Programma Educatie Regio Utrecht Midden

Vergelijkbare documenten
Programma Educatie Regio Utrecht Midden

Programma Educatie Regio Utrecht Midden

Gemeenteraad Zeist. Ontv. Griffie RIB Geachte raadsleden,

Convenant Educatie van de Arbeidsmarktregio Utrecht-Midden kenmerk

Regionaal Programma volwassenen Educatie 2018

Regionaal Programma Volwassenen Educatie 2017

[Typ hier] Regionaal Programma volwassenen Educatie 2019

Advies aan burgemeester: Zijn volmacht te verlenen aan wethouder J.I.M. Duindam voor het ondertekenen van het convenant namens de gemeente Woerden.

Stand van zaken uitvoering regionaal Educatieplan en budget volwassenen educatie 2017

WEB Regionaal Programma Volwassenen Educatie

Nota van B&W. onderwerp Volwasseneneducatie en ontwikkeling Taaihuis. Portefeuilehouder John Nederstigt

Speerpuntennotitie aanpak laaggeletterdheid

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA), Maastricht University

WIJ BEGRIJPEN ELKAAR!

Oplegvel Collegebesluit

Wet taaleis Participatiewet

Alleen ter besluitvorming door het College Bestuursagenda

Voor informatie en aanmeldingen kan er contact worden opgenomen de Taalhuiscoördinator(en) van het Alfa-college.

Deze afspraken zijn concreet uitgewerkt in het uitvoeringsplan aanpak laaggeletterdheid

Een dekkend taalnetwerk in Utrecht TIP en TOP. Congres Taal voor het Leven 30 oktober 2013

Inhoud educatie-opleidingen, toetsing en certificering

JAARVERSLAG VAN HET BESTUUR 2015

Collegevoorstel SAMEN LEVEN EN WERKEN. zaak_zaaknummer. Ja, namelijk uitgesteld (één week) Stad van actieve mensen. Samen leven en Werken

Volwasseneneducatie en bestrijding laaggeletterdheid in Holland Rijnland

Hoe vind je laaggeletterde bijstandsgerechtigden? Hannah Oostendorp (gemeente Elburg) & Anna van den Boogaard (L&S)

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN. Datum. 8 november Onderwerp. Ons kenmerk. Taaleis BSW/ RIS294999

Regionaal programma volwasseneneducatie 2015

Collegevoorstel. Zaaknummer Taalakkoord aanpak laaggeletterdheid Midden-Brabant

Zie voor volledige tekst Staatscourant: ministeriële regeling met de standaarden en eindtermen voor de opleiding digitale vaardigheden

Informatie voor doorverwijzers Aanbod taalcoaching

Subsidieregeling non-formele volwasseneneducatie en lokale projecten volwasseneneducatie Stedendriehoek en Noord Veluwe 2019.

Opdrachtverstrekking volwasseneneducatie

A: Wettelijke eisen en stappenplan Wet Taaleis

Subsidieregeling taal, rekenen en digitale vaardigheden Rotterdam Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

Regioplan inzet WEB middelen 2015 Een taalinfrastructuur met regionale partners en geschoolde vrijwilligers.

tieve En Ect Educa traj

Routeformulier college en raad

In deze memo informeren wij u over het taalonderwijs in Veenendaal en de afhandeling van uw moties.

Samenwerkingsovereenkomst. Samenwerkingsovereenkomst Volwasseneneducatie Arbeidsmarktregio FoodValley

Informatie voor doorverwijzers Aanbod taalcoaching

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst!

Burgemeester en wethouders van gemeente Amersfoort, gelezen de nota (...) d.d. (...) nr. (...);

Subsidieaanvraag Taalhuis Netwerkaanpak tegen laaggeletterdheid

Projectplan. Aanpak laaggeletterdheid bij patienten en/of medewerkers. [Naam organisatie] [auteur] [datum] Werken aan taal heeft veel voordelen

Taal en Werk. Hetty Wiersema Adviseur werk. Maria Sabel Taal voor het Leven. Lia Eekhout Taalhuis Kennemerwaard

Projectplan Taalhuizen in de regio Holland Rijnland

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio.

Het non-formele bibliotheekaanbod voor volwassenen

Blijven is meedoen in Houten

adres» Spoorlaan 444 «5038 CH Tilburg post «Postbus DB Tilburg tel «

REGIOCONVENANT Uitstroom Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen

Taalhuis: rollen en taken

Cursussen voor volwassenen

Transcriptie:

Programma Educatie 2018-2019 (bestrijding laaggeletterdheid) Regio Utrecht Midden Taal: de basis om Mee te doen Kenmerk 4947844

