RAPPORTAGE ONDERZOEK PLANSCHADE



Vergelijkbare documenten
Nr JORI Houten, 23 mei 2000

2005. Nr. : Planschadeverzoek de heer Van Groen. Leiden, 6 december 2005.

Afdeling: CZ Leiderdorp, 31 oktober 2006

Aan de commissie VROM

Jaargang Nummer. planschadeverzoek van de heer Van Liere en mevrouw Kasius.

Planschade risicoanalyse

Onderwerp: Uitkeren planschadevergoeding naar aanleiding van het oprichten van 18 appartementen aan de Schoolstraat in Drunen

Beslissen op verzoek tegemoetkoming planschade Dijkstraat 1 te Lent

Beslissen op verzoeken tegemoetkoming planschade eigenaren/ bewoners de Meeuwse Acker 12-33, 12-35, en 12-43

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBASS:2012:2307, Bekrachtiging/bevestiging

Raadsnota. Aan de gemeenteraad,

Wat en hoe. druk: Huisdrukkerij gemeente Smallingerland

Purmerend, Aan de gemeenteraad van Purmerend, Inleiding en probleemstelling: U ontvangt hierbij voor de 2 e

AGENDAPUNT voor burgemeester en wethouders

Rechtbank Gelderland, 3 november 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:5687

AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE. afdeling Ruimte en Leefomgeving postbus AH Wijchen

PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 4: NORMAAL MAATSCHAPPELIJK RISICO

Kees van der Lee Sinds 1996 werkzaam voor de SAOZ, vanaf 2001 als adjunctdirecteur.

INFORMATIEFOLDER PLANSCHADE

Aanbiedingsbrief. Aan de raad.

Verzoek om tegemoetkoming in planschade als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)

Planschaderisicoanalyse

Planschaderisicoanalyse

Gemeente - GEMEENTE DELFT aanvraag

2007. Nr. : Dnst. : BOWO. Planschadeverzoeken Oude Vest 49 en 53. Leiden, 7 augustus 2007.

Onderwerp: Notitie Planschade en Procedureverordening advisering tegemoetkoming in planschade

Onderwerp Vaststellen bestemmingsplan 'Steenakker, herzieing diverse locaties Gageldonkseweg'

: beleid naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake planschade-overeenkomsten

Planschade door windturbines?

Toelichting Planschade

Andere voorbeelden waarbij mogelijk sprake kan zijn van planschade zijn verlies van privacy, (toename van) geluidsoverlast of andere hinder.

Aanvraagformulier Tegemoetkoming in planschade, gemeente Simpelveld 2011 Als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)

Gemeente Utrecht De heer O. van Schaick Postbus CE UTRECHT. Onderwerp: planschaderisicoanalyse/ Catharijnesingel Noord

DESKUNDIGENADVIES. Ondergetekende:

Aanvraagformulier tegemoetkoming planschade

Burgemeester en wethouders van de gemeente Venlo;

DIT VOORSTEL IS NIET AAN DE ORDE GEWEEST IN DE RAADSVERGADERING VAN 21 JANUARI 2010, VANWEGE INTREKKEN VAN DE AANVRAAG.

Onderwerp Beslissing op bezwaar tegen toekenning vergoeding planschade Achter de Keizerskroon 2

Projectbesluit Watermolendijk 3 Eelde

Geregistreerd partnerschap. Planschade

PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG

Aanvraagformulier tegemoetkoming planschade. Let op: Velden gemarkeerd met een * moeten verplicht worden ingevuld.

Aan; Gedeputeerde- en Provinciale Staten Fryslân Postbus HM LEEUWARDEN. Betreft; nagekomen reactie AcconlAvm op conceptadvies Donkerbroek.

Onderwerp: Procedureverordening tegemoetkoming in planschade 2010

Aan de commissie: Datum vergadering: Agendapunt :

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

Collegevoorstel Embargo tot 26 maart 2013 D

Spreker: mr. drs. C.M.L. (Kees) van der Lee KRMT

Planschaderisicoanalyse

Raadsfractie t.a.v. mevrouw Van der Smagt en de heer Garretsen

Aanvraagformulier tegemoetkoming planschade

TAXATIERAPPORT. Ondergetekenden:

Planschadevergoeding. t Mr. G.M. van den Broek. Het recht op schadevergoeding bij wijziging van het pianologische regime. door

AANVRAAGFORMULIER TEGEMOETKOMING SCHADE EX ARTIKEL 6.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro)

Feitelijke informatie De Afdeling bestuursrechtspraak heeft samengevat - het beroep gegrond verklaard op de volgende overwegingen.

