Algemene Persoonskenmerken



Vergelijkbare documenten
Richtlijnen voor de bevordering

Aandeel meisjes in de bètatechniek VMBO

Determinatie e.v.

Inhoud. 4. Doorstroom van mavo XL 4 naar havo 4 Sondervick College. 6. Instroom vanuit havo in de bovenbouw van mavo XL (ljr. 3 en 4).

Stromen door het onderwijs

Inhoud. Uitstroom naar het vo. Onderwijstypen vo Praktijkonderwijs Vmbo Havo en vwo Overig aanbod vo. bo sbo so. PrO vmbo havo vwo (lwoo)

Protocol Advisering PO VO OBS De Straap

Richtlijnen voor de bevordering

Samenvatting rapportage onderzoek vmbo

OVERGANGSNORMEN OP- en DOORSTROOMREGELING

Opleidingsniveau stijgt

Wilhelmus op school Wat vinden scholieren ervan dat je verplicht het Wilhelmus moet leren?

RENDEMENTEN EN DIPLOMA S

Rekenen van groep 8 naar de brugklas. Herfst, 2012 Bert Claessens (HAN)

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Karel de Grote College Afdeling vmbo-tl

Wanneer een leerling voor het vak rekenen één of meer tekortenpunten heeft wordt deze leerling automatisch een bespreekgeval.

30079 VMBO Voortgezet Onderwijs. Brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

ONDERZOEK. Heterogene en homogene klassen 3 H/V

(G)MR Scan. werkwijze. Naar verdere professionalisering van medezeggenschap

Notitie afspraken op- en afstroom binnen VMBO bovenbouw

PROGRAMMA VAN DE AVOND

Onderwijs en vluchtelingenkinderen

Normering voor bevordering en doorstroom VMBO onderbouw & bovenbouw

Vergelijkingsrapport - De scholen

RENDEMENTEN EN DIPLOMA S

ONDERZOEK NAAR KWALITEITSVERBETERING. St. Gregorius College VMBOGT

De aanmelding en plaatsing V.O. Hoogeveen september 2014

OVERGANGSNORMEN OP- en DOORSTROOMREGELING

Schoolportret samenwerkingsverband Roermond. vo- docenten over Passend onderwijs (vmbo tot en met gymnasium)

Toelichting bij PTA opleiding vmbo-tl

Surf ook naar

Op weg naar klas 3. september Informatieboekje voor tweedeklassers VMBO BK KT schooljaar 2013/

Enquête examens in het voortgezet onderwijs. Respons. VMBO bb 29 VMBO kb 102 VMBO gl 43 VMBO tl 410 HAVO 436 VWO 566 TOTAAL 1586

OVERGANGSNORMEN OP- EN AFSTROOMREGELINGEN

ENQUÊTE: toetsing op maat

Uitkomst van de Enquête

Welkom. Vo o r l i c h t i n g o u d e r s b a s i s s c h o o l J a n u a r i Bewust, Betrokken, Berechja

Welkom. Informatieavond MAVO

Aan: Ouders/verzorgers/leerlingen van Almere College Kampen Van: Rein Westrik Betreft: Overgangsnormen vmbo, havo, vwo

Procedure schoolverlaten

WELKOM OP HET FLORACOLLEGE VOOR VMBO

toetsresultaten vmbo en mbo in de regio Den Haag oktober 2011

Onderzoek Hoe scoren je docenten?

De overgang po vo. Hoe bepalen wat een leerling kan? Trudie Schils Universiteit Maastricht

VOORLICHTING VAN DE BASISSCHOOL NAAR HET VOORTGEZET ONDERWIJS

De enquête is door 41 collega s ingevuld vorig jaar waren er 25 respondenten.

Vraag het de VMBO er! Snuffelonderzoek naar VMBO vanuit leerling-perspectief. Januari 2011 P.S. Onderzoek Nijmegen

INFORMATIEAVOND voortgezet onderwijs

Determinatie- en overgangsregeling SG De Dijk

CS Vincent van Gogh, locatie CSG Beilen

Passend onderwijs. Lid van het dagelijks bestuur, Liesbeth Verheggen

Managementstatuut van de Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs in het Gooi

In dit boekje vinden jullie informatie over de vervolgmogelijkheden na klas 1 en 2 op onze school.

VOORLICHTING VAN DE BASISSCHOOL NAAR HET VOORTGEZET ONDERWIJS

5. Onderwijs en schoolkleur

ALGEMENE OUDERAVOND KLAS 4 WELKOM!