Taal: de basis om mee te doen Dit document omvat het globale programma voor de aanpak van laaggeletterdheid in de regio Utrecht- Midden in de jaren 2018 en 2019. Tevens wordt op verschillende onderdelen kort teruggeblikt op de ontwikkelingen die zich de afgelopen jaren, sinds de regionale samenwerking vanaf 2015 hebben voorgedaan. De aanleiding voor deze regionale programmering is de voortzetting van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web), die op 1 januari 2015 van kracht is geworden. De gewijzigde Web schrijft voor dat de gemeenten die samenwerken in een arbeidsmarktregio een gezamenlijk plan opstellen voor de besteding van het budget volwasseneneducatie en de bestrijding van laaggeletterdheid. Het ministerie van OCW heeft besloten om de werkingsduur van de regelgeving, die zou worden beëindigd op 31-12-2017, voor onbepaalde tijd te verlengen. Daarnaast biedt de wet vanaf 2018 de ruimte om een aanbod van digitale vaardigheden in de bekostiging onder te brengen. Enkele regiogemeenten maken daarvan gebruik en zeten een deel van het Web-budget in voor digitale vaardigheid. Achtereenvolgens komen in dit document aan de orde: 1. Het wettelijk kader blz. 2 2. Het doel van het programma blz. 3 3. De uitvoering blz. 5 4. De regionale samenwerking blz. 6 5. De financiering blz. 7 6. Regionale uitgangspunten en uitdagingen blz. 8 7. De regionale opdracht formeel aanbod blz. 10 8. Aanvullend aanbod blz. 13 9. Samenvattend overzicht blz. 17 Bijlage: Niveaus Taal en digitale vaardigheden en Begrippen 1. Het wettelijk kader De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) heeft betrekking op taal- en rekenonderwijs voor volwassenen. De wet biedt gemeenten meer vrijheid in de uitvoering dan voor 2015. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om naast zogenoemd formeel aanbod (cursussen die opleiden voor een officieel certificaat of diploma) ook non-formele activiteiten te bekostigen. Bijvoorbeeld begeleiding door vrijwilligers of ondersteuning bij e-learning. Vanaf 2018 kan eveneens aanbod op het terrein van digitale vaardigheden uit het Web-budget worden bekostigd. De Web legt gemeenten regionale samenwerking op bij de aanpak van laaggeletterdheid. In ons geval gaat het om de arbeidsmarktregio Utrecht Midden, die bestaat uit 15 gemeenten met Utrecht als contactgemeente. (Zie verder paragraaf 4 over regionale samenwerking). In onze regio is de afgelopen jaren de rol van ROC Midden-Nederland afgebouwd. Er is dus geen sprake meer van gedwongen winkelnering in dit dossier. 2

De opdracht voor formeel diplomagericht aanbod is in 2015 verstrekt aan NLeducatie. Vanaf 2015 is het aanbod van het project Taal+ (NLeducatie) gegroeid, terwijl het aanbod van ROC MN is afgebouwd. Voor de periode vanaf 2019 zal in 2018 een nieuwe aanbestedingsprocedure doorlopen worden. De Web was in 2014 aangepast voor een periode van 3 jaar, van 2015 t/m 2017. Mede op basis van een landelijke evaluatie heeft het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen besloten tot handhaving van de wet en het geoormerkt budget, vooralsnog voor onbepaalde tijd. Voor de uitvoering van de Web is een regionaal budget beschikbaar in de vorm van een specifieke uitkering. Voor onze regio is dit in 2018 en 2019 een budget van ca 2,67 miljoen. Dit bedrag is circa 30.000,- hoger dan in 2017. De stad Utrecht gaat er nog wel 25.000,- op achteruit t.o.v. 2017. Dit is het gevolg van een nieuw objectief verdeelmodel dat het ministerie heeft ontwikkeld. In paragraaf 5 vindt u een meerjarenoverzicht. Gemeenten mogen maximaal 25 procent van de uitkering meenemen naar een volgend boekjaar. In paragraaf 6 formuleren we een aantal uitdagingen waar we in regionaal verband in 2015 richting aan hebben gegeven en de komende jaren nadere uitwerking vragen. De paragrafen 7 en 8 bieden een uitwerking van de opdrachten formele educatie en de invulling van het overige aanbod, op het niveau van de vijf subregio s. We sluiten in paragraaf 9 af met een samenvattend overzicht. 2. Het doel van het programma De Wet educatie en beroepsonderwijs streeft naar een verbetering van taal- en rekenvaardigheid van volwassenen die deze vaardigheden onvoldoende beheersen. Vanaf 2018 zijn daar digitale vaardigheden aan toegevoegd, echter zonder extra budget. Het accent leggen wij daarbij op taal en de aanpak van analfabetisme en laaggeletterdheid. Want een goede beheersing van de Nederlandse taal is een basisvoorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving. Wie Nederlands kan spreken en schrijven, kan zich beter redden in werk, in de opvoeding en in sociale of formele contacten. Dit sluit ook aan bij de vraag van burgers. Doel van dit programma is zoveel mogelijk inwoners, die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen, de kans te bieden hun taalniveau te verbeteren. Op het gebied van taalbeheersing onderscheiden we verschillende niveaus 1 : het niveau onder 1F; (analfabeet of anderstalig), niveau 1F (taalbeheersing op het niveau van groep 8 basisschool) en 2F (taalbeheersing op het eindniveau van MBO-2). Uitgaande van het landelijk percentage van circa 10% laaggeletterde volwassenen (taalbeheersing onder niveau 2F), gaat het om een doelgroep van circa 80.000 inwoners in de regio Utrecht Midden, waarvan circa 30.000 in de gemeente Utrecht. In dit programma wordt aangegeven welke activiteiten in de regio zullen worden bekostigd uit de rijksbijdrage. 1 Voor een uitgebreidere beschrijving van begrippen en taalniveaus verwijzen wij naar de bijlage 3

Het ideaal is dat iedereen die in Nederland woont niveau 2F bereikt. Maar dat is geen realistische verwachting. De groep laaggeletterden kent een grote verscheidenheid in leeftijd, leefsituatie (werk, uitkering), herkomst (autochtoon, migrant), wettelijke status (wel- of niet inburgeringsplichtig), opleidingsniveau, leervermogen en leerwensen. De vraag is daardoor zeer divers. Sommigen willen meerdere jaren onderwijs volgen om de taal goed onder de knie te krijgen. Anderen willen liever een kort traject om een klein stapje verder te komen. Sommigen gaan graag naar school, anderen krijgen liever begeleiding van een taalmaatje of verbeteren hun taalvaardigheid thuis via digitale modules. In het aanbod van activiteiten willen we recht doen aan deze diversiteit, omdat we verwachten dat dat het meeste effect oplevert. Voor de goede orde benadrukken wij dat dit programma niet bedoeld is voor mensen die verplicht moeten inburgeren. Hun opleiding mag niet worden bekostigd uit de Web-middelen. Als gevolg van de wet inburgering zullen zij zelf de kosten voor een inburgeringstraject moeten betalen. Zij kunnen daarvoor een lening bij DUO afsluiten. Voor de specifieke groep Statushouders daarbinnen heeft de nieuwe regering een nieuwe aanpak aangekondigd. Deze aanpak zal waarschijnlijk in 2018 nader zijn uitgewerkt. 4

