WERKPLAN WERELDORIËNTATIE

Vergelijkbare documenten
I = Richtsnoer WO II NATUUR Leerlijn 1 ALGEMENE VAARDIGHEDEN: 6

1. Wereldoriëntatie - Natuur

Lesvoorbereiding: Kapper en schoonheidsspecialist (beroepen: kapper en schoonheidsspecialist)

ET 1.1. De leerlingen kunnen gericht waarnemen met alle zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.

Onderwerp: Eindtoetsen 6de leerjaar (OVSG-toetsen) woensdag 22 mei 2018

EINDTERMENTABEL OVERZICHT. Flos en Bros werkboekjes. x x. x x x x x. x x x. Werkboekje blz e Leerjaar 6 e Leerjaar

1.1. Kennis en inzicht in verband met het historisch referentiekader

Eindtermen en leerdoelen WO

Schuilt er een onderzoeker in jou?

Deze les voor Saved by the bell (lager onderwijs) voldoet aan meerdere eindtermen. Een aantal eindtermen zijn gebundeld in onderstaande lijst.

Leerdoelen en kerndoelen

Wereldoriëntatie. Beginsituatie: Leerlingen hebben verschillende technische beroepen besproken of hebben een bezoek gebracht aan de

Domein mens: gezondheid welbevinden 21 De leerlingen herkennen en benoemen het gevoel van behagen en onbehagen. x

Lesvoorbereiding: Social profit (begeleider in de kinderopvang, optieker, radioloog, verpleegkundige, sociocultureel werker)

Lesvoorbereiding: Metaal en Technologie (beroepen: lasser, elektricien,

Lichamelijke opvoeding

Individueel werkplan

De Oude Kaasmakerij. Algemeen

Pedagogische Begeleidingsdienst Basisonderwijs GO! wereldoriëntatie

EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Zoektocht in het Maascentrum. A. Eindtermen voor het basisonderwijs vanaf 01/09/2010

WO - Mens en Maatschappij - jongste kleuters! PBD GO! 1/1. nr werkveld cluster doel niveau

Boer in Beeld Ontwikkelingsdoelen voor type 8

Handige Harry s. Handleiding en leerdoelen - 3de graad

Eindtermen: Activiteiten + 10 jaar The Outsider Vlaamse Ardennen

Eindtermen: Activiteiten + 6 jaar The Outsider Vlaamse Ardennen

Doelen relationele vorming

Lesvoorbereiding: Printmedia (beroep: drukker)

SOCIALE VAARDIGHEDEN: contactsleutels

eindtermen basisonderwijs

BIJLAGE 3 DE LEERPLANNEN EN RELATIONELE EN

Lesvoorbereiding: Grafische sector (beroep: drukker)

Dienst Curriculum en vorming Jan Tilley 1

Lesvoorbereiding: Chemie, kunststoffen en life-sciences (beroep: Onderzoeker)

Doelenlijst Relationele Vorming in de Basisschool in combinatie met de IK-zinnen

Opdracht: Waar kan ik terecht voor?

Creepy Griezelbeesten. Handleiding en leerdoelen - 2de graad

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

WO-NAT De leerlingen nemen gericht waar met al hun zintuigen. WO-NAT De leerlingen noteren hun waarnemingen op een systematische wijze.

kleuteronderwijs lager onderwijs secundair onderwijs 1 ste graad A- stroom en B-stroom eindtermen en en ontwikkelingsdoelen techniek

Eerste graad A-stroom

Korte inhoud van de thema s

2.3 Leerplandoelstellingen: ontwikkelingsdoelen

Leerplan OVSG. Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen

Wereldoriëntatie. Beginsituatie: Leerlingen hebben verschillende technische beroepen besproken of hebben een bezoek gebracht aan de

Gemeentelijke Kleuterschool t Belhameltje

Infofiche Helpertje. 1. Praktische gegevens. 2. Inhoud en doelstellingen

Lesvoorbereiding: Horeca (beroepen: kelner en barpersoneel)

Realiseren van VOET in Geschiedenis: leren leren I II III Leren leren

Creepy Griezelbeesten. Handleiding en leerdoelen - 1ste graad

Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen

Studiedag Duurzame Ontwikkeling

Handige Harry s. Handleiding en leerdoelen - 2de graad

Vakoverschrijdende eindtermen die van toepassing zijn tijdens de klimaatexcursie

Lesvoorbereiding: Bouw (tegelzetter, metselaar, schilder)