Planschade Chinees Indisch Restaurant Azië Leiden B.V.

Artikel 2: Indiening van de aanvraag en mededeling van ontvangst Eerste lid

3. Relatie met bestaand beleid De gevolgen kunnen worden uitgesplitst in wijzigingen en het overgangsrecht.

Wat en hoe PLANSCHADE

Tegemoetkoming in planschade 2014

AANVRAAG OM TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE

Kees van der Lee Sinds 1996 werkzaam voor de SAOZ, vanaf 2001 als adjunctdirecteur.

003. Verordening advisering planschade

categorie/agendanr. stuknr. B. en W RA A 11 04/696 Onderwerp: Bezwaarschrift Sluyter Advocaten tegen besluit raad m.b.t.

Aanvraagformulier tegemoetkoming planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening

Raadsvoorstel. Bouwplan Stationsstraat 6b te Oostzaan. Leefomgeving. Beleid en regie E. Bressers C. Stevens

PROVINCIALE STATEN VAN OVERIJSSEL Reg.nr. PÖ/JLolS/ \OU& 1 8 DEC Routing

2004. Nr. : Dnst. : BOWO. Afhandeling planschadeverzoek van de bewoners van de Aloëlaan 43 inzake de Oranjerie. Leiden, 21 december 2004.

Reactienota zienswijzen Eemstraat 10A

Verzoek om tegemoetkoming in planschade

Advies op een bezwaarschrift tegen het toekennen van schadevergoeding op grond van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Behorend bij artikel 2 van de Procedureverordening voor tegemoetkoming in planschade 2009.

PLANSCHADE SPECIALS, AFLEVERING 5: TAXATIE, VOORDEELVERREKENING EN SCHADE ANDERSZINS VERZEKERD (SLOT)

Aanvraag (-formulier) planschade

Raadsvoorsteladvies over het bezwaar van mevrouw mr. B.J. Berton van

Definitieve beschikking

Transcriptie:

Fiscale en juridische adviseurs op het gebied van onroerende zaken Kazernestraat 34 7411 CJ Deventer Postbus 167 7400 AD Deventer Telefoon 0570 610 104 Fax 0570 610 679 Email: info@hooglandcs.nl www.hooglandcs.nl RAPPORTAGE ONDERZOEK PLANSCHADE In opdracht van: Stichting Gigawiek te Houten (namens belanghebbenden) Contactpersoon: Inzake: Advisering raming planschade Uitgebracht door: Mr J. Hoogland Datum: 2012-03-06 Samenvatting Planologische wijziging: Het vigerende bestemmingsplan staat de bouw van windturbines niet toe. De bouw is in strijd met de geldende gebruiks- en bouwvoorschriften. Hierdoor is een wijziging van het planologische regiem noodzakelijk gebleken heeft het bouwplan middels artikel 19 lid 2 WRO formele rechtskracht gekregen. Daarmee is op een afstand van minder dan 500 meter van de woningen van belanghebbenden de realisatie van drie windturbines mogelijk gemaakt. Dit heeft een planologische nadeligere situatie tot gevolg. Voorzienbaarheid: Belanghebbenden hebben de onroerende zaak ten aanzien waarvan planschade aan de orde is, aangekocht op een moment dat zij redelijkerwijs niet hoefden te verwachten dat er op een afstand dan minder dan 500 meter drie windturbines van 150 meter hoogte zouden verrijzen. De planschade behoort dan ook niet voor rekening van de belanghebbenden te blijven omdat niet sprake is van voorzienbaarheid van deze ontwikkeling. Planschade: Als gevolg hiervan zijn de waarden van de woningen van 200 belanghebbenden verminderd. De totale planschade wordt geraamd op ruim 10.000.000. Bankrelatie: Rabobank 12.82.45.271 ABNAmro 55.28.98.899 Mr J.Hoogland Praktijk BV Handelsregister 32073774 BTW nr NL 0114.42.694.B.01 Op onze dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing zoals gedeponeerd bij de KvK Zwolle