3. De uitvoering van het programma De wet biedt, zoals eerder gezegd, de mogelijkheid voor een gevarieerd aanbod. Zowel formeel aanbod als non-formeel aanbod komen in aanmerking voor bekostiging. Bij het eerste gaat het om cursussen die resulteren in een certificaat of diploma, met door het ministerie bepaalde kwaliteitseisen. Nonformeel aanbod is niet per definitie gericht op het behalen van diploma of certificaat, maar is ook niet vrijblijvend. Het moet wel degelijk resulteren in betere taalbeheersing. Uitgangspunt in de uitvoering is dat we het aanbod van taalactiviteiten laagdrempelig en waar mogelijk dichtbij huis willen leveren. Individuele gemeenten kennen hun inwoners en kunnen het beste bepalen welk aanbod voorziet in de behoeften. Daarom bouwen we het aanbod op vanuit de 15 gemeenten en de vijf subregio s die we binnen de regio Utrecht-Midden onderscheiden. In de uitvoering kunnen verschillende aanbieders en Taalhuizen een rol spelen. Taal+ als uitvoerder formeel regionaal aanbod Een aanbestedingsprocedure heeft medio 2015 geleid tot een gunning van de opdracht (tot maximaal 2019) aan NLeducatie, dat in de hele regio het project Taal+ uitvoert. In paragraaf 7 leest u hier meer over. In 2018 zal een procedure worden doorlopen om het regionale formele aanbod vanaf 2019 aan te besteden. Lokale invulling Ook andere partijen bieden taalonderwijs en taaltraining aan. Zo biedt Prago (Praktisch Gericht Onderwijs) vaardigheidstraining aan mensen met een licht verstandelijke of een leerbeperking. De Volksuniversiteit biedt modules aan, die migranten met minimaal middelbare vooropleiding voorbereidt op het behalen van het staatsexamen NT2. Het ROC MN biedt, aanvullend op een reguliere MBO-opleiding, een geïntegreerd taaltraject aan voor b.v. ex-leerlingen van de Schakelklas. Bovenstaande activiteiten worden niet altijd uit het WEB-budget gefinancierd, maar kunnen ook uit het participatiebudget of andere gemeentelijke financiering worden bekostigd. Dat is een kwestie van lokale keuzen, daarom verschilt dit aanbod per gemeente. Allerlei andere organisaties bieden eveneens taaltrainingen, vooral in de non-formele sfeer. Het gaat o.a. om bibliotheken, welzijnsinstellingen en organisaties die vluchtelingen ondersteunen. Veelal werken zij met vrijwilligers die als taalmaatje fungeren of kleine groepen begeleiden. De laatste jaren is gestreefd naar onderlinge samenwerking en goede lokale toegankelijkheid, in de vorm van een Taalhuis of Taalpunt. In paragraaf 8 leest u meer over de stand van zaken per subregio. 5

4. De regionale samenwerking De regio Utrecht-Midden telt 15 gemeenten, waarvan er 13 deel uitmaken van drie subregio s, te weten: Subregio Utrecht-Zuidoost o Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, Zeist Subregio Lekstroom o Houten, Lopik, Nieuwegein, Vianen, IJsselstein Subregio Groene Hart van Utrecht o Montfoort, Oudewater, Woerden Stichtse Vecht Utrecht Utrecht is de door het Rijk aangewezen contactgemeente voor de regio Utrecht-Midden. Zeist, Nieuwegein en Woerden zijn de vertegenwoordigers van drie subregio s. Utrecht maakt vanwege zijn omvang geen deel uit van een subregio. Stichtse Vecht is eveneens een zelfstandige subregio in de arbeidsmarktregio. Voor de verankering van deze samenwerking is een bestuurlijk convenant afgesloten, dat is verlengd voor de komende planperiode. Als contactgemeente heeft Utrecht de volgende (wettelijke) taken: Het opstellen van een regionaal programma in overleg met de andere gemeenten in de regio; het vervullen van de rol van opdrachtgever van ROC Midden-Nederland, Taal+ en voor andere aanbieders die op regionale schaal, voor meerdere subregio s activiteiten aanbieden; de verdeling van de (resterende) rijksbijdrage aan de gemeenten dan wel de contactgemeenten van de subregio s ten behoeve van lokale initiatieven; het verantwoorden van de uitgaven aan het ministerie voor zowel de regionale opdrachten (waarvoor Utrecht opdrachtgever is) als de opdrachten die door individuele gemeenten en subregio s worden verstrekt; het ontwikkelen van een kwaliteitswaarborg en een systematiek voor monitoring. Alle gemeenten in de regio hebben de volgende verantwoordelijkheden: Zorgen voor inzicht in de vraag naar taalonderwijs onder hun bewoners; het inbrengen van deze vraag in het overleg over het regionaal programma; het aantrekken van aanbieders voor subregionaal en lokaal aanbod door middel van contractering of subsidiëring; het leveren van verantwoordingsinformatie die de contactgemeente nodig heeft voor de verantwoording aan het ministerie; bepalen of zij al dan niet een eigen financiële bijdrage van deelnemers vragen. De afstemming over de regionale samenwerking vindt plaats op ambtelijk niveau in het regionaal overleg educatie. Vertegenwoordigers van de vijf subregio s (één per subregio) komen tenminste eenmaal per kwartaal bij elkaar om de uitvoering te bewaken, afspraken te maken over monitoring en 6