Overgangscriteria. Van Vredenburchcollege Van Vredenburchweg TA Rijswijk T

FACTSHEET Verwante en niet-verwante doorstroom in de beroepskolom

OVERGANGSNORMEN OP- en DOORSTROOMREGELING

Het VMBO verdient beter Uitkomsten van de VMBO-enquête

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK. Twents Carmel College

Profielschets. Teamleider vwo bovenbouw

Memo Ongediplomeerde uitstroom vo / instroom mbo (2017) in Rijnmond

Inleiding Bevorderingsnormen. Bevorderingsnormen. Cijfernormen. Competentienormen

Welke leerling komt in aanmerking voor plaatsing in het praktijkonderwijs?

Berekening en correctie indicatoren leerresultaten

Kwaliteitsonderzoek op CSG Liudger onderwijs. Verslag van de tevredenheidonderzoeken onder leerlingen, ouders en medewerkers van CSG Liudger

Overgangsrichtlijnen Comenius College

Transcriptie:

Resultaten VMBO enquête Al onze leerlingen moeten in het vmbo een startkwalificatie kunnen halen, vind meer dan 80 van de docenten die de enquête invulden. Een landelijk eindexamen in het vmbo garandeert kwaliteit zegt 74 van de docenten. Om goed onderwijs te kunnen geven, moet aan belangrijke voorwaarden worden voldaan. Uit antwoorden blijkt dat hier nog een hele efficiency slag te maken valt. In maart 2010 plaatste de AOb een digitale vmbo enquête op de website. Een negental onderwijskundige thema s stond in de vmbo peiling centraal. De AOb presenteert hier de resultaten en dankt alle vmbo docenten die de moeite namen de enquête in te vullen. Resultaten zullen meegenomen worden in dialogen met leraren en in de verdere onderwijskundige visievorming van het vmbo. Docenten kunnen de stellingen ook zelf in de eigen schoolorganisatie toetsen. De AOb is nieuwsgierig naar de resultaten die hier uit voortkomen en raakt graag in gesprek hierover. De voorgelegde stellingen hadden betrekking op de volgende onderwijskundige thema s: onderwijstijd, groepsgrootte, instroom- doorstroom, examinering, leerling-docent ratio, medezeggenschap, management, onderwijsconcept, zorgleerling, belangrijke voorwaarden. Lees verder. 10.1006 1/7

Resultaten VMBO enquête 2010 Algemene Persoonskenmerken 40 werkzaam in de leerwegen 35 35 30 25 65 20 15 lidmaatschap AOb wel niet 10 5 0 praktijk BeroepsK gemengde theoretisch 30 17 40 werkzaam OB BB 70 geslacht vrouw man 43 beide n 80 60 klokuren werkzaam 70 60 50 40 30 onderwijservaring in jaren 40 20 0 <10 11_20 21-40 31-40 20 10 0 0-2 3 tot 5 6 tot 10 11 tot 15 16> De enquête is voor 65 ingevuld door leden en 35 niet-leden. Mannen waren met 70 in de meerderheid. De meeste respondenten (n=234) die de enquête invulden werken al vele jaren in het vmbo. Een overgroot deel werkt 31 tot 40 uur per week. Zij zijn werkzaam in alle vier de leerwegen. Docenten geven aan in meerdere leerwegen en/of lwoo te werken. Meer dan 40 geeft aan in de bovenbouw en in de onderbouw van het vmbo werkzaam te zijn. De meeste respondenten werken in de bovenbouw. Nog geen 20 alleen in de onderbouw. Zie bovenstaande grafieken. 10.1006 2/7

Stellingen De stellingen die vmbo-docenten voorgelegd kregen, hadden betrekking op de volgende onderwijskundige thema s: onderwijstijd, groepsgrootte, instroomdoorstroom, examinering, leerling-docent ratio, medezeggenschap, management, onderwijsconcept, zorgleerling, belangrijke voorwaarden. Behalve bij de stelling medezeggenschap kon men bij de meeste stellingen kiezen uit: zeer mee eens, mee eens, oneens, zeer oneens. De stelling met het maximale aantal leerlingen in een groep kon naar eigen inzicht ingevuld worden. Onderwijstijd De stelling: Onze leerlingen in de onderbouw hebben genoeg aan 960 uur onderwijstijd werd beantwoord door 229 docenten. Daarvan was 26.64 van de respondenten het zeer mee eens en 51.53 was het mee eens. De AOb is voorstander van 960 uur onderwijstijd. Meer dan driekwart van de respondenten deelt de opvatting van de AOb. Met de stelling: Leerlingen in de bovenbouw van het vmbo leren met 700 uur onderwijstijd meer dan voldoende is 9 het zeer eens en 36 van de 232 respondenten is het daarmee eens. Meer dan 45 is het oneens en bijna 9 zeer oneens. Groepsgrootte Stelling: De groepsgrootte in de onderbouw van het vmbo mag maximaal leerlingen zijn. Tabel 1 Groepsgrootte onderbouw Respondenten N= 10 1.4 12 5 2 14 2.9 15 12 5 16 10 4 18 19 8 20 58 25 21 1.4 22 18 7 23 9 4 24 47 21 25 40 18 26 2.9 27 1.4 28 3 1 32 1.4 229 totaal 98.4 afgerond Percentage 10.1006 3/7

