JZVB 2015
windroos
Windrichting: de richting waar de wind vandaan komt! Hier dus: ZW
stuurrrrrrboord = rrrrechts windrichting stuurboord Lijzijde bakboord Loefzijde
windrichting Lijzijde bakboord stuurboord Loefzijde
Koersen
Koersen
Afvallen : van de wind weg draaien - roer (helmstok) naar je toe!
Afvallen roer (helmstok) naar je toe!
Oploeven : Naar de wind toe draaien roer (helmstok) van je af!
Oploeven : Naar de wind toe draaien roer (helmstok) van je af!
Gijpen
Overstag gaan : roer van je af!
Oploeven en afvallen
Eiland ronden
Opkruisen
Dwarspeiling
Aankomen hogerwal
platte knoop mast worp Knopen
achtknoop paalsteek Knopen
boot termen
1. mast 2. mastvoet 3. giek 4. bek 5. spriet 6. sprieteval 7. romp 8. zwaard 9. zwaardkast 10. roer 11. helmstok 12. neerhouder 13. schoot 14. zeil 15. zeillat 16. voorlijk 17. achterlijk 18. Optimist logo 19. boeg 20. landvast 21. hangband 22. registratie nummer 23. rand boot termen
Voorrangsregels zeilboot gaat voor spierkracht (roeiboot of kano) zeilboot gaat voor kleine motorboot (kleiner dan 20 meter) let op: een surfplank is ook een zeilboot! (heeft dus dezelfde regels en rechten als jij) voorrang:
Voorrangsregels Laser Pico, Optimist, Open Bic en Surfplank hebben voorrang op kano, jetski en kleine motorboot motor wijkt voor spier wijkt voor zeil
voorrang: grote schepen (meer dan 20 meter) hebben altijd voorrang!
voorrang: loef wijkt voor lij
voorrang: boot met zeil over stuurboord (SB-zeil) wijkt voor boot met zeil over bakboord (BB-zeil)
voorrang: boot met zeil over stuurboord wijkt voor boot met zeil over bakboord
voorrang: boot die stuurboordwal aan houdt heeft voorrang over boot met zeil over bakboord
Aanleggen hogerwal: opschieter
zeiltermen Bakboord Als je aan boord naar voren kijkt, de linkerkant van de boot. Het zeil kan over bakboord staan (de giek hangt aan de linkerkant over de rand van de boot). Stuurboord Als je naar voren kijkt op de boot, de rechterkant van de boot. Het zeil kan over stuurboord staan (de giek hangt aan de rechterkant over de rand van de boot). Hoge zijde De kant van de boot waar de wind vandaan komt. Lage zijde De lage kant van een boot is de kant waar de wind naar toe waait. Loefzijde De hoge kant, de kant waar de wind vandaan komt. Lijzijde De lage kant, de kant waar de wind naar toe waait.
zeiltermen Opkruisen Afwisselend over bakboord en stuurboord aan de wind varen om tegen de wind in vooruit te komen. Hogerwal De wal (kant) waar de wind vandaan waait. Makkelijk om van weg te varen, moeilijk om te bereiken (opkruisen!). Lagerwal De wal (kant) waar de wind naar toe waait. Aan lagerwal komen is niet zo gunstig: je komt er moeilijk vandaan. Killen van het zeil Het bewegen van het voorlijk van het zeil doordat er wind aan de achterkant van het zeil binnenkomt. Gebeurt bij overstag gaan of bij te hoog aan de wind varen. Voorlijk De voorkant van het zeil, bij de mast.
Oploeven (hoger varen) Naar de wind toe draaien (roer / helmstok van je af duwen). Afvallen (lager varen) Van de wind weg draaien (roer / helmstok naar je toe trekken). zeiltermen
In de wind De koers waarbij de wind bijna recht van voren komt. Het zeil klappert. Je hebt geen snelheid meer. Halve wind De koers waarbij de wind dwars op de boot staat. De snelste koers! De zeilen kunnen over bakboord of over stuurboord staan. Voor de wind De koers waarbij de wind bijna recht van achteren komt. Als je helemaal voor de wind vaart, maakt het niet uit aan welke kant het zeil staat. Verandert je koers in de richting van het zeil, krijg je een gijp. Aan de wind De koers waarbij de wind schuin op de kop van de boot staat. Het zeil staat bijna dichtgetrokken, de schoot staat strak, maar er is nog net bolling in het zeil. Met deze koers kun je overstag gaan, om zo zig-zag dichter bij een doel te komen. zeiltermen
Succes met jullie CWO examen einde