Opleidings- en doelmatigheidsinformatie creatieve mbo-opleidingen Periode 25 t/m 21 Landelijk en regio Amsterdam e.o. Drs. os Teunen Senior onderzoeker GOC Afbakening van de opleidingen: A. Opleidingen die vallen onder de kwalificatiestructuur van GOC (incl. gedeelde dossiers) 1. Artiest 2. AV-productie. DTP er 4. Game artist 5. ICT- en mediabeheer 6. Mediamanagement 7. Mediavormgever 8. Podium- en evenemententechniek (PET) 9. Printmedia. Opleidingen van de kwalificatiestructuur van Savantis 1. Reclame, presentatie en communicatie (RPC) 11. Signspecialist Toelichting op de cijfers ovenstaande opleidingen leiden rechtstreeks op voor de creatieve industrie. De geselecteerde opleidingen van de Savantis kwalificatiestructuur hebben een toenemende verwantschap met een aantal opleidingen die onder de kwalificatiestructuur van GOC vallen. Specialistische ambachtelijke opleidingen zoals goud- en zilversmeden, pianostemmer en modeontwerper van gebruiksartikelen en kleding zijn buiten beschouwing gelaten. Van de genoemde opleidingen zijn alle inschrijvingen (studenten) meegenomen, ongeacht onder welk crebonummer het kwalificatiedossier valt. Dus niet alleen de onder GOC vallende studenten, maar ook die onder Savantis, PML en Ecabo. De tellingen omvatten alle binnen het dossier vallende kwalificaties (diplomadifferentiaties), beide leerwegen bol en bbl, en alle opleidingsniveaus binnen het dossier. Indien gewenst kunnen alle tellingen naar differentiatie, opleidingsniveau en leerweg worden uitgesplitst. ronnen Alle opleidingscijfers betreffen inschrijvingen geregistreerd bij DUO. Alle werkgelegenheidscijfers zijn gebaseerd op tellingen via CS Statline. Voor een gedetailleerde duiding van de werkgelegenheidsontwikkeling in de creatieve industrie verwijzen we naar het jaarlijkse Trendrapport creatieve industrie van GOC. GOC maakt voor haar arbeidsmarktanalyses gebruik van eigen enquêteonderzoeken die door Panteia worden uitgevoerd (N=15), en van onderzoeken van o.a. ROA, Immovator, PwC, Panteia, Regioplan, Verwey-onker instituut e.a. onderzoeksbureaus die periodiek onderzoek doen naar de ontwikkelingen binnen de creatieve industrie. Indeling rapportage Deze rapportage geeft een beknopt statement over de door ons geconstateerde ontwikkelingen. Alle relevante gegevens staan in grafieken en tabellen in de bijlagen. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de arbeidsmarkt verwijzen wij naar ons Trendrapport en de rapporten van de hierboven genoemde onderzoeksinstituten.
Conclusies opleidings- en doelmatigheidsinformatie De creatieve industrie wordt door alle onderzoeksinstellingen beschouwd als een sector met een op langere termijn goed groeipotentieel. Uit tijdreeksen van de werkgelegenheidsontwikkeling blijkt echter ook dat de sector sterk conjunctuurgevoelig is. innen de creatieve industrie bestaan verschillende branches met een eigen werkgelegenheidsdynamiek. De werkgelegenheid in de uitgeverij en grafimedia loopt structureel terug, in de vormgeving en nieuwe mediabranches vindt groei plaats. De conclusie hiervan is dat het onderwijs goed de werkgelegenheidsontwikkeling in de verschillende branches moet volgen om daar in hun opleidingsvolume op in te spelen. De huidige werkgelegenheidsontwikkeling staat sterk onder druk vanwege de economische crisis en het overheidsbeleid naar de gesubsidieerde instellingen (AV, kunst en podia). De grafieken 15 en 16, en de cijfers in tabel 1 onderbouwen deze constateringen. De werkgelegenheid loopt op dit moment in alle branches van de creatieve industrie terug, met uitzondering van de gamingbranche. ij de kunst en cultuurbranche loopt de werkgelegenheid ook terug, maar dat is nog niet zichtbaar in de CS-cijfers die beschikbaar zijn bij CS Statline. innen de creatieve industrie werken veel zelfstandige beroepsbeoefenaren, en deze hebben het op dit moment buitengewoon moeilijk om het hoofd boven water te houden. Dat weerspiegelt zich echter ook nog niet in de algemene werkgelegenheidscijfers van CS. Onder normale economische omstandigheden vertaalt de werkgelegenheid zich in een gemiddelde instroombehoefte van personeel (IP) van rond 6%. In tabel 1 wordt met deze aanname de instroombehoefte per branche berekend. De instroombehoefte is echter sterk afhankelijk van de economische situatie en de demografische ontwikkelingen binnen de branche. ij een teruglopende