ComPas Het competentiepaspoort 1
Wat is het ComPas label? Zowel op school als daarbuiten nemen heel wat jongeren vrijwillig een sleutelrol op als monitor, peercoach, mentor, jeugdadviseur, tutor, Kortom, jongeren ondersteunen op zeer diverse manieren andere jongeren of kinderen. Verschillende organisaties richten trajecten en begeleiding in om kinderen en jongeren competent te maken in het vervullen van deze rol. Trajecten met verschillende accenten, maar steeds met de focus op het verwerven van enkele gemeenschappelijke competenties. Iedere organisatie die dergelijke trajecten aanbiedt komt in aanmerking om het ComPas-label te verkrijgen. Het verkrijgen van het ComPas-label gebeurt aan de hand van een vastgelegde procedure waarin een commissie (zie later) bepaalt of het traject aan de nodige vereisten voldoet. Op deze manier biedt het label ComPas een kwaliteitsgarantie, zorgt ze voor meer eenheid en wordt de bekendheid van de trajecten vergroot. De organisaties en scholen die het ComPas- label behalen, kunnen op hun beurt een ComPascertificaat aan jongeren uitreiken. Hierop staat een overzicht van hun behaalde competenties. Het kunnen aantonen van deze competenties aan de hand van een erkend certificaat versterkt de jongere dan weer. In deze bundel vindt u het reglement en alle bijlagen die u nodig hebt om het ComPas-label te bekomen. ComPas is een samenwerking tussen de stad Antwerpen (jeugddienst, het algemeen onderwijsbeleid), Stedelijk Onderwijs Antwerpen, RESOC Antwerpen, het Vredescentrum, VDAB, VIVO, Artesis Plantijn Hogeschool, In Petto, VVJ en Unizo. 3
Reglement Art. 1 Welke trajecten komen in aanmerking voor het ComPas - label? Scholen of organisaties op het grondgebied van de stad Antwerpen komen in aanmerking voor het label. De opleidingen en/of activiteiten moeten jongeren leren hoe ze andere kinderen of jongeren kunnen ondersteunen. De aard van deze ondersteuning is divers, maar steeds gericht op optimale ontwikkelingskansen voor de jongeren in kwestie. Art. 2 Criteria trajectinhoud Een traject dat het ComPas label krijgt, dient steeds te voldoen aan de onderstaande criteria: Vijf kerncompetenties Vertegenwoordigers uit het jeugdwerk, welzijnswerk, de arbeidsmarkt, secundair en hoger onderwijs in Antwerpen selecteerden vijf kerncompetenties die intensief aan bod komen in ieder traject. Daarnaast kan elke organisatie of school vrijblijvend extra competenties kiezen uit de competentiepool. Zo wordt het ComPas een label op maat van elke organisatie. Een school of organisatie kan het ComPas-label verkrijgen als zij aan de commissie kan aantonen dat het traject jongeren effectief kansen biedt om deze competenties te verwerven. In bijlage 2 vindt u een leidraad voor deze vijf kerncompetenties en in bijlage 3 vindt u een leidraad voor de mogelijke extra competenties. Bewustmaking van de jongere over zijn competenties Bewustmaking van de eigen competenties bij de deelnemers vormt een vast onderdeel van elk traject. Jongeren weten aan het einde van het traject wat ze kunnen, wat hun werkpunten zijn. Taal verwerven over zijn competenties Naast het verwerven en het bewust worden van competenties vormt ook het verwerven taal omtrent deze competenties een wezenlijk onderdeel van het traject. Jongeren zijn aan het einde van het traject in staat om hun sterkten en werkpunten over te brengen aan anderen. 4
