisiscommunicatie wordt voor 1 december 2013 gehouden. Voor de onderlinge bijstand en uitwijklocaties WSHD WSRL is uiterlijk 1 april 2013 een plan van aanpak opgesteld. Verder is uiterlijk 31 december 2013 een project implementatie netcentrisch werken in samenwerking met WSRL gestart. Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren het organiseren van de Bestuursverkiezingen conform de Waterschapswet in 2014 Het Calamiteitenplan wordt jaarlijks geactualiseerd, in 2016 geëvalueerd en in 2017 herzien. Het crisiscommunicatieplan wordt jaarlijks geactualiseerd, in 2015 geëvalueerd en in 2016 herzien. Jaarlijks wordt een opleidingen-, trainenen oefenprogramma vastgesteld en uitgevoerd. - 61 -
3.6.2 Externe communicatie Naam : Basisgegevens Omschrijving Externe communicatie Externe communicatie is het geheel van communicatievormen en -processen van het waterschap naar de buitenwereld. Dit bestaat uit de rechtstreekse communicatie met de burger, public relations en imagocommunicatie. Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 De voortschrijdende techniek werkt versnellend op sociale, politieke en demografische ontwikkelingen. Met alle digitale media binnen handbereik vraagt de belastingbetaler 24 uur per dag afgestemde, bereikbare en transparante informatie en (elektronische) dienstverlening. Wat willen we bereiken in 2013-2017 De kernstrategie is op simpele en begrijpelijke wijze informatie geven, die afgestemd is op de verschillende doelgroepen. De communicatie wordt in concrete projecten gebiedsgericht/persoongericht opgezet en toegespitst op wensen en behoeften van de ontvanger. De herkenbaarheid van WSHD en zijn beleid moet verder verbeterd worden. De focus ligt op basisscholen en daarnaast op burgers en bedrijven, alsmede samenwerkingspartners. Verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven begint bij goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van informatie en diensten. Gemeenten worden daartoe de frontoffice voor alle dienstverlening. De verdere ontwikkeling van het waterschapsloket is daarop gericht, in samenwerking met gemeenten in het werkgebied van WSHD. Prestatie-indicatoren Aantal basisscholen (groepen 7 en 8) in gebied WSHD bereiken via eigen rondleidingen/gebruiken lesbrieven over waterschapstaken etc. Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 10% 15% 20% 30% 40% 50% Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren Op basis van de beleidsnotitie "Waterschap Hollandse Delta, een professionele waterautoriteit (2010-2013)", wordt het volgende gerealiseerd: doorvertaling uitkomsten meting 'zichtbaarheid en herkenbaarheid' 2011 alsmede resultaten tweetal burgerpanelonderzoeken 2012 en kwalitatief onderzoek onder agrariërs 2012 onder inwoners en bedrijven naar corporate communicatie en projectcommunicatie (doelgroepgericht communiceren via diverse kanalen en middelen); pro-actief mediabeleid en ontwikkeling media gericht op partners/relaties; gerichte inzet burgerpanel en burgerparticipatie; uitvoering educatiebeleid conform doelstellingen (bovenbouw basisscholen en onderbouw voortgezet onderwijs); opstellen en implementeren integraal communicatiebeleid public affairs inclusief relatiemanagement; vervolgmeting 2011 waardering en klanttevredenheid dmv imagoonderzoek/kto; actualiseren van de in mei 2010 vastgestelde beleidsnotitie "Waterschap Hollandse Delta, een professionele waterautoriteit (2010-2013)". - 62 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren Nieuw te realiseren zaken worden gebaseerd op de in 2013 geactualiseerde beleidsnotitie "Waterschap Hollandse Delta, een professionele waterautoriteit'. In 2014 vragen de waterschapsverkiezingen om communicatie-inzet. - 63 -
3.6.3 Waterwet Naam : Basisgegevens Omschrijving Waterwet Behandelen van aanvragen voor een watervergunning of een melding op grond van de Waterwet en op de Waterwet gebaseerde verordeningen en AMvB's, zoals bijvoorbeeld de Keur, Besluit Bodemkwaliteit, etc. Het handhaven van de wet- en regelgeving ter voorkoming van gevaarlijke situaties. Kerngegevens 850 Watervergunningen 220 Meldingen AMvB 650 Meldingen keur 25 Adviezen aan RWS/ RUD's Wettelijke en maatschappelijke kaders 2013-2017 Het vergunningenbeleid is gebaseerd op de keur en de modelbeleidsregels, zoals die door de Unie van Waterschappen zijn vastgesteld. Het handhavingsbeleid is gebaseerd op de kwaliteitseisen genoemd in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) behorende bij de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo). Belangrijke ontwikkelingen zijn harmoniseren van regels, verlichting van administratieve lastendruk en het verhogen van de dienstverlening aan de burgers en bedrijven. Dit kan leiden tot vergaande samenwerking, integratie tussen overheden of zelfs het onderbrengen van taken in gemeenschappelijke regelingen, zoals de Regionale uitvoeringsdiensten (RUD's). Dit proces wordt versterkt doordat het Rijk werkt aan een nieuwe Omgevingswet. In deze wet worden de Waterwet, de Wabo en enige andere wetten geïntegreerd, zodat burgers en bedrijven nog maar één vergunning nodig hebben als zij activiteiten uitvoeren in een waterstaatswerk, de omgevingsvergunning. Wat willen we bereiken in 2013-2017 Het vergunning- en handhavingsbeleid tussen de waterschappen is geharmoniseerd. Burgers en bedrijven kunnen bij één loket terecht voor al hun aanvragen voor vergunningen m.b.t. de fysieke leefomgeving. De samenwerking tussen de verschillende bevoegde gezagen op dit gebied (gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat) zorgt voor een soepele afhandeling van aanvragen. De wateraspecten worden geborgd door deskundige medewerkers van het waterschap. Prestatie-indicatoren max. % van uitgevoerde controles wordt bestuursrechterlijk gehandhaafd max. % van uitgevoerde controles wordt strafrechtelijk gehandhaafd Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 10% 8% 8% 8% 8% 2% 1,5% 1,5% 1,5% 1,5% - 64 -
Wat gaan we daarvoor doen in 2013 Te realiseren uitvoering geven aan het verbeterplan behorende bij het Bewijs van Goede Dienst; samenwerking versterken met netwerkpartners; verbeteren van de naleefbaarheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van regels; hanteren van onderscheid tussen koplopers (goede nalevers), middenmoters en achterblijvers. Bij de koplopers wordt het toezicht zodanig uitgevoerd dat recht wordt gedaan aan de koploperspositie. Achterblijvers worden vaak en intensief gecontroleerd; toepassen van risicogerichte prioritering; verbreden van het handhavingsinstrumentarium door het ontwikkelen en breder inzetten van communicatie, zelfcontrole, ketenbenadering, administratief toezicht en auditmethoden; verbeteren van de kwaliteit van het toezicht. Om de kwaliteit verder te verbeteren wordt onder andere ingezet op het versterken van deskundigheid; Wat gaan we daarvoor doen in 2014-2017 Te realiseren De uitgezette lijnen voortzetten, de inkomende aanvragen behandelen en jaarlijks zal op basis van de risico-inventarisatie het toezicht geprioriteerd worden. 3.6.4 Wat mag het kosten Lasten/ baten Beleidsproduct Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 (bedragen x 1.000) Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 510 Bestuur 2.980 3.371 3.079 3.053 3.501 3.474 3.459 520 Externe communicatie 1.602 1.800 1.610 1.545 1.580 1.575 1.574 530 Waterwet 5.359 5.008 6.904 6.725 6.886 6.880 6.816 Totaal Lasten 9.941 10.178 11.593 11.323 11.966 11.929 11.849 Baten 510 Bestuur -578-475 -475-475 -475-475 -475 520 Externe communicatie -10-20 0 0 0 0 0 530 Waterwet -373-200 -130-130 -130-130 -130 Totaal Baten -961-695 -605-605 -605-605 -605 Netto-lasten programma Algemene beleidstaken 8.980 9.483 10.988 10.718 11.361 11.324 11.244-65 -
3.7 Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Naam : Basisgegevens Omschrijving Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Het programmaplan wordt afgesloten met een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. Hieronder vallen de belastingheffing, het invorderingsbeleid en de kwijtschelding. Verder worden hier ontvangen dividenden, overige algemene baten en lasten en de raming voor onvoorziene uitgaven verantwoord. Algemene beleidsuitgangspunten De belastingheffing gebeurt op basis van actuele wet- en regelgeving. De heffingen worden ingezet voor waterschap gerelateerde taken. Gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling van kosten over de categorieën. De uitvoering van de heffing en invordering wordt door SVHW afgewikkeld. Prestatie-indicatoren Het % van alle aanslagen dat voor 31 december van het betreffende jaar is opgelegd Nulmetinwaardwaardwaardwaarde streef- streef- streef- streef- 2013 2014 2015 2016 streefwaarde 2017 98,45% 98% 98% 98% 98% 98% 3.7.1 Overzicht algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Lasten/ baten Beleidsproduct Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 (bedragen x 1.000) Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 610 Dividenden en 0 0 0 0 0 0 0 bonusuitkeringen 620 Overige baten en 24.797 7.070 10.657 10.060 8.349 8.118 7.974 lasten 640 Rente en 0 0 299 0 0 0 0 afschrijvingslasten 690 Onvoorzien 0 289 500 500 500 500 500 699 0 0 0 0 0 0 0 Exploitatieresultaat Totaal Lasten 24.797 7.359 11.455 10.560 8.849 8.618 8.474 Baten 600 Belastingen -131.484-136.893-137.578-138.265-138.957-139.651-140.350 610 Dividenden en 0 0 0 0 0 0 0 bonusuitkeringen 620 Overige baten en -20.396-1.730-1.970-1.970-2.008-2.430-3.082 lasten 640 Rente en 0-4.923 0-156 -848-1.050-1.176 afschrijvingslasten Totaal Baten -151.879-143.546-139.547-140.391-141.813-143.132-144.607 Netto-lasten Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien -127.082-136.187-128.092-129.831-132.963-134.514-136.133-66 -
4 Paragrafen 4.1 Ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar 4.1.1 Externe ontwikkelingen Bestuursakkoord Water (2011) De uitwerking van het vorige coalitieprogramma is in eerste instantie vastgelegd in concrete afspraken in het Bestuursakkoord Water van 23 mei 2011. Deze afspraken zijn in de afgelopen tijd vertaald naar de praktijk en zo nodig omgezet in concept-wetsteksten. Hierbij gaat het om afspraken over het Hoogwaterbeschermingsprogramma, samenwerking tussen gemeenten en waterschappen in de waterketen, efficiencyverbetering door samenwerking tussen waterschappen onderling, met Rijkswaterstaat, etc. op het gebied van inkoop, monitoring, belastingheffing, etc., over de bestuurlijke verhoudingen en over de verkiezingen van de waterschapsbesturen. In het onderstaande wordt kort ingegaan op de huidige stand van zaken, waarbij aangetekend moet worden, dat de vorming van een nieuw kabinet aanleiding kan zijn voor het bijstellen en/of aanvullen van de gemaakte afspraken. Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) De afspraken, dat de waterschappen het HWBP voor 50% méé gaan financieren heeft inmiddels geleid tot een concept voor de wet, die naar de Raad van State is gestuurd. De afspraak is, dat de concept wet in het najaar naar de (nieuwe) Tweede Kamer wordt gestuurd. Inmiddels is het gezamenlijk Programmabureau druk bezig met de opzet en uitwerking van het nieuwe HWBP op basis van de resultaten van de 3e Toetsronde. Samenwerking in de waterketen In het Bestuursakkoord water is afgesproken dat er voor heel Nederland in 2020 een efficiencywinst van 380 miljoen binnen de waterketen geboekt moet zijn. De uitwerking vindt momenteel plaats op regionaal niveau. Verdergaande samenwerking op verschillende gebieden Inmiddels is op regionale schaal een aantal initiatieven gestart om samen te werken op het gebied van inkoop, belastingheffing, monitoring, etc. Deze initiatieven zullen in de komende jaren verder vorm en inhoud krijgen, waarbij enerzijds het streven naar verdere doelmatigheid en efficiency en anderzijds het beperken van bestuurlijke drukte geëffectueerd moet worden. De bestuurlijke verhoudingen en verkiezingen Het terugdringen van de bestuurlijke drukte door een strikte doorvoering van het tweelagenmodel geeft al een verdere doelmatigheid, maar vormt ook een aanzet tot het strikter doorvoeren van de verschillende rollen en verantwoordelijkheden. Daarnaast is in het Bestuursakkoord Water ook opgenomen, dat het kabinet Rutte voornemens was tot het doorvoeren van indirecte verkiezingen. In de laatste wijziging van de waterschapswet is echter vooral tijd gecreëerd om hierover nog een nadere besluitvorming door het nieuwe kabinet te laten plaatsvinden. Herstel weeffout In de aanpassing van de Waterschapswet, waarmee de verkiezingen van het waterschapsbestuur zijn uitgesteld, is ook een amendement voor de kostentoedeling doorgevoerd. Hiermee is het mogelijk geworden om de weeffout ('onevenredige waterschapsheffingen voor agrarische grondeigenaren als gevolg van het feit dat ook infrastructuur in de categorie ongebouwd valt') te herstellen. Deze wetswijziging heeft inmiddels geleid tot een voorstel tot wijziging van de Kostentoedelingsverordening Hollandse Delta, dat in november voor besluitvorming wordt voorgelegd. - 67 -
Deltaprogramma In het kader van het Deltaprogramma zijn in 2012 de verschillende strategieën verkend, zodat in 2013 een voorkeursrichting kan worden bepaald. Deze voorkeursstrategie moet in 2014 uitmonden in de zgn. Deltabeslissingen. Deze Deltabeslissingen gaan over de nieuwe normen voor de primaire waterkeringen en de wijze waarop de zoetwatervoorziening en de verziltingsbestrijding in de toekomst vorm wordt gegeven. Daarnaast zijn Deltabeslissingen voorzien voor de invulling van de toekomstige veiligheid in de Rijn-Maasmonding (de deltadeelprogramma s Rijnmond- Drechtsteden en de Zuidwestelijke Delta) en de ruimtelijke ordening van nieuwbouw en herstructurering (o.a. over bouwen in buitendijks gebied). Deze Deltabeslissingen zullen invloed hebben op de waterstaatkundige taken van de waterschappen in het regionale waterbeheer. 4.1.2 Interne ontwikkelingen Aanpassing van de organisatie In 2012 is de nieuwe organisatie verder vorm gegeven. Daarbij is het mogelijk gemaakt om de grotere afdelingen verantwoordelijkheid te geven voor specifieke taken binnen het waterschap. Dit heeft ook geleid tot het opnieuw inrichten van de P&C cyclus, waarbij de indeling gericht is op de doelen die gerealiseerd moeten worden. Daarmee wordt het Bestuur ook beter in staat gesteld om te sturen op de doelrealisatie. Een nieuwe organisatie stelt ook nieuwe eisen aan de huisvesting en de informatievoorziening. Daarvoor zijn ook de nodige aanpassingen doorgevoerd. In de komende tijd zal verder gewerkt worden aan het realiseren van de verbeterpunten. Samenwerking met Rivierenland De samenwerking tussen de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland krijgt steeds meer vorm. Er worden steeds meer initiatieven ondernomen op managementniveau, maar ook op de werkvloer, die leiden tot een efficiënte en effectieve samenwerking tussen beide organisaties. De reeds ingezette samenwerking op het gebied van Handhaving wordt uitgebreid op andere terreinen. Zo wordt er momenteel gewerkt aan één nieuwe gezamenlijke bezwarencommissie, bestaande uit zes leden, per 1 juli 2013. Maar ook is er inmiddels een gezamenlijke visie op de informatievoorziening vastgesteld en worden werkprocessen steeds beter op elkaar afgestemd. - 68 -
4.2 Incidentele baten en lasten Deze paragraaf bevat een overzicht van de baten en lasten die als eenmalig ten opzichte van de voorgaande en de komende begrotingsjaren worden beschouwd. Bij incidentele baten en lasten wordt als richtlijn gehanteerd dat deze baten en lasten zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen conform artikel 4.14 Waterschapsbesluit. Incidentele baten en lasten leiden tot minder inzicht in het reguliere, meerjarige beeld van de nettokosten. Eliminatie van de incidentele baten en lasten op het resultaat na bestemming, levert een gezuiverd netto resultaat op. Dit biedt meer inzicht in het meerjarig structureel financieel perspectief. In het hieronder staande overzicht zijn de incidentele baten en lasten van 50.000 en hoger opgenomen. Incidentele baten en lasten 2013 Omschrijving (bedragen x 1.000) Bedrag Incidentele lasten Programma Water - project machineveiligheid 97 - subsidie agroranden 360 Programma Zuiveren - anammox hoofdstroom Dokhaven 260 - groot onderhoud zuiveringsinstallaties 320 - onderhoud selectoren en circuits 2 á 3 RWZI's 290 Bedrijfsvoering - personeel van derden HWBP-projecten 1.965 - externe ondersteuning Basisregistratie Grootschalige Topografie 120 - externe ondersteuning op orde krijgen van de leggers en beheerregisters 65 Totaal incidentele lasten 3.477 Incidentele baten Programma Water - subsidie agroranden 240 Programma Zuiveren - anammox hoofdstroom Dokhaven 260 Bedrijfsvoering - activering HWBP-projecten 1.965 Totaal incidentele baten 2.465 Saldo van incidentele baten en lasten 1.012-69 -
4.3 Doorbelasting indirecte kosten De doorbelasting van de indirecte kosten (kostentoerekening) voor de begroting 2013 is gebaseerd op de beleidsnota over dit onderwerp die op 27 september 2012 door de Verenigde Vergadering is vastgesteld. De kosten en opbrengsten worden zoveel mogelijk direct op een beleidsproduct verantwoord. Een deel van de kosten en opbrengsten kan niet rechtstreeks worden verantwoord. Het gaat hierbij met name om de kosten van de bedrijfsvoering en de baten en lasten die worden verantwoord onder het programma Algemene beleidstaken. Doorbelasting netto-kosten Bedrijfsvoering De kosten van de bedrijfsvoering worden op basis van de ureninzet doorbelast aan de beleidsproducten die onder de programma's vallen en aan de investeringsprojecten. Bij dit laatste wordt rekening gehouden met de randvoorwaarden zoals opgenomen in de beleidsnota Activeren, waarderen en afschrijven. De doorbelasting gebeurt in de begroting op basis van voorcalculatorische tarieven en de geraamde ureninzet. In de jaarrekening vind de doorbelasting plaats op basis van de voorcalculatorische tarieven en de werkelijke ureninzet. Doorbelasting netto-kosten programma Algemene beleidstaken De netto-kosten die worden verantwoord onder het programma Algemene beleidstaken worden op basis van de verhouding van de directe kosten en kapitaallasten die direct toegerekend worden, over de drie waterschapstaken verdeeld. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten in de primitieve begrotingen van de afgelopen vier jaar. Het berekende percentage wordt afgerond op 5% of een veelvoud daarvan. Elk jaar worden bij het opstellen van de nieuwe begroting de berekende percentages getoetst. Schematische weergave methodiek kostentoerekening De hiervoor beschreven systematiek kan schematisch (versimpeld) als volgt worden weergegeven: - 70 -
4.4 Reserves en voorzieningen De basis voor de toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserves, de bestemmingsreserves en de voorzieningen is het bestaande beleid zoals geformuleerd in de nota Reserves en voorzieningen (vastgesteld door de Verenigde Vergadering op 24 november 2011). De reserves worden onderscheiden in algemene reserves en bestemmingsreserves. Voor een specificatie van het verloop van de reserves wordt verwezen naar bijlage 2. 4.4.1 Algemene reserves Algemene reserve Onder algemene reserve wordt verstaan: Een reserve waaraan het algemeen bestuur geen specifieke bestemming heeft gegeven en die als buffer fungeert voor de opvang van eventuele financiële tegenvallers van algemene aard. Met ingang van 1 januari 2009 zijn, als gevolg van het nieuwe heffingsstelsel, de algemene reserve per taak, zijnde Waterkwantiteit, Waterkeringen, Waterkwaliteit en Wegen, omgevormd tot algemene reserves per programma. De notitie reserves en voorzieningen geeft voor de saldi van de algemene reserves als richtlijn een omvang van tussen de 5% en de 10% van de totale netto-lasten per programma. Algemene reserve Waterkeringen (800041) Het saldo van deze reserve wordt per 1 januari 2013 geraamd op 729.000. Dit komt overeen met 5,6% van de geraamde netto-lasten 2013 van dit programma. Algemene reserve Water (800042) Het saldo van deze reserve wordt per 1 januari 2013 geraamd op 1.198.000. Dit komt overeen met 3,0% van de geraamde netto-lasten 2013 van dit programma. In 2012 is een onttrekking van 2.370.000 ter dekking van de gevolgen van de nota AWA geraamd, waardoor het saldo onder de minimale omvang komt. Algemene reserve Zuiveren (800043) Het saldo van deze reserve wordt per 1 januari 2013 geraamd op 2.827.000. Dit komt overeen met 5,2% van de geraamde netto-lasten 2013 van dit programma. Algemene reserve Wegen (800044) In verband met de financiële consequenties van de nota AWA wordt in 2012 2,5 miljoen uit deze reserve onttrokken, waardoor deze reserve is uitgeput. Het saldo zou minimaal 400.000 (5% van het totaal van de netto-lasten) moeten zijn. Algemene reserve algemene beleidstaken (800045) Bij de algemene reserve algemene beleidstaken is van de maximale bandbreedte afgeweken en een extra buffer opgebouwd om de financiële gevolgen van de herfinanciering van de leningenportefeuille en de gevolgen van het MJBP op te vangen. Het saldo van deze reserve wordt per 1 januari 2013 geraamd op 7.015.000. Dit komt overeen met 34,2% van de geraamde netto-lasten 2013 van het programma Algemene beleidstaken en Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien. - 71 -
4.4.2 Bestemmingsreserves Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan: Een reserve waaraan het algemeen bestuur een bepaalde bestemming heeft gegeven. De bestemmingsreserves worden onderverdeeld in " Bestemmingsreserve voor tariefsegalisatie" en "Overige bestemmingsreserves". Bestemmingsreserves voor tariefsegalisaties zijn reserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de belastingtarieven en niet specifiek besteed dienen te worden (artikel 4.52 lid 1b Waterschapsbesluit). Naar verwachting heeft WSHD per 1 januari 2013 geen tariefsegalisatiereserves. Overige bestemmingsreserves Reserve egalisatie Subsidie SVI-DRSH (800012) Voor de bouw van de slibverbrandingsinstallatie van DRSH Zuiveringsslib NV te Dordrecht is in het verleden een subsidie ontvangen van Rijkswaterstaat. Bij de bouw van de installaties werden aanvankelijk aanvullende eisen gesteld ten aanzien van het reduceren van slib, c.q. de verwerking van slib. Echter door te kiezen voor de oprichting van DRSH Zuiveringsslib NV waren deze aanvullende eisen per installatie niet nodig. De uiteindelijk in 1994 door Rijkswaterstaat toegekende subsidie is gebaseerd op de bouw van vijf installaties. Jaarlijks vindt gedurende 25 jaar, tot en met 2019, een vrijval plaats ten gunste van het beleidsproduct gezuiverd afvalwater. Voor 2013 bedraagt de geraamde onttrekking 561.000. Reserve egalisatie Cross Border Lease (800013) Op 1 oktober 1998 is door één van de rechtsvoorgangers van WSHD (Zuiveringsschap Hollandse Eilanden en Waarden) een Cross Border Lease transactie (CBL) afgesloten met investeerders en banken in de Verenigde Staten. Deze transactie betreft een overeenkomst over de verhuur en huur van 20 rioolwaterzuiveringsinstallaties, waarmee in 1998 een financieel rendement is behaald van circa 15 miljoen. Met dit resultaat is een reserve CBL gevormd, van waaruit gedurende 20 jaar, tot en met 2017, een bedrag vrijvalt ten gunste van het beleidsproduct gezuiverd afvalwater. Voor 2013 bedraagt de geraamde onttrekking 591.600. De CBL constructie is dusdanig opgezet dat geen verstoring van de bedrijfsvoering plaatsvindt. Het beheer en onderhoud en verzekering van de betreffende installaties vindt op een zelfde wijze plaats als voor installaties die niet onder de CBL vallen. Er zijn leasecontracten gesloten met drie Trusts met verschillende looptijden. De jaarlijkse leasebetaling aan de investeerder vindt plaats vanuit daarvoor gevormde deposito's. In de periode 2019-2023 eindigen de looptijden van de drie Trusts en kan de terugkoopoptie worden uitgeoefend. Deze terugkoopoptie is volledig gedekt met Amerikaanse staatsobligaties. Reserve Waterkwaliteitsspoor en ISA Ten behoeve van het project Stimulering waterkwaliteitsspoor ISA Hoeksche Waard is een reserve ingesteld ter egalisering van de baten en lasten van dit project. Naar verwachting zal dit project in 2013 worden afgerond. Reserve BBVW Zuiveringsbeheer (800054) De kosten voor groot onderhoud moeten in de exploitatiebegroting worden opgenomen. Ter gedeeltelijke dekking van deze kosten is besloten een bedrag van 3.815.000 vanuit de egalisatiereserve Zuiveringsbeheer over te hevelen naar een bestemmingsreserve en dit bedrag over een periode van vijf jaar ten gunste van de exploitatie te laten komen. Voor 2013 bedraagt de geraamde onttrekking 401.750. Hier wordt het saldo van deze reserve per ultimo 2013 nihil. Reserve BBVW Wegenbeheer (800055) De kosten voor groot onderhoud moeten in de exploitatiebegroting worden opgenomen. Ter gedeeltelijke dekking van deze kosten is besloten om een bestemmingsreserve Wegenbeheer te vormen. Bij het besluit tot vaststelling en bestemming van het jaarrekeningresultaat 2010 heeft de VV besloten een bedrag van 1.775.420 aan de bestemmingsreserve toe te voegen om de tot en met 2015 geraamde jaarlijkse onttrekking van 469.000, voor de BBVW effecten in de uitgaven voor groot onderhoud, op te vangen. De geraamde onttrekking voor 2013 bedraagt 469.000. - 72 -
Reserve Gegarandeerde geldlening HVC NV (800056) Bij de vaststelling en bestemming van het jaarrekeningresultaat 2010 heeft de VV op 23 juni 2011 besloten een deel van het rekeningresultaat, te weten 143.980, toe te voegen aan de nieuw te vormen bestemmingsreserve gegarandeerde geldlening HVC ten behoeve van de garantstelling van een lening. Bij de vaststelling en bestemming van het jaarrekeningresultaat 2011 is 155.441, aan deze reserve toegevoegd. Reserve Reorganisatie WSHD Bij de vaststelling en bestemming van het jaarrekeningresultaat 2010 heeft de VV op 23 juni 2011 besloten een deel van het rekeningresultaat ( 1.000.000) te reserveren in verband met reorganisatiekosten. In 2012 wordt naar verwachting 242.600 besteed. Het resterende bedrag ad 757.400 wordt in 2013 bestemd. Reserve Planvormingskosten proj. dijkversterkingen (800058) Bij de vaststelling en bestemming van het jaarrekeningresultaat 2010 heeft de VV op 23 juni 2011 besloten een deel van het rekeningresultaat, te weten 3.572.833, toe te voegen aan de nieuw te vormen bestemmingsreserve planvorming Dijkversterkingen. Per ultimo 2012 bedraagt het saldo van deze reserve 2.307.912. Reserve Fractievergoedingen (800060) Bij de vaststelling en bestemming van het jaarrekeningresultaat 2011 heeft de VV op 28 juni 2012 besloten een deel van het rekeningresultaat, te weten 4.281, toe te voegen aan de nieuw te vormen bestemmingsreserve Fractievergoedingen. Reserve vervangingsinvesteringen Bij de vaststelling door de Verenigde Vergadering van de nota AWA op 27 september 2012 is besloten de structurele financiële voordelen als gevolg van deze nota in te zetten ter dekking van toekomstige vervangingsinvesteringen. Ter effectuering van dit besluit is de Reserve vervangingsinvesteringen ingesteld. In 2013 wordt 838.000 gestort in deze reserve. Reserve geactiveerde lasten In het voorstel tot vaststelling van deze programmabegroting wordt voorgesteld over te gaan tot het instellen van een Reserve geactiveerde lasten. Op basis van de nota AWA wordt de inzet van personeel voor de realisatie van investeringen vanaf 2012 toegerekend aan de betreffende investeringen, mits wordt voldaan aan de in de nota opgenomen randvoorwaarden. In de nota AWA is de aanname gedaan dat in totaal 2.800.000 (incl. HWBP-projecten) wordt toegerekend aan investeringen. In de begroting 2013 is dit bedrag hoger. Een verschil van 2.750.000 (zie ook paragraaf 2.1). Het is nog onzeker of de geraamde inzet inderdaad gerealiseerd wordt. Gezien deze onzekerheid wordt voorgesteld het voordeel van 2.750.000 te storten in een nieuw te vormen egalisatiereserve. In de meerjarenraming is vanaf 2015 sprake van een nadeel. Deze nadelen komen ten laste van de egalisatiereserve. Na afloop van 2013 wordt op basis van de realisatie geëvalueerd wat de werkelijke gevolgen zijn van de beleidswijziging van de nota AWA en kan een besluit worden genomen over de inzet van deze reserve. 4.4.3 Voorzieningen Voorziening Pensioen- en wachtgeldverplichtingen (voormalig) personeel en bestuur (800019) Deze voorziening is bij de fusie gevormd en bedoeld voor uitbetaling van salaris van werknemers die niet meer ingezet kunnen worden in de bedrijfsprocessen, evenals de pensioenen en uitkeringen aan voormalige bestuursleden. Jaarlijks wordt de ingehouden pensioenpremie van dagelijkse bestuursleden, uitgezonderd de dijkgraaf, aan deze voorziening toegevoegd. De administratie voor de berekening en uitbetaling van de wachtgelden en pensioenen wordt verzorgd door een extern bureau die regelmatig voor alle bekende toekomstige verplichtingen nieuwe actuariële berekeningen opstelt. Hieruit blijkt met welke verplichtingen Hollandse Delta voor de toekomst rekening moet houden. Hiernaast is in eigen beheer bepaald welke middelen nog moeten worden gereserveerd voor de uitbetaling van de lopende pensioenen. - 73 -
Per 1 januari 2010 stond er een aparte voorziening op de balans ten behoeve van het wachtgeld van een voormalig secretaris-directeur, de voorziening uitgestelde uitkeringsrechten. Deze wachtgeldverplichting loopt tot 1 december 2015. In 2011 is het saldo van deze voorziening, te weten 50.861,53, overgeheveld naar de voorziening Pensioen- en wachtgeldverplichtingen (voormalig) personeel en bestuur. De geraamde stand van de voorziening bedraagt per 1 januari 2013 4.214.000. In 2013 zal naar verwachting 100.000 in de voorziening worden gestort en zal 717.000 worden onttrokken ten behoeve van wachtgelden, pensioenen en uitkeringen. Volgens de laatste berekeningen is de voorziening toereikend. Voorziening verlofrechten personeel (800030) Dit betreft opgebouwde inhoudingen voor verlof van een personeelslid van een van de rechtsvoorgangers, die is meegenomen in de fusie. De regeling is per 1 januari 2005 vervallen. Deze voorziening blijft beschikbaar tot het moment dat betrokkene met pensioen gaat, c.q. aanspraak maakt op deze voorziening door middel van het opnemen van verlof. Daarna vervalt deze voorziening. De omvang van de voorziening bedraagt per 1 januari 2013 13.000 en is toereikend. Voorziening Jubileumuitkering In de tweede Burap van 2012 wordt voorgesteld deze voorziening in te stellen. Deze voorziening is bedoeld ter dekking van uit te betalen jubileumuitkering en vergoedingen voor leeftijdsontslag waar de werknemers recht op hebben. Conform het Waterschapsbesluit (art. 4.54 en 4.55) moet voor arbeidsgerelateerde verplichtingen een voorziening gevormd worden. Voorziening Grensoverschrijdend afvalwater (GOAW) In de tweede Burap van 2012 wordt voorgesteld 1,8 miljoen te storten in deze voorziening in verband met de belastingverrekening over de jaren 2010 t/m 2012 met het HH van Delfland (HHD) en het HH van Schieland & Krimpenerwaard (HHSK). WSHD zuivert op de rwzi Dokhaven afvalwater vanuit de verzorgingsgebieden van HH Delfland en HH Schieland & Krimpenerwaard, het zogenaamde grensoverschrijdend afvalwater. WSHD brengt daarbij (via SVHW) in een belastingjaar voorschotten in rekening op basis van geschatte vervuilingseenheden (VE's). Op basis van definitieve VE's en een correctie op de kosten voor kwijtschelding en oninbaar wordt na afloop van een belastingjaar een definitieve afrekening opgemaakt. De definitieve VE's zijn uiterlijk drie jaar na afloop van een belastingjaar bekend (worden aangeleverd door HHSK en HHD). De VE's over de jaren 2010 t/m 2012 zijn nog niet definitief. Op basis van de laatst bekende werkelijk VE's is de voorziening gevormd. - 74 -
4.5 Waterschapsbelastingen 4.5.1 1. Algemeen De financiering van de exploitatiekosten van waterschap Hollandse Delta vindt voornamelijk plaats door het heffen van waterschapsbelastingen. Het belastingstelsel bestaat uit de volgende belastingsoorten: Watersysteemheffing: Ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan de zorg voor het watersysteem, de waterkeringszorg en het aandeel passief waterkwaliteitsbeheer; Wegenheffing: Ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan het beheer van de wegen; Zuiveringsheffing: Ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan het zuiveren van afvalwater; Verontreinigingsheffing: Dit betreft uitsluitend de heffing op de directe lozingen op oppervlaktewater in beheer bij WSHD. Het tarief van de verontreinigingsheffing is een afgeleid tarief en bedraagt 100% van de zuiveringsheffing. De opbrengst van de verontreinigingsheffing komt ten gunste aan de watersysteemheffing. Voor de programmabegroting 2013 bedraagt de totale belastingopbrengst 137.578.000. Deze totale belastingopbrengst is door middel van kostenverdeling als volgt verdeeld over de heffingen: Heffing (bedragen x 1.000) Belastingopbrengst Watersysteemheffing 65.335 Wegenheffing 9.419 Zuiveringsheffing 62.824 Totale belastingopbrengst 137.578 Hierna wordt toegelicht hoe de berekening van de verschillende heffingen naar tarieven tot stand komt. 4.5.1.1 Belastingverordening Jaarlijks worden door de VV de belastingverordeningen watersysteemheffing, wegenheffing, zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing vastgesteld. Middels de belastingverordeningen wordt het opleggen van de aanslagen conform de tarieven zoals deze uit de programmabegroting voortvloeien van een formele grondslag voorzien. Tevens wordt in de verordeningen de mogelijkheid tot het gespreid betalen formeel mogelijk gemaakt. De belastingverordening wordt, normaal gesproken, gelijktijdig met de programmabegroting in de VV van november vastgesteld. 4.5.1.2 Kostentoedelingsverordening Conform artikel 120 van de Waterschapswet stelt de VV een kostentoedelingsverordening vast, waarin voor elk van de categorieën van heffingplichtigen de toedeling van het kostenaandeel is opgenomen. Bij de berekening van de tarieven 2013 voor verharde openbare wegen is uitgegaan van een gedifferentieerd tarief dat 250% hoger is dan het tarief ongebouwd. Met dit voorstel heeft de Verenigde Vergadering op 27 september 2012 ingestemd. In november zal de definitieve kostentoedelingsverordening voor besluitvorming aan de VV worden voorgelegd. 4.5.1.3 Kwijtschelding en oninbaar Op grond van artikel 144 van de Waterschapswet zijn de waterschappen bij het verlenen van kwijtschelding gebonden aan de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De daarin opgenomen kwijtscheldingsnorm bedraagt 90% van de bijstandsnorm. Artikel 144 van de Waterschapswet geeft waterschappen echter de mogelijkheid om in strakkere of in ruimere zin van de 90% kwijtscheldingsnorm af te wijken. Afwijkingen in ruimere zin zijn toegestaan tot maximaal 100% van de bijstandsnorm. In het kwijtscheldingsbeleid van WSHD zijn de kosten van bestaan gesteld op 100% van de bijstandnorm. Het kwijtscheldingsbeleid van WSHD wordt door de VV vastgesteld in de Verordening kwijtschelding. De meest recente vaststelling heeft plaatsgevonden in de VV van 24 november 2011 in verband met de verruiming van de vermogensnorm en de kwijtschelding voor ondernemers. Gezien het feit dat de ministeriële regeling waarin het maximumbedrag van de - 75 -