Domein natuur: levende natuur, ecosystemen

Aanbod natuur & avontuur en de eindtermen: informatie voor leerkrachten

EINDTERMEN Bosbiotoopstudie

Keurmerk: Duurzame school

Geschiedenis/erfgoed

Verkenning van het thema

Infofiche Helpertje. 1. Praktische gegevens. 2. Inhoud en doelstellingen

Waar wacht je op?! Zwaartekracht! COSMODROME POORT NATIONAAL PARK HOGE KEMPEN GENK

Citizen science Waterkwaliteit en de aansluiting bij het onderwijs. Reina Kuiper - SME Advies

EINDTERMEN HERINNERINGSEDUCATIE

Lokaliseren situeren van plaatsen op een landkaart (in een beperkt of ruim kader).

Aansluiting op het actuele curriculum (2014)

Parallellen tussen de peilingtoetsen en de OVSG-toets. Walter Dons Pedagogisch adviseur

Eekhoutcentrum Vliebergh. Wegwijzers voor Aardrijkskunde

Leerervaringen ruimte van onder- en bovenbouw. Ruimteaspect Onderbouw. Ruimteaspect Middenbouw. Ruimteaspect Bovenbouw. Ruimteaspect Onderbouw

OP BEZOEK BIJ KAI-MOOK

Ontdek je mee het leven in vijver en sloot? Zeg niet gewoon vis tegen een vis. Visinitiatie en Visdeterminatie voor de 3 de graad

Creepy Griezelbeesten. Handleiding en leerdoelen - 3de graad

Overzicht van de leergebiedgebonden, leergebied-overschrijdende, vakgebonden en vakoverschrijdende eindtermen EHBO en de ontwikkelingsdoelen.

Inbreken in de klas Werken aan een krachtige leeromgeving: lager onderwijs

Leerplan GO! Verbondenheid door middel van rituelen tijdens speciale gelegenheden. Jenthé Adriaens, Elise Buts & Sharis Vertommen

LANDSEXAMEN MAVO

ZOO PLANCKENDAEL VAN A TOT Z

LEGO MINDSTORMS EEN INLEIDING TOT PROGRAMMEREN COSMODROME POORT NATIONAAL PARK HOGE KEMPEN GENK

Voorbereiding en planning van een thema

ZOO PLANCKENDAEL VAN A TOT Z

Inhoud 4 e druk Natuuronderwijs inzichtelijk

ZOO PLANCKENDAEL VAN A TOT Z

ATTITUDINALE DOELEN VOOR DE KLEUTERSCHOOL Klas : Schooljaar : Thema's I II III trimester

Klasbezoek bibliotheek 2de-3de kleuter

WO - Mens en Maatschappij - eerste graad! PBD GO! 1/5 nr werkveld cluster doel niveau

Klimaat: een thema in het Vlaams onderwijs?

Transcriptie:

WERKPLAN WERELDORIËNTATIE

INHOUDSTAFEL I. Richtsnoer Zie leerplan II. Natuur a. Algemene vaardigheden b. Levende natuur ecosystemen i. Aangepastheid aan de omgeving ii. Eten en gegeten worden iii. Invloed van de mens c. Levende natuur organismen i. Kenmerken van organismen ii. Levensfuncties iii. Voortplanting d. Niet-levende natuur natuurkundige verschijnselen e. Niet-levende natuur de ruimte f. Niet-levende natuur weer en klimaat i. Weer ii. Klimaat g. Gezondheid i. Algemene doelen ii. Voeding iii. Beweging iv. Welbevinden v. Hygiëne en veiligheid vi. Risicogedrag vii. Hulp inroepen / hulp bieden h. Milieu III. Techniek a. Techniek begrijpen b. Techniek hanteren (techniek gebruiken techniek maken) c. Techniek duiden d. Attitudes IV. Mens a. Sociale cognitie b. Sociale vaardigheden