verantwoording en bestuurlijke besluitvorming voor te bereiden. In 2018 zal daarnaast een gezamenlijke aanbestedingstraject worden doorlopen. 5. De financiering Financieel uitgangspunt is de specifieke uitkering van het Rijk, die in 2016 bijna 2,67 miljoen bedraagt. Dit budget is de optelsom van budgetten die door het Rijk zijn toegerekend aan de 15 gemeenten in de regio. Bij de verdeling van het regionaal budget gaan we uit van deze budgetten per gemeente. Iedere subregio heeft, zou je kunnen zeggen, een trekkingsrecht op haar aandeel in het totale regionale budget. Van het jaarlijkse budget mag maximaal 25 procent worden meegenomen naar een volgend jaar. Onderstaande tabel bevat de Web-budgetten per subregio. Subregio Budget 2015 Budget 2017 Budget 2018 (afgerond) Utrecht-Zuidoost 427.000 427.884 466.323 Lekstroom 431.000 449.418 502.945 Groene Hart van Utrecht 130.500 140.832 156.771 Stichtse Vecht 150.200 150.020 159.960 Utrecht 1.615.000 1.409.518 1.383.074 Totaal Utrecht-Midden 2.753.700 2.577.672 2.669.073 De budgetwijzigingen zijn het gevolg van een nieuw objectief verdeelmodel. In de laatste kolom is een voorlopige raming opgenomen. Daarnaast vindt een verrekening plaats van een eventueel overschot of tekort vanuit 2017. Jaarlijks worden de budgetten definitief vastgesteld, op basis van actuele gegevens. Daarom is niet zeker hoe de budgetten zich de komende jaren ontwikkelen. 7

6. Regionale uitgangspunten en uitdagingen Wij onderschrijven de achterliggende gedachte van het wetsontwerp: gemeenten zijn het best zelf in staat om afwegingen te maken om lokaal een zo passend mogelijk aanbod te realiseren, op basis van de behoefte van inwoners. Zij zijn tevens het best in staat om aansluiting te zoeken bij de bestaande lokale infrastructuur en de lokaal geldende afspraken en werkwijzen. Daarom zijn in dit regionale plan, naast de geldende wettelijke voorwaarden, geen regionaal geldende prioriteiten of eisen opgenomen. Voor de regio geldt als gezamenlijk uitgangspunt dat wij Taal zien als basis om Mee te kunnen doen in de samenleving. Het beheersen van basisvaardigheden en vooral taalvaardigheid bevordert maatschappelijke en arbeidsmatige zelfredzaamheid en voorkomt onnodige problemen en isolement. We zien voor de komende jaren een aantal inhoudelijke uitdagingen: 1. Wij willen zoveel mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden en motivatie van burgers. Er is een grote verscheidenheid in leeftijd, leervermogen en leerdoelen. Waar mogelijk willen we de kansen die de wet biedt, benutten om zoveel mogelijk passend aanbod te realiseren. Door inzet van professionals én van vrijwilligers, met een goede balans tussen continuïteit, vernieuwing en flexibiliteit. 2. Een Taalhuis of een Taalpunt kan zorgen voor een goede toegang, zodat inwoners met een taalvraag terecht komen bij het voor hén passende aanbod. De doorontwikkeling van deze Taal-ingang blijft punt van aandacht de komende jaren. 3. Omdat de overeenkomst met NLeducatie afloopt in 2018, zal in dat jaar een aanbestedings-- procedure doorlopen worden om zorg te dragen voor formeel aanbod. 4. We hebben de afgelopen jaren voor de uitdaging gestaan om te komen tot de juiste balans tussen formeel en non-formeel aanbod. Dit heeft onder andere vorm gekregen door inzet van taalvrijwilligers in en om de lesgroepen van ROC MN en Taal+. Daarnaast is training van taalvrijwilligers (in en buiten het Taalhuis) regionaal vorm gegeven. Materialen van onder andere de Stichting Lezen & Schrijven, zijn digitaal beschikbaar voor de taalvrijwilligers. 5. De invoering van de Taaleis in de Participatiewet in 2016, waarbij bijstandsgerechtigden met een NT2-achtergrond dienen te functioneren op een niveau van 1F, heeft slechts ten dele geleid tot een grotere vraag naar taalaanbod. In het nieuwe regeerakkoord zijn nieuwe beleidslijnen geformuleerd. In afstemming met de afdelingen Werk en Inkomen of betrokken sociale diensten zal worden gewaakt voor een zorgvuldige werkwijze. Daarbij is een van de overwegingen of taalvrijwilligers kunnen worden belast met deelnemers die zich verplicht aanmelden. 6. De toevoeging van digitale vaardigheden aan het mogelijke aanbod vanuit de Web, zonder toegevoegd budget, vraagt om nieuwe keuzen. Deze ontwikkeling kan mogelijk wel een impuls geven aan een andere uitdaging: 7. Het bereik van Nederlandstalige laaggeletterden blijkt in het hele land een uitdaging. In enkele landelijk gesubsidieerde projecten staat deze uitdaging centraal. In Utrecht Midden wordt een pilot uitgevoerd door Lost Lemon in dit kader : Laaggeletterden in beeld. Daarnaast is in diverse projecten al gebleken dat via de digitale invalshoek eenvoudiger Nederlandstalige laaggeletterden worden bereikt, dan via het taalaanbod. 8