vermogensnorm opgenomen zou worden uiteindelijk toch niet wordt aangepast, komt deze verruiming voor 2013 te vervallen. Het kwijtscheldingsbeleid is van toepassing op de watersysteemheffing en wegenheffing voor wat betreft de ingezetenen én op de zuiveringsheffing voor huishoudens. Het percentage kwijtschelding bedraagt voor de programmabegroting 2013: 7,63%. Voor oninbaarheid van belastingopbrengsten wordt (evenals voorgaande jaren) 1% gehanteerd. De kosten voor kwijtschelding en oninbaar worden in mindering gebracht op de bruto belastingopbrengsten. 4.5.1.4 Heffingsgrondslag De heffingsgrondslag (het aantal verwachte heffingseenheden) wordt gebruikt om het tarief te bepalen. Om een inschatting te maken voor de belastingopbrengsten voor de planperiode 2012-2017 is door het SVHW gebruik gemaakt van ervaringsgegevens over de afgelopen heffingsjaren, de verleende bouwvergunningen en de overige bekende prognoses over de toename van het aantal woningen en bedrijven. Tevens is rekening gehouden met een mutatie van de waarde als gevolg van de jaarlijkse waardering. In de volgende tabel staan de (bruto) aantallen belastingeenheden tot en met 2017. Categorie/ Belastingsoort eenheid Raming 2012 Raming 2013 Raming 2014 Raming 2015 Raming 2016 Raming 2017 Watersysteemheffing Ingezetenen huishouden 359.400 360.900 362.400 363.900 365.400 366.900 Gebouwd WOZ-waarde x 1.000.000 - binnendijks 82.700 80.100 78.100 77.900 78.400 78.900 - buitendijks 13.100 14.800 14.400 14.400 14.500 14.500 Ongebouwd hectare Overig ongebouwd - binnendijks excl. wegen 60.300 60.400 60.300 60.200 60.100 60.000 - binnendijks wegen 6.900 6.800 6.800 6.800 6.800 6.800 - buitendijks excl. wegen 7.450 7.900 7.900 7.900 7.900 7.900 - buitendijks wegen 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 Natuur 8.700 8.700 8.700 8.700 8.700 8.700 Wegenheffing Ingezetenen huishouden 308.600 310.100 311.600 313.100 314.600 316.100 Gebouwd WOZ-waarde x 1.000.000 77.300 75.500 73.600 73.500 74.000 74.400 Ongebouwd hectare 68.100 68.200 68.100 68.000 67.900 67.800 Natuur 7.500 7.500 7.500 7.500 7.500 7.500 Zuiveringsheffing - woonruimten en bedrijven Vervuilingseenheid Verontreinigingsheffing Vervuilingseenheid 1.336.000 1.345.000 1.351.000 1.357.000 1.363.000 1.369.000 4.500 2.000 2.000 2.000 2.000 2.000-76 -
4.5.2 Watersysteemheffing 4.5.2.1 Algemeen Via de watersysteemheffing worden de kosten verhaald die het waterschap maakt voor het beheer en onderhoud van de waterkeringen, het waterkwantiteitsbeheer en het passieve waterkwaliteitsbeheer. Binnen de omslagheffing wordt een onderscheid gemaakt in vier belastingcategorieën, te weten: ingezetenen; gebouwd (zakelijk gerechtigden van gebouwde eigendommen); ongebouwd (zakelijk gerechtigden van ongebouwde eigendommen); natuur (zakelijk gerechtigden van natuurterreinen). De per categorie verschuldigde waterschapslasten worden berekend door de aan de categorieën toegerekende netto-kosten te delen door het aantal belastbare eenheden. 4.5.2.2 Kostentoerekening watersysteemheffing De kostentoerekening naar de belastingcategorieën vindt plaats aan de hand van de toerekeningspercentages zoals die zijn vastgelegd in de kostentoedelingsverordening. Het aandeel van de categorie ingezetenen is hierbij bepaald op basis van de inwonerdichtheid in het waterschapsgebied (conform artikel 120 van de Waterschapswet). Het restant is verdeeld op basis van de economische waardeverhouding tussen gebouwd, ongebouwd en natuur. De betreffende percentages zijn: Categorie Toerekeningspercentage Ingezetenen 45,00 % Gebouwd 43,79 % Ongebouwd 11,17 % Natuur 0,04 % 4.5.2.3 Tariefdifferentiatie Met ingang van 1 januari 2008 is de Wet modernisering waterschapsbestel in werking getreden waardoor de Waterschapswet gewijzigd is. De gewijzigde Waterschapswet biedt een beperkte mogelijkheid om tarieven te differentiëren. WSHD heeft in de kostentoedelingsverordening vastgelegd om de volgende tariefdifferentiatie toe te passen: Buitendijks gelegen onroerende zaken: Voor buitendijks gelegen gebouwde en ongebouwde onroerende zaken die geen natuurterreinen zijn, wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd. Dit gedifferentieerd tarief ligt 75% lager dan het tarief dat volgens de Verordening watersysteemheffing voor elk van deze categorieën geldt. Verharde openbare wegen: Voor verharde openbare wegen wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd. 4.5.2.4 Categoriale kosten In de kostentoedelingsverordening is vastgelegd dat de categoriegebonden kosten worden toegerekend aan de veroorzakende categorieën. Het betreft de kosten voor heffing en invordering en de kosten voor verkiezingen. - 77 -
4.5.2.5 Schematische weergave watersysteemheffing In onderstaand overzicht is schematisch weergegeven op welke wijze de tariefbepaling van de watersysteemheffing plaatsvindt. Opbrengst watersysteemheffing 65,3 mln Stap 1 Aandeel ingezetenen 45% Aandeel gebouwd, ongebouwd en natuur 55% (100% - 45%) Som WOZ-Waarde Som economische Som economische woningen en waarde agrarisch en waarde bedrijven overig ongebouwd natuurterreinen Stap 2 102,0 miljard (43,79%) 26,0 miljard (11,17%) 0,09 miljard (0,04%) Ingezetenenomslag Eigenaar gebouwde Eigenaar perceel Eigenaar perceel (gelijk bedrag per onroerende zaak (o.b.v. hectares) (o.b.v. hectares) Stap 3 huishouden) (o.b.v. WOZwaarde) 86,70 0,0356%* 93,75* 3,94 * Dit betreft de gemiddelde tarieven exclusief tariefdifferentiatie. Toelichting op bovenstaand schema: Het belastingaandeel van de watersysteemheffing bedraagt voor de categorie ingezetenen 45% en voor de categorie gebouwd, ongebouwd en natuur 55% (zie stap 1). Bij stap 2 wordt het procentueel kostenaandeel van 55% op basis van de economische waarde verdeeld over de categorieën gebouwd, ongebouwd en natuur. Hiermee is het kostenaandeel per categorie bepaald. Vervolgens wordt het kostenaandeel bij stap 3 gedeeld door het aantal belastbare eenheden waaruit het tarief volgt. Bij de watersysteemheffing is besloten tot tariefdifferentiatie bij de categorieën gebouwd en ongebouwd. Dit betekent dat de buitendijkse gebieden een korting krijgen van 75%. Zij betalen dan nog 25% van het tarief van binnendijkse gebieden. Verder wordt er tariefdifferentiatie toegepast voor verharde openbare wegen. - 78 -
De tarieven voor de watersysteemheffing zijn (na tariefdifferentiatie) als volgt: Categorie Eenheid Tarief 2013 Ingezetenen Huishouden 86,70 Gebouwd binnendijks Vast % WOZ-waarde 0,0356% Gebouwd buitendijks Vast % WOZ-waarde 0,0089% Natuur - ongebouwd Hectare 3,94 Overig ongebouwd: Buitendijks excl. wegen Hectare 20,06 Buitendijks wegen Hectare 220,64 Binnendijks excl. wegen Hectare 80,23 Binnendijks wegen Hectare 280,81 4.5.3 Wegenheffing 4.5.3.1 Algemeen De omslag wegenheffing is bedoeld ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan het beheer van de wegen in het beheersgebied van WSHD. De bekostiging van het wegenbeheer wordt ingevuld binnen het beheersgebied van het waterschap waarin de wegentaak wordt uitgeoefend. Concreet betekent dit dat de kostentoedelingsverordening op het punt van het wegenbeheer niet van toepassing is op de gemeente Rotterdam, gebied Europoort en de gemeente Dordrecht. Deze gebieden zijn bij de Wet herverdeling wegenbeheer van 1992 uitgesloten. Binnen de omslagheffing wordt een onderscheid gemaakt in 4 belastingcategorieën, te weten: ingezetenen; gebouwd (zakelijk gerechtigden van gebouwde eigendommen); ongebouwd (zakelijk gerechtigden van gebouwde eigendommen); natuur (zakelijk gerechtigden van natuurterreinen). De per categorie verschuldigde waterschapslasten worden berekend door de aan de categorieën toegerekende netto-kosten te delen door het aantal belastbare eenheden. 4.5.3.2 Kostentoerekening wegenheffing De kostentoerekening naar de belastingcategorieën vindt plaats aan de hand van de toerekeningspercentages zoals die zijn vastgelegd in de kostentoedelingsverordening. Het aandeel van de categorie ingezetenen is hierbij bepaald op basis van de inwonerdichtheid in het waterschapsgebied (conform artikel 120 van de Waterschapswet). Het restant is verdeeld op basis van de economische waardeverhouding tussen gebouwd, ongebouwd en natuur. De betreffende percentages zijn: Categorie Toerekeningspercentage Ingezetenen 40,00 % Gebouwd 48,79 % Ongebouwd 11,17 % Natuur 0,04 % Bij de vaststelling van de kostentoedelingsverordening 2011 is door de VV besloten het percentage ingezetenenaandeel voor de watersysteemheffing te verhogen van 40% naar 45%. Dit vanwege het feit dat de gebiedskenmerken van WSHD een ingezetenenpercentage van 45% voor de watersysteemheffing rechtvaardigen en dit percentage bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van de lasten. Echter, de mogelijkheid om het ingezetenenpercentage voor het wegenbeheer te verhogen is niet expliciet geregeld in het Reglement van bestuur voor WSHD. De methodiek van het vaststellen van het ingezetenenpercentage voor het wegenbeheer is op dat punt dus niet gelijk - 79 -
aan die voor het watersysteembeheer. Daarom is het ingezetenenpercentage voor het wegenbeheer op 40% gehandhaafd. 4.5.3.3 Schematische weergave wegenheffing In onderstaand overzicht is schematisch weergegeven op welke wijze de tariefbepaling van de wegenheffing plaatsvindt. Opbrengst wegenheffing 9,4 mln Stap 1 Aandeel ingezetenen 40% Aandeel gebouwd, ongebouwd en natuur 60% (100% - 40%) Stap 2 Som WOZ-Waarde woningen en bedrijven 81,4 miljard (48,79%) Som economische waarde agrarisch en overig ongebouwd 18,6 miljard (11,17%) Som economische waarde natuurterreinen 0,07 miljard (0,04%) Stap 3 Ingezetenenomslag (gelijk bedrag per huishouden) 12,74 Eigenaar gebouwde onroerende zaak (o.b.v. WOZwaarde) 0,0064% Eigenaar perceel (o.b.v. hectares) 14,75 Eigenaar perceel (o.b.v. hectares) 0,77 Toelichting op bovenstaand schema: Het belastingaandeel van de wegenheffing bedraagt voor de categorie ingezetenen 40% en voor de categorie gebouwd, ongebouwd en natuur 60% (zie stap 1). Bij stap 2 wordt het procentueel kostenaandeel van 60% op basis van de economische waarde verdeeld over de categorieën gebouwd, ongebouwd en natuur. Hiermee is het kostenaandeel per categorie bepaald. Vervolgens wordt het kostenaandeel bij stap 3 gedeeld door het aantal belastbare eenheden waaruit het tarief volgt. 4.5.4 Zuiveringsheffing In onderstaand overzicht is schematisch weergegeven op welke wijze de tariefbepaling van de zuiveringsheffing plaatsvindt. Opbrengst zuiveringsheffing 62,8 mln Netto aantal vervuilingseenheden (v.e.'s) = 1.264.559 49,68 (per v.e.) - 80 -
Het aantal netto vervuilingseenheden komt als volgt tot stand: Categorie Bruto-v.e.'s Kwijtschelding Oninbaar Aftrek eenheden Netto-v.e.'s Huishoudens 878.000 7,63 % 1,0 % -/- 75.771 802.229 Bedrijven 467.000-1,0 % -/- 4.670 462.330 Totaal 1.345.000 -/- 80.441 1.264.559 Toelichting op bovenstaand schema: De zuiveringsheffing is ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan het zuiveren van afvalwater. De zuiveringsheffing bestaat uit een bedrag per netto vervuilingseenheid (v.e.), die is bepaald door de totale netto-kosten van het programma zuiveren te delen door het verwachte aantal netto-vervuilingseenheden. Het aldus bepaalde bedrag wordt bij de huishoudens in het beheersgebied in rekening gebracht en bij de in het beheersgebied gelegen bedrijven. De heffing bij de huishoudens is gebaseerd op de omvang van de betreffende huishouding. Eenpersoonshuishouden worden voor één v.e. aangeslagen, meerpersoonshuishoudens worden voor drie v.e. aangeslagen. De heffing bij bedrijven wordt per individueel bedrijf bepaald. 4.5.5 Verontreinigingsheffing Dit betreft uitsluitend de heffing op de directe lozingen op oppervlaktewater in beheer bij WSHD. Het tarief van de verontreinigingsheffing is een afgeleid tarief en bedraagt 100% van de zuiveringsheffing. De opbrengst van de verontreinigingsheffing komt ten gunste aan de watersysteemheffing. Belastingopbrengst 2013 per categorie Ingezetenen Gebouwd Ongebouwd Natuur Zuiverings- en verontreinigingsrechten - 81 -
4.5.6 Belastingtarieven categorie / belastingsoort eenheid TARIEVEN 2012 TARIEVEN 2013 stijgingsingezetenen totaal ingezetenen totaal % watersysteembeheer wegenbeheer watersysteembeheer wegenbeheer Ingezetenen huishouden 81,08 17,98 99,06 86,70 12,74 99,44 0,4% Gebouwd - Binnendijks vast % WOZ-waarde 0,0325% 0,0086% 0,0411% 0,0356% 0,0064% 0,0421% 2,2% - Buitendijks vast % WOZ-waarde 0,0081% 0,0086% 0,0168% 0,0089% 0,0064% 0,0153% -8,4% Natuur-ongebouwd hectare 3,91 1,02 4,93 3,94 0,77 4,72-4,3% Overig ongebouwd hectare 87,75 20,82 93,75 14,75 - Buitendijks exclusief wegen hectare 21,49 20,82 42,31 20,06 14,75 34,81-17,7% - Buitendijks wegen hectare 107,47 20,82 128,29 220,64 14,75 235,39 83,5% - Binnendijks exclusief wegen hectare 85,97 20,82 106,79 80,23 14,75 94,98-11,1% - Binnendijks wegen hectare 171,95 20,82 192,77 280,81 14,75 295,56 53,3% Zuiveringsheffing vervuilingseenheid 50,05 50,05 49,68 49,68-0,7% Verontreinigingsheffing vervuilingseenheid 50,05 50,05 49,68 49,68-0,7% - 82 -
4.5.7 Ontwikkeling belastingdruk 2013: een aantal profielen Onderstaand is voor een aantal profielen aangegeven wat de lastendruk in 2013 is. Tevens is de stijging/daling ten opzichte van 2012 aangegeven. Bij de berekening van de aanslagbedragen zijn, voor zover van toepassing, de watersysteemheffing, de wegenheffing en de zuiveringsheffing toegepast. programmabegroting 2012 lastendruk programmabegroting 2013 lastendruk nr profiel buitendijks gebied binnendijks buitendijks gebied binnendijks Huishoudens verschil buitendijks tov 2012 verschil binnendijks tov 2012 1. huurwoning (éénpersoonshuishouden) 149 149 149 149 0% 0% 2. huurwoning (meerpersoonshuishouden) 249 249 248 248 0% 0% 3. koopwoning (meerpersoonshuishouden) 200.000 Woz-waarde 283 332 279 333-1% 0% 4. koopwoning (meerpersoonshuishouden) 750.000 Woz-waarde 375 558 364 564-3% 1% 5. 6. 7. 8. Agrarische ondernemingen agrarisch bedrijf met opstallen (meerpersoonshuishouden) 240.000 Woz-waarde en 25 hectare ongebouwd 1.347 3.018 1.156 2.724-14% -10% agrarisch bedrijf met opstallen (meerpersoonshuishouden) 500.000 Woz-waarde en 40 hectare ongebouwd 2.026 4.727 1.718 4.258-15% -10% akkerbouw bedrijf met opstallen (meerpersoonshuishouden) 500.000 Woz-waarde en 60 hectare ongebouwd 2.871 6.863 2.414 6.158-16% -10% tuinderij bedrijf met opstallen (meerpersoonshuishouden) 500.000 Woz-waarde en 3 hectare ongbouwd 460 775 430 744-7% -4% Natuurterreinen 9. een natuurterrein van 1.000 hectare 4.928 4.928 4.717 4.717-4% -4% 10. 11. 12. Handel en industrie groothandel ad..2.400.000 WOZ-waarde en 10 vervuilingseenheden 903 1.488 865 1.506-4% 1% kantoor / klein bedrijf ad..150.000 WOZ-waarde en 3 vervuilingseenheden 175 212 172 212-2% 0% middelgroot metaalbedrijf ad..12.000.000 WOZ-waarde en 450 vervuilingseenheden 24.535 27.462 24.197 27.403-1% 0% Buitendijks 13. groot bedrijf (buitendijks) ad..150.000.000 WOZ-waarde 25.133 23.010-8% 14. bedrijf (buitendijks) ad..5.000.000 WOZ-waarde 838 767-8% - 83 -
4.6 Weerstandsvermogen Inleiding Elke organisatie loopt in meer of mindere mate risico s. Te denken valt onder meer aan aansprakelijkheidsrisico s, financiële risico s, imagorisico s, informatierisico s en milieurisico s. Het in kaart brengen van de risico s maakt het mogelijk ze te analyseren en te beoordelen. Zo n analyse bestaat uit een inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt en wat de mogelijke gevolgen daarvan zijn. De risico s relevant voor het weerstandsvermogen, zijn die risico s die niet op een andere manier zijn te ondervangen. Reguliere risico s risico s die zich regelmatig voordoen en goed meetbaar zijn - maken geen deel uit van de risico s in het onderdeel weerstandsvermogen. Hiervoor zijn maatregelen getroffen binnen de bedrijfsprocessen, voorzieningen gevormd of verzekeringen afgesloten. Het weerstandsvermogen geeft de financiële draagkracht aan van het waterschap indien zich onvoorziene tegenvallers voordoen en is op basis van het BBVW een verplicht onderdeel van de begroting. Op basis van het risicoprofiel kan worden bepaald hoeveel geld (weerstandsvermogen) nodig is om de gevolgen van de risico s te dekken. Risicomanagementbeleid Het beleid dat het waterschap voert ten aanzien van risicomanagement is vastgelegd in de 'Beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen waterschap Hollandse Delta'. In dit beleidstuk is de werkwijze vastgelegd en zijn de uitgangspunten bepaald ten aanzien van het risicomanagement. Op basis van dit beleidsstuk is de paragraaf weerstandsvermogen opgesteld. Waterschap Hollandse Delta is verplicht zowel in de beleidsbegroting als in de jaarverslaggeving de risico's te vermelden die de financiële positie van het waterschap kunnen beïnvloeden. Er dient een zo goed mogelijk beeld van de kwantificeerbare risico's aanwezig te zijn. Dat betekent echter niet dat in de waterschapshuishouding geen financiële risico's meer aanwezig zouden zijn. Net als iedere andere organisatie heeft ook het waterschap bij de uitvoering van haar taken te maken met onzekerheden die kunnen leiden tot financiële nadelen. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie is. Dit is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Het weerstandsvermogen is de ratio van de weerstandscapaciteit in verhouding tot de risico's. De weerstandscapaciteit bestaat de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Bij de risico's gaat het om die risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Belangrijkste risico's De belangrijkste risico's van het waterschap zijn geïnventariseerd. Het risicoprofiel is zeer divers van aard. Zowel grote als kleine risico's, risico's met interne of externe oorzaak en risico's die operationeel dan wel strategisch van aard zijn. Een aantal van deze risico's is regulier van aard. Deze risico's hebben geen impact op het weerstandsvermogen van het waterschap omdat passende beheersmaatregelen zijn genomen (verzekering, een post opgenomen in de begroting, een voorziening getroffen). De getroffen maatregelen zijn met name bedoeld om de gevolgen te reduceren en niet om de oorzaken weg te nemen. Deze risico's komen niet in aanmerking voor opname in de risicoparagraaf. - 84 -
Hieronder volgen de belangrijkste geïdentificeerde risico s: Bodemsanering Waal (Ridderkerk/Hendrik-Ido-Ambacht) Beschrijving In het noordelijk deel van de Waal, nabij Oostendam op de grens tussen Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht, bevindt zich verontreinigde bagger naast een verontreinigde landlocatie. Al geruime tijd is bekend dat dit deel van de waterbodem verontreinigd is. De ernst van de verontreiniging van de zijtakken van dat deel van de Waal (particulier eigendom) was niet bekend. De aangetroffen verontreiniging doet vermoeden dat hier ook sprake is van landbodemverontreiniging. Het risico bestaat dat een deel van de saneringskosten van de zijtakken voor rekening van het waterschap komt. Kans Financieel gevolg 50% 800.000 Ontbreken uitwijkvoorziening Beschrijving WSHD heeft geen uitwijkvoorziening: bij een calamiteit waardoor het hoofdgebouw onbruikbaar wordt of de ICT-infrastructuur (geheel of gedeeltelijk) vernietigd wordt zullen in hoog tempo maatregelen moeten worden genomen om de ICT-infra weer beschikbaar te stellen. Kans Financieel gevolg < 10% 500.000 Niet opgenomen risico's uit de jaarrekening 2011 De volgende risico's zijn niet meer meegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2011 vanwege het feit dat het risico zich heeft voorgedaan of niet meer bestaat: - Landinrichting Hoeksche Waard (Mariapolder) (risico is afgewikkeld) - Verlenging Anammox project Dokhaven (risico bestaat niet meer) - HWBP (beheersmaatregelen getroffen waarmee risico is gedekt) - De financiële gevolgen van KIER-besluit zijn geconcretiseerd wat heeft geresulteerd in een opname van het investeringskrediet Compenserende maatregelen Kierbesluit, in het MJBP 2013-2017. - Bodemverontreiniging bij gasolietanks. In 2012 wordt de laatste niet verzekerde tank gesaneerd, waarmee het risico niet meer bestaat. Berekening van de benodigde weerstandscapaciteit Het bedrag dat relevant is voor de berekening van het weerstandsvermogen is het reëel financieel gevolg per risico. Het reëel financieel gevolg is het product van de kans van optreden van een risico maal het geschat financieel gevolg bij voordoen van een risico. Voor lang niet alle geïnventariseerde niet reguliere risico s kon het financieel gevolg worden ingeschat of berekend. De som van het reëel financieel gevolg, van de geïnventariseerde niet reguliere risico's waarvoor dit geen probleem vormde, bedraagt afgerond 500.000. Het totale reëel financieel gevolg relevant voor het beoordelen van het weerstandsvermogen zal dus hoger liggen. Voor de niet in te schatten en onbekende risico s wordt daarom voorgesteld een bedrag op te nemen van 500.000. Of dit teveel of te weinig is, moet blijken wanneer er adequatere middelen beschikbaar zijn om risico s te inventariseren en te kwantificeren. De hoogte van het totale reëel financieel gevolg van alle niet reguliere risico s bedraagt dus in totaal 1.000.000. Voor waterschap Hollandse Delta is bepaald (zie 'Beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen waterschap Hollandse Delta') dat 90% van het totale reëel financieel gevolg wordt meegenomen voor de berekening van het weerstandsvermogen. De toekomstige praktijk en ervaringen van andere waterschappen zullen uit moeten wijzen of deze schatting goed is geweest. Voor de bepaling van het weerstandsvermogen van waterschap Hollandse Delta wordt daarom uitgegaan van een benodigde weerstandscapaciteit van 900.000 (=90% van 1.000.000). - 85 -
Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Om de risico's te kunnen opvangen is het van belang dat het waterschap over een buffer beschikt die hiervoor voldoende is, de zogenaamde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken. Daarbij komen de volgende onderdelen in aanmerking: de omvang van de post onvoorzien; de omvang van de vrij besteedbare reserves; de omvang van de stille reserves; de omvang van de onbenutte belastingcapaciteit. De post onvoorzien Artikel 99, lid 2 van de Waterschapswet verplicht elk waterschap een bedrag voor onvoorziene uitgaven op te nemen in de begroting. In de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie waterschap Hollandse Delta, artikel 9 lid 1 staat vermeldt dat het college van dijkgraaf en heemraden bevoegd is overschrijding van geautoriseerde netto kosten te dekken uit het bedrag voor onvoorzien uit de begroting. In het bepalen van de hoogte van deze bedragen is een waterschap vrij. In de Programmabegroting 2013 is de post 'onvoorzien' geraamd op 500.000. De vrij besteedbare reserves Bij waterschap Hollandse Delta vormt het eigen vermogen de belangrijkste buffer tegen optredende risico's. Het eigen vermogen van waterschap Hollandse Delta bestaat uit algemene reserves, egalisatiereserves en specifieke bestemmingsreserves. De algemene reserves en de bestemmingsreserves waarvoor nog geen verplichtingen zijn aangegaan kunnen als vrij besteedbare reserves worden beschouwd. De stille reserves (grond, dienstwoningen en aandelen) Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde activa hoger is dan de op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is een onvermijdelijk gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op de historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien het desbetreffende actief vrij verhandelbaar is en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Waterschappen kennen over het algemeen twee soorten stille reserves. Dit zijn de stille reserves in financiële bezittingen en materiële bezittingen. Vooralsnog zijn de stille reserves niet meegenomen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. De onbenutte belastingcapaciteit Voor de waterschappen gelden er met betrekking tot de tariefstelling, dit in tegenstelling tot de gemeenten, geen wettelijke maxima en is de voor de weerstandscapaciteit in te schatten ruimte in principe onbegrensd. Vooralsnog is de onbenutte belastingcapaciteit niet meegenomen in de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. - 86 -
Omvang en beoordeling van de weerstandscapaciteit De totale omvang van de (geprognosticeerde) beschikbare weerstandscapaciteit is in onderstaande tabel voor de jaren 2011 (op basis van jaarrekening, ter vergelijking) en 2013 als volgt opgebouwd: Stand per 31-12 Beschikbare weerstandscapaciteit 2013 2011 Beschikbaar (Bedragen * 1.000) Onvoorzien 500 223 Algemene reserve 11.768 18.824 Stille reserve PM PM Onbenutte belastingcapaciteit PM PM Totaal 12.268 19.047 Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit ( 12.268.000) en de benodigde weerstandscapaciteit ( 900.000) en wordt uitgedrukt in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen is 13,6. Bij het beoordelen van het weerstandsvermogen wordt gebruik gemaakt van onderstaande tabel: Waarderingscijfer Ratio Betekenis weerstandsvermogen A 2,0 < x Uitstekend B 1,4 < x < 2,0 Ruim voldoende C 1,0 < x < 1,4 Voldoende D 0,8 < x < 1,0 Matig E 0,6 < x < 0,8 Onvoldoende F x < 0,6 Ruim onvoldoende In de 'beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen waterschap Hollandse Delta' is voorgesteld dat waterschap Hollandse Delta een weerstandsvermogen nastreeft dat ten minste voldoende is. Op basis van de berekende ratio weerstandsvermogen en bovenstaande tabel kan het weerstandsvermogen als uitstekend worden geclassificeerd. - 87 -
4.7 Treasury Het waterschap heeft in de loop van de jaren investeringen (vaste activa) uitgevoerd, die vanwege hun meerjarige nut over meerdere jaren worden afgeschreven. In 2013 wordt naar verwachting 107 miljoen aan investeringen uitgegeven (inclusief kosten personeel en rente tijdens de bouw), waarvoor in een aantal gevallen een bijdrage van derden wordt ontvangen (in totaal voor 2013 geraamd op 58 miljoen). De afschrijvingen over 2013 worden begroot op 23 miljoen. Een overzicht per activasoort is als bijlage in deze begroting opgenomen. Het waterschap financiert zijn taakuitoefening met eigen vermogen (reserves) en vreemd vermogen (leningen). Het verloop van de vaste schulden over 2013 is als bijlage 4 in deze begroting opgenomen. Wet Fido De regels voor een juiste toepassing van het aantrekken van vreemd vermogen zijn vastgelegd in de Wet Financiering decentrale overheden, kortweg de Wet Fido. Deze wet heeft tot doel een solide financiering en kredietwaardigheid van decentrale overheden te bevorderen en in stand te houden. Om deze doelstellingen te kunnen toetsen hanteert de wet twee instrumenten: 1. de kasgeldlimiet voor de beperking van het renterisico op korte financieringen (<1 jaar); 2. de renterisiconorm voor de beperking van het renterisico op lange financieringen (>1 jaar). De kasgeldlimiet geeft aan tot welk bedrag lagere overheden hun activiteiten met korte middelen mogen financieren. Voor waterschappen is die limiet bepaald op 23% van het begrotingstotaal (is het totaal van de lasten van de programma's). Elk kalenderkwartaal wordt de gemiddelde korte schuld van de betreffende maanden getoetst aan de limiet. Voor 2013 bedraagt het begrotingstotaal 152 miljoen, zodat de kasgeldlimiet van waterschap Hollandse Delta uitkomt op 35 miljoen. Hiervoor heeft het waterschap een kredietfaciliteit bij de NWB afgesloten. Op basis van de prognose zal deze faciliteit in 2013 niet worden overschreden. Uitgangspunt voor het invoeren van een renterisiconorm is het streven naar een spreiding van looptijden van lange geldleningen met het oog op een beperking van de renterisico's. Het bedrag aan aflossingen en het leningbedrag dat in aanmerking komt voor een renteherziening mogen in het betreffende jaar de renterisiconorm niet overschrijden. De renterisiconorm is 30% van het begrotingstotaal. De maximale herfinancieringsruimte (verplichte aflossing) voor 2013 is dus 30% van 152 miljoen is 45 miljoen. Het bedrag dat het waterschap in 2013 moet aflossen ( 11,9 miljoen) blijft hier ruim onder. Renterisiconorm (bedragen x 1.000) 2013 2014 2015 2016 2017 Renteherzieningen 0 0 0 0 0 Reguliere aflossingen 11.893 11.302 10.652 10.394 10.190 Renterisico 11.893 11.302 10.652 10.394 10.190 Renterisiconorm 30% van 188 miljoen 45.000 45.000 45.000 45.000 45.000 Ruimte onder de renterisiconorm 33.107 33.698 34.348 34.606 34.810 Ontwikkelingen die van invloed zijn op de treasuryfunctie en het treasurybeleid De kredietcrisis heeft geleid tot het aanpassen van het stelsel van regelgeving in de financiële markten. De komende jaren moeten inspanningen worden geleverd om de verslechterde overheidsfinanciën te herstellen. Twee maatregelen die van belang zijn voor het waterschap zijn de Wet Hof en Schatkistbankieren. Wet Hof In september is het wetsvoorstel Houdbare Overheids Financiën (wet Hof) aan de Tweede Kamer aangeboden. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat medeoverheden een gelijkwaardige inspanning moeten leveren in het kader van het respecteren van de Europese begrotingsdoelstellingen. In het wetsvoorstel wordt gestuurd op een macronorm voor het Emu- - 88 -
saldo voor het Emu-saldo van de medeoverheden gezamenlijk. Zo wordt voorkomen dat het toezicht zich richt op de individuele gemeente, provincie of waterschap. Tot nu toe wordt door de medeoverheden, en daarmee ook door WSHD, niet gestuurd op het Emusaldo. Waterschappen sturen nu op een sluitende begroting gebaseerd op het stelsel van baten en lasten. Een sluitende begroting betekent echter zeker niet dat er sprake is van een positief of neutraal EMU-saldo (gebaseerd op kasstromen). Dit wordt veroorzaakt door het feit dat waterschappen veel investeren. De investeringsuitgaven in een jaar leiden in dat jaar niet tot ontvangsten. Hierdoor ontstaat een EMU-tekort (uitgaven groter dan ontvangsten). Door het kabinet is in een bestuurlijk overleg aangegeven dat de wet Hof geen betrekking zal hebben op het begrotingsjaar 2013. Dit jaar zal wel gebruikt worden om ervaring op te doen met het beheermechanisme dat is opgenomen in het voorstel. Mocht vanaf 2014 de wet Hof wel in werking treden, dan zal de bewegingsvrijheid van waterschappen in met name de omvang van de investeringen beperkt worden. Voor de berekening van het EMU-saldo van WSHD wordt verwezen naar paragraaf 4.10. Schatkistbankieren In het Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken dat decentrale overheden in 2013 gaan schatkistbankieren zonder leenfaciliteit. Schatkistbankieren houdt in dat tegoeden worden aangehouden in de Nederlandse schatkist. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Het Kabinet heeft besloten dat in 2013 verplicht schatkistbankieren zonder leenfaciliteit wordt ingevoerd voor gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen. Dit heeft een positief effect op de omvang van de staatsschuld. Decentrale overheden zullen op de deposito s een rente vergoed krijgen die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. De Unie van Waterschappen (UvW) heeft haar leden in juni 2012 gevraagd naar een reactie op schatkistbankieren. Een memo met vragen van WSHD is in juni 2012 naar de UvW verzonden. De UvW zal middels een lobby proberen het voorstel van schatkistbankieren van tafel te krijgen bij het demissionaire Kabinet. Financiële risico s Bij het beheer van de liquiditeiten spelen renterisico, kredietrisico, liquiditeitsrisico, koersrisico en valutarisico een rol. Voor het waterschap zijn de twee laatstgenoemde risico's niet aan de orde, omdat overheidsinstellingen slechts met eigen valuta werken. De inkomende en uitgaande geldstromen van de Cross Border Lease worden afgerekend in dollars, zodat het waterschap hierover geen valutarisico loopt. Het renterisicobeheer is het beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van vreemd vermogen hoger, respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zijn dan een gewenst niveau. Zolang de rente op korte financieringsmiddelen lager is dan de rente op lange financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van korte middelen. De berekende grens van het kasgeldlimiet wordt hierbij als maximum aangehouden, tenzij er redenen zijn om hiervan tijdelijk af te wijken, bijvoorbeeld het verlaat opleggen van de omslagheffingen. Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisico) is het beheersen van risico's die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie als gevolg van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij. Dit risico wordt zoveel mogelijk beperkt door het voeren van een strak invorderingsbeleid met de uiteindelijke inschakeling van deurwaarders. Waterschap Hollandse Delta heeft deze taak ondergebracht bij het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). Het liquiditeitenrisicobeheer is het beheersen van risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning, waardoor de financieringskosten hoger kunnen uitvallen. De beheersing van dit risico is afhankelijk van de hardheid van de cijfers die in de meerjarenbegroting zijn opgenomen. - 89 -