V. Maatschappij a. Sociaal-economische verschijnselen b. Sociaal-culturele verschijnselen c. Politiek-juridische verschijnselen VI. Tijd a. Dagelijkse tijd (ervaren van tijd vanuit eigen standpunt structureren van tijd meten van tijd) b. Historische tijd c. Algemene vaardigheden VII. Ruimte a. Ruimtelijke oriëntatie b. Ruimtebeleving c. Ruimtelijke ordening / bepaaldheid d. Algemene vaardigheden VIII. Verkeer- en mobiliteitseducatie

I RICHTSNOER (zie leerplan) II NATUUR (* = attitude - = tot en met / = en) Bv: 1-5 = doel 1 tot en met doel 5 1/ 5 = doel 1 en doel 5 Leerlijn 1 ALGEMENE VAARDIGHEDEN 1 Herkennen en benoemen op basis van gevoel, kleur, 6 1 smaak 2 Explorerende en experimenterende aanpak 6 2/3 3 Gericht waarnemen en er uitdrukking aan geven 6 4-5 4 Waarnemingen systematisch noteren 6 6 5 Bronnen hanteren 6 8 6 Onderzoeken en toetsen aan hypothese 6 9 Leerlijn 2 LEVENDE NATUUR ECOSYSTEMEN AANGEPASTHEID AAN DE OMGEVING 1 Herkennen en benoemen van organismen en biotopen uit hun omgeving 2 Wat planten en dieren nodig hebben en kenmerken van aangepastheid 7 1-3 7 4-8 ETEN EN GEGETEN WORDEN 3 Functioneren van organismen 7 9 4 Voedselketen,voedselkringloop en voedselpiramide 7-8 10-16 INVLOED VAN DE MENS 5 Positieve en negatieve invloed van de mens op planten en dieren 6 Bijdrage leveren aan het instandhouden van bedreigde soorten 8 17-19 8 21* Leerlijn 3 LEVENDE NATUUR ORGANISMEN KENMERKEN VAN ORGANISMEN 1 Rubriceren, indelen, ordenen 9 1-8

LEVENSFUNCTIES (delen en werking) 2 Delen van planten en hun functies 9 9-10 3 Lichaamsdelen en hun functies 9 11-13 4 Organen en hun functies 10 14-16 5 Functies van zintuigen, skelet, spieren, hersenen en 10 17-20 zenuwen 6 Lichamelijke veranderingen 10 22-24 VOORTPLANTING 7 - Groei en ontwikkeling 10-11 25-26 8 - Ontwikkelingscycli 11 28-29 Leerlijn 4 NIET-LEVENDE NATUUR NATUURKUNDIGE VERSCHIJNSELEN 1 Eigenschappen van courante materialen 12 1-2 2 Grondstoffen en materialen ordenen 12 3-5 3 Veranderingen aan materialen: roesten, stollen,rotten, 12 6-10 smelten 4 Kringloop van het water 12 11 5 Energie en energiebronnen 13 12-15 Leerlijn 5 NIET-LEVENDE NATUUR DE RUIMTE 1 Hemellichamen: de zon, de maan en sterren 14 1 2 Gevolgen van bewegingen van hemellichamen 14 2-4 Leerlijn 6 NIET-LEVENDE NATUUR WEER EN KLIMAAT WEER 1 Gericht waarnemen, vergelijken en benoemen van 15 1-3 weersomstandigheden 2 Gedrag en kledij aanpassen aan de 15 4 weersomstandigheden 3 Invloed op gemoedstoestand 15 5 4 Meten, interpreteren en vergelijken van temperatuur 15 6-8 en neerslag 5 Windrichting en snelheid en weerselementen over een beperkte periode meten en vergelijken 15-16 10-11/13