Art. 3 Criteria traject- en beoordelingsaanpak Individuele trajectbegeleiding Elke deelnemer wordt begeleid en is actief betrokken bij zijn traject. Begeleiders bespreken het verloop van het traject, de criteria voor de beoordeling, het resultaat en het natraject met elke deelnemer. Het bevragen van jongeren één jaar na hun certificering via een beschikbare online evaluatietool maakt deel uit van dit natraject. Begeleiders en beoordelaars van het traject De opleidingsinstantie gaat onvoorwaardelijk akkoord met volgende bepalingen: Begeleiders en beoordelaars handelen op een objectieve, respectvolle en niet discriminerende wijze. Omwille van de betrouwbaarheid wordt elke deelnemer bij voorkeur opgevolgd door minstens twee beoordelaars/begeleiders. Begeleiders beschikken over minstens 1 jaar ervaring inzake het ontwikkelen van de vereiste competenties bij hun doelgroep of hebben voorafgaand aan de training een vorming doorlopen die gericht is op de ontwikkeling van de eigen deskundigheid hieromtrent. Beoordelaars beschikken over minstens 1 jaar ervaring inzake het beoordelen van competenties bij hun doelgroep of hebben voorafgaand een vorming doorlopen die gericht is op de ontwikkeling van de eigen deskundigheid hieromtrent. Voor alle begeleiders en beoordelaars is in samenspraak met hen een vormingsplan op maat opgesteld dat gericht is op de ontwikkeling van de eigen deskundigheid. Art. 3 Opstellen ComPas Zoals gesteld in artikel 2 dient een traject dat het ComPas-label wil behalen minstens de 5 kerncompetenties na te streven. Deze kerncompetenties dienen door de deelnemers te zijn verworven alvorens het ComPas kan worden uitgereikt. Organisaties hebben echter ook de mogelijkheid om bij het stellen van hun kandidatuur extra competenties te selecteren uit de competentiepool, op maat van hun traject. Het is bij het afronden van het traject aan de trajectbeoordeelaars en de jongeren om voor elke individuele jongere - te bepalen welke extra competenties effectief zijn verworven. Op deze manier wordt ComPas geïndividualiseerd op maat van elke jongere. 5
Art. 4 ACCREDITATIE Beoordeling van het traject door de onafhankelijke beoordelingscommissie Een onafhankelijke beoordelingscommissie, evenwichtig vertegenwoordigd door experts uit het jeugdwerk, onderwijs, welzijn en de arbeidsmarkt, beoordeelt of het traject voldoet aan voorgaande criteria. De procedure verloopt als volgt: 1. Aanmelding Geïnteresseerde scholen of organisaties melden zich aan op www.antwerpen. be/onderwijs of op www.antwerpen.be/jeugdwerk en worden uitgenodigd voor een oriënteringsgesprek. In dat gesprek bekijken we of het traject (reeds) in aanmerking komt overeenkomstig de bovenvermelde criteria. Trajecten die in aanmerking komen, kunnen starten met de beoordelingsprocedure. Met organisaties en scholen wier traject (nog) niet in aanmerking komt, wordt besproken of een voorbereidend traject mogelijk is. Eventueel komen zij in aanmerking voor een pre-accreditatie (zie punt 5). 2. Indienen De aanvragende instantie dient tegen de vooropgestelde data (zie bijlage 1) een online aanvraagformulier voor de beoordelingscommissie in te dienen. Aan de hand van deze bijlage verduidelijkt de organisatie volgende zaken: 1 De context en plaats van het traject binnen de organisatie 2 Doelstellingen van het traject en eventueel keuze van competenties uit de competentiepool 3 Inhoud en aanpak van zowel het traject als procedure van bewustwording van de competenties bij de jongeren 4 De ondertekende identificatiefiches van begeleiders en beoordelaar 5 Een overzicht van de deelnemers 6 Eventueel: aanpak opstellen geïndividualiseerd ComPas Indien gewenst zijn aanvullende documenten om de inhoud van bijlage 2 te verduidelijken steeds welkom. 3. Toelichting Een of enkele begeleiders lichten het traject mondeling toe aan de beoordelingscommissie. In deze toelichting geeft u aan hoe uw traject de competenties kwaliteitsvol ontwikkelt bij de deelnemers en op welke manier u 6