Rentevisie Voor 2013 wordt een omslagpercentage van 3,92% begroot. Rente kortlopende leningen Voor 2013 verwacht het waterschap dat de rente ligt tussen de 0,5% en 1,5%. Rente langlopende leningen De verwachting is dat de rente voor langlopende leningen ten opzichte van het niveau van 2012 slechts licht zal stijgen. Treasurybeheer Het risicoprofiel van de financiering is laag. In de leningenportefeuille vaste schulden bevinden zich geen leningen met de mogelijkheid van een renteherziening. Zoals hiervoor al aangegeven worden krediet-, koers- en valutarisico's niet of nauwelijks gelopen. Forse mutaties in aangenomen rentepercentages voor op te nemen en uit te zetten kortlopende financieringsmiddelen hebben invloed op het begrotingsresultaat. De korte rente is nog steeds historisch laag (debetrente rekening-courant NWB juni 2012: 0,35%). Periodiek wordt bekeken welk deel van de kortlopende financieringsmiddelen wordt omgezet in geldleningen met een langere looptijd. De omvang van de leningenportefeuille wordt per 1 januari 2013 geraamd op 241 miljoen en de reguliere aflossing op 12 miljoen. Er vinden in 2013 geen extra aflossingen plaats, omdat daarvoor contractueel geen mogelijkheden bestaan. Voor 2013 wordt de omvang van de in de loop van het jaar af te sluiten vaste geldleningen geraamd op 61 miljoen. Als met het afsluiten van deze geldleningen rekening wordt gehouden, is de omvang van de leningenportefeuille per 31 december 2013 291 miljoen. Het gemiddelde rentepercentage van de langlopende geldleningen is 4,4%. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2013 (september 2012) bedroeg de rente voor rentevaste leningen met een looptijd van twintig jaar ca. 3,5%. Kort geld wordt aangetrokken in de vorm van een rekening-courant krediet, kasgeld- en callgeldleningen bij de huisbankier (NWB) of andere geldverstrekkers die voldoende kredietwaardig zijn. Ter dekking van de financieringsbehoefte wordt de Verenigde Vergadering gevraagd het college van dijkgraaf en heemraden, conform het Treasurystatuut, bevoegd te maken tot: Het aangaan van kortlopende financieringsmiddelen (rekening-courant verhouding en kasgeldleningen) tot een bedrag van maximaal de kasgeldlimiet ad 35 miljoen; Het aangaan van langlopende financieringsmiddelen tot maximaal 78 miljoen - 90 -
4.8 Verbonden partijen Inleiding Door middel van verbonden partijen kunnen beleidsvoornemens van het waterschap tot uitvoering worden gebracht. In verband met bestuurlijke, beleidsmatige en financiële belangen en mogelijke daarmee verband houdende risico's moet in de begroting en in de jaarstukken een paragraaf worden opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de verbonden partijen. 'Een verbonden partij is een rechtspersoon, waarin het waterschap een bestuurlijk en een financieel belang heeft'. Van een bestuurlijk belang is sprake indien het waterschap zeggenschap heeft, wat blijkt uit het hebben van stemrecht of door middel van vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. Onder een financieel belang wordt verstaan dat het waterschap middelen beschikbaar heeft gesteld die niet verhaalbaar zijn in geval van faillissement van de verbonden partij of in geval de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Visie op verbonden partijen Waterschap Hollandse Delta kent diverse samenwerkingsverbanden met andere overheden en instellingen. Daar waar het voordeel oplevert om samen te werken, zal deze samenwerking worden opgezet, c.q. gecontinueerd. Dit voordeel kan direct zijn in minder kosten en/of betere kwaliteit, maar ook indirect bijvoorbeeld in de vorm van een netwerk of naamsbekendheid. Beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen In het algemeen kan worden gesteld dat het participeren in een 'verbonden partij' alleen is toegestaan indien daarmee een publiek belang wordt gediend. Bij het aangaan van een participatie dient de Verenigde Vergadering in principe dan ook de volgende vragen te beantwoorden: Gaat het om een belang dat zonder bemoeienis van het waterschap niet naar behoren zal worden behartigd? Waarom dient het waterschap dit belang te behartigen? Kan de beoogde verbonden partij aan de uitvoering van de programma's de gewenste bijdrage leveren? Overzicht verbonden partijen Waterschap Hollandse Delta heeft met veel participanten een relatie, het is dan ook niet de bedoeling om over elk van hen in dit kader te rapporteren. We beperken ons tot de belangrijkste bestaande verbonden partijen. Dat zijn in het geval voor waterschap Hollandse Delta één vennootschap en zeven gemeenschappelijke regelingen. Vennootschap: Nederlandse Waterschapsbank (NWB). Gemeenschappelijke regelingen: 1. Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffingen en Waardebepaling (SVHW). 2. Aquon 3. Groenbeheer Hoeksche Waard. 4. Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg. 5. Intergemeentelijk samenwerkingsverband Goeree-Overflakkee (ISGO) 6. Gemeenschappelijke Regeling Slibverwerking 2009/ N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC). 7. Het Waterschapshuis. - 91 -
Vennootschap: Nederlandse Waterschapsbank (NWB) te Den Haag Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt Het verlenen van korte en langlopende kredieten. De NWB levert diensten op het gebied van betalingsverkeer, electronic banking en consultancy. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd Door een aantal rechtsvoorgangers werd het bezit van de aandelen als een goede belegging gezien. Het huidig aandelenbezit heeft meer een symbolische waarde. Andere participanten/deelnemers Alle aandelen van de bank zijn, sinds de oprichting in 1954, in handen van overheden. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij De deelneming in deze AAA - bank bedraagt 234.140 zijnde de aankoopwaarde van 1.893 aandelen A van nominaal 115 en 143 aandelen B van nominaal 460 (waarvan 25% volgestort). Ontwikkelingen verbonden partij De nettowinst van de NWB kwam in 2011 uit op 75 mln. (2010: 91 mln.). De daling ten opzichte van 2010 is hoofdzakelijk een gevolg van de daling van de rentebaten door de Europese schuldencrisis. Om te voldoen aan de verzwaarde kapitaalseisen voor de bankensector (Bazel III: de minimale leverage ratio moet tenminste 3% zijn) is in 2011 besloten om ter versterking van het eigen vermogen geen dividend meer uit te keren. De ontwikkelingen op de financiële markten zullen in 2012 en ook in 2013 in hoge mate worden beïnvloed door de Europese schuldencrisis. Reden waarom de NWB geen prognose kan afgeven over de te verwachten nettowinst. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Het risico beperkt zich tot het bedrag dat in de aandelen is geïnvesteerd. Gemeenschappelijke regelingen: 1. Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie, Heffingen en Waardebepaling, te Klaaswaal Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt De uitvoering van de belastingheffing en invordering van de waterschapsbelastingen is ondergebracht bij de gemeenschappelijke regeling SVHW. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd Zie bij openbaar belang. Andere participanten/deelnemers Alblasserdam Albrandswaard Barendrecht Bernisse Bergambacht Binnenmaas Boskoop Brielle Cromstrijen Dirksland Goedereede Graafstroom Hardinxveld-Giessendam Hellevoetsluis Korendijk Liesveld Nederlek Nieuw-Lekkerland Nieuwkoop Oud-Beijerland Ouderkerk Schoonhoven Strijen Vlist Zederik Waterschap Hollandse Delta Regionale Afvalstoffendienst Hoeksche Waard. Hollandse Delta heeft zitting in het algemeen bestuur van SVHW met twee deelnemers uit het college van dijkgraaf en heemraden. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en vier leden te benoemen door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling. De dijkgraaf van waterschap Hollandse Delta is de voorzitter van het AB en DB. - 92 -
Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij Begrotingstotaal: 10.4 mln. De bijdrage in de kosten van SVHW is voor het deel van ons waterschap voor 2013 geraamd op 4.450.000. Ontwikkelingen verbonden partij SVHW heeft de afgelopen jaren een sterke groei van het aantal deelnemers gekend. In 2011 is, door Ernst & Young, de toekomstbestendigheid van SVHW onderzocht. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft het algemeen betuur van SVHW de voorkeur voor focus op groei uitgesproken, onder de volgende randvoorwaarden: - groei moet voor de bestaande deelnemers een betere prijs/kwaliteitsverhouding tot gevolg hebben; - SVHW kiest in principe voor integratie van de processen belastingen, WOZ, BAG en BGT; - groei draagt zorg voor een minder kwetsbare organisatie en uiteindelijk een nog betere dienstverlening; - het SVHW staat open voor een strategische samenwerking met andere samenwerkingsverbanden. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Het risico beperkt zich door de hoofdelijke aansprakelijkheid van de deelnemers bij tekorten. In de gemeenschappelijke regeling is hier geen uitwerking aan gegeven. 2. Gemeenschappelijke regeling AQUON, te Tiel Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt AQUON is het instituut voor wateronderzoek en advies van en voor negen Waterschappen. AQUON levert monsterneming, analyse en rapportage van chemisch, fysisch en biologisch onderzoek naar de eigenschappen van het natte milieu. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd AQUON verzorgt voor WSHD en de andere deelnemers het waterkwaliteitsonderzoek, dat uitgevoerd moet worden als gevolg van wettelijke verplichtingen (zoals zwemwateronderzoek en KRW monitoring). Tevens is het, ten behoeve van de uitvoering en evaluatie van het eigen beleid, noodzakelijk allerlei kwaliteits- en kwantiteitsmetingen uit te voeren en daarover te rapporteren. Zonder goede rapportage en evaluatie kan de PDCA cyclus niet gesloten worden en kunnen geen goede uitspraken gedaan worden over het gevoerde beleid. Daarnaast is het voor een overheid steeds belangrijker verantwoording af te leggen, open en transparant te zijn en de burgers van actuele en betrouwbare informatie te voorzien. Andere participanten/deelnemers AQUON levert haar diensten voornamelijk aan de negen waterschappen en hoogheemraadschappen Aa en Maas, De Dommel, Schieland en Krimpenerwaard, Delfland, Rijnland, Hollandse Delta, Brabantse Delta, Rivierenland en De Stichtse Rijnlanden. Hollandse Delta heeft zitting in het algemeen bestuur van AQUON met één deelnemer uit het college van dijkgraaf en heemraden. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij Begrotingstotaal 19,7 mln. Aan de kant van WSHD is een onderzoek ingesteld naar de informatiebehoefte ten aanzien van de waterkwaliteit en het daarbij behorend aantal meetpunten. Vanwege de garantieregeling, die tot en met 2015 geldt, vertalen optimalisaties en besparingen in de meetnetten zich niet één op één door naar lagere kosten. In de ontwikkeling van de meetvraag van de waterschappen is een dalende trend te zien. Omdat echter de kosten van het laboratorium op hetzelfde niveau blijven, gaat het tarief omhoog en blijven de kosten per waterschap ongeveer gelijk. De kosten voor de dienstverlening van AQUON voor waterschap Hollandse Delta bedragen ca. 4 miljoen per jaar. Waterschap Hollandse Delta heeft als enige van de negen deelnemers een zienswijze ingediend tegen de begroting van AQUON. Ondanks het indienen van drie amendementen door de vertegenwoordiger van WSHD is de begroting (financieel) ongewijzigd vastgesteld (uniforme besluitvorming is niet vereist). - 93 -
Ontwikkelingen verbonden partij Door de GR AQUON is voorgesteld om de gemeenschappelijke regeling aan te passen door een algemene borgstelling voor geldleningen toe te voegen aan de regeling. Deze borgstelling brengt geen extra risico's met zich mee. Immers, de deelnemers zijn verantwoordelijk voor de tekorten en de bevoegdheid tot het aangaan van leningen is neergelegd bij het dagelijks bestuur. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Het risico beperkt zich door de hoofdelijke aansprakelijkheid van de deelnemers bij tekorten. In de gemeenschappelijke regeling is hier geen uitwerking aan gegeven. Met wijziging van de gemeenschappelijke regeling inzake de algemene borgstelling voor geldleningen wijzigt dit risico niet. 3. Gemeenschappelijke Regeling Groenbeheer Hoeksche Waard, te Ridderkerk Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt Doel van Groenbeheer Hoeksche Waard is het zorgdragen voor het beheer van een evenwichtig en kwalitatief hoogwaardig landschap, zoals vastgelegd in het betreffende landschapsplan. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd Zie openbaar belang. Andere participanten/deelnemers Groenbeheer Hoeksche Waard is een gemeenschappelijke regeling tussen waterschap Hollandse Delta en de gemeenten op de Hoeksche Waard. Hollandse Delta is 50% deelnemer in de gemeenschappelijke regeling. Gezamenlijk zijn de deelnemers verantwoordelijk voor de kosten. Mocht er sprake zijn van onvoorziene kosten waarvoor geen dekking is uit de algemene reserve, dan wordt een extra bijdrage van de deelnemers gevraagd. De voorzitter van het algemeen bestuur is afkomstig uit het college van dijkgraaf en heemraden van waterschap Hollandse Delta. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij Totaal begroting 2013: 426.500. Voor 2013 is de bijdrage van WSHD 150.900. Ontwikkelingen verbonden partij Geen ontwikkelingen. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Wanneer er tekorten optreden is het aandeel van het waterschap 50% en voor de vijf gemeenten de resterende 50% procent. 4. Gemeenschappelijk regeling Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg, te Brielle Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt Doel van de regeling is het beheer ingevolge de Archiefwet van overgebrachte archiefbescheiden en het toezicht op het beheer van niet overgebrachte archiefbescheiden. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd Het voldoen aan artikel 12 van de archiefwet waarin is bepaald dat archiefbescheiden ouder dan 20 jaar verplicht worden overgedragen aan een daartoe aangewezen archiefbewaarplaats. Andere participanten/deelnemers Streekarchief Voorne-Putten en Rozenburg is een gemeenschappelijke regeling tussen waterschap Hollandse Delta, de gemeenten op Voorne-Putten en de deelgemeente Rozenburg. Waterschap Hollandse Delta - 94 -
participeert als rechtsopvolger van het voormalige waterschap de Brielse Dijkring in deze gemeenschappelijke regeling. Bestuurlijk is het waterschap met een lid en een plaatsvervangend lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur van het streekarchief. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij Begrotingstotaal ca. 350.000. De bijdrage in de exploitatie bedraagt voor 2012 circa 73.000. Ontwikkelingen verbonden partij Waterschap Hollandse Delta heeft de intentie uit te treden uit de gemeenschappelijke regeling Voorne Putten en Rozenburg. Daartoe zijn reeds onderhandelingen gestart met het bestuur van het Streekarchief. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Bij beëindiging van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling zal het waterschap, afhankelijk van de uitkomst van de onderhandelingen, eenmalig een afkoopsom moeten betalen aan het bestuur van het Streekarchief. Voor het uitreden uit de gemeenschappelijke regeling geldt een 'opzegtermijn' van vier jaar. Daarbij is aangeven, dat de uittredende deelnemer aan het Streekarchief een bedrag van een zodanige hoogte vergoedt, dat de andere deelnemers van de uittreding geen financiële nadelen ondervinden. Over de hoogte van dit bedrag is nog geen duidelijkheid. 5. Intergemeentelijk samenwerkingsverband Goeree Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt Doel van de regeling is het beheer ingevolge de Archiefwet van overgebrachte archiefbescheiden en het toezicht op het beheer van niet overgebrachte archiefbescheiden. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd Het voldoen aan artikel 12 van de archiefwet waarin is bepaald dat archiefbescheiden ouder dan 20 jaar verplicht worden overgedragen aan een daartoe aangewezen archiefbewaarplaats. Andere participanten/deelnemers Deelnemers zijn de gemeenten op Goeree-Overflakkee en het waterschap. Het waterschap is geen participant in de gemeenschappelijke regeling als zodanig, maar wel in de bestuurscommissie streekarchief Goeree- Overflakkee, die onder deze gemeenschappelijke regeling is geplaatst. Bij D&H-besluit van 18 december 2007 is besloten tot vaststelling van deze bestuurscommissie. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij De begroting van deze bestuurscommissie bedraagt ca. 360.000. De bijdrage in de exploitatie bedraagt voor 2012 circa 55.000. De exploitatie zal in 2013 minder bedragen, omdat naar verwachting per die datum wordt overgegaan op een dienstverleningsconstructie. Ontwikkelingen verbonden partij Met de samenvoeging van de gemeenten op Goeree-Overflakkee zal dit samenwerkingsverband te zijner tijd worden opgeheven. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Er zijn geen risico's te verwachten. Bij beëindiging van het samenwerkingsverband wordt overgegaan op een dienstverleningsconstructie. Verwacht wordt dat de bijdrage dan ook minder zal zijn. - 95 -
6. Gemeenschappelijke Regeling Slibverwerking 2009, te Rotterdam/ N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC), te Alkmaar Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt De GR/HVC behartigt de belangen van de deelnemende waterschappen met betrekking tot de eindverwerking van zuiveringsslib, verduurzaming van de verwerking van de restproducten en het produceren van duurzame energie en leveren ervan voor intern gebruik bij de waterschappen. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd Verbeteren van efficiëntie en doelmatigheid door grootschalige verwerking van zuiveringsslib. Garanderen van afnamezekerheid van zuiveringsslib, zodat de zuiveringsprocessen op rwzi's ongestoord verlopen. Waterschappen faciliteren bij realisatie van duurzaamheidsdoelstellingen (met name energie en grondstoffen). Andere participanten/deelnemers Hoogheemraadschap van Rijnland, waterschap Hollandse Delta, Waterschap Rivierenland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Hoogheemraadschap van Delfland zijn een gemeenschappelijke regeling aangegaan onder de naam Gemeenschappelijke regeling Slibverwerking 2009. De Gemeenschappelijke Regeling voorziet in de oprichting door de waterschappen van een openbaar lichaam, geheten Openbaar Lichaam Slibverwerking. Het waterschap heeft via de gemeenschappelijke regeling Slibverwerking 2009 haar voormalige belangen van DRSH Zuiveringsslib NV ondergebracht bij de N.V. Huisvuilcentrale Noord-Holland (HVC). Hierdoor hebben de deelnemende waterschappen (door middel van het Openbaar Lichaam Slibverwerking) 12% van de aandelen in het kapitaal van HVC, zodat de waterschappen voor dat aandeel een gezamenlijk zeggenschap verkrijgen in de verwerking van zuiveringsslib binnen de aandeelhouders- en governancestructuur van HVC. De overige aandelen zijn, direct danwel middels een GRconstructie, in handen van een groot aantal gemeenten. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij T.b.v. slibverwerking ca. 8 mln. op jaarbasis. T.b.v. levering energie ca. 5 mln. op jaarbasis. Garantstellingen voor uitstaande leningen ca. 55 mln. (na definitief besluit opt-in: ca. 80 mln.). Ontwikkelingen verbonden partij De waterschappen die middels de GR aandeelhouder zijn hebben tot 31 december 2012 de mogelijkheid om gebruik te maken van de zogenaamde opt-out. Aan de hand van opgestelde evaluatiecriteria is door de VV (september 2012) geconstateerd, dat HVC hieraan voldoet en de meerwaarde van de samenwerking als voldoende positief beoordeeld wordt. Daarmee wordt de samenwerking voortgezet en geen gebruik gemaakt van de opt-out mogelijkheid. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen HVC is in staat om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Tariefsontwikkelingen zijn zeer gematigd en bevinden zich onder het inflatieniveau. Gestuurd wordt op een kostendekkend tarief. Hierdoor staat de ontwikkeling van het eigen vermogen van de onderneming wel onder druk. Verwerking van zuiveringsslib door HVC vindt hoofdzakelijk plaats ten behoeve van de aandeelhouders. De aandeelhouders zijn contractueel gehouden aan levering van hun afvalstromen aan HVC. Hierdoor is HVC minder gevoelig voor de ontwikkelingen op de afvalmarkt zoals een sterk teruglopend aanbod en een overschot aan verwerkingscapaciteit. Door de grote invloed, via het aandeelhouderschap, van de waterschappen op de belangrijkste slibverwerkingsbedrijven in Nederland (naast HVC zijn dit met name SNB en AEB), is daarnaast sturing mogelijk op de benodigde verwerkingscapaciteit voor de langere termijn binnen deze overheidsgedomineerde omgeving. De belangrijkste risico's binnen de afval- en slibverwerking zijn hiermee beheersbaar. HVC ontwikkelt daarnaast initiatieven op het gebied van verduurzaming (energieopwekking, grondstoffenterugwinning). Omdat hierbij sprake is van nieuwe 'productmarktcombinaties' kan hierbij (in de toekomst) sprake zijn van een ander risicoprofiel en is blijvende aandacht vereist. - 96 -
7. Gemeenschappelijke Regeling Het Waterschapshuis, te Amersfoort Openbaar belang dat de verbonden partij behartigt Het Waterschapshuis heeft als doel het bevorderen van samenwerking op het gebied van ICT tussen de waterschappen en de andere overheden die actief zijn in de natte sector. Beleidsvoornemens en doelstelling(en) die door deelname worden gerealiseerd De activiteiten van Het Waterschapshuis richten zich op de ontwikkeling en 3e lijn beheer van de informatiesystemen. Voor een aantal landelijke initiatieven heeft Het Waterschapshuis een kassierfunctie: Basisregistratie topografie Basisregistratie BAG Basisregistratie NHR MijnOverheid.nl Stichting Infr. kwaliteitsborging bodembeheer Tot de belangrijkste ontwikkelingen in 2013 behoren: de implementatie van Z-info (Afvalwaterzuivering), een nieuw Content Management Systeem t.b.v. externe dienstverlening, een nieuw informatiesysteem ter ondersteuning van vergunningverlening en handhaving en vernieuwing IRIS (watersystemen en waterkeringen). Ook is een gezamenlijk project gestart t.b.v. professionalisering van gegevensbeheer. Andere participanten/deelnemers Het Waterschapshuis (HWH) is de regie- en uitvoeringsorganisatie voor alle waterschappen op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie. Alle deelnemende waterschappen hebben zitting in het algemeen bestuur. Op 1 juli 2010 is de GR HWH in werking getreden. Omvang van de financiële bijdrage aan de verbonden partij Begrotingstotaal: 19,8 mln. De totale kosten voor de producten en diensten die via Het Waterschapshuis door ons waterschap worden afgenomen komen in 2013 op 956.095. Ontwikkelingen verbonden partij De transitie van de Stichting naar de Gemeenschappelijke regeling HWH is uitgesteld, omdat meer duidelijkheid moet komen over het vervolg en kosten van het project TAX-i. Dit project bestaat uit drie onderdelen: een belasting module UBS, een overheidsdatabase ODB en een enterprise servicebus ESB. WSHD participeert alleen in ODB en ESB. Het project is in geld en tijd uit de hand gelopen. Solvabiliteit en risico's, met indicatie van de periode waarin deze zich voor kunnen doen Zonder unanieme besluitvorming is overdracht van de Stichting naar de gemeenschappelijke regeling niet mogelijk. Dit is een ongewenste situatie en kan op den duur leiden tot discontinuïteit. - 97 -
4.9 Bedrijfsvoering Inleiding Voor het leveren van een klantgerichte en kwalitatieve dienstverlening aan onze belastingbetalers is een goede bedrijfsvoering onontbeerlijk. Bedrijfsvoering is de manier waarop de bedrijfsprocessen van Hollandse Delta worden bestuurd en uitgevoerd met onderstaande thema's. Deze paragraaf wordt afgesloten met een overzicht van de netto-lasten van bedrijfsvoering. Organisatieontwikkeling Het waterschap wordt als overheidsinstantie kritisch beschouwd. Transparantie betekent verantwoording afleggen voor prestaties en de besteding van de beschikbaar gestelde middelen. Daarnaast wordt het waterschap gezien als dienstverlener waarin de klanttevredenheid een graadmeter is. Om aan de steeds veranderende eisen te voldoen is de organisatie voortdurend in ontwikkeling. In 2013 wordt het Management Development traject uitgevoerd conform het in 2012 vastgestelde programma. Om integriteit te waarborgen in onze organisatie maken onze medewerkers gebruik van de E- module. De resultaten worden anoniem in het werkoverleg besproken. Een intensievere samenwerking met waterschap Rivierenland (WSRL) wordt verkend. Met deze samenwerking wordt een doelmatiger waterbeheer maar ook een kwaliteitsverbetering in bredere zin beoogd. Om processen te optimaliseren wordt Lean als instrument geïmplementeerd. Prestatie-indicatoren Integriteit, aantal medewerkers dat deelneemt aan E-module. Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 70% 80% 90% 90% 90% Personeel en organisatie Het vergrijzen en ontgroenen van de bevolking is de trend in Nederland en de ons omringende landen. Dit laat zich doorvertalen in de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Op termijn zijn onze knelpunten moeilijk vervulbare vacatures en een groeiende arbeidsmobiliteit. De vergrijzing en ontgroening laten zich vertalen in de personeelsopbouw van waterschap Hollandse Delta en in het groeiend belang van gezondheidsmanagement gericht op vitaliteit. Waterschap Hollandse Delta voert een actief beleid om de instroom van jongeren en medewerkers met een niet autochtone achtergrond te bevorderen. Het bestand medewerkers jonger dan 40 jaar moet groeien ten opzichte van het bestand ouder dan 40 jaar. Het aantrekkelijker maken van het waterschap als werkgever krijgt mede vorm door de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden. Deze ontwikkeling zorgt voor een verschuiving naar twee kanten enerzijds uniforme afspraken en regelingen voor de gezamenlijke waterschappen en anderzijds de toenemende keuzemogelijkheid voor medewerkers in de arbeidsvoorwaarden. Voor het terugbrengen van de inzet van inhuur wordt per afdeling een plan van aanpak opgesteld en in 2013 uitgevoerd. Kwaliteitszorg-, arbeidsomstandigheden- en milieuzorgbeleid en -beheer Waterschap Hollandse Delta levert een bijdrage aan een duurzame, leefbare en veilige maatschappij en vindt het daarom belangrijk om de taken op een maatschappelijk verantwoorde en duurzame wijze uit te voeren. De belangrijkste ontwikkeling voor de waterschappen is het in de loop van 2010 gesloten Klimaatakkoord met het Rijk. - 98 -
WSHD heeft de wettelijke plicht om te zorgen voor goede en veilige werkomstandigheden die middels een RI&E en PAGO worden getoetst. Bijzondere aandacht gaat uit naar preventie en opvang bij agressie & geweld en de Meteo (medewerker tevredenheidonderzoek). In 2013 wordt het Meteo 2012 geëvalueerd en een nieuwe uitgevoerd. De Arbo-wetgeving wordt vanuit de overheid in toenemende mate minder gereguleerd waardoor de normen en regelgeving sectoraal worden ontwikkeld en vastgesteld. Voor de waterschappen laat dat zich dat vertalen in de ontwikkeling en implementatie van de Arbo-catalogus. Op het gebied van de veiligheid is het waterschap als werkgever verplicht om aan de normen te voldoen met betrekking tot NEN 3140 (werken aan elektrische installaties), BHV (bedrijfshulpverlening) en WSHD heeft de VCA (veilig werken) daaraan toegevoegd. Prestatie-indicatoren 2013 2014 2015 2016 2017 Meteo Tevredenheid (MTO) 3,6 >3,6 geen 4,0 geen 4,0 Meteo Tevredenheid (Arbo) 3,7 >3,7 geen 4.0 geen 4.0 Ziekteverzuim WSHD gemiddeld over een jaar. 5,1% 4,7% 4,5% 4,5% 4,5% 4,5% Bedrijfsongevallen geen geen geen geen geen Arbeidsgerelateerd verzuim t.o.v. totaal 15% 15% 15% 15% 15% 15% ICT Waterschap Hollandse Delta zoekt ook ten aanzien van informatievoorziening samenwerking met Rivierenland. Er is een gemeenschappelijke Visie op informatievoorziening vastgesteld. In 2013 moet deze samenwerking verder vorm en inhoud krijgen. Onderzocht wordt of een oplossing middels een geïntegreerd ondersteunend systeem kan bijdragen aan een verbetering van de kwaliteit van de informatievoorziening. Verder is informatiebeveiliging en het proces daaromheen een continue aandachtspunt. Concerncontrol Concerncontrol is gericht op het bevorderen van de doelgerichtheid, de doelmatigheid en effectiviteit van het gevoerde beleid en beheer in verband met de door het bestuur vastgestelde kaders en doelen. Om dit te bereiken wordt in 2013 uitvoering gegeven aan het IC-plan. Verder wordt de implementatie van de organisatiebrede verbeteragenda 2013 gemonitoord. Speciaal aandacht wordt gegeven aan de verdere ontwikkeling en borging van de project- en programmacontrol en aan het strategisch positioneren, implementeren en ontwikkelen van het informatiemanagement. Financiën Dit betreft het geheel van activiteiten dat gericht is op tijdige, betrouwbare en relevante financiële informatievoorziening aan de verschillende geledingen (bestuur, directieraad, management en medewerkers) van WSHD. Het doel is de gebruikers van deze informatie te ondersteunen bij het plannen van activiteiten, het nemen van beslissingen en het afleggen van verantwoording. In 2013 wordt ingezet op het (verder) kwalitatief verbeteren van de producten van de P&C-cyclus en het verbeteren van de (basis)kwaliteit van de administratie. Waar nodig wordt het financieel beleid herzien om betere managementinformatie te verkrijgen en/of te voldoen aan de wettelijke verslaggevingsvoorschriften. Prestatie-indicatoren Het % facturen dat binnen de reguliere termijn van 30 dagen is betaald. Nulmeting streefwaarde streefwaarde streefwaarde streefwaarde streefwaarde Nulmeting streefwaarde 2013 streefwaarde 2014 streefwaarde 2015 streefwaarde 2016 streefwaarde 2017 87% 90% 90% 90% 90% 90% - 99 -
Inkoop Om inkoop goed in te bedden in de bedrijfsvoering en te komen tot volledige rechtmatigheid is in 2012 het accountmanagement ingericht. Deze actie is inmiddels vertaald naar concrete accountplannen voor alle afdelingen. Opdrachten worden veelvuldiger in concurrentie op de (Europese) markt gezet. Eventuele kwalitatieve verbeteringen en/of kwantitatieve besparingen (potentiëlen) worden middels de Burap door de verantwoordelijke afdelingen gerapporteerd. In 2013 wordt accountantmanagement verder geconcretiseerd. In 2013 wordt op diverse fronten actief samenwerking gezocht met andere waterschappen en overheidsinstanties. Tevens wordt verder geïnvesteerd in het eigen maken van en ervaring op doen met nieuwe aanbestedings- en contracteringsvormen als Design (ontwerp), Built (bouw), Finance (financiering), Maintain (onderhoud) en Operate (exploitatie) (DBFMO) en Engineering & Construct (E&C), met als doel een hoger kwaliteitsniveau tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Wat mag het kosten Hieronder is een overzicht van de baten en lasten van de bedrijfsvoering opgenomen, onderverdeeld naar de kostensoorten. Het totaal van de netto-lasten wordt op basis van de nota "Doorbelasting indirecte kosten" verdeeld over de programma's en de investeringen. Lasten/ Baten Kostensoort (bedragen x 1.000) Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten Personeelslasten 37.463 40.753 41.441 40.891 40.172 40.076 39.631 Goederen en diensten van derden 10.172 11.385 11.296 11.040 11.129 10.929 10.929 Bijdragen aan derden 155 154 162 162 162 162 162 Toev. Reserves en Voorzien./ onvoorzien 1.239 0 0 0 0 0 0 Doorberekende kosten 27.413 28.389 45.790 43.469 46.538 46.511 45.882 Totaal Lasten 76.442 80.681 98.689 95.562 98.000 97.678 96.604 Baten Personeelsbaten -106 0 0 0 0 0 0 Goederen en diensten aan derden -701-615 -154-154 -154-154 -154 Bijdragen van derden -12 0 0 0 0 0 0 Interne verrekeningen -896-1.459-7.515-5.697-3.708-3.191-2.109 Totaal Baten -1.715-2.074-7.669-5.851-3.862-3.345-2.263 Doorbelastingen 74.727 78.607 91.020 89.711 94.138 94.333 94.341-100 -