8. De verdere implementatie van de Taalmodule; zodat we meer zicht krijgen op de bereikte doelgroepen, hun leerwensen en de resultaten die worden geboekt. Bovendien kan via de Taalmodule een meer gestructureerde doorverwijzing van potentiële deelnemers worden ingericht. 9

7. De regionale opdracht formeel aanbod Als contactgemeente verstrekt Utrecht de regionale opdrachten voor het formele aanbod. Vanaf januari 2018 is Taal+ de enige aanbieder van formele educatie. Deze opdracht is verstrekt tot 2019. Een van de voorwaarden bij de opdracht is dat er in en om iedere lesgroep twee taalvrijwilligers actief zullen zijn. Voor werving, training en begeleiding van deze vrijwilligers heeft Taal+ afspraken gemaakt met Taal doet meer en Prago. Hieronder zijn de gewenste activiteiten in het kader van formeel aanbod per subregio opgesomd. A. Subregio Utrecht-Zuidoost In de subregio wordt ervoor gekozen om circa 284.000,- van de rijksbijdrage ( 466.323,-) te besteden aan formeel aanbod. Het ROC bouwt in 2017 helemaal af en draagt 4 groepen over aan Taal+. Taal+ vindt steeds beter haar weg in de regio Zuidoost en heeft goed contact met de lokale Taalhuizen/punten. Op de planning staat ook een locatie in Wijk bij Duurstede en uitbreiding in Zeist. Prioriteit wordt gegeven aan burgers met een bijstandsuitkering. Daarnaast krijgen burgers die bij Bureau Schuld Regeling een traject doorlopen, voorrang bij de rekencursus bij Taal+, die in overleg met het Nibud is vormgegeven. Het informele aanbod krijgt steeds meer bekendheid en inwoners weten hun weg naar de Taalhuizen/punten steeds beter te vinden. Daarnaast investeert de regio specifiek in laaggeletterde NT1 ers door op maat passende trajecten aan te bieden. Globaal gepland formeel aanbod aantal groepen max. deelnemers globaal budget Taal+ Taalvaardigheden 11 132 275.000 Rekenvaardigheden 3 (relatief kort) 36 9.000 Totaal 14 168 284.000 B. Subregio Lekstroom In deze subregio wordt er voor gekozen om het grootste gedeelte van de rijksbijdrage ( 476.309) te besteden aan formeel aanbod, ten behoeve van de gehele regio. Dat wil zeggen dat de deelnemende gemeenten zelf voor de financiering van eventuele lokale initiatieven zullen moeten zorgdragen. Taal+ Taalvaardigheden 12 180 298.800 Totaal 12 180 298.800 10

C. Subregio Groene Hart van Utrecht In de subregio Groene Hart wordt het formeel taalaanbod uitgevoerd door NLeducatie met het project Taal+. Vanuit drie locaties in Woerden worden mensen bereikt vanuit de drie gemeenten, waar zij werken aan hun taalvaardigheden met als doel beter te participeren op de arbeidsmarkt en in het maatschappelijk leven. Op het gebied van rekenvaardigheden kunnen mensen terecht bij Taal+ en in samenwerking met Schuldhulpverlening wordt in 2018 voor mensen met de behoefte hun rekenvaardigheden te verbeteren een passend aanbod gerealiseerd. Deze subregio zal in 2018 circa 81.000,- van het totale rijksbudget ( 156.771,-) besteden aan formeel aanbod. Globaal gepland formeel aanbod aantal groepen max. deelnemers globaal budget Taal+ Taalvaardigheden 3 36 74.700 Rekenvaardigheden 2 (relatief kort) 24 6.000 Totaal 5 60 80.700 D. Subregio Stichtse Vecht In Stichtse Vecht is de vraag naar informeel aanbod in verhouding groter dan de vraag naar formeel aanbod. Desondanks wordt gestreefd naar meer doorverwijzingen vanuit het informele aanbod (Taalhuis) naar Taal+. Daarom kiest Stichtse Vecht voor een handhaving van het formele aanbod, waarbij middels een reservering rekening wordt gehouden met een uitbreiding van het aanbod indien de vraag naar formele trajecten groeit. Stichtse Vecht besteedt hiermee in 2018 circa 75.000,- van de rijksbijdrage ( 159.960,-) aan formeel aanbod. Globaal gepland aanbod aantal groepen max. deelnemers globaal budget Taal+ Taalvaardigheden 2 24 49.800 Reservering extra groep 1 12 24.900 Totaal 3 36 74.700 E. Subregio Utrecht In Utrecht werkt het Project Taal+ vanuit verschillende locaties. Er is veel vraag naar dit aanbod. In 2017 is de opdracht tweemaal verhoogd tot in totaal 69 groepen die in 2017 zijn gestart, voor ongeveer 875 deelneemrs. Er bestaat nog ruimte voor instroom in NT1 groepen. Bij het NT2 aanbod (Nederlands als Tweede taal), is sprake van wachtlijsten. Gelet op de grote vraag en het afnemend budget is ervoor gekozen om in 2018 opnieuw het gehele rijksbudget voor formeel aanbod aan te wenden. Non-formeel aanbod, NT2-trajecten Volksuniversiteit en geïntegreerde trajecten MBO, worden gefinancierd uit gemeentelijke middelen. Dat geldt ook voor het aanbod aan Digitale vaardigheden. 11