inzet op de bewustwording van en het communiceren over deze competenties bij de deelnemers. De beoordelingscommissie baseert zich bij de beoordeling op de leidraad kerncompetenties (zie bijlage). De organisatie kan deze hanteren als houvast bij uw toelichting. In de toelichting komen zeker volgende aspecten van het traject aan bod 1. Verwerven van competenties: De wijze, methoden, ervaringen die worden aangewend tijdens het traject waardoor de jongeren de kans krijgen om de vooropgestelde competenties te verwerven. 2. Bewustmaking: De wijze, methoden, ervaringen waarmee wordt gewerkt om de deelnemers bewust te maken van hun competenties. Op welke manier de begeleider elke deelnemer actief betrekt bij zijn/haar trajectbegeleiding. 3. Taalverwerving: De wijze, methoden, ervaringen waarmee de deelnemers worden begeleid om hen te leren praten en communiceren over zijn/haar competenties. 4. Individuele trajectbegeleiding: De expertise en bekwaamheden van de begeleiders en beoordelaars die aan de slag gaan met jongeren. Op welke manier de jongere centraal staat tijdens het traject (men vertrekt vanuit zijn/haar interesses en leefwereld). 5. Continuering: Optimaliseren van het traject op basis van structurele zelfevaluaties met deelnemers en begeleiders. opvolging van jongeren na hun traject (waaronder online enquête 1 jaar na certificering). inbedding van het traject in het beleid van de organisatie. 4. bezoek aan de organisatie: Na de toelichting wordt een afspraak met de beoordelingscommissie gemaakt voor hun bezoek aan de organisatie of school. Met dit bezoek wil (een vertegenwoordiging van) de commissie zicht krijgen op het concrete verloop van het traject in kwestie. Vragen en/of bedenkingen van de beoordelingscommissie bij de toelichting worden vóór dit bezoek teruggekoppeld zodat deze aan bod kunnen komen tijdens het bezoek. Tijdens het bezoek gaat de beoordelingscommissie met zowel begeleiders/beoordelaars als deelnemers in gesprek over het traject, de beoordeling en de verworven competenties. 7
De commissie beslist hierna over de uitkomst en brengt de aanvrager op de hoogte van de beslissing. 5. verkrijgen van het ComPas-label De trajecten die positief geëvalueerd worden door de beoordelingscommissie, krijgen de mogelijkheid om jongeren te certificeren met een ComPas na het positief doorlopen van een traject. Trajecten die nog niet of onvolledig in voege zijn en waar de beoordelingsprocedure dus niet volledig door kan gaan, komen in aanmerking voor een preaccreditatie. Hierbij reikt de commissie tips aan om de traject te versterken. Wanneer de accreditatieprocedure is vervolledigd, spreekt de commissie zich uit over de mogelijkheid om definitief te accrediteren. 6. opvolging Scholen en organisaties die het ComPas-label hebben verworven, zijn bereid zich driejaarlijks te onderwerpen aan een bezoek van de onafhankelijke beoordelingscommissie. Dit om te evalueren of de opleidingsinstantie haar begeleidings- en beoordelingsopdracht kwaliteitsvol opneemt. Trajecten die negatief geëvalueerd worden door de beoordelingscommissie krijgen de kans om hun werking te verantwoorden bij de commissie en indien nodig bij te stellen tegen een volgende beoordelingsronde. Trajecten die als onvoldoende beoordeeld worden, hebben niet het recht om het ComPas-label uit te reiken aan deelnemers. Jongeren worden één jaar na hun cerificering bevraagd via een online evaluatietool. Dit maakt deel uit van hun natraject. 8