De maximale groepsgrootte in de onderbouw van het vmbo heeft een range van 10 tot 32 leerlingen. Dit betekent minimaal 10 leerlingen en maximaal 32 leerlingen. Dit toont aan dat respondenten zeer uiteenlopen waar het gaat om de maximale groepsgrootte. Gezien de diversiteit van de leerwegen en de verschillende niveaus is dit geen verrassing. Ongeveer 36 van de respondenten noemt de maximale groepsgrootte van 18 tot 20 leerlingen per groep. Iets meer dan 35 noemt de maximale groepsgrootte van 24 of 25 leerlingen. De maximale groepsgrootte van 10 tot 12 leerlingen ligt op 2 van de respondenten. Iets meer dan 2 noemt een maximale groepsgrootte van 26 t/m 32 leerlingen. Stelling: De groepsgrootte in de bovenbouw van het vmbo mag maximaal leerlingen zijn. Tabel 2 Groepsgrootte Bovenbouw Respondenten N= Percentage 10 3 1 12 2.9 13 1.4 14 5 2 15 17 7 16 11 5 17 1.4 18 18 8 20 65 28 21 2.9 22 11 5 23 3 1 24 36 16 25 43 19 26 7 3 28 2.9 30 3 1 230 totaal 99.5 afgerond De bovenbouw heeft een range van minimaal 10 en maximaal 30 leerlingen. Van de 230 respondenten vindt 36 dat de groepsgrootte tussen de 18 en 20 leerlingen moet liggen. Een groep bijna net zo groot kiest een maximale groepsgrootte van 24 of 25 leerlingen. Ongeveer 14 procent kiest een maximale groepsgrootte van 14 t/m 16 leerlingen. Instroom- doorstroom Stelling: Leerlingen zijn te jong om op twaalfjarige leeftijd het vmbo in te stromen. Van de 230 respondenten is 4 het daar zeer mee eens, 19 is het eens. Meer dan 60 is het oneens en 16 zeer oneens. Stelling: Leerlingen kunnen op onze school binnen de leerwegen van het vmbo gemakkelijk opstromen naar een hoger niveau. 10.1006 4/7

Van de 233 respondenten is 7 het daar zeer mee eens en 57 mee eens. Zo n 34 is het oneens en nog eens 3 zeer oneens. Stelling: Er is veel doorstroom van leerlingen tussen de verschillende leerwegen. Van de 230 respondenten is 2 het zeer mee eens en 35 mee eens. Ongeveer 58 is het oneens en 5 zeer oneens. Stelling: Leerlingen met een taalachterstand moeten een schakeljaar kunnen volgen. Van de 231 respondenten is 8 het zeer mee eens en bijna 70 mee eens. Zo 11 is het oneens en nog geen 2 zeer mee oneens. Stelling: Leerlingen in het vmbo moeten aparte zaakvakken op een hoger of een lager niveau kunnen volgen. Van de 233 respondenten is 25 het zeer mee eens en nog eens 56 mee eens. Ongeveer 18 is het hier oneens/zeer oneens. Examinering Stelling: Een landelijk eindexamen in het vmbo garandeert kwaliteit. Van de 233 respondenten is 32 het zeer eens en 42 is het mee eens. Zo n 22 is het oneens en ongeveer 3 zeer oneens. Stelling: Al onze leerlingen moeten in het vmbo een startkwalificatie kunnen halen. Van de 231 respondenten is 28 het zeer mee eens en 53 het mee eens. Zo n 17 is het oneens en nog geen 2 zeer oneens. Opmerking: Leerlingen moeten met een startkwalificatie het vmbo af kunnen sluiten. Argumenten hiervoor kunnen zijn: kwetsbare leerlingen krijgen op deze manier, net als in havo en vwo, voldoende tijd om in een lerende en vormende schoolomgeving een volwaardig diploma te behalen. Docenten raken gemotiveerder als zij toewerken naar een eindresultaat dat meer erkende waarde heeft. Een startkwalificatie vergroot de waarde van het vmbo-diploma. Medezeggenschap Stelling: Onze medezeggenschapsraad informeert regelmatig de achterban. Van de 233 respondenten is 12 het zeer mee eens en 47 is het mee eens. Een 30 is oneens en nog eens 11 zeer oneens. Stelling: Onze medezeggenschapsraad vraagt het onderwijspersoneel mee te denken. Van de 233 respondenten is 3 het hier zeer mee eens en 42 het mee eens. Zo n, 44 is het oneens en 11 zeer oneens. Tabel 3 Stelling De medezeggenschapsraad in onze school is : Pro-actief 24 Reactief 38 10.1006 5/7