1. Omschrijving opdracht In uw e-mail d.d. 24 februari 2012 geeft u opdracht tot een onderzoek naar de hoogte van planschade ex artikel 6.1 Wet Ruimtelijke Ordening (hierna: Wro) verband houdende met de realisatie van de bouw van drie windmolens in het plan Ontwikkeling Buitengebied Veerwagenweg te Houten (hierna: Veerwagenweg). Op basis van door u verstrekte gegevens dient te worden berekend welk bedrag de planschade voor de individuele eigenaren van woonhuizen, bedrijfsgebouwen en agrarische bedrijven aan de Veerwagenweg, de Kanaaldijk-Zuid en in de woonwijken De Muren, De Polder en Het Water als gevolg van deze wijziging beloopt. De Stichting Gigawiek is begin 2010 opgericht als belangenbehartiger van ruim 200 huishoudens in Houten. Zij vertegenwoordigt een achterban van ruim 600 huishoudens. 2. Feitelijke situatie Op een afstand tussen de 300 en 400 meter van het plangebied zijn drie woningen en een woning met dierenpension gelegen, alsmede op een afstand van 500 meter een boerderij met woning. Binnen een straal van 500 meter zijn aan de overzijde van het kanaal in de woonwijken De Muren, De Polder en Het Water in de gemeente Houten de afgelopen jaren woningen gebouwd. Tevens staan binnen een straal van 500 meter enige kantoor/bedrijfsgebouwen. Thans heeft de gemeente middels een planologische wijziging ex artikel 19 lid 2 WRO en het verlenen van een bouwvergunning aan Eneco NV de realisatie van drie windturbines aan de Veerwagenweg mogelijk gemaakt. Het voorgenomen bouwplan was niet realiseerbaar binnen de huidige bestemmingsplannen. 3. Planologische situatie Op de locatie van het onderhavige plangebied gelden momenteel een tweetal bestemmingsplannen: het Globaal bestemmingsplan Houten (1975) en het Globaal bestemmingsplan Houten Vinex (1999). De locatie heeft de bestemming landschappelijk en 2

natuurwetenschappelijk waardevol gebied en voor een klein gedeelte de bestemming verkeersdoeleinden. De plaatsing van de windturbines was zowel ruimtelijk als qua functie niet mogelijk binnen genoemde bestemmingen. 4. Planvergelijking Er dient een vergelijking te worden gemaakt tussen de bebouwingsmogelijkheden, zoals die bestonden onder vigeur van de huidige bestemmingsplannen en zoals die gaan ontstaan bij het verlenen van vrijstellingen en het afgeven van de bouwvergunning inzake drie windturbines. Daarbij is voor wat betreft het oude planologische regime niet de feitelijke situatie van belang, doch hetgeen op grond van dat regime maximaal kon worden gerealiseerd, ongeacht de vraag of verwezenlijking daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Na bezichtiging ter plaatse ben ik tot de conclusie gekomen dat maximale realisering van het bouwplan op grond van de bestemmingsplannen niet mogelijk is en dat er bij realisatie van het bouwplan sprake is van een nadeliger positie voor de onderhavige percelen in de genoemde wijken. Dit brengt met zich mee dat belanghebbenden in principe recht hebben op een planschadevergoeding. 5. Schadeberekening Aangezien de wetgever het schaderisico heeft gefixeerd vloeit uit artikel 6.1 Wro voort dat de vastgestelde schade, nadat is bepaald of deze niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoort te blijven en voor zover deze niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, tegemoet moet worden gekomen. De planschaderegeling in de Wro gaat niet uit van een volledige vergoeding van schade, maar van tegemoetkoming en planschade. Alleen die schade wordt vergoed welke uitkomt boven de financiële nadelen die behoren tot het maatschappelijk risico dat elke burger volgens de wetgever behoort te dragen. Dit maatschappelijk risico is in de wet vastgelegd op 2%. 3