Globaal gepland formeel aanbod aantal groepen max. deelnemers globaal budget Taal+ Taalvaardigheden 54 810 1.350.000 Reservering 33.074 Totaal 54 810 1.383.074 F. Het totaal van de regionale opdracht formeel taal - en reken onderwijs 2018 Het maximaal beschikbaar budget voor de regionale opdracht aan Taal+ in 2018 bedraagt 2.121.274,-. 12

8. Het aanvullend aanbod Zoals in het voorafgaande duidelijk werd, worden in diverse subregio s ook andere aanbieders (formeel of non-formeel) ingeschakeld bij het taalonderwijs. Organisaties als Prago en de Volksuniversiteit bieden aanbod voor specifieke doelgroepen, met inzet van docenten. Prago (Praktisch Gericht Onderwijs) richt zich op de doelgroep met een lichte verstandelijke of leerbeperking (b.v. voormalig leerlingen Praktijkonderwijs, Wajong-gerechtigden). De Volksuniversiteit heeft een breed aanbod voor allerlei talen en vaardigheden, maar specifiek voor taal is er een aanbod voor voorbereiding op het behalen van het staatsexamen NT2. Tot 2015 heeft Utrecht voorzien in subsidiëring van dit aanbod, zodat de eigen bijdrage voor deelnemers kon worden verminderd. Vanaf 2015 maken de subregio s hierin zelf een keuze. Daarnaast zijn er lokale partijen als welzijnsinstellingen, de bibliotheek of vrijwilligersorganisaties die een rol spelen of gaan spelen in de verzorging van taaltraining. Hieronder volgt een opsomming per subregio van de inzet van Rijksbudget Web voor deze activiteiten. A. Subregio Utrecht Zuidoost Inmiddels zijn in alle gemeenten Taalhuizen of Taalpunten actief. Zij krijgen steeds meer bekendheid en zowel professionals als inwoners weten hen beter te vinden. Doelstellingen voor 2018-2019: In 2018 wil de subregio de laaggeletterden NT1 ers (inwoners die van oorsprong Nederlands spreken) beter in beeld krijgen en motiveren om van het aanbod gebruik te maken. De partners in de Taalhuizen willen beter kunnen doorverwijzen naar het voor de vrager meest geschikte aanbod. In de Taalhuizen en -punten wordt samengewerkt met taalvrijwilligers. Ook is er extra aandacht voor de doorstroom van informeel naar formeel aanbod. De samenwerking tussen de Taalhuizen en Taalplus (formele aanbieder) wordt verder versterkt, onder andere door structureel overleg over doorverwijzingen en mogelijkheden om meer inwoners te laten instromen in het formele aanbod Voor de uitvoering van taaltrajecten en conversatiegroepen via de Taalhuizen, wordt circa 115.000,- van het beschikbare rijksbudget gereserveerd. Daarnaast wordt een bedrag van 12.500,- gereserveerd voor de financiering van de taalcomponent in een werkgelegenheidsproject : Mise en Place. B. Subregio Lekstroom Steeds meer mensen weten de weg naar het Taalhuis te vinden. Een grotere behoefte tekent zich af. Het is daarom wenselijk het aantal groepen uit te breiden. Het is om dezelfde reden wenselijk het aantal beschikbare uren voor de taalhuisdocent uit te breiden. Een en ander om te kunnen voorkomen dat er opnieuw wachtlijsten zullen ontstaan. Taalhuis regulier 110 trajecten 103.800 Informeel NT1-traject IJsselstein Pulse 12 trajecten 15.000 Leren werken met de E-overheid 140 trajecten 80.000 Nader te bepalen 20.000 Totaal lokaal Lekstroom 218.800 13

De subregio creëert gezamenlijk een sluitende infrastructuur met als doel iedere inwoner een passend taalaanbod te bieden. Met het voortzetten van het reguliere Taalhuisaanbod kunnen ca. 110 personen worden bereikt. Daarnaast zullen tenminste 55 vrijwilligers ruim 200 deelnemers kunnen ondersteunen in toeleiding of begeleiding van activiteiten. De Taalhuisdocent verzorgt o.a. intervisies en trainingen voor vrijwilligers. Omdat het aantal aanmeldingen bij het Taalhuis toeneemt, is een verhoging van het aantal contracturen van de Taalhuisdocent van 8 naar 12 uur per week voorzien. In de kosten per traject zijn de kosten van de Taalhuisdocent begrepen. In de deelnemende gemeenten zullen pilots van start gaan waarbij 15-20 deelnemers per gemeente een digitaal traject op maat zullen volgen, waarbij tevens, zo nodig een non-formeel taalaanbod kan worden gefaciliteerd. Na de pilot zullen er gemiddeld 30-35 personen per gemeente worden bereikt. C. Subregio Groene Hart van Utrecht In het Groene Hart ligt de nadruk op het versterken van laagdrempelige, non-formele educatie binnen de lokale infrastructuur, waarbij we streven naar een zo thuisnabij mogelijk aanbod. Vanuit het Taalhuis wordt door verschillende partners taalbegeleiding geboden. Zij werken samen in die zin dat zij hun rol spelen in het signaleren en herkennen van laaggeletterdheid, het doorverwijzen naar passend aanbod en het ondersteunen door middel van de inzet van taalmaatjes. Evenals in voorgaande jaren zal Prago in 2018 het taalaanbod voor mensen met een leerbeperking verzorgen. Voor deze ondersteuning zal circa 30.000,- worden benut. Zowel Prago als het Taalhuis werken met de Taalmodule, opdat er een totaalbeeld ontstaat van het bereik en de resultaten van de inzet van de WEB-middelen en op basis waarvan de inzet zo nodig kan worden bijgesteld voor een volgend bestedingsjaar. Voor de werving en inzet van vrijwilligers wordt samengewerkt met het Vluchtelingensteunpunt die zich in Woerden richt op taalbegeleiding voor inburgeringsplichtigen. In 2018 streeft het Taalhuis naar de uitvoering van 75 taaltrajecten en 25 digitale trajecten, waarbij 30 getrainde taalvrijwilligers de begeleiding verzorgen. Non-formeel aanbod max. deelnemers globaal budget Taalhuis Taalvaardigheden 75 35.000 Digitale vaardigheden 25 10.000 Prago Taalvaardigheden 30 30.000 Totaal 130 75.000 14