Passief 21 Geen idee 16 Opmerking: De medezeggenschapsraad is het formele orgaan die het onderwijspersoneel, de ouders en de leerlingen in een school vertegenwoordigt. Bij formele beleidsvormende besluitvorming van het bevoegd gezag moet de medezeggenschapsraad betrokken worden. Voor draagvlak en besluitvorming is goede samenwerking en afstemming met de achterban van groot belang. Management Stelling: Het management betrekt het onderwijspersoneel bij beleidsontwikkelingen. (passend onderwijs, doorgaande leerlijnen, experimenten vmbo-mbo). Van de 232 respondenten is 4 het hier zeer mee eens en 42 mee eens. 43 is het oneens en 11 zeer oneens. Stelling: Het management levert een grote bijdrage aan een goede werksfeer. Van de 234 respondenten geeft 6 aan het hier zeer eens mee te zijn en 33 is het eens. Een meerderheid (60) van de vmbo-docenten vindt dat het management geen grote bijdrage levert aan een goede werksfeer. Onderwijsconcept Stelling: Bij ons stemmen docenten het onderwijs goed op elkaar af. Van de 229 respondenten is nog geen 1 het hier zeer mee eens, en 42 is het eens. Zo n 51 is het oneens en een kleine 6 is het hier zeer mee oneens. Stelling: Het onderwijspersoneel is voldoende betrokken bij de ontwikkeling van het onderwijsconcept. Van de 231 respondenten beantwoord 2 zeer mee eens en is 48 het eens. Zo n 40 is het oneens en10 zeer oneens. Zorgleerling Stelling: Op onze school krijgen zorgleerlingen goede begeleiding. Van de 233 respondenten is 12 het zeer eens en 58 mee eens. Zo n 27 is oneens en iets meer dan 3 zeer oneens. Stelling: Bij ons zitten zwakpresterende leerlingen in kleine groepen. Van de 233 respondenten is 8 het zeer mee eens en 24 mee eens. Zo n 46 is het oneens en 22 zeer oneens. Stelling: Leerlingen krijgen bij ons extra ondersteuning. Van de 231 respondenten is 6 het hier zeer mee eens en 42 het mee eens. Zo n 44 is het oneens en 9 zeer oneens. Stelling: Door onvoldoende zorgbeleid stromen teveel zorgleerlingen af naar het vmbo. Van de 225 respondenten is 17 het zeer eens en en 46 het hiermee eens. Zo n 33 is het oneens en 45 zeer oneens. Stelling: Er is een goed beleid voor zorgleerlingen op onze school. 10.1006 6/7

Van de 233 respondenten is 12 het daarmee zeer eens en 56 mee eens. Zo n 28 is het niet eens en 3 zeer oneens. Voorwaarden voor goed onderwijs Tijd, professionalisering, vervanging, het vereiste opleidingsniveau zijn belangrijke voorwaarden voor goed onderwijs. Stellingen laten de volgende resultaten zien. Stelling: Docenten in het vmbo hebben bij ons allemaal het vereiste opleidingsniveau. Van de 231 respondenten is 7 het zeer eens en 27eens. Oneens is 52 en zeer oneens is 14. Samen zegt 67 dat docenten niet het vereiste opleidingsniveau hebben. Stelling Docenten krijgen bij ons voldoende tijd het onderwijs voor te bereiden. Van de 233 respondenten is nog geen 2 het hier zeer mee eens en 35 is het eens. Zeer oneens is 20 en oneens is 44. Stelling Docenten hebben voldoende eigen middelen waarmee ze activiteiten kunnen opzetten. Van de 233 respondenten is nog geen 2 het hier mee zeer eens en 31 is het eens. Zeer oneens is 14 en oneens is 54. Stelling Docenten volgen voldoende gerichte scholing. Nog geen 1 van de 229 respondenten is het daar zeer mee eens en 35 is het eens. Zo n 56 laat weten het hier oneens mee te zijn en 9 zeer oneens. Stelling Als een docent ziek is, komt er een vervanger. Van de 230 respondenten beantwoord een kleine 7 zeer mee eens en 40 eens. Zo n 41 is het oneens met de stelling en 13 zeer oneens. 10.1006 7/7