KLIMAAT 6 Beschrijven, vergelijken en benoemen van klimaattypes 7 Relatie klimaattypes en leefgewoonten, klimaattypes en landschappen 16 14-17 16 18-21 Leerlijn 7 GEZONDHEID ALGEMENE DOELEN 1 De gevolgen van ziek zijn, gedragingen die 17 1-2 bevorderlijk of schadelijk zijn 2 Relatie tussen gezonde en ongezonde 17 3 levensgewoonten i.v.m. functioneren van het lichaam 3 Ziektes, ziekteverschijnselen en handicaps 17 4-5 VOEDING 4 Belang van gezonde voeding en gevarieerde 17 6-10 maaltijden 5 Eetbare en niet-eetbare producten 17 11-14 6 Positieve en negatieve invloed van organismen 17 12-13/15 7 Etikettering op voedingsmiddelen 18 16 BEWEGING 8 Belang van voldoende gevarieerde beweging 18 17 9 Eigen grenzen van het lichaam herkennen 18 18 10 De gevolgen herkennen van inspanning en rust 18 19-20 pagina Doel KS1 KS2 KS3 KS4 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 WELBEVINDEN 11 Het gevoel van behagen en onbehagen herkennen en benoemen 12 Beperkingen en mogelijkheden van anderen respecteren 18 21 18 22 HYGIËNE EN VEILIGHEID 13 Goede gewoonten inzake dagelijkse hygiëne 18 24* 14 Onveilig gedrag van zichzelf en anderen 18 25 15 Relatie tussen het nemen van voorzorgen en kans op ziekten en ongevallen 18 26

RISICOGEDRAG 16 Gevolgen van overmatig eten en drinken 18 27 17 Gezondheidsrisico s herkennen 18-19 28-30 HULP INROEPEN/BIEDEN 18 Ziek gezond gewond herkennen 19 31 19 Onveilige gevaarlijke ongezonde situaties 19 32 herkennen 20 Weten wanneer, bij wie en waar hulp te vragen 19 33/35-37 21 Raad vragen aan een volwassene 19 34* 22 Alarmsignaal herkennen evacuatie 19 38 23 Brandwonden 19 39 Leerlijn 8 MILIEU 1 Zorg en respect voor de eigen omgeving en natuur 20 1*-2* 2 Zorg en respect vanuit het besef dat de mens 20 3-4 afhankelijk is van natuurlijk leefmilieu 3 Verzorging van dieren en planten 20 5 4 Afval voorkomen en beperken, afvalfracties herkennen 20 6-9 en benoemen en afval sorteren 5 Bereidheid om correct te sorteren 20 10* 6 Bereidheid om zorgvuldig om te gaan met energie, 20 11* papier, voedsel en water 7 Positieve/negatieve manieren kennen waarop mensen 20 13/15 met het milieu omgaan en er voorbeelden van geven 8 Milieuproblemen als gevolg van tegengestelde belangen 20 16-17

III TECHNIEK (* = attitude - = tot en met / = en) Bv: 1-5 = doel 1 tot en met doel 5 1/ 5 = doel 1 en doel 5 Leerlijn 1 TECHNIEK BEGRIJPEN 1 Kennis van materialen en grondstoffen 9 1-4 2 Natuurkundige verschijnselen en eigenschappen van materialen en 9 5-7 grondstoffen 3 Onderdelen en werking van technische realisaties 9-10 8-12 4 Functioneren van een technische realisatie 10 13-14 5 Onderhoud van een technische realisatie 10 15-16 6 Keuzes bij een technische realisatie 10 17-19 7 8 9 Evolutie en verbetering van een technische realisatie Stappen van het technisch proces herkennen Techniek herkennen binnen verschillende toepassingsgebieden 10 20-21 10 22 10 23 Leerlijn 2 TECHNIEK HANTEREN TECHNIEK HANTEREN GEBRUIKEN 1 Keuzes maken bij het gebruik van technische realisaties 11 1-3 2 Technische realisaties gebruiken 11 4-5 3 Technische realisaties beoordelen 11 6-7 Technische realisaties ordelijk, veilig en 4 hygiënisch gebruiken TECHNIEK HANTEREN MAKEN 11 8-9 5 Een probleem oplossen door het technisch proces te gebruiken 11 10 6 Technische realisaties maken binnen verschillende toepassingsgebieden 11 11 7 Behoefte ervaren 12 12

8 Vereisten bepalen waaraan de technische realisatie moet voldoen 12 13 9 Ontwerpen 12 14-20 10 Maken: materialen en hulpmiddelen kiezen 12 21-22 11 Maken: werken met een stappenplan, werktekening of handleiding 12 23-24 12 In gebruik nemen en evalueren 13 25-31 Leerlijn 3 TECHNIEK DUIDEN 1 Techniek en het individu 14 1-2 2 Techniek en samenleving 14 3-4 3 Beoordelen van techniek 14 5 4 Positieve en negatieve aspecten van techniek 14 6-7 Leerlijn 4 ATTITUDES 1 Voorschriften en afspraken naleven 14 1-3 2 Een experimenterende en explorerende aanpak tonen 14 4 3 Waardering opbrengen voor technische realisaties 14 5 4 Inventief en innovatief zijn 14 6