D. Subregio Stichtse Vecht Binnen het informele aanbod blijft Stichtse Vecht zich richten op laagdrempelig en bereikbaar aanbod voor een zo divers mogelijke doelgroep. Zo worden opnieuw middelen gereserveerd voor Prago, de Volksuniversiteit en het Taalpunt. Daarnaast streeft Stichtse Vecht ernaar zoveel mogelijk autochtone laaggeletterden te kunnen gaan ondersteunen en (nog) beter aan te sluiten bij andere beleidsvelden (schuldhulpverlening, sociaal werk en welzijnsactiviteiten). Daarom worden in 2018 extra middelen gereserveerd voor projecten die in 2018 voor deze doeleinden starten. Er zijn in 2018 mogelijkheden voor besteding van circa 89.700,- voor: - activiteiten door Prago voor circa 25-30 deelnemers ( 30.500,-) - bijdrage aan 12 NT2-trajecten van Volksuniversiteit ( 7.200,-) - circa 120 taaltrajecten via het Taalhuis ( 52.000,-) E. Subregio Utrecht In december 2013 is in Utrecht de Herijking Volwasseneneducatie vastgesteld. Daarin is de koers vastgelegd voor Taalondersteuning in de komende jaren. Als ambitie is geformuleerd dat in 2016 jaarlijks 3.000 Utrechters deel kunnen nemen aan taal-activiteiten, formeel en non-formeel. In het aanbod zullen zij worden ondersteund door 1.000 taalvrijwilligers. Uit een inventarisatie die eind 2016 heeft plaatsgevonden, blijken deze aantallen inderdaad gerealiseerd te zijn. In Utrecht zijn circa 20 organisaties actief waar taalvrijwilligers diverse vormen van taalactiviteiten begeleiden. In dit Taalnetwerk, waarin ook het project Taal voor het Leven van de Stichting Lezen en Schrijven en de Bibliotheek belangrijke rollen vervullen, wordt constructief samengewerkt aan een aantal gewenste vernieuwingen. De belangrijkste punten zijn hieronder samengevat. Daarnaast is sinds 2015 sprake van cursussen digitale vaardigheden, die ieder jaar verder worden uitgebouwd. Dit aanbod, waar in 2018 ongeveer 300.000,- voor beschikbaar zal zijn, wordt gefinancierd uit het gemeentelijk budget Maatschappelijke Ondersteuning. Doelen en actiepunten voor 2018: 1. Versterken samenhang en toegankelijkheid van formeel en non-formeel aanbod: - Vrijwilligers actief in het formele aanbod project Taal+, in en om de klas; dit is gerealiseerd en blijft punt van aandacht. - Inrichting van Taalhuizen en Informatiepunten in bibliotheekfilialen, waar vrijwilligers verwijzen naar passend aanbod. In de (digi)taalhuizen is een aanbod gerealiseerd van informatie en advies en oefen- en lessituaties tot themabijeenkomsten. Hierin is zowel aandacht voor de vraag naar taal- als naar digitale ondersteuning en leeromgeving. - Een digitaal zoeksysteem om het taalaanbod te ontsluiten; is gerealiseerd via Jekuntmeer.nl; - In 2017 is extra aandacht besteed aan de verwijsmogelijkheden bij de buurtteams; dit is gerealiseerd, maar behoeft nog aandacht. 15

2. Verbeteren ondersteuning taalvrijwilligers: - Inrichting van een TaalPunt voor taalvrijwilligers (voorlichting, vraagbaak, wensen t.a.v. scholing of training); is gerealiseerd. Via de Taalhuis-website zijn verschillende methodes en lesmaterialen beschikbaar voor taalvrijwilligers. - Peiling onder de vrijwilligers over hun wensen en behoeften aan (taal)ondersteuning, inclusief concrete actiepunten voor de organisaties in het netwerk; is uitgevoerd in 2014 en voorzien van aanbevelingen. Momenteel loopt een nieuwe enquête. Uitkomsten zullen worden besproken in het Utrechtse Taalnetwerk. - Stimuleren van het volgen van de basistraining die is opgezet door de Stichting Lezen en Schrijven. Vanaf 2016 zijn deze trainingen opgenomen in het aanbod van het Taalhuis, omdat zij niet meer worden gefinancierd door de Stichting Lezen en Schrijven. Daarnaast wordt uit het gemeentebudget subsidie aan de Volksuniversiteit en Prago bekostigd en wordt de taalcomponent bij geïntegreerde trajecten van de MBO-afdeling in het ROC MN gefinancierd voor met name voormalige leerlingen van de Internationale Schakelklas. Bovenstaande activiteiten zijn en worden met name uit het gemeentebudget gefinancierd. Naast de Rijksbijdrage is er in 2018 een extra budget van circa 835.000,- voor het onderdeel Taal beschikbaar. Circa 300.000,- voor het onderdeel Digitaal. Eveneens worden taalactiviteiten voor opgroeiende kinderen en hun ouders gefaciliteerd (VVE, met onder andere de VoorleesExpress en project Taal en Gezondheid), taalondersteuning bij oudere leerlingen (via budget Onderwijs en Jeugd), initiatieven Vluchtelingenopvang en als onderdeel van reintegratie via Werk en Inkomen. Tot slot zijn ook vrijwilligers van onder andere Gilde, U-Centraal, Humanitas en Wijk en Co actief als taalmaatjes. Deze activiteiten vallen echter buiten de scope van dit Programma. 16