Gelet op het bovenstaande begroot ik de schade als volgt. De waardevermindering kan worden uitgedrukt in een percentage van de waarde voorafgaande aan de planologische mutatie. Het belangrijkste criterium is derhalve de invloed die een redelijk handelend koper qua waarde toekent aan de planologische mutatie (vergelijk ABRS d.d. 10 februari 2010 inzake Noordenveld, rechtsoverweging 2.6.2.) In het onderhavige geval is er sprake van indirecte schade bestaande uit: - Uitzicht (bij de woningen die aan de rand gebouwd zijn) - Geluidhinder\verlichting - Veiligheid - Schaduwwerking en lichtschittering - Invloed op t.v.ontvangst, telecommunicatie - Invloed op flora en fauna - Aantasting situeringwaarde Waarderingssystematiek wet WOZ De vooronderstelling dat bij het vaststellen van de WOZ-waarde, anders dan bij een taxatie ten behoeve van planschade, niet gekeken behoeft te worden naar de maximale mogelijkheden van het planologische regime, maar naar de feitelijke situatie, hoewel deze stelling ook in de jurisprudentie veelvuldig voorkomt, is onjuist. Art. 17 Wet WOZ luidt: 1. Aan een onroerende zaak wordt een waarde toegekend. 2. De waarde wordt bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Dit waardebegrip ziet, voor woningen die door de eigenaar worden bewoond en op eigen grond staan, op de waarde in het economische verkeer, d.w.z. reële transactieprijzen. Art. 4 lid 1 van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet WOZ schrijft voor dat de waarde van woningen uitsluitend bepaald kan worden aan de hand van de vergelijkingsmethode. De woningen worden vergeleken met referentiewoningen, homogene 4

groepen van woningen of doormiddel van een modelmatige vergelijking. Art. 3 lid 2 van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken bepaalt (voor zover hier relevant): - Het college van burgemeester en wethouders verzamelt voortdurend marktgegevens met betrekking tot de volgende handelingen in het economische verkeer: a. verkooptransacties van woningen ( ); Lid 5 zegt dat deze marktgegevens worden geanalyseerd in hoeverre de omstandigheden en de gegevens overeenstemmen met vergelijkbare handelingen in het economische verkeer. Totstandkoming transactieprijzen Deze verkooptransacties van woningen, die op grond van de wettelijk voorgeschreven systematiek de basis vormen voor de WOZ-waarde van woningen, zijn weldegelijk tot stand gekomen rekeninghoudende met de (maximale) mogelijkheden van het planologische regime: De koper van een huis heeft een onderzoeksplicht. Om aan de onderzoeksplicht te voldoen moet de koper alles onderzoeken wat voor hem van belang is. (Conformiteitvereiste art. 7:17 BW) De onderzoeksplicht gaat over alle aspecten die voor de koper van belang kunnen zijn. Dus ook zaken als rechten van derden (recht van overpad), bodemverontreiniging en bestemmingsplannen (vrij uitzicht). Op de verkoper rust een mededelingsplicht. De verkoper heeft een mededelingsplicht over gebreken die hij kent of behoort te kennen en die het normale gebruik van de woning in de weg staan. De koper mag afgaan op mededelingen van de verkoper (Baris/Riezenkamp HR 15/11/57; Booy/Wisman 21/01/66; Ermes/Haviltex HR/03/81). Elke koopprijs zal derhalve tot stand komen op een prijsniveau dat ook de omgevingsfactoren, waaronder de maximale invulling van het bestemmingsplan, impliceert. Zoals hierboven aangegeven vormen deze koopprijzen de basis van de WOZwaarderingssystematiek. Het bovenstaande impliceert dat de (maximale) planologische mogelijkheden weldegelijk verdisconteerd zijn in de WOZ-waarden van woningen. Zeker nu uw gemeente op goede gronden en na eigen heronderzoek tot de conclusie is gekomen dat de komst van het windmolenpark waardevermindering tot gevolg heeft. Rekenvoorbeeld: 5