Me IV MENS SOCIALE COGNITIE pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 1 - bewust zijn van jezelf: weten wat je voelt,denkt 8-9 1.1 en doet (zelfkennis) 2 - jezelf in de gevoelens, gedachten, bedoelingen 10-11 1.2 van de ander verplaatsen 3 - inzicht verwerven in sociale (probleem)situaties 12-13 1..3 SOCIALE VAARDIGHEDEN 4 - behulpzaam zijn: zorg opbrengen voor iets of 14-15 2.1 iemand 5 - hulp durven vragen en zich laten helpen 14-15 2.2 6 - respect en waardering opbrengen in omgang met 14-17 2.3 anderen 7 - zich weerbaar opstellen naar leeftijdsgenoten en 16-17 2.4 volwassenen toe 8 - kunnen leiding geven bij groepstaken 18-19 2.5 9 - leiding volgen: meewerken onder leiding van een medeleerling 18-19 2.6 10 - kritisch zijn en een eigen mening formuleren 18-21 2.7 11 - de leerlingen kunnen zich op een assertieve 20-21 2.8 wijze voorstellen 12 - zich discreet opstellen 20-21 2.9 13 - ongelijk, onmacht, onkunde, toegeven, kritiek beluisteren en eruit leren 14 - in functionele situaties een aantal verbale en niet-verbale gespreksconventies kunnen naleven 15 - kunnen samenwerken en samenspelen met anderen zonder onderscheid van sociale achtergrond, geslacht of etnische origine 20-23 2.10 22-25 2.11 24-27 2.12

Ma V MAATSCHAPPIJ (* = attitude) SOCIAAL ECONOMISCHE VERSCHIJNSELEN pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 1 - arbeid en beroepen 8-10 1.1 2 - geld 10-11 1.2 3 - diensten 12-13 1.3 4 - rijk en arm 12-13 1.4 5 - reclame 14-15 1.5 6 - vrije tijd 14-17 1.6 SOCIAAL-CULTURELE VERSCHIJNSELEN 7 - gezin en familie 16-17 2.1 8 - groepen en culturen 16-19 2.2 9 - anders zijn 18-21 2.3 POLITIEKE EN JURIDISCHE VERSCHIJNSELEN 10 - regels en afspraken 20-21 3.1 11 - conflicthantering 20-21 3.2 12 - rechten en plichten 22-23 3.3 13 - staathuishoudkunde 24-25 3.4 14 - internationale samenwerking 26-27 3.5

Tij VI TIJD (* = attitude - = tot en met / = en) Bv: 1-5 = doel 1 tot en met doel 5 1/ 5 = doel 1 en doel 5 DAGELIJKSE TIJD pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 ERVAREN VAN TIJD VANUIT HET EIGEN STANDPUNT 1 - aangeven van begin / einde van een activiteit 14 1 2 - vaste dagelijkse gebeurtenissen 14 2-6 3 - bepalen van handelingen in chronologische 14 7-10 volgorde STRUCTUREREN VAN TIJD 4 - dagverloop 17 12-18 / 21 5 - week, maand, seizoen, kalenderjaar, schooljaar, week-end,, 6 - tijdsbegrippen: straks, later, eergisteren, verleden week, over maanden, 7 - datum 19 37 19 21-22 / 27-29 / 35-36 17 / 19 11 / 15-18 / 33-34 8 - tijdsaanduidingen interpreteren 19 38 9 - eigen taakplanning (agenda) 17 / 19 14 / 39-40 / 42 10 - tijdsgebruik vroeger-nu / hier - elders 20 48 11 - tijdsduur van ontwikkelingsfasen bij dieren en 21 24 planten METEN VAN DE TIJD 12 - instrumenten om tijd te meten 22 19-20 13 - tijd vergelijken en schatten 22 26 14 - tijd berekenen met behulp van kalender 22 31 15 - illustreren van tijdsmeting en tijdsbeleving 22 32 16 - opmaken van planning in tijd 22 41 / 47