4.10 EMU-saldo De waterschappen zijn in het kader van de Economische en Monetaire Unie (EMU) verplicht financiële informatie op kwartaalbasis aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) te verstrekken. In de Programmabegroting 2013 is deze verplichte informatie opgenomen. Ten behoeve van deze gegevensverstrekking is er tussen de waterschappen en het CBS een convenant afgesloten. Deze informatie wordt door het CBS onder andere gebruikt voor de verplichte aanlevering van kwartaalinformatie over overheden aan de Europese Commissie. Opbouw EMU-saldo Omschrijving 1 EMU exploitatiesaldo (bedragen x 1.000) Saldo exploitatiebegroting naar kosten- en Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 opbrengstsoorten 1.075-1.103-4.317-4.512-3.817 + Dotaties aan reserves 3.814 3.442 1.541 920 88 -/- Onttrekkingen aan reserves -2.023-1.573-1.524-1.006-957 -/- geactiveerde lasten -7.515-5.697-3.709-3.191-993 Totaal EMU exploitatiesaldo -4.649-4.931-8.009-7.789-5.679 2 Invloed investeringen Bruto-investeringsuitgaven (excl. geactiveerde -/- lasten en rente tijdens de bouw) -98.803-134.740-104.448-114.990-67.554 + Investeringssubsidies 58.419 99.914 115.644 75.052 54.301 Verkoop van materiele en immateriele vaste + activa 0 0 0 0 0 + Afschrijvingen 22.897 23.825 25.944 26.296 25.800 Totaal invloed investeringen -17.487-11.001 37.140-13.642 12.547 3 Invloed voorzieningen + Toevoegingen aan voorzieningen 100 100 100 100 100 Onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. -/- exploitatie (vrijval) 0 0 0 0 0 -/- Onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen -717-658 -573-382 -381 Totaal invloed voorzieningen -617-558 -473-282 -281 4 Deelnemingen en aandelen -/- Boekwinst 0 0 0 0 0 + Boekverlies 0 0 0 0 0 Totaal invloed deelnemingen en aandelen 0 0 0 0 0 Geraamd Emu-saldo WSHD -22.753-16.490 28.658-21.713 6.587 1. Maximaal Emu-tekort o.b.v. macroreferentiewaarde -17.236-17.236-17.236-17.236-17.236 Verschil (+ = ruimte; - = tekort) -5.517 746 45.894-4.477 23.823 2. Referentiewaarde bij daling EMU-tekort van 3% naar 2% -17.236-14.360-11.490-11.490-11.490 3. Referentiewaarde bij daling EMU-tekort van 3% naar 2% incl. 100 miljoen -22.720-18.933-15.147-15.147-15.147 Het maximale EMU-tekort voor de waterschappen is door het Rijk geschat op 311,1 miljoen in 2013. Het aandeel per waterschap is gebaseerd op de verhouding van de netto-kosten per - 101 -
waterschap. Door de Unie van Waterschappen is het aandeel voor WSHD berekend op 5,54%, wat overeenkomt met een maximaal EMU-tekort van 17,2 miljoen. Dit is exclusief een claim voor aanvullende ruimte van 100 miljoen in verband met de van het Rijk overgenomen financiering van het HWBP die de Unie van Waterschappen heeft ingebracht. Op dit moment is het onzeker of de claim van een aanvullende ruimte van 100 miljoen inderdaad gehonoreerd wordt. Verder is het nog onduidelijk hoe het voor de decentrale overheden toegestane Emu-tekort zich gaat ontwikkelen in de komende jaren. In bovenstaande tabel zijn daarom drie scenario's opgenomen: 1. het maximale tekort volgens de door het Rijk opgegeven macroreferentiewaarde; 2. het maximale tekort volgens de opgaaf van de unie met een daling in 2014 en 2015. De daling is gebaseerd op een Emu-tekort van 3% in 2013, 2,5% in 2014 en 2% in 2015; 3. idem, maar dan inclusief de claim van 100 miljoen. Deze drie scenario's afgezet tegen het voor WSHD geraamde Emu-saldo geeft weergegeven in een grafiek het volgende beeld: Verloop Emu-saldo -30.000-20.000 x 1.000-10.000 0 10.000 2013 2014 2015 2016 2017 20.000 30.000 40.000 1. Maximaal Emu-tekort o.b.v. macroreferentiewaarde 2. Referentiewaarde bij daling EMU-tekort van 3% naar 2% 3. Referentiewaarde bij daling EMU-tekort van 3% naar 2% incl. 100 miljoen Geraamd Emu-saldo WSHD Uit de berekening blijkt dat WSHD verwacht op begrotingsbasis voor 2013 een te hoog EMU-tekort te hebben. In het wetsvoorstel Wet houdbare overheidsfinanciën is opgenomen dat gestuurd gaat worden op de macronorm voor het Emu-saldo van de gezamenlijke medeoverheden (gemeenten, provincies en waterschappen). Als macro sprake is van een overschrijding dan moeten maatregelen worden genomen. Hierbij dienen de individuele referentiewaarden een aanknopingspunt om te bepalen welke organisatie met maatregelen moet komen. Volgens de Unie van waterschappen is in een op 17 september gehouden bestuurlijk overleg door het kabinet aangegeven dat de wet Hof geen betrekking zal hebben op het begrotingsjaar 2013. Het is wel de bedoeling om in 2013 ervaring op te doen met het beheermechanisme dat in het wetsvoorstel is opgenomen. - 102 -
4.11 Duurzaamheid Waterschap Hollandse Delta streeft naar een duurzame bedrijfsvoering. Duurzaamheid is een criterium bij onder meer onderhoud, renovatie en vervanging van waterschapswerken, terreinbeheer, bij ontwerpen, inkoop en aanbesteden en bij energiegebruik. Op basis van het Klimaatakkoord zijn samenhangende uitgangspunten voor een duurzame energiehuishouding, klimaatneutraal werken en duurzaam inkopen, aanbesteden en beheer geformuleerd en vertaald naar doelstellingen, plannen en maatregelen. Deze zijn onder de verschillende beleids- en beheerproducten opgenomen. Hieronder volgt een overzicht van de duurzaamheiddoelstellingen en maatregelen om deze doelstellingen te realiseren. Duurzame energieopwekking. Beleidsdoelstelling: 40% aandeel duurzame energie eigen energieopwekking van totale energiebehoefte van WSHD in 2020. Biogas: o Met biogas uit slibvergisting wordt elektriciteit en warmte geproduceerd. Dit levert 16% op van de voor afvalwaterzuivering benodigde energie. o HVC voert samen met waterschappen onderzoek uit naar de realisatie van een centrale slibvergisting. Op basis van de onderzoeksresultaten zullen de HVC-waterschappen eventuele vervolgstappen nemen. Afvalwaterenergie: o Er zal onderzoek worden gedaan naar het verder benutten van de gistingscapaciteit op Sluisjesdijk. Windenergie: o De elektriciteit die de windmolen Middelharnis produceert wordt aan het waterschap toegerekend. o In 2013 wordt een onderzoek met HVC afgerond naar de haalbaarheid om binnen het waterschapsgebied op grotere schaal windenergie te benutten. Afhankelijk van de resultaten zullen voorstellen worden gedaan. Zonne-energie: volgen van de prijsontwikkeling en indien verantwoord voorstellen doen. Groene biomassa: dit is nog geen haalbare optie voor het zelf opwekken van energie. We volgen de ontwikkelingen op dit gebied. Warmtelevering: met het Warmtebedrijf Rotterdam zullen op basis van een in 2012 en 2013 uit te voeren onderzoek stappen genomen worden voor de uitwisseling van warmte en/of biogas op Sluisjesdijk. Duurzame energiehuishouding. Beleidsdoelstelling: 30% energie-efficiencyverbetering WSHD in 2020. Onderzoek naar het energiezuinige Anammox proces op Dokhaven wordt voortgezet en zal naar verwachting in 2016 worden afgerond. In de jaren 2013-2016 zal uitvoering gegeven worden aan het in 2012 opgestelde Energie Efficiency Plan 2013-2016 in het kader van de MJA3 afspraken door het Programma Zuiveren. Voor het watersysteembeheer wordt in vervolg op de Quickscan Energiebesparing nader onderzoek gedaan naar haalbare mogelijkheden om de energie-effiency verder te verbeteren. Energieverbruik kantoor Ridderkerk: o Permanent monitoren van het energieverbruik en zo nodig sturen. o In de serverruimte (accu's) en laboratoriumruimte (afzuiging zuurkasten) van het waterschapshuis zullen verdere energie besparingsmogelijkheden worden benut. Klimaatneutraal bouwen: het nieuwe gemaal Putten wordt zo klimaatneutraal mogelijk gebouwd. De ervaring daaruit wordt benut bij het ontwerp van andere installaties Duurzaam inkopen. Beleidsdoelstelling 2015 = 100% We kopen 100% duurzaam in volgens de landelijke criteria. In 2013 wordt de Aanpak Duurzaam GWW ingevoerd voor aanbestedingen. - 103 -
Duurzaam Terreinbeheer. Beleidsdoelstelling: voldoen aan certificaateisen van niveau Zilver. In 2012 wordt het onderhoud van omheinde terreinen gecertificeerd op niveau Zilver volgens de Barometer Duurzaam Terreinbeheer. Het niveau Zilver wordt vervolgens gehandhaafd. Wagenpark en mobiliteit. Volgen van de technische ontwikkelingen op het terrein van vervoer. In 2013/2014 lopen de leasecontracten van de dienstvoertuigen af. In 2012 worden mogelijkheden voor verduurzaming van het wagenpark onderzocht. Stimuleren en faciliteren gebruik van openbaar vervoer, E-bike en E-scooter. Uitstoot broeikasgassen afvalwaterbehandeling (lachgas en methaan). Op basis van het STOWA onderzoek wordt beleid ontwikkeld voor het terugdringen van de emissie van broeikasgassen. Grondstofwinning. Afvalwater is een bron van schaarse grondstoffen. Terugwinning van fosfaat wordt als kansrijk aangemerkt (Ketenakkoord Fosfaat). WSHD zet in op de terugwinning van fosfaat uit de reststroom van de slibverbranding. HVC heeft aangegeven te willen onderzoeken op welke wijze dit het best kan plaatsvinden in het eindverwerkingsproces (Ecophos) indien de regelgeving geen belemmeringen (meer) oplevert (Green Deal, Ketenakkoord Fosfaat). De ontwikkelingen op landelijke schaal worden gestimuleerd door deelname aan de Grondstoffenfabriek. Samenwerking en innovatie in de waterketen. (duurzame inrichting met terugwinning van energie en grondstoffen. Bron Bestuursakkoord water) Verder doorvoeren van Asset Management op basis van levenscyclus analyse. Ontwikkeling / vernieuwing van de afvalwater-, slib- en energieketens in samenwerking met de ketenpartners. Er wordt al overleg gevoerd over kansen en mogelijkheden. Planvorming. In de tactische plannen die de komende jaren tot stand komen, zal het aspect duurzaamheid steeds worden meegenomen. De tactische plannen zijn in een meerjarenplanning geplaatst, wat leidt tot een positieve waardering voor interne en externe informatievoorziening en voor de wijze waarop gecommuniceerd wordt over beleid en resultaten. Eén van de tactische plannen is het plan decentrale energieopwekking bij technische installaties in het waterbeheer (gemalen, stuwen e.d.). Dit stuk zal in de planperiode ingepland worden. In het kader van de Structuurvisie Windmolens op Land dient er een 'watertoets' op landelijk niveau geschreven te worden. Het gaat hierbij met name om de veiligheidsbelangen bij bijvoorbeeld dijken. WSHD zal actief participeren en haar belangen inbrengen in dit landelijk proces. - 104 -
5 Exploitatiebegroting 5.1 Meerjarenbegroting naar programma's Omschrijving 1. Waterkeringen Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 (bedragen x 1.000) Begroot 2016 Begroot 2015 Begroot 2017 Lasten 100 Plannen, instrumenten en registers Waterkeringen 1.337 1.665 2.157 2.120 1.962 1.665 1.598 110 Calamiteiten Waterkeringen 668 855 1.051 1.064 1.077 1.075 1.067 120 Behouden waterkeringen 5.466 6.045 5.007 5.005 5.033 5.032 5.019 130 Versterken waterkeringen 8.309 9.236 5.022 7.813 10.527 11.081 11.984 Totaal Lasten 15.780 17.800 13.236 16.002 18.598 18.853 19.668 Baten 110 Calamiteiten Waterkeringen 0 0 0 0 0 0 0 120 Behouden waterkeringen -454-529 -409-409 -409-409 -125 130 Versterken waterkeringen -2.159-1.845 0 0 0 0 0 Totaal Baten -2.613-2.374-409 -409-409 -409-125 Totaal 1. Waterkeringen 13.167 15.426 12.827 15.593 18.189 18.443 19.543 2. Water Lasten 200 Plannen, instrumenten en registers Water 9.040 8.469 8.905 9.059 8.734 8.093 8.043 210 Calamiteiten water 120 185 230 227 232 232 231 230 Droge voeten/voldoende water/schoon en gezond 26.019 24.604 26.125 26.252 28.087 29.461 29.428 water 250 Baggeren 4.105 6.668 6.404 6.214 5.081 5.841 5.924 260 Vaarwegbeheer 689 492 552 551 557 561 856 Totaal Lasten 39.973 40.418 42.217 42.304 42.691 44.188 44.482 Baten 200 Plannen, instrumenten en registers Water -650-43 0 0 0 0 0 230 Droge voeten/voldoende water/schoon en gezond -3.365-1.034-308 -68-68 -68-68 water 250 Baggeren -281-1.094-1.457-1.570-834 -1.407-1.407 260 Vaarwegbeheer -2 0-2 -2-2 -2-2 Totaal Baten -4.297-2.171-1.767-1.640-904 -1.477-1.477 Totaal 2. Water 35.675 38.247 40.451 40.664 41.787 42.711 43.005 3. Zuiveren Lasten 300 Plannen, instrumenten en registers Zuiveren 1.512 1.777 2.846 2.784 2.868 2.719 2.710 310 Calamiteiten Zuiveren 1 12 31 31 31 32 32 320 Gezuiverd afvalwater 60.893 61.348 54.990 55.734 57.116 57.164 56.722 Totaal Lasten 62.405 63.137 57.867 58.548 60.016 59.914 59.463 Baten 300 Plannen, instrumenten en registers Zuiveren -760-146 -260-260 -260 0 0 320 Gezuiverd afvalwater -3.002-2.334-2.818-2.288-2.239-2.190-2.141 Totaal Baten -3.762-2.480-3.078-2.548-2.499-2.190-2.141 Totaal 3. Zuiveren 58.643 60.657 54.789 56.000 57.517 57.725 57.323-105 -
Omschrijving 4. Wegen Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 400 Plannen, instrumenten en registers Wegen 295 546 1.306 1.264 1.295 1.288 1.284 410 Calamiteiten wegen 23 89 104 103 105 104 104 420 Verkeersveiligheid 7.480 6.985 6.386 6.486 6.793 6.707 6.672 430 Berijdbaarheid 8.713 9.885 8.272 8.211 8.338 8.356 8.409 Totaal Lasten 16.512 17.505 16.067 16.063 16.531 16.456 16.469 Baten 400 Plannen, instrumenten en registers Wegen -785-5 -5-5 -5-5 -5 420 Verkeersveiligheid -205-189 -195-195 -195-195 -195 430 Berijdbaarheid -7.006-6.972-7.904-7.904-7.904-7.435-7.435 Totaal Baten -7.997-7.166-8.104-8.104-8.104-7.635-7.635 Totaal 4. Wegen 8.515 10.339 7.963 7.959 8.427 8.821 8.834 5. Algemene beleidstaken Lasten 510 Bestuur 2.980 3.371 3.079 3.053 3.501 3.474 3.459 520 Externe communicatie 1.602 1.800 1.610 1.545 1.580 1.575 1.574 530 Waterwet 5.359 5.008 6.904 6.725 6.886 6.880 6.816 Totaal Lasten 9.941 10.178 11.593 11.323 11.966 11.929 11.849 Baten 510 Bestuur -578-475 -475-475 -475-475 -475 520 Externe communicatie -10-20 0 0 0 0 0 530 Waterwet -373-200 -130-130 -130-130 -130 Totaal Baten -961-695 -605-605 -605-605 -605 Totaal 5. Algemene beleidstaken 8.980 9.483 10.988 10.718 11.361 11.324 11.244 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Lasten 610 Dividenden en bonusuitkeringen 0 0 0 0 0 0 0 620 Overige baten en lasten 24.797 7.070 10.657 10.060 8.349 8.118 7.974 640 Rente en afschrijvingslasten 0 0 299 0 0 0 0 690 Onvoorzien 0 289 500 500 500 500 500 699 Exploitatieresultaat 0 0 0 0 0 0 0 Totaal Lasten 24.797 7.359 11.455 10.560 8.849 8.618 8.474 Baten 600 Belastingen -131.484-136.893-137.577-138.265-138.957-139.651-140.350 610 Dividenden en bonusuitkeringen 0 0 0 0 0 0 0 620 Overige baten en lasten -20.396-1.730-1.970-1.970-2.008-2.430-3.082 640 Rente en afschrijvingslasten 0-4.923 0-156 -848-1.050-1.176 Totaal Baten -151.879-143.546-139.547-140.391-141.813-143.132-144.607 Totaal 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien -127.082-136.187-128.092-129.831-132.963-134.514-136.133 Eindtotaal -2.102-2.036-1.075 1.103 4.319 4.511 3.816-106 -
Recapitulatie baten en lasten (bedragen x 1.000) Omschrijving Realisatie 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 Lasten 1. Waterkeringen 15.780 17.800 13.236 16.002 18.598 18.853 19.668 2. Water 39.973 40.418 42.217 42.304 42.691 44.188 44.482 3. Zuiveren 62.405 63.137 57.867 58.548 60.016 59.914 59.463 4. Wegen 16.512 17.505 16.067 16.063 16.531 16.456 16.469 5. Algemene beleidstaken 9.941 10.178 11.593 11.323 11.966 11.929 11.849 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien 24.797 12.282 11.455 10.560 8.849 8.618 8.474 Totaal Lasten 169.408 161.320 152.436 154.799 158.652 159.958 160.406 Baten 1. Waterkeringen -2.613-2.374-409 -409-409 -409-125 2. Water -4.297-2.171-1.767-1.640-904 -1.477-1.477 3. Zuiveren -3.762-2.480-3.078-2.548-2.499-2.190-2.141 4. Wegen -7.997-7.166-8.104-8.104-8.104-7.635-7.635 5. Algemene beleidstaken -961-695 -605-605 -605-605 -605 6. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien -151.879-143.546-139.547-140.391-141.813-143.132-144.607 Totaal Baten -171.510-158.433-153.511-153.696-154.333-155.447-156.590 Eindtotaal -2.102-2.036-1.075 1.103 4.319 4.511 3.816-107 -
5.2 Meerjarenbegroting naar kosten- en opbrengstensoorten Conform artikel 4.9 lid e van het Waterschapsbesluit is in onderstaande staat de begroting naar kosten- en opbrengstsoorten opgenomen. De indeling is voorgeschreven in de "Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen". Omschrijving (bedragen x 1.000) Lasten: Rekening 2011 Begroot 2012 Begroot 2013 Begroot 2014 Begroot 2015 Begroot 2016 Begroot 2017 Rente & Afschrijving 39.186 34.530 35.615 37.293 39.118 39.148 38.728 Personeelslasten 40.189 42.438 42.152 41.573 40.781 40.685 40.241 Goederen en diensten van derden 68.408 69.708 71.576 69.328 68.332 68.466 69.173 Toevoeging aan voorzieningen / 2.680 289 600 600 600 600 600 onvoorzien Bijdragen aan derden 8.019 7.862 7.770 10.319 12.816 13.316 13.316 Totaal lasten 158.482 154.827 157.713 159.113 161.647 162.215 162.058 Baten: Financiële baten -3.585-2.023-2.166-2.804-2.304-2.087-2.508 Personeelsbaten -106 0 0 0 0 0 0 Goederen en diensten aan derden -4.293-3.921-3.053-3.053-3.053-3.053-3.053 Bijdragen van derden -12.260-8.609-10.267-10.060-9.324-9.637-9.353 Waterschapsbelastingen -131.484-136.893-137.577-138.265-138.957-139.651-140.350 Interne verrekeningen -4.141-2.268-7.515-5.697-3.708-3.190-2.109 Totaal baten -155.870-153.714-160.578-159.879-157.346-157.618-157.373 Exploitatieresultaat voor bestemming 2.612 1.113-2.865-766 4.301 4.597 4.685 Toevoeging aan reserves 0 3.814 3.442 1.579 1.380 1.200 Onttrekkingen aan reserves -4.714-3.148-2.023-1.573-1.562-1.466-2.069 Bedrijfsresultaat -2.102-2.036-1.075 1.103 4.318 4.511 3.816-108 -
6 Langetermijnvisie Inleiding Op aangeven van de Verenigde Vergadering is in het Meerjarenbeleidsplan 2013-2017 (MJBP) een eerste start gemaakt met het vormen van een langetermijnvisie. Het uitgangspunt voor een langetermijnvisie is primair inzicht geven in de ontwikkelingen en uitdagingen waar het waterschap op lange termijn voor staat. In het MJBP 2013-2017, dat op 28 juni 2012 is vastgesteld, is voor de eerste keer een zogenoemde langetermijnvisie opgenomen. In deze langetermijnvisie is aangegeven dat het lange termijn perspectief elke keer verder ontwikkeld en zo mogelijk geconcretiseerd wordt. De meest in het oogspringende wijzigingen zitten in de programma's Water en Algemene Beleidstaken. In het programma Water is getracht een beter beeld te schetsen van de - nu nog theoretische - vervangingsmomenten van de in onderhoud zijnde gemalen, stuwen en duikers. Zoals in de afgelopen periode diverse malen aan de Verenigde Vergadering is aangegeven, stelt het waterschap op dit moment concrete onderhoudbeheersplannen op de diverse taakvelden op. Met deze onderhoudbeheersplannen ontstaan, naast duidelijke prestatieafspraken voor de korte termijn, ook betere inzichten in de ontwikkelingen op de lange termijn. Onderhavige langetermijnvisie is nog niet uit onderhoudbeheersplannen opgebouwd. De financiële vertaling is in dit stadium nog onvoldoende concreet te maken. Voor wat betreft het programma Algemene beleidstaken is in de vorige langetermijnvisie vrij uitvoerig ingegaan op de verwachte ICT ontwikkelingen. Deze verwachte ontwikkelingen zijn in principe niet gewijzigd. Er is nu gekozen om in het kort de algemene verwachte ontwikkelingen te vermelden. Voor de uiteindelijke financiële vertaling wordt in eerste instantie dekking gezocht in geëigende middelen. Het vaststellen en toepassen van de beleidsnota AWA geeft jaarlijks een structureel voordeel. Deze financiële ruimte kan benut worden om dekking te vinden voor investeringen op de lange termijn die uit de nog vast te stellen onderhoudbeheersplannen voortvloeien. Dit impliceert wel dat de tarieven 'op niveau' gehouden worden. Onder lange termijn wordt in dit kader verstaan de termijn van 10 jaar die aansluit op het tijdvak van een Meerjarenbeleidsplan dan wel op de jaarschijven zoals deze in de nieuwe opzet van de P&C-cyclus worden opgenomen in de begroting. De onderhavige langetermijnvisie is derhalve gericht op de periode 2018-2028. De meer algemene ontwikkelingen op het gebied van samenwerking, economie, duurzaamheid, ecologie en technologie zullen in de toekomst invloed hebben op het (financiële) perspectief van alle programma's. Een en ander is voor de periode na 2018 niet concreet te maken. Deze ontwikkelingen zijn derhalve niet elke keer per programma vermeld. Daar waar deze ontwikkelingen in een programma echter al meer concrete verwachtingen scheppen, is dit vanzelfsprekend wel weergegeven. Op het netvlies moet worden gehouden dat dit soort lange termijn schetsen maar een beperkte mate van concreetheid en realiteitswaarde hebben. Ook het vormen van een langetermijnvisie is namelijk een kwestie van groeien en ontdekken waarbij de weerbarstige werkelijkheid de opgestelde lange termijn plannen voortdurend zal doen wijzigen. Resumerend kan gesteld worden dat de lange termijn schetsen een hulpmiddel zijn om naar de toekomst te kijken. De visies hebben geen absolute waarde en zullen per definitie altijd aan veranderingen en nieuwe inzichten onderhevig zijn. Echte keuzen en besluiten worden enkel en alleen via de Kadernota en de (meerjaren)begroting gemaakt. - 109 -
6.1 Programma Waterkeringen op lange termijn Naam : Programma Waterkeringen Kerntaken Beheerinstrumenten Beheren en actualiseren van Leggers en Beheerregisters Monitoring Het uitvoering van (wettelijke) toetsingen op de waterkeringen Jaarlijkse inspectie of schouw van de waterkeringen Jaarlijkse rapportage over de toestand van de waterkeringen Onderhoud Uitvoeren dagelijks onderhoud (bv. maaien dijkbermen, onderhoud beplanting) Uitvoeren van het Meerjarig Onderhouds Programma (periodiek planmatig onderhoud (bv. afrasteringen)) Uitvoeren van herstelwerkzaamheden (direct noodzakelijk) Ongediertebestrijding Dijkversterking Uitvoeren van dijkversterkingsprojecten Dijkbewaking Het beheren en actualiseren van de draaiboeken Het uitrusten en oefenen van de dijkbewakingsorganisatie Omgevingsfactoren Dijkversterking Ten aanzien van de duinen is onduidelijk in hoeverre het Rijk de kosten van het in stand houden van de kustlijn zal blijven dragen. Nieuwe normen en een nieuw beginsel rond overstromingsrisico's kunnen tot een aangepaste opgave leiden. Technologische ontwikkelingen Monitoring Op het gebied van monitoring zullen de inspecties van de waterkering in de toekomst steeds beter ondersteund worden door digitale middelen, zoals mobiele toepassingen, satellietbeelden en sensoren. Dit zal naar verwachting geen hoge kosten met zich brengen, wellicht zullen hierdoor kosten bespaard kunnen worden. Dijkversterking Op het gebied van dijkversterkingen zijn in de komende 10 jaar innovaties te verwachten o.a. op het gebied van het toepassen van sensortechniek. Verwachte investeringen Monitoring 1. De toetsing van de compartimenteringwaterkeringen zal naar verwachting in 2017 en 2018 plaatsvinden. 2. De volgende toetsing van de primaire waterkeringen zal naar verwachting in 2024 en 2025 plaatsvinden. Dijkversterking Het merendeel van de afgekeurde dijkvakken is reeds opgenomen in HWBP 2 dat in principe tot 2017 loopt. Dit programma wordt volledig gesubsidieerd door het Rijk. De uitkomsten van de verlengde toetsing en volgende toetsronden zijn niet bekend. Aangenomen mag worden dat op basis van de resultaten van deze toetsingen ook op de lange termijn nieuwe versterkingswerken nodig zijn. Als aangenomen wordt dat er elke vijf jaar een nieuwe versterkingsopgave van 100 mln. komt, waarvan 10% als Project Gebonden Aandeel (PGA) moet worden bekostigd, zou dit een jaarlijkse investering van 2 mln. betekenen. Vanuit de toetsing voor de compartimenteringwaterkeringen zullen eveneens te versterken dijkvakken komen. Wat dit financieel voor de lange termijn betekent, is nog ongewis. - 110 -
Verwachte financiële ontwikkeling Dijkversterking Verwacht wordt dat rond 2016 het dijkversterkingsprogramma gevolgen heeft voor het personeelsbestand. In 2007 is namelijk 22 fte toegekend voor het HWBP 2 programma. Die extra fte's zullen rond 2016 afgebouwd moeten worden. Ook omdat zij niet meer declarabel zijn bij het HWBP-fonds. Meerjarenonderhoudsprogramma Het benodigde onderhoud wordt tot nu toe vanuit een korte termijn blik ingevuld. Het waterschap ontwikkelt op dit moment een langetermijnvisie ten aanzien van het onderhoud voor dit programma. Deze onderhoudsplannen worden vanuit de basis opgebouwd en bevatten uitgangspunten voor frequentie en intensiteit van het onderhoud. De onderhoudsplannen zullen ook leiden tot concreter inzage in de benodigde (financiële) middelen op lange termijn. Wettelijke kaders die op termijn keuzes beïnvloeden nhwbp Zoals reeds eerder is aangegeven zal het waterschap ten aanzien van de nieuwe versterkingsopgaven (nhwbp) naast de vereveningsbijdrage ook meefinancieren door middel van het project gebonden aandeel van 10%. Het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma met daarin de planning van de uitvoering wordt pas eind 2013 vastgesteld, zodat een en ander financieel nog niet in de tijd kan worden geplaatst. Vanzelfsprekend heeft de vaststelling van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma ook (financiële) consequenties voor 2017 en 2018 en later. Normen primaire waterkeringen De normen voor de primaire waterkeringen worden voor de volgende toetsronde vastgesteld. Afhankelijk van deze normen zullen meer of minder dijkvakken afgekeurd worden. Op dit moment is onduidelijk welke consequenties dit heeft voor het langetermijnperspectief. Normen voor regionale waterkeringen De normen voor de compartimenteringswaterkeringen en voorliggende waterkeringen worden in de loop van 2013 vastgesteld. Afhankelijk van deze normen zullen de keringen moeten worden getoetst en zijn, naar verwachting (ook) op de lange termijn, investeringen nodig voor de versterking. Financiële lange termijn prognose met risico's Bij waterkeringen bedraagt het verwachte investeringsvolume na 2018 4 tot 7 miljoen per jaar. Prioritering Op dit moment is geen prioritering aan te geven. Aandachtpunten Het is mogelijk dat als gevolg van de Deltabeslissing 'Waterveiligheid' maatregelen noodzakelijk worden in de regionale Deltadeelprogramma's 'Zuidwestelijke Delta', 'Rijnmond-Drechtsteden', 'Kust' en/of 'Rivieren'. Daarbij zal de wijze van uitvoering en financiering (m.n. uit het Deltafonds) onderdeel moeten zijn van de concrete business case. Bij de normstelling over Waterveiligheid zal ook de meerlaagsveiligheid betrokken worden. Dat betekent dat op basis van een risicobenadering ook de effecten van een eventuele overstroming betrokken worden. Deze effecten worden mede bepaald door de ruimtelijke inrichting van een gebied (de 2e laag) en de (on)mogelijkheden van evacuatie (de 3e laag). Het waterschap is als waterkeringbeheerder primair verantwoordelijk voor de dijkveiligheid (de 1e laag). Deze eerste laag is en blijft de belangrijkste bescherming tegen overstroming voor binnendijkse gebieden (voor buitendijkse gebieden zijn vooral laag 2 en 3 van belang). - 111 -
6.2 Programma Water op lange termijn Naam : Programma Water Kerntaken Baggeren en maaien In stand houden van het watersysteem door het uitvoeren van onderhoud (maaien en baggerwerk). De uitvoering is gericht op: het vrij houden van het doorstroomprofiel voor de aan- en afvoer van het water; het verbeteren van de waterkwaliteit. KRW en NBW Realiseren van de gestelde doelen ten aanzien van het voorkomen van wateroverlast en het bereiken van ecologisch gezond oppervlaktewater. Objecten watersysteem Objecten peilbeheer Streven naar het in een optimale conditie houden van die zaken die betrekking hebben op het actieve peilbeheer. Hieronder vallen de bouwkundige onderdelen als gebouwen, de civieltechnische onderdelen als de stuwen en de technische onderdelen als bemalinginstallaties en telemetrie. Objecten in Waterkeringen Er voor zorgen dat de elementen die zich in de waterkering bevinden geen afbreuk doen aan de functionaliteit van de waterkering enerzijds en anderzijds optimaal bijdragen aan het keren van het buitenwater. Onderdelen hierbij betrokken zijn kruisende delen als leidingen en kerende delen als deuren, schuiven en coupures. Objecten in watersystemen Het er voor zorgen dat de doorstroming van het watersysteem optimaal kan plaatsvinden. Elementen die hierbij betrokken zijn, zijn leidingen en oeververdedigingen. Omgevingsfactoren Baggeren en maaien Het structureel uitvoeren van de onderhoudsmaatregelen vraagt afstemming met de omgeving. KRW en NBW De inrichtingsmaatregelen voor de NBW en KRW vereisen draagvlak van belanghebbende partijen zoals gemeenten, terreinbeherende organisaties, agrariërs etc. Objecten watersysteem Objecten peilbeheer Naar de toekomst toe moet worden ingespeeld op een toenemende behoefte aan actuele informatie en op de actuele waterbehoeften. Naar verwachting zal er vaker een periode met extreme droogte en neerslag gaan optreden waarop adequaat moet kunnen worden opgetreden. Objecten in Waterkeringen Klimatologische ontwikkelingen zullen worden doorvertaald naar toetsingseisen. Deze kunnen leiden tot hogere eisen aan de kunstwerking in de waterkering. Objecten in watersystemen Door de hogere eisen die gesteld gaan worden aan het watersysteem zal naar verwachting de zorg voor het in standhouden hiervan steeds meer een verantwoordelijkheid van het waterschap worden. Technologische ontwikkelingen Objecten watersysteem Op het gebied van besturingstechniek voor het peilbeheer wordt een technologische ontwikkeling verwacht in de vorm van beslissingsondersteunende systemen (BOS). Eventuele implementatie van dergelijke systemen brengen investeringskosten met zich. - 112 -
Verwachte investeringen Baggeren en maaien De uitvoering van het baggerwerk valt onder de exploitatie. (Grote) Investeringen op dit punt worden op lange termijn dan ook niet voorzien. KRW en NBW Na 2018 zijn voor de KRW opgave nieuwe investeringen te verwachten in de vorm van inrichtings- en beheersmaatregelen om aan de gestelde doelen te voldoen. Deze kunnen op dit moment nog niet becijferd worden omdat de in de toekomst benodigde maatregelen afhankelijk zijn van de resultaten van de huidige maatregelen. Er kan sprake zijn van intensivering aan maatregelen gelet op het dan behaalde doelbereik dan wel vermindering vanwege mogelijke doelverlaging. De NBW-opgave voor landelijk gebied moet in 2017 zijn gerealiseerd. Na 2017 en derhalve ook voor 2018 en verdere jaren, zijn voor de NBW-opgave nieuwe investeringen te verwachten voor de invulling van de stedelijke opgave tot 2027. Vooralsnog wordt uitgegaan van het scenario waarbij 1/3 deel van de stedelijke opgave in 2017 is gerealiseerd en 2/3 deel in de periode na 2017 aan de orde komt. Naar verwachting zullen er na 2017 minder uitgaven aan het opheffen van knelpunten zijn, doch dit zal waarschijnlijk worden gecompenseerd door meer uitgaven voor de verbetering van de waterkwaliteit voor overig water anders dan de KRW-waterlichamen. Objecten watersysteem Objecten peilbeheer Op lange termijn moet rekening worden gehouden met een toenemend aantal objecten voor het peilbeheer. Dit wordt veroorzaakt door een grote mate van detaillering in het peilbeheer en de overname van stedelijk water. Deze trend is nu reeds zichtbaar. Daarnaast zijn er technologische ontwikkelingen op het gebied van peilbeheer die het vervangen van software voor de bediening van de kunstwerken noodzakelijk maakt. Een groot deel van de peilregulerende kunstwerken is 40 jaar of ouder. Hiermee komt voor een aantal (onderdelen) van deze installaties het einde van de technische levensduur in zicht en is vervanging van de gehele installatie of de grotere componenten zoals pomp, krooshekreiniger en persleiding noodzakelijk. Dit geld ook voor de kleinere objecten, zoals de ruim 850 stuwen in het gebied. Objecten in Waterkeringen Nieuwe investeringen zijn met name te verwachten als de resultaten van de verlengde derde toetsronde bekend zijn. Hierin zullen een deel van de eerder genoemde persleidingen zijn opgenomen. Naast deze persleidingen is het de verwachting dat er een toename zal zijn van het aantal deuren, afsluiters, kademuren en schotbalkkeringen dat niet meer aan de norm voldoet en vervangen moeten worden. Een bijzonder element vormt hierin de Voornse sluis, waarbij rekening moet worden gehouden met het afkeuren van de betonnen sluiswanden. De kosten voor herstel zijn vooralsnog niet bekend en sterk afhankelijk van de mogelijke herstelwijze. Objecten in watersystemen Van de ruim 31 kilometer duiker waarvan het waterschap de onderhoudsplichtige is, is nog geen exacte onderhoudstatus bekend. Tot nu toe is wel periodieke gecontroleerd op eventuele gebreken, maar zijn de duikers alleen opgenomen in de begroting op het moment dat er werkelijk problemen zijn ontstaan. Het is de doelstelling om medio 2013 de werkelijke onderhoudsstatus van de duikers te hebben vast gelegd. Het aantal meter beschoeiing waarvan het waterschap onderhoudsplichtig is, is op dit moment onbekend. Hier is geen periodieke controle op. Herstel van de beschoeiing vind plaats aan de hand van meldingen. Gezien de functie en het geringe risico, is dit voor dit deel van het watersysteem een verantwoorde manier van onderhoud. - 113 -
Verwachte financiële ontwikkeling Baggeren en maaien De in het meerjarenbaggerplan opgenomen beleidsmatige uitgangspunten hebben invloed op de uitvoering en op de kosten. Voor de lange termijn is er vooralsnog geen afwijkende kostenontwikkeling te verwachten. Objecten in watersystemen Voor een belangrijk deel is de infrastructuur in de jaren '70-'80 van de vorige eeuw aangelegd. Hierdoor zal in de periode die voor ons ligt door het bereiken van de technisch levensduur een vervangingsvraag optreden die buiten het bestaande onderhoudsprogramma valt. Met zekerheid valt te zeggen dat dit zal leiden tot hogere kosten voor de exploitatie, alsmede voor investeringen. In 2013 wordt verder gewerkt aan een aantal plannen die het zicht in het huidige en toekomstige onderhoud vergroten: - resultaten van de derde toetsronde waterkeringen; - onderhoudsplan objecten gebouwen; - Kaders TA (technische automatisering); - het meerjarenonderhoudsprogramma kunstwerken. Uit deze plannen zal het afwegingskader worden opgesteld, op basis waarvan bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden ten aanzien van de toekomstige investeringen (op langere termijn). Wettelijke kaders die op termijn keuzes beïnvloeden Baggeren en maaien Ten aanzien van het maaien is in het Waterbeheerplan een onderhoudsmethodiek vastgesteld dat is afgestemd op een verbetering van de waterkwaliteit. De Verenigde Vergadering heeft echter besloten om hieraan (nog) geen invulling te geven. Voor de lange termijn is het de vraag welk maairegime wordt vastgesteld. Bij de vaststelling van een nieuw Waterbeheerplan krijgt dit aandacht. KRW en NBW Met het vaststellen van het Uitvoeringsprogramma en daar mee de actualisatie van het Waterbeheerplan is een nieuwe weg ingeslagen. Hierdoor kunnen nut en noodzaak beter worden afgewogen. Dit kan gevolgen hebben voor de keuzes op de lange termijn. Deze zijn op dit moment nog niet voldoende concreet om hierover een uitspraak te doen. Op lange termijn moet bezien worden of de gestelde doelen en bijbehorende maatregelen actueel, doelmatig en (kosten)effectief zijn. De KRW-doelstellingen voor de waterkwaliteit dienen uiterlijk in 2027 te worden bereikt. Voor wat betreft de KRW-doelstellingen is op rijksniveau afgesproken om pas in 2021 te bezien wat voor 2027 haalbaar en uitvoerbaar is. Dan is een eventueel beroep op de mogelijkheid die de KRW-richtlijn biedt tot doelverlaging aan de orde. Objecten watersystemen De ontwikkelingen rondom het hoogwater beschermingsprogramma kunnen van invloed zijn op de eisen die gesteld worden aan kunstwerken in waterkeringen die voor het watersysteem van belang zijn. Op termijn extra inspanningen op milieu gebied, zoals -CO2 reductie, geluidhinder (wet Swing), etc. Financiële lange termijn prognose met risico's Objecten Bij objecten bedraagt het verwachte investeringsvolume na 2017 4 tot 6 miljoen watersystemen per jaar. Daarnaast zullen de exploitatielasten, in lijn met de lasten in de periode 2013 tot 2017, ca. 2 miljoen per jaar bedragen. KRW/NBW Na 2017 zijn voor KRW nieuwe investeringen te verwachten. De hoogte daarvan is echter afhankelijk van externe regelgeving, zodat daar geen prognose voor kan worden gegeven. Voor NBW bedraagt het investeringsvolume naar verwachting 4 tot 5 miljoen per jaar. - 114 -