werkgelegenheid kan een sterke vergrijzing binnen bepaalde beroepen toch tot een toenemende instroombehoefte leiden. De berekende instroombehoefte geeft een totaal voor alle beroepen en gevraagde opleidingsniveaus binnen een branche. De instroombehoefte moet daarom vertaald worden naar het aantal baanopeningen (ROAnormering) voor mbo-schoolverlaters van een specifieke opleiding. Toegepast op tabel 1 leidt dit onder de huidige omstandigheden tot aanzienlijk lagere baanopeningen voor mboschoolverlaters binnen de verschillende branches. De oorzaken zijn branchespecifiek. ijvoorbeeld binnen de gamingbranche bestaat het merendeel van de algemene baanopeningen uit vraag naar hbo ers en in veel mindere mate naar mbo ers. Hetzelfde geldt voor de AVbranche en de reclame- en communicatiebranche. In de grafimediabranche daarentegen bestaat de meerderheid van de baanopeningen uit vraag naar mbo ers, maar is het aantal openstaande vacatures vanwege de economische situatie sterk teruggelopen. ij de uitgeverijen bestaat een groot deel van de vacatures uit vraag naar administratief personeel en commerciële medewerkers op HO-niveau. Hieruit blijkt dat voldoende kennis van de demografie en werkgelegenheidsdynamiek in de afzonderlijke branches in de creatieve industrie van groot belang is bij de afstemming tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt. Uit onderzoek van het ROA blijkt dat de beroepsopleiding en arbeidsmarkt voor MO ers in sterkere mate dan voor hogere opleidingen regionaal is. Een landelijk beeld zou dus vertaald moeten worden naar een regionaal loopbaanperspectief. De gegevens uit tabel 1 zouden dus voor de regio Amsterdam en omstreken specifiek bepaald moeten worden. Deze doorrekening is in deze rapportage (nog) niet gemaakt. Veel creatieve opleidingen in het mbo-onderwijs zijn de afgelopen jaren voor het eerst ontstaan. In de AV, de podia en kunstrichtingen bestonden vroeger alleen hbo-opleidingen. In de praktijk werkten er daarom ook veel autodidacten. Het is een goede ontwikkeling dat nu ook mbo-instellingen een bijdrage leveren in de beroepsopleiding van creatieve beroepsbeoefenaren. Het bevordert daarmee de professionaliteit van de beroepsuitoefening. De hbo- en mbo-opleidingen trekken veel leerlingen en de goede instellingen zijn dus gedwongen een selectie toe te passen. Zouden zij dit niet doen dan zouden hun opleidingen explosief groeien. Het zijn vooral vakscholen met een sterke historische band met de branches binnen de creatieve industrie die het fundament vormen van de creatieve opleidingen. Zij worden echter in toenemende mate beconcurreerd door een sterk groeiend aantal brede opleidingsinstellingen (ROC s) die steeds meer opleidingen gaan aanbieden. Hiermee brengen de ROC s de doelmatigheidsaanpassingen van de specialistische vakscholen om zeep. Uit de cijfers
blijkt dat de specialistische vakscholen in redelijke mate erin slagen afstemming te vinden met de werkgelegenheidstrends binnen de creatieve branches. De explosieve groei wordt echter veroorzaakt doordat steeds meer ROC s steeds meer creatieve opleidingen gaan aanbieden (zie grafieken 1 en ). Het gevolg is een multipliereffect op de groei van het aantal leerlingen waardoor een onbeheersbare dynamiek ontstaat in de groei. Hierdoor wordt het voor individuele vakscholen onmogelijk om nog tot een zinvolle afstemming met het bedrijfsleven te komen. Elke afstemming die zij maken wordt buiten hun invloedsfeer overruled door de haast autonome groei in opleidingsaanbod bij ROC s. Uit de cijfers in de grafieken 2, 4 en 5 blijkt dat de groei in leerlingaantallen bij de vakscholen redelijk gematigd is geweest, maar een haast ongeremde groei laten zien bij de ROC s. In de grafieken 6 t/m 1 worden de studenttellingen voor individuele opleidingen gegeven. Specifieke cijfers voor de regio Amsterdam en omstreken laten zien dat bij een teruglopende werkgelegenheid in de creatieve werkgelegenheid de vakschool Mediacollege Amsterdam haar leerlingengroei eveneens terugbrengt, maar dat er dan direct groei plaatsvindt bij de ROC s binnen het verzorgingsgebied (grafiek 14). Uiteindelijk kannibaliseren de ROC s daarmee de instellingen die invulling geven aan de doelmatigheidsdoelstellingen die door het ministerie met het mbo-veld en de S zijn afgesproken. Sociale partners binnen de creatieve industrie hebben hier hun bezorgdheid over uitgesproken.