De WOZ-waarde van het perceel Rijnpolder 97 bedraagt op 01-01-2010 675.000. De gemeente Houten hanteert na verlaging een waarde na de planologische wijziging (zie brief Gemeente Houten van 22 december 2010 aan WOZ-consultants) ad 573.000. Dit is een percentuele verlaging van circa 15%. Het Gerechtshof Leeuwarden (nr. 495/02, BB 2003, 957) bepaalde dat een afstand van een windmolen van 500 meter een waardevermindering van 25% tot gevolg heeft. Datzelfde gerechtshof bepaalde (in de zaak 496/02, BB 2003, 957) dat een kleinere afstand leidt tot een (nog) grotere waardedruk. De onderhavige 3 windturbines zijn gelegen op een afstand van iets meer dan 400 meter van de woning van belanghebbende. Het betreft een type Vestas V90 met een ashoogte van 105 meter en een bladlengte van 45 meter (totale hoogte 150 meter). De windmolens in voormelde arresten betroffen windmolens die aanzienlijk kleiner waren van omvang. In casu ben ik dan ook van mening dat er sprake is van een grotere verlaging van de waarde in het economische verkeer van mogelijk zelfs 35% van de waarde, tot 427.000. Nader onderzoek zal dat moeten uitwijzen. Uitgaande van de door Gigawiek vertegenwoordigde belanghebbenden kan de totale planschade in casu globaal als volgt worden becijferd (o.b.v. afstand, hinder en zichtbaarheid): 25 woningen x 100.000 2.500.000 150 woningen x 50.000 7.500.000 25 woningen x 25.000 625.000 Totaal 10.625.000 2% maatschappelijk risico 212.500 Totale planschade 10.412.500 Met betrekking tot de overige belanghebbenden in het risicogebied, te weten: drie woningen en een woning met dierenpension, een boerderij met woning, enige kantoor/bedrijfsgebouwen, kan op dit moment geen indicatie van de planschade worden verstrekt. 6

6. Voorzienbaarheid Voorzienbaarheid is aan de orde wanneer ten tijde van de aankoop (door de aanvrager van de planschade) een redelijk denkend en handelend koper rekening zou houden met de kans dat de planologische situatie in negatieve zin zou veranderen. In deze situatie blijft schade voor rekening van de gedupeerde. In 2005 is destijds een milieuvergunning verleend voor de toen ingediende plannen windturbines. Op 21 juni 2006 heeft de RvS deze vergunning vernietigd (200506899/1). De RvS vernietigde het goedkeuringsbesluit bestemmingsplan Windturbines Veerwagenweg van de gemeente Houten bij uitspraak d.d. 17 oktober 2007 (200604701/1). De aangevraagde bouwvergunning werd dientengevolge op 6 december 2007 ingetrokken. Veel belanghebbenden kochten de woningen na de vernietiging van het bestemmingsplan Windturbines Veerwagenweg door RvS (17 oktober 2007) c.q. na de intrekking van de bouwvergunning in december 2007. Voor zover er voorzienbaarheid zou kunnen worden tegengeworpen betreft dat turbines van maximaal 100 meter hoog (infoblad 2006). Het werd uiteindelijk aanzienlijk hoger (150 meter). 7. Conclusie: Het vigerende bestemmingsplan staat de bouw van windturbines niet toe. De bouw is in strijd met de geldende gebruik- en bouwvoorschriften. Hierdoor is een wijziging van het planologische regiem noodzakelijk gebleken. Thans heeft het bouwplan middels artikel 19 lid 2 WRO formele rechtskracht gekregen. Daarmee is op een afstand van minder dan 500 meter van de woningen en bedrijven van belanghebbenden de realisatie van drie windturbines mogelijk gemaakt. Dit heeft een planologische nadeligere situatie tot gevolg. Als gevolg hiervan zijn de waarden van de woningen en bedrijven van belanghebbenden verminderd. Belanghebbenden hebben de onroerende zaak ten aanzien waarvan planschade aan de orde is, aangekocht op een moment dat zij redelijkerwijs niet hoefden te verwachten dat er op een 7

afstand dan minder dan 500 meter drie windturbines van 150 meter hoogte zouden verrijzen. De planschade behoort dan ook niet voor rekening van de belanghebbenden te blijven omdat geen sprake is van voorzienbaarheid van deze ontwikkeling. Mr J. Hoogland 8