Baggeren/maaien Voor baggeren en maaien zullen de exploitatielasten, in lijn met de lasten in de periode 2013 tot 2017, ca. 5 tot 6 miljoen per jaar bedragen. Prioritering Baggeren en maaien KRW en NBW In het uitvoeren van de reguliere taken binnen een cyclisch onderhoudsproces is prioritering zo zeer niet aan de orde, wel het niveau van uitvoering. In de maatregelen ter realisatie van de KRW- dan wel de NBW-opgave moet worden geprioriteerd. Aangezien de maatregelen voor de periode na 2017 nog niet bekend zijn, is prioritering thans niet aan de orde. Aandachtpunten Vanuit het Deltaprogramma wordt in 2014 een Deltabeslissing 'Zoetwatervoorziening' genomen, waardoor wellicht maatregelen noodzakelijk worden in de regionale Deltadeelprogramma's 'Rivieren' 'Zuidwestelijke Delta' en/of 'Rijnmond-Drechtsteden'. Daarbij zal vooral de mate van 'zelfvoorzienendheid' van elke regio spelen. De uitvoering en financiering van de eventuele maatregelen (o.a. uit het Deltafonds) moeten worden uitgewerkt in concrete business cases. Er is inzichtelijk gemaakt welke aantallen gemalen, stuwen en duikers het waterschap in beheer en onderhoud heeft en welke leeftijd deze objecten hebben. Op grond van ingeschatte levensduur en ervaringscijfers over kosten van vervangingen en renovaties is een theoretische inschatting te maken voor welke kosten het waterschap op de lange termijn komt te staan. In onderstaand diagram is het financieel perspectief (investeringsvolume) op lange termijn van de vervanging van duikers en gemalen en stuwen weergegeven. In de theoretische benadering komt de gemiddelde prijs van een gemaal of stuw uit op ongeveer 330.000. Het berekend gemiddelde, zoals dat in onderstaande diagram is aangegeven, is een gemiddelde van alle geraamde bedragen voor renovaties en vervangingen voor de periode 2013-2017. In de toekomst kan op grond van onderhoudbeheerplannen een meer concrete financiële vertaling worden gemaakt. 9.000.000 8.000.000 7.000.000 6.000.000 5.000.000 4.000.000 3.000.000 Gemalen en stuwen Duikers Berekend gemiddelde (historische gegevens) 2.000.000 1.000.000-2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027-115 -
6.3 Programma Zuiveren op lange termijn Naam : Programma Zuiveren Kerntaken Transport en zuivering van afvalwater. Slibverwerking. Lange termijn: huidige kerntaken + een uitbreiding naar productie/terugwinning van energie, grondstoffen en producten (duurzaamheid&technologie). Omgevingsfactoren Demografisch Toename van het afvalwateraanbod wordt niet voorzien. Concentratie stedelijk gebied en leegloop eilanden. Politiek/wet en regelgeving Aanscherping lozingseisen (Waterwet/KRW). Verwijdering van nieuwe stoffen (hormonen/medicijnen). Doelmatigheid; bestuursakkoorden water(keten). Samengaan/opgaan in (afval)(water)(keten)bedrijven. Klimaatakkoord (duurzaamheid/energie). Technologische ontwikkelingen Zuivering van Terugwinning van energie en grondstoffen (fosfaat). afvalwater en slibverwerking Nieuwe zuiveringsconcepten zoals Anammox, aerobe korreltechnologie en energieneutrale systemen (Energiefabriek). Nieuwe scheidingsmethoden voor het verwijderen van stoffen uit afvalwater. Mogelijke decentrale sanitatietechnieken bij gebiedsontwikkeling en herstructurering. Verdergaande procesautomatisering en besturing op afstand. Het produceren, zelf gebruiken en/of (terug)leveren van: - energie (zon, wind, warmte, slib); - (proces)water; - Grondstoffen (fosfaat); - Producten (algen, bio-diesel, bio-plastic, etc.). Het produceren/leveren wordt van 'iedereen' en is niet meer voorbehouden aan bepaalde partijen. Verwachte investeringen Zuivering van Binnen het Programma Zuiveren zijn vooral vervangingsinvesteringen te afvalwater en verwachten. In het oogspringend zijn de jaren 2026/2027 waarin Dokhaven en slibverwerking Sluisjesdijk een leeftijd van 40 jaar hebben bereikt en een revisie is aangenomen. De nieuwe investeringen die mogelijk komen, zijn het gevolg van mogelijke verandering van wettelijke kaders. Nieuwe technologie zal worden toegepast bij kostenneutraliteit (natuurlijke vervangingsmomenten) of wanneer ze wordt geëist vanuit wettelijke kaders. Verwachte financiële ontwikkeling Stijgende marktprijs van energie. Zuivering van Door energieterugwinning uit slib minder slibaanbod met als mogelijk gevolg afvalwater en overcapaciteit bij bestaande verwerkingsinstallaties en dus mogelijk stijging slibverwerking slibtarief. Enige stijging van onderhoudskosten door steeds ouder wordende installaties en meer onderhoudsgevoeligheid bij procesautomatisering en besturing op afstand. - 116 -
Wettelijke kaders die op termijn keuzes beïnvloeden Binnen de afvalwaterketen wordt met gemeenten nadrukkelijk naar samenwerking gezocht. Daar waar mogelijk wordt gezocht naar kostenbesparing en efficiency. De effecten voor 2018 en verder zijn op dit moment samen met de gemeenten onderwerp van onderzoek. Duidelijk is wel dat wetgeving dreigt indien waterschappen en gemeenten onvoldoende voorgang boeken. Dat kan er toe leiden dat samenwerkingsverbanden in de afvalwaterketen worden opgelegd die fors kunnen ingrijpen op de bedrijfsvoering van het waterschap. Financiële lange termijn prognose met risico's Voor de periode 2018-2027 wordt een totaal van ca. 95 miljoen aan investeringen voorzien en deze zijn als volgt te duiden: Vervangingsinvesteringen gebaseerd op globale standtijden en kostenkengetallen. Hierbij is onderscheid Ten aanzien van vervangingsinvesteringen wordt ca. 76 miljoen voorzien. Deze zijn gemaakt tussen type installatie, schaalgrootte en de verschillende technische componenten. Bij de vervangingsinvesteringen is rekening gehouden met het regulier (groot)onderhoud. De ingeschatte investeringen zijn netto want bijdragen van ketenpartners zijn meegenomen (kostenverdeling nota Unie-VNG). Nieuwe investeringen als gevolg van wettelijke kaders Voor de KRW is bij vijf rwzi's uitgegaan van een extra zuiveringsstap (zandfiltratie); ter hoogte van totaal ca. 7 mln. Om de rwzi Dokhaven na 2020 aan eventueel aangescherpte lozingseisen te laten voldoen, is een aanname van ca. 12 miljoen gedaan (toepassing Anammox of anderszins benodigde investering). Financieel perspectief Het financiële perspectief is vooral gebaseerd op het continueren van de huidige kerntaken in de huidige maatschappij en context. Op de lange termijn ( 2030?) zou de context wel eens heel anders kunnen worden/zijn waarbij afvalwater nog maar een 'bijkomende zaak' is (als input/onderdeel/instrument) in een proces waarbij de focus ligt op terugwinning van (grond)stoffen en het produceren van energie en producten. Dit betekent een totale systeemverandering waarbij de bestaande infrastructuur mogelijk niet meer toereikend of zelfs niet meer nodig is. Deze stip op de horizon is op dit moment niet financieel te duiden. Prioritering Prioriteit wordt gelegd bij de huidige kerntaken volgens: 1. wet- en regelgeving; 2. laagste kosten; waar mogelijk duurzaam. Om voorbereid te zijn op de lange termijn moet afgewogen worden of (meer) prioriteit moet worden gegeven aan de veranderende context en technologische ontwikkelingen. Aandachtpunten Ketenpartners Ketenpartners hebben ook installaties waarbij het waterschap moet bijdragen in de kosten. Hier is de kostenverdeling wel bekend maar het meerjarenperspectief niet. Kapitaallasten In de toekomst is het mogelijk dat kapitaallasten hoger worden dan tot nu toe omdat rwzi's t/m 1996 gebouwd zijn met rijkssubsidie. Duurzaamheid Toenemende vraag vanuit de omgeving aan waterschap om participatie en ontwikkeling van (duurzaamheidgerelateerde) projecten waarbij de directe relatie met onze (huidige) kerntaken steeds meer vervaagd, maar waar gezien onze positie en expertise als waterschap wel een rol wordt verwacht. Hierin moeten (bestuurlijke) keuzes gemaakt worden. Optimum Het streven naar een optimum tussen prestaties, risico's en de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. - 117 -
In de volgende twee tabellen is het financieel perspectief op lange termijn van het programma Zuiveren weergegeven. UITGANGSPUNTEN RAMING LANGE TERMIJN INVESTERING PROGRAMMA ZUIVEREN Proces Discipline < < < => vervanging na/elke Einde levensduur na ontwerp v.e. (150 g) 20.000 40.000 65.000 65.000 slib aandeel jaar percentage jaar percentage jaar percentage rwzi civiel /v.e. 240 190 140 100 8 65% 0 0% 40 10% 65 100% rwzi mechanisch /v.e. 81 64 47 34 9 22% 20 40% 40 80% 65 100% rwzi elektrisch /v.e. 41 32 23 17 4 11% 20 40% 40 80% 65 100% rwzi besturing /v.e. 7 6 4 3 1 2% 10 100% 0 0% 65 100% slib civiel /v.e. 8 0 0% 40 10% 65 100% slib mechanisch /v.e. 9 20 40% 40 80% 65 100% slib elektrisch /v.e. 4 20 40% 40 80% 65 100% slib besturing /v.e. 1 10 100% 0 0% 65 100% < < < < < < m3/h 100 250 500 1.000 1.500 3.500 m3/h uitgangspunt 60 175 400 750 1.300 3.200 330.000 450.000 690.000 1.240.000 1.630.000 3.600.000 vervanging na/elke Einde levensduur na aandeel jaar percentage jaar percentage jaar percentage transport civiel 40% 25 15% 50 100% transport mechanisch 30% 25 80% 50 100% transport elektrisch 20% 25 80% 50 100% transport besturing 10% 10 100% 50 100% transport leidingen 100% 60 100% ontwikkeling KRW zandfilter /v.e. 40 percentage = investering als percentage van nieuwbouwwaarde aandeel = aandeel van discipline binnen investering nieuwbouw nieuwbouwwaarde rwzi wordt geraamd o.b.v. kostenkental per v.e. nieuwbouwwaarde rioolgemaal wordt geraamd o.b.v. kostenkental per debiet/capaciteit verschil tussen nat/droog rioolgemaal zit hier (nog) niet in nieuwbouwwaarde leiding wordt geraamd o.b.v. kostenkental per meter (lengte) en diameter kostenverdeling/bijdragen van ketenpartners op onze installaties zijn meegenomen dus netto gepresenteerde bedragen kostenverdeling/bijdrage van WSHD op installaties van gemeenten is niet meegenomen (kostenverdeling wel bekend maar investeringen niet) boekwaarde/activa/inflatie/indexering etc. is niet meegenomen en wordt aan FN overgelaten - 118 -
- 119 -
6.4 Programma Wegen op lange termijn Naam : Programma Wegen Kerntaken Verkeersveiligheid Streven naar optimale verkeersveiligheid. Functie Streven naar optimaal gebruik van het wegennet overeenkomstig functie. Weginrichting Voor weginrichting voldoen aan de gemiddelde landelijke - crow - kwaliteit. Omgevingsfactoren Functie Ontwikkelingen op het HWN A15, Maasvlakte II, A4 Zuid hebben enige verkeerskundige invloed (niet substantieel). Overdracht herindeling van gemeenten tot eiland gemeenten kan een overdracht van wegen van waterschap naar gemeente in beeld brengen. mogelijke overdracht van gemeentelijke wegen buiten de bebouwde kom op het eiland van Dordrecht en de N400 provinciale wegen naar het waterschap. Onderhoud Zwaarder vrachtverkeer geeft toenemend onderhoud. Technologische ontwikkelingen Strengere eisen op het terrein van CO2 uitstoot compensatie. Wellicht verwijdering van teerhoudend asfalt uit de keten. Verdere verduurzaming "led"verlichting. Verwachte investeringen Integraal tactisch kader Naar verwachting wordt voor het programma Wegen in het eerste kwartaal van 2013 het integraal tactisch kader in besluitvorming gebracht. Dit tactische kader gaat functioneren als integraal afwegingskader voor de investeringen en de exploitatie voor 2014 en volgende jaren. Op basis hiervan zullen aan het bestuur keuzes worden voorgelegd met betrekking tot het kwaliteitsniveau (onderhoudsniveau en investeringen) van het programma Wegen voor 2014-2018. Doelstelling is een evenwichtig programma voor de middellange termijn. Voor de lange termijn is op dit moment geen inzicht in aanzienlijke (financiële) ontwikkelingen. Verwachte financiële ontwikkeling Integraal tactisch kader Vooralsnog is er geen inzicht in significante afwijkingen. Zoals reeds aangegeven moet het te ontwikkelen integraal tactisch kader tot meer inzicht leiden. Dit kader zal worden opgebouwd uit 4 plannen: het verkeersveiligheidsplan; het categoriseringsplan; het meerjarenonderhoudsprogramma; het meerjarenonderhoudsprogramma kunstwerken. Vervangingsinvesteringen Één van de meest onzekere factoren in dit geheel zijn de vervangingsinvesteringen voor de kunstwerken. De inventarisatie is afgerond, maar voor de inspecties moet nog een slag worden gemaakt. De verwachting is dat hieruit noodzakelijke investeringen voortvloeien, die op termijn grote financiële consequenties kunnen hebben. Zoals hiervoor al aangegeven zal het meerjarenonderhoudsprogramma en maatregelenpakket dat op basis van het integraal tactisch afwegingskader wordt opgesteld, hierover uitsluitsel moeten geven. 120
Wettelijke kaders die op termijn keuzes beïnvloeden Evaluatie Wet De ontwikkelingen rondom de evaluatie van de Wet herverdeling wegenbeheer herverdeling kunnen op termijn van invloed zijn op de programmakeuzes. Gedacht kan worden wegenbeheer aan het op termijn afstoten van de wegentaak, met bijkomende frictie en overdrachtskosten. Ook is een korting van de Rijksbijdrage via het WhW-fonds niet uit te sluiten. Milieu Evenmin zijn op termijn extra milieuinspanningen -CO2 reductie; geluidhinder (wet Swing); verdere ontwikkeling LED verlichting uit te sluiten. Financiële lange termijn prognose met risico's Bij Wegen bedraagt het verwachte extra investeringsvolume per 2018 1 tot 2 miljoen per jaar bovenop het bestaande investeringsvolume van 0,5 tot 1 miljoen. Daarnaast zullen de exploitatielasten, in lijn met de lasten in de periode 2013 tot 2017, ca. 9 á 11 miljoen per jaar bedragen. Prioritering Op dit moment is een prioritering niet aan de orde. Aandachtpunten Een lange termijn visie op groenbeheer (groenkapitalisatie). 121
6.5 Programma Algemene beleidstaken op lange termijn Naam : Programma Algemene beleidstaken Verkiezingen Verkiezingen De rol en positie van het waterschap zijn sinds een aantal jaren sterk in beweging. Niet alleen de relatie tussen de burger en het waterschapsbestuur, maar ook de verhoudingen tussen het waterschap en andere overheden staan ter discussie. In de politieke arena zijn de toedeling van de waterschapstaken en de legitimatie ervan met enige regelmaat onderwerp van gesprek. De democratische legitimiteit, maar ook het bestaansrecht van het waterschap lijkt steeds vaker in het geding te zijn. Ontwikkelingen als gevolg van verkiezingen in de Tweede Kamer en die voor de waterschappen zelf kunnen zowel op de korte als op de lange termijn een rol van betekenis spelen in de bedrijfsvoering van het waterschap. Samenwerking Samenwerking Met het vaststellen van het visiedocument in 2011 hebben de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland uitgesproken te streven naar een structurele samenwerking. Met deze samenwerking wordt een doelmatiger waterbeheer maar ook een kwaliteitsverbetering in bredere zin beoogd. Winst is vooral te boeken door meer synergie in de taakuitvoering, het verbeteren van de bedrijfsvoering, een betere positionering en samenwerking op het gebied van informatiesystemen en human resource. Burgers en bedrijven zullen de voordelen hiervan merken in de vorm van een verdere professionalisering van onze organisaties en van kostenbesparingen, dus lagere waterschapslasten. Ook op de lange termijn blijven beide waterschappen zoeken naar intensieve(re) samenwerking en integratie. Naast de samenwerking met waterschap Rivierenland zal waterschap Hollandse Delta ook met andere overheden en partners samenwerking blijven zoeken en initiëren, om zodoende de verschillende aspecten van waterstaatkundige zorg beter op elkaar af te stemmen en meer in samenhang te zien met vraagstukken op het gebied van natuur en milieu, landbouw, recreatie en ruimtelijke ordening. In het aangaan van samenwerkingsverbanden worden nut en noodzaak en effectiviteit en doelmatigheid afgewogen. Ontwikkelingen op het gebied van samenwerking kunnen de bedrijfsvoering beïnvloeden. In welke mate en onder welke financiële consequenties kan op dit moment onvoldoende concreet worden gemaakt. Technologische ontwikkelingen Technologische De hoeveelheid gegevens die het waterschap beheert gaat nog sneller toenemen ontwikkelingen dan de laatste jaren. Zowel in de bedrijfsketens als met andere waterschappen is intensieve samenwerking aan de orde. Dit brengt met zich dat het veilig uitwisselen van betrouwbare gegevens en informatie een cruciale rol gaat spelen. Autonoom ontwikkelen en implementeren van informatiesystemen is dan ook geen optie meer. Om de toekomstige ontwikkelingen, ook die op de lange termijn, scherp in beeld te brengen en te houden en daarmee professioneel informatiemanagement te implementeren, heeft waterschap Hollandse Delta een iraad ingesteld. Deze iraad heeft tot taak de opdrachtformulering ten aanzien van informatiewensen, prioritering van informatiewensen, het toetsen informatiewensen aan informatieprincipes, samenwerking met Rivierenland voortzetten en het concreet maken van de ontvlechting van de techniek en de informatievoorziening. 122
Demografische ontwikkelingen Demografische Zoals bekend vergrijst Nederland vanaf 2011 in versneld tempo. In het ontwikkelingen personeelsbestand van het waterschap wordt deze vergrijzing ook merkbaar. Dit heeft tot gevolg dat waterschap Hollandse Delta voor de lange termijn oog moet hebben voor de consequenties hiervan in de bedrijfsvoering. Bedrijfsfilosofie Bedrijfsfilosofie Het regeringsbeleid is er steeds meer op gericht dat waterschappen zich tot hun taak beperken. Wettelijke taken, nut, noodzaak en kostenefficiency van maatregelen zijn hierin belangrijke leidraden. Voor waterschap Hollandse Delta betekent dit dat het waterschap meer en meer regisserende overheid wordt. Opdrachten worden op de markt gezet die vanuit het waterschap worden aangestuurd in plaats van capaciteit inhuren, welke door het waterschap gefaciliteerd worden. 6.6 Conclusie langetermijnvisie In deze paragraaf zijn meerdere onderwerpen naar voren gebracht die van invloed zijn op de taakuitvoering en het financiële perspectief op de lange termijn. Vanzelfsprekend is dat vaak nog met de nodige onzekerheid omgeven. Geconstateerd moet worden dat een concrete (financiële) doorvertaling nog niet echt te geven is. Daarvoor is op onderdelen onderzoek, maar zeker ook een nieuwe "mind-set" nodig. Zoals in deze paragraaf is aangegeven, zijn of worden deze onderzoeken op de diverse programma's opgepakt en worden onderhoudbeheerplannen opgesteld. De langetermijnvisie zal een hulpmiddel zijn om naar een verre toekomst te kijken. De visies hebben geen absolute waarde en zullen per definitie altijd aan veranderingen en nieuwe inzichten onderhevig zijn. Echte concrete keuzen en besluiten worden enkel en alleen via de (meerjaren)begroting gemaakt. 123
7 Vaststelling Programmabegroting 2013 124
125
Bijlagen 126
Bijlage 1 Staat van vaste activa Omschrijving Boekwaarde 1-1-2013 Overboeking OHW Investering Geactiveerde uren Geactiveerde rente Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2013 Afschrijving Rentelasten Kapitaallasten MATERIELE VASTE ACTIVA Werken in exploitatie Immateriële vaste activa Onderzoek en ontwikkeling 2.373 912 1.461 93 1.005 Subsidies en bijdragen 8.163 1.229 6.934 320 1.549 Overige immateriële activa 3.255 1.766 1.489 128 1.894 13.791 0 0 0 0 0 3.907 9.884 541 4.448 Materiële vaste activa Gronden en terreinen 9.211 9.211 361 361 Vervoermiddelen en werktuigen 811 204 607 32 236 Overige bedrijfsmiddelen 793 316 477 31 347 Bedrijfsgebouwen 15.408 567 14.841 604 1.171 Waterkeringen 4.699 150 469 4.380 190 659 Watergangen en kunstwerken 51.129 1.772 3.055 49.846 2.074 5.129 ZTW - zuiveringsinstallaties 101.298 7.741 93.557 3.971 11.712 ZTW - transport 18.281 1.407 16.874 716 2.123 ZTW - slibverwerking 12.351 1.213 11.138 484 1.697 Wegen 15.058 1.675 13.383 590 2.265 Vaarwegen en havens 0 0 0 229.039 1.922 0 0 0 0 16.647 214.314 9.053 25.700 Totaal werken in exploitatie 242.830 1.922 0 0 0 0 20.554 224.198 9.594 30.148 Onderhanden werk Immateriële vaste activa Onderzoek en ontwikkeling 22.851 5.236 1.198 7.830 393 21.062 68 461 Subsidies en bijdragen 4.434 6.800 278 10.956 174 452 Overige immateriële activa 390 4.165 160 50 4.345 13 63 27.675 0 16.201 1.198 0 7.990 721 36.363 255 976 127
Omschrijving Boekwaarde 1-1-2013 Overboeking OHW Investering Geactiveerde uren Geactiveerde rente Bijdragen van derden Boekwaarde 31-12-2013 Afschrijving Rentelasten Kapitaallasten Materiële vaste activa Gronden en terreinen 1.899 1.200 650 2.449 47 47 Vervoermiddelen en werktuigen 1.154 560 176 1.538 45 221 Overige bedrijfsmiddelen 719 1.500 421 28 77 2.591 18 95 Bedrijfsgebouwen 0 0 0 Waterkeringen 4.025-150 40.222 2.591 337 32.638 13 14.374 8 21 Watergangen en kunstwerken 24.210-1.772 20.427 1.066 344 12.794 837 30.644 598 1.435 ZTW - zuiveringsinstallaties 11.107 4.469 582 301 435 161 15.863 177 338 ZTW - transport 6.036 5.269 385 321 307 47 11.657 2 49 ZTW - slibverwerking 424 1.165 127 37 1.753 0 Wegen 7.218 7.790 54 3.605 311 11.146 253 564 Vaarwegen en havens 0 0 56.792-1.922 82.602 5.172 1.422 50.429 1.622 92.015 1.148 2.770 Totaal onderhanden werk 84.467-1.922 98.803 6.370 1.422 58.419 2.343 128.378 1.403 3.746 TOTAAL MATERIELE VASTE ACTIVA 327.297 0 98.803 6.370 1.422 58.419 22.897 352.576 10.997 33.894 FINANCIELE VASTE ACTIVA Aandelen en deelnemingen 239 239 0 Verstrekte vaste leningen aan personeel 22 22 0 Vorderingen (o.a. Deposito CBL) 14.604 14.604 0 TOTAAL FINANCIELE VASTE ACTIVA 14.865 0 0 0 0 0 0 14.865 0 0 TOTAAL ACTIVA 342.162 0 98.803 6.370 1.422 58.419 22.897 367.441 10.997 33.894 128
Bijlage 2 Staat van reserves Staat van reserves (begroot) 2013 Omschrijving Saldo Toevoeging Onttrekking Bestemming Stand per 1-1 resultaat 31-12 2013 vorig boekjaar 2013 ALGEMENE RESERVES - Programma Waterkeringen (800041) 729.346 - - - 729.346 - Programma Water (800042) 1.197.509 - - - 1.197.509 - Programma Zuiveren (800043) 2.826.642 - - - 2.826.642 - Programma Wegen (800044) - - - - - - Programma Algemene beleidstaken (800045) 7.014.996 - - - 7.014.996 Totaal algemene reserves 11.768.493 - - - 11.768.493 BESTEMMINGSRESERVES Egalisatiereserves Totaal egalisatiereserves - - - - - Specifieke bestemmingsreserves - Reserve egalisatie Subsidie SVI-DRSH (800012) 2.902.234-561.000-2.341.234 - Reserve egalisatie Cross Border Lease (800013) 3.549.161-591.600-2.957.561 - Reserve Waterkwaliteitsspoor en ISA (800051) 268.910-268.910 - - - Bestemmingsreserve BBVW Zuiveringsbeheer (800054) 401.750-401.750 - - - Bestemmingsreserve BBVW Wegenbeheer (800055) 1.407.001-469.000-938.001 - Bestemmingsreserve Gegarandeerde geldlening HVC NV (800056) 454.421 226.000 - - 680.421 - Bestemmingsreserve Reorganisatie WSHD (800057) 757.400-757.400 - - - Bestemmingsreserve Planvormingskosten proj.dijkversterkingen (800058) 3.327.448-1.019.686-2.307.762 - Bestemmingsreserve fractievergoedingen 4.281 - - - 4.281 - Reserve vervangingsinvesteringen - 838.000 - - 838.000 - Reserve egalisatie geactiveerde lasten - 2.750.000 - - 2.750.000 Totaal specifieke bestemmingsreserves 13.072.606 3.814.000 4.069.346-12.817.260 TOTAAL 24.841.099 3.814.000 4.069.346-24.585.753 129
Staat van reserves (begroot) 2014 Omschrijving Saldo Toevoeging Onttrekking Bestemming Stand per 1-1 resultaat 31-12 2014 vorig boekjaar 2014 ALGEMENE RESERVES - Programma Waterkeringen (800041) 729.346 - - - 729.346 - Programma Water (800042) 1.197.509 - - - 1.197.509 - Programma Zuiveren (800043) 2.826.642 - - - 2.826.642 - Programma Wegen (800044) - - - - - - Programma Algemene beleidstaken (800045) 7.014.996 - - - 7.014.996 Totaal algemene reserves 11.768.493 - - - 11.768.493 BESTEMMINGSRESERVES Egalisatiereserves Totaal egalisatiereserves - - - - - Specifieke bestemmingsreserves - Reserve egalisatie Subsidie SVI-DRSH (800012) 2.341.234-512.000-1.829.234 - Reserve egalisatie Cross Border Lease (800013) 2.957.561-591.600-2.365.961 - Reserve Waterkwaliteitsspoor en ISA (800051) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Zuiveringsbeheer (800054) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Wegenbeheer (800055) 938.001-469.000-469.001 - Bestemmingsreserve Gegarandeerde geldlening HVC NV (800056) 680.421 226.000 - - 906.421 - Bestemmingsreserve Reorganisatie WSHD (800057) - - - - - - Bestemmingsreserve Planvormingskosten proj.dijkversterkingen (800058) 2.307.762 - - - 2.307.762 - Bestemmingsreserve fractievergoedingen 4.281 - - - 4.281 - Reserve vervangingsinvesteringen 838.000 1.929.000 - - 2.767.000 - Reserve egalisatie geactiveerde lasten 2.750.000 1.287.000 - - 4.037.000 Totaal specifieke bestemmingsreserves 12.817.260 3.442.000 1.572.600-14.686.660 TOTAAL 24.585.753 3.442.000 1.572.600-26.455.153 130
Staat van reserves (begroot) 2015 Omschrijving Saldo Toevoeging Onttrekking Bestemming Stand per 1-1 resultaat 31-12 2015 vorig boekjaar 2015 ALGEMENE RESERVES - Programma Waterkeringen (800041) 729.346 - - - 729.346 - Programma Water (800042) 1.197.509 - - - 1.197.509 - Programma Zuiveren (800043) 2.826.642 - - - 2.826.642 - Programma Wegen (800044) - - - - - - Programma Algemene beleidstaken (800045) 7.014.996 - - - 7.014.996 Totaal algemene reserves 11.768.493 - - - 11.768.493 BESTEMMINGSRESERVES Egalisatiereserves Totaal egalisatiereserves - - - - - Specifieke bestemmingsreserves - Reserve egalisatie Subsidie SVI-DRSH (800012) 1.829.234-463.000-1.366.234 - Reserve egalisatie Cross Border Lease (800013) 2.365.961-591.600-1.774.361 - Reserve Waterkwaliteitsspoor en ISA (800051) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Zuiveringsbeheer (800054) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Wegenbeheer (800055) 469.001-469.001 - - - Bestemmingsreserve Gegarandeerde geldlening HVC NV (800056) 906.421 226.000 - - 1.132.421 - Bestemmingsreserve Reorganisatie WSHD (800057) - - - - - - Bestemmingsreserve Planvormingskosten proj.dijkversterkingen (800058) 2.307.762 - - - 2.307.762 - Bestemmingsreserve fractievergoedingen 4.281 - - - 4.281 - Reserve vervangingsinvesteringen 2.767.000 1.353.000 - - 4.120.000 - Reserve egalisatie geactiveerde lasten 4.037.000-38.000-3.999.000 Totaal specifieke bestemmingsreserves 14.686.660 1.579.000 1.561.601-14.704.059 TOTAAL 26.455.153 1.579.000 1.561.601-26.472.552 131
Staat van reserves (begroot) 2016 Omschrijving Saldo Toevoeging Onttrekking Bestemming Stand per 1-1 resultaat 31-12 2016 vorig boekjaar 2016 ALGEMENE RESERVES - Programma Waterkeringen (800041) 729.346 - - - 729.346 - Programma Water (800042) 1.197.509 - - - 1.197.509 - Programma Zuiveren (800043) 2.826.642 - - - 2.826.642 - Programma Wegen (800044) - - - - - - Programma Algemene beleidstaken (800045) 7.014.996 - - - 7.014.996 Totaal algemene reserves 11.768.493 - - - 11.768.493 BESTEMMINGSRESERVES Egalisatiereserves Totaal egalisatiereserves - - - - - Specifieke bestemmingsreserves - Reserve egalisatie Subsidie SVI-DRSH (800012) 1.366.234-414.000-952.234 - Reserve egalisatie Cross Border Lease (800013) 1.774.361-591.600-1.182.761 - Reserve Waterkwaliteitsspoor en ISA (800051) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Zuiveringsbeheer (800054) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Wegenbeheer (800055) - - - - - - Bestemmingsreserve Gegarandeerde geldlening HVC NV (800056) 1.132.421 226.000 - - 1.358.421 - Bestemmingsreserve Reorganisatie WSHD (800057) - - - - - - Bestemmingsreserve Planvormingskosten proj.dijkversterkingen (800058) 2.307.762 - - - 2.307.762 - Bestemmingsreserve fractievergoedingen 4.281 - - - 4.281 - Reserve vervangingsinvesteringen 4.120.000 1.154.000 - - 5.274.000 - Reserve egalisatie geactiveerde lasten 3.999.000-460.000-3.539.000 Totaal specifieke bestemmingsreserves 14.704.059 1.380.000 1.465.600-14.618.459 TOTAAL 26.472.552 1.380.000 1.465.600-26.386.952 132
Staat van reserves (begroot) 2017 Omschrijving Saldo Toevoeging Onttrekking Bestemming Stand per 1-1 resultaat 31-12 2017 vorig boekjaar 2017 ALGEMENE RESERVES - Programma Waterkeringen (800041) 729.346 - - - 729.346 - Programma Water (800042) 1.197.509 - - - 1.197.509 - Programma Zuiveren (800043) 2.826.642 - - - 2.826.642 - Programma Wegen (800044) - - - - - - Programma Algemene beleidstaken (800045) 7.014.996 - - - 7.014.996 Totaal algemene reserves 11.768.493 - - - 11.768.493 BESTEMMINGSRESERVES Egalisatiereserves Totaal egalisatiereserves - - - - - Specifieke bestemmingsreserves - Reserve egalisatie Subsidie SVI-DRSH (800012) 952.234-365.000-587.234 - Reserve egalisatie Cross Border Lease (800013) 1.182.761-591.600-591.161 - Reserve Waterkwaliteitsspoor en ISA (800051) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Zuiveringsbeheer (800054) - - - - - - Bestemmingsreserve BBVW Wegenbeheer (800055) - - - - - - Bestemmingsreserve Gegarandeerde geldlening HVC NV (800056) 1.358.421 226.000 - - 1.584.421 - Bestemmingsreserve Reorganisatie WSHD (800057) - - - - - - Bestemmingsreserve Planvormingskosten proj.dijkversterkingen (800058) 2.307.762 - - - 2.307.762 - Bestemmingsreserve fractievergoedingen 4.281 - - - 4.281 - Reserve vervangingsinvesteringen 5.274.000 974.000 - - 6.248.000 - Reserve egalisatie geactiveerde lasten 3.539.000-1.112.000-2.427.000 Totaal specifieke bestemmingsreserves 14.618.459 1.200.000 2.068.600-13.749.859 TOTAAL 26.386.952 1.200.000 2.068.600-25.518.352 133
Bijlage 3 Staat van voorzieningen Staat van voorzieningen (begroting) 2013 VOORZIENINGEN Saldo Vermeerde- Vrijval Aanwending Boekwaarde 1-1 ringen 31-12 2013 2013 Voorz. Pensioen- en wachtgeldverpl. (voormalig) personeel en bestuur (800019) 4.213.675 100.000-717.000 3.596.675 Voorziening verlofrechten personeel (800030) 13.122 - - - 13.122 Voorziening Contracten (800059) 520.000 - - - 520.000 Voorziening Jubileumuitkering 646.000 - - - 646.000 Voorziening grensoverschrijdend afvalwater 1.804.702 - - - 1.804.702 Totaal 7.197.499 100.000-717.000 6.580.499 Staat van voorzieningen (begroting) 2014 VOORZIENINGEN Saldo Vermeerde- Vrijval Aanwending Boekwaarde 1-1 ringen 31-12 2014 2014 Voorz. Pensioen- en wachtgeldverpl. (voormalig) personeel en bestuur (800019) 3.596.675 100.000-658.000 3.038.675 Voorziening verlofrechten personeel (800030) 13.122 - - - 13.122 Voorziening Contracten (800059) 520.000 - - - 520.000 Voorziening Jubileumuitkering 646.000 - - - 646.000 Voorziening grensoverschrijdend afvalwater 1.804.702 - - - 1.804.702 Totaal 6.580.499 100.000-658.000 6.022.499 134
Staat van voorzieningen (begroting) 2015 VOORZIENINGEN Saldo Vermeerde- Vrijval Aanwending Boekwaarde 1-1 ringen 31-12 2015 2015 Voorz. Pensioen- en wachtgeldverpl. (voormalig) personeel en bestuur (800019) 3.038.675 100.000-573.000 2.565.675 Voorziening verlofrechten personeel (800030) 13.122 - - - 13.122 Voorziening Contracten (800059) 520.000 - - - 520.000 Voorziening Jubileumuitkering 646.000 - - - 646.000 Voorziening grensoverschrijdend afvalwater 1.804.702 - - - 1.804.702 Totaal 6.022.499 100.000-573.000 5.549.499 Staat van voorzieningen (begroting) 2016 VOORZIENINGEN Saldo Vermeerde- Vrijval Aanwending Boekwaarde 1-1 ringen 31-12 2016 2016 Voorz. Pensioen- en wachtgeldverpl. (voormalig) personeel en bestuur (800019) 2.565.675 100.000-382.000 2.283.675 Voorziening verlofrechten personeel (800030) 13.122 - - - 13.122 Voorziening Contracten (800059) 520.000 - - - 520.000 Voorziening Jubileumuitkering 646.000 - - - 646.000 Voorziening grensoverschrijdend afvalwater 1.804.702 - - - 1.804.702 Totaal 5.549.499 100.000-382.000 5.267.499 Staat van voorzieningen (begroting) 2017 VOORZIENINGEN Saldo Vermeerde- Vrijval Aanwending Boekwaarde 1-1 ringen 31-12 2017 2017 Voorz. Pensioen- en wachtgeldverpl. (voormalig) personeel en bestuur (800019) 2.283.675 100.000-381.000 2.002.675 Voorziening verlofrechten personeel (800030) 13.122 - - - 13.122 Voorziening Contracten (80059) 520.000 - - - 520.000 Voorziening Jubileumuitkering 646.000 - - - 646.000 Voorziening grensoverschrijdend afvalwater 1.804.702 - - - 1.804.702 Totaal 5.267.499 100.000-381.000 4.986.499 135