Bijlage 1 Timing schooljaar 2013-2014 Aanmelding Oriënteringsgesprek Beoordeling meld je aan via www.antwerpen.be/onderwijs of www.antwerpen.be/jeugdwerk 15/11/2013 tot 15/02/2014 Op afspraak STAP 1: Indienen van: trajectfiche (bijlage 4) overzicht deelnemers en resultaten (bijlage 5) identificatiefiche(s) begeleiding (bijlage 6) 12/03/2014 STAP 2: mondelinge toelichting door begeleiders 24/03/2014 of 26/03/2014 STAP 3: de beoordelingscommissie communiceert eventuele vragen en/of bedenkingen op basis van stap 1 & 2 naar uw organisatie/school 03/2014 STAP 4: bezoek van de beoordelingscommissie aan de opleidingsinstantie en gesprek met enkele deelnemers 21-25/04/2014 STAP 5: Communicatie (verslag & beslissing van de commissie, opleidingen op de website) en 7/5/2014 uitreiking van het ComPas-label Opvolging opleidingen met het ComPas-label: opvolging van (eventueel) geformuleerde werkpunten en driejaarlijks bezoek door de onafhankelijke beoordelingscommissie! ComPas- trajecten gecertificeerd in 2012 (toen nog Jeugdwegwijzer) dienen een stand van zaken in mbt de geformuleerde adviezen bij de certificering + eventuele trajectwijzigingen tegen 12/03/2014. Niet gecertificeerde trajecten: uitnodiging voor verantwoording en/of 2e beoordelingsronde 10
Bijlage 2 Leidraad kerncompetenties 1 Kunnen samenwerken Je werkt samen met anderen en probeert samen resultaten te bereiken, ook als je er geen direct voordeel bij hebt, bijvoorbeeld in een team of in een organisatie. 1. Je zegt wat je goed kan en wat je graag wil doen. 2. Je houdt rekening met wat de anderen goed kunnen en graag doen. 3. Je sluit compromissen waar nodig. 4. Je bent verdraagzaam (respectvol in de dagelijkse omgang met collega s, niet roddelen, werkt samen zonder conflicten te bevorderen) 5. Je doet wat is afgesproken. 6. Je geeft tips of helpt anderen bij hun werk. 7. Je vraagt tips of hulp aan anderen bij je werk 8. Je drukt je waardering uit tegenover anderen. 2 Contactvaardig zijn Je kan goed luisteren en je kan je verstaanbaar maken. Je legt vlot contact en onderhoudt goede relaties met anderen, ook in moeilijke situaties. 1. Je praat vlot/graag met andere mensen, ook als ze anders zijn dan jezelf (bijv. andere opvatting of achtergrond). 2. Je zet de eerste stap om iemand nieuw te leren kennen. 3. Je stelt andere mensen op hun gemak. 4. Je blijft contact houden indien nodig (ook in moeilijke situaties of bij conflicten). 5. Je zorgt ervoor dat ruzies op een goede manier uitgepraat worden. 6. Je begrijpt wat iemand je zegt en weet zo wat je moet doen. 7. Je vertelt je mening en ideeën op zo n manier dat anderen je begrijpen. 11
Bijlage 2 Leidraad kerncompetenties 3 Inlevingsvermogen/empathie bezitten Je houdt rekening met anderen hun gevoelens of situatie en gaat hier op een voorzichtige en goede manier mee om. 1. Je begrijpt/ aanvaardt dat mensen een andere mening hebben of andere dingen belangrijk vinden. 2. Je toont respect voor de mening van anderen. 3. Je toont respect voor de gevoelens van anderen. 4. Je zorgt ervoor dat je anderen niet beledigt of kwetst. 5. Je houdt rekening met de mening, gevoelens en de situatie van anderen. 4 Zelfreflectie Je kan/durft jezelf in vraag te stellen en na te denken over je goede en minder goede kanten. 1. Je durft naar jezelf kijken. 2. Je kan je eigen functioneren beoordelen. 3. Je weet wat je sterke kanten zijn. 4. Je weet wat je zwakke punten zijn. 5. Je kan zeggen waar je grenzen liggen en maakt dit tijdig kenbaar. 6. Je denkt na over de gevolgen van wat je doet. 12
Bijlage 2 Leidraad kerncompetenties 5 Omgaan met feedback Je laat je gedrag door de positieve en negatieve bedenkingen van anderen inspireren en probeert dit op basis van complimenten en/of kritiek ook te doen voor anderen. 1. Je luistert aandachtig naar de kritiek of complimenten die je krijgt. 2. Je probeert de feedback te begrijpen. Als iets niet duidelijk is, vraag je meer uitleg. 3. Je toont respect voor degene die feedback geeft. 4. Je wil leren uit feedback. 5. Je bent kritisch en kan op die manier zowel iemands positieve als negatieve kanten benoemen. 6. Je spreekt over gedrag dat de andere ook echt kan veranderen. 7. Je kan feedback relativeren. 8. Je geeft complimenten of kritiek op een gepast moment. 9. Je denkt samen met de andere na over een oplossing.