Grafiek 1 Groei aantal mbo-instellingen met aanbod van creatieve opleidingen 5 45 4 5 25 2 15 1 5 Creatieve opleidingen A Creatieve opleidingen A+ 25 26 27 28 29 21 211 212 creatieve opleidingen A. GOC: - Artiest - AV-productie - DTP - Game artist - ICT & Mediabeheer - Mediamanagement - Mediavormgeven - PET - Printmedia. Savantis: - RPC - Sign ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Uitgesplitst naar ROC s en vakscholen blijkt dat de groei voornamelijk veroorzaakt wordt doordat steeds meer ROC s deze opleidingen bieden. Grafiek 2 Groei aantal mbo-instellingen met aanbod van creatieve opleidingen 5 45 4 5 25 2 15 1 ROC's vakscholen 5 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek Groei aantal creatieve opleidingen bij mbo-instellingen 25 Creatieve opleidingen A 2 Creatieve opleidingen A+ 15 1 5 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Grafiek 4 Groei aantal creatieve opleidingen bij mbo-instellingen 25 2 15 1 5 25 26 27 28 29 21 211 212 ROC's vakscholen ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek 5 Groei aantal studenten creatieve opleidingen bij mbo-instellingen. 25. 2. 15. 1. ROC's vakscholen 5. 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Grafiek 6 Groei aantal studenten mbo-opleidingen podia.5 PET. 2.5 Artiest 2. 1.5 1. 5 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek 7 Groei aantal studenten mbo-opleidingen Game artist en AV-productie.5. 2.5 AV-productie Game artist 2. 1.5 1. 5 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Grafiek 8 Groei aantal studenten mbo-opleidingen RPC en Mediavormgeven 12. 1. 8. Mediavormgeven RPC 6. 4. 2. 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek 9 Groei aantal studenten mbo-opleidingen mediatechniek en beheer.5. 2.5 2. 1.5 1. 5 H H H H H H H H 25 26 27 28 29 21 211 212 ICT & Mediabeheer DTP H Mediamanagement Sign Printmedia ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Grafiek 1 Groei aantal mbo-studenten Artiest. 2.5 2. 1.5 1. 5 ROC vakschool 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek 11 Groei aantal mbo-studenten AV-techniek.5. 2.5 2. 1.5 1. 5 ROC vakschool 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Grafiek 12 Groei aantal mbo-studenten Mediavormgeven 12. 1. 8. 6. 4. ROC vakschool 2. 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek 1 Groei aantal mbo-studenten Podium & evenemententechniek (PET).5. 2.5 2. 1.5 1. ROC vakschool 5 25 26 27 28 29 21 211 212 ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC Grafiek 14 Groei aantal mbo-studenten creatieve opleidingen regio A'dam e.o. 2.5 2. 1.5 1. 5 H H H H 1 H 1 1 H 1 1 1 1 25 26 27 29 21 211 212 Mediacollege Amsterdam ROC van Amsterdam H ROC ASA ROC levoland ROC Nova College 1 ROC Horizon College ron: Tellingen uit bestanden van DUO/bewerking GOC
Grafiek 15 Afbeelding.1 Ontwikkeling werkgelegenheid Nederland en creatieve industrie (werknemers en zelfstandigen) 2 18 16 14 12 1 8 6 4 2 (index 197=1) Werkzame beroepsbevolking Creatieve industrie 21 197 1976 1982 1988 1994 2 26 212 ron: CS Statline uitdraai jan. 21 Grafiek 16 Afbeelding.2 Ontwikkeling werkgelegenheid naar branche 1. 9. 8. 7. 6. 5. 4.. 2. Reclame en communicatie Kunst en cultuur Grafische industrie Uitgeverij ilm, radio en tv Video gamesindustrie 1. 197 1976 1982 1988 1994 2 26 212 ron: CS Statline uitdraai jan. 21; 212 = prognose
Tabel 1 Werkgelegenheid (WP), instroom wp (IP) en mbo- baanopeningen (MO- O) WP WP IP IP MO- O MO- O 25 212 25 212 25 212 Reclame en communicatie 87. 81. 5.22 4.86 15 1215 Kunst en cultuur 69. 71.5 4.14 4.29 15 172 Grafische industrie 46.. 2.76 1.98 1656 1188 Uitgeverij 42. 6. 2.52 2.16 6 54 ilm, radio en tv 28. 25. 1.68 1.5 54 45 Video gamesindustrie 1.575. 26 45 15 Totaal 27.575 249.5 16.556 15.24 5.16 4.6 ron: WP van CS Statline, IP gem. 6%, gaming 15% Toelichting bij tabel 1 De werkgelegenheid wordt uitgedrukt in aantallen werkzame personen in 25 en 212 (meest recente cijfers CS). Deze werkgelegenheid wordt per branche vertaald naar een instroombehoefte voor werkzame personen (IP). Dit betreft alle beroepen en opleidingsniveaus. Vervolgens wordt dit cijfer vertaald naar baanopeningen specifiek voor mbo ers (MO-O). Om de arbeidsmarktkansen van schoolverlaters (beginnende beroepsbeoefenaren) te kunnen bepalen zouden deze laatste cijfers nog verder onderverdeeld moeten worden. ijvoorbeeld naar vraag naar ervaren arbeidskrachten en naar beginnende beroepsbeoefenaren.