Bijlage 4 Staat van vaste schulden (bedragen x 1.000) 2013 Leningnr. Instelling Oorspronkelijk Jaar van Rente Looptijd Annuiteiten/ Verval- Restant Vermeer- Vermindering Restant Rente Rente Re stant bedrag lening opname % lening lineair (A/L) datum lening 1-1 dering Aflossing Extra le ning 31-12 Te betalen boekjaar looptijd aflossing aflossing Afgesloten geldleningen 10.011.044 NWB 1.361 1990 5,8800% 25 L 01-03 163 54 109 10 6 2 10.013.434 NWB 454 1995 7,7500% 25 L 01-04 145 18 127 11 10 7 10.013.828 NWB 3.630 1995 6,3700% 20 L 28-12 545 182 363 35 23 2 10.013.639 NWB 454 1995 6,9500% 20 L 01-09 68 23 45 5 3 2 10.013.859 NWB 454 1996 6,4600% 25 L 03-01 163 18 145 11 9 8 10.013.964 NWB 1.361 1996 6,5500% 20 L 01-05 272 68 204 18 13 3 10.014.340 NWB 2.723 1996 5,9500% 20 L 05-12 545 136 408 32 24 3 10.014.373 NWB 1.361 1997 4,0000% 20 L 15-01 340 68 272 14 11 4 10.014.777 NWB 2.269 1997 5,7500% 20 L 09-10 567 113 454 33 26 4 10.014.880 NWB 1.815 1997 5,6500% 20 L 05-12 454 91 363 26 21 4 10.015.393 NWB 2.042 1998 4,4600% 15 L 17-09 136 136 0 6 0 0 10.015.363 NWB 908 1998 4,8700% 20 L 02-09 272 45 227 13 11 5 10.014.973 NWB 1.361 1998 5,2600% 20 L 13-01 408 68 340 21 18 5 10.015.557 NWB 2.269 1998 4,4500% 20 L 09-12 681 113 567 30 25 5 10.015.669 NWB 2.269 1999 4,2500% 20 L 21-01 794 113 681 34 29 6 10.022.034 NWB 1.000 2002 5,0000% 25 L 07-08 600 40 560 30 28 14 10.022.357 NWB 1.000 2002 4,7300% 25 L 27-12 600 40 560 28 26 14 10.021.899 NWB 3.000 2002 5,3900% 20 L 24-05 1.500 150 1.350 81 73 9 10.022.480 NWB 2.250 2003 3,8150% 10 L 06-02 250 250 0 10 0 0 10.022.943 NWB 2.000 2003 4,7650% 25 L 04-11 1.280 80 1.200 61 57 15 10.012.403 NWB 2.042 2003 7,1500% 10 L 29-03 204 204 0 15 0 0 10.022.751 NWB 4.000 2003 4,1600% 25 L 12-06 2.560 160 2.400 106 100 15 10.024.369 NWB 26.768 2004 3,9250% 25 L 30-12 18.202 1.071 17.132 714 673 16 10.023.110 NWB 2.500 2004 3,8600% 10 L 04-02 500 250 250 19 10 1 10.023.081 NWB 2.000 2004 4,4400% 20 L 14-01 1.200 100 1.100 53 49 11 10.023.180 NWB 4.000 2004 4,2100% 20 L 31-03 2.400 200 2.200 101 93 11 10.024.194 NWB 100.774 2005 5,0600% 30-03-01 100.774 0 100.774 5.099 5.099 22 10.024.197 NWB 50.000 2005 3,7000% 25 L 29-12 36.000 2.000 34.000 1.332 1.258 17 10.024.939 NWB 30.000 2007 4,2425% 25 L 01-03 24.000 1.200 22.800 1.018 968 19 10.026.173 NWB 30.000 2009 4,1500% 10 L 01-06 21.000 3.000 18.000 872 748 6 400.098.824 BNG 4.000 2004 3,7900% 10 L 19-02 800 400 400 30 15 1 58.183 ASN bank N.V. 30.000 2008 4,3250% 20 L 27-03 24.000 1.500 22.500 1.038 973 15 Totaal afgesloten leningen 320.065 241.425 0 11.893 0 229.532 10.906 10.401 136
2014 2015 Leningnr. Restant Verm eer- Verm indering Restant Rente Rente Restant Restant Vermeer- Verm indering Restant Rente Rente Restant lening 1-1 dering Aflossing Extra lening 31-12 Te betalen boekjaar looptijd lening 1-1 dering Aflossing Extra lening 31-12 Te betalen boekjaar looptijd aflossing aflossing Afgesloten geldleningen 10.011.044 109 54 54 6 3 1 54 54 0 3 0 0 10.013.434 127 18 109 10 8 6 109 18 91 8 7 5 10.013.828 363 182 182 23 12 1 182 182 0 12 0 0 10.013.639 45 23 23 3 2 1 23 23 0 2 0 0 10.013.859 145 18 127 9 8 7 127 18 109 8 7 6 10.013.964 204 68 136 13 9 2 136 68 68 9 4 1 10.014.340 408 136 272 24 16 2 272 136 136 16 8 1 10.014.373 272 68 204 11 8 3 204 68 136 8 5 2 10.014.777 454 113 340 26 20 3 340 113 227 20 13 2 10.014.880 363 91 272 21 15 3 272 91 182 15 10 2 10.015.393 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.015.363 227 45 182 11 9 4 182 45 136 9 7 3 10.014.973 340 68 272 18 14 4 272 68 204 14 11 3 10.015.557 567 113 454 25 20 4 454 113 340 20 15 3 10.015.669 681 113 567 29 24 5 567 113 454 24 19 4 10.022.034 560 40 520 28 26 13 520 40 480 26 24 12 10.022.357 560 40 520 26 25 13 520 40 480 25 23 12 10.021.899 1.350 150 1.200 73 65 8 1.200 150 1.050 65 57 7 10.022.480 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.022.943 1.200 80 1.120 57 53 14 1.120 80 1.040 53 50 13 10.012.403 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.022.751 2.400 160 2.240 100 93 14 2.240 160 2.080 93 87 13 10.024.369 17.132 1.071 16.061 672 631 15 16.061 1.071 14.990 630 589 14 10.023.110 250 250 0 10 0 0 0 0 0 0 0 0 10.023.081 1.100 100 1.000 49 44 10 1.000 100 900 44 40 9 10.023.180 2.200 200 2.000 93 84 10 2.000 200 1.800 84 76 9 10.024.194 100.774 0 100.774 5.099 5.099 21 100.774 0 100.774 5.099 5.099 20 10.024.197 34.000 2.000 32.000 1.258 1.184 16 32.000 2.000 30.000 1.184 1.110 15 10.024.939 22.800 1.200 21.600 967 917 18 21.600 1.200 20.400 916 866 17 10.026.173 18.000 3.000 15.000 747 623 5 15.000 3.000 12.000 623 499 4 400.098.824 400 400 0 15 0 0 0 0 0 0 0 0 58.183 22.500 1.500 21.000 973 909 14 21.000 1.500 19.500 908 844 13 Totaal afgesloten 229.532 leningen 0 11.302 0 218.229 10.398 9.922 218.229 0 10.652 0 207.577 9.920 9.469 137
2016 2017 Leningnr. Restant Verm eer- Verm indering Restant Rente Rente Restant Restant Vermeer- Verm indering Restant Rente Rente Restant lening 1-1 dering Aflossing Extra lening 31-12 Te betalen boekjaar looptijd lening 1-1 dering Aflossing Extra lening 31-12 Te betalen boekjaar looptijd aflossing aflossing Afgesloten geldleningen 10.011.044 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.013.434 91 18 73 7 6 4 73 18 54 6 4 3 10.013.828 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.013.639 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.013.859 109 18 91 7 6 5 91 18 73 6 5 4 10.013.964 68 68 0 4 0 0 0 0 0 0 0 0 10.014.340 136 136 0 8 0 0 0 0 0 0 0 0 10.014.373 136 68 68 5 3 1 68 68 0 3 0 0 10.014.777 227 113 113 13 7 1 113 113 0 7 0 0 10.014.880 182 91 91 10 5 1 91 91 0 5 0 0 10.015.393 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.015.363 136 45 91 7 4 2 91 45 45 4 2 1 10.014.973 204 68 136 11 7 2 136 68 68 7 4 1 10.015.557 340 113 227 15 10 2 227 113 113 10 5 1 10.015.669 454 113 340 19 14 3 340 113 227 14 10 2 10.022.034 480 40 440 24 22 11 440 40 400 22 20 10 10.022.357 480 40 440 23 21 11 440 40 400 21 19 10 10.021.899 1.050 150 900 57 49 6 900 150 750 49 40 5 10.022.480 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.022.943 1.040 80 960 50 46 12 960 80 880 46 42 11 10.012.403 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.022.751 2.080 160 1.920 87 80 12 1.920 160 1.760 80 73 11 10.024.369 14.990 1.071 13.919 588 547 13 13.919 1.071 12.849 546 505 12 10.023.110 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 10.023.081 900 100 800 40 36 8 800 100 700 36 31 7 10.023.180 1.800 200 1.600 76 67 8 1.600 200 1.400 67 59 7 10.024.194 100.774 0 100.774 5.099 5.099 19 100.774 0 100.774 5.099 5.099 18 10.024.197 30.000 2.000 28.000 1.110 1.036 14 28.000 2.000 26.000 1.036 962 13 10.024.939 20.400 1.200 19.200 865 815 16 19.200 1.200 18.000 815 764 15 10.026.173 12.000 3.000 9.000 498 374 3 9.000 3.000 6.000 374 250 2 400.098.824 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 58.183 19.500 1.500 18.000 843 779 12 18.000 1.500 16.500 779 714 11 Totaal afgesloten 207.577 leningen 0 10.394 0 197.183 9.467 9.032 197.183 0 10.190 0 186.994 9.030 8.608 138
Bijlage 5 Staat van personeelslasten en formatie (bedragen x 1000) Afd. Afdelingsnaam nr. formatie eigen personeel begroot 2013 Salarissen eigen personeel en bestuur (42010) Sociale premies (42020) Overig personeelslasten (42040) Kosten personeel van derden (42050) Totaal personeelslasten 1000 Algemeen bestuur 127 8 0 0 135 1010 Rekenkamercommissie 10 0 10 0 20 1020 Fractie-ondersteuners 1 0 0 0 1 1100 Dagelijks bestuur 380 17 0 0 397 2000 Directieraad 4,93 557 120 17 0 694 2100 Concern Control 6,00 440 111 14 0 565 2600 Kosten ondernemingsraad 0 0 12 0 12 3200 Afd. Faciliteiten 32,08 1.483 371 470 196 2.520 Afd. Financiën, Planning & 3300 Control 30,09 1.716 445 58 779 2.998 3400 Afd. Informatisering en Automat. 23,00 1.327 337 43 145 1.852 3600 Afd. Personeel en Organisatie/KAM 19,45 1.161 293 237 0 1.691 3610 Algemene personeelsaangelegenheden 0 0 331 0 331 3900 Bestuurlijke- & Juridische zaken 31,10 1.853 446 65 9 2.373 6100 Afd. Vergunningverlening 27,32 1.413 362 48 18 1.841 6200 Afd. Handhaving 25,29 1.289 328 49 13 1.679 7700 Technologie en Beleid 17,31 1.125 283 39 0 1.447 7800 Technisch onderhoud 53,24 2.711 703 99 136 3.649 7900 Zuiveren 34,13 1.887 483 72 118 2.560 8100 Plannen & Regie 39,26 2.468 624 81 994 4.167 8200 Data & Advies 35,24 1.848 473 62 229 2.612 8300 Projecten & Uitvoering 64,64 3.771 967 125 714 5.577 8400 Beheer & Onderhoud 80,49 3.936 959 141 50 5.086 Totaal 523,57 29.503 7.330 1.973 3.401 42.207 139
Bijlage 6 Financiering investeringsprojecten Omschrijving (bedragen x 1.000) 2013 2014 2015 2016 2017 Rentelasten Te financieren vaste activa: Boekwaarde activa saldo 1-1 342.162 367.441 385.030 351.899 368.477 Mutaties activa 25.279 17.589-33.131 16.578-10.050 Boekwaarde activa saldo 31-12 367.441 385.030 351.899 368.477 358.427 Financieringsmiddelen: Reserves saldo 1-1 24.841 24.586 26.455 26.473 26.387 Mutaties reserves -255 1.869 18-86 -869 Reserves saldo 31-12 24.586 26.455 26.473 26.387 25.518 Geldleningen saldo 1-1 241.425 229.532 218.230 207.578 197.184 Aflossingen geldleningen -11.893-11.302-10.652-10.394-10.190 Geldleningen saldo 31-12 229.532 218.230 207.578 197.184 186.994 Totaal financieringsmiddelen 1-1 266.266 254.118 244.685 234.051 223.571 Mutaties financieringsmiddelen -12.148-9.433-10.634-10.480-11.059 Totaal financieringsmiddelen 31-12 254.118 244.685 234.051 223.571 212.512 Financieringsbehoefte: Financieringsbehoefte per 1-1 75.896 113.323 140.345 117.848 144.906 Mutatie financieringsbehoefte 37.427 27.022-22.497 27.058 1.009 Financieringsbehoefte per 31-12 113.323 140.345 117.848 144.906 145.915 Gemiddelde financieringsbehoefte 94.610 126.834 129.097 131.377 145.411 Financiering met kortlopende middelen (kasgeldlimiet) 35.000 35.000 35.000 35.000 35.000 Financiering met langlopende middelen (restant) 59.610 91.834 94.097 96.377 110.411 Rentelasten: Afgesloten vaste geldleningen (zie bijlage 4) 10.401 9.922 9.469 9.032 8.608 Rente kortlopende geldleningen 1,0% 350 350 350 350 350 Rente af te sluiten langlopende leningen 3,5% 1.967 3.196 3.355 3.470 3.970 Totaal rentelasten 12.718 13.468 13.174 12.852 12.928 Ten laste van onderhanden werk (bouwrente) 1.422 2.060 1.560 1.343 1.764 Netto-rentelasten ten laste van de programma's 11.296 11.408 11.614 11.509 11.164 140
Bijlage 7a Overzicht lopende investeringsprojecten 2012 (aanpassingen) In onderstaand overzicht worden de investeringen genoemd die al in 2012 beschikbaar zijn gesteld en waarvan de hoogte van de kredieten aangepast moeten worden. De aanpassingen betreffen met name de consequenties van de nota AWA (activeren van inzet van personeel en bouwrente). (bedragen x 1.000) Nr. Objectnummer Programma Water Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie 141 Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Mutatie t.o.v. MJBP 2013-2017 1 7103100036 Kierbesluit / deltanatuur 2004 2012 1.773 1.773 Verhoogd met 63.000 bouwrente 2 7103100051 Uitvoering Krekenplan 2005-2010 2004 2012 3.667 3.667 Verhoogd met 182.000 bouwrente 3 7103100114 Ecologische Verbindingszone 69 2007 2016 1.060 690 370 Verhoogd met 79.000 bouwrente 4 7103100134 Groenzone Spijkenisse Zuidoost Spijkenisse 2012 2015 784 784 Verhoogd met 59.000 bouwrente 4 7103100152 Aankoop en inr. percelen VP 2008 2013 1.528 1.528 Verhoogd met 99.000 bouwrente 5 7103100159 Vergroten duikers PE04 t/m PE010 Rotterdam 2009 2014 1.520 1.520 Verhoogd met 58.000 bouwrente 6 7103100178 Waterbergng Zwndr.Waard(Waalbos fase II) Zwijndrecht 2010 2014 540 540 Verhoogd met 10.000 bouwrente 7 7103100184 Inrichting Stekelbaarsroute Ouddorp Ouddorp 2010 2013 824 400 424 8 7103100209 Renovatie vooruitgang waterbeheer Putten Putten 2012 2014 1.650 1.650 Verhoogd met 8.000 bouwrente en 16.000 personeelskosten Verhoogd met 36.000 bouwrente en 164.000 personeelskosten 9 7103120001 Maatregelen waterplan Hoogvliet 2004 2004 2012 584 25 559 Verhoogd met 20.000 bouwrente 10 7303140001 Verwijderen OB van boezem 2010 2012 1.838 1.838 Verhoogd met 38.000 bouwrente 11 7103210028 Baggerdepot IJsselmonde 2010 2013 784 640 Verhoogd met 28.000 bouwrente en 116.000 personeelskosten 12 7103300020 OptimalisatieWaterafv.-->StrypseWetering 2006 2014 663 663 Verhoogd met 13.000 bouwrente 13 7103300061 Aanpassen gemaal Hillevliet 2008 2012 1.540 1.540 Verhoogd met 54.000 bouwrente 14 7103300065 OptimalisatiWaterhuishoudPutten(Inlaten) 2008 2012 1.164 1.164 Verhoogd met 45.000 bouwrente 15 7103300078 Aanpassen elktr.install.gemaal Trouw 2008 2013 542 542 Verhoogd met 32.000 bouwrente 16 7103300090 WB Putten; De Dalle fase 3 2011 2012 570 570 Verhoogd met 21.000 bouwrente 17 7103300091 WB Putten; optimaliseren stuwen Putten 2011 2012 613 613 Verhoogd met 13.000 bouwrente 18 7103300095 WB Putten;nw.gemaalPutten en gemaaltocht 2011 2015 4.536 4.536 Totaal programma Water 26.179 1.115 24.920 Programma Zuiveren 19 7304000029 PL RG Maasdam Boezemkade 2007 2017 295 85 210 20 7304000041 RWZI Hellevoetsluis: afvalwatertransp.ld 2010 2014 11.733 11.733 Verhoogd met 187.000 bouwrente en 340.000 personeelskosten Verhoogd met 91.000 personeelskosten Verhoogd met 871.000 bouwrente en 270.000 personeelskosten
Nr. Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Mutatie t.o.v. MJBP 2013-2017 21 7304000044 Vrlegg.rioolpersleid.dyksverstr.HW-Noord 2010 2014 1.330 652 678 22 7304100110 RWZI Oostvoorne: renovatie 2010 2014 4.189 4.189 Verhoogd met 33.000 bouwrente en 182.000 personeelskosten Verhoogd met 182.000 bouwrente en 57.000 personeelskosten 23 7304100111 RWZI en rioolgemaal Rozenburg, renovatie 2010 2013 2.784 635 2.149 Verhoogd met 90.000 bouwrente 24 7304100649 Dokh/Sluisj, LEL-metingen (P049B) 2006 2013 1.572 1.572 Verhoogd met 109.000 bouwrente 25 7304100703 Besturingskasten E/I Sluisjesdijk 2007 2014 850 850 Totaal programma Zuiveren 22.753 1.372 21.381 Programma Wegen Verhoogd met 435.000 personeelskosten 26 7405120091 Fietsvoorziening Middelharnis -Melissant 2010 2012 1.017 1.008 9 Verhoogd met 9.000 bouwrente 27 7405120092 Fietsverbinding voormalige S40 2010 2012 1.483 1.483 Verhoogd met 33.000 bouwrente 28 7405130000 Verkeersafwikkelng H.Ydenweg-A16-Munnike Zwijndrecht 2011 2012 1.880 685 1.195 Verhoogd met 25.000 bouwrente 29 7405210027 DV inrichten Tilsedijk (fase 1) 2010 2013 574 574 Verhoogd met 24.000 bouwrente 30 7405210028 DV fase1 geb.onts.hekelingswg-gr.kruiswg 2010 2014 763 763 Verhoogd met 37.000 bouwrente Totaal programma Wegen 5.717 1.693 4.024 Bedrijfsvoering 31 7811500084 Waterschapsbrede controlekamer 2010 2014 2.029 2.029 Totaal Bedrijfsvoering 2.029 2.029 Verhoogd met 97.000 bouwrente en 432.000 personeelskosten Totaal generaal 56.679 4.180 52.355 142
Bijlage 7b Overzicht vervallen investeringsprojecten i.v.m. prioritering Sturen op Water Omschrijving (bedragen x 1.000) Bruto investering Mutatie t.o.v. MJBP 2013-2017 7103100109 Inlaatvrz.HeerjansdamsehavenGaatkensplas 600 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100113 Verplaatsing gemaal Nieuwe Stad 1.700 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100170 Nvo Brielle 2011 297 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100195 Doorstroming ed Plantage, Ommeloop enz. 93 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100196 Duiker vergroten naarsportpark incl.stuw 97 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100200 Watergang,drogeBerging-2Reijerweg-Dukdlf 91 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100203 Duikers Nassauvijvers (swd-kwn1) 150 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100204 Duikers Weizigt (swd-kwn1) 155 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100221 DI01 Aanleg NVO 116 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100222 Kop Oostdijk 219 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100226 Molendijkse Zoom Zuid 196 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100234 Verbreden en verdiepen watergangen 200 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100235 Aanleg binnenstedelijk water met NVO 150 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100237 Aanleg nvo (700 m) 97 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100238 Aanleg NVO in watergangen van waterschap 100 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100242 Aanleg nvo met plas/drasberm (0.01 km2) 205 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100245 Oud-Hoenderhoekse Wetering 140 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100247 Brielle Quakjeswater 190 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100248 Brielse zoom noord 130 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100253 Aanleg nvo (1250 m) 173 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100255 Molendijkse Zoom Noord 408 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100257 Lint van Oudenhoorn 82 Vervallen i.v.m. prioritering Sturen op water 7103100256 Lint van Nieuwenhoorn 224 Alleen uitvoering als subsidie beschikbaar komt Totaal 5.813 143
Bijlage 7c Overzicht geplande investeringsprojecten 2012-2017 In onderstaand overzicht worden alle voor de jaren 2012 tot en met 2017 geplande investeringen genoemd. De mutaties ten opzichte van het MJBP 2013-2017 worden toegelicht in de laatste kolom. Een groot deel van de mutaties betreft de verwerking van de financiële consequenties van de nota AWA. Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering (bedragen x 1.000) Toelichting Programma Waterkeringen 1 7202020011 Keurgrenzenonderzoek Diverse gemeenten 2014 2015 250 250 2 7001000002 Niet-subsidiabel Verbeterwzh prim.waterk Diverse gemeenten 2015 2015 1.000 1.000 3 7001005000 Planvorming Hoeksche Waard Noord Binnenmaas 2011 2014 619 619 0 4 7001005500 Uitvoering Hoeksche Waard Noord Binnenmaas 2011 2017 31.886 31.723 163 5 7001007500 Uitvoering Hellevoetsluis Hellevoetsluis 2011 2016 4.762 4.689 73 6 7001010500 Uitvoering Eiland van Dordrecht West Dordrecht 2011 2017 26.924 26.311 613 7 7001012000 Planvorming Spui West Spijkenisse/Bernisse 2011 2014 544 544 0 8 7001012500 Uitvoering Spui West Spijkenisse/Bernisse 2011 2019 39.054 38.616 438 9 7001013000 Planvorming Spui Oost 10 7001013500 Uitvoering Spui Oost Oud-Beijerland/ Korendijk Oud-Beijerland/ Korendijk 2011 2014 1.347 1.347 0 2011 2017 59.657 59.534 123 11 7001014000 Planvorming Hoeksche Waard Zuid Cromstrijen/Strijen 2011 2015 2.039 2.039 0 12 7001014500 Uitvoering Hoeksche Waard Zuid Cromstrijen/Strijen 2011 2018 106.133 104.728 1.405 13 7001015504 Uitvoering Hilledijk Rotterdam 2013 2017 1.177 1.168 9 14 7001017500 Uitvoering Zettingsvloeiing Spui Korendijk/Oud Beijerland/Bernisse/ Spijkenisse 2011 2015 67.727 67.190 537 144 Bedragen aangepast aan HWBP en verhoging i.v.m. bouwrente Bedragen aangepast aan HWBP en verhoging i.v.m. bouwrente Bedragen aangepast aan HWBP en verhoging i.v.m. bouwrente Verhoging netto-investering i.v.m. bouwrente 59.000 Bedragen aangepast aan HWBP en verhoging i.v.m. bouwrente Verhoging netto-investering i.v.m. bouwrente 55.000 Verhoging netto-investering i.v.m. bouwrente 8.000 Raming aangepast o.b.v. laatste raming HWBP Bedragen aangepast aan HWBP en verhoging i.v.m. bouwrente Bedragen aangepast aan HWBP en verhoging i.v.m. bouwrente 15 7001018000 Aankoop gronden tbv dijkversterkingsproj Diverse gemeenten 2013 2014 3.000 3.000 Aanvraag krediet in VV 22-11-2012 16 7202100105 Kunstwrk in waterkeringen by dijkverstrk Diverse gemeenten 2012 2016 12.957 12.957 Verhoogd met 1.237.000 bouwrente 17 7202200013 Voorz. brede blik waterkeringversterking diverse gemeenten 2015 2017 1.264 1.264 Verhoogd met 64.000 bouwrente
Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Toelichting 18 nieuw Waterberging Volkerak Zoommeer Oostflakkee 2014 2014 2.000 2.000 0 Totaal programma Waterkeringen 362.340 340.508 21.832 Programma Water 19 7103100082 Plaatsen doorspoelpomp "vtv" Pastoriestraat) Pernis 2012 2012 170 170 20 7103100084 Strat.grondaankABH-Cromstr&dykverst HWrd Cromstrijen 2012 2012 1.200 1.200 21 7103100098 Plaatsen doorspoelpomp vtv + persleiding (Tijkenweg) Pernis 2012 2012 170 170 22 7103100103 De reiger Rotterdam 2012 2013 500 500 Overeenkomst met programmabureau Ruimte voor de Rivier Ten onrechte vervallen in MJBP 2013-2017 23 7103100136 DGWPCharlois&Feyen.&waterg.Krabbedykestr Rotterdam 2012 2012 170 170 24 7103100140 Vervangen persleiding onder Spinozaweg Rotterdam 2013 2013 71 71 25 7103100143 NbwWateropgave Smeetsland Nrd Rdam Rotterdam 2013 2013 360 360 26 7103100171 Aanleg persleiding Paddewei Barendrecht 2013 2013 300 300 27 7103100177 Stuw, duikers Reeland (swd-kwn1) Dordrecht 2012 2013 150 150 28 7103100189 Watercirculatie de Struyten en Kooistee Hellevoetsluis 2012 2012 238 238 29 7103100190 Vergroten duiker onder Doggersbank Hoogvliet 2012 2013 270 270 30 7103100192 Vergroten duiker onder Metrobaan Rotterdam 2012 2013 244 244 31 7103100194 Vervang.armco duikrhekelingseweg-westdyk Spijkenisse 2012 2012 188 188 32 7103100199 Spinozapark fase 3 Rotterdam 2013 2013 344 344 33 7103100202 Vergroten duikers 800 mm (6g) Zwijndrecht 2012 2012 223 223 34 7103100206 6c vergroten 5 duikers 1000 mm Zwijndrecht 2012 2012 132 132 35 7103100207 Spinozapark fase 2 Rotterdam 2012 2012 240 240 36 7103100210 Wateraanvoerplan Middelharnis Middelharnis 2012 2013 1.541 900 641 Aanvraag krediet in VV 22-11-2012 37 7103100211 Aanleg nvo landgoed de Vliegers Middelharnis 2012 2013 100 100 38 7103100212 AanvoerOostflakkee-Oost:Verbinding maken Oostflakkee 2012 2013 169 160 9 39 7103100215 Noorderdiepzone en elzen-noord Dordrecht 2012 2015 3.925 2.300 1.625 145 Verhoogd met 101.000 bouwrente en 217.000 personeelskosten 40 7103100216 Maatregelen agrarisch gebied Dordrecht 2012 2016 1.031 1.031 Verhoogd met 81.000 bouwrente 41 7103100219 Stations enhoofdpst techn.autom.waterbeh Hele beheersgebied 2013 2013 1.000 1.000 42 7103100220 Waterberging Zwijndrechtse Waard Zwijndrecht 2014 2014 200 200 43 7103100223 Aanleg nvo vooroeververdediging (0.5 km) Ridderkerk 2014 2014-2015 130 130 44 7103100224 Herinr. oevers langs noordrand B'drecht Barendrecht 2014 2014-2015 160 160
Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Toelichting 45 7103100225 Herinr. oevers bedryventerr. Dierenstein Barendrecht 2014 2014-2015 579 579 Verhoogd met 22.000 bouwrente 46 7103100227 Plaatselijk verdiepen Dordrecht 2014 2014-2016 50 50 47 7103100228 Alloijzen- of Bovenpolder Dordrecht 2013 2015 669 669 Verhoogd met 29.000 bouwrente 48 7103100229 Herinrichten nvo Rijksstraatweg Voorne Putten 2013 2015 612 408 204 49 7103100230 Nvo verloren diep zuid Cromstrijen 2015 2015-2017 479 319 160 50 7103100232 Onderstatio&hoofdpstTechn.autom.waterbeh Hele beheersgebied 2014 2014 2.000 2.000 51 7103100233 OnderzKIWA nieuw waterafvoerroute zoeken Ouddorp 2014 2014 82 38 45 52 7103100236 Aanleg nvo Strijen 2014 2015 166 166 53 7103100239 Aanleg nvo met plas/drasberm Zwijndrecht 2014 2015 210 210 54 7103100240 Aanleg nvo met plas/drasberm Ridderkerk 2014 2015 207 207 55 7103100241 Aanleg nvo met plas/drasberm Strijen 2014 2015 166 166 56 7103100243 Aanleg nvo met plas/drasberm (0.03 km2) Oostflakkee 2014 2015 200 200 57 7103100244 Blauwe verbinding (verbinding Heulweg) Rotterdam 2014 2015 1.860 1.860 Verhoogd met 75.000 bouwrente 58 7103100246 Verondiepen sloten bosgebied De Elzen Dordrecht 2014 2017 75 75 59 7103100250 Verbreden watergang (plaatselijk) Barendrecht 2015 2015 60 60 60 7103100251 Verdiepen strand & Middelplaat&doorspoel Brielle 2015 2015 120 120 61 7103100252 Ondrstations&hoofdpstTechn.autom.watrbeh Hele beheersgebied 2015 2015 1.000 1.000 62 7103100254 Aanleg nvo met plas/drasberm Rhoon 2015 2016 140 140 63 7103100256 Lint van Nieuwenhoorn Brielle 2013 2014 224 224 0 64 7103100258 Stations&hoofdpst techn.automatwaterbeh Hele beheersgebied 2016 2016 1.000 1.000 65 7103100261 Compenserende maatregelen Kierbesluit diverse gemeenten 2013 2015 37.629 34.510 3.119 Alleen uitvoering als subsidie beschikbaar komt Verhoogd met 181.000 bouwrente en 1.738.000 personeelskosten 66 7103100262 Totaal KRW diverse gemeenten 2016 2017 11.007 11.007 Verhoogd met 419.000 bouwrente 67 7103100263 Totale NBW opgave landel. gebied t/m2017 diverse gemeenten 2015 2017 2.306 2.306 Verhoogd met 88.000 bouwrente 68 7103100264 TotaleNBW opgave stedelijk gebied tm2017 diverse gemeenten 2015 2017 10.205 10.205 Verhoging met 1.250.000 t.l.v. vervallen posten Nbw wateropgave. Verlaging met 25.000 i.v.m. nieuwe investering. Verhoogd met 412.000 bouwrente. 69 7103100265 Totaal prioritaire knelpunten diverse gemeenten 2015 2017 861 861 Verlaagd met 195.000 ter dekking van twee nieuwe investeringen. Verhoogd met 28.000 bouwrente. 146
Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Toelichting 70 7103100266 B: Ravense Hout Hellevoetsluis 2016 2017 208 208 71 nieuw 1). PE-20 Vergroten watergang tussen Pomoma en Zuiderparkweg (peilvak 50.01-Z) 2013 2013 50 25 25 147 Dekking uit Totale NBW opgave stedelijk gebied t/m 2017 72 nieuw 2). Feijenoord (FE-20) prioritair knelpunt 2014 2014 145 145 Onderdeel prioritaire knelpunten 73 nieuw 74 nieuw 4). Verbeteren zwemwaterkwaliteit zuidelijk Randpark knelpunt 8 5). Peilbesluit (effectuering peilbesluit De Bosschen 2) 2014 2014 50 50 Onderdeel prioritaire knelpunten 2014 2014 200 200 75 7103210017 Baggeren Boezem van Dirksland Dirksland 2015 2015 160 160 76 7103210025 Baggeren Zuiderdiepboezem Goedereede 2015 2016 1.040 1.040 Verhoogd met 40.000 bouwrente 77 7103300039 Houten steigers voornse sluis (fase 2) Spijkenisse 2016 2016 1.600 1.600 78 7103300067 VergrotenInlaatdebiet door automat.haven Zwijndrecht 2012 2012 122 41 81 79 7103300096 Peilbeheer door middel van stuwen Diverse gemeenten 2012 2014 955 955 Verhoogd met 55.000 bouwrente Totaal programma Water 89.663 38.924 50.739 Programma Zuiveren 80 7304000045 Bouw rioolgem. bedrijvenpark Oude-Tonge Oostflakkee 2013 2013 250 203 47 81 7304000047 RWZI Dokh. Afvalwatertr.syst(Bijdr Rdam) Rotterdam 2012 2012 4.065 4.065 Aanvraag krediet in VV 22-11-2012 82 7304000048 Afwatertransport noordrand Hoeksche-Wrd Binnenmaas 2014 2014 3.000 3.000 83 7304000049 Vervanging rioolpersleiding Goedereede Goedereede 2014 2015 190 190 0 84 7304000050 Verleggen effluentleiding Numansdorp Cromstrijen 2014 2015 455 121 334 85 7304000052 Rwzi Rdam Dokh.afvalwatertrnsp(bydrRdam) Rotterdam 2013 2013 6.450 6.450 86 7304000053 Rioolwaterpersl. capacit.rioolgemmaasdam Binnenmaas 2014 2014 1.330 1.330 87 7304000054 Rwzi RdamDokh:afvalwatertrnsp(bydr Rdam) Rotterdam 2014 2014 395 395 88 7304000055 Rwzi RdamDokh:afvalwatertrnsp(bydr Rdam) Rotterdam 2016 2016 970 970 89 7304000056 Renovatie rioolgemaal Ooltgensplaat Oostflakkee 2013 2015 380 150 230 Verhoogd met 860.000 i.v.m. mutatie investeringsschema gemeente Rotterdam Verhoogd met 80.000 personeelskosten 90 7304000057 Ged. vervanging rioolpersl. Mijnsheerenl Binnenmaas 2013 2014 1.625 80 1.545 Verhoogd met 90.000 bouwrente 91 7304100112 Zuiveringsinstall Spijkenisse: energieproject Spijkenisse 2013 2014 1.395 1.395 92 7304100114 Zuiveringsinstallatie Piershil:renovatie Korendijk 2013 2014 776 776 93 7304100115 Zuiveringsinstallatie Oude-Tonge: 2efase Oostflakkee 2013 2013 300 300 94 7304100116 Vervanging schakelkasten rwzi Ooltgenspl Oostflakkee 2013 2013 360 360 Verhoogd met 51.000 bouwrente en 144.000 personeelskosten Verhoogd met 30.000 bouwrente en 186.000 personeelskosten
Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Toelichting 95 7304100117 Vervang.roostergoedverwydInstall.rwziSpy Spijkenisse 2013 2014 470 470 96 7304210010 Schakelkastn slibverwinstall.rdam-sldijk Rotterdam 2013 2017 2.449 2.449 97 7304210011 RenovatieSlibontwater.install.rwziHoogvl Rotterdam 2013 2014 1.386 1.386 98 7304210012 OpslagtankPolymeerSlibverw.bedrSluisjesd Rotterdam 2013 2013 145 145 99 7304210013 Opslag voor vloeibaar polymeer rwzidordr Dordrecht 2013 2013 120 120 100 7304210014 Verv.gasmotoren slibverw.bedrsluisjesdyk Rotterdam 2014 2015 1.833 1.833 Totaal programma Zuiveren 28.344 744 27.600 Programma Wegen 101 7405130001 Verkeersafwikk Rdamseweg-A38-Rijnsingel Ridderkerk 2013 2013 525 400 125 148 Verhoogd met 265.000 bouwrente en 369.000 personeelskosten Verhoogd met 53.000 bouwrente en 143.000 personeelskosten Verhoogd met 73.000 bouwrente en 160.000 personeelskosten 102 7405130002 Fietspad rondje Putten F252 Spijkenisse Spijkenisse 2012 2012 1.400 1.400 0 Aanvraag krediet in VV 22-11-2012 103 7405130003 Ontsluiting Meeuwenoord Brielle Brielle 2012 2012 125 125 104 7405130004 Ridderkerk en Rotterdam, knooppunt Rkerk Ridderkerk 2013 2013 2.800 2.800 0 105 7405130006 Melissant,Battenoord via polder Dirkslnd Dirksland 2012 2012 1.363 1.363 0 Aanvraag krediet in VV 22-11-2012 106 7405130009 Rondje Hoekse-Waard en Wacht-Buijtendijk Strijen 2013 2013 2.250 2.250 0 107 7405130010 Klaaswaal-Rijksweg 29 (F244.2) Cromstrijen 2013 2013 1.355 1.355 0 108 7405130011 Reconstructie Blaaksedijk Binnenmaas 2013 2013 950 950 109 7405130012 Maatregelen veilige Rotterdamseweg Rkerk Ridderkerk 2013 2013 193 193 110 7405130013 Reconstr.Boutweg incl.betuining tehsluis Hellevoetsluis 2013 2013 368 368 111 7405130014 Rondje Hoeksche-W &v/h ambachtsheerlyckh Cromstrijen 2014 2014 500 500 0 112 7405130015 RondjeHoekse-W &v/h Oud-enNieuwBeijerlnd Oud Beijerland/Korendijk 2014 2014 875 875 0 113 7405210015 Fietstunnel Nieuwe-Tonge te Middelharnis Middelharnis 2013 2013 125 125 114 7405210017 Ontsluiting Nieuwe-Tonge te Middelharnis Middelharnis 2013 2013 200 200 115 7405210021 Fietsvrz.(Vliet; Westmaas - Klaaswaal) Cromstrijen 2014 2014 100 100 116 7405210025 Vervangingsp en renovatie openb verlicht Nnb 2012 2013 150 150 117 7405210029 LED-straatverlichting Nnb 2012 2012 325 325 118 7405210030 Aanpak verkeersveiligheid Magdalenadijk Oostflakkee 2013 2013 90 90 119 7405210031 Reconstr.kruising bydr.n217 Stougjesdijk Oud Beijerland 2013 2013 325 325 120 7405210036 Verkeerscirc. N215 (Dirksland-Melissant) Dirksland 2012 2012 200 200 121 7405210037 Reconstructie 3 vri's in Rkerk&Bdrecht Ridderkerk/ Barenrecht 2013 2014 786 786 Verhoogd met 36.000 bouwrente 122 7405210038 Reconstr.VRI Rdamsewg-Populierenln Rkerk Ridderkerk 2013 2013 250 250 123 7405210039 Reconstr. Aaldijk-Kerkhofdijk te Spijken Spijkenisse 2015 2015 1.150 1.150
Objectnummer Omschrijving Gemeente Jaar van aanvraag Jaar van realisatie Bruto investering Bijdragen en subsidies Netto investering Toelichting 124 7405210040 Verv.buswisselstr.Industrieweg-Rdamseweg Ridderkerk 2015 2015 150 150 125 7405210041 Verv. VRI (A15) Rotterdamseweg te Rkerk Ridderkerk 2015 2015 200 200 126 7405210042 VRI Rdamseweg-Donkerslootweg Ridderkerk Ridderkerk 2015 2015 250 250 127 7405210043 VRI Vlietlaan-Rotterdamseweg Ridderkerk Ridderkerk 2015 2015 250 250 128 7405210044 DV Hekelingseweg-Groene Kruisweg fase 3 Spijkenisse 2013 2013 902 902 129 7405210045 DV Tilsedijk-Oudelandsedijk fase 3 Middelharnis/ Oostflakkee 2013 2014 816 816 Verhoogd met 16.000 bouwrente Totaal programma Wegen 18.973 10.943 8.030 Programma Algemene beleidstaken 130 7610000004 Waterschapsverkiezingen n.v.t. 2013 2014 1.450 1.450 Totaal programma Algemene beleidstaken 1.450 1.450 Verschuiving van 2012 naar 2013 en 2014. Bedrijfsvoering 131 7811700003 Grond werk&kantoorruimte Ysselm-HoeksWrd Nvt 2014 2014 1.500 1.500 132 7811700006 Nieuwb werf&kantoor Ysselmonde/HoekseWrd Nvt 2015 2015 3.000 3.000 133 7811800016 Materieel civiel en cultuurtechn. onderh Nvt 2012 2012 620 620 Aanvraag krediet in VV 22-11-2012 134 7811800017 Materieel civiel en cultuurtechn. onderh Nvt 2013 2013 560 560 135 7811800018 Materieel civiel en cultuurtechn. onderh Nvt 2014 2014 600 600 136 7811800019 Materieel civiel en cultuurtechn. onderh Nvt 2015 2015 540 540 137 7811800020 Civiel en cultuurtechnisch onderhoud2016 Nvt 2016 2016 350 350 138 7811800021 Civiel en cultuurtechnisch onderhoud2017 Nvt 2017 2017 350 350 139 7811500082 Beveiliging 2010 Nvt 2010 2012 150 150 140 7811500085 Z-info Nvt 2012 2013 140 140 141 7811500086 Geïntegreerd syst.bedryfsvoeringprocessn Nvt 2013 2014 3.361 3.361 142 7811500087 Infrastructuur centrale computerruimte Nvt 2009 2014 1.500 1.500 143 7811500088 Aansluiting basisregistraties Nvt 2012 2013 100 100 144 7811500089 Digitaal zaakdossier Nvt 2013 2013 230 230 145 pm Vervanging Iris VenH Nvt pm pm pm Totaal Bedrijfsvoering 13.001 13.001 Totaal generaal 513.771 391.119 122.652 149
Bijlage 7d Overzicht investeringsprojecten 2012-2017, toelichting Programma waterkeringen 1. Keurgrenzenonderzoek Vaststellen van de onder de keur te brengen ofwel houden zones rond de waterkering die nodig zijn voor handhaving en versterking van de waterkering. 2. Uitvoeren niet-subsidiabele verbeteringswerkzaamheden primaire waterkeringen Het op orde brengen van dijkvakken van primaire waterkeringen die in de toetsing zijn afgekeurd op onderhoudsaspecten. Deze dijkvakken komen niet in aanmerking voor subsidiabele dijkversterking maar moeten door beheersmaatregelen verbeterd worden. 3. Planvorming Hoeksche Waard Noord Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, dient in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. De planfase voor dit project wordt in 2014 afgerond. 4. Uitvoering Hoeksche Waard Noord Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, dient in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. Hierdoor kan achter de dijk veilig en duurzaam worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. 5. Uitvoering Hellevoetsluis Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, dient in 2015 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. Hierdoor kan achter de dijk veilig en duurzaam worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. 6. Uitvoering Eiland van Dordrecht West Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, dient in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. Hierdoor kan achter de dijk veilig en duurzaam worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De raming is aangepast naar de laatste raming afgestemd met het HWBP. 7. Planvorming Spui West Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, heeft de taakstelling in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. De planfase voor dit project wordt in 2014 afgerond. 8. Uitvoering Spui West Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, heeft de taakstelling in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. Hierdoor kan achter de dijk veilig en duurzaam worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. 9. Planvorming Spui Oost Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, heeft de taakstelling in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. De planfase voor dit project wordt in 2014 afgerond. 10. Uitvoering Spui Oost Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, heeft de taakstelling in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. Hierdoor kan achter de dijk veilig en duurzaam worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. 150