Bijlage 3 Leidraad competentiepool 1 Initiatief nemen Je ziet kansen en stelt uit eigen beweging acties voor. 1. Je brengt ideeën naar voor en kan deze onderbouwen. 2. Je durft nieuwe/andere plannen voor te stellen. 3. Je neemt spontaan een aantal taken op. 4. Je maakt verbeterende suggesties. 5. Je zet je net iets meer in dan strikt noodzakelijk. 2 Organisatiebetrokkenheid Je draagt op een positieve manier bij aan de organisatie. 1. Je bent (klant)vriendelijk. 2. Je bent loyaal aan je organisatie en haar beslissingen. 3. Je praat in positieve woorden over je organisatie. 4. Je zet je ten volle in voor je organisatie. 5. Je hebt kennis over waar je mee bezig bent. 6. Je denkt mee na over hoe de organisatie mogelijk beter kan werken. 7. Je verzorgt ook de details bij het uitvoeren van taken en instructies en bewaakt op die manier de kwaliteit van je werk. 15
Bijlage 3 Leidraad competentiepool 3 Zelfstandigheid Je brengt je toebedeelde taken/activiteiten tot een goed einde met een minimum aan ondersteuning. 1. Je organiseert en plant taken zelf. 2. Je stelt de juiste prioriteiten, rekening houdend met tijd, plaats, praktische gevolgen voor jezelf of anderen, 3. Je bewaart en bewaakt het overzicht. 4. Je kan en durft aangeven wanneer je hulp nodig hebt. 5. Je respecteert deadlines 4 Omgaan met verandering Je gaat op gepast wijze om - met respect voor elkaar en eigen welzijn - met veranderingen. 1. Je neemt andere taken op als dit nodig is. 2. Je gaat flexibel om met allerlei veranderingen (zoals roosters die worden aangepast, locaties die wijzigen, opdrachten die wijzigen, je kan uit je rol stappen, ) 3. Je durft je grenzen te verleggen. 4. Je blijft in een veranderlijke omgeving trouw aan jezelf. 5 Doorzetten Je volhardt wanneer je aan iets begonnen bent. Je blijft kalm en brengt je opdracht tot een goed einde, ook al is het erg druk of kom je tegenslagen tegen. 16 1. Je kan omgaan met moeilijke situaties. 2. Je kan op het juiste moment hulp zoeken. 3. Je blijft kalm en positief. 4. Je levert kwalitatief werk af. 5. Je houdt stress onder controle. 6. Je stuurt bij wanneer nodig.
Bijlage 3 Leidraad competentiepool 6 Verantwoordelijkheidszin Je getuigt van de nodige zelfdiscipline om de sociale- en organisatiespecifieke regels en afspraken na te leven. 1. Je behandelt vertrouwelijke gegevens met tact. 2. Je hebt een (volwassen) werkhouding. 3. Je bent stipt. 4. Je probeert je eigen gemaakte fouten zoveel mogelijk te beperken en te herstellen. 5. Je leeft de afspraken van de organisatie na. 6. Je bent eerlijk. 7. Je bent betrouwbaar. 7 Leergierigheid Je hebt de capaciteiten en de motivatie om bij te leren. 1. Je bent nieuwsgierig en hebt interesse om bij te leren. 2. Je gaat op zoek naar nieuwe methodes of technieken om taken uit te voeren. 3. Je verbetert je eigen functioneren door informatie op te nemen en deze efficiënt te verwerken. 4. Je past het nieuw geleerde toe. 8 Omgaan met diversiteit Je gaat op een respectvolle manier om met de verschillen tussen mensen (alle verschillen en overeenkomsten op het vlak van geslacht, afkomst, leeftijd, handicap, geaardheid, overtuigingen, socio-economische situatie,...) 1. Je hebt interesse in de eigenheid van anderen. 2. Je toont belangstelling in de verscheidenheid van anderen. 3. Je begrijpt/aanvaardt dat anderen anders zijn. 4. Je toont respect voor het anders zijn van anderen. 17
Bijlage X Titel bijlage Naam: functie in de organisatie: functie in het traject: Ervaring en/of opleiding(en) met betrekking tot het traject/jongeren een opleiding geven en hen bewust maken van hun competenties: (zie Artikel 4 in het reglement) Aan welke vorming heb je zelf nog nood om het traject goed te kunnen begeleiden? (zie Artikel 4 in het reglement) Ik ben op de hoogte van en ga onvoorwaardelijk akkoord met de procedure en kwaliteitscriteria voor het ComPas-label zoals vermeld in het reglement: Handtekening: VU: Maarten Caestecker - Grote Markt 1-2000 Antwerpen 18
Bijlage X Titel bijlage 19
20 Bijlage X Titel bijlage
www.antwerpen.be/jeugdwerk www.antwerpen.be/onderwijs 03 338 62 00