HISTORISCHE TIJD pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 17 - chronologisch ordenen van belangrijke 24-26 43 gebeurtenissen 18 - actuele toestand is anders dan vroeger. 26 52 (evoluties in de tijd) 19 - eeuw en eeuwenband 26 53-56 20 - tijdsperiodes: historische elementen, gebeurte - nissen en figuren situeren in de juiste tijdsperiode 21 - samenleving: nomadisch, agrarisch, industrieel 26-29 62 26 57-59 22 - belangstelling tonen voor verleden, heden en 27 63* toekomst 23 - afstamming en stamboom (2 generaties) 29-30 44-46 ALGEMENE VAARDIGHEDEN 24 - onderscheid tussen baby, kleuter, jongere, 31-32 23 volwassene 25 - verschil oude hedendaagse voorwerpen 31-32 25 26 - chronologisch rang -schikken van gebeurte - 31-32 30 nissen uit eigen leven 27 - bronnenmateriaal herkennen en gebruiken 31-32 49-51 28 - onderscheid: mening feit 31-32 60-61

Rui VII RUIMTE (* = attitude - = tot en met / = en) Bv: 1-5 = doel 1 tot en met doel 5 1/ 5 = doel 1 en doel 5 RUIMTELIJKE ORIËNTATIE / ORIËNTATIE EN KAARTVAARDIGHEID pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 1 - lichaamsoriëntatie 15 1-3 2 - hanteren van ruimtelijke begrippen 17 4-6 3 - ruimtelijke oriëntatie binnen de werkelijke ruimte 20 7 / 13-16 4 - ruimtelijke oriëntatie binnen de driedimen - 22 17-20 sionale verkleinde ruimte (maquette) 5 - ruimtelijke oriëntatie binnen de tweedimen - 23-24 21-24 sionale voorstelling 6 - gebruik van pictogrammen en symbolen 24 25 27* 7 - zelfredzaamheid 24 28 29* 8 - van plattegrond naar kaart 25 32-35 9 - oriëntatie via zon, windstreken, kompas 29 36-38 / 52-57 10 - overeenkomst luchtfoto - kaart 9 40 11 - schaalbegrip 30 62-65 12 - legenda 31 34 / 41-42 13 - plattegrond, stratenplan van eigen buurt 9 / 10 43-46 14 - gemeente, provincie, land 10 47 49 / 58 15 - gewest, gemeenschap 11 47 / 59 / 69 70 16 - passende, geschikte kaarten hanteren 11 60-61 17 - globe / wereldkaarten 31 76 18 - continent / werelddeel 32 74 / 76 19 - een voorstelling van een kaart hebben (Vlaanderen België Europa) 33 50 / 71 / 73

pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6 RUIMTEBELEVING 20 - eigen ruimte en omgeving inrichten 34-35 8 11 21 - afstand inschatten en er rekening mee houden 35-36 12 22 - verschil beleefde en absolute afstand 8 31 RUIMTELIJKE ORDENING / BEPAALDHEID 23 - rol / zorg van de mens bij ruimtelijke ordening - landschappen en wederzijdse beïnvloeding mens - natuur - vergelijken eigen streek met andere streken - relatie tussen reliëf, industrie, bewoning, landbouw, vervoer, toerisme, 37 30 / 39 / 51/ 66-68 72 / 77 ALGEMENE VAARDIGHEDEN 24 - landschappen waarnemen, herkennen, onderscheiden 25 - atlas raadplegen om eigen streek en 2 andere streken in België te situeren en beschrijven 26 - bronnenmateriaal raadplegen om natuur / dagelijkse leven hier en elders te vergelijken 38 30 / 39 66-67 39 68 / 72 41 51 / 77

Ve VIII VERKEERS- EN MOBILITEITSEDUCATIE (* = attitude - = tot en met) Bv: 1-5 = doel 1 tot en met doel 5 1 - veilig bewegen binnen de ruimte 10 1-2 2 - de voetganger en zijn risico s 11-12 3 3 - verkeersregels voor voetgangers toepassen 13-16 4-5 4 - de zelfstandige voetganger 17-18 6-9 5 - verkeersregels voor de fietser 19-22 10-11 6 - leren fietsen 23-25 12-13 7 - de fietser in het verkeer 26-27 14-15 8 - mobiliteit 28 16-19 pagina doel KS1 KS2 LS1 LS2 LS3 LS4 LS5 LS6