11. Planvorming Hoeksche Waard Zuid Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, dient in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. De planfase voor dit project wordt in 2015 afgerond. 12. Uitvoering Hoeksche Waard Zuid Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, dient in 2017 te zijn versterkt en te voldoen aan de veiligheidsnorm zoals die is vastgelegd in de Waterwet. Hierdoor kan achter de dijk veilig en duurzaam worden gewoond, gewerkt en gerecreëerd. De raming is aangepast naar de laatste raming afgestemd met het HWBP. 13. Uitvoering Hilledijk Dit dijkvak, hetgeen is opgenomen in het HWBP, wordt als gevolg van de achterlandstudie Maeslandtkering nader onderzocht of deze alsnog aan de norm voldoet. 14. Uitvoering Zettingsvloeiïng Spui Aan weerszijden van het Spui zijn trajecten afgekeurd op zettingvloeiing. Om die reden is dit traject opgenomen in het HWBP. De uitvoering wordt in 2014 afgerond. 15. Aankoop gronden ten behoeve van dijkversterkingprojecten In het huidige subsidieregime van het dijkversterkingprogramma zijn de gronden waarop een dijkversterking plaatsvindt en die zich buiten de tenen van de bestaande dijk bevinden subsidiabel. Het gedeelte van de dijkversterking dat op een bestaande dijk, niet in eigendom van het waterschap, plaatsvindt, daarvan is de aankoop van gronden niet subsidiabel. 16. Vervangen/aanpassen kunstwerken in waterkeringen voorafgaande/tijdens dijkversterkingprojecten Uit de resultaten van de 2e veiligheidstoetsing blijkt dat een aantal kunstwerken in afgekeurde primaire waterkeringen liggen of zelf zijn afgekeurd. Voorafgaand aan het uitvoeren van de dijkversterkingwerken zal daar waar nodig worden overgegaan tot het aanpassen van eigen persleidingen, hevels en coupures. 17. Voorziening brede blik waterkeringversterking Een beperkte voorziening voor het 'afhechten' van dijkversterkingen, aanvullend op de subsidiabele werkzaamheden. Voorbeeld: Het in samenwerking met een gemeente toegankelijk maken van de versterkte waterkering in een dorpskern. 18. Waterberging Volkerak Zoommeer Eind september 2012 heeft de Staatssecretaris het SNIP3 besluit over de 'Noodberging Volkerak Zoommeer' ondertekend. Daarmee is het krediet beschikbaar gesteld om via een bestuursovereenkomst de noodzakelijke maatregelen binnen het Beheersgebied van Hollandse Delta uit te voeren. Deze maatregelen beperken zich tot het verbeteren van twee stel sluisdeuren in de gemeente Oostflakkee en het aanschaffen en operationeel maken van noodpompen t.b.v. het verzekeren van het regionale waterbeheer tijdens de inzet van de noodberging. Programma Water 19. Plaatsen doorspoelpomp VTV (Pastoriestraat) Maatregel uit het waterplan Pernis. De realisatie van een doorspoelvoorziening en een persleiding ter plaatse van de tennisveld aan de Pastoriestraat t Pernis is noodzakelijk om de nieuwe woonwijk en de aanliggende sport- en recreatieterreinen van voldoende water van een goede kwaliteit te voorzien. 20. Strategische grondaankoop ABH-Cromstrijen&dijkverst HWrd Het betreft hier grondaankoop ten behoeve van verbetering van het watersysteem (robuuster maken en realisatie KRW-opgave) en ten behoeve van een komende dijkversterking (Hoekse Waard - Zuid). 151
21. Plaatsen doorspoelpomp vtv + persleiding (Tijkenweg) Maatregel uit het waterplan Pernis. Aan de Tijkenweg wordt een doorspoelpomp geplaatst en een persleiding aangelegd. Door het plaatsen van pompen kan het watersysteem omgekeerd worden en wordt voorkomen dat door riooloverstorten vervuild oppervlakte water via de rand van Pernis wordt gevoerd. Tevens zijn door deze maatregelen de watergangen beter door te spoelen met schoon water en kan een hoger gelegen peilgebied van schoon water worden voorzien (moet nu gevoed worden met tankwagens om het juiste peil te kunnen handhaven). 22. De Reiger Dit project komt voort uit waterplan 2 Rotterdam. De maatregel is noodzakelijk voor de NBW. Het project is gesitueerd in Rotterdam, IJsselmonde. 23. DGWP Charlois en Feijenoord, nieuwe watergang Krabbedijkestraat/Groene Kruisweg Project komt voort uit de afspraken die in de stuurgroep Deelgemeentelijk waterplan Charlois en Feijenoord zijn gemaakt en zijn verwoord in een Startnotitie. Een aantal projecten komt voort uit het bestaande deelgemeentelijk waterplan Charlois en Feijenoord (dgwp). De overige maatregelen worden vastgelegd in het geactualiseerde dgwp. Het projectresultaat is een duurzamer watersysteem. Een watersysteem dat beter voldoet aan de kwantitatieve waterbergingsopgave (NBW) en de kwaliteitsopgave (KRW). Daarnaast zal de belevingswaarde van het oppervlaktewater in een groot stedelijk gebied worden verhoogd. 24. Vervangen persleiding onder de Spinozaweg Het betreft een plaatselijke vergroting van de persleiding in verband met samenloop van een infrastructurele investering van de gemeente (werk met werk). Doordat kan worden meegelopen met een werk van derden kunne hoge kosten later worden voorkomen. Hiermee wordt vooruitgelopen op plannen voor gehele vergroting van de persleiding. 25. NBW wateropgave Smeetsland Noord Rotterdam Peilgebied 50-19 Onderdeel van Waterplan 2 Rotterdam: Binnen het waterplan 2 Rotterdam heeft het waterschap met de gemeente zoekgebieden aangewezen de wateropgave in te vullen door dit te combineren met de herstructurering. In Smeetsland-Noord is de herstructurering gestart en zal extra water ten aanzien van water-opgave worden gerealiseerd. In tegenstelling tot het MJBP 2013-2017 schuift dit project door naar 2013. 26. Aanleg persleiding Paddewei Onderdeel van het Waterplan Barendrecht: de doelstelling is het verbeteren van de doorstroming (van zuid naar noord) en het verkorten van de verblijftijd van het water in het watersysteem en het betreft het aanleggen van een gemaal met persleiding vanaf Paddewei naar Dorpzicht (onder de Dorpstraat door) voor het verbeteren van de doorstroming en het verkorten van de verblijftijd waardoor de waterkwaliteit wordt verbeterd. Deze maatregel is het laatste uit te voeren onderdeel van het spoelplan Barendrecht. Het spoelplan is opgenomen in de maatregelenlijst van de KRW en is rapportageplichtig onder nummer 88632. 27. Stuw, duikers Reeland (swd-kwn1 (HWD-WAB-0194)) Dit project komt voort uit het gemeentelijk waterplan Dordrecht. De maatregel is noodzakelijk voor het optimaliseren van het watersysteem en is een alternatief voor het NBW vraagstuk in de Binnenstad van Dordrecht. Het project ligt in de gemeente Dordrecht. In tegenstelling tot het MJBP 2013-2017 schuift dit project door naar 2013. 28. Verbeteren watercirculatie de Struyten en Kooistee (VP-WAB-0171) Het betreft hier het opheffen van hydrologische knelpunten in het watersysteem van een aantal woonwijken in Hellevoetsluis. 29. Vergroten duiker onder Doggersbank (IJS-WAB-0161) Onderdeel Deelgemeentelijk waterplan Hoogvliet: De maatregel betreft het verbeteren van de afvoer van de hoofdwatergang parallel aan de Aveling met afvoer naar gemaal Baarsweg. (NBW, op orde brengen systeem en basis kwaliteit). Jaar van realisatie schuift door naar 2013. 152
30. Vergroten duiker onder Metrobaan Onderdeel Deelgemeentelijk waterplan Hoogvliet: De maatregel betreft het verbeteren van de afvoer van de hoofdwatergang parallel aan de Aveling met afvoer naar gemaal Baarsweg. (NBW, op orde brengen systeem en basis kwaliteit). Jaar van realisatie schuift door naar 2013. 31. Vervanging armco duiker onder de Hekelingseweg-Westdijk te Spijkenisse (IJS-WAB-0208) De reeds niet meer doorvaarbare armco duiker is geknikt en moet vervangen worden door een nieuwe betonnen doorvaarbare duiker. De betreffende duiker is in het midden ingedeukt. Hierdoor is hij niet meer doorvaarbaar. Het indeuken van de duiker geeft bovendien aan dat de constructie niet sterk genoeg is. Om grote problemen in de toekomst te voorkomen dient deze duiker vervangen te worden. Nu bestaat de kans 'werk met werk' te maken bij de aanleg van een rotonde ter plaatse. Daarom is het vervangen van de duiker gekoppeld aan de werkzaamheden van de aanleg van de rotonde. 32. Spinozapark fase 3 (IJS-WAB-0228) Dit project komt voort uit waterplan 2 Rotterdam. De maatregel is noodzakelijk voor de NBW. Het project is gesitueerd in Rotterdam, Lombardijen. 33. Vergroten duikers 800 mm (6g) (IJS-WAB-0194) Dit project komt voort uit stedelijk waterplan H tot Z. De maatregelen zijn noodzakelijk voor het verbeteren van de doorstroming en afvoer van het oppervlaktewater in het stedelijk gebied van de gemeente Zwijndrecht. Het project is gesitueerd in de watergang langs de Willem van Oranjelaan in de gemeente Zwijndrecht. 34. 6c vergroten 5 duikers 1000 mm Dit betreft een maatregel uit het waterplan van H tot Z (Hendrik Ido Ambacht tot Zwijndrecht). In dit plan zijn maatregelen opgenomen om met het schone water uit Hendrik Ido Ambacht het watersysteem van Zwijndrecht te verversen en de waterkwaliteit te verbeteren. Hiertoe wordt de capaciteit van gemaal Walburg geoptimaliseerd en een nieuw gemaal ten noorden van de Swanendrift geïnstalleerd. Om te voorkomen dat in de wijken Walburg en Centrum extreme peilstijgingen optreden als gevolg van overstortingen en extra wateraanvoer worden in dit deelplan de duikers vergroot inde Hoofdlaan en de Willem van Oranjelaan. 35. Spinozapark fase 2 Dit project komt voort uit waterplan 2 Rotterdam. De maatregel is noodzakelijk voor de NBW. Het project is gesitueerd in Rotterdam Lombardijen. 36. Wateraanvoerplan Middelharnis (GO-WAB-0126) Het betreft hier een maatregel uit het waterplan GO. De uitvoering van dit project betekent een heringericht en nieuw watersysteem. Aanleiding: de waterkwaliteit in Middelharnis is onvoldoende. Tevens is het peilbeheer in Middelharnis in het bijzonder in de zomer een probleem. Beide problemen zijn niet los van elkaar te zien (krw en basiskwaliteit). 37. Aanleg natuurvriendelijke oevers (NVO) landgoed de Vliegers (GO-WAB-0062) Dit project komt voort uit het bestuursbesluit KRW. Het project heeft als doel waterberging in te passen in de ontwikkeling van het landgoed. Locatie van het landgoed is Middelharnis op Goeree-Overflakkee. 38. Aanvoerplan Oostflakkee-Oost: Verbinding maken (0l03*) (GO-WAB-0164) Verbinding maken onder Rijksweg met een nieuwe duiker en watergangen verbreden, zodat er water vanaf Stad aan 't Haringvliet kan worden aangevoerd. Pomp verplaatsen naar het Noorden om water op te voeren richting vakantiepark. Het vakantiepark watert af op het havenkanaal, zodat de vijver ten zuiden daarvan van goed water kan worden voorzien. Het betreft hier een maatregel uit het waterplan GO in de gemeente Oostflakkee, in Ooltgensplaat. 153
39. Noorderdiepzone en Elzen-Noord HWD-WAB-0182) Derden gaan functies wijzigen en bestaande functies versterken op Eiland van Dordrecht door het strategisch groenproject. Hierdoor is nu de kans ontstaan om doelstellingen van WSHD te realiseren tegelijkertijd met maatregelen van andere actoren. Sterke verbetering van de waterkwaliteit in het gebied zelf alsmede in de omringende gebieden waar water aan wordt toegeleverd, voldoen aan de NBW, kwaliteit van water dat doorgevoerd wordt naar KRW-waterlichamen verbeterd. 40. Maatregelen agrarisch gebied (HWD-WAB-0183) Dit project is onderdeel van Strategisch Groenproject Nieuwe Dordtse Biesbosch. Derden gaan functies wijzigen en bestaande functies versterken op het Eiland van Dordrecht door het Strategisch Groenproject. Hierdoor nu de kans om op grote schaal oevers natuurvriendelijk in te richten in combinatie met maatregelen van andere actoren. De kwaliteit van het water dat doorgevoerd wordt naar de KRWwaterlichamen wordt hierdoor eveneens verbeterd 41. Vervanging onderstations en hoofdposten technische automatisering waterbeheersing Binnen het beheersgebied van Hollandse Delta zijn er ongeveer 350 onderstations voor de waterbeheersing in gebruik. Deze onderstations sturen hun data naar hoofdposten (vanuit de fusie met verschillende systemen). De gemiddelde levensduur van de onderstations en hoofdposten is 10 jaar en zijn grotendeels aan vervanging toe. Het streven is gericht op vervanging in één keer over een periode van drie jaar. De ICT-ontwikkelingen gaan immers snel. Het verdient de voorkeur dat hoofdstations en onderstations eenmalig door het opbouwen van één systeem, goed op elkaar afgestemd zijn, zodat comptabiliteit gewaarborgd is. Als de werkzaamheden gereed zijn, zijn zeven hoofdposten en ongeveer 350 onderstations vervangen, waarmee wordt gezorgd voor goed werkende bemalingsituaties waarbij de volledige capaciteiten van de watersystemen weer kunnen worden benut. Bij de investering 'Peilbeheer door middel van stuwen' gaat het om de vervanging van kunstwerken zelf. Bij de investering 'Vervanging van verouderde elektrische besturingssystemen bij gemalen en stuwen' gaat het om de vervanging van de bestaande elektrische schakelkasten van de kunstwerken. 42. Waterberging Zwijndrechtse Waard (IJS-WAB-0049) Realisatie van een waterberging in 2 fasen. De 1e fase is gerealiseerd. De 2e fase wordt in 2013 gerealiseerd. Er is Onderzoek noodzakelijk om de resterende opgave vast te stellen (peilvak 39_N). 43. Aanleg NVO met vooroeververdediging (0.5 km) Dit project komt voort uit bestuursbesluit KRW. De maatregel is noodzakelijk voor de KRW-doelen. Het project ligt in waterlichaam de Waal in de gemeente Ridderkerk. De uitvoering verschuift t.o.v. de oorspronkelijke planning een jaar naar achteren. 44. Herinrichting oevers langs noordrand Barendrecht Maatregel uit het waterplan Barendrecht. Hier worden natuurvriendelijke oevers aangelegd om wateroverlast te voorkomen en de waterkwaliteit en ecologie te verbeteren. 45. Herinrichting oevers op bedrijventerrein Dierenstein Maatregel uit het waterplan Barendrecht. Hier worden natuurvriendelijke oevers aangelegd om wateroverlast te voorkomen en de waterkwaliteit en ecologie te verbeteren. 46. Plaatselijk verdiepen Dit project komt voort uit bestuursbesluit KRW. De maatregel is noodzakelijk voor de KRW-doelen. Het project ligt in waterlichaam afwatering Stadspolders in de gemeente Dordrecht. De uitvoering verschuift t.o.v. de oorspronkelijke planning een jaar naar achteren. 47. Alloijzen- of Bovenpolder (HWD-WAB-0181) Derden gaan functies wijzigen en bestaande functies versterken op Eiland van Dordrecht door het Strategisch Groenproject. Hierdoor is nu de kans ontstaan om doelstellingen van WSHD te realiseren tegelijkertijd met maatregelen van andere actoren. Sterke verbetering van de waterkwaliteit in het gebied zelf alsmede in de omringende gebieden waar water aan wordt toegeleverd en voldoen aan de NBWopgave. 154
48. Herinrichten NVO Rijksstraatweg Dit project komt voort uit KRW-gebiedsproces Voorne-Putten. De maatregel(en) is (zijn) noodzakelijk voor de ecologische kwaliteit van een KRW-waterlichaam. Het project is gesitueerd/in waterlichaam Afwatering Groot-Voorne-West. 49. NVO verloren diep Zuid De maatregel maakt onderdeel uit van het pakket KRW-maatregelen om de doelen voor het waterlichaam te realiseren. Uitvoering van de maatregel is bovendien noodzakelijk om aan de resultaatverplichting van de KRW te voldoen. Het project is gesitueerd ten Oosten van de bebouwde kom van Numansdorp (gemeente Cromstrijen). 50. Vervanging onderstations en hoofdposten technische automatisering waterbeheersing Binnen het beheersgebied van Hollandse Delta zijn er ongeveer 350 onderstations voor de waterbeheersing in gebruik. Deze onderstations sturen hun data naar hoofdposten (vanuit de fusie met verschillende systemen). De gemiddelde levensduur van de onderstations en hoofdposten is 10 jaar en zijn grotendeels aan vervanging toe. Het streven is gericht op vervanging in één keer over een periode van 3 jaar. De ICT-ontwikkelingen gaan immers snel. Het verdient de voorkeur dat hoofdstations en onderstations eenmalig door het opbouwen van één systeem, goed op elkaar afgestemd zijn, zodat comptabiliteit gewaarborgd is. Als de werkzaamheden gereed zijn, zijn zeven hoofdposten en ongeveer 350 onderstations vervangen, waarmee wordt gezorgd voor goed werkende bemalingsituaties waarbij de volledige capaciteiten van de watersystemen weer kunnen worden benut. Bij de investering 'Peilbeheer door middel van stuwen' gaat het om de vervanging van kunstwerken zelf. Bij de investering 'Vervanging van verouderde elektrische besturingssystemen bij gemalen en stuwen' gaat het om de vervanging van de bestaande elektrische schakelkasten van de kunstwerken. 51. OD02 onderzoek KIWA nieuwe waterafvoerroute zoeken icm nieuwe stuw Deze maatregel komt voort uit het waterplan GO. Noordoostelijk van Ouddorp ligt een duingebied met diverse duinmeren. In het voorjaar leidt het hoge grondwater tot overlast op een camping. Dit is waarschijnlijk het gevolg van verminderde grondwateronttrekking voor drinkwatervoorziening. Aan de oostzijde grenzend aan de bebouwing van Ouddorp ligt een watergang die door overstorten kan worden belast. De watergang is slecht doorspoelbaar. Het project beoogt om met het overtollige schone grondwater uit het duingebied de betreffende watergang beter te verversen. Op deze wijze kunnen 2 problemen in één keer worden opgelost. 52. Aanleg NVO Dit project komt voort uit de gebiedswerkgroep Strijen. De maatregel is noodzakelijk voor de KRWdoelstellingen en valt onder de resultaatplicht. Het project is gesitueerd in het waterlichaam Oudeland van Strijen in de gemeente Strijen. 53. Aanleg NVO met plas/drasberm Dit project komt voort uit KRW-gebiedsproces Ridderkerk, HIA en Zwijndrecht. De maatregel is noodzakelijk voor de ecologische kwaliteit van het KRW-waterlichaam. Het project is gesitueerd in waterlichaam De Hooge Nesse / Devel. 54. Aanleg NVO met plas/drasberm Dit project komt voort uit KRW-gebiedsproces Ridderkerk, HIA en Zwijndrecht. De maatregel is noodzakelijk voor de ecologische kwaliteit van het KRW-waterlichaam. Het project is gesitueerd in waterlichaam Oud- en Nieuw-Beijerland. 55. Aanleg NVO met plas/drasberm Dit project komt voort uit bestuursbesluit KRW. De maatregel is noodzakelijk voor de KRW-doelen en draagt ook bij aan de NBW-opgave. Het project ligt in waterlichaam de Keen in de gemeente Strijen. 155
56. Aanleg NVO met plas/drasberm (0.03 km2) Dit project komt voort uit KRW-gebiedswerkgroep Oostflakkee. De maatregel is noodzakelijk voor het behalen van de doelen voor de KRW in dit waterlichaam. Het project is gesitueerd in waterlichaam 48 De Groote Kreek in de gemeente Oostflakkee. 57. Blauwe verbinding (verbinding Heulweg) Het project betreft de realisatie van een waterverbinding vanaf de Oude Maas tot aan het Zuiderpark. Het belang van het waterschap richt zich op aanvoer van voldoende water van een voldoende kwaliteit naar de deelgemeente Charlois en de deelgemeente Feyenoord. 58. Verondiepen/dempen sloten bosgebied De Elzen Reden voor dit project, in het landelijk gebied van het eiland van Dordrecht, is het behalen van de doelstellingen die gelden voor de waterkwaliteit in de KRW-waterlichamen en in zwemwateren. Door de maatregel in samenhang met de geplande omvorming van De Elzen uit te voeren ontstaat een groot kostenvoordeel. Kosten voor voorbereiding, aanbesteding en uitvoering drukken geheel op het project Noorderdiepzone en Elzen-Noord wat door meerdere partijen wordt betaald en voor wat betreft de personeelslasten voor het grootste deel betaald wordt door het Rijk. 59. Verbreden watergang (plaatselijk) Dit project komt voort uit KRW-gebiedsproces Albrandswaard Barendrecht. De maatregel is noodzakelijk voor de ecologische kwaliteit van een KRW-waterlichaam. Het project is gesitueerd in waterlichaam Koedood / Groote Duiker. 60. Verdiepen tussen strand en Middelplaat met doorspoeling Dit project komt voort uit KRW-gebiedsproces. De maatregel is noodzakelijk voor de verbetering van de slechte oppervlakte waterkwaliteit alsmede zwemwaterkwaliteit op deze officiële zwemwaterlocatie. Het project is gesitueerd in de gemeente Brielle in het Brielse Meer. 61. Vervanging onderstations en hoofdposten technische automatisering waterbeheersing Binnen het beheersgebied van Hollandse Delta zijn er ongeveer 350 onderstations voor de waterbeheersing in gebruik. Deze onderstations sturen hun data naar hoofdposten (vanuit de fusie met verschillende systemen). De gemiddelde levensduur van de onderstations en hoofdposten is 10 jaar en zijn grotendeels aan vervanging toe. Het streven is gericht op vervanging in één keer over een periode van 3 jaar. De ICT-ontwikkelingen gaan immers snel. Het verdient de voorkeur dat hoofdstations en onderstations eenmalig door het opbouwen van één systeem, goed op elkaar afgestemd zijn, zodat comptabiliteit gewaarborgd is. Als de werkzaamheden gereed zijn, zijn zeven hoofdposten en ongeveer 350 onderstations vervangen, waarmee wordt gezorgd voor goed werkende bemalingsituaties waarbij de volledige capaciteiten van de watersystemen weer kunnen worden benut. Bij de investering 'Peilbeheer door middel van stuwen' gaat het om de vervanging van kunstwerken zelf. Bij de investering 'Vervanging van verouderde elektrische besturingssystemen bij gemalen en stuwen' gaat het om de vervanging van de bestaande elektrische schakelkasten van de kunstwerken. 62. Aanleg NVO met plas/drasberm Dit project komt voort uit KRW-gebiedsproces. De maatregel is noodzakelijk voor de verbetering van de slechte oppervlakte waterkwaliteit alsmede zwemwaterkwaliteit op deze officiële zwemwaterlocatie. 63. Lint van Nieuwenhoorn De bestaande kreken op Voorne-Putten dienen aangepast te worden voor wat betreft de oevers, waterberging, ecologische inrichting, waterkwaliteitaspecten in combinatie met wensen van derden zoals recreatie, landschap en natuur. Er worden robuuste watersystemen met natuurlijke waterberging, een goed ontwikkelde oeverbegroeiing en pleksgewijs recreatieve voorzieningen aangelegd. Deze projecten zijn een onderdeel van het krekenplan VP. Uitvoering vindt alleen plaats onder de voorwaarde dat er subsidie beschikbaar komt. 64. Vervanging onderstations en hoofdposten technische automatisering waterbeheersing Binnen het beheersgebied van Hollandse Delta zijn er ongeveer 350 onderstations voor de waterbeheersing in gebruik. Deze onderstations sturen hun data naar hoofdposten (vanuit de fusie met verschillende systemen). De gemiddelde levensduur van de onderstations en hoofdposten is 10 jaar en zijn 156
grotendeels aan vervanging toe. Het streven is gericht op vervanging in één keer over een periode van 3 jaar. De ICT-ontwikkelingen gaan immers snel. Het verdient de voorkeur dat hoofdstations en onderstations eenmalig door het opbouwen van één systeem, goed op elkaar afgestemd zijn, zodat comptabiliteit gewaarborgd is. Als de werkzaamheden gereed zijn, zijn zeven hoofdposten en ongeveer 350 onderstations vervangen, waarmee wordt gezorgd voor goed werkende bemalingsituaties waarbij de volledige capaciteiten van de watersystemen weer kunnen worden benut. Bij de investering 'Peilbeheer door middel van stuwen' gaat het om de vervanging van kunstwerken zelf. Bij de investering 'Vervanging van verouderde elektrische besturingssystemen bij gemalen en stuwen' gaat het om de vervanging van de bestaande elektrische schakelkasten van de kunstwerken. 65. Compenserende maatregelen Kierbesluit Begin september 2011 zijn het Rijk, de Provincie, Evides en het Waterschap Hollandse Delta bij elkaar gekomen om de mogelijkheden te verkennen het project Compenserende maatregelen Kierbesluit binnen het budget uit te voeren. Dit onder invloed van (internationale) bestuurlijke druk het eerder stilgelegde project door te starten. In de nieuwe opzet wordt de rol van het waterschap in het project een andere dan oorspronkelijk de bedoeling was. De bruto investering wordt verminderd met de bijdragen van de andere deelnemers, waarna de netto investering van 1,2 miljoen als bijdrage van het waterschap resteert in het project. In de voorloper van dit project heeft het waterschap eveneens een bijdrage gedaan van 1,5 miljoen voor Goeree Overflakkee. Hiermee is in de bruto investering die nu wordt opgevoerd al rekening gehouden. De bestedingen ten laste van deze specifieke bijdrage van 1,5 miljoen van het waterschap zijn in de lopende investeringen Kier in 2010 en 2011 verantwoord. 66. - 69.) Totaal KRW, Totale NBW opgave landelijk gebied t/m 2017, Totale NBW opgave stedelijk gebied t/m 2017 (6/16 deel) en Totaal Prioritaire knelpunten In dit MJBP 2013-2017 is een directe koppeling gelegd met het uitwerkingsprogramma Waterbeheerplan. Het totaal bedrag zoals thans voorzien als benodigd voor de uitvoering van het uitwerkingsprogramma (circa 47 mln.) is opgebouwd uit 24 mln. aan bestaande investeringen zoals deze al gepland waren in eerdere MJBP's voor de jaren 2013 t/m 2015 en de toevoeging van in totaal 22 mln. over de jaren 2016 en 2017. Dit laatste bedrag is gelijkelijk verdeeld over deze twee jaren, dus ruim 11 mln. per jaar. Het betreft hier met name maatregelen ten behoeve van de uitvoering van KRW en NBW. De investeringsbedragen voor de jaren 2016 en 2017 ( totaal ruim 22 mln.) zijn als totaalbedrag opgenomen, gerelateerd aan de (NBW- en KRW-) opgave van het waterschap en zijn nog niet gespecificeerd naar projecten. Hiermee wordt een voldoende financiële basis gelegd voor de uitvoering van het Uitwerkingsprogramma. In het MJBP 2013-2017 is vermeld dat in het najaar van 2012 aan de programmabegroting een meerjarendoorkijk wordt toegevoegd waarin ook de uitwerking op projectniveau wordt gegeven. Deze toezegging heeft betrekking op het uwbp (NBW, KRW en prioritaire knelpunten). Het uitwerken van de NBW en KRW opgave naar concrete projecten is in volle gang. Het proces is complexer gebleken dan gedacht. De oorzaak hiervan is gelegen in het zoeken naar synergie van NBW en KRW maatregelen onderling maar ook met grootschalige onderhoudsprojecten. Tevens is met name bij de NBW nog discussie over de interpretatie van doelstellingen. Dit heeft geleid tot een vertraging. Een meerjarendoorkijk van het uwbp zal uiterlijk in het begin van het tweede kwartaal 2013 worden aangeleverd. 70. B: Ravense hout In het Maatregelenplan is als één van de maatregelen ook dit project beschreven. De Ravense Hout is een gebied met ruimte voor natuur en ecologie. Ook water speelt hier een belangrijke rol. Staatsbosbeheer is terreinbeheerder van het gebied. Voor het watersysteem in het noordwestelijk deel van de gemeente Hellevoetsluis kan het Ravense Hout een uitkomst bieden in het leveren van voldoende water van een goede kwaliteit. Hiervoor zal het gebied beter moeten worden ingericht. Een betere wateraanvoer is voor de kern Nieuwenhoorn van groot belang in verband met de aanwezigheid van riooloverstorten. De gemeente en het waterschap willen in dit gebied een hoger peil gaan hanteren. Op verschillende plaatsen is de drooglegging echter minimaal, dit zal bij de planvorming de nodige aandacht nodig krijgen. 157
71. PE-20 Vergroten watergang tussen Pomoma en Zuiderparkweg (peilvak 50.01-Z) Door de bestaande watergang te verlengen ontstaat er meer waterberging in het gebied waar momenteel een wateropgave van 4 ha is bepaald. Hierdoor wordt een belangrijke stap gezet in de realisatie van de visie zoals verwoord in het geactualiseerde deelgemeentelijk waterplan voor de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. 72. Feijenoord (FE-20) prioritair knelpunt In 2012 is de persleiding en pomp onder de Slinge door gereed gekomen. Hierdoor is het mogelijk geworden het Zuiderpark van voldoende schoon water te voorzien. Dit schone water kan door de realisatie van dit project ook benut worden voor de deelgemeente Feijenoord. Hierdoor wordt een belangrijke stap gezet in de realisatie van de visie zoals verwoord in het geactualiseerde deelgemeentelijk waterplan voor de deelgemeenten Charlois en Feijenoord. 73. Verbeteren zwemwaterkwaliteit zuidelijk Randpark knelpunt 8 In het projectgebied liggen 2 zwemplassen, Clarabos en Vrijenbos. De zwemwaterkwaliteit is onvoldoende. Uit monitoring van de zwemwaterkwaliteit blijkt dat in de Plas Vrijenbos de aanwezigheid van te veel blauwalgen waterkwaliteitsproblemen oplevert. Van de Plas Sint Clarabos is de bacteriologische kwaliteit onvoldoende. De terreinbeheerder heeft al maatregelen getroffen op het droge terrein. Van verdere verbeteringen op dit punt hoeft weinig te worden verwacht. Beide zwemlocaties zijn kwetsbaar door hun geïsoleerde ligging en de daarmee gepaard gaande lange verblijftijd. Door de realisatie van de Blauwe Verbinding door het zuidelijk Randpark worden maatregelen effectief om de zwemwaterkwaliteit te verbeteren. 74. Peilbesluit (effectuering peilbesluit De Bosschen 2) Op 9 december 2004 (I0609575) heeft het algemeen bestuur van waterschap De Groote Waard het peilbesluit bemalinggebied De Bosschen vastgesteld (goedgekeurd GS 11-04-2005). De besluitvorming voorziet in de aanleg van een watergang en een peilverhoging, met als daaraan gekoppelde maatregel het herstel van drainage. Fase 1 van de peilverhoging is uitgevoerd. Voor fase 2 moet nog krediet beschikbaar worden gesteld. Dit betreft herdrainage a.g.v peilverhoging en aanleg hoofdwatergang. De afweging is gemaakt of het zinvol is om deze investering nog te doen aan het eind van de looptijd van het huidige peilbesluit. Het antwoord hierop is positief: de maatregelen zijn noodzakelijk en een nieuw peilbesluit zal in grote lijnen dezelfde uitkomst geven. 75. Baggeren Boezem van Dirksland De Boezem van Dirksland is ongeveer 1.350 meter lang en in onderhoud bij het waterschap. Verwacht wordt dat er ongeveer 15.000 kuub bagger vrijkomt. Het project is gedeeltelijk gesitueerd in de bebouwde kom van Dirksland en deels langs de rand. 76. Baggeren Zuiderdiepboezem Een Zuiderdiepboezem en havenkanalen die voldoen aan de voorgeschreven afmetingen en waarvan de bodem grotendeels is gesaneerd. 77. Vervangen houten steigers Voornse Sluis Uit onderzoek is gebleken dat een deel van de steigers zo slecht is dat deze delen niet meer veilig te gebruiken zijn. Het herstel van de steigers is opgenomen in het (renovatie) projectplan waarin ook de technische installatie en de automatisering van de sluis is opgenomen 78. mtrg. 4/Vergroten/reguleren inlaatdebiet door automatisering Haven Dit project komt voort uit het waterplan 's-gravendeel. Door het automatiseren van het inlaatwerk in de kern 's-gravendeel direct achter de primaire waterkering en het aanpassen van een aantal stuwen in het stedelijk gebied is het mogelijk om het inlaatdebiet te vergroten en gerichter door het stedelijk gebied te sturen zodat er beter doorgespoeld kan worden na overstorten en voorkomen wordt dat er watergangen met stilstaand water zijn. 79. Peilbeheer door middel van stuwen (b. uitvoeren aanpassingen) Het waterschap beschikt over een groot aantal stuwen die bij de ruilverkaveling aangebracht zijn. Deze stuwen moeten met kunst- en vliegwerk handmatig bediend worden, verkeren in slechte staat en zijn aan vervanging en grotendeels automatisering toe. Het resultaat van deze investering is: goed werkende 158
bemalingsituaties, waarbij de volledige capaciteit van de watersystemen weer kan worden benut (ongeveer 165 installaties zijn dan vervangen). Er is geen relatie met de investeringen ter vervanging van verouderde besturingssystemen en vervanging onderstations en hoofdposten, die focussen op de elektrische schakelkasten en de aansturing van de installaties, zowel ter plaatse als op afstand. Programma Zuiveren 80. Nieuwbouw rioolgemaal bedrijvenpark Oude-Tonge Onderzocht wordt of er mogelijkheden aanwezig zijn om de aanvoer op de rwzi Oude-Tonge te beperken door het installeren van randvoorzieningen in het regenwaterriool. Hierdoor zou de uitbreiding van de rwzi (2013-2014) en de capaciteit van het aanvoerend transportsysteem kunnen vervallen c.q. geringer in omvang worden. 81. Rioolzuiveringsinstallatie Rotterdam Dokhaven: afvalwatertransportsysteem De gemeente Rotterdam pleegt grote investeringen in de aanvoersystemen van de rwzi's Dokhaven en Hoogvliet. Enerzijds wordt dit veroorzaakt doordat de rioolgemalen en persleidingen aan een grote renovatie toe zijn. Gelijktijdig wordt door de gemeente een optimalisatie in het afvalwatertransportsysteem van de rwzi Dokhaven doorgevoerd. In het kader van de kostenverdeling tussen Rotterdam en WSHD betreffende het bij de gemeente Rotterdam in eigendom en beheer zijnde afvalwatertransportsysteem, dient WSHD financieel bij te dragen aan de investeringskosten. De investeringen (en dientengevolge de bijdragen) strekken zich uit over meerdere jaren. 82. Aanleg afwatertransportsysteem noordrand Hoeksche Waard (regionaal bedrijventerrein) Door de gezamenlijke gemeenten in de Hoeksche Waard worden plannen ontwikkeld voor de realisatie van een regionaal bedrijventerrein tussen de kernen Blaaksedijk en Puttershoek in de gemeente Binnenmaas. In het kader van de zuivering van het vrijkomende afvalwater (voldoen aan afnameverplichting), is een regiostudie uitgevoerd. De conclusie is, dat de aanleg van een afvalwatertransportsysteem naar de rioolzuiveringsinstallatie Zwijndrecht de voorkeur geniet. 83. Vervanging rioolpersleiding Goedereede Het eerste gedeelte van de rioolpersleiding Goedereede bestaat uit het materiaal asbestcement en dateert uit 1955. N.a.v. een leidingbreuk heeft onderzoek uitgewezen dat de oorspronkelijke wanddikte met 40% is afgenomen. Gezien de leeftijd, afname van wanddikte en de opgetreden leidingbreuk moet dit leidinggedeelte vervangen worden. Volgens de vigerende kostenverdelingsovereenkomst (Unie/VNG-nota) draagt de gemeente Goedereede 100% bij in de exploitatie- en investeringskosten van deze leiding. Conform deze overeenkomst zal bij leidingvervanging/ vernieuwing deze bijdrage, ter keuze van de gemeente, ineens of via de jaarlijkse exploitatiekosten aan haar in rekening worden gebracht. 84. Verleggen effluentleiding Numansdorp De effluentleiding van de rwzi Numansdorp kruist de primaire waterkering. Deze primaire waterkering is onderdeel van het dijkversterkingproject Hoeksche Waard Zuid. Door de dijkversterking zal de effluentleiding op enigerlei wijze verlegd of aangepast moeten worden. 85. Rioolzuiveringsinstallatie Rotterdam Dokhaven: afvalwatertransportsysteem Met de gemeente Rotterdam zijn kostenverdelingen afgesproken voor de bij deze gemeente in eigendom en beheer zijnde afvalwatertransportsystemen naar de rwzi's Oostvoorne, Rozenburg, Hoogvliet en Dokhaven. In een aantal van deze systemen zijn renovaties uitgevoerd of staan voor de komende jaren op het programma. Per jaarschijf wordt financiering aangevraagd in het bestuur. Het investeringsprogramma van Rotterdam is aan veranderingen onderhevig en de in de begroting opgenomen bedragen zijn gebaseerd op prognoses. 159