9. Samenvattend overzicht inzet rijksbudget Utrecht Midden Subregio en organisatie Schatting deelnemers Globale bedragen 2018 Utrecht Zuidoost - Taal+ - Taalhuizen - Taalcomponent werkgelegenheidsproject - Nader te bepalen Dekking: Rijksbijdrage: 466.323 overschrijding 2017 van 37.514, resteert 428.809 in 2018 132 200 20 275.000 115.000 12.500 25.000 427.500 Lekstroom - Taal+ - Taalhuis Taal - Taalhuis-Leren met E-overheid - Informeel NT1-traject IJsselstein Pulse - Nader te bepalen (lokale experimenten) 180 110 140 298.800 103.800 80.000 20.000 Dekking: Rijksbijdrage : 502.945 + restant 17 Groene Hart van Utrecht - Taal + - Prago - Taalhuis - Nader te bepalen Dekking: Rijksbijdrage: 156.771 + restant 17 Stichtse Vecht - Taal + - Prago - Volksuniversiteit - Taalhuis - Reservering extra activiteiten 60 30 100 36 25-30 12 120 517.600 80.700 30.000 45.000 37.200 192.900 75.000 30.500 7.200 55.000 10.000 Beschikbaar: Rijksbijdrage + restant 17: 179.000 Utrecht - Taal+ - Reservering 177.700 810 1.350.000 33.074 Dekking: Rijksbijdrage 1.383.074 1.383.074 Totaal Rijksbijdrage 2018 2.669.073,- 2. 698.774 17

18

Bijlage Begrippen en Taalniveaus Taalniveaus zijn onderhevig aan naamsveranderingen. Er wordt meestal gebruik gemaakt van een Europese indeling (A1,A2, B1 etc.) De commissie Meyerink heeft een niveau-indeling gemaakt op een F-schaal. Voor de verschillende niveaus in deze schaal zijn eindtermen geformuleerd op het terrein van lezen, schrijven, spreken, luisteren, rekenen en digitale vaardigheden. De term Laaggeletterd wordt gebruikt voor personen met een taalbeheersing onder niveau 2F. De term analfabetisme in relatie tot de Nederlandse taalvaardigheid is afhankelijk van de moedertaal, maar komt in deze termen neer op functioneren onder niveau 1F. < 1 F Cursisten kunnen soms wel: een eenvoudig formulier invullen een werkopdracht lezen een notitie schrijven voor een collega hun eigen post beheren 1F Vergelijkbaar met eindniveau basisschool. Cursisten kunnen b.v. : een moeilijker formulier invullen e-mailen een werkverslag schrijven iets opzoeken op internet 2F cursisten kunnen b.v. : instromen op MBO niveau 3 zakelijke brieven schrijven met behulp van standaardformuleringen duidelijke meningen en gevoelens beschrijven Opleidingen NT1 (Nederlands als eerste taal) Ruim een miljoen autochtone Nederlanders beheersen de Nederlandse taal onvoldoende. De opleidingen NT1 zijn bedoeld om de taalvaardigheid van autochtone Nederlanders op een zodanig niveau te brengen dat de deelnemer een landelijke eindtoets kan halen. Opleidingen NT2 (Nederlands als tweede taal) Opleidingen NT2 zijn bedoeld om de taalvaardigheid van anderstaligen te verbeteren. Deelnemers kunnen op vijf niveaus aan de opleiding meedoen. Het is mogelijk om de NT2-opleiding af te sluiten met certificaten of een staatsexamen. Formeel aanbod Dit aanbod kenmerkt zich door regelgeving t.a.v. deskundigheid docenten en toetsen. De vorm is meestal een vaste lesgroep. Dit aanbod moet voldoen aan de eisen die het ministerie van OCW stelt. Non-formeel aanbod Kenmerkt zich door inzet van vrijwilligers, kan individueel of in (kleine) groepjes plaatsvinden. Over het algemeen is dit aanbod meer vraaggericht, gestuurd door wens en doelstelling van de deelnemer. Informeel leren Burgers maken geen gebruik van 'aanbod', maar zijn (al dan niet geholpen door iemand in het eigen netwerk) actief om de taal te leren, Hierbij maakt men gebruik van het netwerk, beschikbare methodes, internet, televisie enz. Situationeel leren / contextueel leren Laaggeletterden komen in bepaalde situaties niet verder of zelfs in de problemen omdat zij de taal niet begrijpen of onvoldoende kunnen rekenen. Er kan dan gericht worden ingezet op het leren van noodzakelijke begrippen, die van belang zijn voor die bepaalde situatie, zonder het algemeen Nederlands taalniveau centraal te stellen. Bijvoorbeeld Nederlands op de werkvloer, Taal en rekenen bij schuldhulpverlening, taal bij computergebruik. Taal is dan integraal onderdeel van de begeleiding. 19

Digitale vaardigheden Voor de bevordering van digitale vaardigheden zijn 5 verschillende domeinen vastgesteld: Domein 1: Het gebruik van ICT-systemen Domein 2: Beveiliging, privacy en gezondheid Domein 3: Informatie zoeken Domein 4: Informatie verwerken Domein 5: Digitaal communiceren Binnen ieder domein zijn 2 basisniveaus vastgesteld, voorzien van vaardigheden die beheerst worden. 20