86. Vervanging rioolwaterpersleiding en vergroting capaciteit rioolgemaal Maasdam-Boezemkade Een zuivelfabriek loost sinds 2009 via een afvalwaterpersleiding rechtstreeks op rioolgemaal Maasdam- Boezemkade. Bedrijf heeft aangegeven geleidelijk haar lozingsdebiet te willen uitbreiden. Door het realiseren van buffervoorzieningen op het fabrieksterrein en een verleende vergunning om tijdens droogweerafvoer vanuit de woonkern Maasdam meer af te voeren, is een acuut knelpunt opgelost. In de toekomst dient rekening te worden gehouden met een totale afvoer vanuit Maasdam van 250 m3/uur (thans 200 m3/uur). De huidige, deels ruim 40 jaar oude persleiding, dient hiertoe gedeeltelijk te worden vervangen en in het rioolgemaal moeten nieuwe pompen worden geplaatst. 87. Rioolzuiveringsinstallatie Rotterdam Dokhaven: afvalwatertransportsysteem (2014) De gemeente Rotterdam pleegt grote investeringen in de aanvoersystemen van de rwzi's Dokhaven en Hoogvliet. Enerzijds wordt dit veroorzaakt doordat de rioolgemalen en persleidingen aan een grote renovatie toe zijn. Gelijktijdig wordt door de gemeente een optimalisatie in het afvalwatertransportsysteem van de rwzi Dokhaven doorgevoerd. In het kader van de kostenverdeling tussen Rotterdam en WSHD betreffende het bij de gemeente Rotterdam in eigendom en beheer zijnde afvalwatertransportsysteem, dient WSHD financieel bij te dragen aan de investeringskosten. De investeringen (en dientengevolge de bijdragen) strekken zich uit over meerdere jaren. 88. Rioolzuiveringsinstallatie Rotterdam Dokhaven: afvalwatertransportsysteem (2016) De gemeente Rotterdam pleegt grote investeringen in de aanvoersystemen van de rwzi's Dokhaven en Hoogvliet. Enerzijds wordt dit veroorzaakt doordat de rioolgemalen en persleidingen aan een grote renovatie toe zijn. Gelijktijdig wordt door de gemeente een optimalisatie in het afvalwatertransportsysteem van de rwzi Dokhaven doorgevoerd. In het kader van de kostenverdeling tussen Rotterdam en WSHD betreffende het bij de gemeente Rotterdam in eigendom en beheer zijnde afvalwatertransportsysteem, dient WSHD financieel bij te dragen aan de investeringskosten. De investeringen (en dientengevolge de bijdragen) strekken zich uit over meerdere jaren. 89. Renovatie rioolgemaal Ooltgensplaat Het rioolgemaal Ooltgensplaat is in bedrijf vanaf 1984. Op basis van een uitgevoerde inspectie blijkt het noodzakelijk te zijn om bepaalde mechanische en elektrische onderdelen te vervangen. Ook op het civiele vlak zijn reparaties wenselijk. 90. Gedeeltelijke vervanging rioolpersleiding Mijnsheerenland De rioolpersleiding, met een lengte van ruim 3.000 meter, bestaat voor het grootste deel uit asbestcement (AC) en dateert uit 1965. Vanaf 1993 hebben zich diverse leidingbreuken voorgedaan. Recent uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen dat op sommige plaatsen de wanddikte van de leiding significant is afgenomen. In 2014 kunnen vervangingswerkzaamheden van de leiding worden afgestemd met een door de provincie geplande reconstructie van provinciale weg N489. 91. Zuiveringsinstallatie Spijkenisse: energieproject Het afvalwater op de rwzi Spijkenisse wordt belucht door puntbeluchters. Uit een verrichte studie is naar voren gekomen dat door vervanging van de puntbeluchters door een systeem met bellenbeluchting een grote besparing op de energiekosten kan worden bereikt. Dit past binnen het streven van WSHD om het energieverbruik terug te dringen en zo te voldoen aan de gemaakte afspraken in 'MJA 3 energie efficiëntie'. 92. Zuiveringsinstallatie Piershil: renovatie In het kader van het in stand houden van de rwzi Piershil en een onbelemmerde zuivering van afvalwater te kunnen waarborgen, zijn diverse onderdelen van deze installatie toe aan renovatie. Hierbij zal tevens een aantal Arbo-knelpunten worden opgelost. 93. Zuiveringsinstallatie Oude-Tonge: 2e fase In het kader van het onbelemmerd zuiveren van afvalwater zijn diverse onderdelen van de rwzi Oude- Tonge toe aan renovatie. De tweede fase betreft een renovatie van overige onderdelen alsmede het bijbouwen van aanvullende installatiedelen. De omvang hiervan wordt mede bepaald door de mogelijkheid om de aanvoer op de rwzi te beperken door het installeren van randvoorzieningen in het regenwaterriool. 160
94. Vervanging schakelkasten rwzi Ooltgensplaat Op basis van een uitgevoerde inspectie is naar voren gekomen dat de schakelkasten van de rwzi Ooltgensplaat hun technische levensduur hebben bereikt. Vervanging is noodzakelijk. 95. Vervangen roostergoedverwijderingsinstallatie rwzi Spijkenisse De bestaande installatie voor verwijdering van roostergoed op de sinds 1992 in bedrijf zijnde rwzi Spijkenisse verkeert in een slechte conditie. Het verwijderen van roostergoed verloopt minder goed, waardoor in het proces regelmatig verstopping van onderdelen voorkomt. Door de geplande installatie van een hybride beluchting, wordt een goede roostergoedverwijdering nog belangrijker dan in de huidige situatie met puntbeluchters. Voorzien wordt in een nieuwe roostergoedverwijderings-installatie. 96. Vervangen schakelkasten van SVI Rotterdam Sluisjesdijk Uit onderzoek is naar voren gekomen dat de in 1986 geplaatste schakelkasten niet meer voldoen aan de gestelde eisen. Besloten is om de onderdelen gefaseerd te gaan vervangen. De meest optimale aanpak hiervoor is in 2012 in onderzoek. Het benodigde krediet hiervoor ad. 415.000,- is reeds gevoteerd. Op basis van geactualiseerde informatie is gebleken dat de totale projectkosten t/m 2018 hoger zullen zijn dan tot op heden voorzien. Op basis van de resultaten van het lopende onderzoek kunnen naar verwachting in 2013 de investeringsbedragen worden geactualiseerd. 97. Renovatie slibontwateringsinstallatie rwzi Hoogvliet Van de slibontwateringsinstallatie op de rwzi Hoogvliet (in bedrijf genomen in 1996) is in 2009/2010 als proef de zeefbandpers buiten gebruik gesteld. Het op de bandindikker ontwaterde slib wordt sindsdien verder verwerkt op het slibverwerkingsbedrijf Sluisjesdijk. Deze werkwijze zorgt voor extra productie van gistingsgas en levert een belangrijke besparing op de eindverwerkingskosten van het slib. Nu in de beproevingsperiode gebleken is dat de besparingen echt gerealiseerd worden, is het noodzakelijk om de installaties aan te passen aan de nieuwe wijze van bedrijf voeren. Tevens is een aantal onderdelen toe aan een uitgebreide renovatie. 98. Installeren opslagtank voor vloeibaar polymeer slibverwerkingsbedrijf Sluisjesdijk De slibverwerkingsinstallatie Sluisjesdijk beschikt alleen over de mogelijkheid voor toepassing van poederpolymeer in het ontwateringproces. Mede vanwege de aanvoer van veel secundair slib, is het niet mogelijk om de installatie gedurende het hele jaar met poederpolymeer te bedrijven. Om een goed ontwateringrendement en helder centraat te realiseren moet een groot deel van het jaar vloeibaar polymeer gedoseerd worden. Hiertoe is een min of meer primitieve tijdelijke voorziening voor het aanmaken en doseren van vloeibaar polymeer in gebruik. Het is daarom noodzakelijk om een goede, definitieve installatie voor vloeibaar polymeer -dosering en bulkopslag te realiseren. Deze investering zal op termijn terugverdiend worden door de lagere aanschafkosten van het polymeer in bulk en door de lagere kosten voor bedrijfsvoering. 99. Installeren opslag voor vloeibaar polymeer rwzi Dordrecht Op de rwzi Dordrecht wordt het polymeer in tanks van 1 m3 aangevoerd. Het vervangen van deze tanks is een arbeidsintensief karwei en levert risico's op het gebied van ARBO op ( o.a. lekkage van polymeer en bij het hijsen en koppelen van de tanks.) In het kader van een beheerste procesvoering is het daarom nuttig om over te gaan op een aanvoer van polymeer in bulk. Deze investering zal op termijn terugverdiend worden door de lagere aanschafkosten van het polymeer in bulk en door de lagere kosten voor bedrijfsvoering. 100. Vervanging gasmotoren slibverwerkingsbedrijf Sluisjesdijk De gasmotoren op Sluisjesdijk zijn geïnstalleerd in 2001 en hebben in 2013 een draaitijd bereikt van 60.000 bedrijfsuren. Na deze bedrijfstijd vervalt het onderhoudscontract met de leverancier van de motoren en moeten de motoren een zeer grote onderhoudsbeurt krijgen. In de landelijke wetgeving zijn de eisen voor emissie voor NOx in de uitlaatgassen van de motoren zodanig aangescherpt, dat de bestaande motoren hier vanaf het jaar 2017 niet meer aan kunnen voldoen. In verband hiermee is het noodzakelijk dat de motoren vóór 2017 worden vervangen. 161
Programma wegen 101. Verkeersafwikkeling Rotterdamseweg A38 Rijnsingel Ridderkerk Dit project komt mede voort uit de wens van de gemeente Ridderkerk de verkeersdoorstroming op de Rijnsingel te verbeteren. Verder loopt de vertraging in de spitsperioden ook fors op (met name Rotterdamseweg). Daarnaast moet met het aanpassen van de wegenstructuur de verkeersveiligheid worden gegarandeerd. 102. Fietspad Rondje Putten F252 Spijkenisse Dit project komt voort uit het provinciaal fietsplan 2008. De maatregel bestaat uit de aanleg van een fietspad en is noodzakelijk voor een stevige intensivering van recreatief fietsverkeer en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Het project is beoogd aan de hoofdwaterkering tussen Hekelingse Veer en Beerenplaat (Aaldijk en Kerkhofsdijk) te Spijkenisse. 103. Ontsluiting Meeuwenoord Brielle Dit project komt voort uit de wens van de gemeente Brielle de ontsluiting van de nieuwbouwlocatie Meeuwenoord via bestaande infrastructuur aan de westzijde van Brielle te realiseren. Het waterschap draagt als de huidige wegbeheerder van de bestaande wegen (buiten de bebouwde kom) bij aan de aanpassingen, mede gelet op de beoogde herinrichting (categorisering) en uit te voeren onderhoud. 104. Ridderkerk en Rotterdam omgeving. knooppunt Ridderkerk (A15/A16) (F233) Dit project komt voort uit het provinciaal fietsplan 2008. De maatregel bestaat uit de aanleg van een fietspad en is noodzakelijk voor een stevige intensivering van recreatief én utilitair fietsverkeer en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Het project is gesitueerd in het gebied tussen Ridderkerk-west, langs de A38 en Rotterdamseweg richting Rotterdam in de gemeente Ridderkerk. Dit project wordt volledig gesubsidieerd. 105. Melissant, Battenoord via polder Dirksland (F364) In de polder Dirksland is geen duidelijke en verkeersveilige fietsroute beschikbaar. Met deze investeringen worden bestaande wegen aangepast om zo nieuwe bruggetjes en nieuwe fietspaden te realiseren. 106. Rondje Hoeksche Waard en de Wacht-Buijtendijk (F420) Tussen De Wacht en de Mariapolder (langs de Dordtse Kil) is geen duidelijke en verkeersveilige fietsroute beschikbaar. Met deze investeringen worden bestaande wegen aangepast om zo nieuwe fietspaden te realiseren. 107. Klaaswaal-Rijksweg 29 (F244.2) Tussen Klaaswaal en het viaduct over de A29 (Oud-Cromstrijensedijk) is geen duidelijke en verkeersveilige fietsroute beschikbaar. Met deze investeringen worden bestaande wegen aangepast om zo nieuwe fietspaden te realiseren. 108. Reconstructie Blaaksedijk Het resultaat van dit project is dat de Blaaksedijk over de lengte van 1.400 m1 is voorzien van een duurzame constructie met een levensduur van ongeveer 25 jaar. 109. Maatregelen DV Rotterdamseweg Ridderkerk Al vanaf 2004 is het waterschap bezig de Rotterdamseweg duurzaam veilig in te richten. Zo is het wegvak tussen Rotterdam en de Populierenlaan van nieuwe belijning voorzien en zijn rond de kruispunten met de Rijnsingel en de Populierenlaan drempels aangelegd en het snelheidsregime aangepast. Het deel tussen de Populierenlaan en de A15 is nog niet eerder in uitvoering genomen vanwege onduidelijkheid over de Ridderkerklijn. 110. Reconstructie Boutweg Hellevoetsluis De Boutweg is een zeer smalle weg die niet is ingericht voor zijn huidige functie en gebruik. De constructie is ver over het einde van zijn looptijd en tevens zijn de bermen niet conform onze eisen en leveren potentieel gevaar op. Reconstructie van de weg inclusief verbreding van de bermen zal een duurzame constructie opleveren. 162
111. Rondje Hoeksche Waard en van het ambachtsheerlijckheid (F414) Over het gebied van de voormalige ambachtsheerlijckheid Cromstrijen is geen duidelijke fietsroute aanwezig. Met deze investeringen worden bestaande wegen aangepast om zo nieuwe fietspaden te realiseren. 112. Rondje Hoeksche Waard, Nieuw-Beijerland en Oud-Beijerland (F421) Langs de waterkering tussen Nieuw- en Oud-Beijerland is geen goede fietsvoorziening aanwezig. Met deze investeringen worden bestaande wegen aangepast om zo nieuwe fietspaden te realiseren. 113. Fietstunnel Nieuwe-Tonge - N215 Dit project komt voort uit de wens van de streek om de verkeersveiligheid op de N215 in het algemeen en de oversteekbaarheid voor fietsers ter hoogte van Nieuwe-Tonge in het bijzonder te verbeteren. 114. Ontsluiting Nieuwe-Tonge - N215 Al vanaf 2004 zijn de betrokken wegbeheerders (Provincie Zuid-Holland, gemeenten Middelharnis en Dirksland en waterschap Hollandse Delta) en het ISGO bezig de verkeersveiligheid van de N215 te verbeteren. De ontsluiting van Nieuwe-Tonge is daarbij een apart punt. 115. Fietsvoorziening F244 (Vliet; Westmaas - Klaaswaal) Dit project komt voort uit het provinciaal fietsplan 2008. De maatregel bestaat uit de aanleg van een fietspad en is noodzakelijk voor een stevige intensivering van recreatief fietsverkeer en het bevorderen van de verkeersveiligheid. Tussen Westmaas en Klaaswaal is geen rechtstreekse fietsverbinding aanwezig. Fietsers dienen een grote omrijdafstand af te leggen als ze op een verkeersveilige manier van Klaaswaal naar Westmaas willen. Wanneer ze kiezen voor een minder lange fietsroute dienen ze gebruik te maken van de bestaande wegen waar veelal geen fietsvoorziening aanwezig is. Dit is erkend door opname van de F244.01 in het Provinciaal Fietsplan 2008. De netto investering bedraagt 0. 116. Vervangingsplan en renovatie Openbare verlichting 2011-2013 In de exploitatiebegroting is een beperkt bedrag beschikbaar voor vervanging, verwijdering van lichtmasten, armaturen en overige installatieonderdelen. De kwaliteit loopt terug en een inhaalslag is noodzakelijk. Met deze investering worden de meest noodzakelijke vervangingen en reconstructies uitgevoerd. 117. LED-straatverlichting In verband met de inspanningsverplichting tot het voeren van een duurzaam beleid en de bijdrage die LED-verlichting kan leveren aan het duurzaam beleid, wordt voorgesteld om bij het aanbrengen of vervangen van straatverlichting over te gaan tot het toepassen van LED-verlichting. 118. Aanpak verkeersveiligheid Magdalenadijk te Oostflakkee Met deze investering streeft het waterschap naar een vlotte en veilige Magdalenadijk. Voor het waterschap betekent dit een substantiële bijdrage in de herinrichting van de kruispunten en aanpassing van de verkeerscirculatie. 119. Reconstructie kruising bijdrage N217 Stougjesdijk te Oud-Beijerland De omleiding Stougjesdijk maakt een wijziging van de bestaande aansluiting Stougjesdijk - Kwakseweg noodzakelijk. Met deze investering wordt de kruising op de bestaande aansluiting aangepast. 120. Verkeerscirculatie N215 (parallelstructuur Dirksland - Melissant) te Dirksland Deze investering betreft een pakket aan maatregelen, variërend van nieuwe parallelwegen langs de N215, omvormen van bestaande kruispunten in rotondes, een nieuw tracé van de N215 door de Polder Nieuw- Kraaijer en verwijderen van bestaande aansluitingen op de N215 121. Reconstructie drie verkeersveiligheidinstallaties in gemeenten Ridderkerk en Barendrecht Na vervanging staan er moderne betrouwbare verkeersregelinstallaties waar het waterschap geen bovenmatige onderhoudsinspanning voor hoeft te verrichten. Het waterschap geeft hiermee invulling aan haar doel 'veilige wegen'. 163
122. Reconstructie verkeersregelinstallatie Rotterdamseweg-Populierenlaan Ridderkerk Na vervanging staat er moderne betrouwbare verkeersregelinstallaties waar het waterschap geen bovenmatige onderhoudsinspanning voor hoeft te verrichten. Het waterschap geeft hiermee invulling aan haar doel 'veilige wegen'. 123. Constructieve verbetering: reconstructie Aaldijk-Kerkhofdijk te Spijkenisse De constructie van de weg is zeer slecht, voornamelijk ontstaan door zettingen van de dijk. Met deze investering beoogd het waterschap een constructief goede weg te realiseren, geschikt voor het beoogd gebruik van deze weg. 124. Vervanging van buswisselstrook Industrieweg - Rotterdamseweg Ridderkerk Na vervanging een moderne betrouwbare buswisselstrookinstallatie waar het waterschap geen bovenmatige onderhoudsinspanning voor hoeft te verrichten. Het waterschap geeft hiermee invulling aan haar doel 'veilige wegen'. 125. Vervanging van verkeersregelinstallatie (A15) Rotterdamseweg te Ridderkerk Na vervanging staat er moderne betrouwbare verkeersregelinstallaties waar het waterschap geen bovenmatige onderhoudsinspanning voor hoeft te verrichten. Het waterschap geeft hiermee invulling aan haar doel 'veilige wegen'. 126. Vervanging van verkeersregelinstallatie Rotterdamseweg-Donkerslootweg te Ridderkerk Na vervanging staat er moderne betrouwbare verkeersregelinstallaties waar het waterschap geen bovenmatige onderhoudsinspanning voor hoeft te verrichten. Het waterschap geeft hiermee invulling aan haar doel 'veilige wegen'. 127. Vervanging van verkeersregelinstallatie Vlietlaan-Rotterdamseweg te Ridderkerk Na vervanging staat er moderne betrouwbare verkeersregelinstallaties waar het waterschap geen bovenmatige onderhoudsinspanning voor hoeft te verrichten. Het waterschap geeft hiermee invulling aan haar doel 'veilige wegen'. 128. DV Hekelingseweg-Groene Kruisweg fase 3 Op 25 november 2010 heeft de VV ingestemd met het ontwerpplan Duurzaam Veilig inrichten traject Hekelingseweg - Groene Kruisweg. Dit betreft de investering voor de 3e en laatste fase. 129. DV Tilsedijk-Oudelandsedijk fase 3 Op 25 november 2010 heeft de VV ingestemd met het ontwerpplan Duurzaam Veilig inrichten traject Tilsedijk - Oudelandsedijk en een bedrag beschikbaar gesteld voor de realisatie van de eerste fase. Deze investering betreft de 3e fase. Programma algemene beleidstaken 130. Waterschapsverkiezingen De bestuursperiode bedraagt vier jaar. In 2012 zouden daarom verkiezingen moeten worden gehouden. Hiertoe is een investeringskrediet van 1,4 miljoen opgenomen. De Eerste Kamer heeft op 11 september 2012 ingestemd met het voorstel dat de zittingstermijn van de waterschapsbesturen wordt verlengd en dat de verkiezingen worden uitgesteld naar november 2014. Door het uitstel is de vorm van de verkiezingen nog niet geregeld. Daarom is deze investering nog wel opgenomen. 164
Bedrijfsvoering 131. Grondaankoop werk- en kantoorruimte IJsselmonde / Hoeksche Waard De grondaankoop is nodig om de nieuwbouw voor de werf en de kantoorruimte IJsselmonde/ Hoeksche Waard te realiseren. 132. Nieuwbouw werf en kantoorruimte IJsselmonde / Hoeksche Waard Er is geen werf voor materieel, materialen en zoutopslag voor werkgebied IJsselmonde. De locatie voor zoutopslag wordt momenteel gehuurd, wat zorgt voor hoge kosten en een inefficiënte logistiek. Met deze investering beoogd het waterschap om werf en kantoorruimte te combineren met het werkgebied Hoeksche Waard. Hierdoor wordt efficiëntie bereikt en zijn er verminderde kosten voor het huren van de zoutopslag te Dordrecht. 133. - 138. Materieel civiel en cultuurtechnisch onderhoud Het materieel dat wordt ingezet voor het regulier onderhoud aan watersystemen, waterkeringen en wegen heeft een beperkte levensduur en moet periodiek worden vervangen. Met een tijdige vervanging wordt het materieel op een aanvaardbaar technisch niveau gebracht. 139. Beveiliging 2010 Er is een onderzoek uitgevoerd naar de status van de informatiebeveiliging bij WSHD. Wat de verder te nemen stappen zijn wordt op dit moment bezien. Het krediet is bestemd voor de realisatie van uitwijkvoorziening data opslag. 140. Z-info Ter ondersteuning van het proces 'Zuiveren' wordt de verouderde ZUIS (Zuiveringen Informatie Systeem)-applicatie vervangen door Z-info. Z-info wordt ontwikkeld in samenwerking met andere waterschappen via Het Waterschapshuis (HWH). Op dit moment is een pilot met 5 waterschappen gestart. WSHD volgt deze ontwikkeling samen met WSRL. Conform de planning zullen de bijdragen per waterschap pas in 2012 bekend zijn. In 2013 zal de implementatie van Z-info door ons waterschap plaats vinden. 141. Geïntegreerd systeem bedrijfsvoeringprocessen De informatiesystemen die gebruikt worden voor bedrijfsvoeringprocessen zijn verouderd. Integraal management en proces georiënteerd werken vereisen ook een ander type automatisering. Op dit moment ontbreekt de nodige functionaliteit, waardoor op veel gebieden inefficiënt gewerkt wordt. Dit gaat ten koste van betrouwbaarheid en beschikbaarheid van belangrijke informatie. Een verbetering van de kwaliteit van de informatievoorziening zorgt ervoor dat er beter gestuurd en verantwoord kan worden. Eenmalige opslag en meervoudig gebruik van gegevens kunnen de kwaliteit van bedrijfsvoeringprocessen aanzienlijk verbeteren. 142. Vervanging infrastructuur centrale computerruimte De technologische ontwikkelingen op het gebied van ICT staan niet stil. Om gebruik te kunnen maken van de voordelen van de nieuwe 'proven' technologieën die in het algemeen kosten besparend zijn, wordt aangeraden om eenmaal per 5 jaar de technische ICT-infrastructuur van WSHD te herzien. De ICTinfrastructuur is voor het laatst in 2008 vervangen. In 2013 is deze infrastructuur technisch verouderd. Daarnaast zullen de toekomstige wensen van de centrale overheid (NORA) en de gezamenlijke visie op ICT van waterschappen nieuwe eisen stellen aan de ICT-omgeving van WSHD. 143. Aansluiting basisregistraties Het waterschap is wettelijk verplicht een eigen aansluiting te realiseren en gebruik maken van de gegevens ontleend aan het stelsel van Authentieke basisregistraties. Door deze investering is centrale opslag mogelijk van gegevens uit de basisregistraties en kunnen deze gegevens worden toegepast binnen diverse bedrijfsprocessen. Er wordt een centrale voorziening voor de aansluiting met basisregistraties (GBA, BAG, Kadaster, GBKN) gerealiseerd. Mogelijk wordt dit project in samenwerking met andere waterschappen uitgevoerd. 165
144. Digitaal zaakdossier Met de investering in een digitaal zaakdossier kunnen stukken digitaal worden gearchiveerd. Hierdoor wordt de samenhang tussen documenten beter geborgd en worden alle formele documenten geregistreerd en gearchiveerd. 145. Vervanging van IRIS VenH In het kader van het Bestuursakkoord Water en de daaruit voortvloeiende werkafspraken Vergunningverlening en Handhaving wordt onderzocht of het gezamenlijk aanschaffen en beheren van een informatiesysteem voor Vergunningverlening en Handhaving voor zowel Rijkswaterstaat als de waterschappen mogelijk is. Waterschap Hollandse Delta wil in dit traject fungeren als koploperwaterschap. Wanneer blijkt dat de samenwerking nuttig, rendabel en mogelijk is, zal hiervoor in 2013 een investering gedaan worden. De hoogte van deze investering is nog niet bekend en is onder meer afhankelijk van het doorgaan van het project en het aantal waterschappen wat meedoet. 166
Bijlage 8 Aanpassing jaarschijf 2013 HWBP projecten Voor het beschikbaar stellen van krediet wordt bij de HWBP-projecten gewerkt met jaarschijven. Dit houdt in dat jaarlijks het benodigde jaarkrediet bij de begroting van dat jaar wordt vrijgegeven. Veel van de planvormingprojecten zullen in 2013 in de afrondende fase zitten en van deze projecten is het restantkrediet aangevraagd. Voor de uitvoeringsprojecten waarvan de voorbereidingen in 2013 gaan starten is een inschatting gemaakt van de kosten die in 2013 gemaakt gaan worden voor de voorbereiding. Wanneer het definitieve projectplan door de VV wordt vastgesteld wordt bovenop de jaarschijf het restantkrediet voor de totale investering aangevraagd en afgestapt van de jaarschijvenbenadering. Dit is noodzakelijk omdat voor het kunnen aangaan van verplichtingen ten behoeve van de realisatiefase een substantieel deel van het krediet noodzakelijk is. Kredietoverzicht Totaal project basislijn Krediet excl. rente tijdens de bouw Rente tijdens de bouw* Mutatie Reeds Nog niet uitgaven Gerealiseerd gerealiseerd krediet Huidig uitgavenkrediet t/m 2012 Mutatie dekking uit subsidies Benodigd uitgavenkrediet t/m 2013 Reeds gevoteerde mutaties (bedragen x 1.000) Toelichting reeds gevoteerde mutaties Actieve projecten 70010120 Planvorming Spui West 5.557 2.400 544 544 2.944 0 0 0 70010125 Uitvoering Spui West 38.626 10 1.240 1.240 1.250 57 438 0 70010035 Uitvoering Nieuwe Stadse Zeedijk 2.565 2.565 0 0 2.565 0 0 0 70010070 Planvorming Hellevoetsluis 705 1.239 0 0 1.239 0 0 534 70010075 Uitvoering 4.699 10 1.070 1.070 1.080 7 73 0 Hellevoetsluis 70010110 Planvorming Eiland van Dordrecht Oost 70010115 Uitvoering Eiland van Dordrecht Oost 4.317 3.000 0 0 3.000 0 0 0 30.011 31.329 0 0 31.329 61 394 1.700 70010065 Uitvoering Oostmolendijk 2.238 2.788 0 0 2.788 0 13 550 70010050 Planvorming Hoeksche Waard Noord 4.659 2.660 618 618 3.278 0 0 0 70010055 Uitvoering Hoeksche Waard Noord 32.385 662 2.100 2.100 2.762 90 166 0 70010100 Planvorming Eiland van Dordrecht West 4.913 2.820 144 144 2.964 0 0 0 70010105 Uitvoering Eiland van Dordrecht West 34.151 1.325 2.335 2.335 3.660 61 280 300 70010130 Planvorming Spui Oost 8.569 4.200 0 0 4.200 0 0 0 VV Gevoteerd BURAP II 2011 & BURAP I 2012 VV Gevoteerd in september 2011 en september 2012 VV Gevoteerd in december 2010 en januari 2011 VV Gevoteerd in september 2011 167
Kredietoverzicht Totaal project basislijn Krediet excl. rente tijdens de bouw Rente tijdens de bouw* Mutatie Reeds Nog niet uitgaven Gerealiseerd gerealiseerd krediet Huidig uitgavenkrediet t/m 2012 Mutatie dekking uit subsidies Benodigd uitgavenkrediet t/m 2013 Reeds gevoteerde mutaties 70010135 Uitvoering Spui Oost 59.564 30 1.720 1.720 1.750 101 114 0 70010140 Planvorming Hoeksche Waard Zuid 17.196 2.840 1.077 1.077 3.917 0 0 0 70010145 Uitvoering Hoeksche Waard Zuid 114.637 10 1.040 1.040 1.050 0 1.405 0 70010170 Planvorming Zettingsvloeiing Spui 10.080 1.200 0 0 1.200 0 0 0 70010175 Uitvoering Zettingvloeiing Spui 67.200 10 800 800 810 0 537 0 Toelichting reeds gevoteerde mutaties subtotaal actieve projecten 442.072 59.098 12.688 12.688 71.786 377 3.420 3.084 Afgesloten projecten 70010030 Planvorming Nieuwe Stadse Zeedijk 385 70010060 Planvorming Oostmolendijk 336 0 Aangehouden projecten 0 70010150 Planvorming Dijkversterking Hilledijk 176 662 0 0 662 0 0 486 VV Gevoteerd BURAP I 2011 70010155 Uitvoering Hilledijk 1.167 0 0 0 0 0 5 0 subtotaal overige projecten 2.064 662 0 0 662 0 5 486 Totaal basislijn 30 juni 2012 444.136 59.760 12.688 12.688 72.448 377 3.425 3.570 * Naar aanleiding van de vastelling van de nota AWA in de VV van september 2012 wordt middels de begroting 2013 de kredieten opgehoogd met de nog de te realiseren rente tijdens de bouw. Op de kredieten van het HWBP-2 is na vaststelling van de begroting 3.802.000 aan rente tijdens bouw gevoteerd waarmee het totale beschikbare krediet voor het HWBP2 76.250.000 bedraagt. De beginstand "huidig uitgavenkrediet t/m 2012" is gebaseerd op de stand tot en met de besluiten in de VV van 22 september 2012. In de periode tussen deze VV en het begrotingsjaar 2013 vinden nog mutaties plaats. Omdat de bestuurlijke besluitvorming nog moet plaatsvinden zijn deze mutaties ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet in dit overzicht opgenomen. Voorgesteld wordt 12.688.000 (mutatie uitgaven krediet) en 3.425.000 (ongerealiseerde rente tijdens de bouw) is totaal 16.113.000 boven op de bestaande kredieten beschikbaar te stellen. 168
Bijlage 9 Lijst van afkortingen Arbo Arbeidsomstandigheden AWA Activeren, Waarderen en Afschrijven Awb Algemene wet bestuursrecht AWZI Afvalwaterzuiveringsinstallatie BAW Bestuursakkoord Water B&W Burgemeester en wethouders BBK Besluit bodemkwaliteit BBVW Bepalingen Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen BGT Basisregistratie Grootschalige Topografie BHV Bedrijfshulpverlening Bor Besluit omgevingsrecht BWK Bestuurlijk Akkoord Waterketen C2C cradle to cradle CAO Collectieve arbeidsovereenkomst CDA Christen Democratisch Appèl Ce Conformité Européenne CPB Centraal Planbureau CPI Consumenten prijsindex CROW Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek CU Christen Unie D&H Dijkgraaf en heemraden DAM Dijk Analyse Module DBFMO Design (ontwerp), Built (bouw), Finance (financiering), Maintain (onderhoud) en Operate (exploitatie) DGWP Deelgemeentelijk Waterplan DIV Documentaire Informatievoorziening DOB Duurzaam onkruidbeheer DR Directieraad E&C Engineering & Construct e.d. en dergelijke EEP Energie-efficiency plan EMU Europese Monetaire Unie/Economische en Monetaire Unie ERP Enterprise Resource Planning EU Europese Unie EZ Economische Zaken Fe Ferro FN Financiën GBKN Grootschalige Basiskaart Nederland GEO Geografische (Informatievoorziening) GET Goede ecologische toestand GEP Goed ecologisch potentieel GI Geografische Informatie GO Goeree-Overflakkee GR Gemeenschappelijke Regeling GS Gedeputeerde Staten ha. hectare HDN Hollandse Delta Natuurlijk HIA Hendrik-Ido-Ambacht HVC Huisvuilcentrale Noord Nederland HWBP Hoogwaterbeschermingsprogramma HWH Het Waterschapshuis HWN Hoofdwegennet ICT Informatie- en communicatietechnologie ILG Inrichting Landelijk Gebied IMW Integraal maatregelenpakket wegen 169
INSPIRE Infrastructure for Spatial Information in Europe IPO Interprovinciaal Overleg IRIS Integratie resultaatgericht informatiesysteem JZ Juridische Zaken KAM Kwaliteitszorg-, arbeidsomstandigheden- en milieuzorgbeleid km kilometer KNMI Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut KRW Kaderrichtlijn Water kwh kilowattuur Led Light emitting diode LNC Landschap, natuur en cultuur m meter MES Maatschappelijk efficiënt en solide Meteo Medewerkerstevredenheidsonderzoek MIRT Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport MJA Meerjarenafspraak energie-efficiency MJBP Meerjarenbeleidsplan Mln. Miljoen mm millimeter MOOP Meerjaren organisatie ontwikkel programma Mor Ministeriële regeling omgevingsrecht MVO Maatschappelijk verantwoord ondernemen n.v.t. niet van toepassing NBW Nationaal Bestuursakkoord Water NEN Nederlandse norm NHI Nederlands Hydrologisch Instrumentarium nhwbp Nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma NME Natuur en Milieu Educatie NORA Nederlandse Overheid Referentie Architectuur NUP Nationaal Uitvoeringsprogramma NVO Natuurvriendelijke oever NWP Nationaal Waterplan OAS Optimalisatiestudies OTO Opleiden, trainen en oefenen OV Openbare verlichting P&C Planning en control PAGO Periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek PDCA Plan Do Check Act PK Personeel en organisatie en kwaliteitszorg-, arbeidsomstandigheden- en milieuzorgbeleid PM Pro memorie PRINCE Projects In Controlled Environments PvdA Partij van de Arbeid PVV Partij voor de Vrijheid PWK Provinciale waterkeringen RI&E Risico-inventarisatie en - evaluatie RUD Regionale uitvoeringsdienst RWZI Rioolwaterzuiveringsinstallatie RZ Rozenburg SGBP Stroomgebiedbeheersplannen SGP Staatkundig Gereformeerde Partij SNIP Spelregelkader Natte Infrastructuurprojecten SSC Shared Service Centre Stowa Stichting toegepast onderzoek waterbeheer SVI Slibverwerkingsinstallatie UvW Unie van Waterschappen uwbp Uitwerkingsprogramma Waterbeheerplan V&W Verkeer en Waterstaat 170
VBC's VCA v.e. VNG VP VRI's VROM VV VVD VZHW Wabo WCK WHD WHW WM WN WP WS WSHD WSRL Wtw ZB ZUIS Visstandbeheercommissies Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers Vervuilingseenheden Vereniging Nederlandse Gemeenten Voorne-Putten Verkeersregelinstallaties Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Verenigde Vergadering Volkspartij voor Vrijheid en Democratie Vereniging van Zuid-Hollandse Waterschappen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Waterschapsbrede controlekamer Waterschapspartij Hollandse Delta Wet herverdeling wegenbeheer Wet milieubeheer Water Natuurlijk Waterplan Watersystemen Waterschap Hollandse Delta Waterschap Rivierenland Waterwet Zuiveringsbeheer Zuiverings Informatiesysteem 171
172